GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD 12 MEI 2022. - Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de organisatie van telewerk Het Verenigd College, Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, artikel 79, § 1; Gelet op de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan personen en Gezinsbijslag, artikel 37; Gelet op het besluit van 14 februari 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de organisatie van telewerk; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 28 juni 2021; Gelet op het protocol 2021/18 van onderhandeling met de vakorganisaties, ondertekend op 13 oktober 2021; Gelet op het akkoord van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor ambtenarenzaken, gegeven op 22 juli 2021; Gelet op het akkoord van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 22 juli 2021; Gelet op het evaluatieverslag van het ontwerpbesluit weerslag op de situatie van personen met een handicap, overeenkomstig artikel 4, § 3 van de ordonnantie van 23 december 2016 houdende integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, uitgevoerd op 21 juli 2021; Gelet op de gendertest uitgevoerd op 22 juli 2021 in uitvoering van artikel 3, 2° van de ordonnantie van 16 mei 2014 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; Gelet op het advies nr. 70.614/4 van de Raad van State, gegeven op 29 december 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende het advies van de Directieraden; Overwegende het advies van het Algemeen Beheerscomité van de bicommunautaire Dienst voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag; Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 september 2008 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en aan de leidend ambtenaar van Iriscare, gewijzigd door het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 februari 2019; Overwegende artikel 11 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren en stagiairs van de bicommunautaire Dienst voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad; Overwegende artikel 14 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 5 juni 2008 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren en stagiairs van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad; Op de voordracht van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Regels en toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de mandaathouders, statutaire en contractuele personeelsleden en op de stagiairs: 1° van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Diensten van het Verenigd College" genoemd;2° van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, hierna "Iriscare" genoemd. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder: 1° "personeelslid": de mandaathouder, het statutair personeel of de stagiair en het contractueel personeel;2° "lokalen van de werkgever": de plaats aangewezen door de werkgever waar het personeelslid zijn ambt uitoefent;3° "telewerkplaats(en)": de woonplaats of een plaats in België die de telewerker buiten de lokalen van de werkgever uitkiest, mits deze laatste zijn toestemming geeft;4° "telewerk": elke vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarbij gebruik wordt gemaakt van informatietechnologieën en waarbij werk dat in de lokalen van de werkgever verricht kan worden, verricht wordt op de woonplaats of een andere plaats, gekozen overeenkomstig 2° ;5° "telewerker": een personeelslid dat telewerk verricht;6° "werkgever": Iriscare of de Diensten van het Verenigd College;7° "hiërarchische meerdere": het personeelslid dat de leiding of dagelijkse controle heeft over het functioneren van een team volgens de bepalingen van zijn functiebeschrijving;8° "leidend ambtenaar" : de ambtenaar van rang A5 bedoeld in artikel 13 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 5 juni 2008 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren en stagiairs van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad en bedoeld in artikel 10 van het besluit van het Verenigd College van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren en stagiairs van de bicommunautaire Dienst voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag;9° "personeelslid op opdracht": het personeelslid dat opdrachten vervult op vraag van de werkgever en buiten de lokalen van deze laatste;10° "Directieraad": naargelang van het geval, de directieraad van de diensten van het Verenigd College of de directieraad van Iriscare. Art. 3.Telewerk gebeurt op vrijwillige basis en geeft geenszins aanleiding tot een recht voor het personeelslid, noch tot een verplichting voor de werkgever. Art. 4.§ 1. Telewerkers hebben dezelfde rechten en plichten als andere personeelsleden, meer bepaald op het vlak van vorming en loopbaanmogelijkheden, evaluaties, verlofregelingen en de bepalingen over arbeidsongevallen en beroepsziekten, rechten en activiteiten van syndicale aard, toegang tot de sociale dienst en in het algemeen tot de informatie over Iriscare of de Diensten van het Verenigd College. De regels betreffende aanwezigheid, richttijden en beschikbaarheid die van toepassing zijn op de personeelsleden die hun prestaties verrichten in de lokalen van de werkgever zijn eveneens van toepassing op de telewerkers. § 2. De werkgever verzekert de telewerkers een recht om onbereikbaar te zijn, waarvan de omvang en de voorwaarden vastgelegd zijn in het arbeidsreglement van de Diensten van het Verenigd College en Iriscare. Het recht om onbereikbaar te zijn wordt uitgeoefend buiten de arbeidstijd waarin de telewerker ter beschikking staat van de werkgever. Art. 5.Telewerkers zijn onderworpen aan dezelfde werklast als personeelsleden die gelijke of vergelijkbare prestaties leveren in het kader van gewone prestaties in de lokalen van de werkgever. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden, organisatie en procedure voor telewerk Art. 6.Het personeelslid kan toestemming krijgen om telewerk te verrichten als de volgende voorwaarden vervuld zijn: 1° het telewerk is verenigbaar met de functie. Hiervoor stelt de Directieraad een lijst op met functies die niet of gedeeltelijk verenigbaar zijn met telewerk en legt hij deze lijst ter advies voor aan het Basisoverlegcomité. 2° het personeelslid oefent sedert minimaal zes maanden dezelfde functie uit, behoudens door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde toegestane afwijking wegens uitzonderlijke omstandigheden en na advies van de Directieraad.3° de hiërarchische meerdere van het personeelslid meent dat het voldoende zelfstandig kan werken. Art. 7.De telewerker is minstens twee dagen per week aanwezig in de lokalen van de werkgever. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de tijd die het personeelslid doorbrengt op opdracht gelijkgesteld aan tijd aanwezig in de lokalen van de werkgever. Door de werkgever goedgekeurde opleidingen buiten zijn lokalen en syndicaal verlof worden gelijkgesteld aan tijd aanwezig in de lokalen van de werkgever. In uitzonderlijke omstandigheden, kan de leidend ambtenaar beslissen om het toepassingsgebied of de duur van het telewerk uit te breiden voor de duur van die uitzonderlijke omstandigheden. Telewerk kan verricht worden in volledige of in halve dagen. Art. 8.§ 1. Het personeelslid dient zijn aanvraag om te telewerken, met behulp van het ad-hocformulier, in bij de verantwoordelijke mandaathouder van het departement voor Iriscare of de directeur van de directie in kwestie voor de Diensten van het Verenigd College, voor advies. Alvorens zijn advies uit te brengen, raadpleegt de verantwoordelijke mandaathouder van het departement voor Iriscare of de directeur van de directie in kwestie voor de Diensten van het Verenigd College de hiërarchische meerdere van het personeelslid in kwestie. Het gunstige of ongunstige gemotiveerde advies bevat minstens een oordeel over de graad van autonomie van de aanvrager van telewerk. Ingeval van een ongunstig advies wordt het personeelslid hiervan op de hoogte gebracht. Het advies wordt naar de dienst human resources verstuurd. § 2. Op grond van het gemotiveerde advies, waaraan het advies van de hiërarchische meerdere is toegevoegd, beslist de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde om al dan niet het voordeel van telewerk toe te kennen. Als de beslissing van de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde afwijkt van het gemotiveerde advies van de verantwoordelijke mandaathouder van het departement voor Iriscare of de directeur van de directie in kwestie voor de Diensten van het Verenigd College, wordt de aanvraag doorgestuurd naar de Directieraad, die moet beslissen. Het personeelslid wordt hiervan geïnformeerd. Hetzelfde geldt wanneer het personeelslid de leidend ambtenaar als hiërarchische meerdere heeft. § 3. In de gevallen voorzien in de eerste paragraaf, vierde lid en de tweede paragraaf, eerste en derde lid, kan het personeelslid op zijn verzoek, vooraf gehoord worden door de Directieraad. Het personeelslid mag vergezeld worden door de persoon van zijn keuze. § 4. De gunstige beslissing wordt geformaliseerd in een overeenkomst ondertekend door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde en wordt ter kennis gebracht van het personeelslid. Deze overeenkomst omvat alle praktische bepalingen voor het telewerk. Voor personeelsleden die werden aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst maakt de overeenkomst het voorwerp uit van een aanhangsel bij hun arbeidsovereenkomst, ondertekend door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. Voor statutaire personeelsleden maakt de overeenkomst het voorwerp uit van een unilaterale akte, ondertekend door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. De overeenkomst wordt herzien of stopgezet overeenkomstig de in artikel 14 bedoelde bepalingen. De overeenkomst vermeldt ten minste het volgende: 1° de plaats(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.