(1)In dit verband kan er trouwens aan herinnerd worden dat de Raad van State, afdeling Wetgeving, bij artikel 7, tweede lid, van het voorontwerp dat de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 19/04/2019 numac 2019011850 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering type wet prom. 23/03/2019 pub. 04/04/2019 numac 2019040586 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen sluiten is geworden, erop gewezen had dat niet zomaar steeds alle gerechtskosten zullen kunnen worden teruggevorderd (adv.RvS 64.218/1 van 8 november 2018 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 19/04/2019 numac 2019011850 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering type wet prom. 23/03/2019 pub. 04/04/2019 numac 2019040586 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen sluiten, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 3412/1, opmerking 14). 15 DECEMBER
- - Koninklijk besluit tot vaststelling van de organisatie van de arrondissementele bureaus gerechtskosten en de procedure volgens dewelke gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten worden toegekend, geverifieerd, betaald en teruggevorderd FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op artikel 108 van de Grondwet, Gelet op de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 19/04/2019 numac 2019011850 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering type wet prom. 23/03/2019 pub. 04/04/2019 numac 2019040586 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van Strafvordering, artikel 3, § 1, vierde lid, artikel 4, § 1, 5°, en § 5, artikel 5, eerste lid, artikel 6, § 4, artikel 7, eerste lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid; Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 mei 2019; Gelet op de akkoordbevinding van Onze minister van Begroting van 23 oktober 2019; Gelet op advies nr. 156/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 4 september 2019; Gelet op het advies van het Controleorgaan op de politionele informatie van 11 september 2019; Gelet op advies 66.689/1 van de Raad van State, gegeven op 2 december 2019, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging. Op voordracht van de Minister van Justitie, en op het advies van de in de Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK
- - DEFINITIES EN BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS Afdeling
- - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "de wet": de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 19/04/2019 numac 2019011850 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering type wet prom. 23/03/2019 pub. 04/04/2019 numac 2019040586 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van Strafvordering;2° "tariefbesluit": een koninklijk besluit voor een of meerdere categorieën van prestatieverleners genomen op basis van artikel 11, eerste lid, van de wet;3° "minister": de minister bevoegd voor Justitie.4° "AVG": de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;5° "Kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens": de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens type wet prom. 30/07/2018 pub. 10/08/2018 numac 2018031637 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse financiële bepalingen type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018031589 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie type wet prom. 30/07/2018 pub. 10/08/2018 numac 2018031626 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Afdeling
- - Bepalingen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens Art. 2.De procedure van toekenning, van vaststelling, van betaling en van terugvordering van gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten kadert in de verwezenlijking van de doelstellingen van Justitie en vormt een opdracht van openbaar belang in de zin van artikel 6.1.e) van de AVG. In het kader van deze procedure worden de persoonsgegevens bedoeld in artikelen 9 en 10 van de AVG verwerkt onder de verantwoordelijkheid van een medewerker van Justitie, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van het gestelde doel. Deze gegevens worden voor maximaal 15 jaar bewaard vanaf hun registratie. Art. 3.De rechterlijke orde is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7) van de AVG voor de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de taxatie. De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdient Justitie is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7) van de AVG voor: 1° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de vereffening;2° de persoonsgegevens die worden verwerkt door het centraal bureau gerechtskosten, bedoeld in artikel 6;3° de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van het beroep bedoeld in artikel
- Art. 4.De minister van Justitie is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 26.8 van de kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens voor de persoonsgegevens die worden verwerkt door de bevoegde rechterlijke instanties of politiediensten op het platform bedoeld in artikel
- De doeleinden van de verwerking van de gegevens op dit platform zijn: 1° het verzekeren van de identificatie van gebruikers;2° het faciliteren, standardiseren, optimaliseren en beveiligen van de uitwisseling van vragen en antwoorden in het kader van de uitvoering van de artikelen 46bis, 88bis, 90ter tot en met 90decies, 464/13, 464/25 en 464/26 van het Wetboek van Strafvordering;3° het verschaffen van een duidelijke basis om de kostenstaat van de telecomoperatoren, bedoeld in artikel 18, te berekenen. Persoonsgegevens worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde rechterlijke instanties of de leidinggevende van een inlichtingendienst, wanneer deze gegevens noodzakelijk en proportioneel zijn in het licht van de gestelde doelen in punten 1° tot en met 3°. Enkel voor het gestelde doel bedoeld in punt 2° en in het kader van telefoontaps bedoeld in artikel 90quater van het Wetboek van Strafvordering worden persoonsgegevens verwerkt, zoals bedoeld in artikel 34 van de kaderwet inzake de bescherming van persoonsgegevens. De persoonsgegevens die verwerkt worden op dit platform worden voor maximaal 30 jaar bewaard vanaf hun registratie. Art. 5.In het kader van de verwerking van de gegevens bedoeld in artikelen 2 en 4, worden volgende minimale garanties voorzien om de rechten en vrijheden van de betrokken personen te beschermen: 1° passende technische of organisatorische maatregelen worden aangenomen om te verzekeren dat de toegang tot persoonsgegevens wordt beperkt tot de personen die voor de uitoefening van hun functie kennis moeten nemen van deze gegevens, en dat de mogelijkheden tot verwerking ervan beperkt worden tot slechts die gegevens die onontbeerlijk zijn;2° in het bijzonder wordt een beheerssysteem voor de toegangen voorzien teneinde de gebruikers te identificeren en de rollen en de omvang van de toegangsrechten te controleren;3° de lijst van de categorieën van personen die worden aangewezen om de gegevens te verwerken, wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde controlerende overheid;4° de personen bedoeld in punt 1° zijn onderworpen aan het beroepsgeheim of de discretieplicht;5° de technische omgeving, in dewelke de gegevensverwerking plaatsvindt, beantwoordt aan de hedendaagse normen en standaarden teneinde de authenticiteit, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevensverwerking te verzekeren. Voor wat betreft het platform bedoeld in artikel 18 worden logbestanden bijgehouden, in de zin van artikel 56 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens type wet prom. 30/07/2018 pub. 10/08/2018 numac 2018031637 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse financiële bepalingen type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018031589 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie type wet prom. 30/07/2018 pub. 10/08/2018 numac 2018031626 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Deze bestanden worden bewaard voor maximaal 30 jaar. HOOFDSTUK
- - ORGANISATIE EN OMKADERING Art. 6.Het centraal bureau gerechtskosten is bevoegd voor: 1° het geven van juridisch-technische bijstand aan de taxatie- en vereffeningsbureaus, evenals aan opdrachtgevers, prestatieverleners, en belanghebbende overheden;2° het opleggen van de gepaste bestuurlijke maatregelen. Art. 7.Voor de uitvoering van zijn opdrachten bedoeld in artikel 4, § 3, van de wet wordt het diensthoofd van het taxatiebureau bijgestaan door administratief of financieel deskundigen, en assistenten, die allen specifiek hiertoe door de Federale Overheidsdienst Justitie worden opgeleid. Art. 8.Voor de uitvoering van zijn opdrachten bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet wordt het diensthoofd van het vereffeningsbureau bijgestaan door gespecialiseerde medewerkers, die specifiek hiertoe door de Federale Overheidsdienst Justitie worden opgeleid. HOOFDSTUK
- - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN VIA DE DIGITALE PROCEDURE Art. 9.De vordering wordt door de opdrachtgever, die zich daartoe identificeert met behulp van zijn e-ID kaart, per e-mail verstuurd naar de prestatieverlener, die er langs dezelfde weg de ontvangst van bevestigt. De vordering omvat tenminste de volgende gegevens: 1° het uniek nummer van de prestatieverlener;2° het notitienummer van het dossier;3° de unieke code als digitaal paspoort van de vordering, hierna "unieke code van de vordering" genoemd;4° het voorwerp van de vordering;5° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld. De vordering wordt verstuurd naar het e-mailadres van de prestatieverlener, door hem opgegeven bij zijn opname in het nationaal register. De prestatieverlener is verplicht eventuele wijzigingen van zijn e-mailadres te laten registreren. Voor de prestatieverleners die niet in een nationaal register moeten zijn ingeschreven, wordt het e-mailadres geregistreerd bij een taxatiebureau of bij het centraal bureau gerechtskosten. De minister legt het model van de vordering vast voor een of meerdere groepen van prestatieverleners. Art. 10.De prestatieverlener stuurt zijn verslag, indien dit vereist is, op digitale wijze naar de opdrachtgever. De opdrachtgever keurt de prestatie of het resultaat ervan goed, of hij formuleert zijn opmerkingen. Art. 11.Na goedkeuring van de prestatie of het resultaat ervan, dient de prestatieverlener zijn kostenstaat digitaal in bij het taxatiebureau. Op het taxatiebureau koppelt de boekhoudapplicatie de kostenstaat met behulp van zijn unieke code aan de vordering. Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief. Het taxatiebureau stuurt in die gevallen een gemotiveerd voorstel tot aanpassing van zijn kostenstaat aan de prestatieverlener. De kostenstaat is definitief goedgekeurd als de prestatieverlener akkoord gaat met dit voorstel. De beslissing tot weigering of vermindering van de kostenstaat wordt gemotiveerd en aan de prestatieverlener ter kennis gebracht. Als de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen. Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot
- Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd. Art. 12.Het vereffeningsbureau zet de goedgekeurde kostenstaat in betaling als de volgende voorwaarden vervuld zijn: 1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, de geleverde prestatie of het resultaat ervan, en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;4° er wordt rekening gehouden met de eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling. In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot
- HOOFDSTUK
- - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN ALS DE DIGITALE PROCEDURE NIET BESCHIKBAAR IS Art. 13.De ondertekende vordering wordt door de opdrachtgever per e-mail gestuurd naar de prestatieverlener. Ze omvat tenminste de volgende gegevens: 1° het uniek nummer van de prestatieverlener;2° het notitienummer van het dossier;3° het voorwerp van de vordering;4° de termijn waarbinnen de vordering dient te worden afgehandeld. Als de verzending per e-mail niet mogelijk is, kan de opdrachtgever in dringende gevallen de vordering via een ander communicatiemiddel overmaken mits de prestatieverlener hiervan de ontvangst meldt. Ingeval de vordering telefonisch gebeurt, is de opdrachtgever verplicht zijn vordering binnen achtenveertig uren per e-mail of een ander schriftelijk communicatiemiddel te bezorgen aan de prestatieverlener die hiervan de ontvangst meldt. Art. 14.De prestatieverlener stuurt zijn verslag, indien dit vereist is, op digitale wijze naar de opdrachtgever. De opdrachtgever keurt de prestatie of het resultaat ervan goed, of formuleert zijn opmerkingen. Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt. Art. 15.De prestatieverlener stuurt een kopie van de vordering, met de goedkeuring van de prestatie en de ondertekende kostenstaat naar het taxatiebureau. Alleen als de verzending per e-mail onmogelijk is, mag de prestatieverlener gebruik maken van een ander communicatiemiddel, mits hij zijn verslag uiterlijk binnen achtenveertig uren na de vastgestelde termijn aan de opdrachtgever bezorgt. Het taxatiebureau registreert de kostenstaat onmiddellijk in de boekhoudapplicatie. Het taxatiebureau controleert de kostenstaat en keurt hem goed, behalve bij vertraging van het uitvoeren van de prestatie, slechte uitvoering, incorrecte facturatie of elk ander vermoeden van onregelmatigheden. Enkel in deze gevallen kan dit bureau kennis nemen van het verslag, om op basis van concrete elementen uit dit verslag na te gaan of er sprake is van een niet verantwoorde vertraging van het uitvoeren van de prestatie, een slechte uitvoering, een incorrecte facturatie of een ander vermoeden van onregelmatigheden. Ingeval het niet mogelijk is om het verslag digitaal over te maken, wordt het verzonden per gewone brief. Ingeval de prestatieverlener niet akkoord gaat met de opmerkingen kan hij uitleg vragen, de opmerkingen beantwoorden en eventueel een tegenvoorstel doen. Als het taxatiebureau niet akkoord gaat met de kostenstaat of met het tegenvoorstel, zelfs zonder gebruik te hebben gemaakt van de voornoemde mogelijkheden, kan de prestatieverlener beroep instellen volgens de procedure, bepaald in de artikelen 25 tot
- Iedere wijziging van de kostenstaat moet conform zijn met de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten. In de boekhoudapplicatie worden het bedrag van de kostenstaat en de eventuele wijzigingen ervan geregistreerd. Art. 16.Het vereffeningsbureau zet de goedgekeurde kostenstaat in betaling als de volgende voorwaarden vervuld zijn: 1° er moet overeenstemming zijn tussen de vordering van de opdrachtgever, het geleverde eindproduct en hetgeen is opgenomen in de kostenstaat;2° de gegevens van de prestatieverlener op de kostenstaat stemmen overeen met die in de boekhoudapplicatie;3° het risico op dubbele betaling is nagegaan;4° er wordt rekening gehouden met eventueel toepasselijke bijzondere modaliteiten bij de betaling. In geval van afkeuring wordt de kostenstaat teruggestuurd naar het taxatiebureau voor correctie. Worden de voorgestelde correcties niet aanvaard door de prestatieverlener, dan wordt het onbetwist gedeelte betaald en kan de prestatieverlener in beroep gaan overeenkomstig de artikelen 25 tot
- Art. 17.De in dit hoofdstuk bepaalde procedure is ook van toepassing op tolken. Zij dienen maandelijks één kostenstaat in, met als bijlagen: 1° de originele vorderingen;2° de ingevulde prestatiefiche, bepaald door het tariefbesluit dat op hen van toepassing is, waarop alle prestaties inzake strafzaken zijn vermeld.Deze laatste moeten lijn per lijn worden tegengetekend door de opdrachtgever. Zijn handtekening is de goedkeuring van de daar vermelde prestatie als echt en waar. HOOFDSTUK
- - DE ORGANISATIE VAN DE BEHANDELING VAN GERECHTSKOSTEN VOORTGEBRACHT DOOR DE TELECOMOPERATOREN Art. 18.Krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/01/2003 pub. 10/02/2003 numac 2003009111 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 46bis, § 2, eerste lid, 88bis, § 2, eerste en derde lid, en 90quater, § 2, derde lid van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 109ter, E, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven type koninklijk besluit prom. 09/01/2003 pub. 03/02/2003 numac 2003022018 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 september 2002 tot uitvoering van artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 type koninklijk besluit prom. 09/01/2003 pub. 20/01/2003 numac 2003002002 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden der instellingen van openbaar nut en de autonome overheidsbedrijven, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk sluiten houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie, wordt voor de uitwisseling van de vragen en de antwoorden op basis van de artikelen 46bis, 88bis en 90ter 90ter tot en met 90decies, 464/13, 464/25 en 464/26 van het Wetboek van Strafvordering voorzien in een uitwisselingsplatform voor vragen en antwoorden tussen de opdrachtgever en de operatoren van elektronische communicatienetwerken of verstrekkers van elektronische communicatiediensten, hierna "telecomoperatoren" genoemd. Dit uitwisselingsplatform wordt beheerd door de dienst "National Technical & Tactical Support Unit - Central Technical Interception Facility" van de Federale Politie, hierna het NTSU/CTIF genoemd. Art. 19.De door de opdrachtgever aangeduide uitvoerende politiedienst voert de vragen die voortvloeien uit de vordering in op het daartoe bestemde uitwisselingsplatform. In functie van het voorwerp van de vraag en van de onderzoekscriteria die worden meegegeven in de vraag, bepaalt dit platform de betrokken operatoren. In afwijking van de automatische bepaling van de bestemmelingen door het uitwisselingsplatform, kan de uitvoerende politiedienst zelf bepalen welke telecomoperator bestemmeling is van de vraag. Elke vraag die door het uitwisselingsplatform wordt aangemaakt voor een bepaalde telecomoperator krijgt een unieke vraagcode. Deze vragen worden ter beschikking gesteld van de aangeduide telecomoperator via het uitwisselingsplatform. In functie van de overeenkomsten die hij heeft gesloten met het uitwisselingsplatform, wordt elke telecomoperator gewaarschuwd van een nieuwe vraag gesteld aan zijn Coördinatiecel Justitie door een van de volgende middelen: - een automatisch bericht op het ogenblik van zijn verbinding met het uitwisselingsplatform, - een e-mail (light integration), - een directe verzending aan de server langs de zijde van de telecomoperator (full integration). De vraag omvat tenminste de volgende elementen: 1° het uniek nummer van de prestatieverlener;2° het notitienummer van het dossier;3° de unieke code van de vordering;4° de unieke code van de vraag;5° het voorwerp van de vraag;6° de zoekcriteria waarop de vraag betrekking heeft;7° een kopie van de vordering waarop de vraag is gebaseerd;8° het tijdstip van registratie in het uitwisselingsplatform. Art. 20.De Coördinatiecel Justitie van de betrokken telecomoperator beantwoordt de vraag door ofwel het resultaat op te laden op het uitwisselingsplatform of door de gevraagde onderschepping van communicatie door te zenden naar het uitwisselingsplatform. De uitvoering van de maatregel wordt geregistreerd op het uitwisselingsplatform. De resultaten worden aan de uitvoerende politiediensten ter beschikking gesteld via het uitwisselingsplatform of via het telecommunicatie interceptieplatform. De uitvoerende politiediensten zenden de resultaten aan de opdrachtgever. Art. 21.De telecomoperator stelt maandelijks een kostenstaat op, gebaseerd op het overzicht van de in de loop van de afgelopen maand uitgevoerde vragen die hem door het platform werden geleverd. Hij stuurt zijn kostenstaat, waarin hij dit overzicht opneemt, aan het NTSU/CTIF en geeft voor elk gegeven antwoord de volgende inlichtingen: 1° het notitienummer van het dossier;2° de unieke code van de vordering;3° de unieke code van de vraag ;4° het voorwerp van de vraag;5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;6° het eenheidstarief voor die vraag;7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag. Art. 22.De kostenstaten hieromtrent worden geverifieerd door het NTSU/CTIF. Art. 23.Wanneer buiten het uitwisselingsplatform een vraag wordt gesteld aan een telecomoperator, stelt deze zijn kostenstaat op na uitvoering van de vraag. Hij stuurt hem naar het NTSU/CTIF ter verificatie en voegt er een kopie van de vordering bij. Art. 24.Het NTSU/CTIF stuurt maandelijks aan de Federale Overheidsdienst Justitie een lijst van de tijdens de afgelopen maand op het uitwisselingsplatform uitgevoerde vragen. De Federale Overheidsdienst Justitie deelt aan de griffies en de parketten een overzicht mee van de in elk dossier terug te vorderen gerechtskosten. Voor alle vragen bevat dit overzicht minstens de volgende inlichtingen: 1° het notitienummer van het dossier;2° de unieke code van de vordering;3° de unieke code van de vraag;4° het voorwerp van de vraag;5° het aantal factureerbare eenheden waarop de vraag betrekking heeft;6° het eenheidstarief voor die vraag ;7° het totaalbedrag voor de betreffende vraag ;8° het uniek nummer van de prestatieverlener. HOOFDSTUK
- - HET BEROEP Art. 25.Bij het beroep, ingesteld overeenkomstig de artikelen 11, zesde lid, 12, tweede lid, 15, zesde lid en 16, tweede lid bedoelde gevallen, moet een kopie van de bestreden beslissing worden gevoegd. Art. 26.De gevolgde procedure is schriftelijk, maar na een gemotiveerde aanvraag kan de mondelinge uitoefening van het hoorrecht worden toegelaten. Art. 27.De directeur-generaal stuurt zijn beslissing aan de partijen. HOOFDSTUK
- - DE INDEXERING VAN DE GERECHTSKOSTEN EN DE VERPLAATSINGSKOSTEN Art. 28.De bedragen bepaald in de tariefbesluiten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex van de voorgaande maand december. Ze worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad voor 30 januari. Art. 29.De bedragen die van toepassing zijn, zijn die van de dag van de vordering. Art. 30.De verplaatsingskosten gemaakt in het kader van hun opdracht, door alle prestatieverleners bedoeld in dit besluit, met uitzondering van de prestatieverleners voor wie een tariefbesluit een tarief bepaalt, worden geïndexeerd volgens de modaliteiten beschreven in dit besluit. Art. 31.De afstanden worden berekend op basis van de reële afstand zoals bepaald door elke algemeen bekende software of applicatie, volgens de snelste weg. HOOFDSTUK
- - GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS INZAKE DE VASTSTELLING VAN DE VERGOEDING VOOR ALLE PRESTATIEVERLENERS Art. 32.De prestatieverleners die zijn aangesteld, hebben recht op een vergoeding, die wordt bepaald in een tariefbesluit. Dit tarief is: 1° ofwel forfaitair, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie een vast tarief geldt, dat ook betrekking heeft, behalve de te motiveren uitzonderingen, op alle onderdelen die behoren tot die prestatie;2° ofwel een uurtarief, dit wil zeggen dat voor de aangegeven prestatie er geen forfaitair tarief bestaat en de prestatieverlener het aantal uren dat hij heeft gepresteerd en de omstandigheden die hem recht geven op de daarbij horende toeslagen bewijst. De prestatieverleners, voor wie er geen tariefbesluit is opgesteld, worden vergoed volgens het uurtarief, bedoeld in in het tweede lid, 2°. De prestatieverleners maken naar geweten de kostenstaat op. Deze staat vermeldt, voor ieder van de gedane verrichtingen, de data, het tijdstip en de duur van de prestaties. De prestatieverleners mogen slechts na akkoord van de opdrachtgever een beroep doen op een derde om hen te helpen een deel van het werk te doen. Ze doen dit op eigen verantwoordelijkheid en betalen de vergoeding voor die persoon zelf. Art. 33.De opdrachtgever bepaalt, indien dit mogelijk is en in samenspraak met de prestatieverlener, de termijn binnen dewelke de opdracht moet beëindigd zijn en, desgevallend, het verslag moet ingediend zijn. De niet-tijdige uitvoering van de opdracht of indiening van het verslag brengt een vermindering mee van het ereloon of de vergoeding van de prestatieverlener, in verhouding met het aantal kalenderdagen vertraging. De prestatieverlener die vaststelt dat hij de afgesproken termijn niet kan naleven, vraagt de opdrachtgever tijdig en op gemotiveerde wijze om uitstel. Tot het opleggen van de in het tweede lid bedoelde sanctie wordt beslist door het taxatiebureau, ambtshalve of op voorstel van de opdrachtgever. HOOFDSTUK
- - BUITENGEWONE KOSTEN Art. 34.Wanneer de rechtspleging of het onderzoek van een bepaalde zaak buitengewone uitgaven vereist, kan met voorafgaande machtiging van de procureur-generaal, de federaal procureur of de bevoegde eerste voorzitter van het Hof van Beroep het normaal geldend tarief worden overschreden. Het bevoegde taxatiebureau wordt hiervan in kennis gesteld. HOOFDSTUK 1
- - LIJST VAN KOSTEN, DIE NIET WORDEN BESCHOUWD ALS GERECHTSKOSTEN Art. 35.Worden niet beschouwd als gerechtskosten, de uitgaven gedaan voor: 1° Het weghalen van in beslag genomen voertuigen door middel van takelwagens, en de stalling ervan, aan de hiertoe vastgestelde prijs, als dit gebeurt als administratieve maatregel;2° De opgraving van lijken die wordt uitgevoerd aan andere dan de plaatselijke tarieven die gelden op de betrokken begraafplaats;3° Het vervoer per taxi van personen, van de gemeenschapsinstellingen voor minderjarigen in waar ze verblijven naar de rechtbank en terug, wanneer de politie niet door het openbaar ministerie gevorderd wordt, of waarvoor een voertuig van het centrum beschikbaar is, of wanneer de persoon in zulke instelling geplaatst is waarvan het beheer door de bijzondere wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014003016 bron federale overheidsdienst financien Bijzondere wet tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014021007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 06/01/2014 pub. 31/01/2014 numac 2014200332 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten met betrekking tot de Zesde Staatshervorming aan de gemeenschappen werd toevertrouwd, namelijk de gesloten centra in Everberg, Saint-Hubert en Tongeren.4° Logistieke handelingen met procedurestukken en overtuigingsstukken, die niet zijn gevorderd door de magistraat bevoegd in een lopende procedure, of die intern kunnen worden uitgevoerd;5° Het gebruik van een zaal voor lijkschouwingen, die op basis van artikel 255, 11°, van de nieuwe gemeentewet aan wetsdokters ter beschikking wordt gesteld;6° De prestaties van duikers en hondengeleiders, evenals die van samenstellers van robotfoto's, die een wedde of vergoeding ontvangen vanwege een overheid of een dienst waarvan ze afhangen, en die prestatie in het kader van hun gewone dienst verrichten;7° Het vervoer en het verblijf in België buiten het kader van een strafrechtelijke procedure door de magistraten, met inbegrip van de griffiers en toegevoegde griffiers, en de eventueel meereizende politieambtenaren ;8° Het verstrekken van het materiaal voor ademtesten;9° Het ontsmetten van in het kader van een lopend onderzoek te onderzoeken of te manipuleren overtuigingsstukken als er geen reden is te vrezen dat ze besmet zijn met ziektekiemen of bevuild met schadelijke stoffen;10° Het herstel van milieuschade die verband houdt met drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen.De gedane uitgaven voor het weghalen van deze drugs, precursoren en daarmee verbonden afvalstoffen zijn geen gerechtskosten als dit weghalen niet werd gevorderd door het openbaar ministerie; 11° De vergoeding van de materiële schade die niet is ontstaan bij het rechtmatig optreden van de politiediensten in het kader van een vordering, of die niet wordt beperkt tot de materiële schade aan zijn onroerend goed of de inhoud ervan, zijn kledij en zijn voertuig, met uitsluiting van de eventuele fysieke en morele schade, winstderving en arbeidsongeschiktheid. Art. 36.De volgende uitgaven worden niet of niet langer beschouwd als gerechtskosten in strafzaken: 1° de kosten van eenvoudige kennisname van informatie over de houder van een bankrekening of van financiële activa, met inbegrip van de identificatie van de houder, natuurlijke of rechtspersoon, van een bankrekening, die van de volmachthouders om die rekening te gebuiken, het type rekening, de IBAN-code en de data van opening en sluiting van de rekening.2° de kosten van teraardebestelling van de gedetineerden en van lijken, op de openbare weg of in enigerlei andere plaats gevonden;3° de kosten van briefwisseling van de politie en van de parketten met personen in het binnenland, die worden vervolgd of die het voorwerp uitmaken van bestuurlijke of autonome afhandeling van hun zaak door de politie of een inspectiedienst. HOOFDSTUK 1
- - REGELS VAN TOEPASSING OP, KOSTENSTATEN Art. 37.Elke kostenstaat moet volledig, leesbaar en correct worden opgesteld volgens het door de minister vastgelegde model. Zoniet is hij onontvankelijk en moet hij op het eerste verzoek van het taxatiebureau worden aangevuld, verbeterd of aangepast. De kostenstaat moet ook steeds de volgende formule vermelden: "Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring oprecht en volledig is." Deze formule mag zijn voorgedrukt. Art. 38.De kostenstaten vermelden de unieke code van de vordering, en als dit niet het geval is: 1° de datum van de vordering en de opdrachtgever;2° het type van misdaad of van wanbedrijf;3° desgevallend, de naam van de verdachten. Hiernaast vermelden de kostenstaten nog: 1° de handelingen en de artikelen van het tarief of van de schaal die van toepassing zijn;2° de referentie van de kostenstaat;3° desgevallend, de datum van de verplaatsingen. De eerste maal dat de prestatieverlener is gevorderd, vermeldt hij eveneens zijn rekeningnummer en zijn KBO-nummer. De originele vordering wordt er bijgevoegd. Art. 39.Zijn er meerdere deskundigen, dan geven de kostenstaten met betrekking tot het deskundig onderzoek het bedrag van de kosten en erelonen van elk van hen weer. Ingeval er beroep werd gedaan op hulp van een derde vermeldt de kostenstaat van de deskundige het voorafgaand akkoord van de opdrachtgever, de aard van het aan de helper toevertrouwd werk, het aantal uren dat die eraan heeft besteed en de hem betaalde bedragen. De kwitanties worden bij de kostenstaat van de deskundige gevoegd. De tolken dienen maandelijks een kostenstaat in overeenkomstig het artikel 17 van dit besluit. Art. 40.De kostenstaten van de prestatieverleners worden ingediend bij het taxatiebureau bevoegd voor de opdrachtgever, met uitzondering van de kostenstaten van de tolken, die ze indienen bij het taxatiebureau van het arrondissement van hun verblijfplaats. Art. 41.Op straffe van verval van rechten, dienen de prestatieverleners, met uitzondering van de telecomoperatoren, hun kostenstaten in bij het taxatiebureau binnen zes maanden na de uitvoering van de prestatie, of de indiening van hun verslag. HOOFDSTUK 1
- - GELIJKSTELLING VAN DIVERSE KOSTEN MET GERECHTSKOSTEN Art. 42.De volgende kosten worden gelijkgesteld met gerechtskosten: 1° het ereloon van de curator van een faillissement, met in de massa van het faillissement onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;2° het ereloon van de vereffenaar van een vennootschap of een vereniging, met in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa om de geleverde prestaties te vergoeden;3° het ereloon van de bewindvoerder van de te beschermen minderjarige of geesteszieke, die na afloop van zijn taak in het vermogen van de beschermde persoon onvoldoende activa heeft om de geleverde prestaties te vergoeden;4° het ereloon van de lasthebber ad hoc, die in het vermogen van die rechtspersoon onvoldoende activa vindt om de geleverde prestaties te vergoeden;5° de vergoeding van getuigen en van deskundigen die een getuigenis komen afleggen in strafzaken ;6° de vergoeding van juryleden en plaatsvervangende juryleden. HOOFDSTUK 1
- - OPHEFFINGSBEPALING Art. 43.Worden opgeheven: - de artikelen 1 tot 4, 41 tot 50, 52 tot 66, 68 tot 78, 80 tot 95, 114 tot 125, 128 tot 142, 135 tot 142, 146 tot 149 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken; - het koninklijk besluit van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/04/2007 pub. 25/05/2007 numac 2007009448 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende regeling van de Commissie voor de gerechtskosten sluiten houdende regeling van de Commissie voor de gerechtskosten. HOOFDSTUK 1
- - OVERGANGSBEPALING Art. 44.De bijlagen van het voornoemde koninklijk besluit van 28 december 1950 blijven van kracht zoals ze van toepassing waren op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit. Ze worden daartoe beschouwd als bijlagen bij dit besluit, op grond van artikel 11 van de wet, totdat ze worden vervangen door tariefbesluiten. HOOFDSTUK 1
- - SLOTBEPALINGEN Art. 45.Dit besluit wordt ook "gerechtskostenbesluit" genoemd. Art. 46.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Art. 47.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegevente te Brussel, 15 december
- FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS