(1)sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 juni 2012, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende: "8° het aantal overgedragen vakantiedagen krachtens artikel 64, 1°/1.". Art. 4.In artikel 60 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 17/09/2013 numac 2013204991 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 3bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het ouderschapsverlof betreft type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 13/09/2013 numac 2013204990 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 3bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het stelsel van de aanvullende vakantie betreft type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 17/09/2013 numac 2013204992 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit houdende sommige bepalingen inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers sluiten, aangevuld met de woorden ", behalve in de gevallen van de overdracht voorzien bij artikel 64, 1°/1.". Art. 5.In artikel 64 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 17/09/2013 numac 2013204991 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 3bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het ouderschapsverlof betreft type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 13/09/2013 numac 2013204990 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 3bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het stelsel van de aanvullende vakantie betreft type koninklijk besluit prom. 30/08/2013 pub. 17/09/2013 numac 2013204992 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit houdende sommige bepalingen inzake jaarlijkse vakantie van de werknemers sluiten, wordt de bepaling onder 1°/1 ingevoegd, luidende : "1°/1 onverminderd de bepaling onder 1°, moet de nog op te nemen vakantie ingevolge één der oorzaken van de schorsingen voorzien in de artikelen 16, 1°, 2°, 3°, 4°, 15°, 18°, 19°, 22° en 24°, en 41, 1°, 2°, 3°, 4°, 13°, 15°, 16°, 21° en 23°, worden opgenomen in de vierentwintig maanden die volgen op het einde van het vakantiejaar waarop deze nog te nemen vakantiedagen betrekking hebben;". Art. 6.Artikel 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001, wordt vervangen als volgt : "Art. 66.Onverminderd de bepalingen van artikel 68, 2°, de werknemer, die in de onmogelijkheid verkeert zijn vakantie te nemen om één der redenen vermeld:
- a)in de artikelen 16, 5° tot en met 10°, 12° en 16°, en 41, 5° tot en met 10°, 12° en 14°, behoudt zijn recht, zelfs in geval van collectieve vakantie, op de vakantiedagen tot bij het verstrijken van de twaalf maanden die op het einde van het vakantiedienstjaar volgen;
- b)in de artikelen 16, 1°, 2°, 3°, 4°, 15°, 18°, 19°, 22° en 24°, en 41, 1°, 2°, 3°, 4°, 13°, 15°, 16°, 21° en 23°, behoudt zijn recht, zelfs in geval van collectieve vakantie, op de vakantiedagen tot bij het verstrijken van de vierentwintig maanden die volgen tot op het einde het vakantiejaar waarop deze nog op te nemen vakantiedagen betrekking hebben;". Art. 7.In hetzelfde besluit, wordt een artikel 67bis ingevoegd, luidende : "Art. 67bis.De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing wanneer, op het einde van het vakantiejaar, de bediende zich in de onmogelijkheid bevindt om zijn vakantie te nemen in de gevallen voorzien bij het artikel 64, 1°/1. De werkgever dient de bediende, ten laatste op 31 december van het vakantiejaar, het vakantiegeld met betrekking tot de nog binnen de vierentwintig maanden op te nemen vakantiedagen te betalen, zoals bepaald in artikel 67, tweede lid.". Art. 8.In artikel 68 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2019 pub. 17/01/2020 numac 2020200110 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 16, 18, 20, 21, 41, 43 en 68 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers sluiten, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2°
- a)de dagen van arbeidsonderbreking in het geval bedoeld in de artikelen 16, 1° tot en met 4°, 10°, 15°, 18°, 19°, 22° en 24°, en 41, 1° tot en met 4°, 10°, 13°, 15°, 16°, 21° en 23°;
- b)de dagen van arbeidsonderbreking in het geval bedoeld in de artikelen 16, 5° tot en met 9°, 12°, 16° en 23°, en 41, 5° tot en met 9°, 12°, 14° en 22°, tenzij deze oorzaak zich voordoet tijdens de vakantie;". Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2023 en is voor de eerste keer van toepassing op het vakantiejaar 2024, vakantiedienstjaar 2023. Art. 10.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 8 februari 2023. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE