11 JANUARI 2024. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma en het reglement van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van de kandidaat-notarissen De Minister van Justitie, Gelet op de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, artikel 39; Gelet op het voorstel, dd. 15 december 2023, tot het programma en het reglement van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat; Gelet op het advies van de Nationale Kamer van notarissen, uitgebracht dd. 21 december 2023; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 januari 2024, Besluit : Artikel 1.Het programma van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen, bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd. Art. 2.Het reglement van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen, bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd. Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. P. VAN TIGCHELT Verenigde Benoemingscommissies voor het Notariaat Jaarlijks vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat-notarissen Programma A. De schriftelijke en mondelinge proeven van het vergelijkend examen zullen over de volgende onderwerpen handelen: 1° het notarieel recht als dusdanig, met inbegrip van de deontologie en de notariële boekhouding;2° de volgende juridische materies met betrekking tot het notariaat: a.het personenrecht (natuurlijke en rechtspersonen), familierecht, familiaal vermogensrecht, goederenrecht, verbintenissenrecht, bijzondere overeenkomsten- en zekerhedenrecht; b. het handelsrecht, het recht van vennootschappen en verenigingen, het economisch recht en het financieel recht;c. het gerechtelijk recht;d. het publiek recht, het administratief recht, het vastgoedrecht en het milieurecht;e. het fiscaal recht;f. het agrarisch recht;g. het internationaal privaatrecht;3° de manier waarop de contacten met cliënten van een notariskantoor, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars, alsmede confraters worden beheerd.4° de geschiktheid om: a.billijke en juridisch passende oplossingen voor te stellen; b. een notariskantoor te leiden, het werk erin te organiseren en de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren;c. conflicten tussen cliënten van een notariskantoor, tussen deze laatsten en medewerkers van een notaris, alsmede tussen medewerkers onderling te voorkomen en op te lossen B.De schriftelijke proef bestaat uit vier evenwaardige onderdelen. 1° Eerste onderdeel met te verbeteren akten of delen van akten, 2° Tweede onderdeel met twee open of inhoudelijke vragen 3° Derde onderdeel dat meerkeuzevragen, met meervoudige antwoorden, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, clausulevragen en casusvragen kan bevatten.4° Vierde onderdeel dat meerkeuzevragen, vragen met meervoudige antwoorden, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, clausulevragen en casusvragen kan bevatten met betrekking tot het rechtspersonenrecht, het familie- en familiaal vermogensrecht of het vastgoedrecht, naar keuze van de kandidaat, zoals deze vermeld heeft in de aanvraag tot deelname aan het vergelijkend examen. Het eerste en het tweede onderdeel zijn gemeenschappelijk voor het vergelijkend examen georganiseerd door de Nederlandstalige en de Franstalige benoemingscommissie. Hoewel de inhoud van de vragen gelijkluidend is, kan er een afwijking zijn voor wat betreft de antwoorden afhankelijk van de in elk Gewest toepasselijke regelgeving. C. De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met de leden van de Benoemingscommissie al dan niet onderverdeeld in subcommissies die de kandidaat over het volgende kunnen ondervragen: a. antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent de punten A, 1° tot 4° hierboven;b. zijn vaardigheden en competenties voor de uitoefening van het beroep van notaris in het algemeen en in het bijzonder zijn vermogen om op een cliëntgerichte wijze een complex juridisch begrip of probleem toe te lichten;c. zijn managementcapaciteiten. Gezien om te worden gevoegd bij dit ministerieel besluit. Verenigde Benoemingscommissies voor het Notariaat Reglement van het vergelijkend examen Artikel 1.Dit reglement bepaalt de organisatie van het schriftelijke en mondelinge proeven van het vergelijkend examen bedoeld in artikel 39, § 2, tweede lid van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt zoals voorzien in artikel 39, § 2, vierde lid van dezelfde wet. Artikel 2.Voor elk gedeelte van het vergelijkend examen melden de kandidaten zich aan op de plaats, datum en het uur, zoals aangegeven in de oproepingsbrief verstuurd door de respectievelijk Franstalige en Nederlandstalige Benoemingscommissie voor het notariaat. Elke kandidaat identificeert zich bij een toezichthouder aan de hand van zijn oproepingsbrief en zijn identificatiebewijs. Een toegelaten kandidaat kan gevraagd worden zijn handtekening naast zijn naam in het aanwezigheidsregister te plaatsen zo vaak als de betrokken Benoemingscommissie het nodig acht. Een kandidaat die voor een onderdeel van het vergelijkend examen niet aanwezig is op de in voormelde brief opgenomen plaats, datum en uur wordt, behoudens overmacht aanvaard door de betrokken Benoemingscommissie, en voor zover geen 30 minuten zijn verstreken sinds het aanvangsuur, niet tot het vergelijkend examen toegelaten. Dit geldt voor elk deel en onderdeel van het examen. Artikel 3.Het examenprogramma van het schriftelijke en mondelinge gedeelte wordt opgesteld door de Verenigde Benoemingscommissies voor het Notariaat. De verenigde Benoemingscommissies voor het notariaat bepalen de duur van de twee gemeenschappelijke schriftelijke onderdelen, die dezelfde is voor de beide Benoemingscommissies. Elke Benoemingscommissie bepaalt de duur van de twee niet gemeenschappelijke onderdelen. Twee onderdelen van het schriftelijke gedeelte worden in de voormiddag afgenomen, en de twee andere in de namiddag, gescheiden door een pauze van anderhalf uur. De oproepingsbrief herinnert aan dit uurrooster. De twee gemeenschappelijke onderdelen van de twee Benoemingscommissies vinden gelijktijdig plaats. De kandidaten betreden de examenlokalen slechts met toestemming door een toezichthouder. Het is de kandidaat niet toegestaan het examenlokaal te verlaten binnen het uur na de aanvang van een onderdeel of tijdens de laatste vijftien minuten van een onderdeel, noch zonder afgifte van zijn examenbundel van de proef of de proeven. Bij dit afgeven ontvangt de kandidaat een door een toezichthouder ondertekend afgiftebewijs. De effectieve deelname aan een onderdeel van het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen kan door de kandidaat uitsluitend worden bewezen aan de hand van voormeld afgiftebewijs. Artikel 4.De kandidaat volgt de instructies op die hem door de toezichthouders worden gegeven tijdens de schriftelijke proeven. Het is de kandidaten strikt verboden tijdens het schriftelijk gedeelte gebruik te maken van: - alle elektronische apparatuur en toebehoren (bijvoorbeeld : mobiele telefoon, laptop, tablet, rekenmachine,...) en/of communicatiemiddel, uitgezonderd de eventueel door de betrokken Commissie terbeschikkinggestelde elektronische hulpmiddelen; - andere documenten dan uitgegeven wetgeving of wetgeving afgedrukt door de kandidaat en stevig geniet of ingebonden. Deze documenten mogen niet geannoteerd zijn, met uitzondering van onderstrepingen of inkleuringen van ten minste een volledig woord. Wetsgeschiedenis wordt niet als annotatie beschouwd. Voor de toepassing van deze bepaling heeft het geen enkel belang wie de niet-toegelaten annotatie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.