(1)sluiten houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 25/08/2020 pub. 15/10/2020 numac 2020010437 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano sluiten; Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019202638 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 december 1987 betreffende de bijslagen verleend in het kader van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 type koninklijk besluit prom. 22/05/2019 pub. 07/06/2019 numac 2019202679 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van het sociaal akkoord publieke sector dat op 25 oktober 2017 door de federale regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers type koninklijk besluit prom. 22/05/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019202639 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 128 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden en tot uitvoering van artikel 24, tweede lid van de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden type koninklijk besluit prom. 22/05/2019 pub. 06/06/2019 numac 2019012875 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 6, § 3, tweede lid, van de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisering van studieperioden voor de berekening van het pensioen sluiten betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen; Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 13/03/2020 pub. 13/03/2020 numac 2020030302 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 type ministerieel besluit prom. 13/03/2020 pub. 19/03/2020 numac 2020040667 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-
- - Duitse vertaling sluiten houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19; Overwegende de "Gids voor de opening van de handel", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie; Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren; Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie; Overwegende de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking; Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico; Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020; Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld; Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen; Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven; Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen; Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit; Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe vastgestelde besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 2348 bevestigde positieve gevallen op 6 februari 2021; Overwegende dat op 6 februari 2021 in totaal 1736 patiënten getroffen door COVID-19 worden behandeld in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 304 patiënten worden behandeld op de diensten van de intensieve zorg; Overwegende het aantal bezette ziekenhuisbedden; dat de druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg hoog blijft en dat het risico voor de volksgezondheid blijft bestaan; dat ziekenhuizen nog steeds kampen met personeelsuitval wegens ziekte en dat dit kan leiden tot een tekort aan personeel in de zorgsector; dat moet worden voorkomen dat de opvang van patiënten op het grondgebied onder druk komt te staan; Overwegende dat de epidemiologische situatie nog steeds zeer ernstig en precair is; dat de incidentie op 6 februari 2021 over een periode van 14 dagen 280,9 op 100.000 inwoners bedraagt; dat het reproductiegetal op basis van de nieuwe hospitalisaties 1,035 bedraagt; dat een daling van de cijfers nog steeds noodzakelijk is om uit deze gevaarlijke epidemiologische situatie te geraken; dat verregaande en ingrijpende maatregelen onvermijdelijk blijven om de situatie onder controle te houden; Overwegende dat het advies van het RAG van 3 februari 2021 vaststelt dat de epidemiologische situatie nog niet onder controle is; dat de grenswaarden van de kwantitatieve indicatoren die gebruikt worden om te kunnen bepalen of de situatie onder controle is, in het bijzonder het aantal besmettingen, hospitalisaties, de positiviteitsratio en het reproductiegetal, nog niet werden bereikt; Overwegende dat deze cijfers, hoewel relatief stabiel, te hoog blijven; dat sommige van deze cijfers zelfs licht stijgen; Overwegende dat de dreiging van nieuwe varianten en mutaties reëel is; dat de variant B.1.1.7 oprukt in België; dat deze variant al breder verspreid is in andere lidstaten van de Europese Unie; dat een verdere verspreiding van deze variant of introductie van nieuwe varianten enkel beperkt kan blijven door het verder aanhouden van de maatregelen; Overwegende dat de cijfers welbepaalde activiteiten buiten terug toelaten; dat het niettemin nodig blijft om deze te beperken tot de activiteiten die het met zekerheid en te allen tijde mogelijk maken de social distancing te respecteren; dat activiteiten die in het bijzonder aanleiding kunnen geven tot geschreeuw en aërosolprojecties nog steeds beperkt moeten blijven; dat daarom de buitengedeelten van dierentuinen en dierenparken weer geopend mogen worden met naleving van de toepasselijke protocollen ; Overwegende dat het RMG in zijn advies van 1 februari 2021 heeft gesteld dat mondmaskers mond, neus en kin moeten bedekken en nauw moeten aansluiten op elke zijde van het gezicht; dat het correct gebruik van mondmaskers essentieel is; dat sjaals, nekwarmers, bandana's en dergelijke om die reden niet langer aanvaardbaar zijn als alternatief; Overwegende dat de beperking van het gebruik van de openbare ruimte tussen middernacht en 5 uur 's morgens bijdraagt tot een vermindering van het aantal festiviteiten, ontmoetingen en het gebruik van alcohol in de openbare ruimte onder omstandigheden waarin de maatregelen betreffende de social distancing of het dragen van mondmaskers niet worden toegepast; dat deze beperking aldus bijdraagt tot een vermindering van het aantal besmettingen en van de snelheid waarmee het virus wordt overgedragen; Overwegende dat een dergelijke beperking van de fundamentele vrijheden evenredig en beperkt in de tijd moet zijn; dat zij niettemin noodzakelijk blijft om het fundamentele recht op leven en gezondheid van de bevolking te vrijwaren; Overwegende dat, gezien de gemengde gezondheidssituatie, een verlenging van deze beperking noodzakelijk blijft om te voorkomen dat de situatie opnieuw snel verslechtert en om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de gehele bevolking en van alle betrokken sectoren, met inbegrip van de economische en de gezondheidssector, niet teniet worden gedaan; dat alleen zeer strenge maatregelen ervoor kunnen zorgen dat de situatie weer onder controle wordt gebracht en dat de andere maatregelen kunnen worden beperkt; Overwegende dat lichaamsverzorging van belang is; dat het na verloop van tijd noodzakelijk is geworden dat men daartoe beroep kan doen op bepaalde dienstverleners, in het bijzonder de kappers; dat het opnieuw toelaten van deze dienstverlening een bijdrage kan leveren tot het mentaal welzijn van de burgers; dat een gefaseerde aanpak aangewezen is aangezien de epidemiologische situatie een gemengd beeld weergeeft; dat de niet-medische contactberoepen daarom geleidelijk aan terug mogen heropenen; Overwegende dat het recht op huisvesting een fundamenteel recht is dat in bepaalde omstandigheden in gevaar kan worden gebracht door de langdurige beperkende maatregelen op vlak van bezichtigingen van onroerend goed; dat de bezichtigingen van onroerend goed door de vastgoedsector om die reden onder strikte voorwaarden opnieuw toegelaten kunnen worden; dat vastgoedmakelaars, wiens activiteiten onder toezicht van een tuchtrechtelijke instantie staan, bij de organisatie van deze bezichtigingen een veilig gezondheidsprotocol in acht moeten nemen; dat ze moeten toezien op de naleving van dit protocol; dat daarom enkel bezichtigingen van onroerend goed met een vastgoedmakelaar mogen plaatsvinden; Overwegende de dringende noodzakelijkheid, Besluit : Artikel 1.In artikel 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/10/2020 pub. 28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom. 28/10/2020 pub. 03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepalingen onder 10°, 11° en 12° worden opgeheven; 2° er wordt een bepaling onder 15° toegevoegd, luidende: "15° "een (mond)masker of elk ander alternatief in stof": een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen.". Art. 2.In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "met inbegrip van hun gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen" ingevoegd tussen de woorden "alle logiesvormen" en de woorden ", met uitsluiting van";2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 3.In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt het woord "onbemande" ingevoegd tussen het woord "sauna's," en het woord "zonnebanken";2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 7° opgeheven;3° in paragraaf 1, tweede lid, 3°, worden de woorden "dierentuinen en dierenparken" ingevoegd tussen het woord "natuurparken," en de woorden "met inbegrip van";4° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 5° aangevuld met de woorden ", behalve voor verzorging van het kapsel uitgevoerd in hun inrichting";5° paragraaf 3 wordt opgeheven; 6° in paragraaf 4 wordt het eerste lid aangevuld met een derde streepje, luidende: "de dienstverlening door de kappers en barbiers, tot en met 28 februari 2021 enkel voor verzorging van het kapsel, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol bepaald door de minister van Werk en de minister van Middenstand en Zelfstandigen overeenkomstig de beslissing van het Overlegcomité ter zake;"; 7° in paragraaf 4 wordt het eerste lid aangevuld met een vierde streepje, luidende: "de dienstverlening door de schoonheidssalons, de niet-medische pedicurezaken, de nagelsalons, de massagesalons, de kapperszaken, de barbiers en de tatoeage- en piercingsalons, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol bepaald door de minister van Werk en de minister van Middenstand en Zelfstandigen overeenkomstig de beslissing van het Overlegcomité ter zake."; 8° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit." vervangen door de woorden ": - de dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in bijlage 1 van dit besluit; - de dienstverlening door de vastgoedsector voor de bezichtigingen van onroerend goed, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol.". Art. 4.In artikel 15, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Een maximum van 15 personen, kinderen tot en met 12 jaar en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn op een begraafplaats in het kader van een uitvaartceremonie."; 2° in de inleidende zin van het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en tweede" ingevoegd tussen de woorden "in het eerste" en het woord "lid". Art. 5.In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen als volgt: "In afwijking van het derde lid, is een verklaring op eer niet vereist voor de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren, en zij die alleen maar op doorreis zijn, voor zover zij in het bezit zijn van transportdocumenten die aangeven dat zij in het kader van hun functie reizen. Bij gebrek aan deze verklaring op eer of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de transportdocumenten in het bezit van de werknemers of dienstverleners bedoeld in het vorige lid, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen."; 2° in paragraaf 7, eerste lid, worden de woorden "vanaf de leeftijd van 12 jaar" vervangen door de woorden "vanaf de leeftijd van 6 jaar". Art. 6.Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot 1 april 2021." Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 13 februari 2021, met uitzondering van artikel 2 dat in werking treedt op 8 februari 2021 en van artikel 3, 5° en 7° dat in werking treedt op 1 maart
- Brussel, 6 februari
- De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN