← België

Decreet tot beëindiging van het uitdovingskader bedoeld bij artikel 469 van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specif

Obsah (4)§ 2b§ 4§ 5§ 1

25 APRIL 2019. - Decreet tot beëindiging van het uitdovingskader bedoeld bij artikel 469 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002

de hogere kunstscholen

(1)sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd

de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) en tot aanvulling van het statuut van studiegebiedsdirecteur Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: EERSTE TITEL. - Nieuwe en wijzigingsbepalingen Artikel 1.

deel II, titel I, hoofdstuk IV van het decreet van 20 december tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd

de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), wordt een afdeling 2/1

gevoegd, bevattende een artikel 9/1, dat als volgt luidt: "Afdeling 2/1. Het pedagogisch en artistiek project van de programmaleider Art. 9/1.- Het pedagogisch en artistiek project van de kandidaat voor een betrekking als programmaleider beschrijft de gedetailleerde en unieke manier waarop hij zijn programmeringsopdracht binnen de Hogere kunstschool overweegt. Dit document wordt toegezonden aan de Hogere kunstschool overeenkomstig de bepalingen voor de oproep

het Belgisch Staatsblad bedoeld

de artikelen 102, 227 en 357 van dit decreet. ". Art. 2.

deel II, titel I, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet wordt een afdeling 2/2

gevoegd, bestaande uit een artikel 9/2, dat als volgt luidt: "Afdeling 2/2. Het pedagogisch en artistiek project van de werkleider Art. 9/2.- Het pedagogisch en artistiek project van de kandidaat voor een betrekking als werkleider beschrijft de gedetailleerde en unieke manier waarop hij zijn opdracht als werkleider binnen de Hogere kunstschool overweegt. Dit document wordt toegezonden aan de Hogere kunstschool overeenkomstig de bepalingen voor de oproep

het Belgisch Staatsblad bedoeld

de artikelen 102, 227 en 357 van dit decreet. ". Art. 3.

deel II, titel I, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet wordt een artikel 3/1

gevoegd dat bestaat uit een artikel 10/1, dat als volgt luidt: "Afdeling 3/1. Het pedagogisch en artistiek project van de assistent-hoogleraar Art. 10/1.- Het pedagogisch en artistiek project van de kandidaat voor een betrekking van assistent-hoogleraar beschrijft de wijze waarop hij zijn opdracht als assistent-hoogleraar overweegt

relatie tot de doelstellingen die worden nagestreefd met de cursus(en) waarvoor het ambt van assistent-hoogleraar wordt voorgesteld, eventueel samen met een ambtsomschrijving. Dit document wordt toegezonden aan de Hogere kunstschool overeenkomstig de bepalingen voor de oproep

het Belgisch Staatsblad bedoeld

de artikelen 102, 227 en 357 van dit decreet.". Art. 4.

artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

punt 2° worden tussen de woorden "vertegenwoordigers van de hoogleraren" en "en begeleidende personen" de woorden "assistent-hoogleraren"

gevoegd;b)

punt 3° worden de woorden "programmeringsambtenaren, projectmedewerkers" tussen de woorden "een vertegenwoordiger van" en "assistenten"

gevoegd. Art. 5.

artikel 18 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°

de leden 1 en 2 worden telkens tussen de woorden "hoogleraren" en "en begeleiders ", de woorden ", "assistent-hoogleraren"

gevoegd;2°

de leden 3 en 4 worden telkens de woorden "programmaleiders, werkleiders,"

gevoegd voor de woorden "van assistenten";3°

lid 6 worden de woorden "Wanneer een hoogleraar, begeleider," vervangen door de woorden "Wanneer een programmaleider, werkleider, hoogleraar, assistent-hoogleraar, begeleider,". Art. 6.Artikel 53 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid: "Met

gang van het academiejaar 2019-2020 wordt voor de hogere kunstscholen die het gebied van de podiumkunsten en de verspreidings- en communicatietechnieken - van het lange type - organiseren, het niveau van toezicht op de eerste schijf van de eerste 150 studenten, dat voor het genoemde gebied

lid 1 is vastgesteld, verhoogd met 11 arbeidseenheden als bedoeld

artikel 469/1, met

begrip van voltijds personeel, 1 programmaleider, 1 werkleider en 9 assistent-hoogleraren, als respectief bedoeld

de punten 1°, 2° en 3° of 4°, van het eerste lid van dit artikel.». Art. 7.Artikel 55 van hetzelfde decreet bevat de volgende wijzigingen: a)

1° van lid 1 worden de woorden "van (hoog)leraars en begeleiders" vervangen door de woorden "van (hoog)leraars, assistenten-hoogleraren en begeleiders";b)

de eerste regel van punt 2°, van hetzelfde lid, worden de woorden " van assistenten en docenten" vervangen door de woorden " van programmaleiders, werkleiders, assistenten, en docenten";c)

hetzelfde 2°, laatste regel, worden de woorden "van (hoog)leraar, begeleider, docent, of assistent" vervangen door de woorden "van (hoog)leraar, begeleider, docent, programmaleider, werkleider of assistent";d)

de leden 2, 3 en 5 worden voor de woorden "programmaleiders, werkleiders" telkens

gevoegd voor de woorden "hoogleraren";e)

dezelfde leden 2, 3 en 5 worden tussen de woorden "hoogleraren" en "begeleiders" de woorden "assistent-hoogleraren" telkens

gevoegd. Art. 8.

artikel 69 van hetzelfde decreet wordt punten 3° bis, 4° bis en 4° ter

gevoegd, luidend als volgt: "3° bis Assistent-Hoogleraar; 4° bis Werkleider;4° ter Programmaleider". Art. 9.

artikel 70, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) voor het woord "5° " wordt het woord "4° ter"

gevoegd;b) het woord", 5bis" wordt

gevoegd tussen het woord"5° " en"6° ";c) de woorden "3° en 4° " worden vervangen door de woorden "3°, 3° bis, 4° en 4° bis". Art. 10.

artikel 71 van hetzelfde decreet worden de woorden "en" geschrapt en worden de woorden "en programmaleider"

gevoegd tussen de woorden "studiegebiedsdirecteur" en "die ambten zijn". Art. 11.

artikel 72 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

§ 2b

is worden tussen de woorden "met assistenten" en "met hoogleraren" de woorden "met assistent-hoogleraren"

gevoegd;b) er wordt een § 3/1

gevoegd, die als volgt luidt: « § 3/1.Het ambt van assistent-hoogleraar is een ambt dat specifiek is voor het onderwijs

de podiumkunsten en voor de verspreiding en communicatietechnieken. De assistent-hoogleraren hebben de opdracht om de leerlingen te ondersteunen en te begeleiden. Zij kunnen verantwoordelijk zijn voor de

artikel 4 van het decreet opgesomde onderwijsactiviteiten en voor de evaluatie van de studenten. De volledige wekelijkse werklast van een assistent-hoogleraar bedraagt 30 uur per week. Hij kan worden verdeeld

zestigste van een opdracht."; c)

§ 4

, lid 1, worden tussen de woorden "begeleiders" en "of hoogleraren" de woorden " assistent-hoogleraren"

gevoegd;d) de paragrafen 4/1 en 4/2 worden

gevoegd en luidend als volgt: « § 4/1.Het ambt van werkleider is een ambt dat specifiek is voor het onderwijs van de podiumkunsten en de verspreiding en communicatietechnieken. De werkleiders houden toezicht op het praktische werk. De volledige wekelijkse werklast van een werkleider omvat 30 uur per week. Hij kan worden verdeeld

dertigste van een opdracht. § 4/2. Het ambt van programmaleider is een ambt dat specifiek is voor het onderwijs

de podiumkunsten en de verspreiding en communicatietechnieken. Ter ondersteuning van de directeur en met de adjunct-directeur(

