← België

Koninklijk besluit tot wijziging van artikelen 8bis, 31bis en 32bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 j

wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 2

§ 1

, tweede lid, 1°, 2°, 4° en 5°, wordt, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, als gelegenheidsarbeider in de zin van dit artikel beschouwd: 1° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren: de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 100 dagen per kalenderjaar, tenzij de tewerkstelling bestaat uit het aanplanten en onderhouden van parken en tuinen; 2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteren, met uitzondering van de handarbeiders die in een onderneming met als hoofdactiviteit het fokken van melkvee, vallend onder NACE-code 01.410, tewerkgesteld zijn: de handarbeider tewerkgesteld aan werken op de eigen gronden van de werkgever of de gebruiker van diensten, gedurende maximaal 50 dagen per kalenderjaar; 3° wat de handarbeiders betreft die in een onderneming met als hoofdactiviteit het fokken van melkvee, vallend onder NACE-code 01.410, tewerkgesteld zijn: de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 100 halve dagen per kalenderjaar voor het melken, voederen, verzorgen van de dieren en het schoonmaken van de stal. Onder "halve dag" wordt verstaan, een periode van 4 uur tussen middernacht en twaalf uur 's middags of tussen twaalf uur 's middags en middernacht. Indien het aantal uren wordt overschreden of bij overlapping tussen twee periodes, worden deze als twee halve dagen geteld."; e) In paragraaf 2, worden het vierde, het vijfde en het zesde lid opgeheven;f) Een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende: " § 2/1.

§ 2

, wordt, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, de beperking van de onderwerping bedoeld in § 1, eerste lid, beperkt tot maximaal 100 dagen per handarbeider en per kalenderjaar. Voor de toepassing van het eerste lid wordt één dag beschouwd als twee halve dagen voor de handarbeiders in een onderneming zoals bedoeld in § 1/1, 3°. De beperking van de onderwerping bedoeld in § 1/1, 2° en 3°, wordt beperkt tot maximaal 50 volledige of 100 halve dagen per handarbeider en per kalenderjaar. De afwijking waar § 2, derde lid, in voorziet, is niet van toepassing voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023."; g) In paragraaf 2bis wordt het negende lid opgeheven;h) Een paragraaf 2bis/1 wordt ingevoegd, luidende: " § 2bis/1.

§ 2b

is, eerste lid, moet, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, voor de gelegenheidsarbeiders in de champignonteelt, de tewerkstelling bij één of meerdere werkgevers plaatsvinden gedurende de periode van intense activiteit, beperkt tot 156 dagen per werkgever per kalenderjaar. De tewerkstelling van de werknemer wordt niet beperkt tot de periode van intense activiteit van 156 dagen per kalenderjaar voor zover aan de voorwaarden bepaald in § 2bis, 1°, 3°, 4° en 5° is voldaan.";

  1. i)De paragraaf 2ter wordt opgeheven;
  2. j)In paragraaf 3, worden het derde, het vierde en het vijfde lid opgeheven;
  3. k)De paragraaf 3 wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, wordt in afwijking het eerste lid, de beperking tot 65 dagen verhoogd tot 100 dagen. Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 is de in het tweede bedoelde afwijking niet van toepassing.";
  4. l)Een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende: " § 5.Deze regelingen worden vijfjaarlijks geëvalueerd in de betrokken paritaire comités. Deze evaluaties worden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad.". Art. 2.In artikel 31bis van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 30 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007022691 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 8quater, 25, 31bis en 32 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en de artikelen 5bis en 9septies van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 30/04/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007022690 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 345, § 2, van de programmawet van 24 december 2002 type koninklijk besluit prom. 30/04/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007022688 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, 2°, i), vierde lid van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 , betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen sluiten en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  5. a)In paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Voor het jaar 2021 wordt de regeling voor de eerste 65 dagen uitgebreid tot de eerste 100 dagen." opgeheven;
  6. b)Een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende: " § 1/1.

§ 1

, eerste en tweede lid, worden, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, de bijdragen voor de gelegenheidsarbeiders bedoeld in artikel 8bis, berekend op een forfaitair dagloon, zoals hierna bepaald: 1° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteren, bedraagt het forfaitair dagloon 12,04 EUR;2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren, met uitzondering van de handarbeiders die in de bloementeelt en fruitteelt werken, bedraagt het forfaitair dagloon 24,80 EUR;3° wat de handarbeiders betreft die in de bloementeelt werken, bedraagt het forfaitair dagloon 15,73 EUR;4° wat de handarbeiders betreft die werkzaam zijn in de fruitteelt bedraagt, het vaste dagloon 21,87 EUR.

het vorige lid worden, voor handarbeiders die in de witloofteelt werken, de verschuldigde bijdragen op een forfaitair dagloon berekend dat respectievelijk 24,80 EUR voor de eerste 65 dagen van tewerkstelling bedraagt en 31,01 EUR voor de 35 volgende dagen.";

  1. c)In paragraaf 4, wordt de zin "De 35 laatste dagen van de 100 dagen worden, voor het jaar 2020, de 70 laatste dagen van de 200 dagen." opgeheven;
  2. d)De paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende: "

het eerste lid is voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 wat de afwijking voor de werkgever die werknemers ressorterend onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, in de witloofteelt tewerkstelt, niet van toepassing.". Art. 3.Artikel 32bis, § 2, van hetzelfde besluit, hersteld bij het koninklijk besluit van 18 maart 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/2018 pub. 29/03/2018 numac 2018201461 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 25, 31bis, 31ter, 32, 32bis, 49, 54ter en 62bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende: "

het tweede lid, voor de toepassing van het artikel 31bis, § 1/1, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023, gelden de forfaitaire daglonen die van toepassing zijn op 1 juli 2023, als basis voor de vergelijking en aanpassing bedoeld in het eerste lid.". Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli

  1. Art. 5.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 8 november
  2. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.