GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD 24 OKTOBER 2019. - Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de sociale toeslagen en bepaalde toeslagen waarin de Algemene Kinderbijslagwet voorziet Het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 69, tweede lid; Gelet op de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, de artikelen 3, 6°, 7°, en 8°, 9, 10 en 39, tweede lid, 6° en 7° ; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 9 mei 2019; Gelet op het advies van de Beheerraad voor Gezinsbijslag, gegeven op 10 juli 2019; Gelet op het akkoord van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Financiën en Begroting, gegeven op 22 oktober 2019; Gelet op het advies 66.456/1/V van de Raad van State, gegeven op 12 augustus 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voordracht van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor de Gezinsbijslagen; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder: 1° inwonend gezinslid: elke persoon die geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad is waarmee de bijslagtrekkende samenwoont en een feitelijk gezin vormt;2° gezinsleden: de bijslagtrekkende en, in voorkomend geval, de echtgenoot waarmee deze samenwoont en/of elk ander inwonend gezinslid;3° ordonnantie van 25 april 2019: de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag;4° toeslag: de sociale toeslag bedoeld in artikel 9 van de ordonnantie van 25 april 2019 of de toeslag bedoeld in artikel 41, 42bis of 50ter AKBW;5° inkomensgarantie-uitkering: uitkering bedoeld in artikel 104, § 1bis, eerste lid, of artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 06/11/2020 numac 2020015855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel V type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012364 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel II type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 14/12/2020 numac 2020043849 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VI type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 04/11/2021 numac 2021033562 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VIII type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 25/01/2022 numac 2021022765 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel IX sluiten houdende de werkloosheidsreglementering;6° overbruggingsrecht: recht bedoeld in artikel 3 van de wet van 22 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2016 pub. 06/01/2017 numac 2016022509 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen sluiten houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen;7° jaarlijkse bruto gezinsinkomen: het jaarlijkse gezinsinkomen als bedoeld in artikel 3, 7°, van de ordonnantie van 25 april 2019, in voorkomend geval vermeerderd met de socialezekerheidsbijdragen die door de aldaar vermelde personen zijn verschuldigd. HOOFDSTUK 2. - Gezinsnotie Art. 2.§ 1. Voor de berekening van het jaarlijkse gezinsinkomen, wordt rekening gehouden met de inkomsten van alle gezinsleden. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt vermoed dat er een gezin is gevormd indien de bijslagtrekkende en de overige personen bedoeld in paragraaf 1 dezelfde hoofdverblijfplaats hebben volgens de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Dit vermoeden kan worden weerlegd door alle middelen van recht. § 3. Indien de gezinsvorming niet blijkt uit de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, kan deze worden aangetoond door de volgende middelen, ook al stemmen deze niet of niet meer overeen met de informatie verkregen van het Rijksregister van de natuurlijke personen: 1° een vaststelling door een ambtenaar bedoeld in artikel 35, § 1, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag;2° een vaststelling door een andere overheidsdienst, waaruit de feitelijke gezinssamenstelling blijkt;3° een gemeenschappelijke schriftelijke verklaring die is ondertekend door de bijslagtrekkende en een of meerdere van de andere gezinsleden, waaruit blijkt dat deze een gezin vormen, uitgezonderd indien deze verklaring wordt weerlegd door een vaststelling bedoeld in 1° of 2°. HOOFDSTUK 3. - Jaarlijkse Gezinsinkomen Art. 3.Het jaarlijkse gezinsinkomen is samengesteld uit het belastbare inkomen van de gezinsleden dat betrekking heeft op het kalenderjaar waarvoor de toekenning van het recht op een toeslag wordt onderzocht, in functie van de gezinssamenstelling in een bepaalde kalendermaand. In afwijking van het eerste lid, bestaat het jaarlijks gezinsinkomen van de personeelsleden van de Europese of andere internationale instellingen en van de personen bedoeld in artikel 4 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die voldoen aan de aldaar gestelde voorwaarden, uit de beroepsinkomsten die betrekking hebben op het fiscale jaar in kwestie, in voorkomend geval voor hun totaalbedrag verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de door de instelling georganiseerde verzekering voor de dekking van sociale risico's. Art. 4.Indien de bijslagtrekkende met twee of meer andere gezinsleden een gezin vormt, wordt een jaarlijks gemiddeld inkomen berekend door de jaarlijkse inkomens van alle andere gezinsleden samen te tellen en het resultaat te delen door het aantal van deze andere gezinsleden. Het aldus bekomen jaarlijks gemiddeld inkomen is het in artikel 3, 7°, van de ordonnantie van 25 april 2019 bedoelde inkomen van de persoon met wie de bijslagtrekkende een feitelijk gezin vormt. HOOFDSTUK 4. - Definitieve vaststelling van het recht op de toeslag Art. 5.Onverminderd artikel 28 van de ordonnantie van 25 april 2019, wordt het recht op de toeslag voor een bepaalde maand vastgesteld op grond van het jaarlijkse gezinsinkomen van de gezinsleden die op dat moment deel uitmaken van het gezin. De definitieve vaststelling van het recht op de toeslag, vindt plaats op basis van de fiscale gegevens betreffende het kalenderjaar waarop het jaarlijkse gezinsinkomen betrekking heeft en die daartoe door de kinderbijslagfondsen worden opgevraagd bij de FOD Financiën via een elektronische gegevensstroom. Indien er personen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, deel uitmaken van het gezin, wordt het jaarlijkse inkomen van al de gezinsleden in afwijking van het tweede lid definitief vastgesteld via alle middelen van recht. Hetzelfde geldt indien een gedeelte van het jaarlijkse gezinsinkomen onderworpen is aan een buitenlandse belasting of niet kan worden opgevraagd bij de FOD Financiën via een elektronische gegevensstroom. HOOFDSTUK 5. - Provisionele toekenning van de toeslag Art. 6.§ 1. In afwachting van de definitieve vaststelling van het recht op de toeslag wordt deze op ambtshalve en provisionele wijze toegekend indien er is voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden: 1° de bijslagtrekkende vormt een eenoudergezin;2° de bijslagtrekkende bevindt zich in een van de volgende situaties:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.