← België

Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken

5 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende het aantonen

biomassakenmerken DE VLAAMSE MINISTER

BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE, Gelet op het Energie decreet

8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging

het decreet

22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak

de energieprestaties en het binnenklimaat

gebouwen en tot invoering

een energieprestatiecertificaat en tot wijziging

artikel 22

het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 7.1.3, ingevoegd bij het decreet

8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging

het decreet

22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak

de energieprestaties en het binnenklimaat

gebouwen en tot invoering

een energieprestatiecertificaat en tot wijziging

artikel 22

het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het decreet

8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging

het decreet

22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak

de energieprestaties en het binnenklimaat

gebouwen en tot invoering

een energieprestatiecertificaat en tot wijziging

artikel 22

het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en gewijzigd bij het decreet

14 maart 2014 en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet

8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging

het decreet

22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak

de energieprestaties en het binnenklimaat

gebouwen en tot invoering

een energieprestatiecertificaat en tot wijziging

artikel 22

het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en laatst gewijzigd bij het decreet

14 maart 2014; Gelet op het Energiebesluit

19 november 2010, artikel 6.1.12/1, ingevoegd bij het besluit

8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het besluit

30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het besluit

8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit

30 november 2018; Gelet op het besluit

de Vlaamse Regering

12 mei 2017Relevante gevonden documenten type besluit

de vlaamse regering prom. 12/05/2017 pub. 21/06/2017 numac 2017012695 bron vlaamse overheid Besluit

de Vlaamse Regering houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen

de certificatentoekenning en de invoering

biomassacertificatie,

duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en

ILUC-voorwaarden sluiten houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen

de certificatentoekenning en de invoering

biomassacertificatie,

duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en

ILUC-voorwaarden, artikel 32; Gelet op het besluit

de Vlaamse Regering

30 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit

de vlaamse regering prom. 30/11/2018 pub. 27/12/2018 numac 2018015561 bron vlaamse overheid Besluit

de Vlaamse Regering houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie sluiten houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72; Gelet op het advies

de Inspectie

Financiën

6 februari 2018; Gelet op advies nr. 63.025/3

de Raad

State, gegeven op 26 maart 2018, met toepassing

artikel 84, § 1, eerste lid, 2°,

de wetten op de Raad

State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energie decreet

8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging

het decreet

22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak

de energieprestaties en het binnenklimaat

gebouwen en tot invoering

een energieprestatiecertificaat en tot wijziging

artikel 22

het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en het Energiebesluit

19 november 2010, zijn

toepassing op dit besluit. Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa,

af de oorsprong

deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één of meerdere stappen in deze keten;2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die biomassarapporten opstelt conform de bepalingen

dit besluit en die de naleving

de eisen met betrekking tot het aantonen

biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen

een biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur

het biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert;3° certificatieschema : geheel

schriftelijke bepalingen dat tot doel heeft kenmerken

een bepaalde biomassastroom aan te tonen en tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie

de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige productieketen

die biomassa. HOOFDSTUK II. - Biomassarapport Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt. Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 18 tot en met 20

dit besluit volgens een erkend certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn, kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie. Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie: 1° unieke referentiecode

het biomassarapport;2° datum

toekenning

het biomassarapport;3° identiteit

de finale biomassaproducent;4° identificatie

de biomassastroom;5° identificatie

de productieketen; 6° land

oorsprong

de biomassastroom en NUTS 2-regio indien

toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2

het Energiebesluit

19 november 2010; 7° minimale gedekte hoeveelheid

de biomassastroom op jaarbasis. § 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat het biomassarapport eveneens volgende informatie: 1° het advies

de OVAM inzake de energetische valorisatie

de afvalstroom; 2° de groenfactor: de hoeveelheid energie

de afvalstroom die in aanmerking komt voor het verkrijgen

groenestroomcertificaten zoals bepaald in artikel 6.1.10

het Energiebesluit

19 november

  1. §
  2. Indien de biomassastroom een houtstroom betreft, bevat het biomassarapport eveneens volgende informatie: 1° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `korteomloophout' valt;2° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `hout dat geen industriële grondstof is' valt. §
  3. Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die niet afkomstig zijn

landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1°

§ 5

in dit artikel; Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die

  1. a)niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen of
  2. b)die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die afkomstig zijn

landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5°

§ 5

in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is afkomstig

landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°, 4°, 5° en 7°

§ 5

in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet afkomstig

landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°, 8° en 9°

§ 5

in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is afkomstig

landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 7° en 9°

§ 5

in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet afkomstig

landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie beschreven in § 5 in dit artikel; § 5. Afhankelijk

de aard

de biomassastroom bevat het biomassarapport, overeenkomstig § 4

dit artikel, al dan niet volgende aanvullende informatie: 1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd, voor zover

toepassing, met vermelding

de overeenkomstige broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik

actuele data, de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem; 2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10

het Energiebesluit

19 november 2010 is nageleefd; 10° het duurzaamheidscertificatieschema of de duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot en met 10° is aangetoond voor zover

toepassing. Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur

twee jaar

af de datum

toekenning als vermeld op het biomassarapport. HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien de instantie aan volgende voorwaarden voldoet: 1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde biomassamarktpartijen of met de belangen

deze biomassamarktpartijen;2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve

de instellingen die overgaan tot de certificatie

producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit;3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie

de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie zoals bedoeld in dit besluit. Art. 8.§ 1. Voor het bepalen

de criteria zoals vastgelegd in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6

het Energiebesluit

19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor certificatie

Europees erkende vrijwillige schema's of indien en voor zover deze hiertoe erkend werd door: 1° de Europese Commissie;of 2° een andere lidstaat

de Europese Unie;of 3° door middel

een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land. § 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit

de Europese Commissie is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6,

Richtlijn 2009/28/EG. HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het schema aan volgende voorwaarden voldoet: 1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten behoeve

de instellingen die overgaan tot de certificatie

producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit;2° in de bepalingen

het certificatieschema wordt ten minste tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en artikel 25

dit besluit. Art. 10.§ 1. De bepalingen

het certificatieschema beschrijven de organisatie

de rapportering, de doorlichting en de controle

de marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle

het certificatieschema. § 2. De rechtspersoon die houder is

het certificatieschema: 1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en fraudebestendigheid

het certificatieschema;2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren

onafhankelijke audits

de processen en voor de verificatie

de verschafte informatie, waarbij de richtlijnen

de internationale standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden;3° legt een passend systeem vast ter controle

de bij het certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode

controle duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij bij iedere opstelling

een nieuw biomassarapport een volledige certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een controleaudit ondergaat; 4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven

de informatie bedoeld in artikel 4

één marktpartij tot de andere, op elke stap in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1

het Energiebesluit

19 november 2010. Er wordt jaarlijks een massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving

biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20; 5° implementeert een doeltreffend systeem

kwaliteitsborging en risicobeheer waarbij de eisen

ISAE 3000 in overweging genomen kunnen worden;6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de interpretatie

de regels die het systeem beschrijven wordt gegarandeerd. § 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema: 1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te verschaffen in het kader

de massabalans, de traceerbaarheid en de vaststelling

de onderzochte biomassakenmerken en afdoende bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde periode;2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en aanleveren

informatie met betrekking tot de controles in het kader

dit certificatieschema. § 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast worden met de controle op de naleving

het certificatieschema: 1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren

de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en fraudebestendigheid

de door de marktpartijen gebruikte systemen;2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid

de aangeleverde gegevens en de vaststelling

de gepaste frequentie en methode

de monsterneming. § 5. De rechtspersoon die houder is

het certificatieschema zorgt ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot en met paragraaf 4 beschikbaar zijn. Art. 11.De bepalingen

