mannen
discriminatiebestrijding Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen
Wij, Regering, bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK
vrouwen bij de toegang tot
het aanbod van goederen
diensten.» ; 2° artikel 192 wordt artikel 192, § 1, van de Code ;3° de woorden « toegang tot de huisvesting » worden vervangen door het woord « huisvestingssector » ;4° het woord « verblijfsstatus, » wordt ingevoegd tussen de woorden « nationale of etnische afstamming, »
het woord « leeftijd » ;5° de woorden « syndicale overtuiging, gezinsverantwoordelijkheden, adoptie, meemoederschap
vaderschap » worden ingevoegd na de woorden « sociale afkomst
positie ». Art. 3.In artikel 193 van dezelfde Code worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in punt 1°, 1° het woord « verblijfsstatus, » wordt ingevoegd tussen de woorden « nationale of etnische afstamming, »
het woord « leeftijd » ;2° de woorden « gezinsverantwoordelijkheden, adoptie, meemoederschap
vaderschap, ongeacht of dit/deze criterium/a eigen of bij associatie toegekend is/zijn » worden ingevoegd na de woorden « syndicale overtuiging » ;
ige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie voordoet met als doel of gevolg dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd » ;h) in punt 7° wordt het woord « één » vervangen door de woorden « een of meer » ;i) in punt 8° worden de woorden « sociale of middelgrote woning » vervangen door de woorden « woning
er te blijven wonen » ;j) in punt 10° wordt het woord « één » vervangen door de woorden « een of meer ». Art. 4.In artikel 194 § 2, van dezelfde Code worden de bepalingen onder 5°
6° ingevoegd, luidende : « 5° seksuele intimidatie ; » ; « 6° geweigerde redelijke aanpassingen. ». Art. 5.In dezelfde Code wordt een artikel 195/1 ingevoegd, luidende : « Art. 195/1.In afwijking van artikel 195 vormt een direct onderscheid gebaseerd op geslacht geen directe discriminatie als de levering van goederen
diensten die exclusief of essentieel bestemd zijn voor de leden van één geslacht, objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel
als de middelen om dit doel te bereiken gepast
noodzakelijk zijn. ». Art. 6.Artikel 197 van dezelfde Code wordt vervangen als volgt : « Elk indirect onderscheid op grond van één van de beschermde criteria vormt een indirecte discriminatie, tenzij de ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze die aan de grondslag ligt van dit indirecte onderscheid objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel
de middelen voor het bereiken van dat doel passend
noodzakelijk zijn. ». Art. 7.In artikel 199 van dezelfde Code worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1, 1° worden de woorden « medisch begeleide voortplanting, » ingevoegd tussen de woorden « op grond van »
het woord « zwangerschap » ;2° wordt het woord « , borstvoeding » ingevoegd tussen het woord « bevalling »
de woorden « of moederschap » ;b) in paragraaf 2 worden de woorden « , genderidentiteit, genderexpressie of seksekenmerken » ingevoegd tussen het woord « geslachtsverandering »
het woord « gelijkgesteld ». Art. 8.In artikel 200 van dezelfde Code worden de bepalingen in 1° aangevuld met de woorden « , alsook na het sluiten van de huurovereenkomst ». Art. 9.In artikel 200bis, lid 2, van dezelfde Code worden de woorden « geselecteerde »
« tijdens het sluiten van de huurovereenkomst » geschrapt. Art. 10.In dezelfde Code wordt het woord « geselecteerde » opgeheven in het opschrift van artikel 200ter. Art. 11.In artikel 200ter van dezelfde Code worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De verhuurder mag de volgende algemene gegevens inwinnen, met naleving van de regelgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer : 1° voor het bezoek : a) de naam
voornaam van de kandidaat-huurder(
sluiten van een huurovereenkomst : a) elk document dat het mogelijk maakt de identiteit van de huurder
zijn bekwaamheid om te contracteren vast te stellen ;b) de burgerlijke stand van de huurder indien deze gehuwd is of wettelijk samenwonend, rekening houdend met de bescherming van de gezinswoning zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek.». 2° in paragraaf 2 van artikel 200ter van de Code worden de woorden « de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer » vervangen door de woorden « de Gegevensbeschermingsautoriteit ».3° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, luidende : « § 4.Persoonsgegevens van kandidaat-huurders mogen door de verhuurder, ten welke titel ook, slechts worden bewaard gedurende een periode van maximaal zes maanden die nodig is voor de behandeling van hun kandidaatstelling alsook, indien nodig, gedurende een periode van maximaal 10 jaar die nodig is voor de afhandeling van geschillen in verband met mogelijke discriminatie. Persoonsgegevens van huurders mogen worden bewaard gedurende de volledige looptijd van de betreffende huurovereenkomst
tot 5 jaar daarna, alsook, indien nodig, gedurende een periode van maximaal 10 jaar die nodig is voor de afhandeling van geschillen in verband met mogelijke discriminatie. ». Art. 12.Artikel 200quater van dezelfde Code wordt vervangen door wat volgt : « Onverminderd artikel 200ter, § 1, kan de kandidaat-huurder vóór het sluiten van de huurovereenkomst een bezoek aan het pand eisen. ». Art. 13.1. In de Franse versie van artikel 201, § 1 van dezelfde Code worden de woorden « ou ceux » ingevoegd na het woord « celle »,
wordt het word « peuvent » ingevoegd na het woord « peut ».
214 bedoelde instellingen » ingevoegd tussen de woorden « toepassing is »
het woord « of » ;4° in paragraaf 2, 3° worden de woorden « artikel 214bis, § 1, tweede lid, 1°
2°,
, 1° » vervangen door de woorden « artikel 214bis, § 1, tweede lid, 1°
2°,
» ;5° in paragraaf 2 wordt een bepaling 4° toegevoegd, luidende : « de resultaten van de discriminatietesten uitgevoerd in overeenstemming met § 4 » ;6° in paragraaf 3, 4° worden de woorden « artikel 214bis, § 1, tweede lid, 1°
2°,
, 1° » vervangen door de woorden « artikel 214bis, § 1, tweede lid, 1°
2°,
» ;7° in paragraaf 3 wordt een bepaling 5° toegevoegd, luidende : « de resultaten van de discriminatietesten uitgevoerd in overeenstemming met § 4 » ;8° in paragraaf 4, worden de woorden « gericht op vastgoedmakelaars, verhuurders
hun vertegenwoordigers » ingevoegd na het woord « discriminatietesten » ;9° in paragraaf 4, 2°, worden de woorden « als maatschappelijk doel heeft om de rechten van de mens te verdedigen of discriminatie te bestrijden » vervangen door de woorden « de verdediging van mensenrechten, discriminatiebestrijding of integratie via huisvesting als maatschappelijk doel heeft » ;10° in paragraaf 4° worden de woorden « is
kel artikel 214bis, § 3, 1°, van toepassing » vervangen door de woorden « is artikel 214bis, § 3 van toepassing » ;11° het artikel wordt aangevuld met paragrafen 5, 6
7, opgesteld als volgt : « § 5.De persoonsgegevens die in het kader van discriminatietesten worden ingewonnen
verwerkt, omvatten de volgende categorieën : 1° identificatiegegevens, inclusief de naam
voornaam ;2° contactgegevens, inclusief het telefoonnummer
het e-mailadres ;3° andere informatie die het contact vergemakkelijkt, bijvoorbeeld de taal
het adres van de verblijfplaats ;4° informatie die betrekking heeft op de betrokken natuurlijke personen
die het al dan niet het bestaan van discriminatie in de zin van deze titel aan het licht kan brengen, met inbegrip van kenmerken in verband met de betrokken woning ;5° schriftelijke communicatie
beeld- of geluidsopnames. § 6. De persoonsgegevens die in het kader van discriminatietesten worden ingewonnen
verwerkt, mogen slechts maximaal 5 jaar worden bewaard, indien de test geen discriminatie aan het licht brengt. De gegevens die discriminatie aan het licht brachten, worden bewaard gedurende een periode van maximaal 10 jaar die nodig is om het discriminatiegeschil in kwestie af te handelen. § 7. Wanneer een discriminatietest wordt uitgevoerd door een van de actoren bedoeld in lid 1, 2° van § 4, zorgt die actor ervoor dat de betreffende persoonsgegevens worden ingewonnen
verwerkt overeenkomstig de wet
de aanwijzingen van het slachtoffer. Onverminderd de gevallen van openbaarmaking waarin de wet voorziet, ziet deze erkende actor eveneens toe op de vertrouwelijkheid
de passende bescherming van deze gegevens. ». Art. 16.Artikel 214, tweede lid, van dezelfde Code wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, luidende : « 3° in rechte op te treden. ». Art. 17.In artikel 214bis van dezelfde Code, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf, 1, tweede lid, worden de woorden « discriminatietesten inzake toegang tot huisvesting tot stand brengen die de volgende vormen kunnen aannemen » vervangen door de woorden « zelf of met inschakeling van acteurs of erkende verenigingen die ijveren voor integratie via huisvesting
die daartoe zijn erkend, discriminatietesten inzake toegang tot huisvesting verrichten, die gericht zijn op vastgoedmakelaars, verhuurders
hun vertegenwoordigers.De Regering bepaalt de voorwaarden voor de in het vorige lid bedoelde erkenning, teneinde de onafhankelijkheid, onpartijdigheid
de opleiding in verband met discriminatieproblemen in de huisvestingssector van de erkenninghouders te waarborgen. De discriminatietesten in de huisvestingssector kunnen de volgende vormen aannemen : » ; 2° in paragraaf 1, 1° worden de woorden « het te testen criterium » vervangen door de woorden « een of meerdere beschermde criteria » ;3° in dezelfde paragraaf 1, 1°, worden de woorden « het te testen criterium » vervangen door de woorden « het/de te testen criterium/a » ;4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.De discriminatietest mag niet van uitlokkende aard zijn, dat wil zeggen hij moet zich beperken tot het creëren van de gelegenheid om een discriminerende praktijk aan het licht te brengen door een procedure inzake overdracht van informatie aan potentiële huurders, selectie van huurders
afsluiten van huurovereenkomst zonder overdrijven na te bootsen » ; 5° het artikel wordt aangevuld met paragrafen 7, 8
9, opgesteld als volgt : « § 7.De persoonsgegevens die in het kader van discriminatietesten worden ingewonnen
verwerkt, omvatten de volgende categorieën : 1° identificatiegegevens, inclusief de naam
voornaam ;2° contactgegevens, inclusief het telefoonnummer
het e-mailadres ;3° andere informatie die het contact vergemakkelijkt, bijvoorbeeld de taal
het adres van de verblijfplaats ;4° informatie die betrekking heeft op de betrokken natuurlijke personen
die het al dan niet bestaan van discriminatie in de zin van deze titel aan het licht kan brengen, met inbegrip van kenmerken in verband met de betrokken woning ;5° schriftelijke communicatie
beeld- of geluidsopnames. § 8. De persoonsgegevens die in het kader van discriminatietesten worden ingewonnen
verwerkt, mogen slechts maximaal 5 jaar worden bewaard, indien de test geen discriminatie aan het licht brengt. De gegevens die discriminatie aan het licht brachten, worden bewaard gedurende een periode van maximaal 10 jaar die nodig is om het discriminatiegeschil in kwestie af te handelen. § 9. Wanneer een discriminatietest wordt uitgevoerd door acteurs of erkende verenigingen die ijveren voor integratie via huisvesting als bedoeld in lid 2 van § 1, zorgen zij ervoor dat zij de betrokken persoonsgegevens inwinnen
verwerken overeenkomstig de wet
de instructies van de Gewestelijke Huisvestingsinspectie die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens
tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ; Onverminderd de gevallen van openbaarmaking waarin de wet voorziet, waken deze acteurs
erkende verenigingen eveneens over de vertrouwelijkheid
de passende bescherming van deze gegevens, terwijl de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie erop zal toezien dat de juistheid van deze gegevens wordt gecontroleerd. ». Art. 18.In artikel 214ter van dezelfde Code worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de woorden « , indien deze discriminatie mogelijk ook een strafrechtelijke inbreuk is » ;2° in paragraaf § 4, eerste lid van de Code worden de woorden « bij de toegang tot huisvesting » vervangen door de woorden « in de huisvestingssector » ;3° voorts wordt een paragraaf 9 toegevoegd, luidende : « § 9.Vijf jaar na de feiten die een onder deze titel vallend strafbaar feit vormen, kan er geen administratieve geldboete meer worden opgelegd. De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgevingen van de beslissingen van de Procureur des Konings omtrent het al dan niet instellen van strafvervolging
het verzoek ten aanzien van de inbreukpleger om verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren. ». Art. 19.In artikel 214quater van dezelfde Code worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, dat paragraaf 1 wordt, worden tussen de woorden « in artikel 214bis, »
de woorden « die, in toepassing van de artikelen 214bis
214ter, strafbare feiten plegen » de woorden « alsook de door deze beambten gemandateerde acteurs
verenigingen die ijveren voor integratie via huisvesting, » ingevoegd ;2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, luidende : « § 2.Blijven vrij van straf indien ze tegen de achtergrond van een met toepassing van artikel 211, § 4 verrichte test een valse identiteit gebruiken, de slachtoffers alsook elke persoon die op verzoek
ter ondersteuning van het slachtoffer handelt, de instellingen bedoeld in artikel 214, iedere instelling van openbaar nut, of iedere organisatie of iedere vereniging die op de dag van de feiten sinds ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezit
die de verdediging van mensenrechten, discriminatiebestrijding
integratie via huisvesting als maatschappelijk doel heeft. ». Art. 20.In dezelfde Code wordt een artikel 214sexies ingevoegd, luidende : « Art. 214sexies.Afhankelijk van de ernst van de feiten, die wordt beoordeeld door de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie, kunnen de partijen vragen elkaar te ontmoeten. De ontmoeting is niet verplicht
kan
kel plaatsvinden als de tegenpartij er schriftelijk mee instemt. Iedere partij kan de ontmoeting op elk moment beëindigen. Het slachtoffer mag deze ontmoeting weigeren zonder dat dit hem mag benadelen. ». Art. 21.In dezelfde Code wordt een artikel 214septies ingevoegd, luidende : « Art. 214septies.§
de instellingen bedoeld in artikel 214, in het kader van hun in artikel 214, lid 2, 1°
3° bedoelde opdrachten, wisselen persoonsgegevens uit inzake klachten, meldingen
vastgestelde feiten, om hen in staat te stellen hun respectieve wettelijke opdrachten inzake de strijd tegen discriminatie in de huisvestingssector uit te voeren wanneer er meldingen worden ingediend bij de instellingen bedoeld in artikel 214, onverminderd de bepalingen bedoeld in de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens. In het kader van deze gegevensuitwisseling zijn de Gewestelijke Huisvestingsinspectie
de in artikel 214 bedoelde instellingen afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken. De Gewestelijke Huisvestingsinspectie
de in artikel 214 bedoelde instellingen stellen een formulier op voor de uitwisseling van persoonsgegevens waarin gewaarborgd wordt dat de verwerking beperkt blijft tot de hierna genoemde categorieën persoonsgegevens
categorieën van betrokkenen. De categorieën van verwerkte persoonsgegevens zijn de contactgegevens (naam, voornaam, adres), dossiernummer, de feiten in verband met de inbreuken die verbonden zijn aan het dossier, de eventuele relevante beschermde criteria, de uitgevoerde discriminatietesten (de contactgegevens van de verhuurder, de fictieve e-mailadressen die zijn gebruikt, de geteste beschermde criteria)
de resultaten van die testen, het overzicht van de gevoerde hoorzittingen
of de betrokken aangeklaagden al dan niet vervolgd werd, het al dan niet bestaan van een administratieve sanctie
de motivering voor de al dan niet opgelegde sanctie,
de status van het dossier. In elk geval worden
kel die gegevens meegedeeld die relevant
niet overmatig zijn voor het bereiken van de in lid 1 genoemde doeleinden. De categorieën van betrokkenen van wie de gegevens zullen worden verwerkt, zijn verzoekers, slachtoffers, getuigen
aangeklaagden. De categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens zijn de dossierbeheerders
de leden van de hiërarchische lijn, al naargelang zij die gegevens nodig hebben voor het vervullen van hun functie de medewerkers voor wie de toegang tot de gegevens nodig is voor de uitoefening van hun functie, de leden van de hiërarchische lijn, de raad van bestuur, ICT-beheerders
de onderaannemers van de Gewestelijke Huisvestingsinspectie
de in artikel 214 bedoelde instellingen. Zij ontvangen deze gegevens op voorwaarde dat de verwerking ervan noodzakelijk is voor het bereiken van de in lid 1 genoemde doeleinden
dat de door de verwerkingsverantwoordelijken bepaalde garanties inzake veiligheid
verwerking in acht worden genomen. De verwerkte persoonsgegevens worden bewaard voor een periode van maximaal 10 jaar vanaf het moment dat het dossier bij de instellingen wordt geopend, onverminderd een langere bewaringstermijn in geval van een rechtsvordering of in geval van toepassing van de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/1955 pub. 31/12/2010 numac 2010000717 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Archiefwet sluiten. Deze termijn wordt bovendien verkort wanneer de bewaring van gegevens niet langer noodzakelijk is om de in lid 1 genoemde doeleinden te bereiken. ». Art. 22.In de dezelfde Code wordt een artikel 214octies ingevoegd, luidende : « Art. 214octies.Onverminderd hetgeen reeds is bepaald met betrekking tot discriminatietests die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 214bis
de uitwisseling van persoonsgegevens in verband met klachten, meldingen
vastgestelde feiten overeenkomstig artikel 214septies, verwerkt de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie, om haar opdracht met betrekking tot het toezicht op de naleving van de door of krachtens de artikelen 194, 200bis
200ter, §§ 1
3, vastgestelde verplichtingen, de volgende categorieën persoonsgegevens met betrekking tot vastgoedmakelaars, verhuurders
hun vertegenwoordigers, slachtoffers van discriminatie
alle andere personen die in dit verband een rol spelen of worden vermeld : 1° identificatiegegevens, inclusief de naam
voornaam ;2° contactgegevens, inclusief het telefoonnummer
het e-mailadres ;3° andere informatie die het contact vergemakkelijkt, bijvoorbeeld de taal
het adres van de verblijfplaats ;4° gegevens met betrekking tot het eigendom van de betrokken woningen ;5° stedenbouwkundige gegevens met betrekking tot de betrokken woningen ;6° schriftelijke correspondentie
beeld- of geluidsopnames ;7° alle andere informatie die het al dan niet bestaan van discriminatie in de zin van deze titel aan het licht kan brengen
, in voorkomend geval, aanleiding kan geven tot een bestraffing, met inbegrip van, in voorkomend geval, de categorieën van gegevens bedoeld in de artikelen 9
10 van Verordening EU 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens. De persoonsgegevens die discriminatie aan het licht kunnen brengen, worden bewaard gedurende de tijd die nodig is om het discriminatiegeschil in kwestie af te handelen. Met uitzondering van de gevallen die reeds bij of krachtens de wet zijn voorzien, worden de door de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie verwerkte persoonsgegevens aan derden doorgegeven indien
voor zover deze doorgifte noodzakelijk blijkt voor de in paragraaf 1 genoemde doeleinden. Onverminderd de bepalingen bedoeld in de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement
de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
betreffende het vrije verkeer van die gegevens, heeft de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie toegang tot de authentieke bronnen
de databanken die nodig zijn voor de uitoefening van haar opdrachten waarmee zij krachtens deze titel is belast. In dit verband heeft de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie toegang tot de informatie uit het Rijksregister die zij nodig heeft,
dit overeenkomstig artikel 5, § 1, 1° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. De Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie is tevens gemachtigd om de rijksregisternummers op te vragen
te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, lid 3 van dezelfde wet. De Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie heeft toegang tot de onlineapplicatie MyRent die door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking wordt gesteld voor de elektronische aanbieding ter registratie van huurovereenkomsten
de essentiële onderdelen ervan. Zij heeft ook toegang tot de nodige informatie in de kadastrale gegevens die worden beheerd door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. ». Art. 23.In artikel 217, § 1, eerste lid, van dezelfde Code worden de bepalingen onder 1° aangevuld met de woorden : « , met inbegrip van het juiste adres, met name de straat, het nummer, de gemeente, de verdieping, middendeel, linkerkant, rechterkant,
alle andere gegevens aan de hand waarvan de verhuurde ruimtes op een eenduidige
afzonderlijke wijze kunnen worden geïdentificeerd ». Art. 24.Artikel 11 van deze ordonnantie treedt in werking zes maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 9 juni 2022. De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling
Stadsvernieuwing, Toerisme, de promotie van het Imago van Brussel
Biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken
Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu,
ergie
Participatieve Democratie, A. MARON De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid
van het Imago van Brussel, S. GATZ De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk
Beroepsopleiding, Digitalisering
de Plaatselijke Besturen, B. CLERFAYT _______ Nota Documenten van het Parlement : Gewone zitting 2021-2022 A-538/1 Ontwerp van ordonnantie A-538/2 Verslag Integraal verslag : Bespreking
aanneming : vergadering van vrijdag 3 juni 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.