82, moet de werknemer zijn vraag tot outplacementbegeleiding aan het OCS richten van zodra de werkgever het ontslag heeft gegeven. Deze vraag wordt verzonden bij aangetekende brief. In ieder geval moet deze vraag aan het OCS gericht worden uiterlijk 2 maanden nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen, zo niet vervalt voornoemd recht. Art. 8.Het OCS biedt bij aangetekende schrijven de outplacementbegeleiding uiterlijk 2 maanden na de vraag van de arbeiders aan. Het voornoemde geschrift mag enkel betrekking hebben op outplacement als zodanig en bevat de navolgende vermeldingen :
.De werkgever doet uiterlijk 4 weken na de aanvang van de opzeggingstermijn schriftelijk aan de rechthebbende werknemer een outplacementaanbod georganiseerd door het OCS. Indien de werkgever binnen de voormelde termijn van 4 weken geen outplacementbegeleiding aan de werknemers aanbiedt, stelt de werknemer de werkgever binnen 4 weken na het verstrijken van die termijn schriftelijk in gebreke. De werkgever doet binnen een termijn van 4 weken na het tijdstip van de ingebrekestelling aan de werknemer schriftelijk een geldig outplacementaanbod. De werknemer beschikt over een termijn van 4 weken, te rekenen vanaf het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven, door een schriftelijke aanvraag tot outplacementbegeleiding aan het OCS te richten. De werknemer mag ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven zijn instemming geven om outplacementbegeleiding aan te vatten. Het geschrift, waarbij de werkgever zijn instemming geeft, mag enkel betrekking hebben op outplacement als zodanig. HOOFDSTUK V. - Regeling van outplacement voor werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd met een vergoeding die berekend wordt op een lopend loon dat overeenstemt met de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte ervan Art. 17.Dit recht wordt niet toegekend aan de werknemers die een nieuwe arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur afsloten met hun werkgever met het oog op de aanpassing van de arbeidsduur in functie van de gewijzigde commerciële overeenkomst met de klant. De werknemer die, aan de hand van geneeskundige getuigschriften van zijn behandelende arts, alsook, indien de werkgever daartoe het initiatief neemt, van een tweede arts die door de werkgever wordt aangesteld, binnen de zeven dagen vanaf de dag waarop hij kennis heeft genomen van zijn ontslag aantoont dat hij medisch ongeschikt is om een outplacementbegeleiding te volgen, heeft geen recht op outplacementbegeleiding. In dat geval mag de werkgever de in artikel 19 van deze collectieve arbeidsovereenkomst vermelde waarde niet aanrekenen op de opzeggingsvergoeding. Art. 18.Voor de werknemers die onder dit hoofdstuk vallen, wordt het recht op outplacement en de modaliteiten ervan geregeld door de bepalingen van hoofdstuk IV. Art. 19.De waarde van de outplacementbegeleiding wordt vastgesteld op 1 901 EUR, wat wordt beschouwd als 4 voltijdse werkweken. In geval de arbeidsregeling van de werknemer deeltijds is, wordt deze waarde geproratiseerd aan de hand van de prestatiebreuk Q/S. Het aantal uren outplacementbegeleiding waar de deeltijdse werknemer recht op heeft blijft echter behouden op 60 uren, behalve indien toekomstige wetgeving een proratisering van de 60 uren outplacementbegeleiding zou voorzien in functie van het arbeidsregime. Art. 20.De opzeggingsvergoeding waarop de werknemer recht heeft, stemt overeen met hetzij de duur van de opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn, waarop de in artikel 19 vermelde waarde wordt toegerekend.
.De werkgever doet binnen een termijn van 15 dagen nadat arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen, schriftelijk aan de rechthebbende werknemer een outplacementaanbod georganiseerd door het OCS. Indien de werkgever binnen de voormelde termijn van 15 dagen geen outplacementbegeleiding aan de werknemers aanbiedt, stelt de werknemer de werkgever binnen 39 weken na het verstrijken van die termijn schriftelijke in gebreke. De werkgever doet binnen een termijn van 4 weken na het tijdstip van de ingebrekestelling aan de werknemer schriftelijk een geldig outplacementaanbod. De werknemer beschikt over een termijn van 4 weken, te rekenen vanaf het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven, door een schriftelijke aanvraag tot outplacementbegeleiding aan het OCS te richten. De werknemer mag ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven zijn instemming geven om de outplacementbegeleiding aan te vatten. Het geschrift, waarbij de werknemer zijn instemming geeft, mag enkel betrekking hebben op outplacement als zodanig. HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen Art. 22.De werknemer die aan het OCS outplacementbegeleiding vraagt, moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en hiervan het bewijs leveren door een attest van de publieke bemiddelingsdienst af te leveren waaruit blijkt dat hij zich bij laatstgenoemde dienst als vrije werkzoekende heeft ingeschreven. Art. 23.De werknemer dient te goeder trouw mee te werken aan de outplacementbegeleiding. Het OCS kan de toegang tot elke nieuwe fase van de outplacementbegeleiding van de arbeider weigeren inden hij niet te goeder trouw aan de voorafgaande fase heeft meegewerkt. Art. 24.Wanneer de begeleiding plaatsvindt tijdens de opzeggingstermijn, worden vanaf het begin van de begeleiding de afwezigheidsdagen, bepaald door artikel 41 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, om een nieuwe betrekking te zoeken verminderd met de uren van begeleiding ten belope van, naargelang het geval, een halve arbeidsdag of een arbeidsdag per week. Art. 25.De outplacementbegeleiding mag door het OCS aan de arbeider alleen worden aangeboden indien de dienstverlener er zich tegenover het OCS uitdrukkelijk toe verbindt om een ongevallenverzekering te sluiten, waarbij voor alle ongevallen, gebeurd tijdens de uitvoering van de outplacementopdracht en op de weg van een naar de plaats waar ze wordt uitgevoerd en die niet door de arbeidsongevallenverzekering van de werkgever vergoed worden, dezelfde bescherming wordt geboden als deze welke door de arbeidsongevallenwetgeving wordt gewaarborgd. De dienstverlener moet er zich tevens toe verbinden om, bij niet-naleving van de bij het vorig lid bedoelde verbintenis, aan de arbeider die het slachtoffer wordt van een ongeval, ongeacht de vorderingen, die de werknemer op grond van zijn schade tegenover het outplacementbureau kan instellen, een aanvullende forfaitaire vergoeding gelijk aan drie maanden loon te waarborgen. HOOFDSTUK VII. - Duur van de overeenkomst Art. 26.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2018 en is aangegaan voor onbepaalde duur. Zij wordt eventueel opgezegd door één der partijen, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van 3 maanden. Opzegging geschiedt bij een te post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de schoonmaak. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt en annuleert deze van 30 november 2006 betreffende outplacementbegeleiding voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen, in uitvoering van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 van 10 juli 2002 betreffende het recht op outplacement voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen, geregistreerd op 12 januari 2007 onder het nummer 81561/CO/121. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juni 2019. De Minister van Werk, K. PEETERS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.