← België

Wet houdende tijdelijke ondersteunings- maatregelen ten gevolge van de energiecrisis

Wet houdende tijdelijke ondersteunings- maatregelen ten gevolge van de energiecrisis (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenw

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag, 18 januari 2023; - via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023; - via verrekening op openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten, opgemaakt krachtens artikel 53, §

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023; - via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en

  1. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december
  2. Art. 40.De rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 38, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 maart 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 maart
  3. Rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 38, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 augustus
  4. Afdeling
  5. - De financiering van de federale elektriciteitspremie Art. 41.§
  6. De financiering van de federale elektriciteitspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet. §
  7. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk. §
  8. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie. Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier op 30 juni
  9. Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. §
  10. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leverancier van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf
  11. HOOFDSTUK
  12. - Federale gaspremie Afdeling
  13. - Definities eigen aan dit hoofdstuk Art. 42.De definities vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, hierna genoemd "de Gaswet", zijn van toepassing op dit hoofdstuk. Afdeling
  14. - Rechthebbenden Art. 43.§
  15. Aan elke huishoudelijke afnemer die op 30 september 2022 een leveringsovereenkomst voor gas voor diens woonplaats heeft: 1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021;2° ofwel met een variabele prijs, wordt een federale gaspremie toegekend van 270 euro. Kwalificeren eveneens als rechthebbenden in de zin van het eerste lid, de eindafnemers achter een collectief aansluitpunt met een gezamenlijke stookinstallatie op gas die een recht op levering genieten in het kader van een overeenkomst bedoeld in het eerste lid, die in hun naam en voor hun rekening gesloten werd door een andere huishoudelijke afnemer van dezelfde gezamenlijke stookinstallatie op gas of door een vereniging van mede-eigenaars. Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste en het tweede lid die op 30 september 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale gaspremie slechts één keer toegekend. §
  16. De federale gaspremie is niet van toepassing op: 1° de tweede verblijfplaatsen;2° de occasionele klanten, de tijdelijke aansluitingen;3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen, of wanneer er geen opvolger is;4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid op 30 september 2022 kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet. Afdeling
  17. - Toekenning van de federale gaspremie Art. 44.§
  18. Het bedrag van de federale gaspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leveringsonderneming die voorziet in de levering van gas op 30 september
  19. §
  20. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale gaspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen: 1° in geval van faillissement van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;4° in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12° bis, van de Gaswet, aan de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september
  21. De Koning kan voor de in deze paragraaf bedoelde gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale gaspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk
  22. Art. 45.§
  23. De rechthebbende die met meerdere gezinnen of huishoudens gas afneemt via eenzelfde EAN aansluitingspunt op het aardgasdistributienet dient voor de toekenning van de gaspremie, in samenwerking met de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 30 september 2022 een gasleveringscontract had afgesloten met een leveringsonderneming rond leveringen via voormeld aansluitingspunt, een aanvraag in te dienen bij de FOD Economie, ten laatste op 30 april 2023, die minstens de volgende gegevens bevat: 1° de naam en de voornaam van de aanvrager;2° het Rijksregisternummer van de aanvrager;3° het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager;4° de EAN-code van het aansluitingspunt;5° het adres van het EAN aansluitingspunt;6° een kopie van de meest recente voorschot- of afrekeningsfactuur van het voormeld gasleveringscontract;en 7° een verklaring op eer van voormelde natuurlijke persoon of rechtspersoon dat de aanvrager bijdroeg in de kosten van de gaslevering. De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon is ertoe gehouden om de aanvrager op eenvoudig verzoek de gegevens te verschaffen bedoeld in het eerste lid, 4° tot 7°. De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvragen bedoeld in het eerste lid. Over de aanvragen, ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt onverwijld beslist na de ontvangst ervan. De beslissing over de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, wordt ter kennis gebracht aan de FOD Financiën die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie via overschrijving. §
  24. De toekenning van het bedrag van de federale gaspremie aan de rechthebbenden, anderen dan de rechthebbenden bedoeld in paragraaf 1, die opgenomen zijn in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, geschiedt automatisch en wordt verrekend met een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie in de periode vóór 1 januari
  25. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert. Ongeacht of er een levering van gas heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale gaspremie toegekend. Indien de factuur waarop de federale gaspremie wordt verrekend krachtens het eerste lid lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale gaspremie verrekend op een van de volgende manieren: 1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 januari 2023;2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 januari 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur bedoeld in het eerste lid;3° via verrekening met openstaande schulden. Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het derde lid, 2° en 3°, nog een resterend bedrag van de federale gaspremie toekomt, maakt de leveringsonderneming dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving. §
  26. De rechthebbende bedoeld in paragaaf 2, aan wie geen federale gaspremie werd toegekend overeenkomstig dezelfde paragraaf, kan daartoe vanaf 23 januari 2023 tot en met 30 april 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie. De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig het eerste lid. Over de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan. De beslissing rond de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid wordt ter kennis gegeven aan de leveringsonderneming, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie: 1° via overschrijving;2° via verrekening met een voorschot- of afrekeningsfactuur;3° via verrekening met openstaande schulden. §
  27. In het geval waarin de leveringsonderneming niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leveringsonderneming de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken. §
  28. Bij de toekenning van de federale gaspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leveringsonderneming duidelijk de manier van verrekening van de federale gaspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket gas 2022". Elke leveringsonderneming voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat: 1° de berichtgeving "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022 en 135 euro voor december 2022." of, indien van toepassing, de beide berichten: "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022." in november 2022 en "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor december 2022." in december 2022; 2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale gaspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;3° hoe zich beter te informeren over de federale gaspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina. §
  29. De federale gaspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende. Art. 46.In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, voor de rechthebbenden met een budgetmeter, de federale gaspremie toegekend op een van de volgende manieren: - via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt aan de leveringsonderneming via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023; - via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023; - via verrekening met openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §

§ 2

. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023; - via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022. Art. 47.De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 45, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 maart 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 maart 2023. De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 45, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 augustus 2023. Afdeling 4. - De financiering van de federale gaspremie Art. 48.§ 1. De financiering van de federale gaspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3°, van de Gaswet. § 2. De leveringsondernemingen en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk. § 3. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie. Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveringsondernemingen gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3°, van de Gaswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveringsondernemingen op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leveringsonderneming per 30 juni 2022. Wanneer een leveringsonderneming wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leveringsonderneming had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. § 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leveringsonderneming voor gas van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient te worden geleverd aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2. HOOFDSTUK 4. - Verwerking van persoonsgegevens Art. 49.§ 1. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie met de leveranciers bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 2, de leveringsondernemingen bedoeld in artikel 44, §§ 1 en 2, de distributienetbeheerders, het Rijksregister, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en met de commissie. De toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het Rijksregister. § 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op de dag volgend op de inwerkingtreding van deze wet, de volgende gegevens: 1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van de leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;2° bij de leveringsondernemingen: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;3° bij de distributienet-beheerders voor elektriciteit: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;4° bij de distributienet-beheerders voor gas: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de gaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum. § 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers en de leveringsondernemingen voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd. § 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat: 1° de lijst van de leveranciers en de leveringsondernemingen en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 51;2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 52;3° de omzetting tussen enerzijds het rijksregisternummer en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers en de leveringsondernemingen aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in deze titel;4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 2. § 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 38 en door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 45. Art. 50.De rechthebbende heeft het recht zich kosteloos te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens met het oog op de automatische toekenning van de federale elektriciteits- of gaspremie, middels een gedateerde en ondertekende kennisgeving hiervan aan zijn leverancier of leveringsonderneming. De leveranciers en leveringsondernemingen halen de gegevens van de huishoudelijke afnemers die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonsgegevens door derde partijen in het kader van deze titel, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 49. Art. 51.§ 1. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen de dag volgend op de inwerkingtreding van deze wet, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers op 30 september 2022: 1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;2° de GLN-code (Global Location Number);3° de EAN-code van het aansluitingspunt;4° de naam en voornamen;5° het facturatieadres;6° het leveringsadres;7° de energiebron;8° de begin- en einddatum van de levering;9° het contracttype: vaste of variabele prijs;10° desgevallend, het statuut van residentiële beschermde afnemer die geniet van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas;11° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens: - het identificatienummer van de sociale zekerheid; - de geboortedatum. De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht. § 2. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 31 januari 2023, de volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die voorafgaand aan 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen: 1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;2° de GLN-code (Global Location Number);3° de EAN-code van het aansluitingspunt;4° de naam en voornamen;5° het facturatieadres;6° het leveringsadres;7° de energiebron;8° de begin- en einddatum van de levering;9° het contracttype: vast of variabel;10° desgevallend het statuut van residentiële afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:

