de hogescholen Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - Definities en toepassingsgebied Artikel 1.
dit decreet is het gebruik van mannelijke namen gemeenslachtig. Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verwezen naar de definities bedoeld bij artikel 15 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies. Daarnaast, dient verstaan te worden onder: 1° academische overheid van de hogeschool: a) Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen: de
stanties die, binnen iedere hogeschool, ertoe gemachtigd zijn, ofwel door de
richtende machten van de hogescholen die niet samengesteld zijn
de vorm van rechtspersonen, ofwel statutair, ofwel per delegatie, om de competenties uit te oefenen die verbonden zijn met het onderwijs die hem door dit decreet worden toegewezen;b) Voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde hogescholen: de raad van bestuur bedoeld bij artikel 30 of,
de gevallen bepaald
artikel 29, tweede lid, het directiecollege bedoeld bij artikel 10;2° decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten: het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;3° Departement: de entiteit die binnen een hogeschool sommige activiteiten van hoger onderwijs samenbrengt, per studiegebied of per gebiedoverschrijdende eenheden;4° Organen voor plaatselijk overleg: de Ondernemingsraad de lokale paritaire commissie (COPALOC), het basisoverlegcomité (COCOBA), het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPWB) ;5° het beheersorgaan:
stantie gemachtigd om de bevoegdheden van de academische overheid uit te oefenen;6°
richtende macht: rechtspersonen die de verantwoordelijkheid van het onderwijs verstrekt
een hogeschool waarnemen. Art. 3.Dit decreet is van toepassing op de hogescholen georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, bedoeld bij artikel 11 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten. Art. 4.Elke hogeschool steunt op een educatief, sociaal en cultureel project. De presentatie van deze bevat a minima de volgende elementen, ontwikkeld
de vorm van afzonderlijke hoofdstukken: 1 ° beschrijving van de middelen die door de hogeschool worden
gezet voor het
tegreren van de opdrachten, doelstellingen en finaliteiten van het hoger onderwijs als bedoeld
titel I, hoofdstukken I en II, van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten; 2 ° de definitie van de opdrachten van de hogeschool, de articulatie van deze opdrachten onderling en de beschikbaarheid van actoren,
clusief leraren,
het kader van deze opdrachten; 3 ° de definitie van de specifieke kenmerken van het korte en/of het lange type onderwijs door de hogeschool; 4 ° de definitie van de specifieke kenmerken van het onderwijs
verband met de aard van de hogeschool en de middelen die worden
gezet om deze specificiteiten te behouden; 5 ° beschrijving van de middelen die zijn
gezet om slagen te bevorderen en niet-slagen te bestrijden; 6 ° beschrijving van de middelen die worden
gezet om de mobiliteit van studenten en docenten met andere Belgische of buitenlandse
stellingen voor hoger onderwijs te waarborgen; 7 ° een definitie van de methoden voor de organisatie van de participatie van de actoren van de onderwijsgemeenschap binnen de hogeschool en de verspreiding van de
formatie
zonderheid over de beslissingen van de academische overheid van de hogeschool; 8 ° beschrijving van de middelen die worden
gezet om de hogeschool te
tegreren
haar sociale, economische en culturele omgeving; 9 ° definitie van de methoden voor de implementatie van kwaliteitscontrole binnen de hogeschool; 10 ° beschrijving van de middelen die door de hogeschool worden
gezet om
terdisciplinariteit binnen een vakgebied of tussen de door de hogeschool georganiseerde vakgebieden te bevorderen; 11 ° beschrijving van de middelen die door de hogeschool zijn geïmplementeerd om het decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/01/2014 pub. 09/04/2014 numac 2014029210 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het
clusief hoger onderwijs sluiten betreffende het
clusief hoger onderwijs, zoals gewijzigd, ten uitvoer te leggen. Deze hoofdstukken verschijnen en worden ontwikkeld
ieder educatief, sociaal en cultureel project. De middelen worden vrij bepaald door de academische overheid van de hogescholen. Art. 5.Elke wijziging van het pedagogische, sociale en culturele project
gediend door de academische overheid van de hogeschool is onderworpen aan het advies van de Pedagogische Raad en de studentenraad bedoeld
artikel 10 van het decreet van 21 september 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/09/2012 pub. 23/10/2012 numac 2012029442 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten
het hoger onderwijs sluiten betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten
het hoger onderwijs. Om
aanmerking te worden genomen, worden de
het vorige lid genoemde adviezen binnen dertig dagen na ontvangst van het project, aan de academische overheid van de hogescholen gegeven. Art. 6.Het educatieve, sociale en culturele project is een openbaar document dat online toegankelijk is en op verzoek wordt verstrekt door de academische overheid van de hogeschool. Art. 7.§ 1. Wanneer de meerderheid van de vertegenwoordigers, hetzij stafleden, hetzij studenten, die zitting hebben
de Pedagogische raad van een hogeschool, van mening zijn dat de academische overheid van de hogeschool niet een of meer van de
het pedagogische project voorziene middelen implementeren, sociaal en cultureel, kan het een gemotiveerd verzoek
dienen voor het bijeenroepen van de Pedagogische Raad bij het Directiecollege van de hogeschool. § 2. Het Directiecollege van de hogeschool roept de Pedagogische raad binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek bijeen en brengt op de agenda het punt dat de oproeping heeft gemotiveerd. De Pedagogische Raad hoort de academische overheid van de hogeschool en geeft haar na de afsluiting van de debatten een met redenen omkleed advies over de naleving van de verbintenissen die zijn voorzien
het educatieve, maatschappelijke en culturele project. § 3.
het geval dat de Pedagogische Raad een negatief advies geeft, betekenen de academische overheid van de hogeschool binnen 15 dagen na ontvangst van deze een beslissing om het advies al dan niet te geven en de toezeggingen na te leven voorzien
het educatieve, sociale en culturele project. § 4.
geval van een negatieve beslissing, of het ontbreken van een beslissing door de academische overheid van de hogeschool, geeft de Pedagogische raad, via de directeur-voorzitter, de Regering een met redenen omkleed advies over het respecteren door de hogeschool van de toezeggingen
het educatieve, sociale en culturele project. Het advies moet de middelen vermelden die worden geboden
het educatieve, sociale en culturele project die niet zijn uitgevoerd door de academische overheid van de hogeschool en maatregelen voorstellen om dit te verhelpen. § 5.
voorkomend geval stelt de Regering de academische overheid van de hogeschool
kennis van een
gebrekestelling waarin wordt bepaald binnen welke termijn zij de
het pedagogisch, sociaal en cultureel project bedoelde middelen moet toepassen en de middelen voorstellen om deze te verhelpen. § 6.
dien de Regering na afloop van de
gebrekestelling constateert dat de academische overheid van de hogeschool
gebreke blijft de
de aanmaningsbrief vermelde middelen te respecteren, schort zij de betaling van de middelen van de werking van de hogeschool op als bedoeld
artikel 29, eerste lid, van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de hogescholen, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, die bepaald was voor de eerste maand van het kwartaal volgend op de bovengenoemde bevinding. TITEL II. - Juridische aard van de hogescholen Art. 8.Elke
richtende macht van een hogeschool bevindt zich
een van de volgende netwerken: 1 ° het netwerk van de Franse Gemeenschap, met
begrip van de hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap; 2 ° het netwerk van het gesubsidieerd officieel onderwijs dat de hogescholen omvat die zijn georganiseerd door de provincies, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten of andere juridische entiteiten van publiek recht; 3 ° het gesubsidieerd vrij onderwijsnetwerk dat de hogescholen omvat die door particulieren zijn georganiseerd. Art. 9.Elke door de Franse Gemeenschap georganiseerde hogeschool vormt een autonome boekhoudkundige administratieve dienst als bedoeld
artikel 2, lid 5, van het decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2011 pub. 17/01/2012 numac 2012029001 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de organisatie van de begroting en de rekeningen van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap. De hogescholen die deel uitmaken van het gesubsidieerde vrije onderwijsnetwerk en het gesubsidieerde officiële onderwijsnetwerk bestaan
de vorm van rechtspersonen. De hogescholen die onder de bevoegdheid van de organisatie van een enkele gemeente of een enkele provincie vallen, kunnen echter van deze verplichting afwijken. De
richtende machten van
stellingen voor hoger onderwijs die hun eigendomsrecht op hun patrimonium hebben behouden door de daaraan verbonden verplichtingen te aanvaarden, plaatsen de elementen van dit patrimonium die noodzakelijk zijn voor de activiteit van de hogeschool ter beschikking van deze. TITEL III. - Beheer van hogescholen HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de hogescholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd EERSTE AFDELING. - Samenstelling van het Directiecollege Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 10.Het Directiecollege bestaat uit de directeurs en de directeur-voorzitter die het voorzitterschap bekleedt. De samenstelling van het Directiecollege wordt voorgesteld, na advies van de lokale overlegorganen, door het beheersorgaan van de
richtende macht, die deze aanneemt. Het Directiecollege vertegenwoordigt alle studiegebieden van de hogeschool. Het maximumaantal directeurs mag niet groter zijn dan het aantal categorieën dat bestaat
de hogeschool op de dag van de
werkingtreding van dit decreet, plus één. Aan het einde van een ambtstermijn kan dit aantal worden herzien volgens de procedure van lid 2. De directeuren zijn verantwoordelijk voor het beheer van onderwijs- en/of transversale opdrachten. Art. 11.De methode om verkiezingen te organiseren, hetzij door stemming op de lijst, hetzij door
dividuele mandaten, wordt vastgesteld door de
richtende macht na advies van de lokale overlegorganen en op voorstel van het beheersorgaan. Art. 12.Na advies van de lokale overlegorganen en op voorstel van het beheersorgaan, stelt de
richtende macht een ambtsprofiel vast voor elk ambt dat binnen het Directiecollege moet worden vervuld, met
begrip van de verwachte competenties. Voor de hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap, bepaalt de raad van bestuur de ambtsprofielen van de directeurs. Deze ambtsprofielen van de leden van het Directiecollege worden ter kennis gebracht van lokale overlegorganen. Art. 13.Elk lid van het Directiecollege is gebonden aan zijn
richtende macht door een opdrachtblad dat deel uitmaakt van het profiel van het ambt. Dat opdrachtblad is mede opgesteld door de
richtende macht en de aangewezen directeur. Het stelt
dividuele doelstellingen en kan
een
dividueel trainingsplan voorzien. De
richtende macht
formeert de lokale overleginstantie over de specifieke opdrachten die aan elke directeur zijn toegewezen. Halverwege de looptijd voert de
richtende macht een formatieve evaluatie uit met de directeur van de implementatie van het opdrachtblad en geeft mogelijk advies voor de voortzetting van de ambtstermijn. Art. 14.Wanneer
het opdrachtblad
een opleidingsplan is voorzien, moet het lid van het betrokken Directiecollege uiterlijk halverwege de looptijd verslag uitbrengen aan zijn
richtende macht, anders verliest hij zijn geschiktheid voor een toekomstige ambtstermijn. De Regering kan de assen vaststellen die ten minste moeten worden gedekt door de opleidingen, die ofwel
netoverschrijding, ofwel door de netwerken, ofwel op
itiatief van de hogescholen worden georganiseerd. Art. 15.De ambtstermijn van de directeur-voozitter en de directeuren bedraagt vijf jaar en kan worden verlengd. Het Directiecollege stelt aan de
richtende macht de benoeming van een vice-directeur-voorzitter voor ter vervanging van de directeur-voorzitter
het geval van een korte afwezigheid.
geval van afwezigheid van lange duur, wordt een plaatsvervanger aangewezen door het beheersorgaan, op voorstel van het Directiecollege, tot de terugkeer van de titularis. De directeur-voorzitter en de directeuren kunnen een gedeeltelijke leeropdracht uitoefenen ten belope van een maximum van twee tienden van een opdracht. Het mandaat van directeur-voorzitter is onverenigbaar met een mandaat van directeur, maar de Regering kan van deze onverenigbaarheid op met redenen omkleed verzoek van de academische overheid van de hogeschool afwijken. Dit verzoek moet het advies van lokale overlegorganen bevatten. Art. 16.Het Directiecollege legt verslagen voor aan het beheersorgaan met betrekking tot weigeringen van registratie, het slagen van studenten, de toewijzing van personeel en het gebruik van pedagogische middelen. Onderafdeling II. - Aanwijzingsproces voor Collegeleden per lijst Art. 17.§
richtende macht de directeur-voorzitter en de directeurs die op de lijst voorkomen en die meer dan 50 % van de uitgebrachte stemmen hebben behaald. Als geen enkele lijst meer dan 50 % van de uitgebrachte stemmen heeft behaald, wordt een tweede ronde georganiseerd om te beslissen tussen de twee lijsten die
de eerste ronde de meeste stemmen behaalden. Aan het einde van deze tweede ronde benoemt de
richtende macht de directeur-voorzitter en de directeurs die op de lijst verschijnen die de meeste stemmen heeft behaald. Als er slechts één lijst wordt gepresenteerd bij de verkiezing en er niet meer dan 50 % van de uitgebrachte stemmen wordt behaald, wordt onmiddellijk door de academische overheid een nieuwe
terne oproep gedaan. Aan het einde van deze tweede oproep benoemt de
richtende macht, als een of meer andere lijsten bij de verkiezing worden gepresenteerd, de directeur-voorzitter en de directeurs die op de lijst verschijnen die de meeste stemmen heeft behaald. Als de lijst enig blijft, benoemt de
richtende macht de directeur-voorzitter en de directeurs die op de lijst voorkomen. Art. 18.Wanneer een lopende ambtstermijn afloopt vóór het verstrijken van de termijn, wordt een vervanger benoemd door de
richtende macht, op voorstel van het beheersorgaan, tot het einde van de lopende ambtstermijn. Onderafdeling III. - Aanwijzingsproces voor
dividuele mandaten Art. 19.Wanneer de mandaten
dividueel zijn, doet de academische overheid uiterlijk zes maanden vóór het aflopen van elk
te vullen mandaat een oproep. Voor elke te vervullen termijn, bepaalt de academische overheid, na het advies van de lokale overleginstantie te hebben
gewonnen, het
terne of externe karakter van deze oproep. Als er
tern geen kandidaat is of als er slechts één kandidaat aanwezig is, kan een externe oproep opnieuw worden gestart. Art. 20.De directeur-voorzitter wordt benoemd door de
richtende macht die hem kiest uit een lijst die resulteert uit de stemming van alle personeelsleden van de hogeschool, een van de eerste drie kandidaten. Deze lijst vermeldt de kandidaten
volgorde van het aantal behaalde stemmen. Als de kandidaat enig is, is er een stemming voor of onthouding. Een aanwijzingsprocedure kan worden vastgesteld door de
richtende macht, na advies van de lokale overlegorganen. Wanneer de
richtende macht niet de kandidaat benoemt die de meeste stemmen heeft behaald, deelt zij elke gegadigde de redenen voor haar keuze mee met betrekking tot de criteria die zijn vastgelegd
de overeenkomstig het vorige lid vastgestelde procedure. Art. 21.Een directeur wordt aangesteld door de
richtende macht die ervoor kiest uit een lijst die voortvloeit uit de stemming van de personeelsleden van het gebied of de betrokken studierichting, of uit alle personeelsleden van de hogeschool als het ambtsprofiel transversaal is, een van de eerste drie kandidaten. Deze lijst vermeldt de kandidaten
volgorde van het aantal behaalde stemmen. Als de kandidaat enig is, is er een stemming voor of onthouding. Een
terne benoemingsprocedure kan worden vastgesteld door de
richtende macht, na advies van de lokale overlegorganen. Wanneer de
richtende macht niet de kandidaat benoemt die de meeste stemmen heeft behaald, deelt zij elke gegadigde de redenen voor haar keuze mee met betrekking tot de criteria die zijn vastgelegd
de overeenkomstig het vorige lid vastgestelde procedure. Art. 22.Wanneer een lopende termijn eindigt vóór het laatste jaar van de ambtstermijn, worden er nieuwe verkiezingen gehouden. Onderafdeling IV. - Voorwaarden om stemmer te zijn Art. 23.§ 1. Voor de verkiezing van het Directiecollege per lijst, voor de verkiezing van de directeur-voorziter
het geval van een
dividueel mandaat en voor de verkiezing van een transversale directeur, zijn de kiezers alle leden van het personeel van de hogeschool. Voor de toepassing van het vorige lid worden alleen die personeelsleden die op de sluitingsdatum van de kiezerslijst ten minste een tiende deel van een volledig lesschema op de hogeschool uitvoeren,
aanmerking genomen. Elke medewerker of een persoon die een contractuele relatie heeft met de hogeschool tijdens elk van de drie academiejaren voorafgaand aan de sluitingsdatum van de kiezerslijst, wordt beschouwd als een lid van het personeel. § 2. Voor de verkiezing van een directeur van een gebied of departement, worden alleen personeelsleden die ten minste een tiende van een volledige opdracht op het gebied of de afdeling van de hogeschool verrichten,
aanmerking genomen, op de sluitingsdatum van de lijsten van kiezers. Elke medewerker of een persoon die een contractuele relatie heeft met de hogeschool tijdens elk van de drie academiejaren voorafgaand aan de sluitingsdatum van de kiezerslijst, wordt beschouwd als een lid van het personeel. §
de uitoefening van zijn ambt, onder zijn functionele autoriteit. Het maximumaantal adjunct-directeuren wordt vastgesteld door het beheersorgaan na lokaal overleg. Aan het einde van een termijn kan dit aantal worden herzien. § 2. Op voorstel van het beheersorgaan en na advies van de lokale overlegorganen, lanceert de academische overheid een
terne of externe oproep om een of meer adjunct-directeursposten toe te kennen, met vermelding van de ambtsprofielen. Het ambt van adjunct-directeur wordt opgericht en de toegangsvoorwaarden worden vastgelegd
artikel 5 van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen. Het ambt van adjunct-directeur is niet-verkiesbaar. De adjunct-directeur wordt, na raadpleging van de lokale overlegorganen en op voorstel van het beheersorgaan, door de
richtende macht benoemd voor een hernieuwbare periode van vijf jaar. Tijdens de uitoefening van zijn ambt blijft hij onderworpen aan de wettelijke regels met betrekking tot het ambt waarin hij is aangesteld. Adjunct-directeuren zijn geen lid van het Directiecollege en hun opdracht is splitsbaar
5/10 opdrachtfracties. De Regering bepaalt het geldelijk statuut van de adjunct-directeuren. Art. 25.Er wordt een ambt van bestuursdirecteur opgericht.
elke school wordt het maximale aantal directeuren, evenals hun specifieke opdrachten, vastgesteld door het beheersorgaan, na overleg met de lokale overlegorganen. De Regering bepaalt het geldelijk statuut van het ambt van bestuursdirecteur. Afdeling III. - Departementsraden Art. 26.Elke hogeschool richt departementen op, hetzij per studiegebied hetzij gebiedoverschrijdend. De oprichting van de departementen wordt door het beheersorgaan aan de
richtende macht voorgesteld. Departementen hebben een Departementsraad die wordt voorgezeten door een directeur of een adjunct-directeur. De Departementsraad geeft adviezen, hetzij op eigen
itiatief of op verzoek van het beheersorgaan of van het Directiecollege over zaken met betrekking tot het departement,
zonderheid op: - de ontwikkeling of wijziging van de studieprogramma's; - elk verzoek om een nieuw curriculum aan te maken of te openen; - het bepalen van de opdrachten van personeelsleden en het schema van cursussen en examens; - de aanwerving, benoeming of ontslag van personeelsleden; - de aanwijzing van de uitgenodigde hoogleraren.
overeenstemming met het tuchtreglement en de beroepsprocedures, zoals omschreven
het studiereglement van de hogeschool, brengt de Departementsraad advies aan het Directiecollege over de tuchtrechtelijke sancties die uitgesproken moeten worden ten laste van studenten. Afdeling IV. - Medisch adviseur Art. 27.
de hogescholen, die een of meer cursussen van leergebieden 14, 15 of 16 organiseren, zoals gedefinieerd
artikel 83 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten, is een arts, geregistreerd bij de Orde der Artsen, tot Medisch adviseur benoemd en is belast met het wetenschappelijke toezicht. Afdeling V. - Samenstelling van de Maatschappelijke Raad, de Pedagogische Raad en de Departementsraad Art. 28.
de hogescholen georganiseerd en gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap: 1 ° vertegenwoordigen ten minste een kwart van de leden van de Maatschappelijke Raad en de Departementsraad de personeelsleden; 2 ° vertegenwoordigt ten minste een derde van de leden van de Pedagogische Raad de personeelsleden; 3 ° vertegenwoordigen ten minste de helft van de leden van de Maatschappelijke Raad de studenten; 4 ° vertegenwoordigen ten minste een vijfde van de leden van de Departementsraad de studenten; 5 ° vertegenwoordigt ten minste een derde van de leden van de Pedagogische Raad de studenten. HOOFDSTUK II. - Beheer van de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap Art. 29.De hogescholen, georganiseerd door de Franse Gemeenschap worden beheerd door een Raad van Bestuur en zijn voorzien van een Directiecollege, een Pedagogisch Raad, één of meer Departementsraad(en)en een Maatschappelijke Raad. Het Directiecollege zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur neemt beslissingen waarvoor hij de delegatie ontvangen heeft en zorgt voor permanent beheer. De Pedagogische Raad wordt geraadpleegd door de raad van bestuur of het Directiecollege op vragen over het gebruik van pedagogische middelen. De Maatschappelijke Raad wordt door de raad van bestuur of het Directiecollege geraadpleegd over elke kwestie met betrekking tot de materiële en sociale omstandigheden van de studenten. Het is zijn verantwoordelijkheid om,
overleg met de raad van bestuur van de hogeschool, fondsen te beheren die beschikbaar zijn voor de sociale behoeften van studenten
overeenstemming met de bepalingen van titel IV van dit decreet. De Departementsraad wordt door de raad van bestuur of het Directiecollege geraadpleegd over elke vraag die specifiek is voor het departement. Art. 30.De Raad van Bestuur is samengesteld uit: 1 ° de directeur-voorzitter; 2 ° directeurs; 3° vier personeelsleden van de hogeschool, vast of tijdelijk benoemd voor een onbepaalde duur met ten minste zes jaar anciënniteit, die de vakbondsorganisaties vertegenwoordigen die
het Sector IX-comité zetelen
verhouding tot hun belang
de hogeschool, waarbij elke organisatie ten minste één mandaat heeft, en die door de bedoelde vakbondsorganisaties aan de Regering worden voorgesteld; 4 ° een vertegenwoordiger van het meester-, vak- en dienstpersoneel, gekozen door het betrokken personeel uit zijn midden; 5 ° een vertegenwoordiger van het administratief personeel, benoemd op permanente basis, gekozen door het betrokken personeel uit zijn midden; 6 ° twee personen gekozen door de Regering, rekening houdend met hun bijzondere bekwaamheden
een professionele sector
verband met de georganiseerde studies, en voorgesteld door de leden van de Raad van Bestuur bedoeld
1°, 2° en 3° op een dubbele lijst; 7° vier door de Regering gekozen personen, die maatschappelijke belangengroepen vertegenwoordigen, waarvan de helft wordt voorgesteld door
terprofessionele vakbondsorganisaties en de helft door werkgeversorganisaties; 8 ° studenten die de onderwijsgebieden vertegenwoordigen, tot een maximum van ten minste 20 procent van de leden van de Raad van Bestuur. De leden bedoeld
8° hebben een plaatsvervanger. Deze laatste vervangt het werkend lid
geval van afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van het studentenstatuut van dit laatste. De leden bedoeld
3° en 7° worden door de Regering benoemd voor een periode van vijf jaar. Elk van deze leden heeft een plaatsvervanger die op dezelfde wijze door de Regering wordt benoemd. Deze laatste vervangt het werkend lid
geval van afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid die zijn mandaat rechtvaardigde. De leden bedoeld
6° worden door de Regering benoemd voor een periode van vijf jaar. De
4° en 5° bedoelde leden hebben elk een plaatsvervanger die door de betrokken personeelsleden uit hun midden wordt gekozen. Zij vervangen de gewone leden
geval van afwezigheid, overlijden, ontslag of verlies van hun mandaat. De mandaten zijn hernieuwbaar. Art. 31.Voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde hogescholen bepaalt de Regering de samenstelling en de werkwijze van de Pedagogische Raad, de Maatschappelijke Raad en de Departementsraad, alsmede de wijze van benoeming en werkwijze van de raad van bestuur. HOOFDSTUK III. - Beheer van door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen Art. 32.De door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde hogescholen worden beheerd door beheersorganen en voorzien van adviesorganen, opgericht en
gesteld door hun
richtende machten. Elke hogeschool heeft ten minste één beheersorgaan, een Directiecollege, een Pedagogische raad en een Maatschappelijke Raad. Het Directiecollege is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissingen van het beheersorgaan, het nemen van de beslissingen waarvoor het delegatie heeft gekregen en het dagelijks bestuur. De Pedagogische raad wordt door het beheersorgaan en het Directiecollege geraadpleegd over alle vragen met betrekking tot het gebruik van pedagogische middelen. De Maatschappelijke Raad wordt geraadpleegd door het beheersorgaan of door het Directiecollege over elke vraag met betrekking tot de materiële en sociale omstandigheden van studenten. Hij is
het bijzonder verantwoordelijk voor het beheer,
overleg met de beheersorganen van de hogeschool, van de middelen die beschikbaar zijn voor de sociale behoeften van studenten,
overeenstemming met de bepalingen van titel IV van dit decreet. Binnen het beheersorgaan is minstens een kwart van de personeelsleden vertegenwoordigd en is de vertegenwoordiging van studenten gewaarborgd overeenkomstig artikel 21 van het decreet van 21 september 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/09/2012 pub. 23/10/2012 numac 2012029442 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de deelneming en de vertegenwoordiging van studenten
het hoger onderwijs sluiten betreffende de deelneming en studentenvertegenwoordiging
het onderwijs. Een kandidaat kan niet worden uitgesloten vanwege zijn hoedanigheid als vakbondsafgevaardigde. HOOFDSTUK IV. - Noodprocedure voor het beheer van de hogescholen Art. 33.Wanneer de financiële situatie van een hogeschool of de naleving van wetten, decreten en reglementen dit vereisen, kan de
richtende macht eisen dat het betrokken beheersorgaan binnen de door haar vastgestelde termijn beraadslaagt over elke vraag die zij stelt. Wanneer het beheersorgaan bij het verstrijken van de termijn geen beslissing heeft genomen of wanneer de
richtende macht de beslissing van die
stantie niet steunt, kan de
richtende macht het besluit nemen
plaats van het beheersorgaan. Art. 34.§ 1. Wanneer de financiële situatie van de hogeschool of de naleving van wetten, decreten en reglementen dit vereisen, kan de
richtende macht een voorlopige bestuurder en/of een begeleidend comité aanwijzen. De voorlopige bestuurder en het begeleidend comité oefenen hun opdrachten uit zonder afbreuk te doen aan die van de Regeringscommissaris. Hun opdrachten zijn complementair. § 2. De voorlopige bestuurder is geen lid van het personeel van de hogeschool en heeft geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer ervan. Hij wordt benoemd voor een periode van maximaal één jaar, die eenmaal kan worden verlengd
dien uitzonderlijke omstandigheden een dergelijke verlenging rechtvaardigen. De
richtende macht kan zijn opdracht te allen tijde beëindigen. Binnen de door de
richtende macht gestelde grenzen vervangt de voorlopige bestuurder de beheersorganen van de hogeschool, de directeur-voorzitter en/of de directeurs. Eenmaal per maand brengt de voorlopige bestuurder aan het beheersorgaan verslag uit over de maatregelen die hij voornemens is te nemen
de uitoefening van zijn ambt. § 3 Het begeleidend comité is een collegiaal orgaan dat bestaat uit minstens twee personen die niet tot het personeel van de hogeschool behoren en die geen functioneel of persoonlijk belang hebben bij het beheer van de hogeschool. Het wordt benoemd voor een periode van maximaal één jaar. De
richtende macht kan zijn opdracht te allen tijde beëindigen. Het begeleidend comité kan met de volgende opdrachten worden belast: 1° een adviserende opdracht en administratieve en organisatorische ondersteuning van de beheersorganen van de hogeschool, de directeur-voorzitter en/of de directeurs;2° een toezichtsopdracht op alle of een deel van de opdrachten van de beheersorganen van de hogeschool, de directeur-voorzitter en/of de directeurs;3° een
formatieopdracht voor de
richtende macht over het geheel of een deel van het beheer en de werking van de hogeschool, alsook over de toestand van haar vermogen; 4 ° een administratieve onderzoeksopdracht.
het
2° bedoelde geval leggen de
richtende macht, de beheersorganen, de directeur-voorzitter en/of de categoriedirecteurs, binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de
richtende macht, hun beslissingen ter voorafgaande goedkeuring voor aan het begeleidend comité. § 4 Tijdens de duur van hun opdracht brengen de voorlopige bestuurder en het begeleidend comité aan de
richtende macht verslag uit over de voortgang van hun opdracht. Na afloop van hun opdracht zenden de voorlopige bestuurder en het begeleidend comité een schriftelijk verslag over de voortgang van hun opdracht en de financiële situatie van de hogeschool aan de
richtende macht. § 5. Bij de uitoefening van hun opdrachten hebben de voorlopige bestuurder en het begeleidend comité toegang tot alle documenten, ongeacht de drager ervan, met betrekking tot het beheer en de werking van de hogeschool, haar diensten en haar vermogen. De leden van de beheersorganen, de directeur-voorzitter, de directeurs en de personeelsleden van de hogeschool werken samen met het begeleidend comité en de voorlopige bestuurder.
het kader van de uitoefening van de
lid 3, 4°, bedoelde opdrachten houdt het begeleidend comité hoorzittingen overeenkomstig het beginsel van hoor en wederhoor en stelt het notulen op. Het begeleidend comité
formeert de leden van de beheersorganen, de directeur-voorzitter, de directeurs en de personeelsleden van de hogeschool die
dit verband zijn gehoord, dat ze niet verplicht zijn om mee te werken als zij erbij betrokken kunnen zijn. §
kennis gesteld van de benoeming van een voorlopige bestuurder en/of het
HOOFDSTUK V. - Beheer van de hogescholen
geval van fusie Art. 35.§ 1.
geval van een fusie tussen hogescholen kan het fusievoorstel bedoeld
artikel 62 van het decreet van 5 augustus 1995 tot vaststelling van de algemene organisatie van het hoger onderwijs
hogescholen, bepalen dat een of meer directeurs-voorzitters, directeurs van de gefuseerde hogescholen hun mandaat binnen de uit de fusie ontstane hogeschool voltooien.
dien dit niet het geval is, vindt de aanwijzing plaats overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk I van Titel III van dit decreet. Als meerdere directeuren-voorzitters of directeuren aldus hun mandaat behouden, bepaalt het fusievoorstel ook de nadere regels voor de uitoefening van deze mandaten, op voorwaarde dat alle voorrechten van de directeurs-voorzitters en directeurs bedoeld
de decreets- en reglementaire bepalingen niet tegelijkertijd door verschillende mandaathouders kunnen worden uitgeoefend. Het fusievoorstel kan echter voorzien
de deelname van deze mandaathouders aan de raad van bestuur, het beheersorgaan of het Directiecollege. Het kan ook, voor een maximale periode van 5 jaar, een weging van stemmen bij het Directiecollege bepalen. § 2. Dezelfde bepalingen zijn van toepassing
geval van overdracht. TITEL IV. - Sociale subsidies Art. 36.§
worden berekend op basis van het aantal studenten dat
aanmerking komt voor financiering op 1 februari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Tot en met het begrotingsjaar 2018, wordt aan dit bedrag het
artikel 21quater, § 3, a), bedoelde bedrag, van het besluit van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen, toegevoegd. Vanaf het begrotingsjaar 2019 wordt een bedrag van 380,64 euro per student toegekend voor de eerste 2500 studenten en 253,10 euro per student boven 2500. Vanaf het jaar 2019 worden deze bedragen jaarlijks aangepast aan de schommelingen van het
dexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de volgende formule: prijsindexcijfer voor januari van het bedoelde begrotingsjaar/ prijsindexcijfer van de maand januari van het begrotingsjaar 2013. Voor de jaren 2019-2021 zijn de bedragen per student verkregen met toepassing van beide voorgaande leden toegekend ten belope van 40 %
2019, 60 %
2020 en 80 %
artikel 36 bedoelde sociale subsidies moeten worden gebruikt om de volgende doeleinden: de werking van de Studentenraad op grond van artikel 10 van het decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2012 pub. 31/12/2012 numac 2012036282 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 type decreet prom. 21/12/2012 pub. 19/02/2013 numac 2013035167 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXII sluiten met betrekking tot de deelneming en studentvertegenwoordiging
het hoger onderwijs, directe of
directe sociale bijstand aan studenten, sociale diensten, oriëntatiediensten, studentenrestaurants en -huizen, bijdragen aan de bouw, modernisering, uitbreiding en verbouwing van de gebouwen die aan deze doelen zijn toegewezen. De Regering vult deze lijst aan en stelt minima en plafonds vast voor het gebruik van elk van de
lid 1 genoemde categorieën,
overeenstemming met lid 3. De
artikel 36 bedoelde sociale subsidies dienen
zonderheid voor de uitvoering van het decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/01/2014 pub. 09/04/2014 numac 2014029210 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het
clusief hoger onderwijs sluiten betreffende het
clusieve hoger onderwijs binnen de
artikel 31 van het decreet vastgestelde perken. Met de academische criteria kan geen rekening worden gehouden bij de toelaatbaarheid en toelating van studenten tot de door de Sociaal Raad verleende hulp. Art. 38.Vóór 1 december stelt de Maatschappelijke Raad een begroting op voor het volgende begrotingsjaar, na advies van de studentenraad. Het budget maakt een onderscheid tussen de verrichtingen ten laste van de toewijzingen van het lopende begrotingsjaar en die voor de saldi van de vorige begrotingsjaren. De Maatschappelijke Raad houdt een volledige boekhouding bij. Hij dient de boekhouding en rekeningen
bij een bedrijfsrevisor. Hij dient bij de Regering vóór 31 maart de jaarrekeningen van het vorige begrotingsjaar en een jaarverslag
. Dit jaarverslag bevat: 1 ° een verantwoording voor het financiële beheer van het vorige fiscale jaar; 2 ° een overzicht van het aantal personeelsleden; 3 ° een
ventaris van het erfgoed; 4 ° het verslag van de bedrijfsrevisor of de aangewezen ontvanger; 5 ° een verslag over de precieze toewijzing van de tegemoetkoming van de Franse Gemeenschap. 6 ° een verklaring van het beleid van de Sociaal Raad bij het gebruik van sociale subsidies; 7 ° de criteria voor het verlenen van financiële bijstand aan studenten; 8 ° een beschrijving van de juridische, oriëntatie- en plaatsingsdiensten voor studentenwerk verricht
het kader van het gebruik van sociale subsidies; 9 ° mogelijke samenwerking met andere hogescholen of academische
stellingen op het gebied van sociale diensten. Art. 39.De Sociale raden van verschillende
stellingen voor hoger onderwijs,
de zin van artikel 1 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten, kunnen tot 30 % van hun sociale subsidies samenbrengen om gezamenlijke projecten te kunnen uitvoeren of om bepaalde uitgaven te mutualiseren of te optimaliseren. Voor het beheer van deze uitgaven delegeert elke Maatschappelijke Raad een vertegenwoordiger van het leidinggevend personeel en een vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel en twee vertegenwoordigers van de studenten die zitting hebben
een
richtingsoverschrijdende Maatschappelijke Raad. De door deze
richtingsoverschrijdende Maatschappelijke Raad aangenomen standpunten kunnen worden afgewezen door een meerderheidstemming van een van de sociale partnerraden. Art. 40.Wanneer het bedrag van de reserves van de Maatschappelijke Raad meer bedraagt dan tweemaal het bedrag aan sociale subsidies toegekend
het vorige begrotingsjaar, wordt het bedrag dat dit bedrag overschrijdt, afgetrokken van de volgende toewijzingen en betaald aan het Fonds voor studentenmobiliteit binnen van de Europese ruimte voor hoger onderwijs opgericht bij het decreet van 19 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/05/2004 pub. 23/06/2004 numac 2004029229 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 20 juni 1980 houdende de voorwaarden voor de erkenning en subsidiëring van jeugdorganisaties type decreet prom. 19/05/2004 pub. 15/06/2004 numac 2004029195 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de personeelsleden die een bevorderings- of een selectieambt tijdelijk uitoefenen zonder onderbreking sedert 1 januari 2004
het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 19/05/2004 pub. 16/06/2004 numac 2004029198 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Waarborgfonds voor contractuele navorsers type decreet prom. 19/05/2004 pub. 16/06/2004 numac 2004029199 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Management School bij de Université de Liège type decreet prom. 19/05/2004 pub. 16/06/2004 numac 2004029197 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest betreffende de nadere regels voor de toekenning van tegemoetkomingen ter bevordering van de
dienstneming van niet-werkende werkzoekenden door werkgevers van de onderwijssector overeenkomstig artikel 4 van het Waals decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de
dienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers
de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector sluiten tot oprichting van een Fonds voor studentenmobiliteit
de Europese ruimte voor hoger onderwijs. Art. 41.
dividuele dossiers die door studenten aan de Maatschappelijke Raad worden voorgelegd, worden anoniem behandeld. De leden van de Maatschappelijke Raad zijn gebonden bij de uitoefening van hun mandaat aan het beroepsgeheim wanneer zij
dividuele verzoeken van studenten onderzoeken. De Maatschappelijke Raad wijst één of meerdere referentiepersonen aan. Deze persoon is verantwoordelijk voor het verwerken van de door de studenten geïntroduceerde aanvraagdossiers van de Maatschappelijke Raad. Ze zorgt ervoor dat de bestanden of hun samenvatting, ter beslissing aan de Maatschappelijke Raad overgezonden, geen persoonsgegevens bevatten om te vermijden dat de student direct zou worden geïdentificeerd. De referentiepersoon kan geen lid zijn van de Maatschappelijke Raad en is gebonden aan het beroepsgeheim. TITEL V. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs
hogescholen Art. 42.
artikel 37bis, lid 2, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs
hogescholen, wordt het 2 ° aangevuld met de woorden "of een
stelling voor hoger onderwijs voor sociale promotie". Art. 43.
artikel 61, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1 ° de woorden "een categorie, afdeling of subafdeling" worden vervangen door de woorden "een departement of leerplan"; 2 ° de woorden "van de categorie, van een afdeling of van een subafdeling" worden vervangen door de woorden "van een departement of een cursus"; 3 ° § 2 wordt aangevuld met de woorden "of
de academische polenoverschrijdende zone". Art. 44.
artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: (a)
, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1 °
lid 1 worden de woorden "overheden" vervangen door de woorden "academische overheden"; 2 °
lid 1 worden de woorden "bedoeld
de artikelen 65 en 69" vervangen door de woorden "bedoeld
artikel 35 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen "; 3 ° lid 2, worden de woorden " overheden " vervangen door de woorden "academische overheden ". (b)
worden de woorden " overheden " vervangen door de woorden "academische overheden ". Art. 45.
artikel 63 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: (a)
, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1 °
1 °, worden de woorden "artikel 6" vervangen door de woorden "artikel 4 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen "; 2 °
2 ° worden de woorden "artikel 7" vervangen door de woorden "artikel 11 van voornoemd decreet van 21 februari 2019 "; 3 ° bij 7 ° worden de woorden "van de gebieden en"
gevoegd tussen de woorden "denominatie" en "van de afdelingen"; 4 ° punt 9 ° wordt aangevuld met de woorden "en het maximumaantal directeuren van de gefuseerde
stelling. Dit maximumaantal kan de toevoeging van het aantal directeuren van de gefuseerde
stellingen niet overschrijden"; 5 ° punt 11 ° wordt afgeschaft; 6 ° punt 12 ° wordt afgeschaft; 7 ° punt 13 ° wordt aangevuld met de woorden "evenals het aantonen van de financiële levensvatbaarheid van de voorgestelde fusie, met name door middel van een meerjarige begrotingsprognose en de voordelen"; (b) § 2 wordt vervangen door: " § 2.Het overdrachtsvoorstel onder hogescholen omvat: 1 ° het educatieve, sociale en culturele project bedoeld
artikel 4 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen, van de "afstaande hogeschool" zoals gewijzigd als gevolg van de overdracht; 2 ° de adviezen bedoeld
artikel 11 van bovengenoemd decreet van 21 februari 2019; 3 ° na de overdracht, een overzicht van de verdeling van de bevolking per leerplan, per type hoger onderwijs en per vestiging; 4 ° het aantal en de benaming van de gebieden en departementen; 5 °
dien van toepassing, wijzigingen
de samenstelling van de nieuwe
richtende macht; 6 ° de samenstelling en bevoegdheden van de beheers- en overlegorganen na de overdracht; 7 ° alle overeenkomsten die zijn gesloten tussen de hogescholen en, waar van toepassing, met of tussen de
richtende machten van de hogescholen zonder rechtspersoonlijkheid, met betrekking tot de overdracht van rechten en verplichtingen aan de "afstaande hogeschool" met
begrip van overeenkomsten met derde partijen en, waar van toepassing, met betrekking tot het ter beschikking stellen aan de "afstaande hogeschool" van de activa van de
richtende macht van de "aannemende hogeschool"; 8 ° de financiële voordelen en het aantonen van de financiële levensvatbaarheid van het overdrachtsvoorstel; 9 ° pedagogische voordelen; 10 ° het advies van de lokale overlegorganen. " HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen Art. 46.
artikel 5 van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) aan het einde van het eerste lid worden de woorden "en niet-electieve" toegevoegd; b)
punt C.1 wordt het woord "categorie" geschrapt; c) een punt toegevoegd "D.Niet-electief ambt: adjunct-directeur. Het ambt van de adjunct-directeur is beschikbaar voor meesters praktische opleiding, de hoofdmeesters praktische opleiding, meester-assistenten, docenten, werkleiders, hoofdleraren en hoofden van studiebureaus, alsook de leden van het administratief personeel van niveau 1, die vast benoemd zijn. ". Art. 47.
artikel 7, § 1, leden 5, 6 en 7, van hetzelfde decreet, worden de woorden " categoriale", "categoriaal" of "categoriële" telkens geschrapt. Art. 48.Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt vervangen door: "Art. 15. De
richtende macht mag niet tot een verkiesbaar ambt van directeur-voorzitter of directeur een kandidaat aanwijzen die niet voldoet aan een van de volgende voorwaarden: 1 ° benoemd of permanent
dienst zijn voor een of meer van de volgende ambten: universitair meester-assistent, docent, werkleider, hoogleraar, hoofd van een studiebureau; 2 ° benoemd worden of permanent
dienst zijn als lid van het administratief personeel van niveau 1. " Art. 49.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen door: "Art. 16.De directeur-voorzitter of de directeur die voor ten minste twee termijnen is benoemd en die op het einde van de laatste ambtstermijn ten minste 55 jaar oud is, geniet tot het einde van zijn loopbaan het barema van werkleider. ». Art. 50.Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen Art. 51.
artikel 1 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) bij 1°, b), worden de woorden "decreet van 5 augustus 1995 tot vaststelling van de algemene organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen" vervangen door " decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen ";b) punt 6 ° wordt vervangen door de volgende tekst: "6. hogeschooloverheden: de hogeschooloverheden bedoeld
artikel 2, 2 °, van het decreet worden genoemd; "; c) punt 7 ° wordt vervangen door: "7 ° Departement: afdeling bedoeld
artikel 2, 3 ° van het decreet;";
artikel 8 van het decreet.". Art. 52.
artikel 21quater, § 3 a), van hetzelfde decreet, worden de woorden "Dit product is een aanvulling op het bedrag van de
artikel 89 van het decreet bedoelde sociale subsidies; "vervangen door" Tot en met tijdens het begrotingsjaar 2018, is dit product een aanvulling op het bedrag van de
artikel 36 van het decreet bedoelde sociale subsidies. Vanaf het begrotingsjaar 2019 is dit product opgenomen
het bedrag aan sociale subsidies en wordt het niet langer toegekend volgens het mechanisme van dit artikel; ". Art. 53.De artikelen 29, lid 5, 34bis, lid 3, b) en 41, lid 6, van hetzelfde decreet, worden de woorden "categoriaal" telkens opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 54.Artikel 2 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt als volgt gewijzigd:
artikel 11 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van studies;"; c) punt 12 ° wordt vervangen door: "12 ° Hogeschool van de Franse Gemeenschap: een hogeschool die behoort tot het netwerk van de Franse Gemeenschap als omschreven
artikel 8 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; d) 13 ° wordt vervangen door: "13 ° Gesubsidieerde officiële hogeschool: hogeschool die behoort tot het gesubsidieerde officiële onderwijsnetwerk bepaald
artikel 8 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; e) punt 14° wordt vervangen door: "14 ° Gesubsidieerde vrije hogeschool: hogeschool die behoort tot het gesubsidieerde vrij onderwijsnetwerk bepaald
artikel 8 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; f) punt 15° wordt vervangen door: "15 °
richtende macht:
richtende macht gedefinieerd
artikel 2, 6 ° van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; g) punt 16 ° wordt vervangen door: "16 ° Hogeschooloverheid: de overheid van de hogeschool gedefinieerd
artikel 2, 1 °, van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; h) punt 17° wordt vervangen door: "17 ° Raad van bestuur:
stantie bedoeld
artikel 2, 1 °, b) van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; i) punt 18 ° wordt vervangen door: "18 ° Beheersorgaan: orgaan bedoeld
artikel 2, 5 °, decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; j) punt 19 ° wordt vervangen door: "19 ° Directiecollege:
stantie zoals gedefinieerd
artikel 10 van het decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen.". Art. 55.
de artikelen 41, § 1, 2 °, 52, lid 3, 144, § 1, 2 °, 225, § 1, 2 °, van hetzelfde decreet worden de woorden "categoriaal" telkens opgeheven. Art. 56.
artikel 173 van hetzelfde decreet worden de woorden "voor elke categorie" vervangen door de woorden "voor elke onderwijssector". Art. 57.
hetzelfde decreet worden de woorden "decreet van 5 augustus 1995" overal vervangen door de woorden "decreet van 21 februari 2019". HOOFDSTUK V. - Wijzigingen aan het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen Art. 58.
artikel 59, eerste lid, van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen, worden de woorden " Wordt toegevoegd aan dit bedrag, het bedrag bedoeld bij artikel 4, § 4, a), van het decreet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029231 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 01/09/2005 numac 2005029229 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029227 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het diploma landmeter-expert onroerende zaken zoals uitgereikt door de
richtingen voor hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie sluiten betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs" vervangen door de woorden "Tot en met
het begrotingsjaar 2018 wordt hieraan het bedrag genoemd
artikel 4, § 4, a), van het decreet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029231 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 01/09/2005 numac 2005029229 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029227 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het diploma landmeter-expert onroerende zaken zoals uitgereikt door de
richtingen voor hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie sluiten betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs, toegevoegd. Vanaf het begrotingsjaar 2019 wordt EUR 380,64 per student toegekend voor de eerste 2500 studenten en EUR 253,10 per student boven 2500. Vanaf het jaar 2019 worden deze bedragen jaarlijks aangepast aan de schommelingen van het
dexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de volgende formule: prijsindexcijfer voor januari van het bedoelde begrotingsjaar/ prijsindexcijfer van de maand januari van het begrotingsjaar 2013. Voor de jaren 2019 tot 2021 worden de bedragen per student verkregen op grond van het vorige lid toegekend tot 40 %
2019, 60 %
2020 en 80 %
2021. " HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van het decreet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029231 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 01/09/2005 numac 2005029229 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029227 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het diploma landmeter-expert onroerende zaken zoals uitgereikt door de
richtingen voor hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie sluiten betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs Art. 59.
artikel 4, lid 3, onder a), van het decreet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029231 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 01/09/2005 numac 2005029229 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs type decreet prom. 20/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005029227 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het diploma landmeter-expert onroerende zaken zoals uitgereikt door de
richtingen voor hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie sluiten betreffende het bijkomend
schrijvingsgeld geïnd
het niet-universitair hoger onderwijs, worden de woorden "Dit product vormt een aanvulling op het bedrag van de sociale subsidies bedoeld
artikel 59 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten);" vervangen door de woorden "Tot en met
het begrotingsjaar 2018 is dit product een aanvulling op het bedrag van de sociale subsidies bedoeld
artikel 59 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten). Vanaf het begrotingsjaar 2019 is dit product opgenomen
het bedrag aan sociale subsidies en wordt het niet langer toegekend volgens het mechanisme van dit artikel; ". HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/06/2008 pub. 04/09/2008 numac 2008029389 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen sluiten betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur Art. 60.
artikel 2 van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/06/2008 pub. 04/09/2008 numac 2008029389 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen sluiten betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) punt 1° wordt vervangen door: "1 ° Decreet van 21 februari 2019: decreet van 21 februari 2019 tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs
de hogescholen;"; b) punt 12 ° wordt vervangen door: "12 °
richtende macht: de
richtende macht gedefinieerd
artikel 2, 6 °, van het decreet van 21 februari 2019;"; c)
punt 13 ° wordt het eerste streepje vervangen door: "Voor de hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap, de raad van bestuur bedoeld
artikel 2, lid 1, onder b), van het decreet van 21 februari 2019 en het beheersorgaan bedoeld
artikel 2, lid 5 hetzelfde decreet voor de hogescholen gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;"; d) punt 19 ° wordt vervangen door: "19 ° financierbare student: begrip gedefinieerd
artikel 15 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van studies.". Art. 61.
hetzelfde decreet wordt een artikel 172quinquies
gevoegd als volgt: "Art. 172quinquies.Het ambt van bestuursdirecteur is toegankelijk voor de meesterassistenten die belast zijn met het administratief en juridisch beheer en de meesterassistenten die belast zijn met het definitief financieel en boekhoudkundig beheer. ". Art. 62.
bijlage 1 van hetzelfde decreet wordt,
de ambten van rang 1 en rang 2, het niveau 1-ambt van bestuursdirecteur
gevoegd. Art. 63.
hetzelfde decreet worden de woorden "decreet van 5 augustus 1995" telkens vervangen door de woorden "decreet van 21 februari 2019". HOOFDSTUK VIII. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen Art. 64.Het decreet van de Franse Gemeenschap van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs
hogescholen wordt opgeheven, met uitzondering van de artikelen 16, 37bis, 37ter, 61, 62, 63, 63bis en 64. Art. 65.De personeelsleden die voorafgaand aan de
werkingtreding van dit decreet
de Raad als categoriedirecteur waren aangewezen, worden geacht te zijn aangewezen als directeur. Art. 66.Bij wijze van overgangsmaatregel worden de categorieraden zoals samengesteld vóór de
werkingtreding van dit decreet geacht Departementsraden te zijn
de zin van artikel 26. Art. 67.Het decreet van de Franse Gemeenschap van 21 september 2012 betreffende de deeelneming en studentenvertegenwoordiging
het hoger onderwijs, is gewijzigd
artikel 10, 2 °. Het woord "categorie" wordt vervangen door "departement of studiegebied". Art. 68.Wanneer de
richtende macht beslist artikel 17 van dit decreet besluit toe te passen, eindigen de lopende
dividuele mandaten op de datum van aanwijzing van het nieuwe Directiecollege. Art. 69.Dit decreet treedt
werking op de 10e dag na zijn bekendmaking
het Belgisch Staatsblad. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 21 februari
tegraal verslag.- Bespreking en aanneming.- Vergadering van 20 februari 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.