reglement tot bepaling van de na te leven voorwaarden en maatregelen voor stralingsbescherming bij manipulatie van radioactieve stoffelijke overschotten Gelet op de wet van 15 april 1994Relevante gevo
§ 1
. Indien de overleden persoon behandeld werd met een radioactief, permanent implantaat of met een plaatselijk toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Beperken van de tijd nabij het radioactief stoffelijk overschot tot het strikt noodzakelijke;
- b)Houden van een zo groot mogelijke afstand als de manipulatie toelaat tot de plaats in het lichaam waar de radioactiviteit aanwezig is;
- c)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen bovenop die van § 1.:
- a)Dragen van beschermingskledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Niet eten, drinken, roken in het lokaal waar de manipulatie plaats vindt;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich tijdens de manipulatie bevond;
- e)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn. Art. 8.Afleggen, opbaarwerkzaamheden en uitwendige lijkschouwing van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfastraler bevat § 1. Indien de overleden persoon behandeld werd met een radioactief, permanent implantaat of met een plaatselijk toegediend radiofarmacon, dienen geen maatregelen inzake stralingsbescherming getroffen te worden. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Dragen van beschermingskledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Niet eten, drinken, roken in het lokaal waar de manipulatie plaats vindt;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich bevond tijdens de manipulatie;
- e)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide;
- f)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. Art. 9.Inwendige lijkschouwing van een radioactief stoffelijk overschot dat een bèta- en/
§ 1
. Indien de overleden persoon behandeld werd met ingekapselde, radioactieve, permanente implantaten, wordt het orgaan dat deze implantaten bevat zo snel mogelijk verwijderd uit het radioactief stoffelijk overschot volgens de maatregelen voor stralingsbescherming goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II van de inrichting waar de toediening plaats vond. De maatregelen bedoeld in het eerste lid omvatten de volgende minimale maatregelen voor stralingsbescherming:
- a)Beperken van de tijd nabij het radioactief stoffelijk overschot tot het strikt noodzakelijke;
- b)Houden van een zo groot mogelijke afstand als de manipulatie toelaat tot de plaats in het lichaam waar de implantaten zich bevinden;
- c)Niet eten, drinken, roken in het lokaal waar de manipulatie plaats vindt;
- d)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. Na de verwijdering van het orgaan, wordt het lichaam niet langer beschouwd als een radioactief stoffelijk overschot. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch of plaatselijk toegediend radiofarmacon of met een niet ingekapseld, radioactief, permanent implantaat, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen bovenop die van § 1.:
- a)Dragen van beschermingskledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich bevond tijdens de manipulatie;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn. Art. 10.Inwendige lijkschouwing van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfastraler bevat § 1. Indien de overleden persoon behandeld werd met ingekapselde, radioactieve, permanente implantaten, wordt het orgaan dat deze implantaten bevat zo snel mogelijk verwijderd uit het radioactief stoffelijk overschot met inachtname van de maatregelen voor stralingsbescherming goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II van de inrichting waar de toediening plaats vond. De maatregelen bedoeld in het eerste lid omvatten minimaal maatregelen om de ingekapselde implantaten intact te houden. Na deze verwijdering, wordt het lichaam niet langer beschouwd als een radioactief stoffelijk overschot. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch of plaatselijk toegediend radiofarmacon of met een niet ingekapseld, permanent, radioactief implantaat, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen bovenop die van § 1:
- a)Dragen van beschermingskledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Niet eten, drinken, roken in het lokaal waar de manipulatie plaats vindt;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich bevond tijdens de manipulatie;
- e)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide;
- f)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. Art. 11.Transport of verplaatsen van een radioactief stoffelijk overschot dat een bèta- en/
§ 1
. Indien de overleden persoon behandeld werd met een radioactief, permanent implantaat of met een plaatselijk toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Beperken van de tijd nabij het radioactief stoffelijk overschot tot het strikt noodzakelijke;
- b)Houden van een zo groot mogelijke afstand als de manipulatie toelaat tot de plaats in het lichaam waar de radioactiviteit aanwezig is;
- c)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen bovenop die van § 1.:
- a)Bij aanraking van het radioactief stoffelijk overschot: dragen van beschermkledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Bij aanraking van het radioactief stoffelijk overschot: dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich bevond tijdens de manipulatie;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn;
- e)Indien het radioactief stoffelijk overschot per vliegtuig dient getransporteerd te worden, kan het FANC bijkomende maatregelen inzake stralingsbescherming opleggen. Art. 12.Transport of verplaatsen van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfastraler bevat § 1. Indien de overleden persoon behandeld werd met een radioactief, permanent implantaat of met een plaatselijk toegediend radiofarmacon, dienen geen maatregelen inzake stralingsbescherming getroffen te worden. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met een systemisch toegediend radiofarmacon, worden volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Bij aanraking van het radioactief stoffelijk overschot: dragen van beschermkledij met lange mouwen en lange broek en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- b)Bij aanraking van het radioactief stoffelijk overschot: dragen van dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- c)Na de manipulatie: onmiddellijk schoonmaken van het oppervlak waarop het radioactief stoffelijk overschot zich bevond tijdens de manipulatie;
- d)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn;
- e)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. Art. 13.Bewaren van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfa-, bèta- en/
§ 1
. Indien het radioactief stoffelijk overschot een alfa- of bètastraler bevat, wordt een waarschuwingsteken voor ioniserende stralingen op de deur van de desbetreffende koelcel aangebracht. § 2. Indien het radioactief stoffelijk overschot een gammastraler bevat, worden de volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen bovenop die van § 1.:
- a)Beperken van de tijd nabij het radioactief stoffelijk overschot tot het strikt noodzakelijke;
- b)Bewaren van het stoffelijk overschot op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn. Art. 14.Begraving van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfa-, bèta- en/
Er dienen geen maatregelen inzake stralingsbescherming getroffen te worden. Art. 15.Crematie van een radioactief stoffelijk overschot dat een alfa-, bèta- en/
§ 1
. Indien het radioactief stoffelijk overschot een alfa- en/of bètastraler bevat, dienen er vooraleer en tijdens dit de crematieoven ingaat, geen maatregelen inzake stralingsbescherming getroffen te worden. § 2. Indien het radioactief stoffelijk overschot een gammastraler bevat, worden, vooraleer en tijdens dit de crematieoven ingaat, volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Beperken van de tijd nabij het radioactief stoffelijk overschot tot het strikt noodzakelijke;
- b)Houden van een zo groot mogelijke afstand als de manipulatie toelaat tot het radioactief stoffelijk overschot. § 3. Bij de crematie van een radioactief stoffelijk overschot, wordt een hoeveelheid actieve kool geïnjecteerd in de rookgassen. Op de recipiënten met de gebruikte actieve koolpellets wordt het waarschuwingsteken voor ioniserende stralingen geplaatst en de recipiënten worden bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn. § 4. Voor alle radioactieve stoffelijke overschotten worden bij het legen van de crematieoven, bij het vermalen van de as- en botresten en bij het vullen van de urne, volgende maatregelen voor stralingsbescherming getroffen:
- a)Beperken van de tijd nabij de as- en botresten tot het strikt noodzakelijke;
- b)Houden van een zo groot mogelijke afstand als de manipulatie toelaat tot de as- en botresten;
- c)Dragen van beschermingskledij met lange mouwen en lange broek dragen en deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen;
- d)Dragen van een dubbel paar ondoordringbare handschoenen, deze na de manipulatie onmiddellijk uitdoen en de handen wassen;
- e)Dragen van een mondmasker minstens van het type FFP2;
- f)Niet eten, drinken, roken in het lokaal waar de manipulatie plaats vindt;
- g)Persoonlijke kledij en voorwerpen worden buiten het lokaal waar de manipulatie plaats vindt gehouden;
- h)Zo goed mogelijk leegmaken van de oven;
- i)De oven niet leegmaken met de handen maar met een werktuig;
- j)Zo veel mogelijk beperken van de verspreiding van de assen;
- k)Net houden van de werkoppervlakken en onmiddellijk verwijderen van eventuele asresten;
- l)Na de manipulatie: onmiddellijk wassen of spoelen met veel water en zeep van alle wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal.Alle niet wasbaar of afwasbaar gebruikt materiaal wordt bewaard gedurende 10 keer de halfwaardetijd van het aanwezige radionuclide op een zo groot mogelijke afstand van de plaatsen waar personen veelvuldig aanwezig zijn;
- m)De manipulatie wordt niet uitgevoerd door een zwangere medewerkster. HOOFDSTUK VI. - BIJKOMENDE MAATREGELEN VOOR STRALINGSBESCHERMING BIJ MANIPULATIE VAN EEN RADIOACTIEF STOFFELIJK OVERSCHOT BIJ OVERLIJDEN IN EEN MEDISCHE INRICHTING VAN KLASSE II Art. 16.Maatregelen voor stralingsbescherming in de medische inrichting van klasse II § 1. In het geval van overlijden tijdens de voorzichtigheidsperiode in een medische inrichting van klasse II, wordt dit overlijden onmiddellijk gemeld aan het hoofd van de dienst voor fysische controle van die inrichting. § 2. Het hoofd van de dienst voor fysische controle zorgt ervoor dat alle maatregelen voor stralingsbescherming genomen worden zolang het radioactief stoffelijk overschot zich in deze inrichting bevindt. Deze maatregelen zijn, afhankelijk van de manipulaties die in deze inrichting worden uitgevoerd, minstens conform de maatregelen inzake stralingsbescherming beschreven in artikels 5 tot en met 13. De nodige procedures worden goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II van deze inrichting. Art. 17.Verwijdering van ingekapselde, radioactieve implantaten § 1. Indien de overleden persoon behandeld werd met radioactieve, tijdelijke implantaten, worden deze zo snel mogelijk verwijderd met inachtneming van de maatregelen voor stralingsbescherming goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II van de inrichting waar de persoon overleden is. Na deze verwijdering, wordt het lichaam niet langer beschouwd als een radioactief stoffelijk overschot. § 2. Indien de overleden persoon behandeld werd met ingekapselde, radioactieve, permanente implantaten, wordt het orgaan dat deze implantaten bevat zo snel mogelijk verwijderd uit het radioactief stoffelijk overschot met inachtneming van de maatregelen voor stralingsbescherming goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II van de inrichting waar de persoon overleden is. Na deze verwijdering, wordt het lichaam niet langer beschouwd als een radioactief stoffelijk overschot. Art. 18.Vertrek uit de medische inrichting van klasse II § 1. Het radioactief stoffelijk overschot mag de inrichting verlaten wanneer het dosisdebiet op ieder punt op 1 meter afstand van het radioactief stoffelijk overschot, kleiner of gelijk is aan 20 µGy/u. Deze meting dient te gebeuren volgens een procedure die werd goedgekeurd door de deskundige erkend in de fysische controle van klasse II. § 2. Indien het dosisdebiet hoger is 20 µGy/u, wordt het radioactief stoffelijk overschot bewaard in het ziekenhuismortuarium met inachtneming van de maatregelen voor stralingsbescherming beschreven in artikel 13. § 3. Bij vertrek van het radioactief stoffelijk overschot uit de medische inrichting van klasse II, zorgt het hoofd van de dienst voor fysische controle ervoor dat de persoon aan wie het radioactief stoffelijk overschot overgedragen wordt, geïnformeerd wordt betreffende de aard en de duur van de eventueel te nemen maatregelen voor stralingsbescherming. Deze informatie bevat minstens de maatregelen opgenomen in artikels 5 tot en met 15. Brussel, 27 maart 2025. De Directeur-generaal, P. ABSIL Bijlage 1. Radioactieve producten met de effectieve halfwaardetijd en fractie snelle excretie Produit radioactif Type d'émetteur Type de produit radioactif Demi-vie effective (en jours) Fraction d'excrétion rapide (%) Radioactief product Type straler Type radioactief product Effectieve halfwaardetijd (dagen) Fractie snelle excretie (%) [90Y]-ibritumomab bêta Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 1,14 10 bèta Systemisch toegediend radiofarmacon [90Y]-colloïdal bêta Produit radiopharmaceutique administré localement 2,63 0 [90Y]-colloïd bèta Plaatselijk toegediend radiofarmacon [90Y]-microsphères bêta Implant radioactif permanent non scellé 2,70 0 [90Y]-microsferen bèta Niet ingekapseld radioactief permanent implantaat [125I]-implants bêta Implant radioactif permanent scellé 60 0 [125I]-implantaten bèta Ingekapseld radioactief permanent implantaat [131I]-NaI pour cancer thyroïdien bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 1,73 80 [131I]-NaI voor schildklierkanker bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [131I]-NaI pour affections thyroïdiennes bénignes bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 3,49 40 [131I]-NaI voor goedaardige schildklieraandoeningen bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [131I]-MIBG bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 4,00 50 bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [153Sm]-lexidronam bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 1,18 20 bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [166Ho]-microsphères bêta et gamma Implant radioactif permanent non scellé 1,12 0 [166Ho]-microsferen bèta en gamma Niet ingekapseld radioactief permanent implantaat [177Lu]-PSMA bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 3,54 70 bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [177Lu]-DOTATATE bêta et gamma Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 4,17 65 bèta en gamma Systemisch toegediend radiofarmacon [223Ra]-RaCl2 alpha Produit radiopharmaceutique administré par voie systémique 11,39 0 alfa Systemisch toegediend radiofarmacon Gezien om gevoegd te worden bij het technisch reglement tot bepaling van de na te leven voorwaarden en maatregelen bij manipulatie van radioactieve stoffelijke overschotten. Brussel, 27 maart 2025. De Directeur-generaal, P. ABSIL