  1. a)het identificatienummer van de sociale zekerheid;
  2. b)de geboortedatum. De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht. § 3. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 november 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die vanaf 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen: 1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;2° de GLN-code (Global Location Number);3° de EAN-code van het aansluitingspunt;4° de naam en voornamen;5° het facturatieadres;6° het leveringsadres;7° de energiebron;8° de begin- en einddatum van de levering;9° het contracttype: vast of variabel;10° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
  3. a)het identificatienummer van de sociale zekerheid;
  4. b)de geboortedatum. De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht. § 4. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie, gebruiken de leveranciers en leveringsondernemingen een unieke identificator met het oog op de identificatie van de huishoudelijke afnemers. § 5. De leveranciers en leveringsondernemingen kunnen de persoonsgegevens die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 53, § 1, of § 2, verwerken. § 6. Iedere leverancier en leveringsonderneming houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie. § 7. De leveranciers en leveringsondernemingen verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 38, § 3, of artikel 45, § 3. § 8. De commissie verstrekt op verzoek van de FOD Economie de gegevens rond de residentiële beschermde afnemers bedoeld in artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet en artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet die noodzakelijk zijn met het oog op de toepassing van artikel 36, § 2, 4° en artikel 43, § 2, 4°. Art. 52.§ 1. Voor de uitvoering van zijn opdrachten omschreven in deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, beschikt de FOD Economie over: 1° het recht op toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, overeenkomstig artikel 5, § 1, van dezelfde wet;2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken. § 2. Het Rijksregister deelt de volgende gegevens mee overeenkomstig de nadere regels in paragraaf 1: 1° de naam en de voornamen;2° de hoofdverblijfplaats;3° het geslacht;4° de geboortedatum;5° de overlijdensdatum;6° de samenstelling van het gezin;7° het identificatienummer;8° de datum van de laatste bijwerking. Art. 53.§ 1. Uiterlijk op 10 november 2022 deelt de FOD Economie aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 37 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 51, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en die de volgende gegevens bevat: 1° de naam;2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;4° de GLN-code (Global Location Number);5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie. De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen belast met de uitbetaling krachtens artikel 44 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leveringsonderneming overeenkomstig artikel 51, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, die de volgende gegevens bevat: 1° de naam;2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;4° de GLN-code (Global Location Number);5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie. § 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 38, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 38, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale elektriciteitspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens: 1° de naam;2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;4° de GLN-code (Global Location Number);5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie;6° het bankrekeningnummer voor overschrijving. De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 45, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 45, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale gaspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens: 1° de naam;2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;4° de GLN-code (Global Location Number);5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie;6° het bankrekeningnummer voor de overschrijving. § 3. De lijsten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor de terugbetalingen bedoeld in artikel 41, § 2, en in artikel 48, § 2. Art. 54.§ 1. De FOD Economie kan de gegevens van de rechthebbende bedoeld in deze titel verwerken, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten0 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de coördinatie, bedoeld in artikel 49. De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister. De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel. § 2. De leverancier bedoeld in artikel 37, en de leveringsonderneming bedoeld in artikel 44, kunnen de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten0 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling de federale elektriciteits- of gaspremie aan de rechthebbende. De leveranciers en de leveringsondernemingen kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 53, §§ 1 en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De leverancier of de leveringsonderneming is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel. § 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in deze wet, inclusief de persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten0 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de federale elektriciteits- of gaspremie aan de leveranciers en leveringsondernemingen. De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid, niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken. De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid. HOOFDSTUK 5. - Toezicht Art. 55.De commissie ziet toe op de toepassing van deze titel overeenkomstig artikel 26 en artikel 31 van de Elektriciteitswet en overeenkomstig artikel 15/16 en artikel 20/2 van de Gaswet. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen Art. 56.In artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, van de Gaswet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014011175 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen type wet prom. 26/03/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014011176 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 februari 2022, wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden ", en de eenmalige forfaitaire tegemoetkomingen;". HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bijdrage energie Art. 57.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "premie": de federale elektriciteitspremie bedoeld in artikel 36 en de federale gaspremie bedoeld in artikel 43;2° "persoon die de premie heeft verkregen":
  5. a)wanneer het een premie betreft die wordt verrekend op een factuur, wordt opgenomen in een kredietnota of wordt vermeld in de afzonderlijke communicatie bedoeld in de artikelen 38 en 45: de residentiële afnemer vermeld op de factuur, op de kredietnota of op de afzonderlijke communicatie;
  6. b)wanneer het een premie betreft die wordt uitbetaald door de noodleverancier zonder verrekening op een factuur of opname in een kredietnota: de residentiële afnemer waarvoor de noodleverancier overeenkomstig artikel 38, § 1, of artikel 45, § 2, tussenkomt;
  7. c)in het in artikel 45, § 1, bedoelde geval: de persoon die de premie aanvraagt;3° "jaar van toekenning van de premie": het belastbaar tijdperk inzake inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 360 van het Wetboek waarin de premie of een gedeelte ervan:
  8. a)wordt verrekend op een factuur in de mate dat die verrekening geen aanleiding geeft tot een negatief bedrag;
  9. b)op openstaande schulden wordt aangerekend;
  10. c)wordt uitbetaald bij bankoverschrijving;
  11. d)wordt bijgeschreven op het actief krediet van een budgetmeter. De premie of een gedeelte ervan wordt evenwel geacht te worden aangerekend op openstaande schulden of te worden uitbetaald bij bankoverschrijving op datum van de factuur of van de kredietnota:
  12. a)in de mate dat de verrekening ervan op een factuur die is opgemaakt in 2022 aanleiding geeft tot een negatief bedrag en dat negatief bedrag uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving;
  13. b)wanneer de premie of een gedeelte ervan is opgenomen in een kredietnota die is opgemaakt in 2022 en uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving. Het jaar van de toekenning van de premie wordt desgevallend bepaald per gedeelte van de premie dat wordt toegekend in de zin van het eerste lid; 4° "het Wetboek": het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;5° "inkomstenbelastingen": de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners bedoeld in respectievelijk artikel 1, § 1, 1° en 4°, van het Wetboek;6° "inkomen": het totale netto-inkomen zoals het voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, in de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 103 en 129/

de artikelen 228 tot 232, 235, 237, 238, 240ter en 240quater van het Wetboek, met uitsluiting van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek die geen beroepskarakter hebben;7° "echtgenoot": een persoon die gehuwd is of wettelijk samenwoont;8° "gemeenschappelijke aanslag": een aanslag inzake inkomstenbelastingen ten name van de beide echtgenoten;9° "persoon ten laste": de persoon voor wie bij toepassing van de artikelen 132, 132bis, 136 tot 145, 244bis, en 546, van het Wetboek, voor de berekening van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de toeslag op de belastingvrije som geacht te zijn toegekend aan beide echtgenoten samen; 10° "kind in een co-ouderschapsregeling": een kind voor wie bij toepassing van artikel 132bis, tweede lid, van het Wetboek de helft van de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, van het Wetboek, bedoelde toeslagen is toegekend;11° "gemiddelde aanslagvoet": de gemiddelde aanslagvoet bedoeld in artikel 171, 6°, van het Wetboek die in het aanslagbiljet in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar verbonden met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 wordt vastgesteld. Art. 58.§

  1. Elke persoon die de premie heeft verkregen en ten name van wie een aanslag inzake inkomstenbelastingen wordt gevestigd voor het jaar van de toekenning van de premie, is een bijzondere bijdrage energie verschuldigd wanneer zijn inkomen meer bedraagt dan 62.000 euro, te verhogen met 3.700 euro per persoon ten laste ander dan een kind in een co-ouderschapsregeling en met 1.850 euro per kind in een co-ouderschapsregeling. De bijzondere bijdrage energie is gelijk aan het bedrag van de premie die in het betrokken belastbare tijdperk is toegekend in de zin van artikel 57, 3°, vermenigvuldigd met anderhalve maal de gemiddelde aanslagvoet die is vastgesteld in hoofde van de persoon die de premie heeft verkregen. Het bedrag van de overeenkomstig het tweede lid berekende bijdrage wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt. §
  2. In geval voor de persoon die de premie heeft verkregen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt: 1° het in paragraaf 1, eerste lid, vermelde bedrag van 62.000 euro verhoogd tot 125.000 euro; 2° voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, rekening gehouden met de som van het inkomen van beide echtgenoten;3° voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, het bedrag van de premie vermenigvuldigd met anderhalve maal het gemiddelde van de gemiddelde aanslagvoeten vastgesteld in hoofde van elke echtgenoot. Het in het eerste lid, 3°, bedoelde gemiddelde wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt. Art. 59.§
  3. De administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen berekent het bedrag van de bijzondere bijdrage energie en vestigt de bijdrage op basis van de gegevens die haar door de FOD Economie in toepassing van artikel 61 worden verstrekt. De administratie belast met de inning van de inkomstenbelastingen int de bijzondere bijdrage energie. De bedragen van minder dan 2,50 euro worden niet in het kohier opgenomen. §
  4. Titel VII van het Wetboek is van toepassing op de bijzondere bijdrage energie. Art. 60.In afwijking van artikel 49 van het Wetboek wordt de bijzondere bijdrage energie niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt. Art. 61.De FOD Economie bezorgt aan de FOD Financiën via elektronische weg voor elke persoon die de premie heeft verkregen vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de toekenning van de premie de volgende gegevens: 1° de naam en voornaam van de persoon die de premie heeft verkregen en zijn rijksregisternummer;2° het bedrag van de premie die is toegekend in de zin van artikel 57, 3° ;3° de datum van de toekenning van de premie in de zin van artikel 57, 3°. HOOFDSTUK
  5. - Slotbepalingen Art. 62.Deze titel treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. TITEL
