artikel 3, eerste lid van decreet van 29 mei 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/05/2020 pub. 02/06/2020 numac 2020021027 bron vlaamse overheid Decreet tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 sluiten tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19;2° lokaal bestuur: iedere gemeente van het Vlaams Gewest;3° lokaal contactcentrum: contactonderzoek dat door een gemeente in het kader van dit besluit wordt georganiseerd;4° COVID-19-team: een binnen een zorgraad opgericht team dat ondersteuning en advies verleent in het kader van de COVID-19-pandemie;5° ticket/werkorder: een uniek digitaal identificatiemiddel dat het contactcentrum in staat stelt om een werkorder, in dit geval een patiënt, uniek te benoemen en af te handelen.Aan de hand van dit ticket/werkorder is rapportering mogelijk; 6° afhandeling van een ticket/werkorder: hieronder wordt verstaan contacten in alle mogelijke vormen die noodzakelijk of nuttig zijn om deze patiënt effectief te horen conform het uitgewerkte script, de afwerking en registratie van verkregen informatie van de patiënt en de hoog risicocontacten in het digitale platform volgens het script en de kwaliteitseisen van het centrale contactcentrum;7° indexpatiënt: persoon die besmet is met COVID-19 of waarvan een arts een ernstig vermoeden heeft dat hij of zij besmet is met COVID-19;8° nieuwe indexpatiënt: een indexpatiënt waarvan het ticket door het centrale contactcentrum aan het lokale contactcentrum wordt aangereikt zonder dat er, in gelijk welke vorm, reeds contactopname was door het centrale contactcentrum.Het lokale contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van het ticket/werkorder; 9° hoogrisicocontact: personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19;10° nieuw hoogrisicocontact: een hoogrisicocontact waarvan het ticket door het centrale contactcentrum aan het lokale contactcentrum wordt aangereikt zonder dat er, in gelijk welke vorm, reeds contactopname was door het centrale contactcentrum.Het lokale contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van het ticket/werkorder; 11° quarantainecoaching: het organiseren van medische en psychosociale ondersteuning voor met COVID-19 besmette personen en vermoedelijk met COVID-19 besmette personen die in tijdelijke afzondering zijn geplaatst;12° risicogroepen: personen waarvan medisch is vastgesteld dat ze een verhoogd risico op besmetting lopen of een verhoogd risico hebben op overlijden aan een COVID-19 besmetting;13° kwetsbare personen of groepen: personen of groepen die omwille van hun specifieke context specifieke aandacht en behandeling op maat vereisen op vlak van informatie, sensibilisering, quarantainecoaching en algemene zorg.Mensen met een beperking, senioren, alleenstaanden (met kinderen), hulpbehoevenden kunnen hier bijvoorbeeld onder vallen; 14° hotspot: een locatie die vanuit de bronopsporing naar boven komt als risicovolle omgeving;15° controletoren COVID-19: een online toepassing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, dat een overzicht biedt van de indexpatiënten en hoog risicocontacten per stad of gemeente;16° centrale tracingtool Scripts en Forms: een centrale tool die wordt gebruikt met het oog op het uitvoeren van contactonderzoek en aldus het tactisch en strategisch beheer van de sanitaire crisis veroorzaakt door de COVID-19-epidemie. Art. 2.Een totaal subsidiebedrag van maximaal 3.071.528 euro (drie miljoen eenenzeventig duizend vijfhonderdachtentwintig euro) wordt vanuit begrotingsartikel SJ0-1SMC2GA-WT toegekend aan de lokale besturen die in het kader van dit besluit bijkomende engagementen opnemen. Deze subsidie is samengesteld uit een forfaitaire subsidie van maximaal 2.485.928 euro (twee miljoen vierhonderdvijfentachtigduizend negenhonderdachtentwintig euro) voor de opdrachten
artikel 5 en een variabele subsidie van maximaal 585.600,00 euro (vijfhonderdvijfentachtigduizend zeshonderd euro) voor de lokale besturen die additioneel inzetten op de opdrachten
artikel 6. Deze subsidie heeft betrekking op de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 voor de opdrachten
artikel 5 en op de periode van 1 april 2021 tot en met 31 mei 2021 voor de lokale besturen die additioneel inzetten op de opdrachten
artikel
§ 3. De lokale besturen die zich eerder onder toepassing van artikel 3, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/11/2020 pub. 02/12/2020 numac 2020031701 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken sluiten tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken, geëngageerd hebben tot optie 2, kunnen, mits addendum conform artikel 10, 2° : 1° hun engagement voor de optie
, 2°, verderzetten tot 31 mei, behoudens verlenging conform artikel 2.Na afloop van deze periode kunnen de lokale besturen zich engageren voor de optie
, 1° ; 2° zich engageren voor de optie,
§ 4. De lokale besturen die nog niet eerder een engagement in de zin van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/11/2020 pub. 02/12/2020 numac 2020031701 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken sluiten tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken hebben opgenomen, kunnen zich alleen engageren voor de optie,
§ 5. Besturen die zich verenigd hebben kunnen hun samenstelling niet wijzigen. Art. 4.De lokale besturen voeren hun opdrachten in het kader van dit besluit uit in afstemming met de bestaande initiatieven op het niveau van de eerstelijnszone en met het plan van aanpak van de COVID-19-teams die binnen de zorgraden werden opgericht. Art. 5.De lokale besturen doen aan sensibilisering en preventie door minstens hun inwoners te informeren over het naleven van de zes gouden principes: 1° hygiënemaatregelen in acht nemen;2° activiteiten bij voorkeur buiten organiseren;3° verhoogde aandacht voor risicogroepen;4° een veilige afstand van minstens anderhalve meter houden;5° een mondmasker dragen;6° bijeenkomsten beperken. De lokale besturen hanteren hierbij een populatiegerichte aanpak met focus op de risicogroepen en de kwetsbare personen of groepen. De lokale besturen ondernemen acties om de bronopsporing te versterken. Ze leggen verbanden door analyse van de beschikbare gegevens, inclusief de gegevens verkregen uit de samenwerkingsovereenkomst met de zorgraad, waardoor ogenschijnlijk willekeurige besmettingen tot één en dezelfde bron kunnen worden teruggebracht om op die manier verdere verspreiding van COVID-19 te beperken door het aanpassen van het lokale beleid inzake infectiebestrijding. Wanneer zij hotspots detecteren, nemen zij eveneens maatregelen om deze te isoleren en zo mogelijk in te perken. De lokale besturen zetten in op quarantainecoaching. Zij informeren hun inwoners wanneer tijdelijke afzondering van toepassing is, welke procedures gevolgd worden en welke activiteiten toegelaten of niet toegelaten zijn. De lokale besturen volgen de richtlijnen op die worden geformuleerd op de website van de federale overheid. De lokale besturen kunnen zich in het bijzonder inzetten voor kwetsbare personen en groepen. Zij zorgen voor informatie en contact op maat, bespreken met de betrokkenen welke bijkomende hulp verstrekt kan worden en doen hiertoe het nodige zo de betrokkene hiermee heeft ingestemd. Deze hulp kan van allerlei aard zijn. Alle initiatieven worden in overleg en in samenwerking COVID-19-teams binnen de zorgraden besproken; de initiatieven worden steeds op de reeds bestaande werking afgestemd. De lokale besturen krijgen hiervoor toegang tot de controletoren COVID-19 van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van het SUM of samenwerkings- en uitbraakmanagement, dit is een geïntegreerde samenwerkingstool die kan worden gebruikt om de gegevens van de controletoren COVID-19 te raadplegen met het oog op het uitvoeren van cluster- en brononderzoek op centraal en lokaal niveau. Art. 6.Naast hun engagementen,
artikel 5, zetten lokale besturen die gekozen hebben voor optie 2 zoals bepaald in artikel 3, § 1, 2°, in op lokaal contactonderzoek, in overleg met het Agentschap Zorg en Gezondheid. De lokale besturen werken hiervoor met het centrale tracingtool Script & Forms : 1° het lokaal contactcenter kan op basis van een zoekopdracht binnen de centrale tracingtool Script & Forms tickets binnen haar grondgebied opzoeken en vervolgens reserveren en opnemen;2° de gereserveerde en/of opgenomen tickets worden afgewerkt volgens de scripts en de kwaliteitseisen van het centrale contactcenter. Hiervan kan niet worden afgeweken om de uniforme werking van het contactonderzoek en de uniforme datadoorstroom te bewaken; 3° het lokaal contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van alle door haar gereserveerde en opgenomen tickets/werkorders;4° de behandeling van een ticket/werkorder moet binnen de geldende reservatietermijn aangevat worden. Art. 7.§
