29 JUNI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de nadere regels voor de toekenning van betaald educatief verlof De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de
§ 1
, 1°, moet uitgereikt worden binnen twintig dagen die volgen op de aanvang van de opleiding. In geval van laattijdige inschrijving moet het getuigschrift uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op de inschrijving.
§ 1
, 2° moet uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op het einde van de betrokken periode.
§ 1
, 3° moet uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op het einde van de eerste examenzittijd. HOOFDSTUK
- - Erkenningscommissie Art. 18.De commissie is samengesteld uit: 1° een voorzitter die de minister vertegenwoordigt en een ondervoorzitter die de minister vertegenwoordigt, als plaatsvervanger van de voorzitter ingeval deze laatste verhinderd is;2° zeven afgevaardigden en evenveel plaatsvervangende afgevaardigden van de representatieve werkgeversorganisaties en zeven afgevaardigden en evenveel plaatsvervangende afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties.Onder "representatieve organisaties", wordt verstaan de representatieve organisaties die in Brupartners vertegenwoordigd zijn; 3° drie leden en evenveel plaatsvervangende leden die elk een van de Gemeenschapsministers die het onderwijs tot hun bevoegdheid hebben vertegenwoordigen;4° drie leden en evenveel plaatsvervangende leden die elk een van de Gemeenschapsministers die de voortdurende vorming tot hun bevoegdheid hebben vertegenwoordigen;5° een lid en een plaatsvervangend lid die het "Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle" vertegenwoordigen;6° een lid en een plaatsvervanger die de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding vertegenwoordigen;7° twee leden en twee plaatsvervangende leden die het Bestuur vertegenwoordigen;8° twee secretarissen. De voorzitter, de ondervoorzitter, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd door de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling. De leden vermeld in het eerste lid, 2° worden benoemd op voordracht van Brupartners. De commissie kan beroep doen op deskundigen en technici onder de voorwaarden die zij in haar huishoudelijk reglement vastlegt. Art. 19.Alleen de leden bedoeld bij artikel 18, eerste lid, 2°, hebben stemrecht. De commissie spreekt zich uit bij een met redenen omklede beslissing en met eenparigheid van stemmen over de erkenning van de programma's van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, § 2, 3°, van de wet, alsmede over de intrekking of de schorsing van de erkenning van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, §
- De commissie spreekt zich uit bij een met redenen omklede beslissing en met dubbele meerderheid der stemmen over de erkenning van de programma's bedoeld bij artikel 109, § 1, 9°, alsmede over de intrekking of de schorsing van de erkenning van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, §
- De dubbele meerderheid der stemmen is deze die voortvloeit uit het behalen van de gewone meerderheid der stemmen in ieder van de groepen gevormd, enerzijds door de afgevaardigden van representatieve werkgeversorganisaties en anderzijds door de afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties, (op voorwaarde dat de helft van de leden van elk groep aanwezig is). De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op met dubbele meerderheid der stemmen. Hierin legt ze de stemregels vast die van toepassing zijn voor haar andere beslissingen. Art. 20.§
- De erkenningsaanvraag van het programma van de in artikel 109, § 1, 9°, en § 2, 3°, van de wet bedoelde opleidingen, wordt gericht aan het Bestuur door middel van de door het Bestuur beheerde en ter beschikking gestelde computerapplicatie vóór het begin van de opleiding. Het Bestuur bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien werkdagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt het Bestuur in het ontvangstbewijs de organisator van de opleiding in kennis daarvan en bepaalt het de ontbrekende informatie en stukken nader. Wanneer de erkenningsaanvraag volledig is, gaat het Bestuur tot de behandeling ervan over. Het Bestuur stuurt de te behandelen dossiers naar het secretariaat van de commissie binnen tien werkdagen voor elke vergadering. Het Bestuur deelt de beslissing van de commissie mee aan de organisatoren van de opleidingen binnen tien werkdagen na elke vergadering. §
- Voor de in artikel 109, § 1, 8°, van de wet bedoelde opleidingen, stuurt de organisator van de opleiding het aanvraagformulier waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld, samen met het opleidingsprogramma naar het paritaire commité. §
- De organisatoren van opleidingen erkend door de commissie voor een bepaalde duur toegekende erkenning willen hernieuwen, maken jaarlijks na advies van de commissie een evaluatieverslag over, waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld, alsook een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat zij de sociale en fiscale bepalingen naleven, een analytische boekhouding voeren en er geen sprake is van dubbele subsidiëring. §
- Voor de in artikel 109, § 2, 1° en 2°, van de wet bedoelde opleidingen delen de organisaties de programma's van de cursussen aan het Bestuur mee via het formulier, waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld. Elke wijziging van het programma en elke datumverandering worden zo spoedig mogelijk aan het Bestuur meegedeeld via de gegevensfiche waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld. §
- De erkenning van het opleidingsprogramma bedoeld in artikel 109, § 1, 9°, en § 2, 3°, van de wet wordt door de Commissie verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar. Art. 21.De commissie kan onderverdeeld worden in verschillende subcommissies. De commissie kan, door bemiddeling van de diensten van het Bestuur, alle informatie inwinnen die betrekking heeft op de organisatie en het verloop van de opleidingen bedoeld bij artikel 109 van de wet. Art. 22.§
- De Minister stelt jaarlijks een verslag voor over de uitvoering van deze besluit aan het Regering na advies van de Erkenningscommissie. Het eerste verslag wordt voorgesteld achttien maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. §
- Dit verslag omvat met name: 1° een statistische presentatie van de erkenningen, werknemers, opleidingen en subsidies, vergezeld van een analyse van de huidige trends;2° een analyse van het begrotingsverbruik, vergezeld van nuttige aanbevelingen;3° een beschrijving van de werkzaamheden van de Erkeningcommissie. HOOFDSTUK.
- - Slotbepalingen Art. 23.De volgende regelgeving wordt opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 23 juli 1985 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, met uitzondering van artikel 16;2° het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
- - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten tot wijziging van de lijst van de opleidingen die in aanmerking komen voor betaald educatief verlof, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 maart 1995;3° het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 23/11/2001 numac 2001013091 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen sluiten tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen. Art. 24.De minister bevoegd voor Werk wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 29 juni
- Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, R. VERVOORT De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werk, B. CLERFAYT