13 NOVEMBER 2023.- Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, het ontwerp van koninklijk besluit dat als voorwerp heeft de wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen. Meer bepaald is het de bedoeling om code 1.605.01 van de lijst van beroepsziekten te wijzigen, die, zoals op dit moment geformuleerd het mogelijk maakt om elke aandoening aan een van de 3 gewrichten (pols, elleboog en schouder) van de bovenste ledematen te erkennen als beroepsziekte, voor zover de aandoening veroorzaakt wordt door mechanische trillingen. Uit een uitvoerige analyse van de wetenschappelijke studies die over meerdere decennia loopt, blijkt dat geen enkel verband werd vastgesteld tussen de blootstelling aan mechanische trillingen en de ontwikkeling van een osteoarticulaire aandoening ter hoogte van de schouders. In het licht van die vaststelling, gevalideerd op 26 mei 2020 door de Wetenschappelijke Raad van het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, en om elke discussie te vermijden, bleek het nodig om code 1.605.01 te wijzigen door de mogelijkheid tot erkenning van een beroepsziekte te beperken tot enkel de aandoeningen ter hoogte van een van de twee andere gewrichten van de bovenste ledematen, zijnde de pols en de elleboog. Elke aanvraag tot erkenning van acromioclaviculaire artrose als beroepsziekte in het kader van code 1.605.01 zal moeten worden verworpen door Fedris. Het koninklijk besluit moet ook door de rechtbanken worden toegepast in al hun beslissingen van na de datum van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit. Voor mensen die volgens deze code erkend zijn voor een schouderaandoening wordt de vergoeding toegekend onder de oude reglementering behouden. Dit standpunt kan gerechtvaardigd worden gezien de verschillende situatie van de begunstigde wiens beroepsziekte werd erkend op een moment dat het verband tussen de ontwikkeling van een osteoarticulaire aandoening aan de schouder en mechanische trillingen niet was uitgesloten en de sociaal verzekerde die aan dezelfde aandoening lijdt, geen aanspraak meer zal kunnen maken op enig recht als hij er om zou vragen, wegens het feit dat de aandoening in kwestie niet meer in de lijst van beroepsziekten is ingeschreven. Echter, als een herzieningsaanvraag van de voordien toegekende vergoeding werd ingediend, zal ze verworpen worden. Er kan inderdaad op geen enkele wijze worden gerechtvaardigd dat personen die reeds zijn vergoed n.a.v. een ziekte waarvan het gebrek aan beroepsaard werd vastgesteld, in voorkomend geval, kunnen genieten van een verhoging in geval van een verergering. Dit zou enkel een nog groter verschil creëren tussen de slachtoffers van voor en na de schrapping van de ziekte van de lijst van beroepsziekten, hetgeen zou leiden tot discriminatie. Daarom moet de situatie van deze personen worden geregeld. Artikel 36 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970 (daarna WBZ) voorziet inderdaad: - enerzijds dat wanneer een beroepsziekte uit de lijst van beroepsziekten wordt geschrapt of wanneer de benaming van een ziekte in deze lijst wordt gewijzigd, de door deze ziekte getroffen persoon zijn recht op schadeloosstelling behoudt; - anderzijds dat de Koning van dit principe mag afwijken en beslissen dat de verergering van de blijvende ongeschiktheid en het overlijden ingevolge een beroepsziekte waarvan de inschrijving op de lijst werd gewijzigd of geschrapt, geen aanleiding meer zou geven tot de toekenning van een vergoeding. Om dit te bereiken wordt bepaald dat de voor de inwerkingtreding van dit besluit definitief toegekende vergoeding in het kader van de oude code 1.605.01 wegens een osteoarticulaire aandoening van de schouder ongewijzigd blijft, maar niet het voorwerp van een verhoging wegens verergering kan zijn. Slechts de verergering van de ongeschiktheid die voortvloeit uit een aantasting ter hoogte van de ellebogen of de polsen kan het voorwerp zijn van een tenlasteneming door Fedris. Voor elke aanvraag tot herziening die ingediend wordt zal, zoals voor elke nieuwe aanvraag, de sociaal verzekerde in kennis worden gesteld van een beslissing die specifiek is voor elke locatie (schouder, elleboog of pols). Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Code 1.605.01 wordt vervangen om alleen te verwijzen naar aandoeningen van de elleboog en de pols veroorzaakt door mechanische trillingen en niet langer naar die van de schouder. Art.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.