(1)type wet prom. 27/03/2020 pub. 03/04/2020 numac 2020030524 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling type wet prom. 27/03/2020 pub. 03/04/2020 numac 2020030525 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II)', Parl.St. Kamer 2019-20, nr. 55-1442/001. 5 Zie adv.RvS 67.859/1-2-3-4 van 16 september 2020 over amendementen bij het voornoemde wetsontwerp. 6 Opmerkingen 5.1 tot 5.3. 7 Opmerking 4. 8 HvJ 24 juli 2003, C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg, ECLI:EU:C:2003:415. Zie ook de voorwaarden vervat in het DAEB-vrijstellingsbesluit (besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 `betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen'). 9 Namelijk andere wijzigingen dan die waarvan in dit advies melding wordt gemaakt of wijzigingen die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in dit advies wordt opgemerkt. 10 Althans in zoverre de zinsnede "het budget van financiële middelen van het ziekenhuis dat volgt op de definitieve afrekening in 2023" in artikel 9, § 4, punt 2, van het ontwerp moet worden begrepen als een verwijzing naar het BFM dat voor het betrokken ziekenhuis in 2023 wordt vastgesteld. Het verslag aan de Koning lijkt die interpretatie te bevestigen, aangezien daar wordt vermeld "In geval van een terug te storten bedrag, wordt de afrekening uitgesteld tot bij de definitieve afrekening". 30 OKTOBER 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de gecoördineerde wet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/2008 pub. 31/03/2011 numac 2011000186 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 10/07/2008 pub. 04/06/2010 numac 2010000299 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling sluiten op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikelen 92, 101, eerste lid, 2° en 105, § 1; Gelet op het koninklijk besluit nr. 10 van 19 april 2020 voor de toekenning van en de regels voor de verdeling en vereffening van een voorschot aan de algemene ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie, artikel 3/1, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 35 van 24 juni 2020; Gelet op de adviezen van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, gegeven op 29 april 2020 en 11 juni 2020; Gelet op de adviezen van de inspecteur van Financiën, gegeven op 18 augustus 2020 en 3 september 2020; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 16 september 2020; Gelet op artikel 8, § 2, 2°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse; Gelet op het Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen; Gelet op het advies 68.017/3 van de Raad van State, gegeven op 12 oktober 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende het koninklijk besluit van 19 april 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2020 pub. 22/04/2020 numac 2020030656 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende de afkondiging van de toestand van de coronavirus COVID-19 epidemie op het Belgisch grondgebied sluiten houdende de afkondiging van de toestand van de coronavirus COVID-19 epidemie op het Belgisch grondgebied; Overwegende de sleutelrol van de ziekenhuizen in de goede werking van ons gezondheidszorgsysteem en het engagement dat van hen werd gevraagd, geheel in het bijzonder in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie; Overwegende dat de ziekenhuizen in dat uitzonderlijke kader werden en worden geconfronteerd met aanzienlijke, buitengewone en niet geplande bijkomende kosten; Overwegende dat de ziekenhuisactiviteiten gedurende de periode van maart tot en met juni 2020 waren toegespitst op de verzorging van de COVID-19-patiënten en op de dringende interventies die niet konden worden uitgesteld; dat gedurende de periode van juli tot december 2020 de normale hervatting van de activiteiten nog wordt beperkt door de bijkomende maatregelen inzake veiligheid en hygiëne en door de verlenging van de maatregelen inzake de reservatie van de ziekenhuiscapaciteit, om klaar te staan voor een eventuele heropflakkering van de epidemie met talrijke nieuwe ziekenhuisopnames als gevolg; dat daardoor de gebruikelijke activiteiten nog meer zijn afgenomen en afnemen en dat dit bijgevolg leidt tot minder inkomsten; dat een eventuele heropflakkering van de epidemie die gevolgen nog zou versterken; Overwegende dat die uitzonderlijke kosten en die daling van de inkomsten de continuïteit van de uitvoering van de medisch-sociale opdrachten in de ziekenhuizen in gevaar brengen bij gebrek aan voldoende inkomsten om de doorlopende kosten te financieren, terwijl niet kan worden uitgesloten dat de epidemie opnieuw opflakkert, waardoor opnieuw ziekenhuiscapaciteit ter beschikking moeten worden gesteld voor zorg aan COVID-19 patiënten; Overwegende de impact van die situatie, zowel voor de ziekenhuizen als voor het personeel dat zij in dienst hebben en voor de daar werkende zorgverleners, ongeacht het statuut van die samenwerking; Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de epidemie door het coronavirus COVID-19 Artikel 1.In het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie wordt een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen toegekend, om rekening te houden met: 1° Bepaalde uitzonderlijke kosten, noodzakelijk wegens de coronavirus COVID-19 epidemie, ten laste van de ziekenhuizen, die niet of onvoldoende door de gebruikelijke financieringen voor de ziekenhuizen en de zorgverleners worden gedekt.2° De impact voor de ziekenhuizen van de daling van alle reguliere activiteiten, en bijgevolg inkomsten, terwijl de normale kosten die doorgaans door die verschillende inkomsten worden gedekt permanent blijven doorlopen.3° De dekking van de kosten van bijkomende activiteiten, in verband met de coronavirus COVID-19 epidemie, van de zorgverleners in ziekenhuizen, die niet of onvoldoende door de gebruikelijke financieringen van de zorgverleners worden gedekt.4° De impact op de activiteit van de zorgverleners die wordt gefinancierd via honoraria op de verplichting tot beschikbaarheid voortvloeiend uit de verplichte reservatie van een percentage van de capaciteit aan ziekenhuisbedden voor COVID-19 zorg. HOOFDSTUK 2. - Tegemoetkoming voor uitzonderlijke kosten, vastgesteld in artikel 1, 1° Art. 2.§ 1. Voor de uitzonderlijke kosten die het ziekenhuis draagt in verband met de coronavirus COVID-19 epidemie wordt een tegemoetkoming in forfaitaire vorm toegekend. § 2. De volgende uitzonderlijke kosten komen voor die tegemoetkoming in aanmerking:
- a)bijkomende werkingskosten in het specifieke kader van de COVID-19-zorg, zoals: - beschermingsmateriaal (maskers, brillen, shields, schorten, handschoenen, ontsmettingsproducten, alcogel, ....) tegen de besmetting met het coronavirus COVID-19, voor de zorgverleners, de ziekenhuismedewerkers en de patiënten, - bijkomend verbruiksmateriaal bij het gebruik o.a van beademingstoestellen, CPAP-toestellen, ECMO, enz., - bijkomende schoonmaakproducten, onderhouds-producten, producten voor afvalverwerking, sterilisatie, logistiek, - bijkomend materiaal voor bv. veilige maaltijdbedeling, communicatie, opleiding, enz., - bijkomende IT- en communicatieondersteuning.
- b)bijkomende personeelskosten, met name bijkomend personeel ingezet binnen een kostenplaats tussen 020 en 899 zoals voorzien in het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 tot bepaling van de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel voor de ziekenhuizen, bovenop het reguliere personeel en bijkomende personeelskosten, zoals meer extra prestaties, meer wachtdiensten, bovenop de reguliere prestaties;
- c)eventuele overige bijkomende kosten (bv.verzekeringen, beveiliging, klachtenbehandeling). § 3. Gegevens over de omvang van deze kosten in de algemene en psychiatrische ziekenhuizen worden verzameld op basis van enquêtes, georganiseerd door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu in samenwerking (FOD VVVL). Art. 3.§ 1. De forfaitaire tegemoetkoming, beoogd in artikel 2, § 1, voor de kosten die in artikel 2, § 2, in aanmerking worden genomen, wordt als volgt vastgelegd:
- a)voor het COVID-19-klaar maken van het ziekenhuis: - een vast bedrag per ziekenhuis; - een vast bedrag per betaalde VTE ten laste van een kostenplaats tussen 020 en 899 ; het aantal betaalde VTE wordt vastgelegd op basis van de Finhostagegevens voor het jaar 2018; met dien verstande dat deze beide bedragen verschillen tussen algemene ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen, - een bedrag per COVID-19-bed dat werd klaargemaakt voor COVID-19-zorg; dit bedrag kan verschillen tussen intensieve en niet-intensieve bedden in algemene ziekenhuizen en voor bedden in psychiatrische ziekenhuizen;
- b)voor de zorg aan COVID-19-patiënten: - een bedrag per verpleegdag voor een COVID-19-patiënt;dit bedrag verschilt naargelang de verpleegdagen op een niet-intensieve eenheid en op een intensieve eenheid. Bij deze laatste wordt een onderscheid gemaakt tussen patiënten zonder beademing, met beademing en ECMO-patiënten; - een bedrag per patiënt voor de COVID-19- en COVID-19-suspect-patiënten die op de spoedgevallen werden gezien;
- c)voor de zorg aan niet-COVID-19-patiënten: een forfait dat de meerkosten op niet-COVID-19-diensten dekt.Dit forfait wordt berekend op basis van het aantal betaalde VTE's ten laste van een kostenplaats tussen 020 en 899 en wordt toegekend voor de periode waarin aanvullende beschermingsmaatregelen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie van toepassing zijn. § 2. De forfaitaire tegemoetkomingen per parameter die hierboven werden gedefinieerd zullen worden vastgelegd in een ministerieel besluit, na advies van de FRZV, op basis van de informatie uit de enquêtes bedoeld in artikel 2, § 3. § 3. De aldus toegekende bedragen vormen post 1 van de voorlopige afrekeningen voorzien in artikel 9. HOOFDSTUK 3. - Tegemoetkoming, vastgesteld in artikel 1, 2°, voor de impact voor de ziekenhuizen van dalende reguliere activiteiten Art. 4.§ 1. Om rekening te houden voor de periode maart, april, mei en juni 2020 met de impact voor het ziekenhuis van dalende reguliere activiteiten, en bijgevolg inkomsten, voor de tenlasteneming van de kosten waarvoor zij rechtstreeks instaan, wordt een tegemoetkoming toegekend om de voorziene budgetten te garanderen die ten laste zijn van de begroting voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, van het variabele gedeelte van het budget financiële middelen van de ziekenhuizen, de RIZIV-overeenkomsten, de forfaits dagziekenhuis en de geneesmiddelenforfaits die niet volledig konden worden geïnd ten gevolge van de daling van de activiteit door de maatregelen die door de overheid werden genomen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie. § 2. 1. Het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen vastgesteld op 1 januari 2020 en van toepassing voor de periode van het eerste semester 2020 wordt voor 100 % gegarandeerd zowel voor de patiënten die via een verzekeringsinstelling zijn aangesloten als voor patiënten die niet via een verzekeringsinstelling zijn aangesloten, door een tegemoetkoming die gelijk is aan het bedrag dat wordt vastgesteld na aftrek van de facturaties voor het eerste semester van 2020 van het variabele gedeelte. 2. Het budget van de RIZIV-overeenkomsten wordt gegarandeerd, per type van overeenkomst, door een tegemoetkoming die berekend wordt op basis van de bedragen die van toepassing zijn voor elk type van overeenkomst voor de periode maart, april, mei en juni 2020, maar die wordt vastgesteld op basis van de activiteit in diezelfde referentieperiode in het jaar 2019, zoals zij in `Documenten P' 2019 van het RIZIV is opgenomen.De tegemoetkoming wordt toegekend na aftrek van de facturatie voor de prestaties uitgevoerd in de periode maart, april, mei en juni 2020. De honoraria die eventueel in die RIZIV-overeenkomsten zijn opgenomen, vallen niet onder de toegekende garantie. 3. Het budget wordt voor elk type forfait voor het dagziekenhuis gegarandeerd door een tegemoetkoming die berekend wordt op basis van de bedragen voor elk type forfait die van toepassing zijn voor de periode maart, april, mei en juni 2020, maar bepaald op basis van de activiteit in diezelfde referentieperiode in het jaar 2019, zoals zij in `Documenten P' 2019 van het RIZIV is opgenomen.De tegemoetkoming wordt toegekend na aftrek van de facturatie voor de prestaties uitgevoerd in de periode maart, april, mei en juni 2020. 4. Het budget van de geneesmiddelenforfaits wordt gegarandeerd door een tegemoetkoming, die berekend wordt op basis van het toepasbare budget dat voor de periode maart, april, mei en juni 2020 is vereffend en na aftrek van de facturaties voor de periode maart, april, mei en juni 2020 van die forfaits. § 3. 1. Om rekening te houden met de impact voor de ziekenhuizen, met de vermindering van de afhoudingen op de honoraria van de zorgverleners door de verminderde activiteit van laatstgenoemden ten gevolge van de daling van de activiteiten door de maatregelen die door de overheid werden genomen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie, wordt een forfaitaire tegemoetkoming toegekend om de werkingskosten te dekken ten laste van de honoraria die voor rekening zijn van de ziekenhuizen krachtens de interne akkoorden tussen de beheerder en de zorgverleners. 2. Die forfaitaire tegemoetkoming wordt als volgt berekend: 2.1. Stap 1 :
- a)Per ziekenhuis, vergelijking tussen: - enerzijds de honoraria voor verstrekkingen en forfaitaire honoraria, voor het deel ten laste van de begroting voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, met een prestatiedatum in maart, april, mei en juni 2020, hierna genoemd `facturatie 2020', en - anderzijds, de honoraria voor verstrekkingen en forfaitaire honoraria, voor het deel ten laste van de begroting voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, met een prestatiedatum in maart, april, mei en juni 2019 zoals opgenomen in de documenten P van het RIZIV, hierna genoemd `facturatie 2019'.
