wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der inste
Art. 52
.Elke inrichtende macht die minderjarigen in een voorziening wil opnemen of door een voorziening wil laten begeleiden, laat die voorziening vooraf erkennen conform de regels, vermeld in artikel 53 tot en met artikel 60. Art. 53.Een erkenning kan alleen worden verleend: 1° als daarvoor een ontvankelijke aanvraag wordt ingediend;2° als voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in dit besluit;3° als de begrotingskredieten dat mogelijk maken. Art. 54.Een aanvraag van erkenning van een voorziening is alleen ontvankelijk als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de inrichtende macht dient de aanvraag bij de administratie in met een beveiligde zending;2° de aanvraag bevat al de volgende gegevens:
- a)de identiteit van de inrichtende macht;
- b)de categorie of categorieën waarvoor erkenning wordt gevraagd;
- c)de typemodules waarvoor erkenning wordt gevraagd;
- d)het aantal modules waarvoor erkenning wordt gevraagd;
- e)het werkgebied;
- f)per typemodule de leeftijdscategorie en het geslacht van de minderjarigen voor wie de erkenning wordt gevraagd;
- g)de verschillende afdelingen waaruit de voorziening zal bestaan of de voorzieningen zullen bestaan;
- h)het pedagogische profiel van de voorziening of de voorzieningen;
- i)voor een organisatie voor bijzondere jeugdzorg die modules verblijf wil aanbieden met toepassing van artikel 14: het aantal minderjarigen en het geslacht van de minderjarigen voor wie de erkenning wordt gevraagd;
- j)voor een organisatie voor bijzondere jeugdzorg die structureel minderjarigen wil opnemen of begeleiden die in een gemeenschapsinstelling verblijven: het aantal minderjarigen dat ze op jaarbasis willen opnemen of begeleiden;
- k)voor een centrum voor integrale gezinszorg: het maximale aantal gebruikers dat het centrum voor integrale gezinszorg per afdeling residentieel kan opnemen. Art. 55.De minister legt de verdeling van de erkende en te erkennen capaciteit over de regio's vast in een programmatie die gebaseerd is op de punten, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd. Art. 56.Per gerechtelijk arrondissement wordt één voorziening van categorie 5 erkend. De minister kan daarvan afwijken vanwege de grootte van het arrondissement of het aantal dossiers. Art. 57.§ 1. Als de aanvraag van erkenning van een voorziening niet ontvankelijk is, stuurt de administratie die aanvraag met een aangetekende zending en uiterlijk dertig dagen na ontvangst aan de aanvragende, inrichtende macht terug. In die zending wordt de reden van de niet-ontvankelijkheid vermeld. § 2. Als de aanvraag van erkenning van een voorziening ontvankelijk is, en als de administrateur-generaal voorneemt om de erkenning te weigeren, betekent de administratie dat voornemen aan de inrichtende macht. De betekening, vermeld in het eerste lid, gebeurt met een aangetekende zending met kennisgeving van ontvangst. In die zending worden de mogelijkheid en de voorwaarden vermeld waarop een bezwaarschrift als vermeld in artikel 59, kan worden ingediend. § 3. De beslissing van de administrateur-generaal om de erkenning te verlenen wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag betekend aan de inrichtende macht. Die beslissing wordt betekend met een aangetekende zending. Art. 58.Als de beslissing van de administrateur-generaal, vermeld in artikel 57, niet is betekend aan de inrichtende macht, binnen de termijn vermeld in artikel 57, § 3, wordt ervan uitgegaan dat de erkenning van de voorziening wordt geweigerd. Art. 59.§ 1. De inrichtende macht kan tot uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van het voornemen van de administrateur-generaal om de erkenning van de voorziening te weigeren of, in geval van toepassing van artikel 57, na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 57, § 3, een bezwaarschrift indienen. Na die termijn van dertig dagen is het bezwaarschrift niet meer ontvankelijk. Om het bezwaarschrift te kunnen indienen, stuurt de inrichtende macht een aangetekende zending aan de administratie met vermelding van de motieven waarom ze de weigering ongegrond acht. Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/12/2007 pub. 21/12/2007 numac 2007037262 bron vlaamse overheid Decreet houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. § 2. Als de inrichtende macht geen bezwaarschrift heeft ingediend conform paragraaf 1, eerste lid, wordt de beslissing van de administrateur-generaal om de erkenning te weigeren, betekend aan de inrichtende macht. De administratie betekent die beslissing met een aangetekende zending binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Art. 60.De administrateur-generaal kan een voornemen tot erkenning bekendmaken met het oog op een volwaardige erkenning, indien de voorziening voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. In de periode tussen het voornemen tot erkenning en het verlenen van een volwaardige erkenning kan de inrichtende macht geen aanspraak maken op subsidies op grond van dit besluit noch minderjarigen begeleiden of opvangen. Als de inrichtende macht binnen achttien maanden, te rekenen vanaf de bekendmaking van het voornemen tot erkenning van de administrateur-generaal, niet het bewijs kan leveren dat de voorziening aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, wordt het voornemen tot erkenning ambtshalve ingetrokken. Art. 61.Als de administrateur-generaal de erkenning weigert, kan de inrichtende macht de aanvraag niet onmiddellijk opnieuw indienen. Er moet minstens één jaar verstreken zijn sinds de betekening van de beslissing tot weigering, of de inrichtende macht moet aantonen dat de reden voor de weigering niet langer bestaat. Afdeling 2. - Procedure voor het wijzigingen van
Art. 62
.Artikel 53 tot en met 61 zijn van overeenkomstige toepassing voor het wijzigen van de categorie, de capaciteit, de leeftijd en het geslacht van de doelgroep, alsook voor een verhuizing van de voorziening of een afdeling ervan naar een ander bestuurlijk arrondissement. Art. 63.De administrateur-generaal kan op elk ogenblik de andere voorwaarden dan de voorwaarden van de erkenning, vermeld in artikel 62, wijzigen, nadat de inrichtende macht daarvoor een aanvraag heeft ingediend. Afdeling 3. - Procedure voor het intrekken van
Art. 64
.Als een voorziening niet langer voldoet aan een of meer erkenningsvoorwaarden, kan de administratie de inrichtende macht ertoe aanmanen zich binnen acht dagen tot zes maanden naar die voorwaarden te schikken. De inrichtende macht wordt aangemaand met een aangetekende zending met kennisgeving van ontvangst. In die zending wordt vermeld welke erkenningsvoorwaarden niet worden nageleefd. Art. 65.§ 1. Als ondanks de aanmaning de voorziening de erkenningsvoorwaarden niet naleeft, kan de administrateur-generaal zich voornemen de erkenning in te trekken. De administratie betekent dat voornemen met een aangetekende zending met kennisgeving van ontvangst aan de inrichtende macht. In die zending worden de mogelijkheid en de voorwaarden vermeld waarop de inrichtende macht een bezwaarschrift kan indienen. § 2. Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing als de administrateur-generaal definitief beslist een erkenning in te trekken. Als de beslissing, vermeld in het eerste lid, niet aan de inrichtende macht is betekend binnen de termijn die daarvoor is bepaald conform artikel 59, blijft de voorziening erkend. Art. 66.In afwijking van artikel 64 en 65 kan de administrateur-generaal, na de inrichtende macht te hebben gehoord, de erkenning onmiddellijk intrekken als blijkt dat de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van minderjarigen binnen een voorziening ernstig in het gedrang komt. Afdeling 4. - Toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden Art. 67.Personeelsleden van Zorginspectie bij het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en voor wat voorzieningen van de categorie 6 betreft ook de onderwijsinspectie, oefenen ter plaatse of op basis van stukken toezicht uit op de naleving van de erkenningsvoorwaarden door de voorzieningen. De voorzieningen verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Ze bezorgen aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, op hun eenvoudig verzoek, de stukken die verband houden met de erkenningsaanvraag of de erkenning. HOOFDSTUK 6. - Gelijkgestelde voorzieningen en projecten Art. 68.Alleen voor de toelating om minderjarigen op te nemen, worden de volgende voorzieningen gelijkgesteld met erkende voorzieningen: 1° de voorzieningen die erkend zijn in het kader van het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap of van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 11/10/2004 numac 2004036482 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de integrale jeugdhulp sluiten tot oprichting van een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;2° de voorzieningen die erkend zijn in het kader van het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin of het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin;3° de ziekenhuizen, vermeld in het koninklijk besluit van 7 augustus 1987 houdende coördinatie van de wet op de ziekenhuizen;4° de voorzieningen die buiten het Nederlands taalgebied liggen en waarvoor een overeenkomst is gesloten met de Vlaamse Gemeenschap;5° de schoolinternaten. De gelijkstelling, vermeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken na advies van de inspectiedienst van de administratie of van de betrokken sector. Art. 69.§ 1. De residentiële voorzieningen, vermeld in artikel 68, eerste lid, 3° en 5°, kunnen, nadat ze een factuur of ander verantwoordingsstuk hebben voorgelegd, per minderjarige subsidies ontvangen voor de noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het verblijf, met een maximum per dag conform het tarief vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. De minister kan subsidies verlenen aan de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, om aan de minderjarigen zakgeld te betalen conform bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd. § 2. Er worden geen subsidies toegekend als andere instanties al subsidiëren of als overheidskredieten ter beschikking worden gesteld voor het onderhoud van de minderjarigen. De beperking, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de psychiatrische ziekenhuizen. Art. 70.Voor de organisatie en coördinatie van een project, vermeld in artikel 46° /1, van het decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 kan ten laste van het fonds en binnen de begrotingskredieten, aan een of meer inrichtende machten, op hun aanvraag, een subsidie worden verleend. Een subsidieaanvraag is alleen ontvankelijk: 1° als ze door de inrichtende macht(
- en)bij de administratie wordt ingediend met een beveiligde zending;2° als ze de volgende elementen bevat:
- a)de identiteit en het adres van de inrichtende macht;
- b)een omschrijving van het project die de volgende elementen bevat: 1) de probleemstelling die aan de grondslag ligt van het project;2) de manier waarop het project op de probleemstelling ingrijpt;3) de verhouding van het project tot het bestaande aanbod;4) de maatschappelijke relevantie van het project;5) de doelgroep en het aantal minderjarigen op wie het project betrekking zal hebben;6) verwijzingen naar bestaand onderzoek als die beschikbaar zijn;7) de beoogde effecten van het project;8) de indicatoren en meetfactoren om de beoogde effecten te meten;9) de wijze waarop en door wie het project opgevolgd en geëvalueerd zal worden;10) de wijze waarop het project structureel gemaakt kan worden;11) de duurtijd en fasering van het project;12) een begroting van alle inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op de realisatie van het project. Artikel 11 en artikel 28 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing op de projecten. De duurtijd vermeld in het tweede lid, 2°, b), 11), bedraagt maximaal vijf jaar. Overschrijding van die termijn kan alleen op beslissing van de minister, nadat de inrichtende macht daarvoor een aanvraag indient die, behalve de elementen, vermeld in het tweede lid, 2°, een motivatie voor de verlenging bevat. De subsidie wordt verleend in het kader van een overeenkomst die wordt gesloten met de minister. De overeenkomst bevat: 1° de identiteit en het adres van de contracterende partijen;2° de omschrijving van het project, vermeld in het tweede lid, 2°, b);3° een verwijzing naar het vierde lid;4° een verwijzing naar de specifieke criteria, vermeld in het derde lid;5° de wijze waarop over de voortgang van het project wordt gerapporteerd, zowel inhoudelijk als financieel;6° de opgave van de subsidiebedragen en van de bestemming van de bedragen;7° de vermelding van de uitbetalingsmodaliteiten van de subsidies;8° de looptijd van de overeenkomst;9° de vermelding hoe de overeenkomst wordt beëindigd. De subsidie wordt verleend op voorwaarde dat: 1° ze uitsluitend wordt aangewend voor de personeelskosten en de werkingskosten die nodig zijn voor de realisatie van het project;2° er een boekhoudplan wordt gebruikt conform een rekeningstelsel dat wordt bepaald door de minister;3° toezicht van de administratie mogelijk is op de boekhouding en op de aanwending van de subsidies, zowel op basis van stukken als ter plaatse. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen Art. 71.Artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende de integrale jeugdhulp wordt vervangen door wat volgt: "Art. 4.Onder de integrale jeugdhulp valt de volgende jeugdhulpverlening die met toepassing van het decreet van 12 maart 2013 wordt aangeboden door: 1° de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 15 februari 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het jeugddelinquentierecht;2° de erkende voorzieningen, vermeld in artikel 1, 15° van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp. Onder de integrale jeugdhulp valt ook de jeugdhulpverlening in het raam van projecten als vermeld in artikel 70 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp.". Art. 72.In artikel 35 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1, punt 2° vervangen door wat volgt: "2° : de onthaal-, observatie- en oriëntatiecentra, vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp.". Art. 73.In artikel 74, paragraaf 1 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid vervangen door wat volgt: "De vergoeding wordt niet toegekend voor de crisisinterventie, -begeleiding of -opvang gepresteerd door de diensten voor crisishulp aan huis, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp." HOOFDSTUK 8. - Opheffings-, Overgangs- en Slotbepalingen Art. 74.De volgende regelingen worden opgeheven: 1° het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 januari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand;2° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 betreffende de subsidiëring van naadloze flexibele trajecten onderwijs - welzijn. Art. 75.Elke wijziging aan dit besluit, voor wat erkenning, organisatie en subsidiëring van de voorzieningen van de categorie 6 betreft, kan uitsluitend door de Vlaamse Regering worden doorgevoerd op gezamenlijk voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, en de minister. Art. 76.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019. Art. 77.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 5 april 2019. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld