.Naast de in artikel 6 vastgestelde voorwaarden om voor steun voor productieve investeringen in landbouwbedrijven in aanmerking te komen, moet de aanvrager: 1° aan de definitie van een actieve landbouwer voldoen;2° over de vereiste kwalificatie beschikken;3° ten minste zelfstandig landbouwer in een aanvullende hoedanigheid zijn;4° over een conformiteitsattest van de infrastructuren voor de opslag van dierlijke mesten beschikken en een bindingspercentage van minder dan of gelijk aan één hebben; 5° een standaard brutoproductie tussen 12.500 en 425.000 euro per bedrijfslid hebben; 6° geen exploitatie hebben die valt onder klasse 1 overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Het eerste lid, 6°, is niet van toepassing op verrichtingen die wegens hun geografische eenheid als één enkele inrichting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning worden beschouwd, wanneer zij autonoom en onafhankelijk van elkaar zijn. Wanneer de aanvrager is samengesteld uit een groep natuurlijke personen, moet ten minste de helft van de leden van de groep voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de helft van de aandelen bezitten. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet de meerderheid van de leden voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de meerderheid van de aandelen vertegenwoordigen die het kapitaal vertegenwoordigen. Indien de aanvrager wordt opgericht als een CVGL, moet de meerderheid van de leden van de CVGL, met een minimum van drie, voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, 2° en 3° en de meerderheid van de aandelen vertegenwoordigen. Lid 1, 1° en 4° tot en met 6°, is niet van toepassing op aanvragers die als CVGL zijn opgericht. Afdeling 2. - Subsidiabiliteit van de investering Art. 14.De Minister bepaalt welke investeringen in aanmerking komen wanneer zij worden gedaan en worden toegewezen aan productie-eenheden in het Waalse Gewest. Zij bepaalt ook welke investeringen in aanmerking komen wanneer zij op initiatief van een CVGL worden gedaan. Afdeling 3. - Steun Art. 15.De minister bepaalt de berekening van het steunbedrag en het maximumbedrag dat aan één begunstigde kan worden toegekend. HOOFDSTUK 4. - Steun voor niet-productieve investeringen in landbouwbedrijven. Afdeling 1. -
.Naast de in artikel 6 vastgestelde voorwaarden om voor steun voor niet-productieve investeringen in landbouwbedrijven in aanmerking te komen, moet de aanvrager: 1° aan de definitie van een actieve landbouwer voldoen;2° over de vereiste kwalificatie beschikken;3° ten minste zelfstandig landbouwer in een aanvullende hoedanigheid zijn;4° geen exploitatie hebben die valt onder klasse 1 overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op verrichtingen die wegens hun geografische eenheid als één enkele inrichting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning worden beschouwd, wanneer zij autonoom en onafhankelijk van elkaar zijn. Wanneer de aanvrager is samengesteld uit een groep natuurlijke personen, moet ten minste de helft van de leden van de groep voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de helft van de aandelen bezitten. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet de meerderheid van de leden voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de meerderheid van de aandelen vertegenwoordigen die het kapitaal vertegenwoordigen. Afdeling 2. - Subsidiabiliteit van de investering Art. 17.De Minister bepaalt welke investeringen in aanmerking komen wanneer zij worden gedaan en worden toegewezen aan productie-eenheden in het Waalse Gewest. Wil de investering in aanmerking komen, dan moet de begunstigde een hydrologische studie voorleggen die het belang van de investering rechtvaardigt. De hydrologische studie op de schaal van het stroomgebied wordt uitgevoerd op verzoek van de bij stroomproblemen betrokken gemeenten en wordt uitgevoerd door de Administratie of door provinciale technische diensten. Afdeling 3. - Bedrag en berekening van de steun Art. 18.De Minister bepaalt de berekening van het steunbedrag en het maximumbedrag dat aan één begunstigde kan worden toegekend. Art. 19.De artikelen 7 en 8 zijn niet van toepassing op steun voor niet-productieve investeringen. De steun wordt toegekend binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten. HOOFDSTUK 5. - Investeringssteun voor bosbouw- en bosuitbatingsbedrijven Afdeling 1. -
.Naast de in artikel 6 vastgestelde voorwaarden om voor steun voor investeringen in bosbouw- en bosuitbatingsbedrijven in aanmerking te komen, moet de aanvrager: 1° bij de Kruispuntbank der Ondernemingen zijn ingeschreven;2° overeenkomen met de definitie van een bosbouw- of bosuitbatingsbedrijf. Voor de toepassing van lid 1, 2°, wordt onder "bosbouw- of bosuitbatingsbedrijf" verstaan een natuurlijke persoon, micro-, kleine of middelgrote onderneming die is opgericht overeenkomstig de artikelen 1:1, 1:24 en 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 en die voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° het doel ervan is hoofdzakelijk bosbouwwerkzaamheden die overeenkomen met alle bosbouw- of herbebossingswerkzaamheden die bestaan uit het voorbereiden van de bodem, het verwijderen van concurrentie van kruidachtige of struikachtige gewassen, het planten en het verbeteren van de individuele kwaliteit van de bomen, of bosbouwkundige exploitatie die overeenkomt met alle activiteiten in verband met exploitatiewerkzaamheden die aan industriële verwerking voorafgaan;2. een bedrijf zijn in de bosbouwsector als omschreven door de Minister. Afdeling 2. - Subsidiabiliteit van de investering Art. 21.De Minister bepaalt welke investeringen in aanmerking komen wanneer zij worden gedaan en worden toegewezen in het Waalse Gewest. Afdeling 3. - Bedrag en berekening van de steun Art. 22.De Minister bepaalt de berekening van het steunbedrag en het maximumbedrag dat aan één begunstigde kan worden toegekend. HOOFDSTUK 6. - Steun voor investeringen in de primaire verwerking of afzet van landbouwproducten en in niet-agrarische diversificatie Afdeling 1. -
Naast de in artikel 6 vastgestelde voorwaarden om voor steun in aanmerking te komen voor investeringen in de primaire verwerking of afzet van landbouwproducten en in niet-agrarische diversificatie, moet de aanvrager: 1° aan de definitie van een actieve landbouwer voldoen;2° over de vereiste kwalificatie beschikken;3° ten minste zelfstandig landbouwer in een aanvullende hoedanigheid zijn; Wanneer de aanvrager is samengesteld uit een groep natuurlijke personen, moet ten minste de helft van de leden van de groep voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de helft van de aandelen bezitten. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet de meerderheid van de leden voldoen aan de voorwaarden van het eerste, tweede en derde lid en de meerderheid van de aandelen vertegenwoordigen die het kapitaal vertegenwoordigen. Indien de aanvrager wordt opgericht als een CVAV, moet de meerderheid van de leden van de CVAV, met een minimum van drie, voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, 2° en 3° en de meerderheid van de aandelen vertegenwoordigen. Lid 1, 1°, is niet van toepassing op aanvragers die als CVAV zijn opgericht. §
.Om in aanmerking te komen voor steun voor de vestiging van jonge landbouwers en jonge bedrijven op het platteland moet de aanvrager: 1° aan de definitie van een jonge landbouwer voldoen;2° aan de definitie van een actieve landbouwer voldoen;3° een landbouwactiviteit uitoefenen;4° in de GBCS worden geïdentificeerd;5° aan een gebondenheidscijfer kleiner dan of gelijk aan één voldoen;6° binnen 24 maanden een conformiteitsattest van de infrastructuren voor de opslag van dierlijke mest verkrijgen;7° aan de voorwaarden van de milieuvergunning overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning voldoen;8° geen exploitatie hebben die valt onder klasse 1 overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. 9° een bedrijf overnemen of oprichten met een standaard brutoproductie tussen 12.500 euro en 425.000 euro per op het bedrijf aanwezig lid; 10° vanaf de datum van installatie, een beheersboekhouding voeren overeenkomstig artikel 12, eerste lid;11° met de kas voor sociale verzekeringen als ten minste een landbouwer in aanvullende hoedanigheid worden geïdentificeerd;12° zich voor de eerste keer vestigen;13° voor het eerst landbouwer worden, hetzij als hoofdberoep, hetzij als nevenberoep;14° binnen vierentwintig maanden na zijn eerste installatie een met de hulp van een adviseur opgesteld ondernemingsplan overeenkomstig artikel 27 indienen; 15° in een minimum inkomen per lid van 15.000 euro aan het einde van het ondernemingsplan voorzien. Het eerste lid, 8°, is niet van toepassing op verrichtingen die wegens hun geografische eenheid als één enkele inrichting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning worden beschouwd, wanneer zij autonoom en onafhankelijk van elkaar zijn. De Minister kan de wijze van berekening van het inkomen per lid, bedoeld in het eerste lid, 15°, vaststellen. Art. 27.§
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.