30 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend worden verklaard :
(1)type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/03/2013 numac 2013022100 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 11/03/2013 numac 2013200702 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 42/1 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten hierboven. Daarbij wordt van deze inspanning van 0,05 pct. de helft voorbehouden voor initiatieven ten voordele van alle groepen voorzien in artikel 2, alinea 1 van hetzelfde koninklijk besluit. Art. 85.Hiermee zal, ten belope van de middelen van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector" voor risicogroepen, in de ondernemingen een opleiding verstrekt worden aan kansarme en/of langdurige werklozen (arbeiders of bedienden) over een periode van twee jaar. De contracten zullen een aantal minimumvoorwaarden stipuleren binnen de sector, uit te werken door het beheerscomité van het fonds. Deze opleiding gebeurt aan het interprofessioneel minimumloon, verhoogd tot 2 155,80 EUR (bedrag op 1 januari 2022, indexeerbaar) (met verlenging van de gebruikelijke voordelen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst en in de ondernemingsovereenkomsten) en geeft gebeurlijk aanleiding tot lastenverlichting voor langdurig werklozen. Deze bedragen zijn tevens de bedragen op basis waarvan de terugstortingen aan de bedrijven zullen gebeuren (te verhogen met de eventuele afscheidspremie en de patronale socialezekerheidsbijdragen). Bij het begin van de opleiding wordt een vormings- en opleidingsprogramma opgesteld door de werkgever in samenspraak met de werknemersvertegenwoordigers. Een vormingsverantwoordelijke wordt aangeduid. Aan de raad van beheer wordt bevoegdheid gegeven : 1) om opleidingsinstituten en -projecten te erkennen waarvoor ook terugbetaling vanuit het fonds mogelijk wordt - dit is reeds zo voor opleidingen via ACTA, VDAB, FOREm en Bruxelles-Formation;2) om in het kader van opleidingen ook andere terugbetalingen van kosten aan de werkgevers goed te keuren (ten opzichte van hetgeen reeds van toepassing is). In het algemeen wordt aan de raad van bestuur van het FBZ gevraagd de nodige stimuli te ontwikkelen om de participatiegraad te verhogen. De minimumduurtijd van een dergelijk opleidings- en vormingscontract bedraagt 6 maanden, de maximumduur 12 maanden behoudens lokale afwijking. Voor zover bij het einde van een contractduur van 1 jaar geen arbeidsovereenkomst in de sector aangeboden wordt, wordt een eenmalige afscheidspremie van 1 195,09 EUR (op 1 januari 2022, indexeerbaar) verstrekt. Controle gebeurt via de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, door de syndicale afvaardiging. Indien er bij ontbinding van het fonds, een saldo in hogergenoemd sectoraal fonds aanwezig zou zijn, wordt dit aan het Tewerkstellingsfonds gestort. HOOFDSTUK XIII. - Tewerkstelling, arbeidsherverdelende en andere maatregelen Art. 86.Binnen het raam van de door de wet geschapen mogelijkheden om tewerkstellingsakkoorden af te sluiten, legt de collectieve arbeidsovereenkomst de volgende maatregelen vast : a. Bedrijven in economische moeilijkheden of herstructurering Binnen de wettelijke voorzieningen te onderzoeken op bedrijfsvlak.Bij herstructurering of aankondiging voldoende tijd vooraf aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging, met het oog op bespreking van de te nemen maatregelen. Prioritair zal daarbij aandacht gaan naar de regeringsmaatregelen inzake arbeidsherverdeling in de ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering : vrijwillige vermindering van de werktijd met gedeeltelijke compensatie van het salarisverlies. Experimenten op bedrijfsniveau zijn omkeerbaar en vormen geen precedent op sectoraal vlak. b. Sociale balans Om een evaluatie mogelijk te maken, op het niveau van de bedrijven en de sector, van het tewerkstellingseffect van deze collectieve arbeidsovereenkomst in voltijdse equivalenten, zal een globalisatie gevraagd worden van de sociale balansen, die door de petroleumbedrijven ingediend werden, na goedkeuring door de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, door de syndicale afvaardiging.c. Tewerkstellingscel Er wordt aanbevolen bij afdankingen, die het gevolg zouden zijn van bijzondere economische omstandigheden, een prioriteitsrangorde te volgen, die rekening houdt met de bekwaamheid, de verdienste, de specialisering, de leeftijd, de jaren dienst en de familielasten. In geval van wederaanwerving (bij dezelfde werkgever) zal voorrang verleend worden aan de kandidaten die beantwoorden aan de gevraagde bekwaamheid, in een gelijke rangorde, die omgekeerd is aan diegene welke voor de afdanking werd voorzien. Werknemers ontslagen om economische omstandigheden of wegens herstructurering worden opgenomen in een paritair beheerde tewerkstellingscel. Deze tewerkstellingscel wordt aangesproken bij een vacature in de sector. De tewerkstellingscel wordt eveneens ingelicht over alle extern gepubliceerde vacatures door de ondernemingen. Bij gelijke bekwaamheid van kandidaten heeft de kandidaat ingeschreven in de tewerkstellingscel voorrang op aanwerving binnen de sector. Bij ongelijke bekwaamheid van kandidaten bij aanwerving, zal de werkgever die voorrang verleent aan de kandidaat ingeschreven in de tewerkstellingscel recht hebben op een aanwervingpremie van 5 306 EUR (indexeerbaar), betaald door het FBZ. Enkel in dit laatste geval kan de werkgever eveneens beroep doen op het FBZ voor terugbetaling van de kost voor de bijkomende opleiding die aan de kandidaat met voorrang moet worden gegeven, onder de voorwaarden van de risicogroepen. d. Informatie bij collectieve afdanking of sluiting van ondermening In geval van collectieve afdanking of sluiting van onderneming, zal de werkgever voorafgaandelijk de vakverenigingen verwittigen teneinde een overleg te kunnen organiseren gedurende een periode van 3 maand over alle te nemen maatregelen.Deze periode gaat in op de datum van kennisgeving van de beslissing tot collectief ontslag of sluiting aan de directeur van de VDAB, Actiris en FOREm. e. Thuiswerk De partijen bevelen de ondernemingen die thuiswerk willen invoeren, aan om in nauw overleg met de syndicale afvaardiging een kader uit te werken inzake thuiswerk.In dit kader wordt verwezen naar de bepalingen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85. Art. 87.Ondersteuning internationale en nationale projecten Een deel (0,05 pct.) van de FBZ-bijdrage (0,20 pct. van de lonen) wordt gereserveerd voor ontwikkelingssamenwerkingsprojecten, voor een maximale waarde van 300 000 EUR. Een deel (0,01 pct.) van de FBZ-bijdrage (0,20 pct. van de lonen) wordt gereserveerd voor nationale armoedeprojecten inzake energie. De raad van beheer van het FBZ beheert het geld en kent het toe aan diverse projecten inzake energie. Art. 88.Partijen en onderhandelaars bevelen aan om op ondernemingsvlak de verschillen die in de onderneming bestaan inzake extra legale voordelen tussen de statuten van arbeiders en bedienden te onderzoeken in overleg met de syndicale afvaardiging. Dit onderzoek wordt ten laatste in oktober van elk jaar meegedeeld aan de voorzitters van de paritaire comités 117 en 211 die, eenmaal per jaar, een globaal overzicht meedelen aan de organisaties aanwezig in het paritair comité. Elke nieuwe vorm van ongeoorloofd onderscheid tussen arbeiders en bedienden moet vermeden worden. HOOFDSTUK XIV. - Innovatiepremie Art. 89.In het kader van de uitvoering van het ontwerp IPA 2005-2006, zich eigen gemaakt door de overheid en de modaliteiten die door deze zullen bepaald worden, wordt in het kader van de gevraagde transparantie met betrekking tot dit onderwerp door publicatie van de criteria, procedures, namen van ontvangers van premies, bedragen en identificatie van het project, volgende informatiestroom overeengekomen : doelgroep van voormelde informatie is de ondernemingsraad; bij ontstentenis wordt dit het comité voor preventie en bescherming op het werk; bij ontstentenis wordt dit de syndicale afvaardiging. HOOFDSTUK XV. - Strafrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering Art. 90.Aanbeveling aan de ondernemingen om in een beleid te voorzien voor al hun werknemers, waarbij de juridische belangen van de aangesproken werknemer in een geschil op onafhankelijke wijze worden behartigd in geval van strafzaken in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (moedwillige daad en overtredingen van de Wegcode zijn uitgesloten). HOOFDSTUK XVI. - Ouderdomsuitkering voor werklieden Art. 91.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn automatisch van toepassing op werklieden, aangeworven in het raam van een contract van onbepaalde duur vanaf de datum van indiensttreding. Afdeling 1. - Rustpensioenen Art. 92.Aan de werklieden die op de leeftijd van 65 jaar worden gepensioneerd en alsdan veertig jaar dienst in de petroleumnijverheid hebben of zullen hebben volbracht, wordt een jaarlijks aanvullend pensioen toegekend, ook "petroleumpensioen" genoemd, vastgesteld : - vanaf 1 januari 2022 op 2 595 EUR per jaar, trimestrieel betaalbaar, en dit voor alle categorieën van werknemers. Tevens is er de mogelijkheid om op vrijwillige basis dit petroleumpensioen uitbetaald te krijgen in kapitaal. De jaren conventioneel SWT worden gelijkgesteld met de jaren dienst voor de toekenning van het petroleumpensioen op 65 jaar. Art. 93.Indien de werkman op 60 jaar of daarna, maar vóór zijn 65ste jaar met wettelijk pensioen gaat, verkrijgt hij vanaf dat ogenblik het recht op het in de collectieve arbeidsovereenkomst voorziene petroleumpensioen, dat hem op 65-jarige leeftijd zou worden uitgekeerd (conform het artikel 94). In geen geval mag het petroleumpensioen gecumuleerd worden met het SWT; voor de "SWT'ers" is het petroleumpensioen slechts verschuldigd vanaf de wettelijke pensioenleeftijd. Art. 94.§ 1. Aan de werklieden die op 65-jarige leeftijd worden gepensioneerd en geen 40 dienstjaren maar wel 20 dienstjaren in de petroleumnijverheid hebben volbracht, wordt een bijkomend aanvullend pensioen toegekend, vermeerderd met het aantal ontbrekende jaren om een volledig aanvullend pensioen te genieten. § 2. Aan de werklieden met een contract van onbepaalde duur die op 65-jarige leeftijd worden gepensioneerd en geen 20 dienstjaren maar nochtans 10 ononderbroken jaren dienst in de petroleumnijverheid hebben volbracht, wordt een jaarlijks aanvullend pensioen toegekend gelijk aan de in artikel 92 genoemde som verminderd per ontbrekend dienstjaar onder de 20, met 1/40ste. § 3. Aan de werklieden die op 65-jarige leeftijd de 10 dienstjaren niet hebben bereikt, wordt een aanvullend petroleumpensioen toegekend ten bedrage van de in artikel 92 vastgestelde som, vermenigvuldigd met factor (jaren dienst/40). Afdeling 2. - Aanvullend overlevingspensioen Art. 95.§ 1. Bij overlijden van een onder de in afdeling 1 bepaalde voorwaarden gepensioneerde werkman, wordt aan de overlevende echtgeno(o)t(e), een aanvullend overlevingspensioen toegekend. § 2. Bij overlijden van een werkman in actieve dienst, wordt aan de overlevende echtgeno(o)t(
- e)een aanvullend overlevingspensioen toegekend, voor zover zij/hij sedert ten minste één jaar met de overleden werkman was gehuwd. § 3. Met overlevende echtgeno(o)t(
- e)wordt gelijkgesteld de samenwonende partner, op voorwaarde dat dergelijke samenleving officieel geregistreerd werd. Art. 96.Het bedrag van dit aanvullend overlevingspensioen wordt vastgesteld als volgt : 1° Voor de overlevende echtgeno(o)t(
- e)van gepensioneerde werklieden, op 70 pct.van het aanvullend rustpensioen dat de gepensioneerde werkman genoot krachtens de bepalingen van de artikelen 92 en 94; 2° Voor de overlevende echtgeno(o)t(
