← België

Ministerieel besluit tot wijziging van verscheidende bepalingen betreffende plaagorganismen bij planten op zaden en ander plantaardig teeltmateriaal

28 MEI 2020. - Ministerieel besluit tot wijziging van verscheidende bepalingen betreffende plaagorganismen bij planten op zaden en ander plantaardig teeltmateriaal De Minister van de Brusselse Hoofdst

§ 1

worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage IV voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. §

  1. Paragraaf 1 is niet van toepassing op prebasismoederplanten en prebasismateriaal tijdens cryobewaring.". §
  2. In het hetzelfde besluit, wordt artikel 27 vervangen als volgt : "Art. 27.§
  3. Een basismoederplant of basismateriaal is bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen vrij bevonden van de in de bijlagen I en II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen en, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV, voor het geslacht of de soort in kwestie. Die visuele inspectie wordt door de verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, door de leverancier uitgevoerd. De verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier voeren bemonstering en toetsing uit van de basismoederplant of het basismateriaal voor de in bijlage II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen en, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV, voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. Bij twijfel over de aanwezigheid van de in bijlage I vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voeren de verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit van de basismoederplant of het basismateriaal in kwestie. §
  4. Voor de in § 1 bedoelde bemonstering en toetsing past de Dienst de protocollen van de EPPO of andere internationaal erkende protocollen toe. Wanneer dergelijke protocollen niet bestaan, past de verantwoordelijke officiële instantie de desbetreffende protocollen toe die op nationaal niveau zijn vastgesteld. In dat geval stelt de dienst deze protocollen op verzoek ter beschikking aan de andere lidstaten en de Commissie. De verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier zenden monsters ter toetsing aan laboratoria die door de verantwoordelijke officiële instantie officieel zijn erkend. §
  5. In geval van een positief toetsingsresultaat voor een of meerdere van de in de bijlagen I en II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, verwijdert de leverancier de aangetaste basismoederplant of het basismateriaal uit de nabijheid van andere basismoederplanten en ander basismateriaal krachtens artikel 26, § 7, of artikel 26, § 8, of neemt deze passende maatregelen krachtens bijlage IV. §
  6. De maatregelen om

§ 1

worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage IV voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. §

  1. Paragraaf 1 is niet van toepassing op basismoederplanten en basismateriaal tijdens cryobewaring." §
  2. In het hetzelfde besluit, wordt artikel 32 vervangen als volgt : "Art. 32.§
  3. Een gecertificeerde moederplant of gecertificeerd materiaal is bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen vrij bevonden van de in de bijlagen I en II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen en, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV, voor het geslacht of de soort in kwestie. Die visuele inspectie wordt door de verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, door de leverancier uitgevoerd. De verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier voeren bemonstering en toetsing uit van de gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal voor de in bijlage II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen en, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV, voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. Bij twijfel over de aanwezigheid van de in bijlage I vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voeren de verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier bemonstering en toetsing uit van de gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal in kwestie. §
  4. Voor de in § 1 bedoelde bemonstering en toetsing past de dienst de protocollen van de EPPO of andere internationaal erkende protocollen toe. Wanneer dergelijke protocollen niet bestaan, past de verantwoordelijke officiële instantie de desbetreffende protocollen toe die op nationaal niveau zijn vastgesteld. In dat geval stelt de dienst deze protocollen op verzoek ter beschikking aan de andere lidstaten en de Commissie. De verantwoordelijke officiële instantie en, in voorkomend geval, de leverancier zenden monsters ter toetsing aan laboratoria die door de verantwoordelijke officiële instantie officieel zijn erkend. §
  5. In geval van een positief toetsingsresultaat voor een of meerdere van de in de bijlagen I en II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, verwijdert de leverancier de aangetaste gecertificeerde moederplant of het gecertificeerd materiaal uit de nabijheid van andere gecertificeerde moederplanten en ander gecertificeerd materiaal krachtens artikel 31, § 7, of artikel 31, § 8, of neemt deze passende maatregelen krachtens bijlage IV. §
  6. De maatregelen om

§ 1

worden nageleefd, zijn opgenomen in bijlage IV voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. §

  1. Paragraaf 1 is niet van toepassing op gecertificeerde moederplanten en gecertificeerd materiaal tijdens cryobewaring." §
  2. In het hetzelfde besluit, wordt artikel 33, § 2, derde lid vervangen als volgt : "Tenzij anders aangegeven, worden bij gecertificeerde fruitgewassen geen bemonstering en toetsing uitgevoerd." §
  3. In het hetzelfde besluit, wordt artikel 37 vervangen als volgt : "Art. 37.§
  4. De leverancier van CAC-materiaal moet dit materiaal bij visuele inspectie van de faciliteiten, velden en partijen tijdens de productiefase nagenoeg vrij hebben bevonden van de in de bijlagen I en II vermelde plaagorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie, tenzij in bijlage IV anders is bepaald. De leverancier voert bemonstering en toetsing uit van de geïdentificeerde bron van het materiaal of het CAC-materiaal voor de in bijlage II vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen en, overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV, voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. Bij twijfel over de aanwezigheid van de in bijlage I vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voert de leverancier bemonstering en toetsing uit van de desbetreffende geïdentificeerde bron van materiaal of CAC-materiaal. CAC-teeltmateriaal en CAC-fruitgewassen in partijen, na de productiefase, worden slechts in de handel gebracht indien zij vrij zijn bevonden van tekenen of symptomen van de in de bijlagen I en II vermelde plaagorganismen na visuele inspectie door de leverancier. De leverancier voert de maatregelen uit om

§ 1

worden nageleefd krachtens bijlage IV voor het geslacht of de soort in kwestie en de categorie. §

  1. Paragraaf 1 is niet van toepassing op CAC-materiaal tijdens cryobewaring." §
  2. In het hetzelfde besluit, wordt een nieuw artikel 37/1 ingevoegd, luidende : "Art. 37/1.In aanvulling op de in de artikelen 20, 21, 27, 32, 33 en 37 vermelde gezondheidsvoorschriften en voorschriften voor de grond, worden teeltmateriaal en fruitgewassen geproduceerd overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen voorschriften voor productielocaties, productieplaatsen of gebieden om de aanwezigheid van de in die bijlage vermelde gereguleerde niet-quarantaineorganismen voor het geslacht of de soort in kwestie te beperken." §
  3. In hetzelfde besluit wordt bijlage I vervangen door de bijlage XIV gevoegd bij dit besluit. §
  4. In hetzelfde besluit wordt bijlage II vervangen door de bijlage XV gevoegd bij dit besluit. §
  5. In hetzelfde besluit wordt bijlage III vervangen door de bijlage XVI gevoegd bij dit besluit. §
  6. In hetzelfde besluit wordt bijlage IV vervangen door de bijlage XVII gevoegd bij dit besluit. Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 31 mei
  7. Brussel, 28 mei
  8. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, A MARON Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.