punt 10°, van de warmte of koude,
punt 6°, exclusief is toegekend aan de energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling uit de principeaanvraag; 12° als de steunaanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van een stadsverwarming of -koeling: de garantie van de warmte- of koudeleverancier van de stadsverwarming of -koeling die uitgebreid wordt, dat het transport van die stadsverwarming of -koeling tot de afnemers,
punt 10°, van de warmte of koude,
punt 6°, exclusief is toegekend aan de energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling uit de principeaanvraag."; 2° aan het zevende lid wordt de volgende zin toegevoegd: "De minister kan op voorstel van het Vlaams Energieagentschap vastleggen in welke vorm de aanvrager het bewijs,
het derde lid, 10°, en de garantie,
het derde lid, 11° en 12°, moet indienen in de principeaanvraag.". Art. 7.In artikel 7.5.4, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036069 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor nuttige groene warmte type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036070 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor de injectie van biomethaan type besluit van de vlaamse regering prom. 13/09/2013 pub. 20/11/2013 numac 2013036071 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, wat betreft de invoering van een steunregeling voor restwarmte sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt punt
het eerste lid, wordt er een onderscheid gemaakt tussen de volgende installaties: 1° installaties op marginale gronden;2° drijvende installaties;3° overige installaties. Installaties op basis van zonne-energie die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt, komen ook in aanmerking voor de steun als die installaties voldoen aan de voorwaarden,
het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt, als de installatie op basis van zonne-energie in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichting,
artikel 11.1.3 van het Energie decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet type decreet prom. 08/05/2009 pub. 26/06/2009 numac 2009202684 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten, geen steun toegekend voor de opwekking van de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan die voorwaarde te voldoen. Het deel van de installatie dat in aanmerking komt om te voldoen aan de voormelde verplichting, wordt bepaald als de noodzakelijke productie uit hernieuwbare energiebronnen, zoals voor EPW-eenheden bepaald is in artikel 9.1.12/2, vierde en vijfde lid,, en zoals voor EPN-eenheden bepaald is in artikel 9.1.12/3, § 1, vierde en vijfde lid, uitgedrukt in kilowattuur, en vermenigvuldigd met de bruikbare vloeroppervlakte van de EPW- of EPN-eenheid in m2, gedeeld door 900 uur. Voor de overige kilowatt aan omvormervermogen kan steun worden toegekend. Een installatie op basis van zonne-energie omvat minstens: 1° een set zonnepanelen die bij de installatie hoort;2° een omvormer die bij de installatie hoort;3° een productiemeter die bij de installatie hoort;4° een keuringsattest dat bij de installatie hoort. Een installatie op basis van windenergie omvat minstens: 1° een windturbine met de noodzakelijk fysieke onderdelen, namelijk: a) een rotor;b) een gondel met de noodzakelijke onderdelen;c) een mast;d) fundering of verankering;2° een omvormer die bij de installatie hoort;3° een productiemeter die bij de installatie hoort;4° een keuringsattest dat bij de installatie hoort. De minister kan nadere regels bepalen over de locatie van installaties die in aanmerking komen voor steun. De minister bepaalt jaarlijks het maximale bedrag van de totale steun op basis van de middelen die daarvoor op de algemene uitgavenbegroting voor dat jaar zijn ingeschreven en op basis van de middelen van het Energiefonds. § 2. De steun wordt toegekend in de vorm van een investeringssubsidie en wordt toegewezen via een call. De minister lanceert minstens om de zes maanden een call. De calls bevatten altijd minstens een oproep voor de installaties,
paragraaf 1, derde lid, 3°. De minister bepaalt op voorstel van het Vlaams Energieagentschap per call welke andere types installaties als
paragraaf 1, derde lid, en installaties op basis van windenergie in aanmerking komen voor steun. Voor de andere types installaties,
paragraaf 1, derde lid, en installaties op basis van windenergie lanceert de minister minstens om de twaalf maanden een call. De minister bepaalt per call de maximale steunbedragen waarvoor projecten geselecteerd kunnen worden. Eén maximaal steunbedrag is voorbehouden voor de call voor steunaanvragen voor de plaatsing van installaties op basis van zonne-energie als
paragraaf 1, derde lid, 3°. Eén maximaal steunbedrag is voorbehouden voor de call voor de plaatsing van installaties op basis van zonne-energie als
paragraaf 1, derde lid, 1° en 2° en de plaatsing van windturbines op land. §
artikel 7.11.3, indienen.". Art. 11.Artikel 7.11.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 18/09/2018 numac 2018013749 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de invoering van een steunregeling voor kleine en middelgrote windturbines type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 11/10/2018 numac 2018014129 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 2, 4, 6 tot en met 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2012 betreffende de gegevensverstrekking door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 7.11.2. § 1. De steun,
artikel 7.11.1, wordt alleen toegekend aan installaties waarbij de uitgaven die gerelateerd zijn aan de bouw van de installatie, dateren van na de beslissing van het Vlaams Energieagentschap over de toekenning van steun aan de installatie in kwestie,
artikel 7.11.3, § 3, of aan installaties waarvoor een nieuwe steunaanvraag wordt ingediend als
artikel 7.11.3, § 5, tweede lid. Alleen werkzaamheden voor de investering die niet zijn gestart voor of tijdens de selectieprocedure van de call in kwestie, komen in aanmerking voor een subsidie. Pas nadat de positieve beslissing aan de aanvrager betekend is, mag de aanvrager onomkeerbare contractuele verbintenissen aangaan om de werkzaamheden voor de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende definitieve overeenkomst, een ondertekende offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten die de investering onomkeerbaar maken. Voorbereidende handelingen, zoals de aankoop van grond of een gebouw, de aanvraag van advies of een prijsofferte, worden niet beschouwd als aanvang van de werkzaamheden voor de investering. De begunstigde van de investeringssteun beschikt over een volledige en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag voor de installatie waarop de steunaanvraag betrekking heeft, als de installatie vergunningsplichtig is, op het moment dat hij de steunaanvraag indient. Een kopie van de volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag wordt in dat geval bij de steunaanvraag gevoegd. § 2. De steun,
artikel 7.11.1, kan niet worden gecumuleerd met andere investeringssteun. § 3. De aanvrager voldoet op de indieningsdatum van de steunaanvraag aan al de volgende voorwaarden: 1° de aanvrager mag geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid hebben;2° de aanvrager mag geen onderneming in moeilijkheden zijn als
artikel 2, 18, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;3° de aanvrager mag niet het voorwerp uitmaken van een beslissing tot terugvordering van toegekende steun als
artikel 1, lid 4, a), van de voormelde verordening, die niet is betwist of die heeft geleid tot een rechterlijke veroordeling tot terugbetaling. § 4. De aanvrager leeft de voorwaarden,
de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, na.". Art. 12.Artikel 7.11.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 18/09/2018 numac 2018013749 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de invoering van een steunregeling voor kleine en middelgrote windturbines type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 11/10/2018 numac 2018014129 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 2, 4, 6 tot en met 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2012 betreffende de gegevensverstrekking door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 7.11.3. § 1. De aanvrager dient een steunaanvraag in binnen de opengestelde termijn van de call,
artikel 7.11.1, via een elektronisch formulier op de website van het Vlaams Energieagentschap. De steunaanvraag bevat minstens al de volgende gegevens: 1° het DC-piekvermogen van de installatie op basis van zonne-energie en het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) als het een installatie op basis van zonne-energie betreft;2° het bruto nominaal vermogen en het type windturbine binnen het project als het een installatie op basis van windenergie betreft;3° het adres en het kadastrale perceel van de installatie;4° de lijst van de verwachte projectkosten die in aanmerking komen;5° de verwachte jaarlijkse energieopbrengst van de installatie, berekend volgens een methode die de minister bepaalt;6° de financiële steun waarop een beroep kan worden gedaan in het kader van andere ondersteuningsmaatregelen;7° de aangevraagde steun, uitgedrukt in euro en als percentage van de kosten die in aanmerking komen;8° de gegevens van de aanvrager en, als de aanvrager een onderneming is, de naam en het KBO-nummer van de onderneming;9° een inschatting van de begin- en einddatum van het project;10° een kopie van de volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag, als een omgevingsvergunning vereist is voor de installatie. De bedragen
het tweede lid, 4° en 7°, zijn de bedragen vóór de aftrek van belastingen of andere heffingen. De minister kan nadere regels vastleggen over de voorwaarden en de modaliteiten voor de aanvraagprocedure. Het Vlaams Energieagentschap beslist over de ontvankelijkheid van de steunaanvragen aan de hand van al de volgende criteria: 1° de steunaanvraag is ingediend met de formulieren die daarvoor bestemd zijn;2° de steunaanvraag is volledig en correct ingevuld;3° de steunaanvraag is tijdig ingediend; 4° de steunaanvraag voldoet aan de bepalingen van artikel 7.11.1, § 1 en § 3 en van artikel 7.11.3, § 3, vierde lid en zevende lid.,. De aanvrager wordt binnen twee maanden na de dag waarop het Vlaams Energieagentschap de steunaanvraag heeft ontvangen, schriftelijk of elektronisch met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing dat de steunaanvraag niet ontvankelijk is. Die kennisgeving vermeldt: 1° de motivering;2° de mogelijkheid om een nieuwe steunaanvraag in te dienen bij een volgende call. De aanvrager kan de steunaanvraag alleen rechtsgeldig intrekken binnen de opengestelde termijn van de call. Als de steunaanvraag wordt ingetrokken nadat de opengestelde termijn van de call verstreken is, is artikel 7.11.4, § 5, tweede lid, 3°, van toepassing. § 2. Het Vlaams Energieagentschap onderzoekt of de projecten waarop de ontvankelijke steunaanvragen betrekking hebben, voldoen aan de voorwaarden,
artikel 7.11.
paragraaf 1, tweede lid, 7°, ten opzichte van de verwachte energieopbrengst. De verwachte energieopbrengst wordt bepaald op basis van de berekende jaarlijkse energieopbrengst,
paragraaf 1, tweede lid, 5°, en de levensduur van de installatie. In het kader van de steunregeling wordt de levensduur vastgelegd op twintig jaar voor installaties op basis van zonne-energie en op tien jaar voor windturbines. Projecten met een lagere verhouding van de aangevraagde steun ten opzichte van de verwachte energieopbrengst worden beter gerangschikt. Projecten met dezelfde verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte energieopbrengst worden gerangschikt op basis van het tijdstip waarop de aanvraag ingediend is, waarbij een vroeger tijdstip beter gerangschikt wordt. Er worden twee aparte lijsten met gerangschikte projecten opgesteld, namelijk: 1° een lijst met gerangschikte projecten voor installaties op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 3° ; 2° een lijst waarin gerangschikte projecten voor installaties op basis van zonne-energie, als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 1° en 2°, en projecten op basis van windenergie samen worden opgenomen. De minister legt per call en per type installatie een steunplafond vast, dat de maximale verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte energieopbrengst weergeeft waarvoor projecten kunnen worden geselecteerd. Dat steunplafond bedraagt: 1° maximaal 22 euro per MWh voor projecten voor installaties op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 1° en 3° ; 2° maximaal 33 euro per MWh voor projecten voor installaties op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 2° ; 3° maximaal 74 euro per MWh voor projecten op basis van windenergie. Projecten die een hogere steun aanvragen dan het steunplafond,
het vierde lid, zijn niet ontvankelijk conform paragraaf 1, vijfde lid, 4°. Per rangschikking als
het derde lid, wordt het project met de hoogste verhouding van de aangevraagde steun ten opzichte van de energieopbrengst in elk geval niet geselecteerd. Alleen de best gerangschikte projecten die voldoen aan beide voorwaarden,
dit lid, krijgen steun tot het budget,
artikel 7.11.1, § 2, derde lid, per rangschikkingslijst als
het derde lid, opgebruikt is. In paragraaf 1, tweede lid, 4°, wordt onder projectkosten die in aanmerking komen verstaan: de investeringskosten en de aansluitingskosten van de installatie zonder de exploitatiekosten en -baten in rekening te nemen. Uitgaven voor het ontwerp en de engineering of voor de vergunningsaanvragen van de installatie worden niet beschouwd als kosten die in aanmerking komen. De minister kan na advies van het Vlaams Energieagentschap nadere regels vastleggen om deze investeringskosten te bepalen. De minister legt per call maximale waarden vast voor de kosten die in aanmerking kunnen komen. Die kosten bedragen: 1° maximaal 1030 euro per kWp voor een installatie op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 1° en 3°, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 40 kW tot en met 250 kW; 2° maximaal 858 euro per kWp voor een installatie op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 1° en 3°, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW; 3° maximaal 696 euro per kWp voor een installatie op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 1° en 3°, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 750 kW tot en met 2 MW; 4° maximaal 1150 euro per kWp voor een installatie op basis van zonne-energie als
artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 2° ; 5° maximaal 3300 euro per kW voor een windturbine op land met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 10 kWe tot en met 300 kWe. Steunaanvragen voor projecten met hogere investeringskosten dan de maximale investeringskosten,
het zevende lid, zijn niet ontvankelijk conform paragraaf 1, vijfde lid, 4°. . Het Vlaams Energieagentschap kan controleren of de kosten die in aanmerking komen,
het zesde lid, waarheidsgetrouw zijn, onder andere op basis van actuele gegevens uit onafhankelijke studies. Het Vlaams Energieagentschap betekent binnen twee maanden na het sluiten van de call aan de aanvrager zijn beslissing over het al dan niet toekennen van de steun. Pas na de betekening van de beslissing mag de aanvrager met de investering starten. Het steunbedrag dat wordt uitbetaald, is gelijk aan de aangevraagde steun,
paragraaf 1, tweede lid, 7°. Dat steunbedrag wordt gestaafd met facturen. Het steunbedrag dat wordt uitbetaald, ligt in geen geval hoger dan het maximaal toegekende steunbedrag uit de beslissing,
het tiende lid, en ligt in geen geval hoger dan toegelaten overeenkomstig artikel 7.1.1. Het steunbedrag kan nooit meer bedragen dan 100% van de kosten, die in aanmerking komen
het zesde lid. Projecten met een steunbedrag dat meer bedraagt dan 100% van de kosten die in aanmerking komen,
het zesde lid, komen niet in aanmerking voor steun. § 4. Voor alle geselecteerde projecten wordt een bankwaarborg gesteld ten gunste van het Vlaamse Gewest. De bankwaarborg bedraagt 7,5% van het steunbedrag dat is opgenomen in de beslissing,
Uiterlijk dertig dagen na de betekening van de beslissing,
, tiende lid, bezorgt de begunstigde de bankwaarborg aan het Vlaams Energieagentschap. Als de aanvrager het gevraagde bewijs niet bezorgt binnen de vooropgestelde termijn, wordt hij voor drie jaar vanaf de datum van de betekening van de beslissing uitgesloten van deelname aan de call voor de ondersteuning van middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines. § 5. Projecten op basis van zonne-energie en projecten op basis van windenergie kunnen alleen aanspraak maken op het volledige aangevraagde steunbedrag,
paragraaf 3, als ze uiterlijk respectievelijk achttien maanden en vierentwintig maanden na de datum van de beslissing,
paragraaf 3, tiende lid, in dienst genomen zijn. Het steunbedrag wordt met 20% verminderd voor projecten die in het daaropvolgende jaar in dienst genomen zijn. Dat is voor projecten op basis van zonne-energie achttien tot dertig maanden na de datum van de beslissing,
, tiende lid, en voor projecten op basis van windenergie in het derde jaar na de datum van de beslissing,
Projecten op basis van zonne-energie en projecten op basis van windenergie die langer dan respectievelijk dertig maanden en drie jaar na de datum van de beslissing,
Art. 13.Artikel 7.11.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 18/09/2018 numac 2018013749 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de invoering van een steunregeling voor kleine en middelgrote windturbines type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2018 pub. 11/10/2018 numac 2018014129 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 2, 4, 6 tot en met 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2012 betreffende de gegevensverstrekking door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 7.11.
paragraaf 1, is ingediend, dient de aanvrager een volledige aanvraag tot uitbetaling in, via een elektronisch formulier op de website van het Vlaams Energieagentschap. Die volledige aanvraag wordt ingediend uiterlijk zes maanden na de datum van indienstname. De steun wordt niet uitbetaald als een volledige aanvraag wordt ingediend later dan zes maanden na de datum van indienstname
paragraaf 1. Een volledige aanvraag bevat minstens al de volgende informatie: 1° een technische beschrijving van de installatie as built, met de aanduiding van alle meetinstrumenten;2° de werkelijke kosten die in aanmerking komen, gestaafd met facturen, die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn;3° een gedateerde en ondertekende verklaring op erewoord dat aan de voorwaarden,
paragraaf 3, 2°, 3°, 4° en 5°, is voldaan. De steun wordt in elk geval niet uitbetaald later dan 36 maanden na de betekening van de beslissing zoals omschreven in artikel 7.11.3, § 3, tiende lid, in het geval van installaties op basis van zonne-energie en later dan 42 maanden na de betekening van de beslissing in het geval van installaties op basis van windenergie. § 3. De steun wordt in zijn geheel uitbetaald nadat de volledige aanvraag tot uitbetaling bij het Vlaams Energieagentschap is ingediend en op voorwaarde dat aan al de volgende voorwaarden voldaan is: 1° de aanvrager vraagt de uitbetaling van de steun aan; 2° het steunbedrag bedraagt niet meer dan 100% van de werkelijke kosten die in aanmerking komen,
artikel 7.11.4, § 2, 2°. Indien het steunbedrag meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten die in aanmerking komen, dan wordt de uit te betalen investeringssteun geplafonneerd op 100% van die werkelijke kosten; 3° de aanvrager heeft geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;4° de aanvrager mag geen onderneming in moeilijkheden zijn als
artikel 2, 18, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;5° de aanvrager maakt geen voorwerp uit van een beslissing tot terugvordering van toegekende steun als
artikel 1, lid 4, a), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, die niet is betwist of die heeft geleid tot een rechterlijke veroordeling tot terugbetaling;6° de installatie voldoet aan alle voorwaarden die erop van toepassing zijn door of krachtens dit besluit;7° de aanvrager heeft de investering volledig uitgevoerd; 8° het in dienst genomen piekvermogen of het bruto nominaal vermogen van de installatie is minstens gelijk aan de door de aanvrager bij de steunaanvraag opgegeven piekvermogen of bruto nominaal vermogen zoals bepaald in artikel 7.11.
artikel 7.11.3, § 4, wordt in zijn geheel vrijgegeven na de aanvraag tot uitbetaling bij het Vlaams Energieagentschap en nadat de steun uitbetaald is conform paragraaf 3 of nadat de uitbetaling van de steun is geweigerd op grond van paragraaf 3, 3° of 4°. De bankwaarborg wordt uitgewonnen als: 1° het project niet voldoet aan de voorwaarden,
artikel 7.11.3, § 5, eerste lid; 2° het geïnstalleerde vermogen van de installatie kleiner is dan het vermogen dat vermeld is in de steunaanvraag; 3° de aanvrager zijn steunaanvraag intrekt nadat de opengestelde termijn van de call,
artikel 7.11.3, § 1, verstreken is; 4° de aanvrager niet beschikt over de vereiste omgevingsvergunning voor de installatie;5° de aanvrager voorwerp uitmaakt van een beslissing tot terugvorderen van toegekende steun als
artikel 1, lid 4, a), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, die niet is betwist of die heeft geleid tot een rechterlijke veroordeling tot terugbetaling;6° niet voldaan is aan de bepaling in paragraaf 3, 7° ; 7° niet voldaan is aan de bepalingen in artikel 7.11.2, § 1, eerste en tweede lid; 8° niet voldaan is aan de bepaling in paragraaf 3, 6°, behoudends wanneer de uitbetaling van de steun is geweigerd op grond van paragraaf 3, 3° of 4° ;9° niet voldaan is aan de bepaling in paragraaf 3, 10°. De inkomsten uit de uitwinning van de bankwaarborg, als
het tweede lid, worden toegewezen aan het Energiefonds. § 6. Het Vlaams Energieagentschap kan tijdens een controle ter plaatse van de installatie en de meterstanden nagaan en controleren of voldaan is aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun,
deze afdeling. In al de volgende gevallen kan het Vlaams Energieagentschap beslissen om de steun niet toe te kennen of beslissen om de steun terug te vorderen binnen tien jaar na de datum van indienstname van de installatie: 1° aan het Vlaams Energieagentschap wordt de toegang tot de installatie geweigerd;2° het Vlaams Energieagentschap stelt vast dat niet aan de voorwaarden,
dit hoofdstuk, is voldaan;3° bij de opneming van de meetgegevens wordt fraude vastgesteld. De aanvrager of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de installatie bezit meldt onmiddellijk al de volgende wijzigingen aan het Vlaams Energieagentschap: 1° alle wijzigingen die ervoor kunnen zorgen dat niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun;2° alle wijzigingen die een invloed kunnen hebben op het bedrag van de toe te kennen steun;3° iedere wijziging van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de installatie bezit nadat de steun is uitbetaald conform paragraaf 3. Alle bepalingen onder paragraaf 4, 1°, 2°, 3° en 5°, zijn van toepassing op de nieuwe rechtspersoon of natuurlijke persoon die de installatie bezit. Bij elke melding van een wijziging als
het derde lid, 2°, legt de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de installatie bezit een nieuw keuringsverslag voor als
paragraaf 1, tweede lid. Bij dergelijke wijzigingen kan het Vlaams Energieagentschap zijn beslissing tot toekenning van steun wijzigen. Een installatie mag voorafgaand aan de uitbetaling van de steun niet worden vervreemd of ten bezwarende titel worden belast. §
M 3.9, vermenigvuldigd met een factor 1,15.". Art. 16.Artikel 7.11.1 tot en met 7.11.4 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing op projecten waarvoor de steunaanvragen voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend. Art. 17.§ 1. Artikel 6.2/1.7, § 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, en bijlage III/3 bij het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, zijn voor het eerst van toepassing op projecten waarvoor voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen principeaanvraag of definitieve aanvraag is ingediend bij het Vlaams Energieagentschap als
artikel 6.2/1.7, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. §
artikel 6.2/1.7, § 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, werd verkregen; 2° al een voorlopige bandingfactor werd verkregen conform de procedure, vermeld artikel 6.2/1.7, § 1, van het voormelde besluit, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit; 3° al een principeaanvraag of definitieve aanvraag is ingediend bij het Vlaams Energieagentschap als
artikel 6.2/1.7, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. De projecten,
het eerste lid, aangaande installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(
artikel 7.11.1 tot en met 7.11.4 van het Energiebesluit van 19 november 2010, tenzij eerst uitdrukkelijk afstand wordt gedaan van hun recht op de toekenning van groenestroomcertificaten op grond van een bandingfactor als
het eerste lid, 1° of 2°, of tenzij de aanvraag,
het eerste lid, 3°, wordt ingetrokken. Art. 18.Dit besluit treedt in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum. Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor energie, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 10 juli 2020. De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.