(1)Titel I bevat een begrippenlijst. In titel II wordt in hoofdstuk I de procedure met betrekking tot het overleg in geval van een sociaal conflict zonder stakingsaanzegging vastgelegd. Hoofdstuk II bevat de procedure met betrekking tot het sociaal overleg in geval van een sociaal conflict met stakingsaanzegging, met uitzondering van de interprofessionele stakingsaanzeggingen. Daarbij wordt de procedure vastgelegd bij een stakingsaanzegging in één gevangenis ook van toepassing verklaard op een stakingsaanzegging ingediend in meerdere gevangenissen. In hoofdstuk III wordt bepaald dat de procedures van de hoofdstukken I en II moeten worden gevolgd indien het sociaal conflict betrekking heeft op materies die onderhandeld dienen te worden, terwijl in hoofdstuk IV de procedure wordt vastgelegd met betrekking tot een syndicale actie uitgaande van een confederatie vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad. Titel III legt de administratieve maatregel vast voor de ambtenaren en contractuelen die zich bevinden in een toestand zoals bepaald in artikel 16, § 3, van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten `betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel'. Tot slot bevat titel IV een overgangsbepaling, waarin wordt bepaald dat de in het ontwerp vastgelegde procedures van toepassing zijn op het sociaal conflict dat zich manifesteert vanaf de inwerkingtreding van de wet.
- Het ontwerp vindt rechtsgrond in de artikelen 15, tweede lid, en 16, van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten. Artikel 15, tweede lid, van deze wet machtigt de Koning de nadere regels vast te leggen van het sociaal overleg dat in geval van een sociaal conflict binnen de penitentiaire diensten onverwijld wordt opgestart binnen de bevoegde overlegcomités zoals opgericht binnen de FOD Justitie. Artikel 15, derde lid, bepaalt waaraan deze nadere regels minstens moeten voldoen. Artikel 16, § 3, van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten bepaalt dat de Koning de administratieve maatregel vastlegt voor bepaalde personeelsleden die zich niet aanbieden op de plaats van tewerkstelling. Deze bepalingen volstaan als rechtsgrond voor het ontwerp. Onderzoek van de tekst Aanhef
- De aanhef dient te worden aangepast gelet op hetgeen over de rechtsgrond werd opgemerkt. Artikel 3
- In artikel 3, tweede lid, van het ontwerp wordt de aanvang van de termijn van dertig dagen vastgelegd op het ogenblik van de kennisgeving bedoeld in artikel 2, eerste lid (kennisgeving van het sociaal conflict), en niet, zoals in artikel 25 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 `tot uitvoering van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel' op het ogenblik van de dag van de eerste vergadering.Dit heeft tot gevolg dat wanneer de eerste vergadering pas zeven dagen na de kennisgeving van het sociaal conflict plaatsvindt (artikel 3, eerste lid), de termijn voor overleg van dertig dagen daarmee wordt ingekort. De gemachtigde bevestigde dat dit niet de bedoeling van de stellers is. Aldus zou artikel 3, tweede lid, eerste zin, van het ontwerp moeten worden aangepast en als volgt worden geredigeerd: "Het overleg wordt afgerond uiterlijk 30 dagen vanaf de dag van de eerste vergadering". Ook bij de in artikel 8, tweede lid, van het ontwerp vermelde termijn, dienen de stellers na te gaan of wel degelijk beoogd wordt deze termijn te laten ingaan op het ogenblik van de kennisgeving. Artikel 4
- Overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van het ontwerp kan het inrichtingshoofd, zijn afgevaardigde of een vakorganisatie om de aanwezigheid van een afgevaardigde van de regionale directie verzoeken.Dit `verzoek' wordt gericht aan de directeur-generaal of zijn gemachtigde. Gevraagd of op dit verzoek steeds wordt ingegaan of dat het kan worden geweigerd, stelt de gemachtigde: "Bij de bespreking van dit artikel in Comité A werd duidelijk aangegeven dat hier in de praktijk steeds op ingegaan zal worden. Het zal enkel om praktische redenen (afwezigheden, andere verplichtingen, ...) kunnen zijn dat er iemand van de regionale directie niet zou kunnen bij zijn binnen de gestelde termijnen, maar dit dient zo veel als mogelijk vermeden te worden". Het verdient aanbeveling deze verduidelijking op te nemen in het verslag aan de Koning dat bij het ontwerpbesluit zal worden gevoegd. Artikel 6
- Artikel 6, § 2, van het ontwerp bevat de procedure met betrekking tot de opvolging van de uitvoering van het advies. De bewoordingen van deze bepaling verschillen van de bewoordingen van artikel 11, § 2, van het ontwerp, dat de gelijkaardige procedure regelt in geval van een sociaal conflict met stakingsaanzegging. Hierover om toelichting gevraagd, stelt de gemachtigde: "In principe is er geen verschil in procedure. De opvolging zal steeds een eerste maal gebeuren in een BOC dat georganiseerd wordt uiterlijk 1 maand na het afsluiten van het akkoord, de verdere opvolging in de BOC's die daarna regulier georganiseerd worden (dus niet specifiek omwille van dat onderwerp). Het thema wordt dan een gewoon agendapunt dat opgevolgd wordt. In artikel 6, § 2, wordt daarenboven verduidelijkt dat de BOC's om de 3 maand bijeenkomen. Het lijkt opportuun om dat slechts 1 maal te verduidelijken en dat deze verduidelijking niet noodzakelijk is om te herhalen". In het verslag aan de Koning wordt bij de bespreking van artikel 11 gesteld: "Artikel 11 herneemt artikel 6 maar dan in het geval van akkoord in een overleg met een stakingsaanzegging". Gelet hierop verdient het aanbeveling in de artikelen 6, § 2 en 11, § 2, van het ontwerp dezelfde bewoordingen te gebruiken. Artikelen 7 en 8 9.
- Artikel 15, derde lid, van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten machtigt de Koning om onder meer de nadere regels van het sociaal overleg te bepalen in geval van een stakingsaanzegging. Hierbij moet een termijn van tien dagen in acht worden genomen tussen de aanzegging en de aanvang van de staking. Uit artikel 16, § 1, van de wet blijkt dat in geval van staking de personeelsleden hun intentie om al dan niet aan de staking deel te nemen uiterlijk tweeënzeventig uur vóór het begin van de eerste stakingsdag en voor elke stakingsdag waarop hun aanwezigheid voorzien is, moeten meedelen aan het inrichtingshoofd. Artikel 16, § 1, tweede lid, in fine, van de wet bepaalt daarbij uitdrukkelijk dat onder stakingsdag wordt verstaan: "elke periode van vierentwintig uur, te rekenen vanaf het uur van het begin van de staking zoals vermeld in de stakingsaanzegging". Hieruit volgt dat de wet uitgaat van enerzijds een stakingsaanzegging, waarna een termijn van tien dagen tot aan de aanvang van de staking in acht moet worden genomen, en anderzijds vervolgens een intentieverklaring van elk personeelslid die afgelegd moet worden uiterlijk tweeënzeventig uur voor het uur van het begin van de staking zoals vermeld in de stakingsaanzegging. 9.
- Het ontwerp van koninklijk besluit legt evenwel niet de verplichting op om in de stakingsaanzegging het uur van het begin van de staking te vermelden. Artikel 7, eerste lid, van het ontwerp bepaalt dat de stakingsaanzegging "ten minste tien dagen voorafgaand aan de start van de actie" moet gebeuren. Vervolgens moet overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, van het ontwerp een basisoverlegcomité worden georganiseerd en moet het overleg afgerond worden "uiterlijk 10 dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 7, eerste lid" (zijnde na ontvangst van de stakingsaanzegging). Overeenkomstig artikel 8, derde lid, van het ontwerp moet, als "na dit overleg" wordt beslist om te staken, kennis worden gegeven van de "datum en het uur van het begin en indien mogelijk het einde van de staking". De staking kan ten vroegste starten "na het verstrijken van een termijn van 72 uur". Het ontwerp van besluit voegt aldus een bijkomende stap aan de procedure toe, namelijk de "start van de actie", waarvan de datum in de stakingsaanzegging wordt vermeld. Deze datum stemt niet noodzakelijk overeen met de datum waarop de eventuele daadwerkelijke staking zal aanvangen. 9.
- Deze werkwijze is evenwel niet te verzoenen met de duidelijke tekst van artikel 16, § 1, tweede lid, in fine, van de wet, waaruit volgt dat de stakingsaanzegging het uur en de dag van het begin van de staking dient te vermelden. Het ontwerp heeft bovendien tot gevolg dat niet gewaarborgd is dat het personeelslid weet op welk ogenblik hij uiterlijk zijn intentieverklaring moet afleggen. Moet het personeelslid deze verklaring afleggen 72 uren voor de start van de actie, vermeld in de stakingsaanzegging (artikel 7 van het ontwerp), of 72 uren voor de datum en het uur van het begin van de staking (artikel 8, derde lid, van het ontwerp)? De gemachtigde verklaart in dit verband: "De intentieverklaring dient zo snel mogelijk te gebeuren vanaf het moment dat er een stakingsaanzegging is. En ten laatste 72 uur voor de start van de actie die aangekondigd wordt met de stakingsaanzegging (en dan kan dit een theoretische bepaling zijn) dient het personeelslid dat ingepland is om te werken op dat moment zijn intentie bekend te maken. Als blijkt dat de oorspronkelijk berekende stakingsdag niet overeenkomt met de daadwerkelijke stakingsdag, dan zal er een nieuwe intentieverklaring dienen te gebeuren". Deze werkwijze, met een eventuele dubbele intentieverklaring, is evenwel evenmin te verzoenen met de duidelijke tekst van artikel 16, § 1, tweede lid, in fine, van de wet, waaruit volgt dat het tijdstip van de intentieverklaring afhangt van de eerste stakingsdag, en dat deze eerste stakingsdag de periode is die aanvangt vanaf het uur en de datum "zoals vermeld wordt in de stakingsaanzegging". 9.
- De artikelen 7 en 8 van het ontwerp moeten bijgevolg worden aangepast in die zin dat de stakingsaanzegging minstens het op dat moment voorgenomen uur en de voorgenomen datum van het begin van de staking moet vermelden. Artikel 8
- Omwille van de eenvormigheid met artikel 3, eerste lid, van het ontwerp worden in artikel 8, eerste lid, de woorden "na ontvangst van de stakingsaanzegging" beter vervangen door de woorden "na de kennisgeving bedoeld in artikel 7, eerste lid".
- Het verdient aanbeveling in artikel 8, derde lid, van het ontwerp te verduidelijken aan wie kennis moet worden gegeven van de datum en het uur van het begin van de staking, en aan wie deze kennisgeving moet worden doorgegeven, naar analogie met de artikelen 7 en 12 van het ontwerp. Artikel 9
- Artikel 9 van het ontwerp bepaalt dat een beroep wordt gedaan op een sociaal bemiddelaar in de procedure van een sociaal conflict met stakingsaanzegging.In het geval van een sociaal conflict zonder stakingsaanzegging wordt evenwel niet uitdrukkelijk melding gemaakt van deze mogelijkheid. Hierover ondervraagd, antwoordt de gemachtigde: "Alhoewel het niet expliciet voorzien wordt in de procedure zonder stakingsaanzegging is het natuurlijk wel mogelijk om ook daar beroep te doen op een sociale bemiddelaar en dit volgens de bestaande wetgeving opgenomen in het vakbondsstatuut voor de overheidssector, meerbepaald artikel 12octies, 1e lid: `De Algemene Directie van de collectieve arbeidsbetrekkingen bij de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wordt belast met de sociale bemiddeling in de overheidssector met het oog op het voorkomen, opvolgen en beëindigen van de collectieve geschillen tussen de werkgevers en de personeelsleden waarop deze wet van toepassing is.' Dit wordt nog eens uitdrukkelijk hernomen in artikel 1 van het KB van 15 augustus 2012 betreffende de benoemingsvoorwaarden en de opdrachten van de titularissen van de functie van adviseur sociaal bemiddelaar in de overheidssector: `De sociale bemiddeling in de overheidssector omvat de volgende opdrachten: - het voorkomen van sociale geschillen en het opvolgen van het uitbreken, het verloop en de beëindiging ervan; - het vervullen van alle sociale bemiddelingsopdrachten; - het ondersteunen van de verschillende onderhandelings- en overlegorganen die zijn opgericht met toepassing van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel; - het opstellen van alle verslagen en studies op initiatief of op verzoek van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten ter ondersteuning van de werken van het comité; - het opvolgen van de evolutie van de Europese richtlijnen die een impact hebben op de overheid.' Het is echter niet de bedoeling dat voor elk klein conflict er direct beroep gedaan wordt op deze sociale bemiddeling, daarom dat dit enkel wordt geëxpliciteerd in artikel 9 van het ontwerp". De huidige formulering van artikel 9, tweede lid, van het ontwerp houdt in dat het inschakelen van de sociaal bemiddelaar een verplichting vormt. Indien dit niet de bedoeling is, moet de tekst worden aangepast. In dit geval verdient het ook aanbeveling de artikelen 4 en 9 van het ontwerp op een analoge wijze vorm te geven en eventueel in artikel 4 een verwijzing op te nemen naar de mogelijkheid om een beroep te doen op een sociaal bemiddelaar. Artikel 12
- Artikel 12 van het ontwerp bepaalt dat bij gebrek aan akkoord de vakorganisaties binnen de kortst mogelijke termijn de directeur-generaal en het inrichtingshoofd in kennis stellen van de voornemens van hun leden om al dan niet te staken. De gemachtigde verschafte volgende verduidelijking over deze bepaling: "Artikel 12 is zo geschreven vanuit het standpunt dat de vakbonden een voorstel van de overheid dat met hen overlegd of onderhandeld is, gaan voorleggen aan hun achterban waarbij zij dit ofwel gewoon voorleggen of dit mogelijks ook verdedigen. Het kan immers zijn dat zij het voorstel dienen af te toetsen omdat er toegevingen gedaan zijn, maar dat bvb. niet op alles is ingegaan. De achterban zal dan dienen te oordelen of er toch gestaakt zal worden of niet. Het kan zijn dat er dan bvb. een beslissing valt om te staken, maar dat er nog geen datum wordt vastgelegd omdat men eerst terug naar de onderhandelingstafel wil om het standpunt van de achterban naar voor te brengen. En het kan steeds dat er dus nog verder onderhandeld wordt...". De bepaling moet bijgevolg niet begrepen worden als een bepaling die invloed heeft of afbreuk doet aan de verplichting van ieder personeelslid om een intentieverklaring af te leggen. Aldus begrepen roept de ontworpen bepaling geen bezwaren op in het licht van artikel 16 van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten. De griffier, Wim Geurts De voorzitter, Marnix Van Damme _______ Nota
(1)Dit zijn de personeelsleden die hun intentie hebben medegedeeld om niet aan de stakingsdag deel te nemen alsook de personeelsleden die hun intentie om al dan niet aan de stakingsdag deel te nemen niet binnen de voorgeschreven termijnen kenbaar maken en de personeelsleden die de gouverneur of de Brusselse minister-president bevolen heeft om zich naar hun plaats van tewerkstelling te begeven. 19 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15 en 16 van de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel, de artikelen 15, tweede en derde lid en 16, § 3; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juni 2019; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 10 juli 2019; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 10 juli 2019; Gelet op het protocol nr. 221/1 van 13 september 2019 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten; Gelet op advies 66.601/1 van de Raad van State, gegeven op 23 oktober 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde Wetten op de Raad van State; Overwegende de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, artikel 12octies, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012; Overwegende het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel; Op de voordracht van de Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - DEFINITIES Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1. Minister: de Minister van Justitie;2. Voorzitter van het Directiecomité: de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Justitie;3. Directeur-generaal: de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen;4. Regionaal Directeur: de als dusdanig door de Koning aangewezen directeur die belast is met de coördinatie van de initiatieven die genomen worden in de gevangenissen die zich in zijn geografisch bevoegdheidsgebied bevinden;5. Inrichtingshoofd: de als dusdanig door de Directeur-generaal aangewezen directeur die belast is met het bestuur van een of meerdere gevangenissen;6. Afgevaardigde van de regionale directie: afgevaardigde van de regionale directie die in het bijzonder tot opdracht heeft om, wanneer men op lokaal niveau niet tot een oplossing komt, de tegengestelde standpunten van de partijen te verkennen en bijstand te verlenen in het zoeken naar een akkoord.Hij rapporteert hiertoe aan de Directeur-generaal en de Regionaal directeur of hun gemachtigden teneinde over de legaliteit en de legitimiteit van eventuele oplossingen te waken; 7. Sociaal bemiddelaar: de sociaal bemiddelaar in de overheidssector behorende tot de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 15 augustus 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/08/2012 pub. 28/08/2012 numac 2012204196 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende de benoemingsvoorwaarden en de opdrachten van de titularissen van de functie van adviseur sociaal bemiddelaar in de overheidssector sluiten betreffende de benoemingsvoorwaarden en de opdrachten van de titularissen van de functie van adviseur sociaal bemiddelaar in de overheidssector;8. De wet: de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 11/04/2019 numac 2019011569 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel sluiten betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel;9. Werkdagen : alle dagen van de week behalve zaterdag, zon- en feestdagen, zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen. TITEL II. - PROCEDURES MET OOG OP DE REGELING VAN HET OVERLEG IN GEVAL EEN SOCIAAL CONFLICT HOOFDSTUK I. - Procedures met betrekking tot het overleg in geval van een sociaal conflict zonder stakingsaanzegging Art. 2.Indien zich een sociaal conflict voordoet, waarvan de afhandeling niet kan uitgesteld worden tot de bijeenkomst van het eerstvolgende geplande basisoverlegcomité, stelt/stellen de vakorganisatie(
- s)het betrokken inrichtingshoofd en de Directeur-generaal langs elektronische weg daarvan in kennis, waarbij de ontvangst door een van de twee bevestigd wordt. Deze kennisgeving bevat de specifieke uiteenzetting van het zich voordoend probleem. Zij bevat tevens de elementen die de spoedeisende behandeling rechtvaardigen. Art. 3.Het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde legt, in overleg met de vakorganisaties, de datum van de eerste vergadering van het overleg vast, en deze vindt plaats uiterlijk 7 dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 2, eerste lid. Het overleg wordt afgerond uiterlijk 30 dagen vanaf de dag van de eerste vergadering. In onderling overleg kan deze termijn verlengd worden. Indien dit niet het geval is, wordt het overleg beëindigd. Art. 4.In elk stadium van het overleg kan om de aanwezigheid van een afgevaardigde van de regionale directie verzocht worden door het inrichtingshoofd, zijn afgevaardigde of een vakorganisatie. Het verzoek dient gericht te worden aan de Directeur-generaal of zijn gemachtigde. De Directeur-generaal of zijn gemachtigde kan ook op eigen initiatief beslissen een afgevaardigde van de regionale directie aan het overleg te laten deelnemen. Er kan beroep gedaan worden op de sociaal bemiddelaar volgens de nadere regels van de bemiddelingsprocedure vastgelegd door het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten overeenkomstig artikel 12octies van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Art. 5.Binnen een termijn van drie werkdagen na het beëindigen van het overleg stelt de secretaris van het basisoverlegcomité de notulen op van het overleg. De notulen geven het standpunt van elke partij weer en tevens de voorgestelde oplossingen tot beëindiging van het conflict. De notulen worden ondertekend door de vakorganisaties, door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde en, in voorkomend geval, door de afgevaardigde van de regionale directie. Art. 6.§ 1. Indien een akkoord werd bereikt tussen de vakorganisaties en het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde, wordt het overleg afgesloten met een met redenen omkleed advies dat de voorwaarden bevat van het bereikte akkoord alsook de modaliteiten van uitvoering en dat ondertekend wordt door de vakorganisaties en door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde, en, in voorkomend geval, door de afgevaardigde van de regionale directie. De afsluiting van een met redenen omkleed advies houdt in dat het sociaal conflict beëindigd is. § 2. De uitvoering van het met redenen omkleed advies wordt opgevolgd op de volgende bijeenkomst van een basisoverlegcomité uiterlijk één maand na de afsluiting van het met redenen omkleed advies en op de volgende reguliere vergaderingen van het basisoverlegcomité en dat om de drie maanden bijeenkomt. HOOFDSTUK II. - Procedures met betrekking tot het overleg in geval van een sociaal conflict met stakingsaanzegging, met uitzondering van de interprofessionele stakingsaanzeggingen Art. 7.De vakorganisaties stellen de Directeur-generaal langs elektronische weg in kennis van een stakingsaanzegging ten minste tien dagen voorafgaand aan de start van de actie. De stakingsaanzegging dient ondertekend te zijn door een verantwoordelijke leider, vaste gemachtigde van een verantwoordelijke leider of vaste afgevaardigde. De Directeur-generaal geeft dit door aan de Minister, de Voorzitter van het Directiecomité, de regionale directeur en het betrokken inrichtingshoofd of de betrokken inrichtingshoofden. De stakingsaanzegging vermeldt de precieze redenen van de aanzegging en omschrijft nauwgezet de standpunten van de vakorganisatie(
- s)omtrent de problematiek en het op dat moment voorgenomen uur en datum van het begin van de staking. Elke latere wijziging van de elementen van deze stakingsaanzegging door de vakorganisatie(
- s)zal beschouwd als een nieuwe stakingsaanzegging, behalve mits akkoord van het betrokken inrichtingshoofd of de inrichtingshoofden. Art. 8.Het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde organiseert binnen de vier werkdagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 7, eerste lid, een basisoverlegcomité om de voormelde eisen te bespreken. Als er na dit overleg beslist wordt om te staken, dan wordt kennis gegeven van de daadwerkelijke datum en het uur van het begin van de staking die ten vroegste start 10 dagen na de aanzegging en indien mogelijk het einde van de staking. Deze kennisgeving wordt gedaan aan de Directeur-generaal . De staking kan ten vroegste starten na het verstrijken van een termijn van 72 uur na deze kennisgeving. Een staking van onbepaalde duur wordt beschouwd als een staking van meer dan 48 uur. Art. 9.De aanwezigheid van een afgevaardigde van de regionale directie kan voorzien worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van dit besluit. Er kan beroep gedaan worden op de sociaal bemiddelaar volgens de nadere regels van de bemiddelingsprocedure vastgelegd door het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten overeenkomstig artikel 12octies van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Art. 10.Binnen een termijn van drie werkdagen na het beëindigen van het overleg, stelt de secretaris van het basisoverlegcomité de notulen op van het overleg. De notulen geven het standpunt van elke partij weer en tevens de voorgestelde oplossingen tot beëindiging van het conflict. De notulen worden ondertekend door de vakorganisaties en door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde en, in voorkomend geval, door de afgevaardigde van de regionale directie of de sociaal bemiddelaar. Art. 11.§ 1.Indien een akkoord werd bereikt tussen de vakorganisaties en het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde, wordt het overleg afgesloten met een met redenen omkleed advies dat de voorwaarden bevat van het bereikte akkoord alsook de modaliteiten van uitvoering en dat ondertekend wordt door de vakorganisaties en door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde, en, in voorkomend geval, door de afgevaardigde van de regionale directie of de sociaal bemiddelaar. De afsluiting van een met redenen omkleed advies houdt in dat het sociaal conflict beëindigd is en dat de stakingsaanzegging ingetrokken is. § 2. De uitvoering van het met redenen omkleed advies wordt opgevolgd op de volgende bijeenkomst van een basisoverlegcomité uiterlijk één maand na de afsluiting van het met redenen omkleed advies en op de volgende reguliere vergaderingen van het basisoverlegcomité en dat om de drie maanden bijeenkomt. Art. 12.Bij gebrek aan akkoord stellen de vakorganisaties binnen de kortst mogelijke termijn de Directeur-generaal en het inrichtingshoofd langs elektronische weg in kennis van de voornemens van hun leden om al dan niet te staken, waarbij de ontvangst door een van de twee bevestigd wordt. De Directeur-generaal of zijn gemachtigde verwittigt onmiddellijk de Minister en de Voorzitter van het Directiecomité over de voornemens tot staking. Art. 13.Dezelfde procedure en nadere regels worden toegepast indien in meerdere gevangenissen tegelijkertijd een stakingsaanzegging wordt ingediend. De vakorganisaties vermelden in hun elektronische brief de verschillende gevangenissen, met dezelfde motieven, waarvoor een stakingsaanzegging wordt ingediend. Op dat ogenblik roept de voorzitter van het hoog overlegcomité een vergadering van dit comité samen. De termen vermeld in de 1e kolom van de onderstaande tabel dienen in dat geval gelezen te worden als de termen opgenomen in de 2e kolom van dezelfde tabel: chef de l'établissement président du comité supérieur de concertation inrichtingshoofd voorzitter van het hoog overlegcomité comité de concertation de base comité supérieur de concertation basisoverlegcomité hoog overlegcomité secrétaire du comité de concertation de base secrétaire du comité supérieur de concertation secretaris van het basisoverlegcomité secretaris van het hoog overlegcomité HOOFDSTUK III. - Procedures met betrekking tot de onderhandeling in geval van een sociaal conflict met of zonder stakingsaanzegging met uitzondering van de interprofessionele stakingsaanzeggingen Art. 14.Indien het sociaal conflict betrekking heeft op materies die onderhandeld dienen te worden, dan worden de procedures en nadere regels opgenomen in hoofdstuk I en II gevolgd, met het oog op het organiseren van een Sectorcomité III - Justitie. De termen vermeld in de 1e kolom van de onderstaande tabel dienen in dat geval gelezen te worden als de termen opgenomen in de 2e kolom van dezelfde tabel: chef de l'établissement président du comité de secteur III inrichtingshoofd voorzitter van sectorcomité III comité de concertation de base comité de secteur III basisoverlegcomité sectorcomité III comité supérieur de concertation comité de secteur III hoog overlegcomité sectorcomité III concertation négociation overleg onderhandeling secrétaire du comité de concertation de base secrétaire du comité de secteur III secretaris van het basisoverlegcomité secretaris van het sectorcomité III avis motivé protocole met redenen omkleed advies protocol HOOFDSTUK IV. - Procedures met betrekking tot een syndicale actie uitgaande van een confederatie vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad Art. 15.Indien het initiatief voor een syndicale actie uitgaande van een confederatie vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad, stakingen in de penitentiaire sector tot gevolg kan hebben, zullen de representatieve vakorganisaties van het overheidspersoneel daarvan vooraf de voorzitter van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten schriftelijk verwittigen. TITEL III. - ADMINISTRATIEVE MAATREGEL Art. 16.Elke ambtenaar die zich bevindt in een toestand zoals bepaald in artikel 16, § 3, van de wet wordt in de stand van non-activiteit geplaatst voor de duur van de ongewettigde afwezigheid overeenkomstig artikel 106, 7°, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel. Bij contractuele personeelsleden wordt in deze situatie de arbeidsovereenkomst geschorst voor de duur van de ongewettigde afwezigheid. TITEL IV. - OVERGANGS- EN SLOTBEPALING Art. 17.Deze bepalingen zijn van toepassing op het sociaal conflict dat zich manifesteert vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 18.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de tenuitvoerlegging van dit besluit. Gegeven te Brussel, 19 november 2019. FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS