van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang
de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus
tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/03/2020 pub. 31/03/2020 numac 2020040934 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de kinderopvang sluiten tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de kinderopvang
het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 01/04/2020 pub. 03/04/2020 numac 2020020668 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen
in de preventieve gezinsondersteuning sluiten tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen
in de preventieve gezinsondersteuning Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind
Gezin type decreet prom. 30/04/2004 pub. 05/08/2004 numac 2004036200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie-
strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap
het Vlaamse Gewest bevoegd zijn type decreet prom. 30/04/2004 pub. 12/10/2004 numac 2004036500 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019,
artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013; - het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters, artikel 6, § 1, 3°, e),
, artikel 8, § 1, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012
23 maart 2018,
, eerste lid, 1°, artikel 10, 3°,
artikel 12, § 1, tweede lid,
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 18 september 2020. - Er is een verzoek om spoedbehandeling ingediend, gemotiveerd door de omstandigheid dat bij ministerieel besluit van 4 september 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/09/2020 pub. 10/09/2020 numac 2020042886 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit tot toekenning van een dotatie in 2020 aan het CIBG in het kader van het inrichting van de Silver Tower betreffende IT-infrastructuur sluiten de subsidieregeling voor de sectoren van de kinderopvang, de buitenschoolse opvang
de opvang van zieke kinderen met ingang vanaf 1 oktober 2020 wordt stopgezet. De meest recente cijfers over de bezetting, de bestaande maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad
de recent beschikbare informatie over de risico's van kinderen voor de verspreiding van de epidemie, hadden duidelijk gemaakt dat het algemene subsidiesysteem waarbij alle afwezigheidsdagen vergoed werden, overbodig was geworden. Daardoor waren ook de algemeen geldende maatregelen voor de gezinnen niet verder noodzakelijk. Het is echter duidelijk dat er zich ook na september 2020 toch nog situaties kunnen voordoen naar aanleiding van maatregelen in de bestrijding van de COVID-19-epidemie, die op organisatoren een financiële impact hebben. De Nationale Veiligheidsraad zet immers in op contacttracing bij vaststelling van een besmetting. Artsen bezorgen aan alle personen die mogelijk besmet zijn of een hoogrisicocontact hadden, een quarantaine-attest dat tot thuisisolatie van de betrokken personen leidt. In de sectoren van kinderopvang
buitenschoolse opvang kan dat ertoe leiden dat begeleiders
kinderen van een volledige leefgroep of opvanglocatie in thuisisolatie moeten gaan. Daarnaast is het duidelijk dat de Nationale Veiligheidsraad ervoor heeft gekozen om ook decentrale bestrijding van de epidemie mogelijk te maken. Artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken bepaalt immers dat als vastgesteld wordt dat er een plaatselijke heropleving van de epidemie op een grondgebied is, de burgemeester of gouverneur bijkomende maatregelen kan nemen die vereist zijn door de situatie. Dat kan eveneens gaan om maatregelen die een directe impact hebben op de kinderopvang of buitenschoolse opvang binnen dat grondgebied. Voor dergelijke situaties is het dan ook noodzakelijk dat de Vlaamse overheid de organisatoren die daar ongewild mee geconfronteerd worden, financieel kan ondersteunen om de leefbaarheid
duurzaamheid van de opvang te garanderen. Het is noodzakelijk dat die steun er is vanaf 1 oktober 2020, aangezien er vanaf dan geen andere Vlaamse tussenkomst meer is voor het verlies aan inkomsten door een verlaagde bezetting of zelfs sluiting naar aanleiding van verplichte maatregelen waarmee een organisator geconfronteerd wordt. De Raad van State heeft advies 2020/301 gegeven op 25 september 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin
Armoedebestrijding. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° afwezigheidsdag: de opvangdag die besteld is door het gezin in het opvangplan in de schriftelijke overeenkomst tussen de organisator
het gezin,
waarop het kind afwezig is door een doelgroepbeperking of door een verplichte sluiting;2° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind
Gezin type decreet prom. 30/04/2004 pub. 05/08/2004 numac 2004036200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie-
strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap
het Vlaamse Gewest bevoegd zijn type decreet prom. 30/04/2004 pub. 12/10/2004 numac 2004036500 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen sluiten;3° attest van toezicht: het attest van toezicht, vermeld in artikel 3, § 1, van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;4° buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang, vermeld in artikel 1, 1°, van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;5° decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind
Gezin type decreet prom. 30/04/2004 pub. 05/08/2004 numac 2004036200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie-
strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap
het Vlaamse Gewest bevoegd zijn type decreet prom. 30/04/2004 pub. 12/10/2004 numac 2004036500 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen sluiten: het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind
Gezin type decreet prom. 30/04/2004 pub. 05/08/2004 numac 2004036200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie-
strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap
het Vlaamse Gewest bevoegd zijn type decreet prom. 30/04/2004 pub. 12/10/2004 numac 2004036500 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;6° decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten: het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters;7° doelgroepbeperking: de beperking van het type gezin dat gebruik mag maken van de kinderopvang of buitenschoolse opvang, opgelegd aan de organisator van kinderopvang of buitenschoolse opvang.De doelgroepbeperking is opgelegd in het kader van de bestrijding van de COVID-19-epidemie door een federale maatregel, een Vlaamse maatregel, of een maatregel van de provinciegouverneur of de burgemeester als vermeld in artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. De maatregelen ten aanzien van gezinnen die betrekking hebben op de thuisisolatie vallen daar niet onder; 8° gezinsopvang voor buitenschoolse kinderen: de gezinsopvang, vermeld in artikel 1, 4°, van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;9° groepsopvang voor buitenschoolse kinderen: de groepsopvang, vermeld in artikel 1, 5°, van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;10° kinderopvang: de kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten;11° leefgroep: a) voor de kinderopvang van baby's
peuters: de leefgroep, vermeld in artikel 55 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;b) voor de buitenschoolse opvang: het welomlijnde aantal plaatsen waarvoor een verplichte sluiting opgelegd wordt;12° lokale dienst: de lokale dienst, vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 15/12/2015 numac 2015036523 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden voor de erkenning
de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten
flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming
de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang,
de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang
een plussubsidie sluiten houdende de voorwaarden voor de erkenning
de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten
flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming
de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang,
de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang
een plussubsidie;13° openingsdag: de dag waarop men beschikbaar is om kinderen op te vangen;14° opvangmoment: een van de volgende momenten op een openingsdag waarop een kind buitenschools opgevangen wordt:
met 41 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;18° verplichte sluiting: de gedeeltelijke of volledige sluiting van een kinderopvanglocatie of opvanglocatie die een direct gevolg is van een van de volgende situaties:
opgevangen kinderen die wordt opgelegd door het agentschap naar aanleiding van hoogrisicocontact of besmetting met het COVID-19-virus in de kinderopvanglocatie of opvanglocatie. Art. 2.De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. HOOFDSTUK 2. - Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van kinderopvang Art. 3.Met toepassing van artikel 10, 3°, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten kan het agentschap aan de organisator van kinderopvang voor baby's
peuters een subsidie toekennen voor de afwezigheidsdagen in de kinderopvanglocatie tijdens de periode dat een doelgroepbeperking of een verplichte sluiting geldt in de periode van 1 oktober 2020 tot 31 december 2020. Het agentschap kent de subsidie toe als de organisator tijdig een aanvraag indient
voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° de organisator is onderworpen aan een verplichte sluiting van minstens een volledige leefgroep of aan een doelgroepbeperking;2° de organisator is, rekening houdend met de modaliteiten van de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking, beschikbaar om de dienstverlening voort te zetten voor alle gezinnen die daar nood aan hebben
die niet onder de doelgroepbeperking vallen.De organisator houdt daarvoor alle medewerkers actief; 3° de organisator activeert voor de volledige periode van de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking geen
kel systeem waarbij de medewerkers tijdelijk niet vergoed hoeven te worden.De medewerkers doen ook geen beroep op een financiële tegemoetkoming of vervangingsinkomen van de overheid ten gevolge van de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking. De organisator betaalt de medewerkers voor de kinderopvang verder tijdens de periode van verplichte sluiting of doelgroepbeperking op volgende manier:
toekomstgerichte sociaalrechtelijke situatie uit te bouwen in de kinderopvanglocatie; In afwijking van het bovenstaande kan de organisator uitzonderlijk wel een systeem activeren waardoor de medewerkers niet vergoed hoeven te worden als het noodzakelijk is voor de werking om de niet-beschikbare medewerker te vervangen of als de niet-beschikbare medewerker instaat voor een deel van de werking waarvoor de organisator geen recht heeft op de subsidie; 4° de organisator voldoet aan de maatregelen voor de gezinnen, vermeld in artikel 11 van dit besluit. Art. 4.De subsidie bedraagt: 1° voor de kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator niet hoeft te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: a) voor gezinsopvang voor baby's
peuters: 17,50 euro per afwezigheidsdag;b) voor groepsopvang voor baby's
peuters: 27 euro per afwezigheidsdag;2° voor de kinderopvangplaatsen van de organisator die groepsopvang voor baby's
peuters met samenwerkende onthaalouders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of gezinsopvang voor baby's
peuters organiseert
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor kinderopvang ontvangt van het agentschap
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013:
peuters organiseert
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor kinderopvang ontvangt van het agentschap
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: 20 euro per afwezigheidsdag. In het eerste lid wordt verstaan onder: 1° gezinsopvang voor baby's
peuters: de kinderopvang met een vergunning voor gezinsopvang als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten;2° groepsopvang voor baby's
peuters: de kinderopvang met een vergunning voor groepsopvang als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten;3° subsidie voor inkomenstarief voor kinderopvang: de subsidie voor inkomenstarief, vermeld in artikel 1, 17°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013. De organisator ontvangt: 1° de volledige subsidie, vermeld in het eerste lid, voor een afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die vijf uur of meer duurt;2° 60% van dat bedrag voor een opvangdag die minder dan vijf uur
minstens drie uur duurt;3° 40% voor een opvangdag die minder dan drie uur duurt. Art. 5.De aanvraag voor de subsidie gebeurt zo snel mogelijk na afloop van de kalendermaand waarin de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking van toepassing waren
uiterlijk 15 januari 2021 volgens de richtlijnen van het agentschap. De aanvraag wordt ingediend met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt
waarin de organisator al de volgende informatie bezorgt over de periode van de verplichte sluiting of doelgroepbeperking: 1° de identificatiegegevens van de organisator
de betrokken kinderopvanglocatie;2° de periode waarvoor de verplichte sluiting of doelgroepbeperking geldt
het aantal plaatsen waarvoor de verplichte sluiting geldt;3° het aantal
de duur van de afwezigheidsdagen;4° het aantal
de duur van de aanwezigheidsdagen;5° de beslissing of de regelgeving die de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking bevat;6° verklaring op erewoord over het feit dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid;7° de datum
de ondertekening. Het agentschap betaalt de subsidie uiterlijk op 15 februari 2021, op voorwaarde dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid. Voor de subsidie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van dit besluit, voldoet de organisator aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid van dit besluit,
aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/12/2018 pub. 19/12/2018 numac 2018015243 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de kinderopvangtoeslag
kleutertoeslag sluiten houdende de kinderopvangtoeslag
kleutertoeslag. Als de organisator niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het derde
