(2)als het nodig is voor de regularisering van een rechts- of feitelijke toestand, waarbij in beide gevallen de vereisten inzake rechtszekerheid en de individuele rechten geëerbiedigd moeten worden. Wij zijn van mening dat in casu het tweede geval van toepassing (regularisering van een rechts- of feitelijke toestand), en wel om de volgende redenen:
- Zoals u weet, geldt in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie sinds oktober 2020 de verplichting van telewerk, waar mogelijk.
- De organen van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP's, zijnde de fondsen en kassen die de tweede pijlerpensioenregelingen van werknemers op bedrijfs- en sectorniveau en van zelfstandigen beheren) zijn perfect in staat, om mits enige organisatorische aanpassingen, hun activiteiten en vergaderingen op afstand uit te voeren.Zij hebben dit dan ook sinds oktober 2020 gedaan, conform de COVID-19-regelgeving. Concreet gaat het over de werkzaamheden van de raden van bestuur, de operationele organen zoals investeringscomités en sociale comités, en de algemene vergaderingen (die doorgaans plaatsvinden in het eerste kwartaal van het burgerlijk jaar).
- Het regelgevend kader van de IBP's, met name de Wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (hierna WIBP), haar uitvoeringsbesluiten en de door de toezichthoudende overheid FSMA uitgevaardigde reglementen en omzendbrieven, alsook de statuten van verschillende IBP's vereisen en/of veronderstellen voor de werkzaamheden van de organen van de IBP's echter fysieke bijeenkomsten.Als het ontwerp-KB, dat op dit vlak een uitzondering voorziet op het vermelde regelgevend kader en statuten, geen terugwerkende kracht zou hebben, dan zouden alle beslissingen en handelingen van de organen van de IBP's gemaakt en gesteld sinds 30 september 2020 mogelijks ongeldig kunnen zijn en op die louter procedurele grond in rechte betwist kunnen worden.
- Er moet daarbij rekening gehouden worden met het feit dat de organen van de IBP's zich in een toestand van kennelijke overmacht bevonden, aangezien zij juridisch verplicht waren om de COVID-19-maatregelen na te leven.
- Deze situatie is volgens ons een feitelijke toestand die geregulariseerd moet worden, en dit om een eventuele juridische warboel te vermijden. We verliezen daarbij de randvoorwaarde die de Afdeling Wetgeving van de Raad van State consequent in zijn adviesverlening stelt niet uit het oog. We zijn van mening dat in casu de rechtszekerheid en de individuele rechten geëerbiedigd worden en wel om de volgende redenen:
- Alle organen van de IBP's en alle leden van deze organen werden op dezelfde wijze behandeld.
- Alle organen van de IBP's en alle leden van deze organen bleven in staat om hun bevoegdheden en prerogatieven ten volle uit te oefenen.
- De werkingswijze van de organen van de IBP's en de uitoefeningswijze van de bevoegdheden en prerogatieven van de leden van de deze organen was perfect voorspelbaar, aangezien het om de voortzetting ging van de praktijken ontwikkeld en gebruikt tijdens de formele lockdown in het voorjaar van 2020.
- De individuele rechten van de sponsors van de IBP's (individuele werkgevers, sectoren of individuele zelfstandigen) en van de actieve en niet-actieve leden van de IBP's (actuele of voormalige werknemers, of actuele of voormalige zelfstandigen) kwamen niet in het gedrang omdat er niet geraakt werd aan de inhoudelijke regelgeving inzake aanvullende pensioenen (met name de Wet Aanvullende Pensioenen van 28 april 2003 voor de werknemers en de Programmawet (I) van 24 december 2002 voor de zelfstandigen, en hun uitvoeringsbesluiten) en inzake de financiering van en het toezicht op de IBP's (met name de WIBP en haar uitvoeringsbesluiten).Het is deze inhoudelijke regelgeving die de inhoudelijke actieradius van de werking van de organen van de IBP's vastlegt. Als sponsors, leden of de toezichthoudende overheid problemen zouden hebben met de genomen beslissingen en/of de gestelde handelingen, dan zijn hun rechten en de hun ter beschikking staande rechtsmiddelen gevrijwaard ". Il est conseillé d'inscrire cette justification dans le rapport au Roi. Le greffier Greet Verberckmoes Le président Marnix Van Damme _______ Note 1 Voir Principes de technique législative. Guide de rédaction des textes législatifs et réglementaires, Conseil d'Etat, 2008, n°
- 29 JUIN
- - Arrêté royal prolongeant le délai visé à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 14 mai 2020Documents pertinents retrouvés type loi prom. 14/05/2020 pub. 26/05/2020 numac 2020041428 source service public federal securite sociale Loi portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19 fermer portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19 PHILIPPE, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut. Vu la loi du 14 mai 2020Documents pertinents retrouvés type loi prom. 14/05/2020 pub. 26/05/2020 numac 2020041428 source service public federal securite sociale Loi portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19 fermer portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19, l'article 7, alinéa 3; Vu l'avis de l'Inspecteur des Finances, donné le 23 mars 2021; Vu l'accord de la Secrétaire d'Etat au Budget, donné le 22 avril 2021; Vu l'analyse d'impact de la réglementation réalisée conformément aux articles 6 et 7 de la loi du 15 décembre 2013Documents pertinents retrouvés type loi prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 source service public federal chancellerie du premier ministre Loi portant des dispositions diverses concernant la simplification administrative fermer portant des dispositions diverses en matière de simplification administrative; Vu l'avis n° 69.328/1 du Conseil d'Etat, donné le 25 mai 2021 en application de l'article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973; Sur la proposition du Ministre des Finances et de la Ministre des Pensions et de l'avis des ministres qui en ont délibéré en Conseil, Nous avons arrêté et arrêtons : Article 1er.La date finale du 30 septembre 2020, visée à l'article 7, alinéa 2, de la loi du 14 mai 2020Documents pertinents retrouvés type loi prom. 14/05/2020 pub. 26/05/2020 numac 2020041428 source service public federal securite sociale Loi portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19 fermer portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19, est reportée au 31 décembre 2021 en ce qui concerne l'application des dispositions de l'article 5, alinéa 1er, 2° et 3°, et alinéa 2, et de l'article 6 de la loi du 14 mai 2020Documents pertinents retrouvés type loi prom. 14/05/2020 pub. 26/05/2020 numac 2020041428 source service public federal securite sociale Loi portant des mesures exceptionnelles visant les institutions de retraite professionnelle dans le cadre de la pandémie COVID-19 fermer précitée. Art. 2.Le présent arrêté produit ses effets le 30 septembre
- Art. 3.Le ministre qui a les Finances dans ses attributions et le ministre qui a les Pensions dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté. Donné à Bruxelles, le 29 juin
- PHILIPPE Par le Roi : Le Ministre des Finances, V. VAN PETEGHEM La Ministre des Pensions, K. LALIEUX