22 APRIL 2024. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1959 waarbij het verzoekschrift der Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf tot erkenning van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf wordt ingewilligd en tot goedkeuring van zijn nieuwe statuten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de besluitwet van 30 januari 1947 tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van de Centra belast met de bevordering en de coördinatie van de technische vooruitgang van de verschillende takken van 's lands bedrijfsleven door het wetenschappelijk onderzoek, artikel 18; Gelet op het koninklijk besluit van 23 september 1959 waarbij het verzoekschrift der Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf tot erkenning van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf wordt ingewilligd; Gelet op het voorstel van statuten, aangenomen door de Algemene Raad van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf tijdens zijn zitting van 29 november 2022; Gelet op het advies 75.096/1 van de Raad van State, gegeven op 24 januari 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In het koninklijk besluit van 23 september 1959 waarbij het verzoekschrift der Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf tot erkenning van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf wordt ingewilligd, wordt de bijlage vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit. Art. 2.Volgens de bepaling van de statutenwijziging wordt de naam van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf "Buildwise". Art. 3.De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 22 april 2024. FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, P.-Y. DERMAGNE Bijlage bij het koninklijk besluit van 22 april 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1959 waarbij het verzoekschrift der Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf tot erkenning van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf wordt ingewilligd en tot goedkeuring van zijn nieuwe statuten Bijlage bij het koninklijk besluit van 23 september 1959 waarbij het verzoekschrift der Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf tot erkenning van het Wetenschappelijk en technisch Centrum voor het Bouwbedrijf wordt ingewilligd Bijlage STATUTEN I. RECHTSVORM - NAAM - ZETEL BELANGELOOS DOEL - VOORWERP Artikel 1.Rechtsvorm - Benaming Het centrum is een inrichting erkend bij toepassing van de Besluitwet van 30 januari 1947 tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van de centra belast met de bevordering en de coördinatie van de technische vooruitgang van de verschillende takken van 's lands bedrijfsleven, door het wetenschappelijk onderzoek, hierna de "Besluitwet van 30 januari 1947". Het centrum draagt de naam: Buildwise. Artikel 2.Zetel De zetel van het centrum is gevestigd te Sint-Stevens-Woluwe, Kleine Kloosterstraat 23. Artikel 3.Duur Het centrum is opgericht voor onbepaalde duur. Artikel 4.Belangeloos doel - Voorwerp Het centrum heeft als belangeloos doel de bevordering van de technische vooruitgang van de bouwnijverheid, met het oog op de verbetering van het rendement, van de kwaliteit (het esthetische uitzicht, in voorkomend geval, inbegrepen), de duurzaamheid en van de productiviteit, in hoofdzaak door het onafhankelijk verrichten van en het aansporen tot fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling en de brede verspreiding van de onderzoeksresultaten. Ter verwezenlijking van zijn belangeloos doel, heeft het centrum als voorwerp de volgende activiteiten: 1. de aansporing tot het wetenschappelijk en technologisch onderzoek, met het oog op de verbetering van het rendement, van de duurzaamheid, van de kwaliteit, van het esthetisch uitzicht en van de productie in de bouwnijverheid;2. in dit raam is het centrum eveneens belast met een taak van documentatie en voorlichting: het stelt namelijk de vruchten van zijn werkzaamheden ten dienste van alle takken of van alle ondernemingen van dezelfde categorie, zelfs wanneer het vraagstuk oorspronkelijk gesteld wordt door een van deze ondernemingen;3. evenwel kan het centrum, in de mate der mogelijkheden van zijn programma, bepaalde bedrijven terzijde staan in hun pogingen te hunnen persoonlijke bate, maar ook op hun kosten. Voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen kan het centrum inzonderheid: 1. alle nodig geachte diensten oprichten;2. toelagen verlenen aan bestaande organismen of waarvan het de oprichting aanmoedigt, of nog aan personen die het erkent;3. alle natuurlijke of rechtspersonen gelasten om voor zijn rekening alle opsporingen of werken te verrichten waartoe zij bevoegd zijn en alle passende overeenkomsten dienaangaande te sluiten;4. samenwerken met gelijksoortige Belgische en buitenlandse instellingen en eventueel alle hiertoe geschikte overeenkomsten sluiten;5. congressen, studiedagen, tentoonstellingen en wedstrijden organiseren in het raam van deze doelstellingen;6. alle octrooien nemen en gebruik maken van de rechten die zij verlenen in het belang van de nijverheidstak en in bijkomstige orde om zich inkomsten te verzekeren;7. in het algemeen, gebruik maken van alle informatie- en propagandamiddelen, met het oog op de verwezenlijking van zijn doel, met inbegrip van de onderneming van of de medewerking aan alle enige of periodieke publicaties. Binnen de perken van deze werking is het centrum ook een orgaan van documentatie en voorlichting ten dienste van, maar niet beperkt tot, de bedrijven van het gebied. Binnen het door de Besluitwet van 30 januari 1947 voorziene kader, kan het centrum alle handelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, verband houden met voormelde doel en voorwerp, of met de ontwikkeling ervan, met inbegrip van commerciële en winstgevende handelingen waarvan de opbrengsten te allen tijde uitsluitend zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van het voormelde doel en voorwerp. Artikel 5.Bedrijven van het gebied De ondernemingen die aan de volgende voorwaarden voldoen, worden beschouwd als bedrijven uit het gebied. Worden uitsluitend beschouwd als behorende tot de bouwnijverheid, de ondernemingen wier hoofdactiviteit of bijkomstige activiteit, op het nationaal grondgebied, betrekking heeft op de oprichting, de voltooiing, het onderhoud, de herstelling, de restauratie, de renovatie of het slopen van bouwwerken, volledige of gedeeltelijke afbraak of verwijdering van onderdelen of materialen uit een bouwwerk met inbegrip van de uitgevoerde veiligheidsmaatregelen bij alle voornoemde bouwactiviteiten. Het betreft activiteiten onder dewelke gerangschikt zijn of waarmede gelijkgesteld zijn, werken zoals: ? maritieme en rivierwerken, inclusief baggerwerken, het weder vlot maken van boten en schepen, alsmede het bergen van wrakken inbegrepen; ? grondwerken, de werken voor het boren, het diepboren, het uitgraven van putten met inbegrip van water- en grondkeringen, het draineren en het bemalen en zuiveren van het grondwater dat ontstaat naar aanleiding van grond-, graaf- en/of drainagewerken, met uitzondering van grondwerken voor wegfunderingen; ? alle funderingswerken met inbegrip van paalfunderingen, damplanken, en werken tot versteviging van de grond door alle stelsels; ? metsel- en betonwerken en alle bijbehorende werken, met inbegrip van bijvoorbeeld de aanmaak van de specie op de bouwplaats, het versterken of wapenen van beton, het metselen van ketels, nijverheidsovens en andere dergelijke werken, fabrieksschoorstenen, koeltorens het aanleggen van riolen en het plaatsen van geprefabriceerde elementen, bekistingen, vlechtwerk, wapeningen, versterkingen en van stortklaar beton of nog van 3D geprint beton; ? werken van bruggenbouw, tunnelbouw, viaductbouw, en bouwkunstwerken met uitsluiting van de wegenbruggen, de wegentunnels, de wegenviaducten en de wegenkunstwerken; ? slopings-, afbraak-, verwijderings-, afvoer- en effeningswerken; ? asfalterings- en dichtmakingswerken inclusief dakbedekkingen van welke aard ook, met uitzondering van wegenwerken; ? tegel- en mozaïekbevloering en alle andere werken voor muur-, wand-, vloer, en grondbedekking; met inbegrip van stukadoorswerken, pleisterwerken en bestrijkingen van welke aard ook; ? thermische en akoestische isoleringswerken; ? timmer- en schrijnwerken, zowel in de werkplaats als op de werf, met uitzondering van het monteren van bintwerk in metaal; ? glazenmakerij, plaatsing van enkel of meervoudig glas, gelaagd glas, spiegelwerk en gebrande glasramen; ? schilder- en decoratiewerk met inbegrip van muurbekledingen van welke aard ook; ? marmerbewerking; ? werken voor het aanleggen van verwarming, verluchting, luchtverversing en klimaatregeling in het algemeen, met inbegrip van groene daken; ? werken voor sanitaire inrichtingen; inclusief regenwateropvang en herbruik, waterafvoer, infiltratie uitrustingen, afvalwaterzuivering, groene daken; ? werken voor het aanleggen en het onderhouden van spoorwegen, inclusief bovenleidingen en signalisatie; ? werken voor het plaatsen van stellingen; ? werken voor het aanleggen van pipe-lines en allerlei ondergrondse (buis)leidingen, zoals watervoorziening, elektrische kabels, telecommunicatie, enz.; ? werken voor steenkappers, zowel van natuur- als kunststeen, met uitzondering van diegenen, welke onder de bevoegdheid van het Nationaal Paritair Comité voor de Groefbedrijven vallen. De hoedanigheid van bedrijf uit het gebied op zichzelf verleent geen stemrecht noch deelnamerecht aan de algemene raad. De bedrijven van het gebied zijn jaarlijks van rechtswege de bijdrage zoals bepaald in artikel 24, verschuldigd aan het centrum. Geen enkel bedrijf uit het gebied kan enige aanspraak laten gelden of uitoefenen op het vermogen van het centrum op grond van de enkele hoedanigheid van bedrijf uit het gebied. Voormalige bedrijven uit het gebied, alsook hun rechthebbenden en schuldeisers, alsmede de rechtverkrijgenden van een voormalig bedrijf uit het gebied dat ontbonden wordt, kunnen geen rechten laten gelden op het vermogen van het centrum. Zij kunnen geen teruggave eisen van de bijdrage noch van om het even welke gift. Evenmin kunnen zij een uittreksel van de rekeningen vragen of het afleggen van verantwoording eisen, verzegeling of inventaris van de goederen en waarde van het centrum aanvragen of de verdeling, de verkoop of vereffening daarvan vorderen. Artikel 6.Vrijwillig toegetreden leden Ondernemingen die geen bedrijf uit het gebied zijn en die dat wensen, kunnen een aanvraag indienen om vrijwillig toegetreden lid van het centrum te worden. De algemene raad bepaalt de voorwaarden waaraan een kandidaat-vrijwillig toegetreden lid moet voldoen en de procedure voor de toelating als vrijwillig toegetreden lid. De hoedanigheid van vrijwillig toegetreden lid op zichzelf verleent geen stemrecht noch deelnamerecht aan de algemene raad. De vrijwillig toegetreden leden beschikken over de rechten en verplichtingen (met inbegrip van de betaling van een lidmaatschapsbijdrage) die door de algemene raad worden bepaald. Het vast comité bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de beëindiging van dit lidmaatschap. De directeur van het centrum, hierna directeur-generaal genoemd, beslist over de aanvaarding van de individuele leden. Geen enkel vrijwillig toegetreden lid kan enige aanspraak laten gelden of uitoefenen op het vermogen van het centrum op grond van de enkele hoedanigheid van vrijwillig toegetreden lid. Voormalige vrijwillig toegetreden leden, alsook hun rechthebbenden en schuldeisers, alsmede de rechtverkrijgenden van een voormalig vrijwillig toegetreden lid dat ontbonden wordt, kunnen geen rechten laten gelden op het vermogen van het centrum. Zij kunnen geen teruggave eisen van de bijdrage noch van om het even welke gift. Evenmin kunnen zij een uittreksel van de rekeningen vragen of het afleggen van verantwoording eisen, verzegeling of inventaris van de goederen en waarde van het centrum aanvragen of de verdeling, de verkoop of vereffening daarvan vorderen. II. ALGEMENE RAAD Artikel 7.Algemene raad - Samenstelling - Voorzitter - Ondervoorzitter De algemene raad is samengesteld uit achtenveertig leden, verdeeld over de volgende Categorieën: 1. dertig leden benoemd door de algemene vergadering van Embuild en Bouwunie;2. één lid aangeduid door het Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO); 3. vijf leden aangeduid door de meest vooraanstaande arbeidersverenigingen van het bouwbedrijf, d.w.z. twee leden aangeduid door de Algemene Belgisch Vakverbond, twee leden aangeduid door de Confederatie van Christelijke Syndicaten en één lid aangeduid door de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België; 4. twaalf personaliteiten van hoge wetenschappelijke of technische waarde op het gebied der voortbrenging, der economie of van de rechtswetenschap;de helft onder hen wordt gecoöpteerd door de leden van de categorie 1 van onderhavig artikel, terwijl de andere helft wordt aangeduid door het voormalige Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw, maar ingevolge de ontbinding van het Instituut en ingevolge diens overgedragen opdrachten aan de bevoegde overheden, thans de Federale Overheidsdienst Economie en de betrokken gewestelijke overheden. De algemene raad kiest een voorzitter (hierna de "Voorzitter"), al dan niet een lid van de algemene raad. Indien de Voorzitter lid is van de algemene raad, dan is de duur van zijn mandaat als voorzitter gelijk aan de duur van zijn mandaat als lid van de algemene raad. Indien de Voorzitter geen lid is van de algemene raad, dan bedraagt de duur van zijn mandaat drie jaar. De Voorzitter is herkiesbaar en de Voorzitter draagt de titel "Voorzitter van het centrum". Het lid van Categorie 2 vervult het mandaat van eerste ondervoorzitter van de algemene raad. Het aflopen van het mandaat als eerste ondervoorzitter valt samen met het aflopen van dat als lid van de algemene raad. De algemene raad kiest twee bijkomende ondervoorzitters, al dan niet een lid van de algemene raad. Indien deze bijkomende ondervoorzitters lid zijn van de algemene raad, dan is de duur van hun mandaat als ondervoorzitter gelijk aan de duur van hun mandaat als lid van de algemene raad. Indien deze ondervoorzitters geen lid zijn van de algemene raad, dan bedraagt de duur van hun mandaat drie jaar. De ondervoorzitters zijn herkiesbaar. Artikel 8.Algemene raad - Lidmaatschapsbijdragen Onverminderd de jaarlijkse bijdrage te betalen door de bedrijven uit het gebied overeenkomstig artikel 24, zijn de leden van de algemene raad, in hun hoedanigheid van lid van de algemene raad, geen aparte ledenbijdrage verschuldigd. Artikel 9.Algemene raad - Het mandaat Het mandaat van lid van de algemene raad wordt verleend voor de duur van drie jaar. Jaarlijks treedt er een aantal leden van de algemene raad af dat zo mogelijk één derde van het totale aantal moet bedragen. De uittredende leden van de algemene raad zijn herkiesbaar. Het staat aan ieder lid van de algemene raad vrij zijn mandaat neer te leggen. Hiertoe richt hij zijn ontslag per aangetekende brief tot de Voorzitter, aan het adres van de zetel. Als ontslagnemend zullen beschouwd worden de leden van de algemene raad welke door de entiteit die hen heeft aangewezen, worden herroepen. Deze herroeping moet ter kennis van het centrum gebracht worden door middel van een aangetekende brief aan de Voorzitter, aan het adres van de zetel. Deze kennisgeving wijst gelijktijdig de vervanger aan. In geval van ontslag of overlijden van een lid van de algemene raad voorziet de eerstvolgende vergadering in zijn vervanging, volgens de categorie van het aftredende lid van de algemene raad. Het aldus nieuw benoemde lid van de algemene raad voltooit het mandaat van zijn voorganger. Artikel 10.Algemene raad - Uitsluiting leden van de algemene raad Op voorstel van het vast comité kan de algemene raad besluiten tot de uitsluiting van een lid van de algemene raad. De stemming is geheim, wanneer de Voorzitter van de vergadering daartoe beslist of wanneer een lid erom verzoekt. De algemene raad kan een lid onder meer uitsluiten in de volgende niet-exhaustieve gevallen: ? de overtreding van de Besluitwet van 30 januari 1947, het erkennings-KB van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of van deze statuten; ? de overtreding van de geheimhoudingsplicht van de werkzaamheden van het centrum; ? iedere ernstige daad welke indruist tegen de belangen van het centrum of zijn leden; ? iedere veroordeling die resulteert in de onwaardigheid of de staat van faillissement voor het betrokkene lid. Het lid van de algemene raad van wie de uitsluiting wordt voorgesteld, heeft het recht gehoord te worden door de algemene raad. De uitsluiting van een lid van de algemene raad moet als agendapunt worden vermeld in de oproeping van de algemene raad. De algemene raad kan over de uitsluiting alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer ten minste twee derde van de leden van de algemene raad op de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. De uitsluiting vereiste een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen waarbij onthoudingen noch in de teller noch in de noemer worden meegerekend. Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, kan een tweede vergadering met dezelfde agenda worden samengeroepen en beslissen ongeacht het aantal aanwezigen. Indien het vast comité beslist de uitsluiting van een lid van de algemene raad voor te stellen, kan hij het betrokken lid schorsen in afwachting van de beslissing van de algemene raad over de uitsluiting. In geval van uitsluiting van een lid van de algemene raad voorziet dezelfde of eerstvolgende vergadering in zijn vervanging, volgens de categorie van het aftredende lid. Het aldus nieuwbenoemde lid van de algemene raad voltooit het mandaat van zijn voorganger. Artikel 11.Algemene raad - Rechten van de leden van de algemene raad in verband met vermogen van het centrum Geen enkel lid van de algemene raad kan enige aanspraak laten gelden of uitoefenen op het vermogen van het centrum op grond van de enkele hoedanigheid van lid van de algemene raad. De uitgesloten of uittredende leden van de algemene raad alsook hun rechthebbenden en schuldeisers, alsmede de erfgenamen, legatarissen en rechtverkrijgenden van een overleden lid, kunnen geen rechten laten gelden op het vermogen van het centrum. Zij kunnen geen teruggave eisen van om het even welke gift. Evenmin kunnen zij een uittreksel van de rekeningen vragen of het afleggen van verantwoording eisen, verzegeling of inventaris van de goederen en waarde van het centrum aanvragen of de verdeling, de verkoop of vereffening daarvan vorderen. Ten slotte heeft een uitgesloten of ontslagnemend lid van de algemene raad geen belang meer om de beslissingen van de organen van het centrum aan te vechten en dit vanaf de datum van inwerkingtreding van het ontslag of uitsluiting uit het centrum. Artikel 12.Algemene raad - Bevoegdheden De volgende bevoegdheden kunnen uitsluitend door de algemene raad worden uitgeoefend: 1. de wijziging van de statuten;2. de benoeming, hun bezoldiging en de afzetting van de bestuurders;3. de kwijting aan de bestuurders, alsook, in voorkomend geval, het instellen van de verenigingsvordering tegen de bestuurders;4. de benoeming van de directeur-generaal;5. de oprichting en samenstelling van technische comités, op voorstel van het vast comité;6. de goedkeuring van de jaarrekening en de begroting;7. de toekenning van toelagen of subsidies;8. de ontbinding van het centrum;9. de uitsluiting van een lid van de algemene raad;10. de verrichting of de aanvaarding van een inbreng om niet van een algemeenheid;en 11. alle andere gevallen waarin de toepasselijke wetgeving of deze statuten het vereisen. Artikel 13.Algemene raad - Vergaderingen en formaliteiten De algemene raad wordt bijeengeroepen door de Voorzitter, één van de ondervoorzitters of door een meerderheid van de leden van het vast comité overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. De Voorzitter moet de algemene raad bijeenroepen binnen éénentwintig dagen wanneer één vijfde van de leden van de algemene raad daarom verzoekt. De algemene raad wordt dan uiterlijk gehouden op de veertigste dag na dit verzoek. De algemene raad vergadert ten minste tweemaal per jaar. Zonder afbreuk te doen aan de toepasselijke wettelijke bepalingen, indien het vast comité dit toelaat in de oproeping, dan kunnen de leden van de algemene raad deelnemen aan de vergadering per video- of telefoonconferentie, voor zover alle deelnemers in staat zijn zich uit te drukken en verstaanbaar zijn voor alle andere deelnemers. De leden van het bureau van de algemene raad kunnen niet per video- of telefoonconferentie aan de algemene raad deelnemen. Ieder lid van de algemene raad kan zich op een algemene raad laten vertegenwoordigen door een schriftelijke volmacht te verstrekken aan een lasthebber, die zelf lid moet zijn van de algemene raad. Een volmachthouder mag niet meer dan twee leden van de algemene raad vertegenwoordigen. De algemene raad wordt voorgezeten door de Voorzitter of bij zijn afwezigheid door de eerste ondervoorzitter of bij diens afwezigheid door één der ondervoorzitters. Indien deze afwezig zijn, wordt de algemene raad voorgezeten door de oudste van de bestuurders. De persoon die de vergadering voorzit, vormt samen met de eventuele stemopnemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.