20 MEI 2020. - Besluit van de Waalse Regering tot uitbreiding van de omtrek en tot wijziging van de voorwaarden voor het beheer van het erkende natuurreservaat "Dailly" te Couvin De Waalse Regering, Gelet op de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud, artikel 6, gewijzigd bij het decreet van 7 september 1989, artikel 10, gewijzigd bij het decreet van 11 april 1984, artikel 11, gewijzigd bij het decreet van 6 december 2001, artikel 12, artikel 13, artikel 18, artikel 19, gewijzigd bij het decreet van 6 december 2001, artikel 37, gewijzigd bij de decreten van 11 april 1984 en 22 mei 2008, en artikel 41, gewijzigd bij de decreten van 7 september 1989 en 6 december 2001; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 17 juli 1986 betreffende de erkenning van natuurreservaten en de toekenning van subsidies met het oog op de aankoop van door de privéverenigingen in erkende natuurreservaten op te richten terreinen, de artikelen 10 en 11; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 18 juli 1991 houdende erkenning van het erkende natuurreservaat "Dailly" te Couvin; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 februari 1999 houdende erkenning van het erkende natuurreservaat "La Prée" te Couvin; Gelet op de erkenningsaanvraag, door vzw NATAGORA ingediend in augustus 2011, betreffende de uitbreiding van het erkende natuurreservaat naar nieuwe kadastrale percelen, het bijwerken van de kadastrale gegevens van de erkende percelen. Daarbij komen de wijziging van de beheersvoorwaarden en de opneming van kadastrale percelen van een ander erkend natuurreservaat ; Gelet op het gunstig advies van de « Conseil supérieur wallon de la Conservation de la Nature » (Waalse hoge raad voor Natuurbehoud), gegeven op 28 februari 2012 ; Gelet op het gunstig advies van het provinciecollege van Namen, gegeven op 10 mei 2012; Overwegende dat deze talrijke wijzigingen ervoor pleiten, om het besluit tot oprichting van het reservaat volledig te herzien ; Overwegende dat het reservaat hoofdzakelijk bestaat uit milieus gekenmerkt door een kalkhoudende grond, waaronder met name weidemilieus, kalkhoudende graslanden en struikgewas dat overgaat in eiken- en haagbeukenbossen ; Overwegende dat er in het reservaat meer dan een twintigtal kwetsbare of in gevaar verkerende planten leven, waarvan de meeste beschermd zijn, dat er meerdere soorten reptielen te vinden zijn, waaronder de gladde slang, talrijke vogelsoorten, evenals bedreigde soorten ongewervelden, waaronder drie soorten beschermd zijn ; Gelet op de erkende biologische waarde van de locatie; Overwegende dat de site de thuisbasis is van verschillende natuurlijke milieus met een potentieel voor het herbergen van de biodiversiteit, in het bijzonder vochtige weiden, waaronder zuurminnende laagvenen, acutiflore biesbossen en voedselrijke ruigten, mesofiele weiden, acidofiele heiden en graslanden, loofboomwouden en aquatische milieus; Overwegende dat deze site ten minste 8 soorten zeldzame planten herbergt, waarvan er 4 beschermd zijn, evenals verschillende zeldzame vogelsoorten, waaronder de klapekster, alsook meerdere soorten kwetsbare ongewervelde dieren; Gelet op de erkende biologische waarde van de locatie; Overwegende dat de niet-inheemse woekerende dieren- of plantensoorten beheerd moeten worden met het oog op de bescherming van de inlandse fauna en flora van de locatie; Overwegende dat, in het belang van de bescherming van de wilde fauna en flora en het behoud van de natuurlijke habitats van het reservaat, beheers- en inrichtingshandelingen verricht moeten worden zodat de natuurlijke verschijnselen niet in volle vrijheid kunnen evolueren; Overwegende dat die inrichtings- en beheershandelingen, die de instandhouding of het herstel van bepaalde gevoelige soorten beogen ten opzichte van andere niet gevoelige soorten kunnen inhouden dat bij de wet op het natuurbehoud verboden handelingen verricht moeten worden terwijl ze voordelig zijn voor de bescherming van de wilde fauna en flora alsook voor de instandhouding van de natuurlijke habitats van het reservaat en dat ze niet schadelijk zijn voor het behoud van de betrokken milieus in een gunstige staat van instandhouding; Overwegende dat er bijvoorbeeld op niet-limitatieve wijze gewezen kan worden op de aanleg van vijvers die de wijziging van het bodemreliëf als gevolg heeft maar ook het onderhoud van rivieroevers, wat het verkeer van gemotoriseerde voertuigen met zich meebrengt, op de noodzaak te strijden tegen allesoverwoekerende plantensoorten, wat het wegnemen van struiken en het beschadigen van het plantendek inhoudt; of op de noodzaak om bijzondere gevoelige dieren- of planten soorten te beschermen tegen predatie door gewonere soorten, die bijgevolg gestrikt of verjaagd moeten kunnen worden door middel van geschikte technieken; Overwegende dat natuurreservaten soorten herbergen, waarvoor een wetenschappelijke monitoring noodzakelijk is; Overwegende dat de wetenschappelijke monitoring acties inhoudt, die strijdig zijn met de in natuurreservaten toepasselijke beschermingsmaatregelen, zoals het afnemen van plantenstukken of -individuen of het storen van dierlijke soorten, hun vangst en zelfs het doden ervan; Dat de uitvoering ervan het gebruik van allerhande vangsttoestellen of wetenschappelijk apparatuur inhoudt, dat die acties beperkt en uitgevoerd worden door personen die zich van de kwetsbaarheid van de betrokken populaties bewust zijn; dat ze dan ook niet gevaarlijk zijn voor die populaties; Overwegende dat de gereglementeerde toegang van het publiek mogelijk dient te worden gemaakt met het oog op de bewustmaking ervan en de valorisatie van de ondernomen beheersacties; Overwegende dat het plaatsen van didactische borden en bewegwijzering tot de milieuopvoeding bijdragen; Overwegende dat het in principe niet mogelijk is om alle gevallen te overwegen waarin afwijkingen zouden kunnen worden verleend aan de beheerder erkend door de overheid belast met het toezicht van het reservaat, omdat men niet vooraf kan weten hoe de toestand zal evolueren; Overwegende dat het dan ook opportuun lijkt om een algemene afwijking toe te kennen voor de verboden bedoeld in de wet op het natuurbehoud wanneer de beheerder van het reservaat handelingen verricht met het oog op de inrichting en het beheer van het reservaat in het belang van de bescherming van de wilde fauna en flora alsook van de instandhouding van de natuurlijke habitats van dit reservaat; Overwegende dat deze afwijking bovendien niet leidt tot de afschaffing van deze verbodsbepalingen voor derden die het reservaat bezoeken en dat deze afwijking derhalve legitiem en evenredig is; Overwegende dat de wildpopulaties van de categorie "grof wild" bedoeld in artikel 1bis van de jachtwet van 28 februari 1882 alsook de Canadese gans beheerd moeten worden met het oog op de bescherming van de fauna en flora van de locatie; Overeenkomstig het tracé van de buitengrenzen van de omtrek van het reservaat, overgebracht op het bij dit besluit gevoegde liggingsplan en waarvan hij deel uitmaakt; Overeenkomstig het beheersplan dat is opgesteld op basis van het aanvraagdossier, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er deel van uitmaakt; Op de voordracht van de Minister van Natuur; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het erkende Natuurreservaat "Dailly" beslaat de terreinen die kadastraal bekend zijn of waren als volgt: Gemeente Afdeling Sectie Nummer Areaal (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.