artikel 3, § 1, 2°, wordt verwacht dat het lokaal bestuur bij de bezetting van haar contactcenter in de mate van het mogelijke rekening houdt met de evoluerende besmettingsgraad om de capaciteit van het lokaal contactcenter te bepalen. Art. 10.De lokale besturen voldoen aan de volgende voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidiëring: 1° de lokale besturen sluiten een samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid waarin wordt vermeld welke inspanningen door de lokale besturen in de uitvoering van dit besluit geleverd zullen worden.Deze samenwerkingsovereenkomst regelt minstens de volgende elementen: a) het opgenomen engagement;b) de concretisering van de taken die het lokaal bestuur binnen dit engagement zal opnemen;c) de termijn van het engagement, die minstens één maand en maximaal drie opeenvolgende maanden bedraagt voor optie 1,
artikel 3, § 1, 1°, en minstens één maand en maximaal twee maanden voor optie 2,
artikel 3, § 1, 2°, tenzij verlengd conform artikel 2, derde lid;d) de werkafspraken tussen de verschillende partners, zoals COVID-19-teams of centraal contactcenter;2° voor lokale besturen die eerder een engagement hebben opgenomen in de zin van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/11/2020 pub. 02/12/2020 numac 2020031701 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken sluiten tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken, volstaat het insturen van een addendum aan de samenwerkingsovereenkomst zoals
artikel 10, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/11/2020 pub. 02/12/2020 numac 2020031701 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken sluiten tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contacten bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.3° De lokale besturen en de COVID-19-teams maken taakafspraken zodat deze op efficiënte en kwaliteitsvolle wijze worden uitgevoerd;4° Afhankelijk van de aard van de taken zoals bepaald in artikelen 5 en 6 sluiten de lokale besturen een verwerkersovereenkomst en/of protocol met het Agentschap Zorg en Gezondheid;5° De lokale besturen die zich verenigd hebben, bestendigen hun gezamenlijke overeenkomst en afsprakenkader. Art. 11.§ 1. De forfaitaire subsidie,
artikel 2, bedraagt voor de lokale besturen die inzetten op optie 1, zoals
artikel 3, § 1, 1°, en de lokale besturen die inzetten op optie 2, zoals
artikel 3, § 1, 2°, 0,125 euro per inwoner per maand. De variabele subsidie
artikel 2, bedraagt voor de lokale besturen die inzetten op optie 2, zoals
artikel 3, § 1, 2°, 40 euro per afgehandeld ticket van een nieuwe indexpatiënt en 20 euro per afgehandeld ticket van een nieuw hoogrisicocontact met een maximum van 3 nieuw hoogrisicocontacten per indexpatiënt. Het in aanmerking te nemen inwonersaantal,
het eerste lid, is het bevolkingsaantal zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 juli
artikel 10, eerste lid, 1°, of de addenda,
artikel 10, eerste lid, 2° ;2° uiterlijk vijf maanden na afloop van het project: het saldo van 20% van de forfaitaire subsidie en 100% van de variabele subsidie, als het lokaal bestuur, op uiterlijk 1 september 2021, het evaluatieverslag heeft ingediend waarbij de uitvoering van de engagementen vervat in de samenwerkingsovereenkomst wordt geëvalueerd en de bijkomende inzet wordt gemotiveerd voor de forfaitaire subsidie. § 3. De volgende kosten zijn ten laste van de lokale besturen: 1° infrastructurele kosten;2° uitbatingskosten, inclusief ICT- en personeelskosten;3° verzekeringskosten. Art. 12.Het lokaal bestuur dient uiterlijk op 1 september 2021 bij het Agentschap Binnenlands Bestuur een digitale aanvraag in voor het ontvangen van de subsidie. In de digitale aanvraag bezorgt het lokaal bestuur minstens de volgende informatie: 1° de identificatiegegevens van het lokaal bestuur;2° de datum en ondertekening;3° het evaluatieverslag zoals
artikel 11, § 2, 2°. Het Agentschap Binnenlands Bestuur stelt het aanvraagformulier ter beschikking. Art. 13.Het Agentschap Binnenlands Bestuur en het Agentschap Zorg en Gezondheid oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit. Het lokaal bestuur verstrekt daartoe de gevraagde documenten, inlichtingen of toelichtingen. Art. 14.Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, zal het Agentschap Binnenlands Bestuur de subsidie verminderen of terugvorderen als het lokaal bestuur de bepalingen van dit besluit niet of niet volledig naleeft of heeft nageleefd. Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2021. Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor het binnenlands bestuur en het stedenbeleid en de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn en de armoedebestrijding, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 23 april 2021. De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen, B. SOMERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, W. BEKE
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.