(2021), moet de zorgverleners van de gevangenis ondersteunen om een vlottere en meer adequate doorverwijzing en begeleiding te kunnen realiseren op basis van de ernst en complexiteit van de problematiek. Deze identificatie beantwoordt op die manier aan het opzet van de gevangenis om een betere opvang en doorverwijzing uit te bouwen van de binnenkomende gedetineerden. 2° Verder implementeren van een globale aanpak voor de opvang en behandeling van de in het projectvoorstel omschreven doelgroep, met aandacht voor zorg op maat van elke gedetineerde en zorgcontinuïteit (ook na de detentieperiode);dit omvat zowel aanklampend en motivationeel werk, een individueel aanbod en een groepsaanbod (wat hervalpreventie en peersupport omvat). Het doel is zich te richten op een eerstelijnsfunctie of tweedelijnsfunctie (indien de eerstelijnsfunctie al vervuld wordt door de gevangenis of andere externe diensten) door te zorgen voor een aanwezigheid in de secties, en de contacten te versterken met de relevante interne en externe actoren van de gevangenis. 3° Het ondersteunen van gedetineerden, en het bevorderen van de betrokkenheid van personeel in de gevangenis rond psychoactieve middelen gebruik door middel van, waar mogelijk, informatie, opleidingen of sensibilisatie.4° Het vormen en ondersteunen van het personeel van de projectmedewerkers en de medische dienst en andere betrokken actoren inzake (
- a)de begeleiding van/zorg voor gedetineerden met een psychoactieve middelen gerelateerde problematiek en (
- b)de specificiteit van druggebruik in de gevangenis.5° Stimuleren van een vlotte samenwerking en een betere uitwisseling van informatie en kennis tussen de betrokken (interne en externe) hulpverleners van de gedetineerde met het oog op een betere continuïteit van zorg, en dit zowel tijdens als na de detentieperiode.6° Meewerken aan wetenschappelijk onderzoek om reeds bestaande evidence te toetsen aan nieuwe praktijkervaringen.7° Het formuleren van aanbevelingen voor verdere optimalisatie van het project en om eventueel een verdere verbreding van dit aanbod te realiseren (op andere afdelingen, vleugels of andere penitentiaire instellingen). Dit veronderstelt een geïntegreerde aanpak van de problematiek, met een adequate samenwerking en afstemming tussen alle betrokken partners. Om dit te kunnen realiseren, wordt een lokale projectcoördinator aangesteld, met name de vzw I. Care, die zal instaan voor de coördinatie van dit project in het gevangenis van Haren. De Directeur-generaal van het DG Gezondheidzorg is gemandateerd om deze missies en opdrachten te wijzigen, de algemene doestelling van het project respecterend, en enkel op basis van de wetenschappelijke evaluatie van het project en op advies van het begeleidingscomité van het project. § 2. In functie van de missies et activiteiten zoals bepaald in § 1, staat de vzw I. Care in voor: 1° de lokale projectcoördinatie, door onder meer het aanstellen van een lokale projectcoördinator voor de opvolging van dit project en het budgettair beheer van dit project;2° de vorming van de personeelsleden die tewerkgesteld worden in het kader van dit project;3° sensibiliseren en vormen van het medisch personeel inzake screening en aanpak van middelengebruik;4° sensibiliseren van de penitentiaire beambten inzake middelengebruik en inzake het pilootproject, rekening houdend met de specificiteit van de organisatie en penitentiaire context waarin het pilootproject georganiseerd wordt;5° ondersteunen van de projectmedewerkers in de gevangenis, door onder meer:
- a)advies te verlenen
- b)methodieken en informatie ter beschikking te stellen
- c)informatie en ervaringen uit te wisselen met de projectmedewerkers in de twee overige (piloot)gevangenissen;6° Beheren van het netwerk met de betrokken diensten, hulpverleners en organisaties, zowel interne als externe partners, betrokken in het zorgtraject van gedetineerden met een middelen gerelateerde problematiek, inventariseren van de nodige en beschikbare middelen in en rond de gevangenis, organiseren van overleg en intervisies met interne en externe partners;7° Actieve partnerschappen aangaan met een medisch-sociale opvangcentrum, een medisch centrum of een therapeutische structuur die medische zorg kan bieden aan gedetineerden na hun detentie.Deze samenwerking betreft specifiek de zorg na de detentieperiode. Dit partnerschap zal het voorwerp uitmaken van een formele verbintenis tot gezondheidszorg voor ex-gedetineerden. Deze samenwerking kan worden vergoed. 8° Eerste- en tweedelijnspsychologen bij het project betrekken. 9° instaan voor de interne communicatie m.b.t. het project, in overleg met de bevoegde overheden en de Lokale Stuurgroep Drugs; 10° rapporteren aan de FOD VVVL en aan de Dienst Medische Zorgverlening bij EPI, FOD Justitie 11° De kwaliteit van het project evalueren door SMART-indicatoren te ontwikkelen, 12° Rapporteren over de verbeteringen en de mogelijke knelpunten in de opvang van gedetineerden die drugs gebruiken en realistische oplossingen aanbrengen, rekening houdend met de context van het gevangeniswezen;13° registreren van bepaalde gegevens en opvolgen van de indicatoren, conform de afspraken met de bevoegde overheden en de betrokken onderzoekers;14° deelnemen aan de stuurgroep, dat georganiseerd wordt met het oog op de coördinatie tussen de tien (piloot)gevangenissen bepaald in artikel 4 van dit besluit. Art. 5.Het activiteitenrapport omvat minstens de volgende punten : 1° een beschrijving van de visie en de doelstellingen van het project, en een beschrijving en argumentering van eventuele wijzingen hiervan in de loop van het project;2° SMART-indicatoren om psychisch en sociaal welzijn, veranderingen in middelengebruik en zorgcontinuïteit te beoordelen, evenals maatregelen om kwaliteit te beoordelen in termen van: a.beschikbaarheid van een trainingsprogramma en materiaal voor de toezichthouders ; b. het opstellen van duidelijke richtlijnen voor dienstverleners en gevangenispersoneel ;c. betrokkenheid van externe diensten ;d. kwaliteitscontrole en regelmatige actualisering van alle informatie die aan gedetineerden wordt gecommuniceerd 3° de geaggregeerde statistieken in verband met de doelgroep 4° de realisaties van het project; 5° een overzicht van bijgewoonde congressen, vormingen, ...; 6° een beschrijving van de manier waarop het project zich intern (in de instellingen) en extern (onder andere naar andere instellingen) bekend maakt;7° een gedetailleerde beschrijving van het personeel, met minstens volgende punten:
- a)opleiding ;
- b)soort overeenkomst ;
- c)anciënniteit ;
- d)relevante kwalificaties;8° een financiële balans: personeels- en andere kosten gedaan in het kader van dit project;9° beleidsaanbevelingen;10° een samenvatting van bovenstaande punten. Art. 6.De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 21 mei 2023. FILIP Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, F.VANDENBROUCKE