3 DECEMBER 2020. - Besluit van de Regering betreffende de ondersteuning van gezinnen bij meerlingengeboorten De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993; Gelet op de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1983 pub. 11/12/2007 numac 2007000934 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, artikel 7; Gelet op het decreet van 31 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2014 pub. 23/07/2014 numac 2014203218 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren sluiten betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, artikel 3.2, eerste tot vijfde lid, artikelen 4.4 tot 4.6 en artikelen 4.8 tot 4.12; Gelet op het decreet van 23 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/04/2018 pub. 12/06/2018 numac 2018202523 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de gezinsbijslagen sluiten betreffende de gezinsbijslagen, artikel 62, § 2, tweede lid, artikelen 61 tot 64, artikel 66 en artikel 83; Gelet op het decreet van 13 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2018 pub. 28/05/2019 numac 2019200641 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg sluiten betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg, artikel 10, derde lid, 1°, en artikelen 76 tot 80; Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 10 juli 2020; Gelet op het advies van de Raad voor Gezinsbijslagen, gegeven op 15 juli 2020; Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de ondersteuning van ouderen, gegeven op 31 augustus 2020; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 april 2020; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 3 december 2020; Gelet op advies 68.173/1 van de Raad van State, gegeven op 16 november 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende het standpunt van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, geformuleerd op 26 november 2019; Overwegende het standpunt van de vzw Familienhilfe, geformuleerd op 21 november 2019 en het standpunt van de vzw Familien- und Seniorenhilfsdienst SAFPA, geformuleerd op 29 november 2019; Op de voordracht van de Minister bevoegd voor Gezin; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.- Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet: het decreet van 23 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/04/2018 pub. 12/06/2018 numac 2018202523 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de gezinsbijslagen sluiten betreffende de gezinsbijslagen;2° persoon belast met de opvoeding: de persoon vermeld in artikel 83 van het decreet van 23 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/04/2018 pub. 12/06/2018 numac 2018202523 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de gezinsbijslagen sluiten betreffende de gezinsbijslagen;3° dienst: de dienstverrichter die - in de zin van artikel 10 van het decreet van 13 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2018 pub. 28/05/2019 numac 2019200641 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg sluiten betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg - gezins- en ouderenhulp verricht en die - op grond van dat decreet - een vergunning daarvoor heeft gekregen;4° Minister: de minister bevoegd voor Gezin;5° administratie: het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;6° centrum: het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voor de toepassing van dit besluit wordt de persoon belast met de opvoeding vermeld in het eerste lid, 2°, gelijkgesteld met de persoon met ondersteuningsbehoefte vermeld in artikel 4, 17°, van het decreet van 13 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2018 pub. 28/05/2019 numac 2019200641 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg sluiten betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg. Art. 2.- Ondersteuningsvormen Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de persoon belast met de opvoeding, in geval van een meerlingengeboorte, een beroep doen op volgende ondersteuningsvormen : 1° de ondersteuning door een dienst overeenkomstig de nadere regels bepaald in hoofdstuk 2, binnen de perken van het beschikbare urencontingent van de erkende diensten;2° de terugbetaling van de kosten om een beroep te doen op thuishulp van huishoudelijke aard overeenkomstig de nadere regels bepaald in hoofdstuk 3. Art. 3.- Verdere begeleiding door het centrum Door een beroep te doen op een ondersteuning vermeld in artikel 2 verplicht de persoon belast met de opvoeding zich ertoe regelmatig een beroep te doen op het advies- en begeleidingsaanbod van het centrum. De begeleiding door het centrum is gebaseerd op de werkelijke behoefte van de persoon belast met de opvoeding. In het kader van de 'bepaling van de ondersteuning' vermeld in de artikelen 10 en 15 bepalen het centrum en de persoon belast met de opvoeding samen met de dienst wanneer en hoe vaak een beroep wordt gedaan op de aangeboden hulp. Art. 4.- Toekenning en duur van de ondersteuningen § 1 - De ondersteuningen vermeld in artikel 2 worden toegekend vanaf de geboortedag van het jongste kind. Ze worden niet meer toegekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het oudste kind het derde levensjaar bereikt. Voor de toepassing van artikel 83, eerste lid, 2°, van het decreet wordt het daarin vermelde leeftijdsverschil vanaf (datum) tot de dag vóór (datum) berekend. § 2 - De ondersteuningen worden niet toegekend als de persoon belast met de opvoeding ze aanvraagt voor een doodgeboren kind. § 3 - Als een kind in de loop van de toekenningsperiode vermeld in § 1, eerste lid, sterft, worden de ondersteuningen verder toegekend voor de volgende duur : 1° gedurende het verblijf in het ziekenhuis, voor zover de overlevende kinderen zich na het overlijden van hun broer of zus in het ziekenhuis bevinden;2° gedurende dertig kalenderdagen na het overlijden van een kind, voor zover de overlevende kinderen zich na het overlijden van hun broer of zus op hun woonplaats bevinden. Het centrum deelt het overlijden van een kind mee aan de administratie en - als een beroep wordt gedaan op een dienst overeenkomstig artikel 2, 1° - aan de dienst. Art. 5.- Bemiddelingsprocedure Als de persoon belast met de opvoeding, de dienst of het centrum vaststelt dat één van die partijen zich niet houdt aan de verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien of dat de samenwerking niet bevredigend verloopt, stelt de administratie hen schriftelijk daarvan in kennis. De administratie brengt die situatie onder de aandacht van de partij waarop de vaststelling betrekking heeft. Laatstgenoemde kan, binnen een termijn van vijftien dagen die ingaat vanaf de kennisneming van die vaststelling, een schriftelijk standpunt daaromtrent indienen bij de administratie. Na het verstrijken van de termijn bepaald in het tweede lid nodigt de administratie de betrokken partijen uit voor een gezamenlijk gesprek om tot een minnelijke schikking tussen de betrokken partijen te komen. Art. 6.- Verwerking van persoonsgegevens De Regering en het centrum zijn verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in de artikelen 8 en 13 in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ze gelden als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van die gegevens. De dienst geldt als verwerker in de zin van artikel 4, punt 8, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Regering zendt de in het eerste lid vermelde persoonsgegevens door aan de dienst, voor zover dit noodzakelijk is voor het vervullen van zijn opdracht. Het centrum verwerkt persoonsgegevens met het oog op het vervullen van zijn begeleidende opdracht als bepaald in het decreet van 31 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2014 pub. 23/07/2014 numac 2014203218 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren sluiten betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. De Regering verwerkt persoonsgegevens met het oog op de toekenning van een ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte als bepaald in artikel 2. De Regering, het centrum en de dienst mogen de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van hun wettelijke, decretale of de bij dit besluit vastgelegde opdrachten gebruiken. Art. 7.- Duur van de gegevensverwerking Onverminderd andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens vermeld in artikel 8 en in artikel 13 als volgt bewaard : 1° voor een persoon belast met de opvoeding die nooit werkelijk recht op ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte had: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de desbetreffende aanvraag gedaan werd;2° voor een persoon belast met de opvoeding die recht op ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte had: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de desbetreffende aanvraag gedaan werd;3° voor een persoon belast met de opvoeding die het voorwerp is van een administratieve of gerechtelijke procedure: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de procedure beëindigd werd. HOOFDSTUK 2. - Ondersteuning door de gezins- en ouderenhulp Art. 8.- Aanvraag § 1 - De persoon belast met de opvoeding die via een dienst ondersteuning voor een meerlingengeboorte wil krijgen, neemt contact op met het centrum. Het centrum plant een gemeenschappelijke afspraak in om de desbetreffende aanvraag samen met de persoon belast met de opvoeding te vervolledigen. Het centrum stelt een aanvraagformulier ter beschikking waarin de volgende elementen worden opgevraagd : 1° over de personen belast met de opvoeding :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.