- e)van in dienst overleden werklieden, op 70 pct.van het aanvullend rustpensioen dat de overleden werkman had kunnen genieten, indien hij de leeftijd van 65 jaar had bereikt op het ogenblik van zijn/haar overlijden. Het aanvullend rustpensioen dat de werkman overeenkomstig de artikelen en 92 en 94 zou hebben ontvangen, wordt berekend, rekening houdend met de dienstjaren die de overleden werkman zou hebben getotaliseerd indien hij tot 65 jaar had gewerkt; 3° Indien de overlevende echtgeno(o)t(
- e)meer dan tien jaar jonger is dan haar/zijn echtgeno(o)t(e), zal het aanvullend rustpensioen met 1,5 pct.per jaar boven die tien jaar worden verminderd. In toepassing van de bepalingen van de antidiscriminatie wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 13/07/2007 numac 2007009652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 13 december 2006 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de organisatie en financiering van de ouderstage, zoals vastgelegd in de wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade type wet prom. 10/05/2007 pub. 13/07/2007 numac 2007009654 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 13 december 2006 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de organisatie en de financiering van het herstelrechtelijk aanbod bedoeld in de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade sluiten, geldt deze bepaling niet voor elke nieuwe aanvraag voor de eerste keer ingediend vanaf 1 januari 2007. Afdeling 3. - Algemene beschikkingen Art. 97.De afwezigheidperiodes korter dan één jaar, in het bijzonder ten gevolge van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of arbeidsongeval, worden niet in aanmerking genomen voor een vermindering van de diensttijd zoals omschreven in artikel 94. Afwezigheidperiodes langer dan één jaar zullen aanleiding geven tot een vermindering van de diensttijd zoals omschreven in artikel 94. Indien een nieuwe afwezigheid optreedt binnen de maand na het einde van een arbeidsongeschiktheid, en om dezelfde reden, dan wordt deze nieuwe afwezigheid geacht deze periode te verlengen. Art. 98.De door deze bepalingen begunstigden zijn verplicht aan de werkgever alle nodige inlichtingen en documenten te verschaffen om toe te laten het aanvullend rustpensioen/overlevingspensioen te berekenen, zoals onder meer hun burgerlijke stand, de samenstelling van hun gezin, enz. Zij moeten eveneens ter mededeling alle documenten overmaken die nuttige inlichtingen verschaffen betreffende hun wettelijk of ander pensioen. Elke wijziging van deze inlichtingen moet spontaan aan de werkgever schriftelijk en onverwijld worden bekendgemaakt en eventueel door officiële documenten worden gestaafd. De werkgever mag op elk ogenblik van de begunstigden de nodige stukken eisen om hun rechten te bepalen of na te gaan en, indien zij binnen een redelijke termijn aan de verplichting niet voldoen, heeft de werkgever het recht de uitbetaling van de pensioenen te doen schorsen. Art. 99.In geval van uitdiensttreding vóór pensionering of SWT, kunnen de conform de artikelen 93 en 95 opgebouwde pensioenrechten op basis van 1/40ste worden overgedragen overeenkomstig de bepalingen van de vigerende wetgeving. Art. 100.In het kader-reglement opgesteld in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Comité 117 voor de petroleumnijverheid en -handel op 17 februari 2011 inzake een tweede pensioenpijler voor de petroleumsector (systeem van vast bijdrage), wordt het bedrag van 230 EUR, verhoogd tot 280 EUR op 1 januari 2017, verhoogd tot 295 EUR op 1 januari 2019, verhoogd tot 300 EUR op 1 januari 2022. Art. 101.Verdere werking van de paritaire werkgroep belast met de ontwikkeling van een systeem van aanvullend pensioen geharmoniseerd voor alle werknemers op het niveau van de sector met tot doel te komen de omzetting van de aanbeveling naar een collectieve arbeidsovereenkomst. Met het bedrag van artikel 100 zal eveneens worden rekening gehouden voor het Paritair Comité voor bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel. Art. 102.De bedrijven in de sector worden aanbevolen om binnen hun aanvullend pensioenreglement de nodige aandacht te besteden aan het ontwikkelen van een overlijdensdekking zodat hun werknemers die in SWT vertrekken en hun kapitaal niet kunnen opnemen, de mogelijkheid hebben om deze dekking te nemen. De bedrijven in de sector worden aanbevolen om binnen hun aanvullend pensioenreglement de nodige aandacht te besteden om pensioentoezeggingen mogelijk te maken tot aan de pensionering van de actieve werknemer. HOOFDSTUK XVII. - Re-integratietraject Art. 103.De bedrijven zullen in de loop van de maand juni 2022, verslag uitbrengen aan de voorzitter van de paritaire comités 117 en 211 omtrent : - het aantal re-integratietrajecten dat aan de werkgever werd gevraagd, met verduidelijking omtrent de aanvrager; - welke initiatieven door de werkgever ondernomen werden om deze aanvragen succesvol te doen doorlopen. De voorzitter wordt gevraagd deze informatie aan de leden van de paritaire comités mee te delen. De sociale partners maken een uniform model op dat door de ondernemingen gebruikt moet worden om hun verslag in te dienen bij de voorzitter van het paritair comité. De paritaire comités zullen deze informatie bespreken in oktober 2022. HOOFDSTUK XVIII. - Ouderschapsverlof Art. 104.Opening op sectorniveau op het recht voor de werknemer die voltijds werkt, om 1/10 ouderschapsverlof op te nemen. HOOFDSTUK XIX. - Duur van de collectieve arbeidsovereenkomst Art. 105.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2022. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 oktober 2022. De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE Bijlage 2 Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 oktober 2022 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 januari 2022 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2021-2022 (Overeenkomst geregistreerd op 14 oktober 2022 onder het nummer 175935/CO/117) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel ressorteren. Onder "werklieden" worden : hierna de werklieden van het mannelijk en het vrouwelijk geslacht verstaan. Eveneens gebruikt in deze overeenkomst en met eenzelfde betekenis is de term "werknemer". Onder "CAO" wordt verstaan : de collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK II. - Beroepenclassificatie, vorming en educatief verlof Art. 2.Artikel 4 van hoofdstuk II, afdeling 2. Vorming, van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 januari 2022 "Loon en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2021-2022" (registratienummer 1715l3/CO/117) wordt vervangen als volgt : "Art. 4.Ondernemingen geven jaarlijks het niveau van opleidingsinspanningen (de totaliteit van alle interne en externe initiatieven) aan; deze informatie wordt verstrekt aan de ondernemingsraad (bij ontstentenis de syndicale delegatie) op basis van de sociale balans. De sectorale organisaties bevelen alle werknemers aan om maximaal deel te nemen aan de georganiseerde vormingen binnen de werktijd. In uitvoering van artikelen 12, 1 ° en 13, § 1 van de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk type wet prom. 05/03/2017 pub. 21/12/2017 numac 2017031915 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk Duitse vertaling sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk, wordt voorzien op het ondernemingsniveau in een opleidingsinspanning van 5 dagen gemiddeld per jaar (berekend per voltijds equivalent). Vanaf 1 januari 2022 wordt er aan de werknemers een individueel opleidingsrecht toegekend onder de volgende voorwaarden : - Gemiddeld 1 dag vorming per jaar (berekend per voltijds equivalent) over een periode van 5 jaar; - Mits 6 maanden effectieve prestaties per kalenderjaar.". HOOFDSTUK III. - Duur van de collectieve arbeidsovereenkomst Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2022. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 oktober 2022. De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE