, tweede lid" vervangen door de woorden ", in § 6, tweede lid
er, tweede lid";2° een paragraaf 6ter wordt ingevoegd, luidende: " § 6ter.Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot dividenden waarvan de schuldenaar een binnenlandse vennootschap is en waarvan de verkrijger een alternatieve instelling voor collectieve belegging is, die opgericht is in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, en die in het buitenland erkend is als Europese langetermijnbeleggingsinstelling overeenkomstig Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen. De verzaking is evenwel niet van toepassing indien het aandelenbezit van de vennootschap uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald niet het in § 6bis vermelde minimumpercentage van het kapitaal van de binnenlandse vennootschap vertegenwoordigt en die minimumdeelneming niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar wordt of werd behouden. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor de vaststelling van de minimumdeelneming in het kapitaal van de dochteronderneming ten name van de overdrager, van de pandgever of van de leninggever geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen."; 3° in paragraaf 7, eerste lid, worden de worden ", een Europese langetermijnbeleggingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsvennootschap bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders" en de woorden "of een gereglementeerde vastgoedvennootschap,". Art. 2.In artikel 116 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 mei 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2017 pub. 06/06/2017 numac 2017030371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de inleidende zin worden de woorden ", aan Europese langetermijnbeleggingsinstellingen" ingevoegd tussen de woorden "beleggingsvennootschappen" en "of aan gereglementeerde vastgoedvennootschappen"; 2° Een bepaling onder 2° bis wordt ingevoegd, luidende: "2° bis als bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, i), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of zijnde een alternatieve instelling voor collectieve belegging, die opgericht is in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, en die in het buitenland erkend is als Europese langetermijnbeleggingsinstelling overeenkomstig Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;". Art. 3.In artikel 117 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 augustus 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/08/2019 pub. 13/09/2019 numac 2019014460 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van sommige federale fiscale bepalingen aan het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en aan het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen type koninklijk besluit prom. 29/08/2019 pub. 05/09/2019 numac 2019013932 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, wat betreft belastingplichtigen die hun economische activiteit aanvangen type koninklijk besluit prom. 29/08/2019 pub. 03/09/2019 numac 2019014180 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 oktober 2013 betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik type koninklijk besluit prom. 29/08/2019 pub. 16/09/2019 numac 2019014499 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de bijlage IIIbis van het KB/WIB 92 inzake de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing als bedoeld in artikel 2751 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 type koninklijk besluit prom. 29/08/2019 pub. 24/09/2019 numac 2019014518 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging het koninklijk besluit van 26 mei 2016 tot uitvoering van artikel 64, § 1, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 5bis, worden de woorden "
, eerste lid, b en tweede lid, a en c," vervangen door de woorden ", in § 5, eerste lid, b en tweede lid, a en c,
er, eerste lid, b en tweede lid, a en c,";2° een paragraaf 5ter wordt ingevoegd, luidende: " § 5ter.De in artikel 106, § 6ter, gestelde verzaking van de inning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan indien aan de schuldenaar van de inkomsten een attest wordt overhandigd waarbij wordt bevestigd dat de verkrijger:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.