12 MEI 2024. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 20, § 2bis/1, twaalfde lid van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstan
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 en waarvan de noemer gelijk is aan het op 31 december van het voorgaande jaar totale aantal aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
- §
- Het variabel bedrag bedoeld in artikel 20, § 2bis/1, elfde lid, 2° van hetzelfde koninklijk besluit nr.38 wordt vanaf het jaar 2026 bepaald op 80 procent van de totale specifieke toelage bedoeld in artikel 22/1, § 1 van voormelde wet van 18 april 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/04/2017 pub. 28/04/2017 numac 2017202167 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende hervorming van de fianciering van de sociale zekerheid sluiten. Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt opgesplitst in 2 delen. Het eerste deel komt neer op 70 procent van de totale specifieke toelage bedoeld in artikel 22/1, § 1 van voormelde wet van 18 april
- Dit deel wordt over de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr.38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas verdeeld met toepassing van een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal bij de betreffende kas op 31 december van het voorgaande jaar aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 en waarvan de noemer gelijk is aan het op 31 december van het voorgaande jaar totale aantal aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
- Het tweede deel komt neer op 10 procent van de totale specifieke toelage bedoeld in artikel 22/1, § 1 van voormelde wet van 18 april
- Dit deel wordt toegekend aan de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr.38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas in geval van een positief resultaat van de evaluatie zoals bedoeld in artikel 20, § 2bis/1, achtste lid van voormeld koninklijk besluit nr. 38 met betrekking tot de diensten uitgevoerd in het voorgaande jaar. Voor de verdeling van het in het vierde lid vermelde tweede deel over de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas wordt er per kas die een positieve evaluatie kreeg een breuk toegepast waarvan de teller gelijk is aan het aantal bij de betreffende kas op 31 december van het voorgaande jaar aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 en waarvan de noemer gelijk is aan het op 31 december van het voorgaande jaar totale aantal aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
- §
- In geval het in het vierde lid van § 4 bedoelde tweede deel van het variabel bedrag niet volledig wordt toegekend wegens een negatief resultaat van de evaluatie van één of meerdere kassen wordt het overschot verdeeld over de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas die een positieve evaluatie kregen. Voor de verdeling van het in het vorige lid bedoelde overschot over de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas die een positieve evaluatie kregen, wordt er een breuk toegepast waarvan de teller gelijk is aan het aantal bij de betreffende kas op 31 december van het voorgaande jaar aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 en waarvan de noemer gelijk is aan het op 31 december van het voorgaande jaar totale aantal aangesloten zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 onder aftrek van het aantal zelfstandigen bedoeld in artikel 12, § 1, §
§ 1ter van voormeld koninklijk besluit nr.
38 die aangesloten zijn bij een kas die een negatieve evaluatie heeft gekregen. §
- Het deel van de jaarlijkse specifieke toelage dat niet wordt aangewend door de in artikel 20, § 1 van voormeld koninklijk besluit nr. 38 bedoelde kassen en de in artikel 20, § 3 bedoelde Nationale Hulpkas wordt door de betreffende kas aan het Rijksinstituut teruggestort ten laatste op 31 maart van het jaar volgend op het jaar waarvoor de specifieke toelage toegekend was." Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari
- Art. 3.De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 12 mei 2024 FILIP Van Koningswege : De Minister van Zelfstandigen, D. CLARINVAL