← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2019, gesloten in het Aanvullend Paritair

9 APRIL 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2019, gesloten in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, betreff

§ 6zijn eveneens van toepassing op de tijdelijke jaarpremie en de éénmalige premie.

In geval de werkgever, bedoeld in artikel 4, bij prioriteit het bestaande verschil in aanvullende pensioenen tussen zijn arbeiders en bedienden op ondernemingsvlak wenst weg te werken in de zin van artikel 14 van de WAP, is de datum conform artikel 3, § 6 niet van toepassing. De datum van artikel 3, § 6 wordt in onderhavig geval december van elk refertejaar. Bovendien doen de bepalingen van artikel 3 geen afbreuk aan de verplichting van de WAP om tegen uiterlijk 1 januari 2025 verschillen tussen arbeiders en bedienden in het kader van het aanvullend pensioen weg te werken overeenkomstig de bepalingen van de WAP. §

  1. De tijdelijke jaarpremie en de éénmalige premie zijn niet van toepassing voor de bedienden die op 31 augustus 2019 worden betaald aan het minimumbarema. Voor bedienden die op 31 augustus 2019 minder dan 1,1 pct. boven het minimumbarema worden betaald, wordt op 1 september 2019 het brutoloon verhoogd tot het minimumbarema van toepassing na de verhoging voorzien in artikel 3, §
  2. Deze bedienden ontvangen tevens de tijdelijke jaarpremie en de éénmalige premie bedoeld in de § 1 en § 2, met dien verstande dat voor hen deze premies gelijk zijn aan respectievelijk : - 13,92 x het percentage betaald boven het minimumbarema op 31 augustus 2019 x het bruto maandloon van november van het refertejaar, wat betreft de tijdelijke jaarpremie; - 5 x het percentage betaald boven het minimumbarema op 31 augustus 2019 x het bruto maandloon van november 2019, wat betreft de éénmalige premie. §
  3. In de ondernemingen met een syndicale afvaardiging zal de werkgever de syndicale delegatie tegen uiterlijk de loonbetaling van september 2019 de nodige toelichting verschaffen in geval hoofdstuk III op de onderneming van toepassing is. In de ondernemingen zonder syndicale afvaardiging informeert de werkgever de bedienden schriftelijk en individueel in geval hoofdstuk III op de onderneming van toepassing is, op het ogenblik van de betaling van het loon van september
  4. Afdeling III. - Aanvullend pensioen bedienden voor de ondernemingsactiviteit (OA) Art. 6.§
  5. Aan de sociale partners van de ondernemingsactiviteiten (OA) bedoeld in artikel 4, wordt aanbevolen om zo snel mogelijk een aanvullende pensioenregeling uit te werken in het kader van artikel 14 en volgende van de WAP. Dit gebeurt door middel van het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden die van toepassing zal zijn op de werkgevers voorzien in artikel 4 en hun bedienden die behoren tot de betrokken OA. Het is de bedoeling om daartoe vanaf 1 januari 2021 het budget, bepaald conform artikel 3, § 4, van de tijdelijke jaarpremie aan te wenden voor een aanvullend pensioenstelsel dat van toepassing zal zijn op de bedienden van de betrokken OA en dat beoogt het verschil weg te werken met de aanvullende pensioenregeling van de arbeiders van de betrokken OA (ingericht op sectoraal niveau in het spiegel (sub)comité of op ondernemingsvlak op basis van een opting-out of een buiten toepassing). §
  6. Eind 2020 zullen de sociale partners van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden nagaan voor welke OA in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden maatregelen genomen werden om uitvoering te geven aan artikel 14/4 van de WAP en de situatie evalueren. §
  7. Vanaf de datum van de inwerkingtreding van een aanvullende pensioenregeling op de bedienden van de betrokken OA, stopt de betaling van de tijdelijke jaarpremie bepaald in artikel 5 indien het volledige budget van de tijdelijke jaarpremie daarvoor wordt aangewend. Indien slechts een deel van het budget van de tijdelijke jaarpremie moet worden aangewend om het volledige verschil met het sectoraal aanvullend pensioen van de arbeiders in het kader van artikel 14 van de WAP weg te werken, waarbij dit deel éénduidig bepaald wordt in de tekst van het pensioenreglement, blijft het resterende saldo verder bestaan als tijdelijke jaarpremie of kan het desgevallend een gelijkwaardig voordeel worden in de zin van artikel 3, §

§ 6

. Zulk eventueel saldo wordt bepaald (

  1. i)op het ogenblik van de inrichting van het aanvullend pensioen (
  2. ii)door de sociale partners van de betrokken OA, of in het kader van ondernemingspensioenstelsels volgens de procedure bedoeld in artikel 3, § 6. § 4. Indien op 31 december 2022 wordt vastgesteld dat voor de betrokken OA geen collectieve arbeidsovereenkomst gesloten werd in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, met uiterlijk uitwerking op 1 januari 2025, om een aanvullende pensioenregeling toe te passen op de bedienden bedoeld in artikel 4 : (
  3. i)vervalt voor de werkgever bedoeld in artikel 4 de verplichting om de tijdelijke jaarpremie te betalen vanaf 1 januari 2025; (
  4. ii)en wendt de werkgever het budget, conform artikel 3, § 4, van de tijdelijke jaarpremie aan in het kader van een aanvullende pensioenregeling om het alsdan nog bestaande verschil tussen zijn arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen weg te werken op een wijze die conform is met de WAP, indien het volledige budget van de tijdelijke jaarpremie daarvoor wordt aangewend. Indien slechts een deel van het budget van de tijdelijke jaarpremie moet worden aangewend om het volledige verschil met het sectoraal aanvullend pensioen van de arbeiders in het kader van artikel 14 van de WAP weg te werken, blijft het resterende saldo verder bestaan als tijdelijke jaarpremie of desgevallend een gelijkwaardig voordeel worden in de zin van artikel 3, §

§ 6. Art.

7.De volgende kaderrichtlijnen zijn van toepassing op de collectieve arbeidsovereenkomsten die in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden gesloten worden in uitvoering van dit hoofdstuk : 1° De sociale partners van de betrokken OA kunnen opteren voor : (

  1. i)de inrichting van een sectoraal pensioenstelsel op het niveau van hun OA binnen het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, hierna een "SAP OA" genoemd;of (
  2. ii)voor de naleving van artikel 14 van de WAP op ondernemingsvlak; 2° De sociale partners van de betrokken OA bepalen in nauw overleg met het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden het toepassingsgebied van de te sluiten collectieve arbeidsovereenkomst voor de betrokken OA. Hierbij wordt vooropgesteld om uit te gaan van de RSZ-identificatiegegevens van de werkgevers, bedienden en arbeiders van de betrokken OA. Bovendien moet in dit verband op afdoende wijze aandacht besteed worden aan de problematiek van werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van meerdere paritaire (sub)comités; 3° Wanneer de sociale partners van de betrokken OA opteren voor de inrichting van een SAP OA voor de bedienden van de betrokken OA, moet de collectieve arbeidsovereenkomst onder meer het volgende bepalen : (
  3. i)de inrichter : De inrichter wordt aangeduid door de sociale partners van de betrokken OA en bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst, met dien verstande dat een instelling of orgaan van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden niet zal optreden als inrichter. De inrichter van het SAP OA voor de bedienden is in principe dezelfde als de inrichter van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel van de arbeiders; (
  4. ii)de pensioeninstelling : De pensioeninstelling wordt aangeduid door de sociale partners van de betrokken OA en bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst, met dien verstande dat een instelling of orgaan van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden niet zal optreden als pensioeninstelling; (iii) de mogelijkheid voor werkgevers van de OA om buiten de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst te vallen of om gebruik te maken van de opting-out en het SAP OA op ondernemingsniveau uit te voeren. De collectieve arbeidsovereenkomst die voor de betrokken OA een SAP OA inricht, moet de werkgevers van de betrokken OA toelaten om hetzij buiten de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst te vallen, hetzij via de opting-out het SAP OA uit te voeren op ondernemingsniveau; (
  5. iv)de inhoud van de pensioentoezegging : De sociale partners zien er op toe dat het SAP OA de bestaande verschillen, bedoeld in artikel 4, beogen weg te werken conform de WAP. HOOFDSTUK IV. - Sociale vrede Art. 8.De in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden vertegenwoordigde vakorganisaties verbinden zich ertoe om tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst geen bijkomende eisen te stellen op het niveau van het paritair comité en van de ondernemingen in verband met de materies die in deze overeenkomst zijn vervat. HOOFDSTUK V. - Duur Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor onbepaalde duur met ingang van 1 januari 2019. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door één van de partijen opgezegd worden mits een opzegging van 3 maanden gericht bij aangetekende brief aan de voorzitter van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden en aan de ondertekenden organisaties. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 april 2020. De Minister van Werk, N. MUYLLE Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2019, gesloten in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, betreffende de koopkracht in het kader van het koninklijk besluit van 19 april 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2019 pub. 24/04/2019 numac 2019011989 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen Bijlage bij artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst : De lijst van de spiegel paritaire (sub)comités met een sectoraal pensioenstelsel voor arbeiders : 102.01, 102.03, 102.06, 102.07, 102.09, 106.02, 112, 113, 113.04, 114, 116 (betreffende groothandel in geneesmiddelen), 121, 124, 126, 127, 130, 132, 139, 140.01, 140.05, 142.01, 143, 144, 145, 149.01, 149.02, 149.03, 149.04. (Bron : Nationale Arbeidsraad - Rapport nr. 110 van 26 juni 2018 - Harmonisering statuut arbeider/bedienden - Aanvullende pensioenen - Artikel 14/4, § 2 van de WAP - Evaluatie : Bijlage I "Aanvullende pensioenen - overzicht overlappende paritaire comités"). Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 april 2020. De Minister van Werk, N. MUYLLE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.