31 JANUARI 2019. - Besluit van de Waalse Regering houdende uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van het Waalse Landbouwwetboek betreffende de opleidingsactiviteiten voor de hobbyistenverenigingen in de tuinbouwsector en voor het kleinvee De Waalse Regering, Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, de artikelen D.11, D.13, D.14, D.103, D109, D.110, D.113 en D.114; Gelet op het decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/12/2011 pub. 29/12/2011 numac 2011027237 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering sluiten houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid, zoals gewijzigd bij de decreten van 23 december 2013, 17 december 2015, 21 december 2016 en 16 februari 2017; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 2 februari 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 02/02/2017 pub. 28/02/2017 numac 2017201196 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van het Waalse Landbouwwetboek betreffende de opleidingsactiviteiten voor de hobbyistenverenigingen in de tuinbouwsector en voor het kleinvee sluiten houdende uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van het Waalse Landbouwwetboek betreffende de opleidingsactiviteiten voor de hobbyistenverenigingen in de tuinbouwsector en voor het kleinvee; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 december 2018; Gelet op de instemming van de minister van Begroting, gegeven op 13 december 2018; Gelet op het rapport van 21 november 2018 opgesteld overeenkomstig artikel 4, 2°, van het decreet van 3 maart 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2016 pub. 14/03/2016 numac 2016201315 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet; Gelet op het verzoek om adviesverlening binnen een termijn van dertig dagen, gericht aan de Raad van State op 17 december 2018, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en begripsomschrijvingen Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 127 ervan. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit en van de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verstaan onder: 1° Administratie : het Departement Ontwikkeling van de Administratie, zoals bedoeld in artikel D.3, 3°, van het Wetboek; 2° hobbyistenvereniging : een vereniging bedoeld in de artikelen D.100 en D.109 van het Wetboek; 3° Wetboek;het Waalse Landbouwwetboek; 4° federatie : een vereniging die verschillende hobbyistenverenigingen bundelt;5° opleidingswerker: de dienstverlener van de opleidingsactiviteiten of van de andere kennisoverdracht, zoals bedoeld in artikel 3, § 5; 6° opleiding: de opleiding bedoeld in artikel D.100 van het Wetboek in de tuinbouwsector en voor het kleinvee; 7° Minister : de Minister van Landbouw;8° studiesessie : de praktische of theoretische opleidingsactiviteit die in een lokaal plaatsvindt;9° rondleiding : de praktische of theoretische opleidingsactiviteit die plaatsvindt via een terreinbezoek of via een demonstratieactie. De in het eerste lid bedoelde begripsomschrijvingen kunnen door de Minister bepaald worden. HOOFDSTUK II. - Inhoud van de opleidingsactiviteit Art. 3.§ 1. De door een hobbyistenvereniging georganiseerde opleidingsactiviteit beoogt het vergaren en de actualisering van de kennis van de hobbyisten inzake: 1° goede tuinbouwpraktijken;2° goede fytotechnische praktijken, met name de vermindering van het gebruik van fytosanitaire producten;3° goede teeltpratijken;4° de wetgeving met betrekking tot de punten 1° tot 3°. De Administratie kan bepalen welke kennis bedoeld in het eerste lid bij voorrang moet worden verworven of bijgewerkt. § 2. De opleiding : 1° bestaat in een studiesessie, met inbegrip van een conferentie, of in een rondleiding;2° heeft betrekking op één of meerdere aangelegenheden bedoeld in paragraaf 1;3° bevat een uiteenzetting en, in voorkomend geval, een debat;4° kan vergezeld gaan van informatiedocumenten. § 3. De Minister kan de volgende elementen vaststellen : 1° een minimale duur van de opleidingsactiviteit;2° een minimaal aantal hobbyisten per opleiding;3° een minimaal aantal opleidingen per aangelegenheid bedoeld in paragraaf 1;4° een minimale geografische dekking. Een vereniging van hobbyisten organiseert jaarlijks minstens drie en hoogstens twaalf opleidingen. § 4. De Minister kan de modaliteiten inzake de organisatie van de opleidingen vaststellen. § 5. De opleidingsactiviteit wordt gegeven door een erkende opleider. De federaties dragen de nieuwe te erkennen opleiders bij de Administratie voor en zenden een lijst van deze opleiders en de door de Minister vastgestelde bewijsstukken toe die de erkenning mogelijk maken. HOOFDSTUK III. - Financiering Afdeling 1. - Beginsel Art. 4.Overeenkomstig artikel D.109, § 3, van het Wetboek, worden toelagen toegekend aan de federaties die aan de voorwaarden van dit besluit voldoen. De toelagen worden toegekend voor een duur van twee jaar en dekken de kosten in verband met: 1° de opleiding en de werking van de hobbyistenverenigingen;2° de werking van de federaties. De toelagen bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot de werkingskosten, worden toegekend om een deel van de administratieve kosten te dekken, die door de federaties en hobbyistenverenigingen worden opgelegd om te zorgen voor het goede verloop van de opleidingen van de hobbyistenverenigingen. Art. 5.De aanvragen om toelagen bedoeld in artikel 3 worden ingediend door de federaties volgens de modaliteiten bepaald door de Minister, bij elk middel dat een vaste datum aan de verzending verleent in de zin van artikel D.15 van het Wetboek, aan de hand van het formulier dat door de Minister wordt vastgesteld en door de Administratie ter beschikking wordt gesteld op het Waalse Landbouwportaal. Art. 6.§ 1. De aanvraag om toelage bedoeld in artikel 4, 1°, omvat minstens: 1° een attest op erewoord van de voorzitter van de federatie om te zorgen voor de coördinatie van de opleidingen georganiseerd door de hobbyistenverenigingen;2° het bewijs dat de hobbyistenverenigingen en hun federatie geen winstoogmerk hebben en dat de toegekende toelage geen aanleiding geeft tot winsten;3° het bewijs dat de hobbyistenverenigingen en hun federatie een exploitatiezetel hebben, gelegen op het grondgebied van het Waalse Gewest;4° het bewijs dat de hobbyistenverenigingen opleidingen organiseren;5° de inhoud van het programma van de opleidingen van de hobbyistenverenigingen. De aanvraag om toelage bedoeld in het eerste lid geldt als aanvraag om erkenning in de zin van artikel D.109, § 2, van het Wetboek. § 2. De Minister kan het type opleiding bepalen die in aanmerking komt voor de in artikel 4, tweede lid, bedoelde toelagen. § 3. De Minister kan : 1° procedurele bijkomende voorwaarden toevoegen aan de aanvraag om toelage;2° de lijst opstellen van de documenten die bij elke aanvraag om toelage moeten worden gevoegd. Art. 7.Komt niet in aanmerking voor de toelage: 1° de natuurlijke of rechtspersoon die via zijn opleidingsactiviteit publicitaire of commerciële doeleinden heeft;2° de opleidingsactiviteit die reeds door een openbare overheid gesubsidieerd wordt. Afdeling 2. - Toekenningsmodaliteiten van de subsidies Art. 8.De federatie die een aanvraag om toelage indient overeenkomstig artikel 6, § 1, kan in aanmerking komen voor de toelage bedoeld in artikel 4, 2°. Art. 9.§ 1. De toelage bedoeld in artikel 4, tweede lid, betreffende de werkingskosten, wordt vastgesteld als volgt: 1.000 euro per jaar voor de federaties met hoogstens tien aangesloten hobbyistenverenigingen;
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.