- b)Het verschil (facturatie 2020 - facturatie 2019 * globale index van de honoraria tussen 2019 en 2020) = A index ;
- c)Als A index
- d)Als A index > 0: geen verschuldigd bedrag. 2.2. Stap 2 :
- a)Om het gemiddelde jaarlijkse afdrachtenpercentage (X index %) te bepalen van het ziekenhuis op de honoraria van de zorgverleners, wordt aan het ziekenhuis gevraagd een uitgewerkt en gedocumenteerd voorstel te formuleren, in overeenstemming tussen de beheerder en de Medische Raad;
- b)De FOD VVVL wordt het aldus geformuleerde afdrachtenpercentage vergelijken met de gegevens in de statistische gegevensverzameling van FINHOSTA voor het boekjaar 2018;
- c)Indien de beide percentages onder
- a)en
- b)verschillen, overlegt de FOD VVVL met de beheerder en de voorzitter van de Medische Raad van het ziekenhuis om de verschillen uit te klaren.Deze worden gevalideerd door de revisor van het ziekenhuis. 2.3. Stap 3 : Het bedrag A index Art. 5.§ 1. De aldus in toepassing van artikel 4, §§ 1 en 2 berekende bedragen, vormen de post 2.A. van de voorlopige afrekeningen die zijn vastgesteld in artikel 9. § 2. Het aldus in toepassing van artikel 4, § 3, berekende bedrag, vormt de post 2.B. van de voorlopige afrekeningen die zijn vastgesteld in artikel 9. HOOFDSTUK 4. - Tegemoetkoming, vastgesteld in artikel 1, 3°, voor de dekking van de kosten van bijkomende activiteiten van de zorgverleners in ziekenhuizen Art. 6.§ 1. Er wordt een tegemoetkoming toegekend voor de forfaitaire dekking van de kosten van bijkomende activiteiten in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie van de zorgverleners in ziekenhuizen die gewoonlijk door honoraria worden gefinancierd. § 2. De volgende bijkomende activiteiten komen in aanmerking voor die tegemoetkoming:
- a)1.De waarborg van de gebruikelijke financiering van de permanenties op de dienst spoedgevallen en de diensten intensieve zorg voor de periode maart, april, mei en juni 2020 in de algemene ziekenhuizen; 2. Bijkomende permanenties door de ontdubbeling voor COVID-19-zorg en voor NON-COVID-19-zorg op de dienst spoedgevallen en de diensten intensieve zorg, voor de periode maart, april, mei en juni 2020 in de algemene ziekenhuizen.
- b)Ruimere permanenties door zowel artsen-specialisten als artsen-specialisten in opleiding (ASO) en andere zorgverleners die via honoraria gefinancierd worden voor avond-, nacht- en weekenddiensten voor de gewone hospitalisatie-afdelingen met COVID-19-patiënten, voor de periode maart, april, mei en juni 2020 in de algemene ziekenhuizen.
- c)Bijkomende activiteiten van zorgverleners, die gewoonlijk via honoraria worden gefinancierd, in verband met de medische coördinatie, per ziekenhuis, van de zorg in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie, voor de periode maart, april, mei en juni 2020, zowel in de algemene als in de psychiatrische ziekenhuizen.Dit omvat met name alle activiteiten in het kader van de ziekenhuisnoodplanning, de organisatie van de heropstart van de medische activiteiten (exit-strategie), de capaciteitsplanning, als aanvulling en ondersteuning bij de opdrachten die door de hoofdarts/medisch directeur, de andere artsen-specialisten en de leden van de medische raad worden opgenomen.
- d)Bijkomende activiteiten van de zorgverleners, die gewoonlijk via honoraria worden gefinancierd, in verband met de ziekenhuishygiëne, het infectiebestrijdingsbeleid en de veiligheidsmaatregelen in het kader hiervan, voor de periode maart, april, mei en juni 2020, zowel in de algemene als in de psychiatrische ziekenhuizen.Dit omvat met name alle bijkomende activiteiten in dit kader, zowel door artsen-specialisten in ziekenhuishygiëne en infectieziekten, als door artsen-specialisten en zorgverleners uit andere disciplines.
- e)De waarborg, voor de artsen-specialisten in opleiding (ASO), van de betaling van de basisvergoeding en van een billijke wachtvergoeding, pro rata het aantal gepresteerde permanenties, voor de periode maart, april, mei en juni 2020, zowel in de algemene als in de psychiatrische ziekenhuizen.
- f)Bijkomende activiteiten voor het geven van opleiding, aan al het personeel in de algemene ziekenhuizen m.b.t. specifieke veiligheids- en beschermingsmaatregelen, door zorgverleners, gefinancierd via honoraria, voor de periode maart, april, mei en juni 2020.
- g)Bijkomende activiteiten, in het volgen van opleidingen in verband met de coronavirus COVID-19 epidemie, door artsen-specialisten in de ziekenhuizen voor de periode maart, april, mei en juni 2020, gefinancierd via honoraria, zowel in de algemene als in de psychiatrische ziekenhuizen. § 3. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 6, § 1 voor de bijkomende activiteiten die in artikel 6, § 2 in aanmerking worden genomen, is als volgt vastgesteld:
- a)1.Voor de maanden maart, april, mei en juni 2020 worden de gefactureerde permanentiehonoraria voor de intensieve zorg en de spoedgevallendienst, codes 590203 & 590332 en 590181 & 590310, in elk algemeen ziekenhuis aangevuld tot op het niveau van de prestaties voor de periode maart, april, mei en juni 2019, te indexeren met de globale index van de honoraria tussen 2019 en 2020. Die tegemoetkoming is enkel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners, gelet op de gelijkaardige dekking voor de loontrekkende zorgverleners door de bedragen die hierboven aan het ziekenhuis worden toegekend, meer bepaald op grond van artikel 4, § 3. 2. Omwille van het feit dat tijdens de maanden maart, april, mei en juni 2020 zowel de intensieve diensten als de spoedgevallendiensten moesten worden ontdubbeld in een COVID-19- en een niet-COVID-19-afdeling, worden de permanentiehonoraria, codes 590203 & 590332 en 590181 & 590310, verdubbeld voor deze periode op basis van het bedrag voor diezelfde periode in 2019 te indexeren met de globale index van de honoraria tussen 2019 en 2020. Die tegemoetkoming is zowel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners als op de loontrekkende zorgverleners.
- b)Voor nacht- en weekendpermanenties op de andere niet-intensieve hospitalisatiediensten waar COVID-19-patiënten worden gehospitaliseerd wordt het beschikbare budget berekend in twee stappen: i.berekening op nationaal niveau van het jaarbedrag per dag aan permanenties op diensten intensieve zorg, codes 590203 & 590332. Met andere woorden, totale honoraria uit permanenties intensieve zorg voor 2019/aantal verpleegdagen op diensten intensieve zorg in 2019; ii. 50 % van dit bedrag wordt toegekend voor elke verpleegdag op niet-intensieve diensten voor COVID-19-patiënten. Die tegemoetkoming is zowel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners als op de loontrekkende zorgverleners.
- c)Voor de bijkomende medische activiteiten op het vlak van medische coördinatie tijdens de maanden maart, april, mei en juni 2020 wordt een bedrag van 1.453.500 euro per maand tussen de ziekenhuizen volgens dezelfde criteria als de criteria die in artikel 53 van het koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2002 pub. 30/05/2002 numac 2002022335 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen sluiten betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen verdeeld. Die tegemoetkoming is enkel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners, gelet op de gelijkaardige dekking voor de loontrekkende zorgverleners door de bedragen die hierboven aan het ziekenhuis worden toegekend, meer bepaald op grond van artikel 4, § 4.
- d)Voor de bijkomende medische activiteiten op het vlak van ziekenhuishygiëne, infectiebestrijding en de veiligheidsmaatregelen tijdens de maanden maart, april, mei en juni 2020 in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie, wordt een bedrag van 1.402.500 euro per maand tussen de ziekenhuizen volgens dezelfde criteria als de criteria die in het budget van financiële middelen in artikel 56, §§ 1, 1bis en 1ter van het hierboven koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2002 pub. 30/05/2002 numac 2002022335 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen sluiten verdeeld. Die tegemoetkoming is enkel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners, gelet op de gelijkaardige dekking voor de loontrekkende zorgverleners door de bedragen die hierboven aan het ziekenhuis worden toegekend, meer bepaald op grond van artikel 4, § 4.
- e)Om de betaling van de basisvergoeding van alle artsen-specialisten in opleiding (ASO) in de ziekenhuizen te garanderen, alsook van de wachtdiensten die ze hebben verzorgd en extrakosten die ze hebben gemaakt, wordt voor de periode maart, april, mei en juni 2020 een globaal bedrag toegewezen.1. Het eerste deel moet toelaten de basisvergoeding uit te betalen aan alle ASOs, ondanks dalende honorariuminkomsten. Voor de berekening wordt er een vergelijking gemaakt tussen de nationale honorariamassa gepresteerd in de ziekenhuizen in de periode maart, april, mei en juni 2020 en deze in dezelfde periode in 2019, om het percentage daling in de honoraria, P, vast te stellen. Het deelbudget per maand wordt voor elk ziekenhuis als volgt berekend: 5000 euro per VTE ASO * P * aantal VTE ASO. 2. Het tweede deel moet toelaten om :
- a)voor alle ASO in de ziekenhuizen een bijkomende vergoeding van 250 euro bruto per maand, te verhogen met de patronale RSZ, te voorzien;
- b)een vergoeding te garanderen voor alle ASO die extra wacht- en weekenddiensten verzorgden, à rato van die permanenties. Het deelbudget per maand wordt voor dit tweede deel voor elk ziekenhuis als volgt berekend: 600 euro per VTE ASO * aantal VTE ASO. Voor de ziekenhuizen met loontrekkende zorgverleners wordt enkel het bedrag van het tweede deel toegekend, aangezien de basisvergoeding reeds gedekt is, met name door het bedrag in artikel 4, § 3, wordt toegekend. Deze bedragen kunnen worden gefinancierd door de gewoonlijke eigen ontvangsten van het ziekenhuis of van de zorgverleners alsook door het bijkomend budget dat wordt voorzien onder § 3, e).
- f)Voor de expertise en het geven van opleiding door artsen-specialisten wordt een budget per ziekenhuis toegewezen, dat als volgt wordt berekend: (totaal aantal VTE medewerkers in het ziekenhuis ten laste van een kostenplaats tussen 020 en 899) in 2018 * 50 %)/15) * 200 euro. Die tegemoetkoming is enkel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners, gelet op de gelijkaardige dekking voor de loontrekkende zorgverleners door de bedragen die hierboven aan het ziekenhuis worden toegekend, meer bepaald op grond van artikel 4, § 4.
- g)Voor het volgen van opleidingen door de artsen-specialisten wordt een budget per ziekenhuis voorzien à rato van het (aantal artsen-specialisten* 50 % * 4 uur) * 80,34 euro. Die tegemoetkoming is enkel van toepassing op de zelfstandige zorgverleners, gelet op de gelijkaardige dekking voor de loontrekkende zorgverleners door de bedragen die hierboven aan het ziekenhuis worden toegekend, meer bepaald op grond van artikel 4, § 4. § 4. In voorkomend geval kunnen, volgens dezelfde mechanismen als die welke in § 3 zijn bepaald, tegemoetkomingen worden toegekend voor het tweede semester 2020, voor de toepassingsduur van de maatregelen die door de overheid zijn genomen in het raam van de coronavirus COVID-19 epidemie, indien meer bepaald de beslissingen van het Comité `Hospital & Transport Surge Capacity' leiden tot de verplichting om de activiteiten van het ziekenhuis en de zorgverleners in grote mate te beperken tot de behandeling van de COVID-19-patiënten en de niet-uitstelbare dringende zorg. In dit geval worden de berekeningen herhaald, op basis van de relevante maanden met COVID-19 zorg in het tweede semester van 2020. § 5. De aldus berekend bedragen vormen de post 3 van de voorlopige afrekeningen die in artikel 9 zijn bepaald. HOOFDSTUK 5. - Tegemoetkoming die in artikel 1, 4°, is bepaald, voor de impact op de activiteit van de zorgverleners in een ziekenhuis die gewoonlijk door honoraria wordt gefinancierd, op de verplichting tot beschikbaarheid, voortvloeiend uit de verplichte reservatie van een percentage van de capaciteit aan ziekenhuisbedden voor COVID-19 zorg Art. 7.§ 1. Een tegemoetkoming wordt toegekend voor een uitzonderlijk beschikbaarheidsforfait voor de zorgverleners in een ziekenhuis, die gewoonlijk door honoraria wordt gefinancierd, voortvloeiend uit de verplichte reservatie van een percentage van de capaciteit aan zowel intensieve als niet-intensieve ziekenhuisbedden die door de overheid is opgelegd in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie, teneinde het hoofd te bieden aan de nood aan ziekenhuisopnames voor COVID-19 in geval van een aanzienlijke heropflakkering van de epidemie. § 2. Vanaf 1 juni 2020 wordt een uitzonderlijk beschikbaarheidsforfait per `gereserveerd bed' berekend op basis van een percentage van het nationaal gemiddelde van de honoraria gefactureerd per bed voor ziekenhuisverblijven in 2018. Deze forfaitaire vergoeding wordt toegekend voor elk vrij te houden bed. § 3. Dit forfait wordt per ziekenhuis berekend op basis van de opgelegde vrij te houden capaciteit vanaf 1 juni 2020, en enkel voor de periode van de permanent vrij te houden capaciteit zijnde de eerste fase, die fase 0 wordt genoemd, zoals opgelegd door het Comité `Hospital & Transport Surge Capacity' in de communicatie van 17 juni 2020, met name voor 15 % van de erkende bedden met intensief karakter (
- n)+ 4*n niet-intensieve bedden. § 4. Die tegemoetkoming is van toepassing op zorgverleners, zowel onder het statuut van zelfstandige als onder het statuut van werknemer, afhankelijk van wat gewoonlijk wordt toegepast in elk ziekenhuis voor de betaling van de gebruikelijke beschikbaarheidsvergoedingen. § 5. Het aldus berekende bedrag vormt de post 4 van de voorlopige berekeningen die zijn vastgesteld in artikel 9. HOOFDSTUK 6. - Specifieke bepalingen voor de tegemoetkomingen die zijn bepaald in de artikel 1, 3° en 4° Art. 8.§ 1. Van die forfaitaire tegemoetkomingen die voor de zorgverleners in een ziekenhuis zijn bestemd, mag het ziekenhuis geen enkel bedrag afhouden. § 2. Wanneer de bedragen stoelen op de RIZIV-nomenclatuurcodenummers (honoraria), wordt de waarde van het budget door de administraties vastgelegd op 70 % van de uiteindelijke waarde, uitgaande van de RIZIV-nomenclatuur, gedeelte RIZIV-tegemoetkoming (vergoeding) gelijk aan 100 %, voor de tegemoetkoming die is bepaald in artikel 1, 3°, en met toepassing van artikel 6, § 3,
- a)en b), en voor de tegemoetkoming die is bepaald in artikel 1, 4°. § 3. 1. Voor ziekenhuizen waar er zowel zelfstandige als gesalarieerde zorgverleners die gewoonlijk via honoraria gefinancierd worden actief zijn, wordt het bedrag van de tegemoetkomingen die resulteren uit de berekeningen onder artikelen 6 en 7 en die enkel van toepassing zijn voor zelfstandige zorgverleners toegekend proportioneel aan het aandeel zelfstandige zorgverleners. Om het aandeel van de zelfstandige zorgverleners te berekenen, dient elk ziekenhuis, voor de periode maart tot en met juni 2020, en, desgevallend, voor de COVID-19 periode tijdens het tweede semester, een gemotiveerd en gedocumenteerd voorstel van percentage te doen, in overleg tussen beheer en medische raad. Dit percentage wordt berekend, uit de lijst, die het ziekenhuis aanlevert met, voor alle zorgverleners die gewoonlijk via honoraria gefinancierd worden, de naam, het RIZIV-nummer, het tewerkstellingspercentage en het statuut, zelfstandig of gesalarieerd. 2. Ditzelfde percentage wordt gehanteerd voor de interne verdeling binnen het ziekenhuis van de deelbudgetten die zowel aan zelfstandige als aan gesalarieerde zorgverleners worden toegekend. § 4. De Medische Raad is belast met de verdeling van de toegekende bedragen, krachtens artikel 1, 3° en 4° en de artikelen 6 en 7 voor de zorgverleners met het zelfstandigenstatuut waarvoor hij bevoegd is. § 5. Het ziekenhuis of, voor de andere zorgverleners met het zelfstandigenstatuut, het eventuele ad-hocorgaan van die zorgverleners, is belast met dezelfde opdracht voor de andere zorgverleners dan die welke in § 4 zijn bedoeld. De zorgverleners waarvoor de Medische Raad bevoegd is, met het statuut van loontrekkende, alsook de andere zorgverleners met het statuut van loontrekkende vallen onder de toepassing van dit § 5. § 6. Met uitzondering van de tegemoetkoming voor de artsen-specialisten in opleiding die moet worden gebruikt volgens artikel 6, § 3, e), ten belope van de noodzakelijke bedragen voor de financiering van deze tegemoetkoming, moeten het eventuele saldo van die tegemoetkoming en het globaal bedrag dat is toegekend krachtens artikel 1, 3° en 4° en de artikelen 6 en 7, voor de zorgverleners worden gebruikt om een verdeling te garanderen, rekening houdende met objectieve variabelen die zijn vastgesteld door de instantie die belast is met de verdeling, onder alle zorgverleners die gewoonlijk door honoraria worden gefinancierd en die daadwerkelijk zijn betrokken in het kader van de zorg gedurende de periode van dekking van de tegemoetkomingen, en bij voorrang in de COVID-19-zorg, of van het beheer van die epidemie in het ziekenhuis, en bij voorrang bij de taken die zijn opgesomd in elke tegemoetkoming die in artikel 6 is bepaald. § 7. Elke storting die voortvloeit uit de bedragen die krachtens de artikelen 6 en 7 zijn toegekend, moet door het ziekenhuis worden gedocumenteerd op basis van de verdeling die is vastgelegd door de Medische Raad voor de medische zorgverleners of door de ad-hocinstantie voor de andere zorgverleners, zodat een reporting aan de federale overheid kan aantonen dat die tegemoetkomingen overeenkomstig de doelstellingen zijn gebruikt. HOOFDSTUK 7. - Planning van de berekening en de afrekeningen van de uitzonderlijke federale financiële tegemoetkomingen en de regularisatie van de voorschotten Art. 9.§ 1. De posten 1, 2.A, 2.B, 3 en 4 zoals hierboven gedefinieerd worden voor elk semester opgeteld per ziekenhuis. Het resultaat dat voor elk semester bekomen wordt, wordt vergeleken met de som van de voorschotten die in datzelfde semester zijn toegekend, in toepassing van het koninklijk besluit nr. 10 van 19 april 2020, gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 35 van 24 juni 2020, en leidt tot een voorlopige afrekening per semester. De eerste voorlopige afrekening wordt uitgevoerd in de loop van het tweede semester 2020 en de tweede voorlopige afrekening tijdens het eerste semester 2021. § 2. Voor de vaststelling per ziekenhuis van de voorlopige afrekening per semester worden de volgende elementen in mindering gebracht worden:
- a)De kost van het aantal voltijds equivalent personeelseffectieven voor wie het ziekenhuis beroep deed op het systeem van tijdelijke werkloosheid, à rato van 75.000 EUR per jaar-VTE;
- b)de waarde van de ontvangen goederen indien het ziekenhuis gebruik heeft gemaakt van federale voorraden van persoonlijke beschermingsmiddelen, farmaceutische producten en/of medische hulpmiddelen. § 3. De voorlopige afrekeningen per semester, die gezamenlijk worden vastgesteld door de FOD VVVL en het RIZIV, worden overgemaakt aan elk ziekenhuis. § 4. 1. Als de voorlopige afrekening per semester een positief saldo ten gunste van het ziekenhuis vertoont, zal dit positief verschil rechtstreeks op de bankrekening van het ziekenhuis worden vereffend, in toepassing van art. 3/1 van het koninklijk besluit nr. 10 van 19 april 2020, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 35 van 24 juni 2020. 2. Indien de voorlopige afrekening per semester een negatief saldo ten laste van het ziekenhuis vertoont, zal de terugbetaling door het ziekenhuis geregeld worden via een negatief inhaalbedrag in het budget van financiële middelen van het ziekenhuis dat volgt op de definitieve afrekening in 2023. § 5. In 2023, wanneer de bedragen waarop het ziekenhuis en de betrokken zorgverleners recht hebben voor het eerste en tweede semester 2020 definitief gekend zijn, wordt een globale vergelijking uitgevoerd, waarbij uiteraard ook rekening wordt gehouden met de toegekende voorschotten en de desgevallend al toegekende positieve verschillen. De regularisatie, positief of negatief wordt opgenomen onder de vorm van een inhaalbedrag in het budget van financiële middelen van juli 2023 van elk ziekenhuis. Het voorstel van definitieve regularisatie, met de nodige verantwoordingsstukken wordt medegedeeld door de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en door de minister die Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, of door de door deze ministers gedelegeerde ambtenaar aan elk ziekenhuis. Elk ziekenhuis beschikt, na overleg tussen de beheerder en de voorzitter van de medische raad over een termijn van 30 dagen om zijn opmerkingen op te maken, die samen met het voorstel van regularisatie, aan de hierboven vermelde ministers of de door hen aangewezen ambtenaar, voor advies worden doorgestuurd naar het FRZV en het Verzekeringscomité van het RIZIV. De beslissing door de hierboven vermelde ministers over de definitieve regularisatie wordt gemotiveerd en meegedeeld door de door hen gedelegeerde ambtenaar aan de beheerder en de voorzitter van de medische raad van het ziekenhuis en ter informatie meegedeeld aan de FRZV en het Verzekeringscomité van het RIZIV. HOOFDSTUK 8. - Algemene maatregelen in verband met de toekenning van de tegemoetkomingen Art. 10.De definitieve toekenning van de uitzonderlijke federale financiële tegemoetkomingen hangt af van de naleving van de volgende drie voorwaarden die uiterlijk bij de definitieve afrekening zullen worden geverifieerd: 1. Er wordt geen akkoord tot verhoging van de ereloonsupplementen afgesloten;2. De afdrachtenregeling die in 2020 in het ziekenhuis wordt toegepast, leidt niet tot hogere afdrachten dan die die werden toegepast in 2019; Aan deze twee voorwaarden moet worden voldaan in de periode die aanvangt op 11 maart 2020 en loopt tot het einde van de periode waarin de uitzonderlijke federale financiële tegemoetkomingen van toepassing zijn en uiterlijk tot 31 december 2020. Indien niet aan de twee voorwaarden wordt voldaan, moet het ziekenhuis de op grond van de artikelen 4, 6 en 7 ontvangen bedragen terugbetalen in verhouding tot de geconstateerde overschrijdingen. 3. De ziekenhuizen moeten de FOD VVVL en het RIZIV informatie verstrekken over de wijze waarop zij de toegewezen bedragen hebben gebruikt, en dit volgens een systeem van rapportering dat door de overheid zal worden uitgewerkt. HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 12.De minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Ciergnon, 30 oktober 2020. FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Fr. VANDENBROUCKE