← België

Decreet betreffende media-educatie

16 MEI 2024. - Decreet betreffende media-educatie (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL 1- - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Vo

§§ 1en 2 bedoelde initiatief voor een periode van vijf jaar, verlengbaar.

Om te worden aangesteld, moet de operator aan de volgende criteria voldoen: 1° sinds minstens vijf jaar opgericht zijn als vennootschap of vereniging met rechtspersoonlijkheid;2° zijn zetel hebben op het grondgebied van het Franstalige gewest of het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;3° in het bijzonder doeleinden hebben die verband houden met de productie, ondersteuning of analyse van media die informatie verstrekken;4° een samenhangend project presenteren dat voldoet aan de doelstellingen voor media-educatie zoals uiteengezet in de eerste paragraaf, overeenstemt met de behoeften aan media-educatie en aantoont hoe het de doelgroepen in hun diversiteit zal bereiken. De Regering stelt de procedure vast voor de aanstelling en verlenging van de aanstelling van deze operatoren. §

  1. Jaarlijks wordt een bedrag van 665.000 euro besteed aan het in § 1 bedoelde initiatief. Het bedrag kan worden verhoogd in geval van een substantiële wijziging in de reikwijdte van het initiatief zoals bepaald in § 1, zesde lid, van dit artikel. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. §
  2. De voorwaarden voor de initiatieven bedoeld in §§ 1 en 2 worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd. Daarin wordt meer bepaald rekening gehouden met relevante doelstellingen inzake media-educatie en het onderwijsniveau, en wordt erop toegezien dat het initiatief daadwerkelijk pedagogisch gebruikt wordt in de schoolinstellingen. §
  3. Een Comité dat in het bijzonder is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Hoge Raad, de Directie Ondersteunende Diensten, elk van de Middelencentra en de door de Regering aangestelde operator, staat in voor de begeleiding van het initiatief beschreven in dit artikel. §
  4. De operator brengt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van de operatie. Dit rapport toont aan dat de operatie aansluit op de doelstellingen ervan. De voorwaarden van dit verslag worden bepaald door de Hoge Raad. §
  5. In het jaar dat voorafgaat aan de aanstelling of vernieuwing van de operator beoordeelt de Hoge Raad de operatie in het licht van de evolutie in de behoeften aan media-educatie. Het brengt een advies uit aan de Regering. Indien de in dit artikel geplande operatie samenvalt met een media-educatieprogramma bedoeld in artikel 9 van het decreet van 31 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004029133 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de steun aan de Franstalige geschreven dagbladpers en aan de ontwikkeling van initiatieven van de Franstalige geschreven dagbladpers in het schoolmilieu sluiten betreffende de steun aan de Franstalige geschreven dagbladpers en aan de ontwikkeling van initiatieven van de Franstalige geschreven dagbladpers in het schoolmilieu, beoordeelt de Hoge Raad de operatie in zijn geheel en houdt daarbij meer bepaald rekening met alle kredieten die eraan toegekend zijn. Art. 26.§
  6. Elk jaar wordt in de Franse Gemeenschap een media-educatie-initiatief georganiseerd dat gericht is op journalistieke praktijken, het informatieproductie- en informatieverwerkingsproces door het gratis bezoek van beroepsjournalisten aan gewone en gespecialiseerde basis- en secundaire scholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, diensten voor schoolherinschakeling, centra voor hulp in een open omgeving, buitenschoolse opvang, huiswerkscholen, alfabetiseringscentra in de Franse Gemeenschap. Aanvragen om deel te nemen aan dit initiatief worden in volgorde van ontvangst verwerkt, ongeacht het netwerk, het opleidingsniveau of de geografische locatie van de aanvragende schoolinstelling. Aanvragen die niet kunnen worden ingewilligd, worden het volgende jaar met voorrang verwerkt. Als ze voldoet aan doelstellingen geschikt voor andere doelgroepen die nood hebben aan media-educatie, wordt het initiatief uitgebreid naar deze doelgroepen, met name in de jeugdsector, zonder benadeling van de prioritaire doelgroepen. §
  7. Na advies van de Hoge Raad, stelt de Regering een operator aan die verantwoordelijk

§ 1bedoelde initiatief voor een periode van vijf jaar, verlengbaar.

Om te worden aangesteld, moet de operator aan de volgende criteria voldoen: 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;2° zijn zetel hebben op het grondgebied van het Franstalige gewest of het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;3° zijn activiteiten sinds minstens vijf jaar uitoefenen;4° beroepsjournalisten op een significante manier vertegenwoordigen;5° samengesteld zijn uit leden die actief zijn in verschillende media. De Regering bepaalt de procedure voor de aanstelling en verlenging van de aanstelling. §

  1. Jaarlijks wordt een bedrag van 99.000 euro besteed aan de organisatie van het in § 1 bedoelde initiatief. Het bedrag kan worden verhoogd in geval van een substantiële wijziging in de reikwijdte van het initiatief zoals bepaald in § 1, derde lid, van dit artikel. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. De operator kent journalisten die deelnemen aan het initiatief een vergoeding toe om ten minste hun reiskosten en werktijd te dekken die gelijk is aan de tijd besteed aan het bezoek. §
  2. De voorwaarden voor de bezoeken door beroepsjournalisten bedoeld in § 1 worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd. Daarin wordt meer bepaald rekening gehouden met relevante doelstellingen inzake media-educatie en het onderwijsniveau, en wordt erop toegezien dat ze daadwerkelijk pedagogisch gebruikt wordt in de schoolinstellingen. §
  3. Een Comité dat in het bijzonder is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Hoge Raad, de Directie Ondersteunende Diensten, elk van de Middelencentra en de door de Regering aangestelde operator, staat in voor de begeleiding van het initiatief bedoeld in dit artikel. §
  4. De operator brengt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van de operatie. Dit rapport toont aan dat de operatie aansluit op de doelstellingen ervan. De voorwaarden van dit verslag worden bepaald door de Hoge Raad. §
  5. In het jaar dat voorafgaat aan de aanstelling of vernieuwing van de operator beoordeelt de Hoge Raad de operatie in het licht van de evolutie in de behoeften aan media-educatie. Hij bezorgt zijn analyse aan de Regering. Art. 27.§
  6. Elk jaar wordt een cultureel media-educatief initiatief georganiseerd, gericht op de analyse van audiovisuele werken, meer bepaald via de programmering van films tegen verlaagde prijzen in bioscopen bestemd voor leerlingen uit schoolinstellingen van het gewone en gespecialiseerde basis- en secundaire onderwijs, en de productie en gratis distributie van pedagogische media-educatieve hulpmiddelen om deze films te begeleiden. Aanvragen om deel te nemen aan dit initiatief worden in volgorde van ontvangst gerangschikt en verwerkt, ongeacht het netwerk, het opleidingsniveau of de geografische locatie van de aanvragende schoolinstelling. Aanvragen die niet kunnen worden ingewilligd, worden het volgende jaar met voorrang gerangschikt en verwerkt. Als ze voldoet aan doelstellingen geschikt voor andere doelgroepen die nood hebben aan media-educatie, wordt het initiatief uitgebreid naar deze doelgroepen, met name voor huiswerkscholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en de jeugdsector, zonder benadeling van de prioritaire doelgroepen. §
  7. Na advies van de Hoge Raad, stelt de Regering een operator aan die verantwoordelijk

§ 1bedoelde initiatief voor een periode van vijf jaar, verlengbaar.

Om te worden aangesteld, moet de operator aan de volgende criteria voldoen: 1° een rechtspersoon zonder winstoogmerk zijn in de zin van de artikelen 1:2 en 1:3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;2° zijn zetel hebben op het grondgebied van het Franstalige gewest of het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;3° zijn activiteiten sinds minstens vijf jaar uitoefenen;4° in geschikte plaatsen en op regelmatige wijze films programmeren die van pedagogisch belang zijn op het vlak van media-educatie, met name vanuit thematisch, technisch of esthetisch standpunt;5° activiteiten hebben die, rechtstreeks of in partnerschap, het grondgebied van het Franstalige gewest en het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest bestrijken;6° ervaring en expertise aantonen in het ontwerpen van pedagogische hulpmiddelen met betrekking tot audiovisuele werken geschikt voor een schoolpubliek. De Regering bepaalt de procedure voor de aanstelling en verlenging van de aanstelling. §

  1. Jaarlijks wordt een bedrag van 150.000 euro besteed aan de organisatie van het initiatief. Het bedrag kan worden verhoogd in geval van een substantiële wijziging in de reikwijdte van het initiatief zoals bepaald in § 1, derde lid, van dit artikel. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. §
  2. De voorwaarden voor het initiatief bedoeld in § 1 worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd. Daarin wordt meer bepaald rekening gehouden met relevante doelstellingen inzake media-educatie en het onderwijsniveau, en wordt erop toegezien dat ze daadwerkelijk pedagogisch gebruikt wordt in de schoolinstellingen. §
  3. Een Comité dat in het bijzonder is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Hoge Raad, de Directie Ondersteunende Diensten, elk van de Middelencentra en de door de Regering aangestelde operator, staat in voor de begeleiding van het initiatief bedoeld in dit artikel. §
  4. De operator brengt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van de operatie. Dit rapport toont aan dat de operatie aansluit op de doelstellingen ervan. De voorwaarden van dit verslag worden bepaald door de Hoge Raad. §
  5. In het jaar dat voorafgaat aan de aanstelling of vernieuwing van de operator beoordeelt de Hoge Raad de operatie in het licht van de evolutie in de behoeften aan media-educatie. Hij bezorgt zijn analyse aan de Regering. Art. 28.§
  6. Een bedrag van 20.000 euro wordt besteed aan de jaarlijkse organisatie in de Franse Gemeenschap van een media-educatie-initiatief met betrekking tot de ondersteuning van lokale schoolprojecten rond media-educatie georganiseerd voor leerlingen van het basisonderwijs en secundair onderwijs door een of meer schoolinstellingen in de Franse Gemeenschap. De eerste helft van dit bedrag wordt besteed aan schoolinstellingen van het basisonderwijs en de tweede helft aan schoolinstellingen van het secundaire onderwijs. De bedragen worden aan de begunstigden toegekend per schijf van maximaal 2.000 euro. De Hoge Raad specificeert, met name op zijn website, de criteria voor de selectie van instellingen en projecten die een subsidie zullen ontvangen. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. §
  7. De Hoge Raad is verantwoordelijk voor de organisatie en het beheer van de in § 1 bedoelde operatie. De raad zal jaarlijks alle schoolinstellingen van het gewone en gespecialiseerde basis- en secundaire onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap aanschrijven via een oproep tot lokale schoolprojecten voor media-educatie en, op grond van de projecten die hij in dat kader ontvangt en uiterlijk tegen 31 oktober van elk jaar, bezorgt hij de minister verantwoordelijk voor verplicht onderwijs een selectie van vijf tot vijftien lokale schoolprojecten, net als een voorstel van verdeling tussen deze laatste van de in § 1 voorziene middelen. De Hoge Raad voegt een omstandig advies toe over deze selectie en over dit voorstel voor de verdeling van de middelen voorzien in §
  8. Op basis daarvan wijst de Regering de in § 1 voorziene middelen toe aan de verschillende geselecteerde scholen. §
  9. De Hoge Raad stelt de selectie van de in § 2 bedoelde lokale schoolprojecten over media-educatie op volgens deze criteria: 1° de betrokkenheid van de deelnemers, met name de mate van betrokkenheid en participatie van leerlingen en leerkrachten bij het project en de daarin ontwikkelde activiteiten;2° de mate van voorbereiding van het project, de kwaliteit van de doelstellingen en de gebruikte methoden;3° het pedagogische gebruik van het project en de samenhang ervan met de gemeenschappelijke onderwijsreferentiekaders, alsook de integratie van de 3 dimensies van media-educatie;4° de coherentie van de gevraagde financiële middelen met de duurzaamheid en doelstellingen van het project;5° de originaliteit van het project;6° de coherentie met de doelstellingen van de media-educatie;7° de coherentie met het voorgestelde thema. §
  10. Om ontvankelijk te zijn en door de Hoge Raad onderzocht te worden, moet het project: 1° aan de Hoge Raad worden toegezonden in naleving van de vormen, voorwaarden en planning die hij daartoe opstelt;2° onder andere een nauwkeurige beschrijving van het media-educatieproject en een gedetailleerde geraamde begroting omvatten;3° goedgekeurd zijn door het hoofd van de instelling voor wat betreft het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en door de inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. §
  11. Er wordt een Comité opgericht dat met name bestaat uit vertegenwoordigers van de Hoge Raad, de Directie Ondersteunende diensten en elk van de Middelencentra om de begeleiding van dit initiatief te verzekeren. §
  12. De begunstigde verstrekt de documenten die het gebruik van de subsidie rechtvaardigen, evenals een pedagogisch verslag over de uitvoering van het project. Dit rapport wordt openbaar gemaakt en is een leermiddel voor andere leerkrachten. De voorwaarden van dit verslag worden bepaald door de Hoge Raad. Art. 29.§
  13. De Hoge Raad organiseert jaarlijks een projectoproep rond media-educatie bestemd voor specifieke doelgroepen en sociale, culturele en educatieve sectoren. Jaarlijks wordt een bedrag van 500.000 euro besteed aan deze projectoproep. Het wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. Een deel van deze bedragen, met een maximum van 40%, kan worden besteed aan de in artikel 30 bedoelde meerjarige subsidies. De subsidies worden toegekend door de Regering, op voorstel van de Hoge Raad. Het bedrag van elk van de subsidies ligt tussen 5.000 en 50.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. §
  14. Om van de projectoproepen gebruik te kunnen maken, moet de aanvrager: 1° een rechtspersoon zonder winstoogmerk zijn in de zin van de artikelen 1:2 en 1:3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;2° zijn zetel hebben op het grondgebied van het Franstalige gewest of het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;3° ervaring en expertise kunnen aantonen in een van de volgende sectoren: permanente opvoeding, culturele centra, jeugdorganisaties en jeugdcentra, openbare lectuurvoorziening, productie-ateliers, sociale cohesie, associatieve radio's, beroepsvorming of niet-verplicht onderwijs. De aanvrager moet niet door de Franse Gemeenschap in enige hoedanigheid erkend zijn; 4° een beschrijving geven van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.Hij moet met name de doelgroepen beschrijven; 5° een geraamde begroting opstellen met betrekking tot dit project, waaronder meer bepaald een beschrijving van de andere publieke en private financiële steun die werd gevraagd en/of verkregen voor het betrokken project op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. §
  15. De Hoge Raad brengt een met redenen omkleed advies uit over de geschiktheid van het verlenen van steun aan het project en het bedrag ervan. De Hoge Raad houdt daartoe rekening met de specificiteit van de aanvrager en baseert zich op de volgende beoordelingscriteria: 1° de kwaliteit en originaliteit van het project op het gebied van media-educatie;2° de mate van voorbereiding van het project, de kwaliteit van de doelstellingen en de gebruikte methoden, evenals de overweging van de gelijkheids- en diversiteitsdimensie van het project;3° de overeenstemming tussen het project en de voorwaarden, meer bepaald budgettaire, voor de uitvoering ervan;4° de inkadering van het project op het gebied van onderwijs, media en cultuur ontwikkeld in de Franse Gemeenschap. §
  16. Zodra het project is voltooid, dient de begunstigde van een subsidie een activiteitenverslag in bij de Hoge Raad. De voorwaarden van dit verslag worden bepaald door de Hoge Raad. Dient hij dat verslag niet in, dan kan de begunstigde geen aanspraak maken op enige andere subsidie. §
  17. De Regering bepaalt de aanvullende procedurevoorwaarden. In overleg met de Hoge Raad kan de Regering de in paragraaf 3 bedoelde selectiecriteria preciseren en prioritaire thema's naargelang van het jaar vaststellen. Art. 30.§
  18. Dragers van projecten gesubsidieerd krachtens artikel 29 kunnen een meerjarige subsidie aanvragen om hun project voort te zetten voor een periode van drie bijkomende jaren, indien dat project van groot belang is voor het media-educatiebeleid van de Franse Gemeenschap. De projectdrager moet dat aanvragen uiterlijk op 30 juni van het jaar waarin zijn eenjarige subsidie ingaat. De aanvraag moet een projectevolutieplan over drie jaar voorstellen. §
  19. De Hoge Raad brengt een met redenen omkleed advies uit over het project. Daartoe bepaalt hij of het project in kwestie kan worden beschouwd als een project van groot belang voor het media-educatiebeleid in de Franse Gemeenschap. De Hoge Raad spreekt zich ook uit over het door de projectdrager gevraagde bedrag. Om als dusdanig beschouwd te worden, baseert de Hoge Raad zich op de criteria bedoeld in artikel 29, paragraaf
  20. In tegenstelling tot artikel 29 is het in het kader van dit artikel echter van belang dat het project excelleert in het licht van die criteria. In het evolutieplan moeten ook de redenen toegelicht worden die een mogelijke evolutie van het project naar een meerjarige erkenning in het kader van dit artikel rechtvaardigen. Het project moet een blijvende en significante impact op het media-educatiebeleid aantonen aan de hand van gekwantificeerde doelstellingen van de bereikte activiteiten en doelgroepen. Deze gegevens moeten gestaafd worden met afdoende bewijsstukken. §
  21. Naar aanleiding van het met redenen omklede advies van de Hoge Raad beslist de Regering over het al dan niet toekennen van de meerjarensubsidie. Daartoe sluiten de projectdragers een overeenkomst met de Regering, waarin met name de taken, doelstellingen en voorwaarden voor het overleg met de Hoge Raad en de verschillende actoren van de media-educatie worden gespecificeerd. De overeenkomst bevat minstens de volgende elementen: 1° de beschrijving van het project en de gestelde doelen;2° de ingangsdatum en vervaldatum;3° in voorkomend geval, de voorwaarden voor de opvolging van het project door het bestuur en de Hoge Raad. §
  22. Aan het einde van elk verstreken boekjaar bezorgt de begunstigde de Directie Ondersteunende diensten een jaarverslag met daarin minstens de volgende elementen: 1° een stand van zaken van het project;2° het gebruik van de subsidie en de begrotingsvooruitzichten voor de resterende jaren;3° de uitvoeringsgraad van het evolutieplan. §
  23. Maximaal zes begunstigden kunnen een subsidie genieten krachtens dit artikel. Het bedrag van elk van de subsidies ligt tussen 10.000 en 50.000 euro. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. §
  24. De Regering bepaalt de aanvullende procedurevoorwaarden. In overleg met de Hoge Raad kan de Regering de in paragraaf 2 bedoelde selectiecriteria vaststellen. Art. 31.De Hoge Raad stelt een projectoproep op die gericht is op de ontwikkeling van activiteiten die moeten bijdragen aan de bewustmakings- en promotieweek gewijd aan media-educatie bedoeld in artikel 4, 2°. Jaarlijks wordt een bedrag van minstens 60.000 euro besteed aan de organisatie van deze projectoproep. Het wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene consumentenprijsindex van januari van het voorgaande jaar. De Regering bepaalt de voorwaarden. Art. 32.De in deze Titel bedoelde bijzondere initiatieven inzake media-educatie in de Franse Gemeenschap worden voor alle doelgroepen van de Franse Gemeenschap georganiseerd, zonder discriminatie. TITEL V - WIJZIGINGSBEPALINGEN Art. 33.In artikel 1.3-1, 7° van het decreet van 4 februari 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003029435 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding sluiten0betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten worden de woorden "de Hoge raad voor Opvoeding tot de media ingesteld door het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert" vervangen door de woorden "De Hoge Raad voor de Opvoeding tot de Media zoals georganiseerd door de regelgeving betreffende de media-educatie". Art. 34.In artikel 1, 16° van het decreet van 31 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004029133 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de steun aan de Franstalige geschreven dagbladpers en aan de ontwikkeling van initiatieven van de Franstalige geschreven dagbladpers in het schoolmilieu sluiten betreffende de steun aan de Franstalige geschreven dagbladpers en aan de ontwikkeling van initiatieven van de Franstalige geschreven dagbladpers in het schoolmilieu worden de woorden "de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media zoals georganiseerd bij het decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen ter zake in de Franse Gemeenschap" vervangen door de worden "de Hoge Raad voor Opvoeding tot de media zoals georganiseerd door de regelgeving betreffende media-educatie". Art. 35.Artikel 3a van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 7 april 1995 tot oprichting van een "Centre d'auto-formation et de formation continuée" voor het Onderwijs van de Franse Gemeenschap wordt vervangen door de volgende bepaling: "Artikel 3bis. "De inrichtende macht kan het centrum de uitoefening toevertrouwen van taken die gebruikelijk aan het Middelencentrum voor media-educatie worden toevertrouwd." TITEL VI- - OPHEFFINGS- OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Art. 36.De erkenningen en financieringen toegekend krachtens de artikelen 20, 26, 27 en 28 van het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert, en die eindigen op 31 december 2023, worden verlengd voor een periode van één jaar. Art. 37.Dit decreet zal in de loop van het jaar 2029 en vervolgens om de vijf jaar worden geëvalueerd. De Regering legt de voorwaarden voor die evaluatie vast. Art. 38.De reglementaire bepalingen aangenomen door de Regering krachtens het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert blijven van kracht zolang ze niet door de Regering werden opgeheven of gewijzigd. Art. 39.Alvorens de beslissingen tot erkenning van de Middelencentra voorzien in de artikelen 13, eerste lid, en 20, eerste lid worden genomen door de Regering, zijn de leden van de Hoge Raad bedoeld in artikel 5, § 2, eerste lid, r), van het decreet, voor de toepassing van dit decreet, de vertegenwoordigers van elk Middelencentrum bedoeld in artikel 8, § 2, eerste lid, t), van het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert. Art. 40.Het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert wordt opgeheven. Art. 41.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2025, met uitzondering van artikel 36 dat effect sorteert per 31 december
  25. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 16 mei
  26. De Minister-president, belast met Internationale Betrekkingen, Sport en Onderwijs voor Sociale Promotie, P.-Y. JEHOLET De Vicepresident en minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke Kansen en belast met het toezicht op Wallonië-Brussel Onderwijs, F. DAERDEN De Vicepresident en minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en Vrouwenrechten, B. LINARD De minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Universitaire Ziekenhuizen, Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Jeugd en de Promotie van Brussel, F. BERTIEAUX De minister van Onderwijs, C. DESIR _______ Nota

(1)Zitting 2023-2024 Bescheiden van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 701-1 - Verslag van de commissie, nr. 701-2 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, nr. 701-3 Integraal verslag. - Bespreking en aanneming - Zitting van 25 april 2024.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.