ondernemingen De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op het decreet van 17 januari 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/01/2000 pub. 24/03/2000 numac 2000033021 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling
de Duitstalige Gemeenschap sluiten tot oprichting van een Dienst voor arbeidsbemiddeling
de Duitstalige Gemeenschap, artikel 2, § 1, 2°, vervangen bij het decreet van 25 april 2016, artikel 2, § 1, 3°, artikel 2, § 2, en artikel 2, § 5,
gevoegd bij het decreet van 25 juni 2007; Gelet op het besluit van de Regering van 13 februari 2008 betreffende de opleidingssteun voor werknemers tewerkgesteld
ondernemingen; Gelet op het advies van de
specteur van Financiën, gegeven op 2 juli 2020; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 3 juli 2020; Gelet op advies 67.868/2/V van de Raad van State, gegeven op 2 september 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende het advies van de Sociaal-Economische Raad, gegeven op 26 augustus 2020; Overwegende de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de
terne markt verenigbaar worden verklaard; Op de voordracht van de Minister van Werkgelegenheid; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.
artikel 1 van het besluit van de Regering van 13 februari 2008 betreffende de opleidingssteun voor werknemers tewerkgesteld
ondernemingen, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 26 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt: "8° kleine en middelgrote ondernemingen (KMO): de micro-ondernemingen, alsook de kleine en middelgrote ondernemingen gedefinieerd
bijlage I van de verordening;" 2° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt: "9° grote ondernemingen: ondernemingen die niet onder de definitie vermeld
bijlage I van de verordening vallen;" 3° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt: "10° werknemers: personeel dat tewerkgesteld wordt
het kader van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten;" 4° er wordt een bepaling onder 12°
gevoegd, luidende: "12° verordening: de verordening (EU) nr.651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de
terne markt verenigbaar worden verklaard." Art. 2.
artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden
de
leidende zin de woorden "artikel 2, d) en e), van de verordening (EG) Nr. 68/2001 van de commissie van 12 januari 2001" vervangen door de woorden "hoofdstuk I en artikel 31 van de verordening". Art. 3.
artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Verordening (EG) Nr. 68/2001 van de commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun," vervangen door het woord "verordening". Art. 4.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een § 3, luidende: " § 3 - Er wordt alleen opleidingssteun toegekend aan ondernemingen die, op het ogenblik van
diening van de aanvraag vermeld
artikel 14, hun verplichtingen ten aanzien van de Federale Overheidsdienst Financiën en ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid nakomen overeenkomstig artikel 14, § 2, 2°." Art. 5.
artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 26 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
, 1°, wordt het bedrag "negen euro" vervangen door het bedrag "10,70 euro";2°
, 2°, wordt het bedrag "zes euro" vervangen door het bedrag "7,10 euro";3° § 2 wordt opgeheven; 4° § 3 wordt vervangen als volgt: " § 3 - Vanaf de begindatum van de opleidingen is de opleidingssteun beperkt tot: 1° 17.900 euro per kleine en middelgrote onderneming (KMO) per jaar; 2° 23.800 euro per grote onderneming per jaar." 5°
worden de woorden "conventie afgesloten overeenkomstig artikel 10" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 14
gediende aanvraag";6° het artikel wordt aangevuld met een § 5, luidende: " § 5 - De Minister kan de bedragen vermeld
de § § 1 en 3, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, per 1 januari van elk jaar aanpassen door het
dexcijfer van de maand maart van het vorige kalenderjaar te delen door het
dexcijfer van de maand maart van het voorlaatste kalenderjaar en te vermenigvuldigen met de op het tijdstip van de
dexering geldende bedragen. De
vermelde en overeenkomstig het eerste lid geïndexeerde bedragen worden tot een veelvoud van 0,10 euro afgerond en dit naar boven of naar beneden, naargelang de tweede decimaal al dan niet 0,05 bereikt. De
vermelde en overeenkomstig het eerste lid geïndexeerde bedragen worden afgerond tot een veelvoud van 100 euro en dit naar boven of naar beneden, naargelang de twee laatste cijfers al dan niet 50 bereiken. Als basis voor de vergelijking van de
dexcijfers dient de gezondheidsindex
gevoerd bij het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen." Art. 6.Artikel 7, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Als
aanmerking komende kosten die gedekt kunnen worden door de opleidingssteun voor opleidingsmaatregelen gelden alleen de kosten bepaald
artikel 31, lid 3 en lid 4, van de verordening." Art. 7.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Art. 10 - De opleiding loopt over een periode van hoogstens 18 maanden. Die periode begint ten vroegste de dag waarop de Dienst voor arbeidsbemiddeling zijn ontvangstbewijs heeft verzonden overeenkomstig artikel 14, § 1, derde lid, of overeenkomstig artikel 14, § 1, vierde lid." Art. 8.
artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
artikel 11 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° een opleidingsregister te houden met de aanwezigheden van de op te leiden werknemers en de duur van hun respectieve opleidingen.De aanwezigheden worden ondertekend door de op te leiden werknemers. Elektronische systemen om de opleidingstijden van iedereen afzonderlijk te berekenen worden gelijkgesteld met het opleidingsregister. Op het einde van de opleiding kan de Dienst voor arbeidsbemiddeling de deelnemers vragen stellen over het verloop van de opleiding. Aan de hand van een door de Dienst voor arbeidsbemiddeling opgesteld model bevestigt de onderneming hem de deelneming aan de voortgezette opleiding volgens de modules vastgelegd
de toekenning;" 2°
de bepaling onder 2° worden de woorden "de tussen de Dienst voor arbeidsbemiddeling en de onderneming gesloten conventie" vervangen door het woord "toekenning". Art. 9.
artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de § § 1 tot 3 worden opgeheven; 2° § 4 wordt vervangen als volgt: " § 4 - Als de bedrijfszetel
de loop van de
artikel 10 bepaalde opleidingsperiode buiten het Duitse taalgebied wordt verplaatst, worden de gesubsidieerde opleidingsuren berekend
verhouding tot de duur dat ze op de betrokken vestigingsplaatsen gevestigd was." 3° § 5 wordt opgeheven. Art. 10.
artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° § 1 wordt vervangen als volgt: " § 1 - Voordat de opleidingen beginnen, dient de onderneming haar aanvraag elektronisch of
papiervorm
bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling. De Dienst voor arbeidsbemiddeling controleert of die volledig is. Als de aanvraag volledig is, deelt de Dienst voor arbeidsbemiddeling dit binnen vijf dagen na ontvangst van de aanvraag mee aan de onderneming; bij dit schrijven voegt de Dienst voor arbeidsbemiddeling zijn model voor het opleidingsregister en zijn model voor het deelnemingsattest. Als de onderneming niet alle, overeenkomstig § 2 noodzakelijke documenten
dient, deelt de Dienst voor arbeidsbemiddeling haar binnen een termijn van vijf dagen na ontvangst van de aanvraag schriftelijk mee welke documenten zij moet
dienen binnen een termijn van tien dagen na toezending van het schrijven waarbij die documenten worden aangevraagd. De Dienst voor arbeidsbemiddeling bevestigt binnen vijf dagen dat hij die later
gediende elementen heeft ontvangen. Als de aanvraag volledig is, voegt de Dienst voor arbeidsbemiddeling de documenten vermeld
het derde lid bij het schrijven. Als de aanvullende documenten of
lichtingen niet bezorgd worden binnen de termijn vermeld
het vierde lid of,
voorkomend geval, binnen de overeenkomstig het zesde lid verlengde termijn, verklaart De Dienst voor arbeidsbemiddeling de aanvraag niet-ontvankelijk.
afwijking van het derde en het vierde lid worden de daarin vermelde termijnen verdubbeld als het gaat om aanvragen die tussen 15 juni en 31 augustus bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling
gekomen zijn." 2°
worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de
leidende zin wordt vervangen als volgt: "Op voorstel van de Dienst voor arbeidsbemiddeling stelt de Minister een aanvraagformulier ter beschikking dat minstens de volgende elementen omvat: ";b)
de bepaling onder 1°, d), worden de woorden ", alsmede een schatting van het omzetcijfer voor het lopende jaar" opgeheven;
terne opleidingen:
voorkomend geval, zijn
formeel verworven competenties;" e) er wordt een bepaling onder 7°
gevoegd, luidende: "7° de opleidingsperiode bedoeld
artikel 10." 3° § 3 wordt opgeheven. Art. 11.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Art. 15 - Binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag beslist de Dienst voor arbeidsbemiddeling of hij al dan niet een opleidingssteun toekent. Als de Dienst voor arbeidsbemiddeling beslist om de opleidingssteun toe te kennen, richt hij een verzoek om goedkeuring van de toekenning van de opleidingssteun aan de Minister. Bij dat verzoek aan de Minister voegt de Dienst voor arbeidsbemiddeling de beslissing over de toekenning. Binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek om goedkeuring bezorgt de Minister zijn beslissing aan de Dienst voor arbeidsbemiddeling. De Dienst voor arbeidsbemiddeling bezorgt de beslissing na ontvangst van de goedkeuring van de Minister aan de onderneming. Als de Dienst voor arbeidsbemiddeling de toekenning weigert, bezorgt de Dienst voor arbeidsbemiddeling die beslissing aan de onderneming.
het geval vermeld
het derde lid kan de onderneming een klacht
dienen bij de Minister. De onderneming zendt de met redenen omklede klacht met alle relevante stukken aan de Minister; dit geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs binnen een maand na ontvangst van de weigering. De Minister deelt de Dienst voor arbeidsbemiddeling mee dat klacht werd
gediend. Binnen een maand na ontvangst van de klacht zendt de Dienst voor arbeidsbemiddeling een schriftelijke stellingname toe aan de Minister. Binnen een maand na ontvangst van de schriftelijke stellingname van de Dienst voor arbeidsbemiddeling beslist de Minister over de toekenning." Art. 12.
artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
de bepaling onder 1° worden de woorden "na ondertekening van de conventie gestort" vervangen door de woorden "gestort na overzending van de positieve beslissing aan de onderneming overeenkomstig artikel 15, tweede lid, of na overzending van de positieve beslissing van de Minister overeenkomstig artikel 15, vierde lid,"; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: 2° het saldo wordt uitbetaald nadat de opleiding is beëindigd en nadat de naleving van dit besluit is gecontroleerd.Daartoe zendt de onderneming de bewijzen en schuldvorderingsverklaring binnen een maand na het einde van het opleiding toe aan de Dienst voor arbeidsbemiddeling. De eindcontrole door de Dienst voor arbeidsbemiddeling geschiedt binnen één maand na ontvangst van de schuldvorderingsverklaring." Art. 13.De artikelen 18, 20 en 21 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 14.Artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Art. 22 - De termijnen gesteld
dit besluit zijn volledige werkdagen. De termijn gaat
op de dag na de handeling. De dag waarop de termijn verstrijkt, wordt
de termijn meegerekend. Als die dag een zaterdag, zondag of feestdag is, valt hij op de eerstvolgende werkdag. Een kalenderweek telt vijf werkdagen." Art. 15.
hetzelfde besluit wordt een artikel 22.1
gevoegd, luidende: "Art. 22.1 - Aanvragen die vóór 1 oktober 2020 bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling werden
gediend, vallen voor het bedrag van de opleidingssteun onder de toepassing van artikel 6, § § 1 en 3, zoals van kracht op 30 september 2020." Art. 16.Dit besluit treedt
werking op 1 oktober 2020. Art. 17.De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Eupen, 17 september 2020 Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President, Minister van Lokale Besturen en Financiën, O. PAASCH De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media, I. WEYKMANS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.