Obsah (4)
Art. 4Art. 27§ 1Art. 42reglement houdende de aanvaardbaarheidscriteria voor medisch-radiologische uitrusting die gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige dentomaxillofaciale radiografie Gelet op de wet van 15 april
Art. 4
.Bereik van de
Het bereik van de
mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en niet groter dan 90 kVp. Art. 5.Nauwkeurigheid van de
Voor alle beschikbare
en is de maximale afwijking tussen de ingestelde kV-waarde en de gemeten kV-waarde kleiner dan 10%. Art. 6.Variatie met de buisstroom §
- De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten kV-waarden, voor vier verschillende klinisch relevante waarden van buisstroom is kleiner dan 10%. §
- Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan variëren. Art. 7.
in functie van de opnametijd De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten kV-waarden is kleiner dan 10%. Art. 8.Reproduceerbaarheid van de
De maximale afwijking van de
, gemeten bij tenminste vier opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 5%. Afdeling II. - Filtering Art. 9.HVL De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: 1° 1,6 mm Al voor een gemeten
groter of gelijk aan 60 kV en kleiner of gelijk aan 62 kV;2° 1,9 mm Al voor een gemeten
groter dan 62 kV en kleiner of gelijk aan 68 kV;3° 2,1 mm Al voor een gemeten
groter dan 68 kV. Afdeling III. - Tijdsinstelling Art. 10.Opnametijd De opnametijd is afleesbaar op het bedieningspaneel van de medisch-radiologische uitrusting en laat toe de opnametijd nauwkeurig en reproduceerbaar te bepalen. Art. 11.Nauwkeurigheid van de tijdsinstelling Voor de klinisch gebruikte opnametijden, is de maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten waarde kleiner dan 20%. Art. 12.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 10%. Afdeling IV. - Buisrendement Art. 13.Grootte van het buisrendement Bij een
tussen 60 kV en 70 kV ligt het buisrendement op 1 m van de focus tussen de 30 µGy/mAs en 80 µGy/mAs. Art. 14.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten bij tenminste vier opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 10%. Art. 15.Buisrendement in functie van het CTP De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van het CTP is kleiner dan 20%. Art. 16.Buisrendement in functie van de buisstroom §
- De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van de buisstroom is kleiner dan 15%. §
- Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan variëren. Afdeling V. - Dosimetrie Art. 17.Meting van de dosis §
- De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden geverifieerd, waarbij: 1° de dosiswaarden voor tanden van de bovenkaak groter of gelijk zijn aan de dosiswaarden voor de corresponderende tanden van de onderkaak;2° de dosiswaarden voor wijsheidstanden groter of gelijk zijn aan de dosiswaarden voor molaren, en de dosiswaarden voor molaren groter of gelijk zijn aan de dosiswaarden voor snijtanden;3° de dosiswaarden voor volwassenen groter of gelijk zijn aan de dosiswaarden voor kinderen; Bijlage 1 wordt gebruikt als richtwaarden voor de dosisverhoudingen tussen de verschillende klinische programma's, indien deze beschikbaar zijn. §
- De gemeten dosis voor een klinisch ingesteld programma van een maxillaire molaar is kleiner dan 2,5 mGy. §
- De gemeten dosis voor het maximaal in te stellen klinisch programma is kleiner dan 4 mGy. Afdeling VI. - Beeldkwaliteit Onderafdeling I. - Conventionele film-systemen Art. 18.Meting van de resolutie De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. Art. 19.Meting van het contrast §
- De OD van de middelste stap, gemeten met een stappenfantoom bij klinisch relevante instellingen, heeft een waarde van 1 + basis + sluier. §
- Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij klinisch relevante instellingen. Art. 20.Werkingspunt van de OD §
- De OD van de bestraalde film heeft een waarde tussen 1 en 1,4, bij een opname gemaakt bij klinisch relevante instellingen van een 2 cm PMMA fantoom of 6 mm Al. §
- Bij een niet bestraalde film, onder normale omstandigheden ontwikkeld, is de OD lager dan 0,
- De vervaldatum en opslagcondities van de radiografische film en ontwikkelproducten worden nagegaan en geëvalueerd of deze voldoen. Art. 21.Homogeniteit en artefacten van de detector Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA fantoom of Al plaatjes gemaakt. Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische diagnosestelling door de bevoegde practicus. Onderafdeling II. - Digitale systemen Art. 22.Meting van de resolutie De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. Art. 23.Dynamisch bereik van de detector Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij klinisch relevante instellingen. Art. 24.Homogeniteit en artefacten van de detector Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA fantoom of Al plaatjes gemaakt. Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische diagnosestelling door de bevoegde practicus. Afdeling VII. - Afstand focus - huid Art. 25.Afstand focus - huid De minimale afstand focus-huid is groter of gelijk aan 20 cm. Afdeling VIII. - Bundelafmeting (collimatie) Art. 26.Bundelafmeting Er wordt op het einde van de conus (applicator, position indicating device) gemeten. Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in rekening gebracht. 1° Ronde collimatie: De diameter van het veld bedraagt maximaal 60 mm.2° Rechthoekige collimatie: De afmetingen van het gecollimeerde stralingsveld zijn niet groter dan de afmetingen van de grootst beschikbare film of digitale detector. HOOFDSTUK IV. - Criteria voor medisch-radiologische uitrustingen voor panoramische radiologie (OPG) Afdeling I. -
Art. 27.k
V-golfvorm functie Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het besluit medische blootstellingen. Art. 28.Bereik van de
Het bereik van de
mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en niet groter dan 125 kVp. Art. 29.Nauwkeurigheid van de
§ 1
. De
wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante buisstroom. §
- De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten waarde is kleiner dan 10%. Art. 30.Variatie met de buisstroom §
- De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten kV-waarden is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van buisstroom. §
- Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan variëren. Art. 31.Reproduceerbaarheid van de
De maximale afwijking van de
, gemeten bij tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een klinisch relevante
en waarde van buisstroom. Afdeling II. - Filtering Art. 32.HVL § 1. De detector wordt ter hoogte van de collimatiegleuf in het centrum van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een klinisch relevante
en waarde van buisstroom. § 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: 1° 1,6 mm Al voor een gemeten
groter of gelijk aan 60 kV en kleiner of gelijk aan 62 kV;2° 1,9 mm Al voor een gemeten
groter dan 62 kV en kleiner of gelijk aan 68 kV;3° 2,1 mm Al voor een gemeten
groter dan 68 kV en kleiner of gelijk aan 80 kV;4° 2,3 mm Al voor een gemeten
groter dan 80 kV en kleiner of gelijk aan 90 kV;5° 2,5 mm Al voor een gemeten
groter dan 90 kV en kleiner of gelijk aan 100 kV;6° 2,7 mm Al voor een gemeten
groter dan 100 kV en kleiner of gelijk aan 110 kV;7° 3,0 mm Al voor een gemeten
groter dan 110 kV en kleiner of gelijk aan 120 kV;8° 3,2 mm Al voor een gemeten
groter dan 120 kV en kleiner of gelijk aan 125 kV. Afdeling III. - Tijdsinstelling Art. 33.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10%. Afdeling IV. - Buisrendement Art. 34.Grootte van het buisrendement Bij een
tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde van
, buisstroom en opnametijd. Art. 35.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten bij tenminste 4 opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10 %. Art. 36.Buisrendement in functie van het CTP §
- De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is kleiner dan 20%. §
- Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de opnametijd kan variëren. Art. 37.Buisrendement in functie van de buisstroom De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is kleiner dan 15%. Afdeling V. - Dosimetrie Art. 38.Meting van de dosis §
- De meetprocedure omvat de registratie van alle klinische protocollen. §
- De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden geverifieerd, waarbij: 1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de dosiswaarden voor de lage-dosis programma's;2° de dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. §
- De dosissen worden opgevolgd in de tijd. §
- De DAP-waarde bedraagt maximum 100 mGy.cm2 voor een programma van een standaard volwassenen man. Afdeling VI. - Beeldkwaliteit Art. 39.Dynamisch bereik van de detector Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij klinisch relevante instellingen. Art. 40.Homogeniteit en artefacten van de detector §
- Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. §
- De analyses worden in de tijd opgevolgd. Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) Art. 41.Bundelafmeting §
- Er wordt ter hoogte van de collimatiegleuf gemeten. Na het ontwikkelen meet men de breedte/hoogte van het bestraalde oppervlak en vergelijkt men deze met deze van de collimatiegleuf. Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in rekening gebracht. §
- De breedte van de x-stralenbundel is niet groter dan 5 mm. §
- Het stralingsveld valt binnen de afmetingen van de collimatiegleuf. Tevens controleert men of het stralingsveld niet schuin staat t.o.v. de collimatiegleuf. HOOFDSTUK V. - Criteria voor medisch-radiologische uitrusting voor cephalometrie Afdeling I. -
Art. 42.k
V-golfvorm functie Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het besluit medische blootstellingen. Art. 43.Bereik van de
Het bereik van de
mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en niet groter dan 125 kVp. Art. 44.Nauwkeurigheid van de
§ 1
. De
wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante mA. §
- De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten waarde is kleiner dan 10%. Art. 45.Variatie met de buisstroom §
- De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten waarden is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van buisstroom. §
- Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan variëren. Art. 46.Reproduceerbaarheid van de
De maximale afwijking van de
, gemeten bij tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een klinisch relevante
en waarde van buisstroom. Afdeling II. - Filtering Art. 47.HVL § 1. De detector wordt ter hoogte van de beeldreceptor in het centrum van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een klinisch relevante
en waarde van buisstroom. § 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: 1° 1,6 mm Al voor een gemeten
groter of gelijk aan 60 kV en kleiner of gelijk aan 62 kV;2° 1,9 mm Al voor een gemeten
groter dan 62 kV en kleiner of gelijk aan 68 kV;3° 2,1 mm Al voor een gemeten
groter dan 68 kV en kleiner of gelijk aan 80 kV;4° 2,3 mm Al voor een gemeten
groter dan 80 kV en kleiner of gelijk aan 90 kV;5° 2,5 mm Al voor een gemeten
groter dan 90 kV en kleiner of gelijk aan 100 kV;6° 2,7 mm Al voor een gemeten
groter dan 100 kV en kleiner of gelijk aan 110 kV;7° 3,0 mm Al voor een gemeten
groter dan 110 kV en kleiner of gelijk aan 120 kV;8° 3,2 mm Al voor een gemeten
groter dan 120 kV en kleiner of gelijk aan 125 kV. Afdeling III. - Tijdsinstelling Art. 48.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10%. Afdeling IV. - Buisrendement Art. 49.Grootte van het buisrendement Bij een
tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde van
, buisstroom en opnametijd. Art. 50.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten bij tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10%. Art. 51.Buisrendement in functie van het CTP De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is kleiner dan 20%. Art. 52.Buisrendement in functie van de buisstroom De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is kleiner dan 15%. Afdeling IV. - Dosimetrie Art. 53.Meting van de dosis §
- De bundelafmetingen worden gemeten zoals beschreven in artikel
- §
- De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden geverifieerd, waarbij: 1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de dosiswaarden voor de lage-dosis programma's;2° De dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. §
- De dosissen worden opgevolgd in de tijd. §
- De DAP-waarde bedraagt maximum 40 mGy.cm2 voor een programma van een standaard volwassenen man. Afdeling V. - Beeldkwaliteit Art. 54.Dynamisch bereik van de detector Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij klinisch relevante instellingen. Art. 55.Homogeniteit en artefacten van de detector §
- Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. §
- De analyses worden in de tijd opgevolgd. Afdeling VI. - Afstand focus - beeldreceptor Art. 56.Afstand focus - beeldreceptor. De afstand focus-beeldreceptor bedraagt minimaal 1 meter. Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) Art. 57.Bundelafmeting. §
- Er wordt ter hoogte van de beeldreceptor gemeten, met een focus-beeldreceptor afstand zoals klinisch gebruikt, en de x-stralenbundel loodrecht op het testobject. §
- Indien mogelijk, wordt er een verificatie van het positioneringsysteem op het stralingsveld uitgevoerd. §
- De veldgrootte ter hoogte van de detector is niet groter dan de detector. §
- Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 5% in rekening gebracht. HOOFDSTUK VI. -Slotbepalingen Art. 58.Slotbepaling Het besluit van 12 december 2008 houdende de aanvaardbaarheidscriteria voor röntgenapparatuur voor diagnostisch gebruik in de tandheelkunde wordt opgeheven. Art. 59.Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 maart
- Brussel, 19 februari
- De Directeur-generaal, F. HARDEMAN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld