← België

Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs

4 APRIL 2024. - Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen vo

§ 2

, eerste lid, 1° wordt toegekend aan een vereniging die tot doel heeft het onderzoek binnen de ESA's te bundelen.

§ 2

, eerste lid, 2° wordt toegekend aan een vereniging die tot doel heeft het onderzoek binnen de hogescholen te bundelen.

§ 2

, eerste lid, 3°, wordt verdeeld onder de universiteiten volgens de verdeelsleutel voorzien in artikel

  1. De in § 2, tweede en derde lid bedoelde verenigingen hebben als opdracht: 1° het onderzoek en de innovatie van de instellingen die zij vertegenwoordigen, promoten;2° de netwerken van onderzoeksactoren van deze instellingen versterken, zoals docenten, onderzoekers en studenten;3° de belangen van deze instellingen verdedigen;4° de onderzoeksactoren van deze instellingen begeleiden bij het opzetten van projecten, het onderhandelen over onderzoeks- en ontwikkelingscontracten en het beschermen, exploiteren en valoriseren van de resultaten. De verenigingen bedoeld in § 2, tweede en derde lid, en de universiteiten zijn respectievelijk verantwoordelijk voor het lanceren van een projectoproep voor de instellingen die zij vertegenwoordigen en voor de verdeling van de ontvangen subsidie onder de geselecteerde laureaten volgens de modaliteiten bepaald in de artikelen 61 tot
  2. Art. 61.Elke onderzoeker die is tewerkgesteld in, verbonden aan of aangesteld binnen een instelling voor hoger onderwijs of door het F.R.S.-FNRS of de geassocieerde fondsen, komt in aanmerking voor de subsidie bedoeld in artikel 60, onder de volgende voorwaarden: 1° de kandidaat geeft een presentatie tijdens een vergadering zoals bedoeld in artikel 60;2° de kandidaat is door de organisatoren van de vergadering uitgenodigd als presentator, moderator of voorzitter van de leerstoel of sessie;3° de kandidaat is lid van het organiserend comité van de vergadering. Met presentatie wordt een uiteenzetting bedoeld voor een groep onderzoekers tijdens een congres, seminarie of andere bijeenkomst, in de vorm van schriftelijke of mondelinge informatie. Art. 62.Het hoofddoel van de in artikel 60 bedoelde vergadering is de verspreiding en uitwisseling van onderzoekskennis onder collega's. Daarnaast kan de vergadering doelstellingen nastreven met betrekking tot de opleiding van onderzoekers. Alle formele vormen van presentatie komen in aanmerking, afhankelijk van met name de wetenschappelijke disciplines en artistieke domeinen, het type onderzoek (fundamenteel, strategisch of toegepast wetenschappelijk onderzoek en kunstonderzoek) en het beoogde publiek (alleen collega's of ook gebruikers of burgers). Vergaderingen die niet specifiek gericht zijn op voordelen voor de deelnemers, mogen in geen geval worden ondersteund in het kader van de in artikel 60 bedoelde financiering. Onder voordelen wordt verstaan een verbetering van de cognitieve en intellectuele vaardigheden en capaciteiten die een meerwaarde betekenen voor de verschillende aspecten van het onderzoeksberoep. Art. 63.De in artikel 60 bedoelde vergaderingen zijn in de eerste plaats bedoeld voor een publiek van internationale onderzoekers, tenzij de nationale aard van de vergadering gerechtvaardigd is om wetenschappelijke, artistieke of technologische, economische, sociale en/of culturele redenen die verband houden met de betrokken onderzoeksinitiatieven. Met internationaal publiek worden collega's bedoeld die actief zijn in onderzoek in verschillende landen buiten België. Art. 64.De in artikel 60 bedoelde financiering is een forfaitair bedrag van 500 euro indien de vergadering plaatsvindt op het grondgebied van de Europese Unie of indien de vergadering op afstand wordt gehouden, en 1.500 euro indien de vergadering plaatsvindt buiten het grondgebied van de Europese Unie. Art. 65.De in artikel 60 bedoelde financiering dekt de volgende kosten: 1° voor deelname aan de vergaderingen bedoeld in artikel 60: verblijfskosten, verplaatsingskosten voor werken en materialen, inschrijvingsgelden;2° voor de organisatie van de vergaderingen bedoeld in artikel 60: secretariaats- en tolkkosten, kosten in verband met de materiële organisatie, met inbegrip van kosten voor de tentoonstelling van werken of de opvoering van voorstellingen;3° voor deelname en organisatie: de productie van podcasts, het promotiemateriaal, de publicatie van akten met betrekking tot de vergadering indien ze rechtstreeks en vrij toegankelijk zijn in overeenstemming met het decreet van 3 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018031080 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het invoeren van een open access-beleid inzake wetenschappelijke publicaties sluiten betreffende het invoeren van een open access-beleid inzake wetenschappelijke publicaties. De in artikel 60 bedoelde subsidie dekt niet het programma van sociale activiteiten dat mogelijk gekoppeld is aan de organisatie van de vergadering. Art. 66.De universiteiten en de verenigingen bedoeld in artikel 60, § 2, tweede en derde lid doen een voorselectie en bezorgen de administratie shortlists van vergaderingen. In geen geval mogen de voorstellen het toegekende budget vermeld in artikel 60 overschrijden. De Regering bepaalt de modaliteiten voor het verifiëren van de in de artikelen 60 tot 65 vastgestelde voorwaarden. HOOFDSTUK
  3. - Onderzoekscoördinatieorganen binnen de instellingen voor hoger onderwijs Afdeling
  4. - Universitaire onderzoeksraad Art. 67.Voor de uitvoering van hun onderzoeksbeleid beschikken de universiteiten onder meer over de volgende financiële middelen: 1° een deel van de werkingstoelagen toegekend door de Franse Gemeenschap, op basis van de bepalingen van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen; 2° de subsidies toegewezen aan de universiteit of aan haar personeelsleden in het kader van de financieringen die zijn toegekend via de door het F.R.S.-FNRS beheerde fondsen; 3° de door de Franse Gemeenschap aan de universiteit toegekende subsidie in het kader van de speciale onderzoeksfondsen (FSR) en gezamenlijke onderzoeksacties (ARC);4° de door de Franse Gemeenschap aan de universiteit toegekende subsidie voor de financiering van deelname aan vergaderingen voor uitwisselingen tussen onderzoekers in het kader van hun onderzoekswerk;5° de door de Franse Gemeenschap aan de universiteit toegekende subsidie voor de financiering van reisbeurzen in het kader van een doctoraatsthesis;6° andere onderzoeksfinanciering die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de universiteit of haar personeelsleden wordt toegekend door de Franse Gemeenschap of andere Belgische of Europese overheidsinstanties;7° de bedragen die afkomstig zijn van alle andere onderzoeksovereenkomsten die binnen de universiteit worden uitgevoerd, waaronder overeenkomsten met bedrijven, overheidsinstanties of internationale instanties, evenals prestaties voor derden;8° de bedragen die niet worden gestort als bedrijfsvoorheffing ingevolge artikel 275/3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;9° de bedragen die afkomstig zijn van de valorisatie van de resultaten en rechten die voortvloeien uit onderzoekswerken ten laste van een overheidsfinanciering;10° de bedragen die afkomstig zijn van legaten en schenkingen bestemd voor onderzoek, de economische valorisatie van wetenschappelijk werk alsmede andere middelen bestemd voor onderzoek uit eigen inkomsten van de universiteit. Art. 68.§
  5. Binnen elke universiteit wordt een onderzoeksraad ingesteld. §
  6. De universiteit stelt de modaliteiten van de samenstelling en werking van de onderzoeksraad vast, rekening houdend met de volgende regels: 1° de onderzoeksraad bestaat uit leden die een multidisciplinaire vertegenwoordiging vormen van het onderwijzend en wetenschappelijk personeel, met inbegrip van het wetenschappelijk personeel dat op basis van een extern contract in de universiteit werkzaam is.De leden van de onderzoeksraad die het wetenschappelijk personeel vertegenwoordigen, moeten de academische graad van doctor hebben; 2° niet meer dan twee derde leden van de onderzoeksraad is van hetzelfde gender;3° de raad van bestuur of de academische raad wijst de voorzitter van de onderzoeksraad aan;4° de regeringscommissaris of -afgevaardigde, benoemd in toepassing van artikel 1 van het decreet van 12 juli 1990 op de controle van de universitaire instellingen, en de afgevaardigde van de minister bevoegd voor begroting kunnen de vergaderingen van de onderzoeksraad bijwonen;5° de algemeen bestuurder van de universiteit alsook de directeur van de onderzoeksafdeling van de universiteit kunnen de vergaderingen bijwonen met raadgevende stem. Art. 69.§
  7. De onderzoeksraad adviseert de raad van bestuur of de academische raad over het onderzoeksbeleid van de universiteit. De onderzoeksraad kijkt onder toezicht van de raad van bestuur toe op de algemene administratie van de onderzoeksmiddelen van de universiteit. §
  8. De onderzoeksraad kan advies uitbrengen aan de raad van bestuur of aan het orgaan dat bij delegatie van de raad van bestuur namens de universiteit subsidies ontvangt en contracten sluit, over alle onderzoeksprojecten die de universiteit of de personeelsleden die er werkzaam zijn, voornemens zijn uit te voeren met de in artikel 67 bedoelde subsidies of andere financiële middelen, eventueel na de projectleider te hebben gehoord. Het advies van de onderzoeksraad heeft betrekking op de impact van de voorgestelde projecten op het onderzoeksbeleid van de universiteit en op de kwaliteit van het onderzoeksproject, waaronder met name de onderzoeksomgeving, ethische vraagstukken of de toereikendheid van de middelen. Het kan bij het betreffende financieringsverzoek worden gevoegd. §
  9. De raad van bestuur of het orgaan dat bij delegatie van de raad van bestuur namens de universiteit subsidies ontvangt en contracten sluit, kan de onderzoeksraad om advies vragen over de projecten die de universiteit of de personeelsleden die er werkzaam zijn, voornemens zijn uit te voeren met de in artikel 67 bedoelde financiële middelen. §
  10. De onderzoeksraad doet voorstellen aan de raad van bestuur over de aanwending van de in artikel 67 bedoelde financiële middelen. §
  11. De onderzoeksraad legt jaarlijks uiterlijk op 30 september aan de raad van bestuur of de academische raad een verslag voor van zijn activiteiten in het afgelopen kalenderjaar. Dat verslag bevat: 1° de in de universiteit uitgevoerde onderzoeksprogramma's en de daaraan toegewezen financiële middelen, ingedeeld naar de in artikel 67 opgesomde financiële middelen;2° de door de universiteit getroffen regelingen om aan de vereisten van deze afdeling te voldoen;3° de maatregelen die de universiteit heeft genomen om een billijke financiering te garanderen voor de drie belangrijkste onderzoeksdomeinen, namelijk de humane en sociale wetenschappen, de biowetenschappen en de exacte en natuurwetenschappen;4° de verdeling van de baten die voortvloeien uit de valorisatie van de onderzoeksresultaten. Na goedkeuring door de raad van bestuur en uiterlijk op 31 oktober wordt het verslag meegedeeld aan de minister bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek en aan de administratie. Art. 70.De onderzoeksraad staat de raad van bestuur van de universiteiten bij in het beheer van de bijzondere fondsen voor onderzoek en gezamenlijke onderzoeksacties. Afdeling
  12. - Onderzoekscoördinatiecel binnen de hogescholen Art. 71.Voor de uitvoering van hun onderzoeksbeleid beschikken de hogescholen, naast het aandeel van hun algemene toelage dat zij ervoor aanwenden, over de volgende financiële middelen: 1° de subsidies die aan de instelling worden toegekend in het kader van het Onderzoeksfonds hogescholen;2° andere onderzoeksfinanciering die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de instelling of haar personeelsleden wordt toegekend door de Franse Gemeenschap of andere Belgische of Europese overheidsinstanties;3° de aan de hogeschool toegekende subsidies voor de financiering van deelname aan vergaderingen voor uitwisselingen tussen onderzoekers in het kader van hun onderzoekswerk;4° de bedragen die afkomstig zijn van alle andere onderzoeksovereenkomsten die binnen de instelling worden uitgevoerd, waaronder overeenkomsten met bedrijven of internationale instanties, evenals prestaties voor derden;5° de bedragen die niet worden gestort als bedrijfsvoorheffing ingevolge artikel 275/3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;6° de bedragen die afkomstig zijn van de valorisatie van de resultaten en rechten die voortvloeien uit onderzoekswerken ten laste van een overheidsfinanciering;7° de bedragen die afkomstig zijn van legaten en schenkingen bestemd voor onderzoek, de economische valorisatie van wetenschappelijk werk alsmede andere middelen bestemd voor onderzoek uit eigen inkomsten van de hogeschool. Art. 72.§
  13. Binnen elke hogeschool wordt een onderzoekscoördinatiecel opgericht. Twee of meer hogescholen kunnen samen één onderzoekscoördinatiecel oprichten. §
  14. Het bestuursorgaan van de hogeschool stelt de modaliteiten vast voor de samenstelling en werking van de onderzoekscoördinatiecel of sluit een overeenkomst met een of meer andere hogescholen, rekening houdend met de volgende regels: 1° de onderzoekscoördinatiecel bestaat uit leden die een multidisciplinaire vertegenwoordiging vormen van het onderwijzend personeel dat onderzoeksactiviteiten uitvoert;2° niet meer dan twee derde leden van de onderzoekscoördinatiecel is van hetzelfde gender;3° de onderzoekscoördinatiecel wordt voorgezeten door een directeur-generaal of zijn/haar afgevaardigde. Art. 73.§
  15. De onderzoekscoördinatiecel adviseert het bestuursorgaan van de hogeschool over het onderzoeksbeleid van de hogeschool. De cel kijkt onder toezicht van het bestuursorgaan van de hogeschool toe op de algemene administratie van de onderzoeksmiddelen van de hogeschool. §
  16. De onderzoekscoördinatiecel kan het bestuursorgaan van de hogeschool adviseren over alle onderzoeksprojecten die de hogeschool of de personeelsleden die er werkzaam zijn, voornemens zijn uit te voeren met de in artikel 71 bedoelde subsidies of andere financiële middelen, eventueel na de projectleider te hebben gehoord. Het advies van de onderzoekscoördinatiecel heeft betrekking op de impact van de voorgestelde projecten op het onderzoeksbeleid van de hogeschool en op de kwaliteit van het onderzoeksproject, waaronder met name de onderzoeksomgeving, ethische vraagstukken of de toereikendheid van de middelen. Het kan bij het betreffende financieringsverzoek worden gevoegd. §
  17. De bestuursorganen van de hogeschool of het orgaan dat handelt bij delegatie van de bestuursorganen van de hogeschool, kunnen advies vragen aan de onderzoekscoördinatiecel over de projecten die de hogeschool of de personeelsleden die er werkzaam zijn, voornemens zijn uit te voeren met de in artikel 71 bedoelde financiële middelen. §
  18. De onderzoekscoördinatiecel legt jaarlijks uiterlijk op 31 augustus aan de bestuursorganen van de hogeschool een verslag voor van zijn activiteiten in het afgelopen kalenderjaar. Dat verslag bevat: 1° een analyse van de onderzoeksactiviteiten die aan de hogeschool worden uitgevoerd;2° de in de hogeschool uitgevoerde onderzoeksprogramma's en de daaraan toegewezen personeelsleden en financiële middelen, ingedeeld naar de in artikel 71 opgesomde financiële middelen;3° een overzichtstabel van het aantal personeelsleden dat in aanmerking komt voor een vrijstelling van het storten van de voorheffing;4° de verdeling van de baten die desgevallend voortvloeien uit de valorisatie van de onderzoeksresultaten. Na goedkeuring door het bestuursorgaan van de hogeschool wordt het verslag meegedeeld aan de minister bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek en aan de administratie. TITEL III. - INTERNATIONAAL ONDERZOEK - FINANCIERING VAN DE "EUROPACELLEN" Art. 74.De Regering kent jaarlijks een subsidie van 5 miljoen euro toe voor: 1° de aanwerving van professionals die de specificiteit van de Europese programma's en projecten begrijpen en onderzoeksprojecten kunnen opzetten;2° activiteiten in verband met de opleiding voor en de voorbereiding, indiening, onderhandeling en promotie van een onderzoeksproject dat wordt ingediend of opnieuw wordt ingediend bij een internationale of supranationale instelling of instantie om financiering of erkenning te verkrijgen. Daartoe worden "Europacellen" opgericht, die de onderzoekers steunen bij de monitoring, informatie, opstelling en uitvoering van programma's en projecten die door de Europese Commissie worden gefinancierd. Elke universiteit richt een interne "Europacel" op die ten minste overeenkomt met één voltijdsequivalent. Voor de hogescholen wordt een gemeenschappelijke "Europacel" opgericht, die ten minste overeenkomt met twee voltijdsequivalenten. Die cel is gevestigd binnen een instantie die tot doel heeft het onderzoek binnen de hogescholen en de bijbehorende onderzoekscentra te bundelen en die alle hogescholen en de bijbehorende onderzoekscentra samenbrengt. Deze instantie heeft de volgende opdrachten: 1° het onderzoek en de innovatie afkomstig van de hogescholen en de bijbehorende onderzoekscentra promoten;2° de netwerken van onderzoeksactoren van hogescholen en de bijbehorende onderzoekscentra versterken;3° de belangen van de hogescholen en de bijbehorende onderzoekscentra verdedigen en hen vertegenwoordigen op het vlak van innovatie, onderzoek en ontwikkeling;4° partners bewustmaken rond onderzoek aan hogescholen;5° de onderzoeksactoren van de hogescholen begeleiden bij het opzetten van projecten, het onderhandelen over onderzoeks- en ontwikkelingscontracten en het beschermen, exploiteren en valoriseren van de resultaten;6° bijdragen aan de permanente vorming van onderzoekers en docenten over onderwerpen die verband houden met onderzoek. Universiteiten en hogescholen zetten specifieke bewustmakingsacties op voor vrouwen om hen aan te moedigen deel te nemen aan programma's en projecten die door de Europese Commissie worden gefinancierd. Het werkingsbudget om de in lid 1, 2° genoemde acties uit te voeren, wordt verdeeld over de Europacellen volgens het aantal onderzoekers binnen de instellingen die van elke Europacel afhangen en het aantal dossiers dat bij de Europese instanties is ingediend volgens de op Europees niveau gepubliceerde statistieken. Het bedrag dat aan elke cel wordt toegekend, moet echter minstens 190.000 euro bedragen. De Regering bepaalt de sleutel voor de verdeling van de subsidie onder de begunstigden. Art. 75.De in artikel 74 bedoelde subsidie wordt toegekend aan instellingen voor hoger onderwijs of aan verenigingen die zijn opgericht om het onderzoek van deze instellingen te bundelen en te promoten. Art. 76.De volgende subsidiabele kosten worden gedekt door de in artikel 74 bedoelde subsidie: 1° de inzet van externe deskundigen voor de screening van mobiliseerbare Europese financiële instrumenten, het zoeken naar partners, de evaluatie van profielen en dossiers, coaching, proeflezing of vertaling van projecten, begeleiding bij de uitvoering;2° de oprichting binnen de instelling voor hoger onderwijs van een instrument om zich geheel of gedeeltelijk te bevrijden van zijn last of een deel van zijn onderwijslast om Europese projectvoorstellen te kunnen opstellen of coördineren;3° ondersteuning van excellentieprojecten die voor financiering door de Europese Commissie zijn geselecteerd maar bij gebrek aan middelen niet kunnen worden gefinancierd;4° financiële aanvulling op opleidings- en mobiliteitsprojecten voor onderzoekers die niet het volledige salaris van de onderzoekers of het vierde jaar van de doctoraatsopleiding dekken;5° financiering gedurende maximaal twee jaar voor internationale of nationale onderzoekers die in bepaalde oproepen een "Seal of Excellence" hebben behaald, om hen in staat te stellen een verbeterd voorstel in te dienen;6° cofinanciering van Europese projecten waar onderzoek bij komt kijken en die gefinancierd worden door andere directoraten-generaal van de Europese Commissie dan het DG Onderzoek;7° advies- en mobiliteitskosten van onderzoekers tijdens vergaderingen over het opzetten van een Europees project;8° het instellen van een instrument binnen de instelling voor hoger onderwijs voor kandidaten voor onderzoeksprojecten gefinancierd door de Europese Onderzoeksraad die door de interviewfase zijn geraakt of voor kandidaten die voor het eerst een Europees project indienen als coördinator;9° de organisatie van gespecialiseerde seminaries voor de opleiding van onderzoekers en hun teams over het schrijven en beheren van Europese projecten;10° de financiering van verblijven en verplaatsingen naar universiteiten voor internationale kandidaten die de indiening voorbereiden van een onderzoeksproject gefinancierd door de Europese Onderzoeksraad of een internationaal mobiliteitsproject onder de Marie Sk[00c5][0082]odowska -Curie Actions voor onderzoekers of buitenlandse partners die deelnemen aan de opstelling van een projectvoorstel voor de Marie Sk[00c5][0082]odowska-Curie Actions (MSCA) voor de opleiding van doctoraatsstudenten binnen een innovatief netwerk in de Franse Gemeenschap;11° zichtbaarheidsacties voor Europese laureaten die actief zijn in de Franse Gemeenschap;12° internationale bekendmaking van onderzoeksbetrekkingen die gefinancierd worden door Europese overheidssubsidies;13° alle andere uitgaven die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van de "Europacel", met de uitdrukkelijke toestemming van de administratie. TITEL IV. - ALGEMENE BEPALINGEN EN VOORWAARDEN VOOR HET TOEKENNEN VAN SUBSIDIES Art. 77.In het kader van dit decreet gesteunde onderzoeksprojecten moeten een nul- of positief effect hebben op de door de lidstaten van de Verenigde Naties vastgestelde en in de Agenda 2030 samengebrachte duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen. Wanneer onderzoekers zich moeten verplaatsen, dienen ze de voorkeur te geven aan carpoolen of het openbaar vervoer zoals de trein. Het vliegtuig kan in aanmerking worden genomen als de reistijd langer is dan 5 uur. Art. 78.Wanneer instellingen voor hoger onderwijs of het F.R.S.-FNRS een wetenschappelijke jury of een wetenschappelijke commissie instellen om steunaanvragen die worden gefinancierd met door de Franse Gemeenschap toegekende subsidies te onderzoeken en rangschikken, zien zij erop toe dat niet meer dan twee derde van de leden in deze jury of wetenschappelijke commissie van hetzelfde gender is. Van de in lid 1 genoemde verplichting kan worden afgeweken voor onderzoeksdomeinen waarin het aandeel onderzoekers van hetzelfde gender lager is dan 33% of wanneer kan worden aangetoond dat verschillende leden van het ondervertegenwoordigde gender zijn gevraagd om deel te nemen aan de jury of commissie teneinde het quotum van twee derde van de leden van hetzelfde gender te respecteren. Art. 79.Bij het gebruik van de financiële middelen die hun krachtens dit decreet ter beschikking worden gesteld, verbinden de instellingen voor hoger onderwijs en het F.R.S.-FNRS zich ertoe de algemene beginselen en basisvoorwaarden toe te passen overeenkomstig de aanbeveling van de Europese Commissie van 11 maart 2005 betreffende het Europese Handvest voor Onderzoekers en betreffende een Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers, die van toepassing is op werkgevers en financiers. Wanneer instellingen voor hoger onderwijs en het F.R.S.-FNRS begunstigden zijn van krachtens dit decreet toegekende subsidies, vermelden zij de steun van de Franse Gemeenschap in al hun mededelingen over initiatieven en activiteiten, bijvoorbeeld in persberichten en op hun website. De instellingen voor hoger onderwijs en het F.R.S.-FNRS voorzien de nodige instrumenten om een evenwicht te bewaren tussen financiering gewijd aan humane wetenschappen, gezondheid en natuurlijke en exacte wetenschappen. Art. 80.Aan het begin van elke selectie- of promotiecommissie in het kader van het gebruik van uit dit decreet voortvloeiende financiële middelen, informeren de instellingen voor hoger onderwijs en het F.R.S.-FNRS de leden van die commissie over de impliciete gendervertekeningen. Art. 81.Bij het gebruik van uit dit decreet voortvloeiende financiële middelen houden de instellingen voor hoger onderwijs en het F.R.S.-FNRS rekening met het genderevenwicht onder de academici die worden uitgenodigd voor evenementen, conferenties en academische panels. Art. 82.Activiteiten of aanvragen voor financiële steun waarvoor subsidies zijn ontvangen op grond van dit decreet, komen niet in aanmerking voor subsidies toegekend door de Franse Gemeenschap of door enige andere autoriteit indien dit resulteert in een dubbele subsidiëring van dezelfde uitgaven voor deze activiteiten. Art. 83.Artikel 82 is niet van toepassing op de cumulatie van subsidies die voortvloeien uit Belgische wettelijke of reglementaire bepalingen, overeenkomsten tussen de federale Staat en Belgische deelstaten, overeenkomsten tussen Belgische deelstaten of internationale of supranationale overeenkomsten. In dat geval mag het totaal van de subsidies niet hoger zijn dan 100 procent van de door de begunstigde gemaakte kosten. TITEL V. - EVALUATIE VAN DIT DECREET Art. 84.De Regering laat om de twee jaar een externe evaluatie van de uitvoering van dit decreet uitvoeren. De evaluatie wordt opgesteld in de vorm van een verslag dat aan de Regering wordt voorgelegd. Binnen drie maanden na ontvangst van het verslag bezorgt de Regering het ter informatie aan het Parlement. TITEL VI. -OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Art. 85.In artikel 24, lid 5 worden de woorden "fonds Excellence of Science (EOS)" vervangen door de woorden "Fonds de la recherche fondamentale stratégique (FRFS)". Art. 86.In artikel 25, lid 1, 2° worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "46.904.000 euro" worden vervangen door de woorden "46.476.000 euro"; 2° a) wordt als volgt vervangen: "a) individuele en collectieve onderzoeksprojecten, mandaten voor wetenschappelijke promotie, onderzoekskredieten: 25.200.000 euro, waarvan 4 miljoen bestemd is voor collaboratief onderzoek met de Vlaamse gemeenschap en 5 miljoen voor interdisciplinair onderzoek met als doel duurzame ontwikkeling beter te integreren in wetenschappelijk onderzoek." 3° in e) worden de woorden "Fonds Excellence of Science (EOS): 15.428.000 euro" vervangen door de woorden "Fonds de la recherche fondamentale stratégique (FRFS): 6.000.000 euro". Art. 87.Hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 4 wordt als volgt vervangen: "Onderafdeling 4 - Fonds de la recherche fondamentale stratégique Art. 37.Strategisch fundamenteel onderzoek verwijst naar elk wetenschappelijk onderzoek dat geen onmiddellijke toepassingen nastreeft. Het F.R.S.-FNRS bepaalt in samenspraak met de Regering het thema van de CHANGE-project- of -kandidaatoproepen. Art. 38.Het Fonds de la Recherche fondamentale stratégique (FRFS) heeft boekhoudkundige autonomie en een raad van bestuur. De raad van bestuur van het Fonds de la Recherche fondamentale stratégique (FRFS) stelt het reglement vast met betrekking tot de toekenning van de onderzoeksprojecten, met name de voorwaarden voor subsidiabiliteit, selectie en evaluatie van de projecten. Art. 39.De raad van bestuur van het Fonds de la Recherche fondamentale stratégique (FRFS) stelt jaarlijks een verslag op over zijn activiteiten en zijn aanwending van de door de Franse Gemeenschap ter beschikking gestelde middelen.". Art. 88.In artikel 7 van het decreet van 3 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018031080 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het invoeren van een open access-beleid inzake wetenschappelijke publicaties sluiten betreffende het invoeren van een open access-beleid inzake wetenschappelijke publicaties worden de woorden "voor de evaluatie van de publicatie van de onderzoekers, op straffe van nietigheid, de lijsten in aanmerking gegenereerd op basis van het institutionele digitale archief volgens het model dat aangepast is aan de specifieke context met uitsluiting van elke andere lijst." vervangen door "voor de evaluatie van wetenschappelijke artikelen gepubliceerd door onderzoekers, op straffe van nietigheid, de lijsten in aanmerking die zijn gegenereerd op basis van het institutionele digitale archief en waarvan de volledige tekst in open access beschikbaar is in het archief, volgens het model dat aangepast is aan de specifieke context met uitsluiting van elke andere lijst, indien nodig binnen de termijnen gedefinieerd door het decreet, namelijk zes maanden voor een publicatie op het gebied van de wetenschappen, de technieken en de mens- of diergeneeskunde en twaalf maanden op het gebied van mens- en sociale wetenschappen.". Art. 89.In artikel 5 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies type decreet prom. 07/11/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014029028 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, opgemaakt te New York op 10 december 2008 type decreet prom. 07/11/2013 pub. 03/01/2014 numac 2013029634 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het bewijs van de taalkennis vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 sluiten wordt de eerste paragraaf als volgt vervangen: " §
  19. Het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek heeft betrekking op experimentele of theoretische onderzoeksactiviteiten, die voornamelijk worden ondernomen om nieuwe kennis te verwerven over de grondslagen van verschijnselen en waarneembare feiten, zonder een specifieke toepassing of aanwending te beogen. Het wordt in de universiteiten georganiseerd. Het toegepast wetenschappelijk onderzoek heeft betrekking op originele onderzoeksactiviteiten die worden ondernomen om nieuwe kennis op te doen en voornamelijk gericht zijn op een specifiek praktisch doel of specifieke doelstelling. Het wordt uitgevoerd om het mogelijke gebruik van de resultaten van fundamenteel onderzoek te bepalen, of om nieuwe methoden of modaliteiten vast te stellen met het oog op het bereiken van a priori bepaalde en vastgelegde doelen. Het gaat erom rekening te houden met bestaande kennis en deze te verdiepen om concrete problemen op te lossen. De resultaten van toegepast onderzoek zijn in eerste instantie bedoeld om toepasbaar te zijn op producten, bewerkingen, methoden of systemen. Het wordt zowel in universiteiten als in hogescholen georganiseerd. Experimentele ontwikkeling bestaat uit systematische activiteiten op basis van kennis uit onderzoek en praktijkervaring en het produceren van nieuwe technische kennis die kan leiden tot nieuwe producten of processen of het verbeteren van bestaande producten of processen. Het op punt stellen van nieuwe producten of processen wordt gekwalificeerd als experimentele ontwikkeling als het voldoet aan de criteria die kenmerkend zijn voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Het wordt beoefend in universiteiten en hogescholen. Een "product" is een goed of dienst. Om onderzoek op het gebied van kunst te definiëren en daarbij zijn eigenheid en onafhankelijkheid in zijn methoden te erkennen, worden drie modaliteiten onderscheiden: 1° onderzoek over kunst: wordt uitgevoerd door universitairen of door kunstenaars in samenwerking met universitairen.Het omvat de studie van artistieke expressie (musicologie, kunstgeschiedenis, theaterstudies, mediastudies, literatuur enz.) en omvat ook conserverings- en restauratieactiviteiten. Het wordt beoefend in universiteiten en kunsthogescholen (ESA's) en in wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap volgens historische, sociologische, etnologische, filosofische en andere kritische methoden; 2° onderzoek in kunst: behandelt complexe en kritische kwesties in de artistieke domeinen.Het wordt uitgevoerd door kunstenaars-onderzoekers volgens methoden waarbij kunst een fundamentele rol speelt in een of alle stadia van het onderzoeksproces. Kunst kan in verschillende stadia van het onderzoek worden gebruikt als materiaal voor de onderzoeker: formulering van het probleem, aard van de gemobiliseerde of geproduceerde gegevens, analyse en interpretatie of verspreiding en valorisatie van het onderzoek. Het wordt voornamelijk beoefend in ESA's, al dan niet in samenwerking met universiteiten, hogescholen of wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap. De communicatie van de verkregen resultaten kan gebeuren in artistieke verspreidingsformaten, zoals voorstellingen, tentoonstellingen, literaire, geluids- of visuele realisaties, al dan niet vergezeld van een academische productie; 3° onderzoek naar artistieke expressie en creatie: houdt rechtstreeks verband met de artistieke praktijk en is inherent aan elke vorm van reflectie in de context van artistieke expressie en creatie.Het richt zich op educatieve, maatschappelijke of filosofische doelstellingen en bestaat uit het creëren van nieuwe goederen, praktijken, perspectieven of kennis binnen de kunsten, om zo bij te dragen aan zowel kunst als innovatie en te voldoen aan de behoeften van auteurs en kunstenaars. Het wordt over het algemeen georganiseerd in ESA's.". Art. 90.In artikel 39bis, § 1, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in lid 6 wordt punt 2° vervangen door hetgeen volgt: "2° subsidies toegekend aan het Fonds national de la recherche scientifique en de geassocieerde fondsen door andere entiteiten dan de Franse Gemeenschap";2° in lid 6 wordt punt 3° vervangen door hetgeen volgt: "3° elk onderzoeksproject gefinancierd door de Franse Gemeenschap";3° in lid 6 worden de punten 4° en 5° ingetrokken. Art. 91.Worden ingetrokken: 1° het decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/01/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014029278 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de financiering van onderzoek in de universiteiten sluiten betreffende de financiering van onderzoek in de universiteiten;2° artikel 21 septies van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen;3° het decreet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2013 pub. 20/08/2013 numac 2013029476 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de financiering van het Onderzoek door het Fonds national de la Recherche scientifique sluiten betreffende de financiering van het onderzoek door het Fonds national de la Recherche scientifique;4° artikelen 63 tot 64 van het decreet van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2019 pub. 02/08/2019 numac 2019030780 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen betreffende het Hoger Onderwijs en het Onderzoek type decreet prom. 03/05/2019 pub. 05/12/2019 numac 2019042636 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen betreffende het hoger onderwijs en het onderzoek. - Addendum sluiten houdende diverse maatregelen betreffende het Hoger Onderwijs en het Onderzoek;5° artikelen 98 tot 110 van het decreet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2022 pub. 11/08/2022 numac 2022032943 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen inzake hoger onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en wetenschappelijk onderzoek sluiten houdende diverse bepalingen inzake hoger onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en wetenschappelijk onderzoek;6° artikelen 116 tot 118 van het Programmadecreet van 14 juli 2021Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 14/07/2021 pub. 27/08/2021 numac 2021032561 bron ministerie van de franse gemeenschap Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake de bestrijding van de coronacrisis, het Europees herstelplan, de Kansengelijkheid, de Schoolgebouwen, Wallonie-Bruxelles Enseignement, de Vrouwenrechten, het Hoger Onderwijs, het Wetenschappelijk Onderzoek, de Non-profitsector, het Onderwijs en de Begrotingsfondsen sluiten houdende verschillende maatregelen inzake de bestrijding van de coronacrisis, het Europees herstelplan, de Kansengelijkheid, de Schoolgebouwen, Wallonie-Bruxelles Enseignement, de Vrouwenrechten, het Hoger Onderwijs, het Wetenschappelijk Onderzoek, de Non-profitsector, het Onderwijs en de Begrotingsfondsen;7° het koninklijk besluit van 14 juni 1978 houdende instelling van een onderzoeksraad aan de universitaire instellingen. Art. 92.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025 met uitzondering van artikelen 85 tot
  20. De Regering stelt de inwerkingtreding van artikelen 85 tot 87 vast. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 4 april
  21. De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, Sport en Onderwijs voor sociale promotie, P.-Y. JEHOLET De Vice-president en Minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke kansen en het toezicht op Wallonie-Bruxelles Enseignement, Fr. DAERDEN De Vice-president en Minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en Vrouwenrechten, B. LINARD De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Universitaire ziekenhuizen, Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Jeugd en Promotie van Brussel, Fr. BERTIEAUX De Minister van Onderwijs, C. DESIR _______ Nota

(1)Zitting 2023-2024 Stukken van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 684-1 - Amendement(en) in de commissie, nr. 684-2 - Verslag van de commissie, nr. 684-3 - Tekst aangenomen binnen de commissie, nr. 684-4 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, nr. 684-5 Integraal verslag. - Bespreking en aanneming - Zitting van 3 april 2024.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.