het certificatieschema beschrijven het beoordelingskader voor de vaststelling

de biomassakenmerken overeenkomstig bijlage I en II

dit besluit, en voor het opstellen

het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20

dit besluit. HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie Art. 12.§

  1. Uit de controles die door een erkende certificatie-instantie worden uitgevoerd, kunnen non-conformiteiten blijken met de bepalingen in het certificatieschema. Een non-conformiteit wordt als groot aangeduid zodra de bij de marktpartijen verzamelde informatie ertoe leidt dat de waarde vermeld op het biomassarapport geen conservatieve waarde blijkt te zijn. §
  2. Zodra een grote non-conformiteit wordt vastgesteld door een erkende certificatie-instantie, wordt die door de certificatie-instantie onverwijld gerapporteerd aan de betreffende markpartijen. Zowel de marktpartijen als de certificatie-instantie rapporteren onverwijld de grote non-conformiteit aan het Vlaams Energieagentschap. De erkende certificatie-instantie verschaft aan het Vlaamse Energieagentschap alle noodzakelijke informatie die toelaat om de loten non-conforme biomassa te identificeren. §
  3. Voor een levering biomassa waarbij een grote non-conformiteit geïdentificeerd is, worden de betreffende biomassakenmerken geacht een waarde te hebben overeenkomstig artikel
  4. §
  5. Een non-conformiteit die niet omschreven is in paragraaf 1 wordt als klein beschouwd. Kleine non-conformiteiten worden jaarlijks door de certificatie-instantie aan het Vlaams Energieagentschap gerapporteerd evenals de eventuele corrigerende maatregelen. §
  6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 1°, 2° en 3°

het Energiebesluit

19 november 2010 in praktijk af te toetsen, wordt de verificatie

een eenvoudige verklaring, gesteund door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of beheersplannen, als sluitend aanvaard. § 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en 6°

het Energiebesluit

19 november 2010 in praktijk af te toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend aanvaard.De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief

de certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand

foto's worden gestaafd. HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan certificatie

slechts een deel

de te beschouwen productieketen, of certificatie

slechts een deel

de aan te tonen biomassakenmerken. § 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het aantonen

de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10

het Energiebesluit

19 november 2010 en onder de voorwaarde dat het deel

de keten of de biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of aangetoond worden aan de hand

verificatie. § 3. De voorwaarden

de massabalans zijn steeds doorheen de volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling

de relevante informatie te verzekeren. HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen

kenmerken

biomassastromen afkomstig

kleinschalige landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de voorwaarden in paragraaf 2 tot en met

  1. §
  2. Groepsaudit wordt uitgevoerd door een erkende certificatie-instantie overeenkomstig de norm ISEAL 2008 - Norm P035 of gelijkwaardig. §
  3. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/3 tot en met 1/7, en paragrafen 1/9 en 1/10 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden indien de betreffende gebieden zich dicht bij elkaar bevinden en soortgelijke kenmerken vertonen. §
  4. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 en 1/8 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden indien de eenheden dicht bij elkaar liggen binnen eenzelfde NUTS 2-gebied, soortgelijke productiesystemen en dezelfde producten hebben, en indien

toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8

het Energiebesluit

19 november

  1. §
  2. Er wordt jaarlijks en op willekeurige basis een selectie

de deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende certificatie-instantie. HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting Art. 15.§ 1. De methode

regionale risicoschatting is uitsluitend toegestaan voor het bepalen

de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10

het Energiebesluit

19 november

  1. §
  2. De methode

regionale risicoschatting is uitsluitend toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk vastgelegd zijn. § 3. Voor het bepalen

een homogene regio wordt hoofdzakelijk rekening gehouden met de uniformiteit

de karakteristieken met betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9

het Energiebesluit

19 november

  1. Art. 16.§
  2. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd voor de regio zoals bepaald onder artikel 15 gebaseerd op informatie die op lokaal niveau wordt verzameld met betrekking tot die criteria waarvoor een inschatting dient gemaakt te worden. §
  3. Voor ieder criterium wordt een risico bepaald als "specifiek risico" of "laag risico": 1° De risicoclassificatie is gebaseerd op de mogelijke gevolgen

een non-conformiteit gecombineerd met de graad

waarschijnlijkheid

die non-conformiteit;2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief gevolg

een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de waarschijnlijkheid

die non-conformiteit;3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid

een non-conformiteit geeft voor dat criterium een laag risico;4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet laag is. § 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel

verifieerbare informatie die een combinatie is

: 1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving, regeringsstatistieken of beheersplannen;en 2° lokale verificatie door: a) consultatie

stakeholders en experten uit alle relevante stakeholdercategorieën in de regio;en b) eigen onderzoek in de regio. Art. 17.§

