(1). Op het vlak van arbeidstijdorganisatie blijven we binnen het kader van het statuut. Er wordt uitgegaan van reguliere werktijden (7u36 per werkdag, gemiddeld over de referentieperiode). Indien de medewerk(st)er vrijwillig buiten de reguliere uren werkt, kan hij/zij geen aanspraak maken op toelagen voor nacht- en weekenduren. Indien de medewerk(st)er buiten de reguliere uren werkt op vraag van zijn hiërarchische meerdere omwille van een dienstnoodwendigheid dan kan hij/zij aanspraak maken op deze toelagen. Hetzelfde principe geldt voor overuren die de hiërarchische meerdere moet goedkeuren. Het personeelslid brengt zijn/haar werkelijk gepresteerde uren telewerk, normaliter begrensd tot 7u36, in rekening en houdt hierbij rekening met de specifieke regels inzake de toelagen bedoeld in het vorige lid. Er dient opgemerkt te worden dat, in voorkomend geval, de mogelijkheid tot telewerk toegevoegd wordt aan de arbeidsovereenkomst van contractuele personeelsleden. Wat de verloven, ziekten, beroepsziekten betreft, blijven de reeds geldende regels van toepassing. Aangezien telewerk intrinsiek verbonden is met de activiteiten van een functie komt er automatisch een einde aan in geval van mobiliteit, bevordering, herplaatsing of wijziging van functie. Om opnieuw van telewerk te kunnen genieten, moet het personeelslid opnieuw een aanvraag indienen bij zijn/haar hiërarchische meerdere.
- VERGOEDINGEN Een vergoeding voor het telewerken werd binnen de GPI geïmplementeerd door het artikel 13 van het koninklijk besluit van 10 september 2023Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/09/2023 pub. 19/09/2023 numac 2023044937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van de geldelijke rechtspositie van het personeel van de politiediensten sluiten tot wijziging van de geldelijke rechtspositie van het personeel van de politiediensten.Hierbij werd geopteerd om het systeem van de tweeledige vergoeding reeds bestaande bij het openbaar ambt in het politiestatuut over te nemen. Hierdoor kunnen de specifieke kosten van een personeelslid van de Geïntegreerde Politie dat telewerk verricht forfaitair worden vergoed (art. XI.IV.1 RPPol). In artikel 96 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/07/2017 pub. 19/07/2017 numac 2017040352 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt sluiten tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt is bepaald dat de vergoeding voor telewerkkosten de verbindings- en communicatiekosten dekt en dat zij een tussenkomst is in de kantoorkosten. Een maandelijks forfaitair bedrag van 20 euro is voorzien als tussenkomst voor de verbindings- en communicatiekosten voor een personeelslid dat dus minstens 7u36 of één werkdag per kalendermaand telewerk doet. Dit bedrag is niet onderworpen aan een indexeringsregeling. In hetzelfde artikel is daarnaast een forfaitair, te indexeren, maandbedrag van 16,89 euro bepaald als tussenkomst in elektriciteit, verwarming, het materiaal nodig voor het uitvoeren van het telewerk, enz. voor elke kalendermaand dat een personeelslid minstens vier werkdagen of het equivalent in uren telewerk verricht.
- CONCLUSIE De voordelen en het nut van telewerk zijn algemeen gekend: betere balans werk-privé, duurzamere mobiliteit, tijdswinst door kortere reistijden, minder stress, enz.en dus een positieve invloed op de motivatie en het welzijn van werknemers. Telewerk is in de huidige samenleving een haalbare kaart voor de uitvoering van bepaalde taken mede gelet op de bestaande moderne technologieën. Een moderne Geïntegreerde Politie is het zich dan ook verplicht om zich op dit vlak te voorzien van een duidelijk beleid en kader indien zij een aantrekkelijke werkgever wil zijn en zich sterk en concurrentieel tegenover andere werkgevers wil kunnen positioneren. De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN _______ Nota