13 JUILLET 2021. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake grensove
§ 4
, voor de opvolging van de transporten bepaald in artikel 15, onder c en d, en in artikel 16, onder b, d en e, van de verordening, en voor de andere procedures die bepaald kunnen worden door
§ 4
; - de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, verbinden er zich allen schriftelijk toe om, op het ogenblik van kennisgeving, dit systeem uitsluitend te gebruiken in het kader van de betrokken kennisgeving; - de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, komen allemaal dit engagement na, voor alle transporten bedoeld in de betrokken kennisgeving. In afwijking van de voorgaande leden, wordt de retributie vastgelegd op 0 euro voor de kennisgevingen van overbrenging van afvalstoffen die uitsluitend betrekking hebben op de zeehavengebieden. Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig paragraaf 4 of andere toepasselijke bepalingen overgaat tot de schorsing of de intrekking van een instemming die ze afgeleverd heeft voor een kennisgeving, wordt er ambtshalve aan de kennisgever een aanvullende retributie van 200 euro per betrokken kennisgeving aangerekend. De bedragen bedoeld in deze paragraaf worden aangepast in functie van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen in België. De basisbedragen worden vermenigvuldigd met het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van het vorige jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van 2015 en vervolgens afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 25 euro. Indien de afstand tussen twee veelvouden van 25 gelijk is, krijgt het hoogste veelvoud van 25 de voorkeur. De bedragen van de in deze paragraaf bedoelde retributie kunnen worden verlaagd in de gevallen en onder de voorwaarden die worden vastgesteld in een uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke overheden. De retributies zijn van toepassing op de kennisgevingen die ontvangen worden door de Interregionale Verpakkingscommissie vanaf de eerste dag van de derde maand van inwerkingtreding van dit Samenwerkingsakkoord. §
- De volledige betaling van het totaalbedrag van de retributies die verschuldigd zijn krachtens onderhavig Akkoord is een belangrijk element van de kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen. Indien deze volledige betaling niet ontvangen is of in geval van achterstallige betalingen op het ogenblik dat de Interregionale Verpakkingscommissie zich uitspreekt over een kennisgeving, moet zij haar instemming voor deze kennisgeving koppelen aan een voorwaarde betreffende de volledige betaling van deze retributies, binnen een bepaalde termijn, of een bezwaar opperen. Een richtlijn bedoeld in artikel 9 § 4 kan deze modaliteiten nader bepalen en met name herinneringskosten berekenen op basis van de kosten en ongemakken die de betalingsachterstand met zich meebrengt. Deze herinneringskosten kunnen een bedrag als laattijdigheidsboete omvatten. Het maximum van deze laattijdigheidsboete bedraagt 50 euro en wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald in paragraaf
- De Interregionale Verpakkingscommissie trekt haar instemming in wanneer de kennisgever in gebreke blijft na verloop van de vastgelegde termijn om het totaalbedrag van de retributies verschuldigd krachtens onderhavig Akkoord. De Interregionale Verpakkingscommissie staat in voor de juiste inning van de retributies verbonden aan de overbrengingen van afvalstoffen en past de vooropgestelde sancties in voorkomend geval toe, met inachtneming van de regels die krachtens onderhavig Akkoord en door de gewesten zijn aangenomen. Zij staat in voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het tarief van de geïndexeerde retributies die aan de kennisgevers worden aangerekend, evenals de beslissingen van haar Beslissingsorgaan en van de
§ 4, die betrekking hebben het huidige artikel.
De bedragen van de retributies inzake de overbrenging van afvalstoffen, evenals de herinneringskosten, worden opgenomen in een specifieke post van de jaarlijkse begroting van de Interregionale Verpakkingscommissie bedoeld in artikel 9 §
- HOOFDSTUK
- - Formele samenwerking met derde partijen Art. 11.Wanneer partijen in het kader van de handhaving en binnen hun eigen bevoegdheden samenwerkingsovereenkomsten wensen af te sluiten met derden die een mogelijke impact (van financiële, personele of technische aard) hebben op de werking van de overige partijen m.b.t. de materie die door dit samenwerkingsakkoord gevat is, brengen zij deze hiervan op de hoogte en nodigen zij deze uit om deel te nemen aan de verdere uitwerking van de samenwerking. De partijen streven ernaar om de formele samenwerking met derden, in het kader van de handhaving van de verordening, gezamenlijk te formaliseren. Dit streven geldt minstens voor de partijen die rechtstreekse gevolgen van een dergelijke samenwerking kunnen ondervinden. HOOFDSTUK 1
- - Coördinatiegroep Art. 12.§
- Met het oog op een regelmatig overleg over de coördinatie van het handhavingsbeleid inzake grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen, wordt een coördinatiegroep opgericht. De coördinatiegroep is belast met het volgende: - het afstemmen van werkprogramma's en van de controleplannen volgens artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein; - het samenwerken in het kader van de risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening; - het evalueren van de samenwerking zoals vermeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, alsook het valideren van de rapportering aan de Europese Commissie zoals bedoeld in Bijlage IX, het deel betreffende artikel 50 paragraaf 2 bis; - het overleg plegen over elektronische gegevensuitwisseling met betrekking tot kennisgevingen, bedoeld in artikel 6, § 2; - het overleg plegen over voorstellen tot wijzigingen van regelgevingen, alsook over interpretatievragen van Europese, gewestelijke of federale wetgeving voor zoverre deze regelgeving en deze vragen betrekking hebben op de handhaving van de verordening; - het geven van ondersteuning aan de CCIM werkgroep "Transfer van afvalstoffen" bij het bepalen van standpunten die moeten worden ingenomen met betrekking tot alle aangelegenheden in verband met het toezicht op en de controle van grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen; - het coördineren van de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de handhaving van de verordening, en deze rapportering voorbereiden voor de CCIM werkgroep Transfer van afvalstoffen; - het wederzijds informeren over alle formele vormen van samenwerking met betrekking tot de handhaving van de verordening die één of meerdere partijen wenst af te sluiten met derden; - het formuleren van richtlijnen ter attentie van de doorvoerautoriteit, zoals bepaald in artikel 9, § 4 en artikel 10 §§ 2 tot
- Bovendien kan de coördinatiegroep initiatieven nemen in het kader van: - het afstemmen van werkprogramma's en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein; - het afstemmen van procedures voor de inspectie van afvaloverbrengingen; - het afstemmen van procedures voor de opsporing van frauduleuze afvaloverbrengingen; - het afstemmen van procedures voor de vervolging van vastgestelde overtredingen op de verordening; - het afstemmen van een indicatieve lijst van inbreuken en bijhorende afhandelingsprocedure voor individuele vaststellingen van illegale overbrengingen; - het optimaliseren van de uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld door middel van een beveiligd netwerk. §
- De coördinatiegroep is samengesteld uit: - voor Binnenlandse Zaken: één vertegenwoordiger van de Federale Politie, en een bijkomende vertegenwoordiger, beiden aan te duiden door de minister van Binnenlandse Zaken; - één vertegenwoordiger van Justitie, aan te duiden door de minister van Justitie; - één vertegenwoordiger van het College van procureurs-generaal, aan te duiden door dit College; - twee vertegenwoordigers van de douane, aan te duiden door de minister van Financiën; - voor de bevoegde overheden, behalve voor de Interregionale Verpakkings-commissie: elk maximaal twee vertegenwoordigers, afkomstig van de administraties bevoegd voor handhaving en beleid van de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt, aan te duiden door de bevoegde ministers; - maximaal twee vertegenwoordigers van de Interregionale Verpakkingscommissie, aan te duiden door haar beslissingsorgaan. Voor elke aangeduide persoon wordt eveneens een vervanger aangeduid. §
- De coördinatiegroep komt geldig bijeen op voorwaarde dat de drie gewesten en de Federale Staat vertegenwoordigd zijn. Zij neemt haar besluiten bij consensus. In een huishoudelijk reglement worden de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de werking van de coördinatiegroep. Dit wordt aangenomen door een uitvoerend samenwerkingsakkoord. §
- De coördinatiegroep overlegt minimaal vier maal per jaar en de leden verzekeren de organisatie en het voorzitterschap volgens een beurtrol. §
- Op voordracht van een lid van de coördinatiegroep kunnen experten uitgenodigd worden om deel te nemen aan vergaderingen van de coördinatiegroep. HOOFDSTUK 1
- - Slotbepalingen Art. 13.Dit akkoord is afgesloten voor onbepaalde duur. Bij een éénzijdige opzegging van dit akkoord komen de partijen overeen dat zij een onderhandelingstermijn van zes maanden in acht nemen vanaf het ogenblik dat de opzeggende partij zijn intentie hiertoe heeft bekendgemaakt aan al de overige contracterende partijen. Art. 14.§
- Het samenwerkingsakkoord van 26 oktober 1994 tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen, wordt opgeheven. §
- Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste instemmingsakte van de partijen. Het akkoord wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad door de diensten van de eerste minister, op aanvraag van de partij waarvan de wetgever als laatste zijn instemming met het akkoord heeft gegeven. Opgemaakt in 10 exemplaren te Brussel, op 13 juli
- Voor de Federale Staat: De Vice-eersteminister en Minister van Justitie, belast met Noordzee, V. VAN QUICKENBORNE De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding, V. VAN PETEGHEM De Minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing, A. VERLINDEN Voor het Vlaams Gewest: De Minister-President van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management, J. JAMBON De Vlaamse Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR Voor het Waals Gewest: De Minister-president van Wallonië, E. DI RUPO De Waalse Minister van Leefmilieu, Natuur, Dierenwelzijn en Plattelandsvernieuwing, C. TELLIER Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie, A. MARON