  6. - Verwarmingspremie Art. 63.In artikel 21, § 2, van de wet van 28 februari 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten3 houdende diverse bepalingen inzake energie, worden de woorden "15 oktober 2022" vervangen door de woorden "het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis". Art. 64.In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "15 oktober 2022" telkens vervangen door de woorden "het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis";2° in het derde lid worden de woorden "15 november 2022" telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023". Art. 65.Deze titel heeft uitwerking op 14 oktober
  7. TITEL
  8. - Justitie HOOFDSTUK
  9. - Tijdelijke verhoging van de inbeslagnemingsdrempels bedoeld in artikel 1409 van het gerechtelijk wetboek Art. 66.De bedragen die worden vermeld in artikel 1409, § 1, eerste tot vierde lid, en § 1bis, eerste tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aangepast bij het koninklijk besluit van 17 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten7 tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, worden tijdelijk verhoogd als volgt: 1° het bedrag van 27.000 frank, aangepast tot 1.186 euro, wordt verhoogd tot 1.424 euro; 2° het bedrag van 29.000 frank, aangepast tot 1.274 euro, wordt verhoogd tot 1.529 euro; 3° het bedrag van 32.000 frank, aangepast tot 1.406 euro, wordt verhoogd tot 1.688 euro; 4° het bedrag van 35.000 frank, aangepast tot 1.538 euro, wordt verhoogd tot 1.846 euro; 5° het bedrag van 50 euro, aangepast tot 73 euro, wordt verhoogd tot 88 euro. Art. 67.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 31 december
  10. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden, alsook de bedragen van de in artikel 66 bedoelde tijdelijke verhoging wijzigen. HOOFDSTUK
  11. - Tijdelijk moratorium ten voordele van ondernemingen gedurende de energiecrisis Art. 68.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "energieprijs": de prijs van gas, elektriciteit, steenkool, hout en olie aangerekend door de energieleveranciers aan hun rechtstreekse afnemers en aan de eindconsument;2° "energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden": ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van boek XX van het Wetboek van economisch recht en waarvan het risico van discontinuïteit in hoofdzaak het gevolg is van de stijging van de energieprijzen tussen 24 februari 2022 en 31 december 2022;3° "aankoop van energieproducten": werkelijke kosten van energie die de onderneming heeft aangekocht of gegenereerd;4° "toegevoegde waarde": de totale aan btw onderworpen omzet inclusief uitvoer, verminderd met de totale aan btw onderworpen inkoop inclusief invoer. Art. 69.Dit hoofdstuk is van toepassing op energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden. Als een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden wordt beschouwd, de onderneming die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° een onderneming die niet duurzaam heeft opgehouden te betalen op datum van 24 februari 2022;2° de aankoop van energieproducten en elektriciteit van de onderneming maakt ten minste 3 % van de toegevoegde waarde uit voor het kalenderjaar 2021;3° de onderneming heeft de voorbije drie maanden voor de inwerkingtreding van deze titel een energieprijs betaalt die ten minste is verdubbeld ten opzichte van de energieprijs die gemiddeld is betaald tussen 1 januari 2021 en 30 september 2021;4° de onderneming heeft geen vervallen en opeisbare belastingschulden of socialezekerheidsschulden, met uitzondering van deze die onder een afbetalingsregeling vallen. Belastingschulden tot 1.500 euro of schulden waarvan het bestaan of het bedrag wordt betwist en waarover geen definitieve beslissing is genomen, worden niet in aanmerking genomen; 5° de onderneming werd opgericht voor 24 februari
  12. Art. 70.Een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 kan genieten van de maatregelen zoals uiteengezet in dit artikel en de artikelen 71 tot
  13. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de verplichting om opeisbare schulden te betalen. Onverminderd het vierde lid, hebben de maatregelen geen invloed op de exceptie van niet-uitvoering, op de schuldvergelijking voor samenhangende vorderingen en op het retentierecht. Op schulden aangegaan door energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden voor de aankoop van energieproducten waarvoor de opheffing van het beslag kan worden gevraagd is de wettelijke rente verschuldigd tenzij de contractueel bedongen rente minder bedraagt. Een schadebeding opgelegd aan een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden voor een niet-betaling of laattijdige betaling van bovenvermelde schulden aangegaan na 24 februari 2022 heeft geen uitwerking. Art. 71.De energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 op wier goederen beslag wordt gelegd op grond van schulden aangegaan voor de aankoop van energieproducten verricht na 24 februari 2022, kan de opheffing vragen van het beslag volgens de modaliteiten bepaald in het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek. De opheffing van het beslag wordt verleend op verzoek van de onderneming, voorwerp van het beslag, die bewijst dat ze aan alle voorwaarden van artikel 69 voldoet. Deze bepaling is niet van toepassing op het beslag op onroerend goed en het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen. Art. 72.Een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 kan niet op dagvaarding failliet verklaard worden of, indien de onderneming een rechtspersoon is, gerechtelijk worden ontbonden, tenzij op initiatief van het openbaar ministerie of van de in toepassing van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank aangestelde voorlopige bewindvoerder of wanneer de onderneming wordt ontbonden op verwijzing door de kamer van ondernemingen in moeilijkheden of met de toestemming van de schuldenaar. Evenmin kan op grond van artikel XX.84, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek de overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een deel van haar activiteiten worden bevolen. De schuldenaar die in faillissement of ontbinding wordt gedagvaard op initiatief van een andere persoon dan het openbaar ministerie of de voorlopige bewindvoerder aangewezen door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank met toepassing van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht en die zou verschijnen op de inleidende zitting, beschikt over een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de inleidende zitting om het bewijs te leveren dat hij een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel
  14. De ondernemingsrechtbank zal een bijkomende termijn kunnen toekennen aan de schuldenaar, uit eigen beweging of op vraag van de schuldenaar. De schuldenaar die niet verschijnt op de inleidende zitting of op de eerste zitting waarop het dossier werd overhandigd, wordt verondersteld geen energie-intensieve onderneming in moeilijkheden te zijn in de zin van artikel
  15. Art. 73.De verplichting bedoeld in artikel XX.102 van het Wetboek van economisch recht voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen, wordt voor de energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69, opgeschort indien de vervulling van de faillissementsvoorwaarden het gevolg is van de stijging van de energieprijzen. Hierbij wordt geen afbreuk gedaan aan de mogelijkheid voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen. Art. 74.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 31 december
  16. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Ciergnon, 30 oktober
  17. FILIP Van Koningswege : De eerste minister, A. DE CROO De minister van Economie en Werk, P.-Y. DERMAGNE De minister van Zelfstandigen, D. CLARINVAL De minister van Financiën, V. VAN PETEGHEM De minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE De minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE De minister van Pensioenen, K. LALIEUX De minister van Energie, T. VAN DER STRAETEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota

(1)Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 55 2915 Integraal verslag : 27 oktober 2022.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.