  1. s)en eventueel de studiegebiedsdirecteur(
  2. s)is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van het pedagogisch project van de

stelling en het dagelijks bestuur van de

stelling. De volledige wekelijkse werklast van een programmaleider omvat 30 uur per week. Hij is compleet en ondeelbaar."; e)

§ 5

, lid 1, wordt het woord "en" geschrapt voor de woorden "de studiegebiedsdirecteur(s)" en worden de woorden "en de programmaleider(s)"

gevoegd tussen de woorden "de studiegebiedsdirecteur(s)" en de woorden "

dien van toepassing". Art. 12.

artikel 76, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden tussen de woorden "3° " en "en 4° " de woorden "3° bis"

gevoegd. Art. 13.

artikel 78, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden tussen de woorden ",een studiegebiedsdirecteur"

gevoegd tussen ", een directeur" en de woorden "en een adjunct-directeur". Art. 14.

artikel 81 van hetzelfde decreet, worden tussen de woorden "hoogleraar(en)" en "begeleider(s)" de woorden "assistent-hoogleraar(en)" telkens

gevoegd. Art. 15.

artikel 82, § 1 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

het eerste lid worden de woorden "een houder van een diploma van licentiaat dat is verleend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden " vervangen door de woorden "een masterdiploma dat is verleend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies ";b)

de leden 2 en 3 worden tussen de woorden "hoogleraar" en "begeleider" de woorden "assistent-hoogleraar"

gevoegd;c) § 1 wordt aangevuld met twee leden die als volgt luiden: "Niemand mag het ambt van programmaleider uitoefenen tenzij hij

het bezit is van een masterdiploma dat werd uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies of een bekwaamheidsbewijs waarvan de houder met de houder van een dergelijk diploma werd gelijkgesteld. Niemand mag het ambt van werkleider uitoefenen als hij niet

het bezit is van een diploma van een

stelling voor hoger onderwijs of een bekwaamheidsbewijs waarvan de houder met de houder van een dergelijk diploma werd gelijkgesteld. Art. 16.

de artikelen 101, 226 en 356, derde lid, van hetzelfde decreet, worden tussen de woorden "geen hoogleraar" en de woorden "of docent" de woorden "assistent-hoogleraar"

gevoegd. Art. 17.

de artikelen 102, 227 en 357 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

lid 1 worden tussen de woorden "hoogleraren," en "begeleiders" de woorden "assistent-hoogleraren"

gevoegd;b) de artikelen worden aangevuld met een lid dat als volgt wordt geformuleerd: "Voor de aanwerving van programma- en werkleiders wordt

de oproep die

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, gespecificeerd: 1° het ambt;2° het volume van de opdracht;3° de

te dienen dossiers, met onder andere de documenten betreffende de

punt 68 bedoelde kwalificaties en nuttige ervaring, verwijzingen naar wetenschappelijke publicaties en bewijzen van diverse beroepservaringen;4° het

te voeren pedagogische en artistieke project;5° de vormen en termijnen voor de

diening van de

de punten 3 en 4 bedoelde dossiers en projecten;6° de vormen en termijnen die nodig zijn voor de eventuele presentatie van de kandidaat voor de aanwervingscommissie. 7° de plaats of plaatsen waar het ambt zal worden uitgeoefend.". Art. 18.

de artikelen 104, § 1, vierde lid, 229, § 2, eerste lid, 359, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "programmaleider, werkleider" worden

gevoegd tussen de woorden "voor de betrekkingen" en de woorden "hoogleraar";2° tussen de woorden "hoogleraar," en de woorden "begeleider" worden de woorden "assistent-hoogleraar "

gevoegd. Art. 19.

de artikelen 108, § 1, eerste lid, lid 1, 233, § 1, eerste lid, 363, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "programmaleider, werkleider," worden

gevoegd tussen de woorden "

het ambt van" en de woorden "hoogleraar";2° tussen het woord "hoogleraar," en het woord "begeleider" worden de woorden "assistent-hoogleraren"

gevoegd. Art. 20.

deel IV van hetzelfde decreet,

de Titels III, IV en V, Hoofdstuk II, Afdeling 2, wordt het opschrift van het tweede lid vervangen door het volgende opschrift: "Onderafdeling 2. - De aanstelling voor een bepaalde duur van programmaleiders, werkleiders, hoogleraren, assistent-hoogleraren, begeleiders en docenten". Art. 21.

de artikelen 110, 235 en 365 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

lid 1 worden tussen de woorden "

een ambt" en het woord "hoogleraar" de woorden "programmaleider, werkleider"

gevoegd;b)

lid 1 worden tussen het woord "hoogleraar," en het woord "begeleider" de woorden "assistent-hoogleraar,"

gevoegd;c)

lid 1, 2°, worden tussen de woorden "hoogleraar kunstcursus," en het woord "docenten " de woorden "assistent-hoogleraar"

gevoegd ";d)

lid 1, 3°, worden tussen het woord "hoogleraar," en het woord "begeleider" de woorden "assistent-hoogleraar"

gevoegd. Art. 22.

deel IV van hetzelfde decreet,

de Titels III, IV en V, Hoofdstuk II, Afdeling 2, wordt het opschrift van Afdeling 4 vervangen door het volgende opschrift: "Onderafdeling 4. - De aanstelling voor onbepaalde duur van programmaleider, werkleider, hoogleraar, assistent-hoogleraar, begeleider en docent". Art. 23.

deel IV van hetzelfde decreet wordt

de Titels III, IV, V, V, V, Hoofdstuk II, het opschrift van Afdeling 4 vervangen door het volgende opschrift: "Afdeling 4. - De benoeming

vast verband

een ambt van programmaleider, werkleider, hoogleraar, assistent-hoogleraar, begeleider, docent". Art. 24.

de artikelen 127, 10°, 254, 10° en 384, 10° van hetzelfde decreet, worden tussen het woord "hoogleraren" en de woorden "of docenten" de woorden "assistent-hoogleraren"

gevoegd. Art. 25.

de artikelen 131, 258 en 388 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "programmaleider, werkleider," worden

gevoegd tussen het woord "hoogleraren" en het woord "docenten";2° tussen het woord "hoogleraar," en de woorden "begeleider" worden de woorden "assistent-hoogleraar"

gevoegd. Art. 26.

deel IV van hetzelfde decreet,

de Titels III en IV, wordt het opschrift van Hoofdstuk III vervangen door het volgende opschrift: "HOOFDSTUK III. - Administratieve stand van programmaleiders, werkleiders, hoogleraren, assistent-hoogleraren, begeleiders en docenten". Art. 27.

deel IV van hetzelfde decreet,

Titel V

, wordt het opschrift van Hoofdstuk V vervangen door het volgende opschrift: "HOOFDSTUK V. - Administratieve stand van programmaleiders, werkleiders, hoogleraren, assistent-hoogleraren, begeleiders en docenten". TITEL II. - Overgangs- en eindbepalingen Art. 28.

hetzelfde decreet, worden de artikelen 469/1 tot en met 469/4

gevoegd, die als volgt luiden: "Artikel 469/1: Met

gang van het academisch jaar 2019-2020 worden de

artikel 469 bedoelde ambten afgeschaft en vervangen door de volgende ambten 1° het ambt van hoofd van het studiebureau wordt het ambt van programmaleider;2° het ambt van hoofd van de werkzaamheden wordt het ambt van werkleider;3° het ambt van hoogleraar beroepspraktijk wordt het ambt van assistent-hoogleraar;4° het ambt van assistent wordt het ambt van assistent-hoogleraar. De

artikel 469 bedoelde ambten van hoofd van het studiebureau, hoofd van de werkzaamheden, hoogleraar beroepspraktijk en assistenten worden afgeschaft. Artikel 469/2.- § 1. Met

gang van het academiejaar 2019-2020 worden de diensten die

het ambt dat vóór de

werkingtreding van artikel 469/1, werden uitgeoefend door het personeelslid dat is aangesteld of tijdelijk

dienst genomen voor een bepaalde duur, geacht te zijn verricht

het overeenstemmende nieuwe ambt overeenkomstig artikel 469/1. Met

gang van het academiejaar 2019-2020 wordt het personeelslid dat voor onbepaalde duur is aangesteld of aangeworven, dat

vast verband benoemd of aangeworven is op de vooravond van de

werkingtreding van artikel 469/1, geacht te zijn tijdelijk aangesteld of aangeworven voor onbepaalde duur,

vast verband benoemd of aangeworven,

dien van toepassing,

de overeenkomstige nieuwe opdrachten en het nieuwe ambt als voorgeschreven

artikel 469/1. Zij worden geacht te worden toegewezen

de

stelling waar zij deze opdrachten en ambten uitoefenden. § 2. Het

§ 1

bedoelde personeelslid wordt geacht voor het overblijvende gedeelte van zijn loopbaan te voldoen aan de

artikel 82 bedoelde kwalificatie-eisen. § 3. Het

§ 1

bedoelde personeelslid behoudt

het nieuwe ambt de verdeelsleutel van zijn vorige ambt

dien deze gunstiger is voor het personeelslid. Het behoud van de

itiële opdrachtbreuk omvat ook de uitbreidingen van de opdracht en maatregelen met betrekking tot de terbeschikkingstelling en reaffectatie. Artikel 469/3.- 1. Een personeelslid dat geacht wordt voor onbepaalde duur te zijn aangesteld of tijdelijk

dienst te zijn genomen of dat op grond van de artikelen 469/1 en 469/2 voor onbepaalde tijd

een nieuw ambt is aangesteld of

vast verband is aangesteld, heeft recht op de loonschaal die aan dat nieuw ambt is verbonden, tenzij de loonschaal die betrekking heeft op zijn oorspronkelijke ambt

een hogere bezoldiging voorziet. Artikel 469/4.- Met

gang van het academisch jaar 2019-2020 mag, met uitzondering van artikel 55, lid 2, en bij wijze van overgangsregeling, het aandeel van de arbeidseenheden van programmaleiders, werkleiders en assistent-hoogleraren die zijn aangesteld of

vast verband zijn aangesteld, meer dan 70% bedragen om de aanstelling of permanente aanwerving mogelijk te maken van personeelsleden die werkzaam waren

de

artikel 469 bedoelde ambten van hoofd van het studiebureau, hoofd van de werkzaamheden, hoogleraar beroepspraktijk en assistenten, en die worden geacht te zijn benoemd of

vast verband

het desbetreffende nieuwe ambt te zijn aangesteld of aangeworven overeenkomstig het bepaalde

artikel 469/1. » Art. 29.Dit decreet heeft uitwerking met

gang van het academiejaar 2019-2020, met uitzondering van de artikelen 9, b), 12 en 13, die uitwerking hebben met

gang van 1 september 2012. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het

het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 25 april

  1. De Minister-President, belast met Gelijke kansen en Vrouwenrechten R. DEMOTTE De Vice-Presidente en Minister van Cultuur en Kind, A. GREOLI De Vice-President, Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie, Onderzoek en Media, J.-C. MARCOURT De Minister van Jeugd, Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en Promotie van Brussel, belast met het toezicht op de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest R. MADRANE De Minister van Onderwijs, M.-M. SCHYNS De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT _______ Nota Zitting 2018-2019 Stukken van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 792-
  2. - Commissieverslag nr. 792-
  3. -Tekst aangenomen tijdens de plenaire vergadering, nr. 792-3.

tegraal verslag.- Bespreking en aanneming.- Vergadering van 24 april 2019.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.