  1. Indien een criterium als specifiek risico is bepaald, worden er mitigatiemaatregelen gedefinieerd om het risico minstens tot laag risico te reduceren. §
  2. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico geen effectieve maatregelen vastgelegd kunnen worden om deze tot een laag risico te reduceren, dan zal de regio worden geherdefinieerd zodat het risico op de productie

een biomassastroom uit een regio die niet voldoet aan de criteria wordt vermeden. § 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria. HOOFDSTUK IX. - Opstelling

het biomassarapport Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft uitgevoerd

de volledige productieketen

een bepaalde biomassastroom volgens de bepalingen

een erkend certificatieschema. Het biomassarapport geeft een overzicht

alle relevante kenmerken

de biomassastroom. Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen

toepassing: 1° De unieke referentiecode is gestructureerd als BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa, [XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode

de certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk is aan de unieke 3-lettercode

het certificatieschema dat hiervoor toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode

de finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de referentiecode

het biomassarapport uniek is en tot slot een controlegetal bestaande uit 2 cijfers;2° De datum

toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar];3° De informatie met betrekking tot de identiteit

de finale biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam, telefoonnummer en email-adres;4° De identificatie

de biomassastroom omvat de beschrijvingen

de biomassastroom overeenkomstig artikel 20;5° De identificatie

de productieketen omvat een opsomming

de verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische volgorde bij het doorlopen

de productieketen;6° Het land

oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is

landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer;7° De minimale gedekte hoeveelheid

de biomassastroom op jaarbasis wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de vorm zoals deze geleverd wordt;8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram geleverde biomassastroom;9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram geleverde biomassastroom;10° Het advies

de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de woordelijke overname

het formele advies

de OVAM met betrekking tot energetische valorisatie

de betreffende biomassastroom;11° Indien

toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke overname

het formele advies

de OVAM met betrekking tot de groenfactor;12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen"; 13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10

het Energiebesluit

19 november 2010 wordt per criterium dat

toepassing is aangegeven of er al dan niet aan voldaan is; 14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik

vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen en indien ja voor welke delen

de productieketen.Indien

toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7 en 8

het Energiebesluit

19 november 2010 en of de factor voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1

het Energiebesluit

19 november 2010; 15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven

alle certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden aangetoond gedurende de volledige periode

geldigheid

het biomassarapport;16° Voor de berekening

broeikasgasemissies

vaste en gasvormige biomassa voor de productie

elektriciteit en warmte wordt de methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM

(2010)11, aangevuld door EC SWD
(2014)259, en de fossil fuel comparator

het Europese Joint Research Center. Art. 20.§ 1. De definitie

afvalstof, vermeld in het materialendecreet is

toepassing voor dit besluit. In geval

twijfel over het afvalstatuut wordt het advies

de OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut. § 2. De identificatie

een biomassastroom die geen afval is, bevat minstens de volgende gegevens: 1° De gebruikelijke benaming

de biomassastroom;2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen en leveringsbons;3° GN-code of -codes;4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig;5° De stukgrootte indien

toepassing, meer bepaald de minimumafmeting en maximumafmeting

de stukken in de biomassastroom uitgedrukt in cm;6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in procent (%). § 3. De identificatie

een biomassastroom die afval is, bevat minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1

het Energiebesluit

19 november 2010. HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling

een certificatieschema Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de periodieke beoordeling

erkende certificatieschema's. §

  1. Als een certificatieschema erkend is, wordt het onderworpen aan een eerste beoordeling na een jaar en vervolgens om de twee jaar zolang de erkenning behouden blijft. §
  2. Het Vlaams Energieagentschap publiceert een beoordelingsverslag

het certificatieschema. Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die

toepassing waren op het ogenblik

de vorige beoordeling

het certificatieschema belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen. HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams Energieagentschap Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de bepalingen in artikel 25

dit besluit, die het voor de productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3

het Energiebesluit

19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit het Energiebesluit

19 november 2010 te voldoen. Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken

de vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° Er wordt een overzichtstabel

de inputstromen overgemaakt aan het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap bepaald formaat;2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan het Vlaams Energieagentschap overgemaakt; 3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank biobrandstoffen

de federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid

de voedselketen en leefmilieu door middel

de volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer

registratie in de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen. 4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie groenafval afkomstig

Vlaamse composteerinstallaties (biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen. §

  1. Het Vlaams Energieagentschap kan op elk moment de door de marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende informatie opvragen. HOOFDSTUK XII. - Controle door het Vlaams Energieagentschap Art. 25.§
  2. Het Vlaams Energieagentschap kan een productie-installatie die elektriciteit of warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de elektriciteit of warmte wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare en aanvaardbare energiebron, en of de metingen

de geproduceerde elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de berekening

het aantal toe te kennen aanvaardbare groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid, overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2,

het Energiebesluit

19 november

  1. §
  2. Bij controle wordt, op eenvoudige vraag

het Vlaams Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de gevraagde vorm ter staving

: 1° de bepaling

biomassakenmerken;2° de in het kader

een bepaald groenestroomdossier of dossier voor ondersteuning

groene warmte afgelegde verklaringen;3° uitgevoerde audits;4° leveringen

biomassa. § 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder

het biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing

het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de minister bevoegd voor energie. Art. 26.Wanneer de waarde

een bepaald biomassakenmerk ontbreekt op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd vastgesteld bij de bepaling

een bepaald biomassakenmerk, kan het Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken

dit biomassakenmerk: 1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis

eigen expertise;2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid

afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare groenestroomcertificaten;3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria. Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet

26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie

de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid

bestuur sluiten betreffende de openbaarheid

bestuur. HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27

het besluit

de Vlaamse Regering

12 mei 2017Relevante gevonden documenten type besluit

de vlaamse regering prom. 12/05/2017 pub. 21/06/2017 numac 2017012695 bron vlaamse overheid Besluit

de Vlaamse Regering houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen

de certificatentoekenning en de invoering

biomassacertificatie,

duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en

ILUC-voorwaarden sluiten houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen

de certificatentoekenning en de invoering

biomassacertificatie,

duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en

ILUC-voorwaarden treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd

af de inwerkingtreding

dit besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de inwerkingtreding

dit besluit

af 1 april 2020. Art. 29.Artikel 10

het besluit

de Vlaamse Regering

30 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit

de vlaamse regering prom. 30/11/2018 pub. 27/12/2018 numac 2018015561 bron vlaamse overheid Besluit

de Vlaamse Regering houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie sluiten houdende wijziging

het Energiebesluit

19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in werking. Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding

dit besluit geen biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast. § 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5

dit besluit bepaald worden volgens de procedures die

kracht waren voor de inwerkingtreding

dit besluit. § 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de inwerkingtreding

dit besluit aanvaardt het Vlaams Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met zesde lid

dit besluit aangetoond worden met behulp

een zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter beschikking wordt gesteld; § 4. Het vereenvoudigd certificatieschema

het Vlaams Energieagentschap zal zes maanden na publicatie

dit besluit in werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig op de hoogte gebracht worden met vermelding

de eventuele acties die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om te voldoen aan de vereisten

dit schema. Brussel, 5 april 2019. De Vlaamse minister

Begroting, Financiën en Energie, L. PEETERS Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld Voor de raadpleging

de tabel, zie beeld

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.