(1)In verband met de verplichte aard van die raadpleging zie artikel 14 van richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 `betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn), dat vervangen zal worden door de artikelen 18 en 19 van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 `tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie' (de omzettingstermijn verloopt op 21 december 2020 - artikelen 124 en 125 van richtlijn (EU) 2018/1972). 2 Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 27.
- c)en formules F 3-2-1 tot F 3-2-8. 16 JULI 2020. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 6, tweede lid en artikel 8, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/10/2010 pub. 08/11/2010 numac 2010009869 bron federale overheidsdienst justitie en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie sluiten houdende nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie De Minister van Justitie, de Minister van Defensie en de Minister van Telecommunicatie, Gelet op de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, artikel 18/8 ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wetten van 29 mei 2016 en van 30 maart 2017, en artikel 18/17 ingevoegd bij de wet van 4 februari 2010 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2016; Gelet op de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, gewijzigd bij de wetten van 4 februari 2010 en van 27 maart 2014; Gelet op het koninklijk besluit van 12 oktober 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/10/2010 pub. 08/11/2010 numac 2010009869 bron federale overheidsdienst justitie en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie sluiten houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie, artikel 6, tweede lid en artikel 8, § 3, derde lid; Gelet op het advies van de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer nr. 27/2014 van 2 april 2014; Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 16 september 2014; Gelet op de openbare raadpleging die georganiseerd is van 18 juli 2016 tot 31 augustus 2016; Gelet op de kennisgeving van 26 juli 2016 aan de Europese Commissie conform Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op de adviezen van de inspecteurs van Financiën, gegeven op 22 november 2017 en 7 februari 2019; Overwegende dat een impactanalyse van de regelgeving overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging op 25 februari 2019 werd uitgevoerd; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 22 juli 2019; Gelet op het advies 66.673/4 van de Raad van State, gegeven op 25 november 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit nr. 25/2020 van 13 maart 2020, Besluiten : Artikel 1.§ 1. Om gegevensverlies te vermijden en in geval van een onderbreking, om welke reden dan ook, van de transmissie naar het door het betrokken diensthoofd aangeduide netwerkaansluitingspunt van de gegevens opgevraagd door de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst op basis van de artikelen 18/8 of 18/17 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten, zorgen de operatoren van elektronische-communicatienetwerken en de verstrekkers van elektronische-communicatiediensten ervoor dat deze tijdelijk in een buffergeheugen bewaard worden zoals bepaald in de normen TS 102 232-5, B.1, b.3) en b.4), TS 101 331, punt 3.1 en punt 4.2.b, 3 en 4 en TS 102 232-1, punt 6.3.3 van het Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (hierna ETSI). De gegevens worden opslagen in het buffergeheugen tot aan de succesvolle overdracht ervan aan het door het betrokken diensthoofd aangeduide netwerkaansluitingspunt. § 2. Conform de normen TS 101 331, 4.2,
- b)en TS 102 232-1, punt 6.3.3 en TS 102 232-1, B.6, R24 van het ETSI, zorgt de operator elektronische-communicatienetwerken of de verstrekker van elektronische-communicatiediensten ervoor dat de capaciteit van het buffergeheugen ten minste gelijk is aan drie keer de capaciteit die nodig is voor één uur opslag van de in paragraaf 1 bedoelde datastromen tegen gemiddelde snelheid van de operator of de aanbieder naar de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst gedurende het voorbije jaar. Wanneer geen enkele datastroom werd verzonden naar de bevoegde inlichtingen- of veiligheidsdienst gedurende het voorbije jaar, houdt de operator of verstrekker rekening met het meest recente jaar tijdens welk datastromen werden verstuurd naar hem. Wanneer de onderbreking van de gegevensoverdracht bedoeld in paragraaf 1 leidt tot de overschrijding van de capaciteit van het buffergeheugen, dan bewaart de operator van elektronische-communicatienetwerken of de verstrekker van elektronische-communicatiediensten de gegevens van de meest recente uren voor het einde van de onderbreking in het buffergeheugen. § 3. In overeenstemming met de normen TS 101 331, punt 4.5,
- b)en TS 101 331, 4.5, a), van het ETSI zorgen de operatoren van elektronische-communicatienetwerken of verstrekkers van elektronische-communicatiediensten ervoor dat, vooraleer zij nieuwe diensten op de markt brengen of bestaande diensten wijzigen, de capaciteit van hun buffergeheugen voldoende gedimensioneerd wordt om aan de in paragraaf 2 voorziene vereisten te kunnen voldoen. Art. 2.§ 1. In overeenstemming met de norm TS 101 331, punt 4.2,
- e)en nota 5 van TS 101 331, 4.2,
- e)van het ETSI en om de transmissie van niet-relevante gegevens te vermijden zodat alleen de overeenkomstig de artikelen 18/8 en 18/17 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten door de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst gevorderde gegevens hem worden overgemaakt, is iedere operator van een elektronischecommunicatienetwerk en verstrekker van een elektronische-communicatiedienst technisch in staat om de gegevensstroom naar het door het betrokken diensthoofd aangeduide netwerkaansluitingspunt te filteren en stelt hij alles in het werk om de stromen die niet het voorwerp uitmaken van de vordering, niet naar hem te sturen. § 2. In overeenstemming met de normen TS 101 331, punt 4.2,
- e)en TS 102 232-1, punt F.4 van het ETSI gebeurt het filteren op basis van de verschillende elektronische-communicatiediensten die hij aan zijn gebruikers aanbiedt en op basis van de communicatiepoorten voor de gegevensstromen. Op vraag van de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst verfijnt de operator van het elektronische-communicatienetwerk of de verstrekker van de elektronische- communicatiedienst de filters op het niveau van de communicatiepoorten in overeenstemming met de norm TS 101 331, punt 4.2,
- e)van het ETSI. In overeenstemming met de norm TS 101 331, punt 4,2,
- b)van het ETSI en wanneer de vordering van de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst betrekking heeft op een elektronische-communicatiedienst die toegankelijk is via verschillende communicatiepoorten, maakt de operator van het elektronische-communicatienetwerk of de verstrekker van de elektronische-communicatiedienst de volledige gegevensstroom met betrekking tot deze poorten over aan de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst. Bij de filtering van de gegevensstroom mogen de operatoren van een elektronische-communicatienetwerk en de verstrekkers van elektronische-communicatiediensten geen kennis nemen van de inhoud van de communicaties zoals bepaald in de norm TS 101 331, punt 4.2, b), 5) van het ETSI. Wanneer het technisch niet mogelijk is om de communicatiestromen te filteren zonder kennis te nemen van de inhoud, bezorgt de operator van het elektronische-communicatienetwerk of de aanbieder van de elektronische-communicatiediensten de volledige gegevensstroom aan de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst. § 3. In overeenstemming met de normen TS 101 331, punt 4.2,
- e)en TS 102 232-1, punt F.4 van het ETSI gebeurt de onderschepping van inkomende e-mail na de eventueel door de operator van een elektronische-communicatienetwerk of de verstrekker van een elektronische-communicatiedienst aangeboden spam-filter. Art. 3.Artikel 1 is niet van toepassing op de centrales die werken als een digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN), noch op de mobiele diensten die deze centrales gebruiken voor de configuratie van gesloten gebruikersgroepen, van een operator van een elektronische-communicatienetwerk of van een verstrekker van een elektronische-communicatiedienst. Wat betreft de platformen voor onderschepping van e-mails, zetten deze operatoren en deze verstrekkers het buffergeheugen op naargelang van de technische mogelijkheden conform de ETSI-normen en in overleg met de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdienst. Art. 4.Artikelen 1 en 3 treden in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van 12 maanden te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 16 juli 2020. De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Defensie, Ph. GOFFIN De Minister van Telecommunicatie, Ph. DE BACKER .