28 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/06/2019 pub. 04/07/2019 numac 2019041207 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Belgisch Scheepvaartwetboek, artikel 2.2.1.4; Gelet op de wet van 5 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/2018 pub. 17/07/2018 numac 2018031463 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart, de artikelen 11, § 1, tweede lid en 13; Gelet op het koninklijk besluit van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/06/2019 pub. 04/07/2019 numac 2019041207 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart; Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten inzake registratie van zeeschepen; Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 23 oktober 2020; Gelet op het advies 68.272/4 van de Raad van State gegeven op 9 december 2020 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies 105/2020 van de Gegevensbeschermingsautoriteit gegeven op 5 november 2020 met toepassing van artikel 23 van de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit; Overwegende dat het advies van het Federaal Overlegplatform voor de Pleziervaart werd ingewonnen betreffende het uitstel van de termijn waarbinnen vereist wordt dat een praktisch examen voor het beperkt stuurbrevet en het algemeen stuurbrevet wordt afgelegd. Op 8 oktober 2020 werd het advies verleend om de termijn van 1 januari 2021 te wijzigen naar 1 juli 2021 ten gevolge van de corona-epidemie. Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit en de Minister van Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 1.1 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/06/2019 pub. 04/07/2019 numac 2019041207 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart wordt aangevuld met de bepalingen onder 28° en 29°, luidende: "28° praktijktestcentrum: een door de minister erkende instantie overeenkomstig artikel 4.17 waar de kandidaten voor een vaarbevoegdheidsbewijs hun praktisch examen afleggen; 29° verkeersscheidingsstelsel: een door de Internationaal Maritieme Organisatie ingesteld routeringssysteem gericht op de scheiding van tegengestelde verkeersstromen door passende middelen en door de instelling van verkeersroutes." Art. 2.Hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "HOOFDSTUK 4 - VAARBEVOEGDHEIDSBEWIJZEN Afdeling 1 - Ontheffingen Art. 4.1. § 1. Er is geen vaarbevoegdheidsbewijs nodig in de zone 0. § 2. Er is geen vaarbevoegdheidsbewijs nodig in de zones 1 en 2, tenzij het pleziervaartuig: 1° wordt ingezet voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik, of 2° door motor voortbewogen, sneller dan 20 kilometer per uur kan varen, of 3° een romplengte groter dan 15 meter heeft. § 3. Tot 31 december 2021 is er geen vaarbevoegdheidsbewijs nodig in de zones 3, 4, 5, 6 en 7, tenzij het pleziervaartuig: 1° wordt ingezet voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik, of 2° een romplengte heeft van minimaal 24 meter. Vanaf 1 januari 2022 is er geen vaarbevoegdheidsbewijs nodig in de zones 3, 4, 5, 6 en 7, tenzij het pleziervaartuig: 1° wordt ingezet voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik, of 2° door motor voortbewogen, sneller dan 20 kilometer per uur kan varen, of 3° een romplengte groter dan 15 meter heeft. § 4. Onverminderd paragraaf 1, 2 en 3, zijn personen die lessen volgen onder toezicht van een lesgever met als doel het leren varen met een pleziervaartuig of lessen volgen in functie van het behalen van een scholingsbrevet of van een vaarbevoegdheidsbewijs, ontheven van de verplichting een vaarbevoegdheidsbewijs te hebben. Afdeling 2 - Vaarbevoegdheidsbewijzen Onderafdeling 1 - Soorten en geldigheid Art. 4.2. § 1. De volgende vaarbevoegdheidsbewijzen worden door de administratie afgegeven: 1° het beperkt stuurbrevet dat geldig is in de zone 0 en 1;2° het algemeen stuurbrevet dat geldig is in de zones 0, 1, 2, 3 en 4;3° brevet yachtman dat geldig is in de zones 0, 1, 2, 3, 4, 5 en 6;4° brevet yachtnavigator dat geldig is in alle zones 0,1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7. In afwijking van het eerste lid, is het algemeen stuurbrevet geldig in de Belgische territoriale zee en de EEZ voor de gevallen bedoeld in artikel 4.1, § 3, tweede lid, 2° en 3°. § 2. Het beperkt stuurbrevet, het algemeen stuurbrevet en het brevet yachtman bevatten de vermelding "M" of de vermelding "MS", waarbij de vermelding "M" betekent enkel geldig te zijn om te varen met motorboten en de vermelding "MS" geldig te zijn om te varen met zowel motorboten als zeilboten. Het brevet yachtnavigator is geldig voor het varen met zowel motorboten als zeilboten. § 3. In afwijking van paragraaf 1 moet in de zones 4, 5, 6 en 7 de bemanning van pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik voldoen aan het koninklijk besluit van 22 augustus 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/08/2020 pub. 31/08/2020 numac 2020042375 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende zeevarenden sluiten betreffende zeevarenden. In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 augustus 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/08/2020 pub. 31/08/2020 numac 2020042375 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende zeevarenden sluiten betreffende zeevarenden, met uitzondering van de artikelen 19 tot en met 23, niet van toepassing op pleziervaartuigen met een romplengte van minder dan of gelijk aan 24 meter die worden ingezet voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik in de zone 3, de Belgische territoriale zee of de EEZ en is het brevet yachtman voldoende indien cumulatief door de houder van het brevet yachtman voldaan wordt aan volgende voorwaarden: 1° iedere 5 jaar wordt de opleiding "Basis overlevingstechnieken op zee" gevolgd waarvan de inhoud wordt vastgesteld door de minister; 2° te allen tijde kunnen aantonen te beschikken over een geldig medisch attest overeenkomstig artikel 4.8, § 3 dat maximum 1 jaar oud is; 3° iedere 5 jaar wordt het bewijs geleverd van voldoende aantal mijl of uren ervaring of wordt een nieuw praktisch examen voor het brevet yachtman succesvol afgelegd.De vereiste ervaring voor het brevet yachtman motor is minimaal 200 vaaruren gedurende de laatste 5 jaar, en voor het brevet yachtman motor en zeil minimaal 750 zeemijlen gedurende de laatste 5 jaar. § 4. In afwijking van paragrafen 1, 2 en 3 is voor de scholing met pleziervaartuigen zonder kajuit in de Belgische wateren een scholingsbrevet voldoende. Art. 4.3. Een radarbrevet wordt uitgereikt aan de personen die kunnen aantonen dat ze de navigatie van een pleziervaartuig op grond van door middel van radar verkregen gegevens veilig kunnen uitvoeren. Art. 4.4. De vaarbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet zijn onbeperkt geldig in tijd. Onderafdeling 2 - Aanvraag en afgifte Art. 4.5. De vaarbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet worden opgemaakt volgens de modellen vastgesteld door de administratie die deze publiceert door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad. Art. 4.6. De vaarbevoegdheidsbewijzen met de vermelding "M" en het radarbrevet worden afgegeven door de administratie, als aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° minimum leeftijd 16 jaar;2° medisch geschikt;3° geslaagd in theoretisch gedeelte;4° geslaagd in het praktisch examen. De vaarbevoegdheidsbewijzen met de vermelding "MS" worden enkel afgegeven als voldaan is aan de voorwaarden in het eerste lid en betrokkene geslaagd is in het praktisch examen voor het gedeelte betreffende zeilen. Art. 4.7. Voor het besturen van pleziervaartuigen met een romplengte van meer dan 15 meter of die sneller dan 20 kilometer per uur (op motor) kunnen varen in de zones 3 tot en met 7, moet de bestuurder minimum 18 jaar zijn. In afwijking van het vorige lid, moet de bestuurder van een waterscooter minimum 16 jaar zijn. Art. 4.8. § 1. De aanvraag tot het bekomen van een beperkt en algemeen stuurbrevet wordt ingediend bij een pleziervaartorganisatie die door de minister is gemachtigd via een formulier dat door de administratie is bepaald en dat bekend gemaakt is op de website van de administratie. De pleziervaartorganisatie controleert de correctheid van het dossier. § 2. De aanvraag tot het bekomen van een brevet yachtman, brevet yachtnavigator en radarbrevet wordt ingediend bij de administratie, op de wijze bepaald door de administratie, bekend gemaakt op de website van de administratie. De aanvraag voor het bekomen van een brevet yachtman kan maar worden ingediend indien de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor het bekomen van een algemeen stuurbrevet of houder is van dit brevet. Een aanvraag voor het bekomen van een brevet yachtnavigator kan maar worden ingediend indien de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor het bekomen van een brevet yachtman of houder is van dit brevet. § 3. De aanvraag wordt vergezeld van een medisch attest dat bevestigt dat de aanvrager zich onderworpen heeft aan een geneeskundig onderzoek bij een arts naar keuze en dat de aanvrager niet lijdt aan lichaamsgebreken of kwalen die voor de veiligheid van de scheepvaart nadelig kunnen zijn. Dit onderzoek heeft met name betrekking op: 1° het gezichtsvermogen en inzonderheid de gezichtsscherpte en het kleurenonderscheidingsvermogen;2° het gehoor;3° de algemene lichamelijke conditie en gezondheid, inzonderheid de toestand van hart en longen en de bloeddruk. Op het moment dat alle voorwaarden voor het bekomen van een vaarbevoegdheidsbewijs of radarbrevet voldaan zijn, mag het medisch attest maximum 3 maanden oud zijn. § 4. De houder van een vaarbevoegdheidsbewijs of radarbrevet die er zich van bewust is te lijden aan één van de gebreken zoals omschreven in § 3, of één van de kwalen die voor de veiligheid van de scheepvaart nadelig kunnen zijn, is verplicht binnen tien dagen zijn brevet in te leveren bij de overheid die het afgegeven heeft. Het vaarbevoegdheidsbewijs, ingeleverd met toepassing van het eerste lid, wordt teruggegeven aan de houder wanneer deze met goed gevolg het geneeskundig onderzoek heeft ondergaan. § 5. De administratie kan het medisch attest uitsluitend gebruiken voor het behandelen van de aanvragen van vaarbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet. De administratie mag deze gegevens niet verspreiden of voor andere doeleinden gebruiken. Het medisch attest wordt gewist door de administratie na een bewaartermijn van 5 jaar. Art. 4.9. Voor de vervanging van een verloren geraakt, versleten of onleesbaar of teniet gegaan vaarbevoegdheidsbewijs of radarbrevet, kan een nieuw worden afgeven waarbij door de aanvrager een retributie verschuldigd is van 20 euro. Het vervangen vaarbevoegdheidsbewijs of radarbrevet verliest zijn geldigheid. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 2.3, tweede, derde en vierde lid. Art. 4.10. § 1. Om als pleziervaartorganisatie gemachtigd te worden voor de toepassing van artikel 4.8, richt de organisatie hiervoor een aanvraagdossier in bij de administratie. De aanvraag omdat de volgende stukken: 1° de aanvraag, gedateerd en ondertekend door een gemandateerde van de pleziervaartorganisatie;2° een afschrift van de statuten van de pleziervaartorganisatie waaruit blijkt dat zij de promotie van de pleziervaart bevordert. Een organisatie die aangesloten is bij een overkoepelende organisatie voor het bevorderen van de waterrecreatie, komt niet in aanmerking voor een afzonderlijke machtiging. De pleziervaartorganisatie moet de nodige gegevens ter beschikking stellen van de administratie op de wijze bepaald door de administratie. § 2. Na nazicht van het aanvraagdossier en bij positief gevolg verkrijgt de pleziervaartorganisatie een voorlopige machtiging door de minister voor een periode van 2 jaar. Zes maanden voor het einde van deze 2 jaar zal de administratie een audit uitvoeren bij de pleziervaartorganisatie over de werkzaamheden van met betrekking tot het afleveren van vaarbevoegdheidsbewijzen en het respect tot alle wettelijke en reglementaire bepalingen. Indien deze audit positief is, krijgt de pleziervaartorganisatie een definitieve machtiging. Minstens om de vijf jaar zal de administratie een audit uitvoeren bij een definitief gemachtigde pleziervaartorganisatie over de werkzaamheden met betrekking tot het afleveren van vaarbevoegdheidsbewijzen en het respect tot alle wettelijke en reglementaire bepalingen. Indien de gemachtigde pleziervaartorganisatie niet meer voldoet aan de voorwaarden kan de machtiging definitief of voor een bepaalde periode worden ingetrokken. § 3. De bepaling van 4.10, § 1, tweede lid, 2° is niet van toepassing op overheidsdiensten voor hun eigen personeelsleden. Onderafdeling 3 - Examens Art. 4.11. De aanvrager schrijft zich in voor het theoretisch examen dat ingericht wordt door de administratie. De aanvrager kan reeds aan het theoretische examen deelnemen in afwachting van zijn praktisch examen bedoeld in de artikelen 4.14 en 4.15. De aanvrager moet minimum 15 jaar zijn en moet zich op het examen aanbieden voorzien van zijn identiteitskaart of een als dusdanig geldend document dat de identiteit kan bewijzen. Art. 4.12. De kandidaten krijgen een vragenlijst met vragen die door de administratie zijn opgesteld. Het aantal vragen is als volgt: 1° voor het verkrijgen van het beperkt stuurbrevet: 30 vragen, bestaande uit: 12 vragen met betrekking tot `reglementen', 10 vragen met betrekking tot `navigatie' en 8 vragen met betrekking tot `veiligheid en manoeuvres'.Er moet minimaal 50% per examenonderdeel behaald worden met een minimum van 60% in totaliteit; 2° voor de aanvulling tot het algemeen stuurbrevet: 30 vragen, bestaande uit: 10 vragen met betrekking tot `reglementen', 10 vragen met betrekking tot `navigatie' en 10 vragen met betrekking tot `veiligheid en manoeuvres'.Er moet minimaal 50% per examenonderdeel behaald worden met een minimum van 60% in totaliteit; 3° voor de aanvulling tot het brevet van yachtman: 35 vragen, bestaande uit: 5 vragen met betrekking tot `reglementen', 18 vragen met betrekking tot `navigatie' en 12 vragen met betrekking tot `veiligheid en manoeuvres'.Er moet minimaal 60% per examenonderdeel behaald worden met een minimum van 60% in totaliteit; 4° voor de aanvulling tot het brevet van yachtnavigator: 35 vragen, bestaande uit: 22 vragen met betrekking tot `navigatie' en 13 vragen met betrekking tot `veiligheid en manoeuvres'.Er moet minimaal 60% per examenonderdeel behaald worden met een minimum van 60% in totaliteit; 5° voor het verkrijgen van het radarbrevet: 50 vragen, waarbij een minimum van 70% in totaliteit moet behaald worden. Voor elk juist antwoord wordt 1 punt toegekend. De examencommissie bepaalt hoeveel vragen per vak worden toegekend binnen een bepaald examenonderdeel. Het resultaat van het theoretisch examen blijft 3 jaar geldig. De minister bepaalt de algemene inhoud van de leerstof voor het theoretisch examen. Art. 4.13. Voordat de kandidaat kan deelnemen aan het examen bedoeld in artikel 4.12 is een retributie van 37,5 euro verschuldigd. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 2.3, tweede, derde en vierde lid. Art. 4.14. § 1. De kandidaat moet voor een praktisch examen slagen waarbij de praktische kennis en vaardigheid wordt getest. Om te kunnen deelnemen aan het praktisch examen moet de kandidaat minimum 15 jaar zijn. § 2. Tijdens het praktijkexamen moet de volgende kennis en vaardigheid getest worden op de wijze zoals vastgesteld door de administratie: 1° voor het beperkt stuurbrevet motor: de eindtermen opgenomen in bijlage 2, deel A;2° voor het beperkt stuurbrevet motor en zeil:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.