← België

Wet tot uitvoering van het ontwerp van interprofessioneel akkoord 2019-2020

Wet tot uitvoering van het ontwerp van interprofessioneel akkoord 2019-2020 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers hee

§ 1

, 1°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze die is bedoeld in artikel 4, § 2.Wanneer het betrokken jaar niet volledig in aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden in aanmerking genomen worden; 2° 75 pct.of 60 pct., naargelang de betrokkene al dan niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 9, § 1, 1°, of § 2 van het koninklijk besluit nr. 72; 3° 0,691542."; 3° In paragraaf 2, eerste lid, die paragraaf 3, eerste lid, wordt, worden de woorden "

§ 1

, 1°" vervangen door de woorden "

§ 1

, 2°";4° In paragraaf 2bis, eerste lid, die paragraaf 4, eerste lid, wordt, worden de woorden "

§ 1

, 2°" vervangen door de woorden "

§ 1

, 3°";5° in paragraaf 3, eerste lid, die paragraaf 5, eerste lid, wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "

§ 1

, 3°" worden vervangen door de woorden "

§ 1

, 4°";2° in de bepaling onder 1° worden de woorden "bedoeld in § 2, 1°" vervangen door de woorden "bedoeld in § 3, 1°";6° paragraaf 4, die paragraaf 6 wordt, wordt vervangen als volgt : " § 6.Het gedeelte van het pensioen bedoeld in § 1, 5° en 6°, wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van § 5, 1° en 2°."; 7° paragraaf 5 wordt paragraaf 7;8° paragraaf 6 wordt paragraaf 8. Art. 16.In artikel 9 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Met het oog op de berekening van het overlevingspensioen wordt de teller van de breuk die de loopbaan van de overleden echtgenoot uitdrukt, bedoeld in artikel 7, § 1, in zes delen opgesplitst : 1° een eerste deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2018 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;2° een tweede deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2002 en vóór 1 januari 2019 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;3° een derde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1996 en vóór 1 januari 2003 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;4° een vierde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1983 en vóór 1 januari 1997 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;5° een vijfde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen vóór 1 januari 1984 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25; 6° een zesde deel dat de in toepassing van artikel 33 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 december 1967 gelijkgestelde periodes uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25."; 2° een nieuwe paragraaf wordt ingevoegd tussen de paragrafen 1 en 2, luidende : " § 2.Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met

§ 1

, 1°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is bedoeld in artikel 7, § 2, of § 3.Wanneer het betrokken jaar niet volledig in aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden in aanmerking genomen worden; 2° 60 pct.; 3° 0,691542."; 3° in paragraaf 2, die paragraaf 3 wordt, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "

§ 1

, 1°" vervangen door de woorden "

§ 1

, 2°"; 2° in het tweede lid worden de woorden "in artikel 6, § 2, tweede tot vierde lid" vervangen door de woorden "in artikel 6, § 3, tweede tot vierde lid"."; 4° in paragraaf 2bis, die paragraaf 4 wordt, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "

§ 1

, 2°," vervangen door de woorden "

§ 1

, 3°"; 2° in het tweede lid worden de woorden "in artikel 6, § 2bis, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "in artikel 6, § 4, tweede en derde lid"."; 5° paragraaf 3, die paragraaf 5 wordt, wordt vervangen als volgt : " § 5.Per kalenderjaar wordt het pensioen dat overeenstemt met de loopbaan van de overleden echtgenoot bedoeld in § 1, 4°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met : 1° dezelfde breuk als die bedoeld in § 3, 1°; 2° 60 pct.; 3° de breuk bedoeld in artikel 6, § 5, 3°."; 6° paragraaf 4, die paragraaf 6 wordt, wordt vervangen als volgt : " § 6.Het gedeelte van het pensioen bedoeld in § 1, 5° en 6°, wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van § 5, 1° en 2°."; 7° paragraaf vijf wordt paragraaf 7. Art. 17.In artikel 9bis van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Met het oog op de berekening van de overgangsuitkering wordt de teller van de breuk die de loopbaan van de overleden echtgenoot uitdrukt, bedoeld in artikel 7bis, § 1, in zes delen opgesplitst : 1° een eerste deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2018 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;2° een tweede deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 2002 en vóór 1 januari 2019 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;3° een derde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1996 en vóór 1 januari 2003 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;4° een vierde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen na 31 december 1983 en vóór 1 januari 1997 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25;5° een vijfde deel dat het aantal jaren en kwartalen gelegen vóór 1 januari 1984 uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25; 6° een zesde deel dat de in toepassing van artikel 33 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 december 1967 gelijkgestelde periodes uitdrukt, waarbij elk kwartaal geldt voor 0,25."; 2° een nieuwe paragraaf wordt ingevoegd tussen de paragrafen 1 en 2, luidende : " § 2.Per kalenderjaar wordt de overgangsuitkering die overeenstemt met

§ 1

, 1°, verkregen door de bedrijfsinkomsten achtereenvolgens te vermenigvuldigen met: 1° een breuk waarvan de teller 1 is en de noemer deze is van de breuk bedoeld in artikel 7, § 2, of § 3.Wanneer het betrokken jaar niet volledig in aanmerking komt, wordt de teller van deze breuk teruggebracht tot 0,25, 0,50 of 0,75 naargelang 1, 2 of 3 kwartalen konden in aanmerking genomen worden; 2° 60 pct.; 3° 0,691542."; 3° in paragraaf 2, die paragraaf 3 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "

§ 1

, 1°," vervangen door de woorden "

§ 1

, 2°"; 2° in het tweede lid worden de woorden "in artikel 6, § 2, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "in artikel 6, § 3, tweede en derde lid"."; 4° in paragraaf 3, die paragraaf 4 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "

§ 1

, 2°," vervangen door de woorden "

§ 1

, 3°"; 2° in het tweede lid worden de woorden "in artikel 6, § 2bis, tweede en derde lid" vervangen door de woorden "in artikel 6, § 4, tweede en derde lid"."; 5° in paragraaf 4, die paragraaf 5 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin worden de woorden "

§ 1

, 3°," vervangen door de woorden "

§ 1

, 4°"; 2° in punt 3° worden de woorden "de breuk bedoeld in artikel 6, § 3, 3°, vervangen door de woorden "de breuk bedoeld in artikel 6, § 5, 3°."; 6° paragraaf 5, die paragraaf 6 wordt, wordt vervangen als volgt : "Het gedeelte van de overgangsuitkering bedoeld in § 1, 5° en 6°, wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van § 5, 1° en 2°."; 7° in paragraaf 6, die paragraaf 7 wordt, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De verwijdering van de overtollige dagen wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 9, § 7."; 8° in paragraaf 7, die paragraaf 8 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten en vervangen bij de wet van 10 augustus 2015, worden de woorden "bedrag van 9 648,47 euro" vervangen door de woorden "bedrag van 9 648,57 euro";2° in het derde lid, ingevoegd bij de wet van 30 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3, worden de woorden "het bedoelde bedrag van 9 648,47 euro" vervangen door de woorden "het bedoelde bedrag van 9 648,57 euro";9° paragraaf 8 wordt paragraaf

  1. Art. 18.Artikel 10 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 10.§
  2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de eerste coëfficiënt bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°, in artikel 9, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° en in artikel 9bis, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° aanpassen in functie van de evolutie van de uitgaven voor de pensioenuitkeringen, met uitzondering van de uitgaven voor de pensioenbijslag bedoeld in artikel 14, in de totaliteit van de uitgaven in het sociaal statuut der zelfstandigen. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de tweede coëfficiënt bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°, in artikel 9, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° en in artikel 9bis, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° aanpassen in functie van de aanpassingen van de bedragen bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°, in artikel 9, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°, in artikel 9bis, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°en in artikel 5, § 2, tweede lid. De in de voorgaande leden bedoelde aanpassingen mogen evenwel geen weerslag hebben op de pensioenberekening voor loopbaanjaren die gelegen zijn vóór het jaar waarin deze aanpassingen gebeuren. §
  3. De Koning kan, om de twee jaar, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3°, in artikel 9, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° en in artikel 9bis, § 3, eerste lid, 3° en § 4, eerste lid, 3° verhogen door toepassing van een verhogingscoëfficiënt die gelijk dient te zijn aan de verhogingscoëfficiënt vastgesteld in uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.". Art. 19.Met uitzondering van artikel 14 dat van toepassing is op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan vanaf 1 juli 2019 en van artikel 17, 8°, dat van toepassing is op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan vanaf 1 januari 2015 is dit hoofdstuk van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan vanaf 1 januari
  4. Art. 20.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2020, met uitzondering van artikel 14, dat in werking treedt op 1 juli 2019, en van artikel 17, 8°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari
  5. TITEL
  6. - Federale gezondheidszorgen Art. 21.In artikel 55 van de programmawet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten4, laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het negende lid worden de woorden "ln 2018" vervangen door de woorden "Vanaf 2018";2° het volgende lid wordt ingevoegd tussen het tiende en het elfde lid : "In 2019 wordt een bedrag van 4 646 336 euro en een bedrag van 13 792 390 euro van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector.Het bedrag van
  7. 792 390 euro valt ten laste van de begroting 2018 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering."; 3° in het vroegere elfde lid, dat het twaalfde lid wordt, worden de woorden "Een bedrag van 12 000 000 euro wordt" vervangen door de woorden "Vanaf 2019 wordt een bedrag van 12 000 000 euro";4° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende: "Op een door de Koning te bepalen tijdstip en meer bepaald na oprichting van het pensioenfonds voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector, worden de in uitvoering van de vorige leden gedane stortingen ten behoeve van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector door het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren overgedragen aan dit nog op te richten pensioenfonds. Op dat ogenblik zullen alle in de vorige leden voorziene stortingen ten behoeve van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector niet langer aan het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren maar wel aan dit nieuw op te richten fonds voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector gebeuren. Een overeenkomst opgesteld tussen de Federale Staat en het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren zal de modaliteiten organiseren van de overhevelingen bedoeld in de vorige leden met betrekking tot de werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst met een werkgever van de publieke sector.". Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 26 juni 2019, FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk en van Economie K. PEETERS De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid M. DE BLOCK De Minister van Pensioenen D. BACQUELAINE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota

(1)De Kamer van vertegenwoordigers (www.dekamer.be) Doc 54 3712/ (2018/2019) Integraal verslag : 25 april 2019

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.