biomassakenmerken DE VLAAMSE MINISTER
BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE, Gelet op het Energie decreet
8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging
het decreet
22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak
de energieprestaties en het binnenklimaat
gebouwen en tot invoering
een energieprestatiecertificaat en tot wijziging
artikel 22
het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 7.1.3, ingevoegd bij het decreet
8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging
het decreet
22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak
de energieprestaties en het binnenklimaat
gebouwen en tot invoering
een energieprestatiecertificaat en tot wijziging
artikel 22
het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het decreet
8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging
het decreet
22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak
de energieprestaties en het binnenklimaat
gebouwen en tot invoering
een energieprestatiecertificaat en tot wijziging
artikel 22
het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en gewijzigd bij het decreet
14 maart 2014 en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet
8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging
het decreet
22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak
de energieprestaties en het binnenklimaat
gebouwen en tot invoering
een energieprestatiecertificaat en tot wijziging
artikel 22
het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en laatst gewijzigd bij het decreet
14 maart 2014; Gelet op het Energiebesluit
19 november 2010, artikel 6.1.12/1, ingevoegd bij het besluit
8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het besluit
30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het besluit
8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit
30 november 2018; Gelet op het besluit
de Vlaamse Regering
12 mei 2017Relevante gevonden documenten type besluit
de vlaamse regering prom. 12/05/2017 pub. 21/06/2017 numac 2017012695 bron vlaamse overheid Besluit
de Vlaamse Regering houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen
de certificatentoekenning en de invoering
biomassacertificatie,
duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en
ILUC-voorwaarden sluiten houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen
de certificatentoekenning en de invoering
biomassacertificatie,
duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en
ILUC-voorwaarden, artikel 32; Gelet op het besluit
de Vlaamse Regering
30 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit
de vlaamse regering prom. 30/11/2018 pub. 27/12/2018 numac 2018015561 bron vlaamse overheid Besluit
de Vlaamse Regering houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie sluiten houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72; Gelet op het advies
de Inspectie
Financiën
6 februari 2018; Gelet op advies nr. 63.025/3
de Raad
State, gegeven op 26 maart 2018, met toepassing
artikel 84, § 1, eerste lid, 2°,
de wetten op de Raad
State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energie decreet
8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging
het decreet
22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak
de energieprestaties en het binnenklimaat
gebouwen en tot invoering
een energieprestatiecertificaat en tot wijziging
artikel 22
het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en het Energiebesluit
19 november 2010, zijn
toepassing op dit besluit. Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa,
af de oorsprong
deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één of meerdere stappen in deze keten;2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die biomassarapporten opstelt conform de bepalingen
dit besluit en die de naleving
de eisen met betrekking tot het aantonen
biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen
een biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur
het biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert;3° certificatieschema : geheel
schriftelijke bepalingen dat tot doel heeft kenmerken
een bepaalde biomassastroom aan te tonen en tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie
de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige productieketen
die biomassa. HOOFDSTUK II. - Biomassarapport Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt. Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 18 tot en met 20
dit besluit volgens een erkend certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn, kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie. Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie: 1° unieke referentiecode
het biomassarapport;2° datum
toekenning
het biomassarapport;3° identiteit
de finale biomassaproducent;4° identificatie
de biomassastroom;5° identificatie
de productieketen; 6° land
oorsprong
de biomassastroom en NUTS 2-regio indien
toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2
het Energiebesluit
19 november 2010; 7° minimale gedekte hoeveelheid
de biomassastroom op jaarbasis. § 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat het biomassarapport eveneens volgende informatie: 1° het advies
de OVAM inzake de energetische valorisatie
de afvalstroom; 2° de groenfactor: de hoeveelheid energie
de afvalstroom die in aanmerking komt voor het verkrijgen
groenestroomcertificaten zoals bepaald in artikel 6.1.10
het Energiebesluit
19 november
landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1°
in dit artikel; Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die
landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5°
in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is afkomstig
landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°, 4°, 5° en 7°
in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet afkomstig
landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°, 8° en 9°
in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is afkomstig
landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 7° en 9°
in dit artikel; Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet afkomstig
landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie beschreven in § 5 in dit artikel; § 5. Afhankelijk
de aard
de biomassastroom bevat het biomassarapport, overeenkomstig § 4
dit artikel, al dan niet volgende aanvullende informatie: 1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd, voor zover
toepassing, met vermelding
de overeenkomstige broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik
actuele data, de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem; 2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10
het Energiebesluit
19 november 2010 is nageleefd; 10° het duurzaamheidscertificatieschema of de duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot en met 10° is aangetoond voor zover
toepassing. Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur
twee jaar
af de datum
toekenning als vermeld op het biomassarapport. HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien de instantie aan volgende voorwaarden voldoet: 1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde biomassamarktpartijen of met de belangen
deze biomassamarktpartijen;2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve
de instellingen die overgaan tot de certificatie
producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit;3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie
de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie zoals bedoeld in dit besluit. Art. 8.§ 1. Voor het bepalen
de criteria zoals vastgelegd in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6
het Energiebesluit
19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor certificatie
Europees erkende vrijwillige schema's of indien en voor zover deze hiertoe erkend werd door: 1° de Europese Commissie;of 2° een andere lidstaat
de Europese Unie;of 3° door middel
een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land. § 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit
de Europese Commissie is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6,
Richtlijn 2009/28/EG. HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het schema aan volgende voorwaarden voldoet: 1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten behoeve
de instellingen die overgaan tot de certificatie
producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit;2° in de bepalingen
het certificatieschema wordt ten minste tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en artikel 25
dit besluit. Art. 10.§ 1. De bepalingen
het certificatieschema beschrijven de organisatie
de rapportering, de doorlichting en de controle
de marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle
het certificatieschema. § 2. De rechtspersoon die houder is
het certificatieschema: 1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en fraudebestendigheid
het certificatieschema;2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren
onafhankelijke audits
de processen en voor de verificatie
de verschafte informatie, waarbij de richtlijnen
de internationale standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden;3° legt een passend systeem vast ter controle
de bij het certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode
controle duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij bij iedere opstelling
een nieuw biomassarapport een volledige certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een controleaudit ondergaat; 4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven
de informatie bedoeld in artikel 4
één marktpartij tot de andere, op elke stap in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1
het Energiebesluit
19 november 2010. Er wordt jaarlijks een massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving
biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20; 5° implementeert een doeltreffend systeem
kwaliteitsborging en risicobeheer waarbij de eisen
ISAE 3000 in overweging genomen kunnen worden;6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de interpretatie
de regels die het systeem beschrijven wordt gegarandeerd. § 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema: 1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te verschaffen in het kader
de massabalans, de traceerbaarheid en de vaststelling
de onderzochte biomassakenmerken en afdoende bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde periode;2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en aanleveren
informatie met betrekking tot de controles in het kader
dit certificatieschema. § 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast worden met de controle op de naleving
het certificatieschema: 1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren
de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en fraudebestendigheid
de door de marktpartijen gebruikte systemen;2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid
de aangeleverde gegevens en de vaststelling
de gepaste frequentie en methode
de monsterneming. § 5. De rechtspersoon die houder is
het certificatieschema zorgt ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot en met paragraaf 4 beschikbaar zijn. Art. 11.De bepalingen
het certificatieschema beschrijven het beoordelingskader voor de vaststelling
de biomassakenmerken overeenkomstig bijlage I en II
dit besluit, en voor het opstellen
het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20
dit besluit. HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie Art. 12.§
het Energiebesluit
19 november 2010 in praktijk af te toetsen, wordt de verificatie
een eenvoudige verklaring, gesteund door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of beheersplannen, als sluitend aanvaard. § 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en 6°
het Energiebesluit
19 november 2010 in praktijk af te toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend aanvaard.De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief
de certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand
foto's worden gestaafd. HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan certificatie
slechts een deel
de te beschouwen productieketen, of certificatie
slechts een deel
de aan te tonen biomassakenmerken. § 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het aantonen
de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10
het Energiebesluit
19 november 2010 en onder de voorwaarde dat het deel
de keten of de biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of aangetoond worden aan de hand
verificatie. § 3. De voorwaarden
de massabalans zijn steeds doorheen de volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling
de relevante informatie te verzekeren. HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen
kenmerken
biomassastromen afkomstig
kleinschalige landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de voorwaarden in paragraaf 2 tot en met
toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8
het Energiebesluit
19 november
de deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende certificatie-instantie. HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting Art. 15.§ 1. De methode
regionale risicoschatting is uitsluitend toegestaan voor het bepalen
de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10
het Energiebesluit
19 november
regionale risicoschatting is uitsluitend toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk vastgelegd zijn. § 3. Voor het bepalen
een homogene regio wordt hoofdzakelijk rekening gehouden met de uniformiteit
de karakteristieken met betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9
het Energiebesluit
19 november
een non-conformiteit gecombineerd met de graad
waarschijnlijkheid
die non-conformiteit;2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief gevolg
een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de waarschijnlijkheid
die non-conformiteit;3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid
een non-conformiteit geeft voor dat criterium een laag risico;4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet laag is. § 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel
verifieerbare informatie die een combinatie is
: 1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving, regeringsstatistieken of beheersplannen;en 2° lokale verificatie door: a) consultatie
stakeholders en experten uit alle relevante stakeholdercategorieën in de regio;en b) eigen onderzoek in de regio. Art. 17.§
een biomassastroom uit een regio die niet voldoet aan de criteria wordt vermeden. § 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria. HOOFDSTUK IX. - Opstelling
het biomassarapport Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft uitgevoerd
de volledige productieketen
een bepaalde biomassastroom volgens de bepalingen
een erkend certificatieschema. Het biomassarapport geeft een overzicht
alle relevante kenmerken
de biomassastroom. Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen
toepassing: 1° De unieke referentiecode is gestructureerd als BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa, [XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode
de certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk is aan de unieke 3-lettercode
het certificatieschema dat hiervoor toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode
de finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de referentiecode
het biomassarapport uniek is en tot slot een controlegetal bestaande uit 2 cijfers;2° De datum
toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar];3° De informatie met betrekking tot de identiteit
de finale biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam, telefoonnummer en email-adres;4° De identificatie
de biomassastroom omvat de beschrijvingen
de biomassastroom overeenkomstig artikel 20;5° De identificatie
de productieketen omvat een opsomming
de verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische volgorde bij het doorlopen
de productieketen;6° Het land
oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is
landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer;7° De minimale gedekte hoeveelheid
de biomassastroom op jaarbasis wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de vorm zoals deze geleverd wordt;8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram geleverde biomassastroom;9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram geleverde biomassastroom;10° Het advies
de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de woordelijke overname
het formele advies
de OVAM met betrekking tot energetische valorisatie
de betreffende biomassastroom;11° Indien
toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke overname
het formele advies
de OVAM met betrekking tot de groenfactor;12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen"; 13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10
het Energiebesluit
19 november 2010 wordt per criterium dat
toepassing is aangegeven of er al dan niet aan voldaan is; 14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik
vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen en indien ja voor welke delen
de productieketen.Indien
toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7 en 8
het Energiebesluit
19 november 2010 en of de factor voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1
het Energiebesluit
19 november 2010; 15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven
alle certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden aangetoond gedurende de volledige periode
geldigheid
het biomassarapport;16° Voor de berekening
broeikasgasemissies
vaste en gasvormige biomassa voor de productie
elektriciteit en warmte wordt de methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM
het Europese Joint Research Center. Art. 20.§ 1. De definitie
afvalstof, vermeld in het materialendecreet is
toepassing voor dit besluit. In geval
twijfel over het afvalstatuut wordt het advies
de OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut. § 2. De identificatie
een biomassastroom die geen afval is, bevat minstens de volgende gegevens: 1° De gebruikelijke benaming
de biomassastroom;2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen en leveringsbons;3° GN-code of -codes;4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig;5° De stukgrootte indien
toepassing, meer bepaald de minimumafmeting en maximumafmeting
de stukken in de biomassastroom uitgedrukt in cm;6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in procent (%). § 3. De identificatie
een biomassastroom die afval is, bevat minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1
het Energiebesluit
19 november 2010. HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling
een certificatieschema Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de periodieke beoordeling
erkende certificatieschema's. §
het certificatieschema. Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die
toepassing waren op het ogenblik
de vorige beoordeling
het certificatieschema belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen. HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams Energieagentschap Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de bepalingen in artikel 25
dit besluit, die het voor de productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3
het Energiebesluit
19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit het Energiebesluit
19 november 2010 te voldoen. Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken
de vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° Er wordt een overzichtstabel
de inputstromen overgemaakt aan het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap bepaald formaat;2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan het Vlaams Energieagentschap overgemaakt; 3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank biobrandstoffen
de federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid
de voedselketen en leefmilieu door middel
de volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer
registratie in de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen. 4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie groenafval afkomstig
Vlaamse composteerinstallaties (biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen. §
de geproduceerde elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de berekening
het aantal toe te kennen aanvaardbare groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid, overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2,
het Energiebesluit
19 november
het Vlaams Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de gevraagde vorm ter staving
: 1° de bepaling
biomassakenmerken;2° de in het kader
een bepaald groenestroomdossier of dossier voor ondersteuning
groene warmte afgelegde verklaringen;3° uitgevoerde audits;4° leveringen
biomassa. § 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder
het biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing
het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de minister bevoegd voor energie. Art. 26.Wanneer de waarde
een bepaald biomassakenmerk ontbreekt op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd vastgesteld bij de bepaling
een bepaald biomassakenmerk, kan het Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken
dit biomassakenmerk: 1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis
eigen expertise;2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid
afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare groenestroomcertificaten;3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria. Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet
26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie
de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid
bestuur sluiten betreffende de openbaarheid
bestuur. HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27
het besluit
de Vlaamse Regering
12 mei 2017Relevante gevonden documenten type besluit
de vlaamse regering prom. 12/05/2017 pub. 21/06/2017 numac 2017012695 bron vlaamse overheid Besluit
de Vlaamse Regering houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen
de certificatentoekenning en de invoering
biomassacertificatie,
duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en
ILUC-voorwaarden sluiten houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft technische wijzigingen
de certificatentoekenning en de invoering
biomassacertificatie,
duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa en
ILUC-voorwaarden treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd
af de inwerkingtreding
dit besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de inwerkingtreding
dit besluit
af 1 april 2020. Art. 29.Artikel 10
het besluit
de Vlaamse Regering
30 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit
de vlaamse regering prom. 30/11/2018 pub. 27/12/2018 numac 2018015561 bron vlaamse overheid Besluit
de Vlaamse Regering houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie sluiten houdende wijziging
het Energiebesluit
19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in werking. Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding
dit besluit geen biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast. § 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5
dit besluit bepaald worden volgens de procedures die
kracht waren voor de inwerkingtreding
dit besluit. § 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de inwerkingtreding
dit besluit aanvaardt het Vlaams Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met zesde lid
dit besluit aangetoond worden met behulp
een zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter beschikking wordt gesteld; § 4. Het vereenvoudigd certificatieschema
het Vlaams Energieagentschap zal zes maanden na publicatie
dit besluit in werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig op de hoogte gebracht worden met vermelding
de eventuele acties die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om te voldoen aan de vereisten
dit schema. Brussel, 5 april 2019. De Vlaamse minister
Begroting, Financiën en Energie, L. PEETERS Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.