17 DECEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor de toekenning van projectfinanciering voor digibanken Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 en artikel 87, § 1; - het programmadecreet van 23 december 2021Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 23/12/2021 pub. 29/12/2021 numac 2021043623 bron vlaamse overheid Programmadecreet bij de begroting 2022 sluiten bij de begroting 2022, artikel 81; Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord verleend op 25 juni 2021; - De SERV heeft advies gegeven op 5 juli 2021; - De Raad Van State heeft advies gegeven op 16 augustus 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - Op 2 april 2021 keurde de Vlaamse Regering de kadernota `Plan Vlaamse Veerkracht: Project Digibanken: verkleinen van de ongelijke digitale kloof (e-inclusie)' goed die de uitrol van de oproepen en ook de flankerende initiatieven ter ondersteuning van de digibanken formuleert (VR 2021 0204 VV DOC.0028/1BIS). Dit besluit bepaalt de wettelijke voorwaarden voor de projectoproepen van de digibanken. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° departement: het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/06/2005 pub. 22/09/2005 numac 2005036144 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie sluiten met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;2° digibankproject: een partnerschap van publieke of private actoren, dat uitvoering geeft aan het voorwaardelijk beschikbaar stellen van laptops en andere hardware en ondersteuning in een specifieke context, aan opleiding en kennisdeling om digitale basisvaardigheden te versterken, en aan begeleiding voor een verbeterde toegang tot essentiële diensten, als vermeld in artikel 4;3° implementatietraject: het traject waarin het digibankproject wordt uitgevoerd door het partnerschap;4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;5° oproep: de vraag of uitnodiging die met een ministerieel besluit wordt gelanceerd, om voorstellen in te dienen voor de financiering van voortrajecten en implementatietrajecten;6° partnerschap: de samenwerking tussen publieke of private actoren die is vastgelegd in een overeenkomst;7° steun: een financiële tegemoetkoming om een project ter uitvoering van het digibankproject te financieren;8° voortraject: het traject dat aan het implementatietraject voorafgaat en dat gericht is op de strategische ontwikkeling en voorbereiding van het digibankproject. HOOFDSTUK 2. - Staatssteun Art. 2.De steun die wordt toegekend met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in: 1° verordening (EU) nr.360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen; 2° verordening (EU) nr.2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, artikel 5.2. HOOFDSTUK 3. - Steunregeling Afdeling 1. - Doelstelling Art. 3.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten wordt steun verleend om voortrajecten en implementatietrajecten te financieren. Art. 4.De steun heeft tot doel om volwassen personen met een digitale achterstand of met een risico op digitale achterstand via een lokale projectondersteuning te ondersteunen. De projectondersteuning bevat al de volgende doelstellingen: 1° toegang verlenen tot digitale technologieën via het voorwaardelijk ter beschikking stellen van laptops, beeldschermen en diverse hardware;2° via opleiding en kennisdeling persoonlijke of technische digitale vaardigheden aanleren;3° via begeleiding een verbeterde digitale toegang tot essentiële maatschappelijke diensten aanreiken. De minister kan de doelstellingen, vermeld in het eerste lid, nader bepalen. Afdeling 2. - Voortraject Art. 5.De oproep voor het voortraject voorziet in de ondersteuning van kandidaat-partnerschappen die gericht zijn op de strategieontwikkeling en het tot uitvoer brengen van lokale digibankprojecten. De kandidaat-partnerschappen verbinden zich ertoe om tijdens het voortraject de volgende elementen te ontwikkelen: 1° een opgezet partnerschap met een ondertekende samenwerkingsovereenkomst;2° een inhoudelijke samenwerkingsstrategie die de uitvoering verankert op het niveau van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, eerste lid;3° een planning voor de uitvoering in een implementatietraject;4° een begroting en tijdsinzet voor de uitvoering in een implementatietraject. Art. 6.Het voortraject heeft een duur van maximaal vier maanden. De minister kan de termijn van het voortraject wijzigen in functie van beleidsprioriteiten. Art. 7.De steun om een voortraject te financieren wordt toegekend in de vorm van een subsidie die per voortraject maximaal 15.000 euro bedraagt. Art. 8.De volgende kosten zijn subsidiabel: 1° loonkosten: de loonkosten van personeelsleden die werkzaam zijn voor het kandidaat-partnerschap en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 5;2° werkingskosten: de kosten verbonden aan de bedrijfsvoering van het kandidaat-partnerschap en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 5;3° externe prestaties: de kosten die in opdracht van het kandidaat-partnerschap door derden zijn gemaakt en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 5. De kosten, vermeld in het eerste lid, zijn enkel subsidiabel als zij binnen de subsidieperiode zijn gemaakt. De minister kan de kosten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen. Art. 9.De volgende actoren kunnen een aanvraag voor het voortraject indienen: 1° publieke of private actoren met rechtspersoonlijkheid die in het Vlaamse Gewest gevestigd zijn;2° publieke of private actoren met rechtspersoonlijkheid die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die, wegens hun organisatie moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap;3° een combinatie van de in punt 1° en 2° vermelde actoren. De actoren, vermeld in het eerste lid, kunnen de aanvraag, vermeld in het eerste lid, indienen voor rekening van het kandidaat-partnerschap. Art. 10.De indiener heeft een inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). De indiener is actief volgens de KBO. Indieners die zich in een niet-actieve toestand bevinden zijn uitgesloten. Art. 11.De indiener en de leden van het kandidaat-partnerschap mogen op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen juridische procedures hebben lopen die de realisatie van het voortraject en het implementatietraject in de weg kunnen staan. De indiener en de leden van het kandidaat-partnerschap mogen op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Art. 12.De indiener houdt een aparte en transparante boekhouding voor de projectfinanciering bij. Afdeling 3. - Implementatietraject Art. 13.Het implementatietraject ondersteunt de effectieve uitvoering van digibankprojecten via een partnerschap en een samenwerkingsstrategie. Het implementatietraject is gericht op de effectieve invulling van al de doelstellingen, vermeld in artikel 4. Art. 14.Het implementatietraject heeft een duur van minimaal 24 maanden en eindigt uiterlijk op 31 december 2024. De minister kan de termijn van het implementatietraject wijzigen in functie van beleidsprioriteiten. Art. 15.De steun om een implementatietraject te financieren, wordt toegekend in de vorm van een subsidie, die per implementatietraject maximaal 500.000 euro bedraagt. Art. 16.De volgende kosten zijn subsidiabel: 1° loonkosten: de loonkosten van personeelsleden die werkzaam zijn voor de indiener of de leden van het partnerschap en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 13;2° werkingskosten: de kosten verbonden aan de bedrijfsvoering van het partnerschap en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 13;3° overheadkosten: de kosten die geïntegreerd zijn in de algemene werking van de leden van het partnerschap en die onrechtstreeks met de uitvoering van het project verband houden;4° externe prestaties: de kosten die in opdracht van het kandidaat-partnerschap door derden zijn gemaakt en die een rechtstreeks en noodzakelijk verband houden met de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 13;5° investeringskosten: de kosten uitsluitend beperkt tot de uitvoering van de doelstelling, vermeld in artikel 4, 1°. De kosten, vermeld in het eerste lid, zijn enkel subsidiabel als zij binnen de subsidieperiode zijn gemaakt. Elke subsidiabele kost, vermeld in paragraaf 1, wordt toegewezen aan een lid van het partnerschap en is gekoppeld aan de doelstelling van de begroting. De indiener brengt wijzigingen aan de begroting tijdens de duur van het project vooraf en schriftelijk ter kennis aan het departement. Het departement moet gewijzigde begrotingen altijd goedkeuren. De kosten, vermeld in het eerste lid, zijn enkel subsidiabel als de indiener of het lid van het partnerschap aantoont dat die redelijke en voorzichtige uitgaven betreffen die een evenredig verband houden met de te verwachte output en kunnen worden gestaafd aan de hand van bewijsstukken die een voorafgaandelijke raadpleging of respect voor de mededinging aantonen. De minister kan de inhoud en de maxima van die kosten verder bepalen. Art. 17.De volgende actoren kunnen een aanvraag voor het implementatietraject indienen: 1° partnerschappen van publieke of private actoren met rechtspersoonlijkheid die in het Vlaamse Gewest gevestigd zijn;2° partnerschappen van publieke of private actoren met rechtspersoonlijkheid die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die, wegens hun organisatie moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap;3° partnerschappen die bestaan uit een combinatie van de in punt 1° en punt 2° vermelde actoren. Art. 18.De indiener heeft een inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). De indiener is actief volgens de KBO. Indieners die zich in een niet-actieve toestand bevinden zijn uitgesloten. Art. 19.De indiener en de leden van het partnerschap mogen op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen juridische procedures hebben lopen die de realisatie van de projecten in de weg kunnen staan. De indiener en de leden van het partnerschap mogen op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Art. 20.De indiener houdt een aparte en transparante boekhouding voor de projectfinanciering bij. HOOFDSTUK 4. - Procedure Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 21.De steun, vermeld in artikel 7 en 15, wordt toegekend via een oproep. De oproep bevat minimaal al de volgende gegevens: 1° het thema van de oproep;2° het maximale steunpercentage en het maximale steunbedrag;3° de aard van de subsidiabele kosten;4° de minimumscore die behaald moet worden;5° de uiterste indieningsdatum;6° het model van aanvraagformulier;7° de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de steunaanvraag;8° de beoordelingscriteria en de weging ervan;9° de beoordelingsprocedure en de wijze van jurering;10° de uitbetalingswijze;11° de minimale rapporteringsvereisten;12° de website en de applicatie voor de aanvraag. Afdeling 2. - Aanvraag Art. 22.De steunaanvragers dienen een aanvraag in via een applicatie en met het aanvraagformulier dat het departement daarvoor ter beschikking stelt op zijn website. Art. 23.De aanvraag van het voortraject omvat minimaal: 1° het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;2° de intentieverklaringen van de kandidaat-partners die tot het effectieve partnerschap kunnen behoren;3° een nauwkeurige begroting;4° de verklaring op eer over de DAEB de-minimissteun, vermeld in de verordening als vermeld in artikel 2, 1° ; Art. 24.De aanvraag van implementatietraject omvat minimaal: 1° het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier;2° de ondertekende samenwerkingsovereenkomst met minimaal volgende elementen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.