het vierde lid, vervalt het recht op subsidie. Art. 6.Het aantal afwezigheidsdagen dat in aanmerking komt voor de subsidie, vermeld in artikel 4, kan nooit meer bedragen dan het resultaat van volgende berekening: het aantal vergunde kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie vermenigvuldigd met het aantal werkdagen in de periode dat de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking geldt, verminderd met het aantal aanwezigheidsdagen van kinderen in die periode. In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag, een dag die geen zaterdag, zondag of één van de tien wettelijke feestdagen is. HOOFDSTUK 3. - Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van buitenschoolse opvang Art. 7.Met toepassing van artikel 5, § 2, 2°, a),
artikel 13, § 2, van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind
Gezin type decreet prom. 30/04/2004 pub. 05/08/2004 numac 2004036200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie-
strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap
het Vlaamse Gewest bevoegd zijn type decreet prom. 30/04/2004 pub. 12/10/2004 numac 2004036500 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen sluiten kan het agentschap aan de organisator van buitenschoolse opvang een subsidie toekennen voor het verlies aan ouderbijdragen in de opvanglocatie
om de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, van dit besluit, na te leven, tijdens de periode dat een doelgroepbeperking of een verplichte sluiting geldt in de periode van 1 oktober 2020 tot 31 december 2020. Het agentschap kent de subsidie toe als de organisator tijdig een aanvraag indient
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, van dit besluit. Art. 8.In geval van een verplichte sluiting bedraagt de subsidie: 1° voor de opvanglocatie van een organisator van buitenschoolse opvang met een erkenning zonder subsidie of met een attest van toezicht:
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor buitenschoolse opvang ontvangt van het agentschap
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: de bedragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van dit besluit;4° voor de opvangplaatsen van een organisator van buitenschoolse opvang die groepsopvang voor buitenschoolse kinderen organiseert
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor buitenschoolse opvang ontvangt: het bedrag, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van dit besluit. Art. 9.In dit artikel wordt verstaan onder: 1° gemiddelde duurtijd: de volgende duurtijden, gebaseerd op het gemiddelde in de sector, waarop kinderen opgevangen worden: a) vóór schooltijd: 1,5 uur;b) na schooltijd: 3 uur;c) op woensdagnamiddag: 6 uur;d) op een schoolvrije dag
een schoolvakantiedag: 11 uur;2° maximaal beschikbare opvangaanbod: het resultaat van de berekening waarbij per opvangmoment per openingsdag het aantal erkende plaatsen of plaatsen op het attest van toezicht wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde duurtijd van het opvangmoment, waarna het resultaat van al die vermenigvuldigingen wordt opgeteld. In geval van doelgroepbeperking bedraagt de subsidie: 1° voor de organisator van buitenschoolse opvang met een erkenning zonder subsidie van het agentschap of met een attest van toezicht:
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor buitenschoolse opvang ontvangt van het agentschap
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013: de bedragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van dit besluit;4° voor de opvangplaatsen van een organisator van buitenschoolse opvang die groepsopvang voor buitenschoolse kinderen organiseert
die voor die plaatsen de subsidie voor inkomenstarief voor buitenschoolse opvang ontvangt: het bedrag, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van dit besluit. Het aantal verloren plaatsen, vermeld in het tweede lid, 1°
2°, is gebaseerd op het verschil tussen het gerealiseerde aanwezigheidspercentage in de opvanglocatie
een bezetting van 80% van het maximaal beschikbare opvangaanbod van de organisator
wordt berekend op de volgende wijze: 1° het gerealiseerde aanwezigheidspercentage wordt afgetrokken van 80%;2° het percentage dat het resultaat is van de berekening, vermeld in punt 1°, wordt berekend op het maximaal beschikbare opvangaanbod;3° per opvangmoment dat de organisator aanbiedt wordt de gemiddelde duurtijd vermenigvuldigd met het aantal openingsdagen voor dat opvangmoment, waarna die resultaten worden opgeteld;4° het resultaat van de berekening, vermeld in punt 2°, wordt gedeeld door het resultaat van de berekening, vermeld in punt 3°. Het gerealiseerde aanwezigheidspercentage, vermeld in het derde lid, wordt berekend op de volgende wijze: 1° per opvangmoment wordt het totale aantal effectieve aanwezigheden over de verschillende openingsdagen vermenigvuldigd met de gemiddelde duurtijd van het opvangmoment;2° de resultaten van de vermenigvuldigingen, vermeld in punt 1°, worden opgeteld;3° het resultaat van de som, vermeld in punt 2°, wordt gedeeld door het maximaal beschikbare opvangaanbod
vervolgens vermenigvuldigd met 100. Art. 10.De aanvraag voor de subsidie gebeurt zo snel mogelijk na afloop van de kalendermaand waarin de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking van toepassing waren
uiterlijk op 15 januari 2021 volgens de richtlijnen van het agentschap. De aanvraag wordt ingediend met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt
waarin de organisator al de volgende informatie bezorgt over de periode van de verplichte sluiting of doelgroepbeperking: 1° de identificatiegegevens van de organisator
de betrokken opvanglocatie;2° de periode waarvoor de verplichte sluiting of doelgroepbeperking geldt
het aantal plaatsen waarvoor de verplichte sluiting geldt;3° voor de organisator met de subsidie voor inkomenstarief: het aantal
de duur van de afwezigheidsdagen
het aantal
de duur van de aanwezigheidsdagen;4° voor de organisator zonder de subsidie voor inkomenstarief, in geval van een aanvraag naar aanleiding van doelgroepbeperking:
het aantal plaatsen dat onderworpen was aan de verplichte sluiting;6° de beslissing of de regelgeving die de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking bevat;7° verklaring op erewoord over het feit dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 7;8° datum
ondertekening. Het agentschap betaalt de subsidie uiterlijk op 15 februari 2021, op voorwaarde dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel
het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 34
36 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013
in afwijking van artikel 25
27 van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014
artikel 28 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, betalen de gezinnen niets voor de afwezigheidsdagen van hun kind tijdens de periode van verplichte sluiting van de betrokken leefgroep of van de opvanglocatie of tijdens de periode dat hun kind door de doelgroepbeperking niet naar de opvanglocatie mag gaan. De organisator die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, trekt tijdens de periode van verplichte sluiting van de betrokken leefgroep of van de opvanglocatie of tijdens de periode dat de doelgroepbeperking voor het kind geldt, de afwezigheidsdagen van het kind niet af van het aantal gerechtvaardigde afwezigheidsdagen, vermeld in artikel 29 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, waarop een gezin recht heeft op basis van de schriftelijke overeenkomst of het huishoudelijk reglement. De organisator die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot
met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, trekt tijdens de periode van verplichte sluiting van de betrokken leefgroep of van de opvanglocatie of tijdens de periode dat de doelgroepbeperking voor het kind geldt, de afwezigheidsdagen van het kind niet af van het aantal dagen waarop een gezin recht heeft op basis van de schriftelijke overeenkomst of het huishoudelijk reglement om het kind afwezig te laten zijn in de opvang zonder dat het gezin ervoor moet betalen. Art. 12.Onverminderd de situaties vermeld in artikel 34, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, heeft een contracthouder recht op een individueel verminderd tarief als hij aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° de contracthouder had op het moment van de berekening van het actueel geldend inkomenstarief een gezamenlijk belastbaar inkomen voor aftrekbare bestedingen van maximum 44.493,57 euro; 2° de contracthouder kan op basis van een officieel document aantonen dat het gezamenlijke maandinkomen van de contracthouder
, als deze er is, de inwonende persoon, de maand voorafgaand aan de aanvraag van het individueel verminderd tarief minstens 10% lager is dan een twaalfde van het meest recente gezamenlijk belastbaar inkomen voor aftrekbare bestedingen, als vermeld in artikel 33, § 1, 1°, b van het Subsidiebesluit van 22 november 2013. De contracthouder die voldoet aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid heeft recht op een vermindering van 25% op het inkomenstarief dat berekend wordt op het moment van de aanvraag van het individueel verminderd tarief, met als minimum het standaard minimumtarief. Er is maximaal één vermindering van 25% per gezin. Het systeem zal dit individueel verminderd tarief automatisch bepalen als de contracthouder het individueel verminderd tarief aanvraagt
deze situatie aanvinkt in het online instrument. Het individueel verminderd tarief, vermeld in het eerste lid: 1° moet aangevraagd worden uiterlijk 31 januari 2021;2° heeft als startdatum de maand na de aanvraag van het attest inkomenstarief;3° wordt toegekend voor 2 maanden, tenzij er eerder een moment is waarop de contracthouder een nieuw attest inkomenstarief moet aanvragen als vermeld in artikel 32, derde lid van het Subsidiebesluit van 22 november 2013. HOOFDSTUK 5. - Toezicht
handhaving Art. 13.Het agentschap
Zorginspectie oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit. Het agentschap kan conform artikel 19 tot
met 23 van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's
peuters sluiten bestuurlijke maatregelen opleggen als de organisator van kinderopvang de bepalingen van dit besluit niet naleeft. Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget
beheerscontrole
federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies
voor de boekhouding van de gemeenschappen
de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies
voor de boekhouding van de gemeenschappen
de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies
voor de boekhouding van de gemeenschappen
de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, vordert het agentschap de subsidie terug als de organisator: 1° de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;2° de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;3° de controle op de aanwending van de subsidie verhindert. Als uit toezicht blijkt dat de subsidie een overcompensatie is ten opzichte van de kosten die de organisator heeft ten gevolge van de verplichte sluiting of de doelgroepbeperking, vordert het agentschap die overcompensatie terug. HOOFDSTUK 6. - Bezwaarmogelijkheid Art. 14.De organisator kan uiterlijk dertig kalenderdagen na de kennisgeving van de beslissing tot weigering van de subsidie of een beslissing tot handhaving zoals vermeld in artikel 13, bezwaar aantekenen bij het agentschap met een aangetekende brief. De termijn van dertig kalenderdagen gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop het agentschap de beslissing met een aangetekende brief aan de postdiensten overhandigd heeft, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. De aangetekende brief moet de volgende gegevens bevatten: 1° de naam
het ondernemingsnummer van de organisator;2° de beslissing waartegen bezwaar wordt aangetekend
de motivering van het bezwaar;3° de datum
de handtekening van de organisator. Art. 15.Het agentschap stuurt een elektronische ontvangstmelding
beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar. Art. 16.Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan de volgende voorwaarden voldoet. Het bezwaar: 1° is tijdig
aangetekend aan het agentschap bezorgd;2° bevat de nodige gegevens, vermeld in artikel 14, derde lid. Art. 17.Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/12/2007 pub. 21/12/2007 numac 2007037262 bron vlaamse overheid Decreet houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids-
Gezinsbeleid
van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid
Gezin sluiten houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid
Gezin
(Kandidaat-)pleegzorgers. Het bezwaar schort de uitvoering van de beslissing niet op. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen Art. 18.Aan artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/03/2020 pub. 31/03/2020 numac 2020040934 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de kinderopvang sluiten tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de kinderopvang, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten0, wordt de zinsnede "
het ministerieel besluit van 30 juni 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" toegevoegd. Art. 19.In artikel 5, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten0, wordt de datum "1 oktober 2020" vervangen door de datum "1 november 2020". Art. 20.In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten0, wordt de datum "1 oktober 2020" vervangen door de datum "1 november 2020". Art. 21.In artikel 7, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten0, wordt de datum "1 oktober 2020" vervangen door de datum "1 november 2020". Art. 22.Aan artikel 1, 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 01/04/2020 pub. 03/04/2020 numac 2020020668 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen
in de preventieve gezinsondersteuning sluiten tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen
de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen
in de preventieve gezinsondersteuning wordt de zinsnede "
het ministerieel besluit van 30 juni 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/06/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020042036 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" toegevoegd. Art. 23.In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 april 2020
15 mei 2020, wordt de datum "1 oktober 2020" vervangen door de datum "1 november 2020". HOOFDSTUK
artikel 12 houdt op uitwerking te hebben op 31 januari 2021. Artikel 18
22 hebben uitwerking vanaf 1 juli
Armoedebestrijding, W. BEKE
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.