← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001

Kort samengevat

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt een gedeeltelijke wijziging goed van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) van 3 mei 2001, specifiek voor de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde. Het doel is om de site van de hippodroom te herwaarderen en te ontwikkelen tot een centrum voor ontvangst en activiteiten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
12 DECEMBER 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de gecoördineerde grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, I, 1° ; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna het `BWRO' genoemd), inzonderheid op artikelen 27 en 25 en bijlage D; Gelet op het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling (hierna het `GPDO' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juli 2018, en meer bepaald op Strategie 1 van pijler 1 en Strategie 1 van pijler 2; Gelet op het gewestelijk bestemmingsplan (hierna het `GBP' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 19/09/2002 pub. 10/06/2008 numac 2008031227 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud sluiten houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud, dat drie beschermingszones voor waterwinning afbakent; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 20/05/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020015046 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde sluiten tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde; Gelet op het gunstig advies van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling van 2 september 2021; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2021Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/05/1999 pub. 25/09/1999 numac 1999031255 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende afbakening van de « beschermingszones » in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de zin van artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 1998 inzake de bescherming van het water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type ministerieel besluit prom. 25/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000209 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van de aanvraag die de niet-Belgische burgers van de Europese Unie die in België gevestigd zijn, moeten indienen bij de gemeente van hun hoofdverblijfplaats als zij wensen ingeschreven te worden op de kiezerslijst die opgesteld wordt voor de gemeenteraadsverkiezingen, evenals de modellen van de beslissing waarbij het college van burgemeester en schepenen deze aanvraag ofwel erkent, ofwel verwerpt sluiten0 tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en het bijbehorende milieueffectenrapport; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/07/2019 pub. 12/07/2019 numac 2019041346 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen sluiten tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen; Gelet op het advies van de gemeenteraden van de betrokken gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: - Gemeenteraad van de gemeente Ukkel van 19 mei 2022; - Gemeenteraad van de Stad Brussel op 25 mei 2022; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 25 april 2022; Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 2 mei 2022; Gelet op het advies van de raad voor het leefmilieu van 17 mei 2022 ; Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 mai 2022; Gezien de verzoeken om advies die op 23 maart 2022 aan de gemeenteraden van de gemeenten Watermaal-Bosvoorde en Elsene, aan de Economische en Sociale Raad (Brupartners), aan de Adviesraad voor huisvesting, aan de Milieuraad, aan Leefmilieu Brussel, aan het bestuur bevoegd voor Territoriale Planning (Perspective.brussels) zijn gericht, zonder dat deze instanties binnen de gestelde termijn advies hebben uitgebracht; Gelet op de klachten en opmerkingen die zijn geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan, dat van 28 maart tot en met 27 mei 2022 heeft plaatsgevonden in de gemeenten waarop deze wijziging betrekking heeft, zijnde de gemeenten Elsene, Ukkel, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde, overeenkomstig artikels 25 en 27 van het BWRO; Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 23 juni 2022, integraal opgenomen als bijlage *** van dit besluit; Gelet op het advies 72.654/4 van de afdeling wetgeving van de Raad van State, gegeven op 25 januari 2023 ; Gelet op het arrest nr. 261.217 van 25 oktober 2024 waarmee de Raad van State het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 februari 2023Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/05/1999 pub. 25/09/1999 numac 1999031255 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende afbakening van de « beschermingszones » in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de zin van artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 1998 inzake de bescherming van het water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type ministerieel besluit prom. 25/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999000209 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van de aanvraag die de niet-Belgische burgers van de Europese Unie die in België gevestigd zijn, moeten indienen bij de gemeente van hun hoofdverblijfplaats als zij wensen ingeschreven te worden op de kiezerslijst die opgesteld wordt voor de gemeenteraadsverkiezingen, evenals de modellen van de beslissing waarbij het college van burgemeester en schepenen deze aanvraag ofwel erkent, ofwel verwerpt sluiten1 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de renbaan van Ukkel-Bosvoorde vernietigt ; Overwegende dat de gronden voor nietigverklaring zich niet verzetten tegen de hernieuwing van de nietig verklaarde akte; 1. Gewestelijk belang van de site van de hippodroom Overwegende dat de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde vanaf 1875 werd aangelegd in het verlengde van het Ter Kamerenbos waarmee hij in 1891 werd verbonden door de Renbaanlaan;dat deze aanleg voortvloeide uit de toenmalige politieke wil om de hoofdstad, naar het voorbeeld van Parijs en Londen, van een renbaan te voorzien; Overwegende dat er op de site later verschillende inrichtingen en bouwwerken bijgekomen zijn: de paddocks waarschijnlijk in de jaren 30, de tuinen achter de Grote Tribune en het Gokdorp naar een ontwerp van Paul Breydel na de Tweede Wereldoorlog, en de golfbaan in 1987; Overwegende dat de organisatie van paardenrennen in de jaren 80 is gestopt, waardoor de gebouwen buiten de piste leeg kwamen te staan; dat de 4 meest emblematische gebouwen tot 2016 zijn gerenoveerd (ruwbouw wind- en regendicht) en dat een 2e fase van de restauratiewerkzaamheden in 2022 is afgerond; dat een derde fase van de werkzaamheden in 2023 zal worden uitgevoerd; Overwegende dat de site van de hippodroom momenteel geografisch in 2 grote gehelen kan worden opgedeeld: - de paardenrenbaan met daarbinnen de installaties van de golfbaan; - de gebouwen en installaties tussen de renbaan en de Terhulpsesteenweg (Grote en Kleine Tribune, Weeglokaal, Gokdorp) met een aantal nevenparkings die ongeveer 70 parkeerplaatsen bieden Overwegende dat er nog andere met de site gerelateerde zones zijn: - de zogenaamde hoofdparking waarop de herziening van het plan betrekking heeft; - het beboste gebied tussen de 2 renbanen ten westen van de site; - de andere beboste gebieden van het Zoniënwoud, hoewel ze geen deel uitmaken van de oorspronkelijke hippodroom; Overwegende dat de site eigendom is van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat een recht van erfpacht heeft verleend aan de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) die op haar beurt een concessierecht heeft verleend aan de nv Drohme exploitation; Overwegende dat het project is ontstaan vanuit de wens van de Brusselse Regering om deze site via een publiek-privaat partnerschap te herwaarderen en te doen uitgroeien tot een onthaal- en activiteitencentrum aan de rand van het Zoniënwoud; Overwegende dat de Regering dit voornemen tot herbestemming heeft bevestigd in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) van 12 juli 2018; Dat het project daarin als volgt is omschreven: "Recreatie- en documentatiecentrum in de hippodroom van Bosvoorde De hippodroom van Bosvoorde is uitzonderlijk goed gelegen en bereikbaar in het Zoniënwoud. De gebouwen hebben een bijzondere patrimoniale kwaliteit en zijn gedeeltelijk gerenoveerd. Het geheel wordt een gewestelijk recreatie- en documentatiecentrum in het thema van de natuur, onderwijs en ontspanning. Het Drohme-project, dat de concessie kreeg van de MSI na een oproep tot mededinging, zal derhalve worden voortgezet." Gelet op het feit dat het besluit houdende vaststelling van het GPDO in zijn preambule stelt: "Dat, zoals is gepreciseerd in artikel 21 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het plan in al zijn bepalingen indicatief is; dat, hoewel de richtinggevende waarde van het plan geen absolute verplichting tot resultaten creëert voor de overheid die het vaststelt, zij voor deze overheid niettemin een verbintenis vormt wat de beoogde doelstellingen en de gekozen wegen om die te bereiken betreft (Doc. Br. H. R., A-108/1 - 90/91, p. 4)"; Overwegende bovendien dat het Gewest dit voornemen tot herbestemming ook heeft verankerd in de structuurvisie voor het Zoniënwoud die in overleg met de twee andere gewesten werd uitgewerkt; Dat dit document veel weg heeft van een richtschema waarin onder meer de toegangspoorten tot het Zoniënwoud worden aangeduid en waarvan de hippodroom, samen met het Rood Klooster, een van de twee belangrijkste vormt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; dat meer bepaald op pagina 81 het volgende te lezen staat: "De selectie als toegangspoort vereist echter een afstemming van het inrichtingsniveau in functie van de toekomstige rol in het woud. Ruimte voor voldoende en kwalitatief parkeren, horeca enz. dient aanwezig te zijn" (p. 81); Dat de structuurvisie voor het Zoniënwoud op de site van de hippodroom een bestaande dynamiek voor culturele, sportieve en recreatieve evenementen en horeca identificeert; dat het voorziet in een ontwikkeling van de site van de hippodroom rond het thema "natuur- en stadseducatie, inspelend op de scherpe rand tussen Brussel en het Zoniënwoud" en mogelijke invulling zoals "jeugdherberg, speel- en kampeerweide, educatief en avontuurlijk natuurpark, groene parking, ontvangstplein, ecoresto met eigen ecologische tuin en kwekerij, tribune als lesaula met zicht over het natuurpark enz." (p. 81); dat het de aanwezigheid van een parkeerterrein bevorderlijk acht voor de toegankelijkheid van het woud voor wandelaars; Overwegende dat het beheerplan voor het Brusselse Zoniënwoud, goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde eveneens als één van de twee toegangspoorten identificeert, gekenmerkt door de aanwezigheid van een parking (Boek II, p. 168); Overwegende dat de site zich volgens het GBP in gebied bevindt voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht (GSVOL), in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (GV), in bosgebied (BG), in gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (GCHEWS), in gebied van erfdienstbaarheden langsheen de randen van bossen en wouden; dat een zeer klein deel zich in een gebied met wegennet en structurerende ruimten bevindt; 1. Historiek van het project voor de herontwikkeling van de site van de hippodroom - aanvragen voor stedenbouwkundige en milieuvergunningen Overwegende dat de nv Drohme Exploitation op 21 oktober 2015 tegelijkertijd een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning (voor het beschermde erfgoed) en een milieuvergunning van klasse 1A heeft ingediend met het oog op de aanleg van een actief vrijetijdspark op de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde teneinde er culturele, educatieve, sport- en ontspanningsactiviteiten te ontwikkelen, evenals activiteiten in verband met de natuur en evenementen, gezien het gemengde karakter van het project;dat een milieueffectenstudie aangaande het project werd uitgevoerd; Overwegende dat de milieuvergunning (nr. 584868) op 27 oktober 2017 door Leefmilieu Brussel werd afgeleverd; dat er verscheidene beroepen tegen deze beslissing werden ingesteld bij het Milieucollege dat in zijn beslissing van 26 februari 2018 de toekenning van de vergunning bevestigde, indien een aantal voorwaarden werden gewijzigd; dat er tegen deze beslissing verscheidene beroepen bij de Regering werden ingediend waarvan het laatste op 15 mei 2018 werd ontvangen; dat zij na het versturen van een herinneringsbrief geen uitspraak heeft gedaan binnen de vastgestelde termijnen zodat de milieuvergunning werd bevestigd conform artikel 82 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen; dat deze vergunning werd vernietigd door de Raad van State op 31 mei 2024 (arrest nr. 259.912) ; Dat, na deze vernietiging, het Milieucollege, dat opnieuw werd verzocht om de aanvraag te behandelen, heeft besloten de milieuvergunning te weigeren op 26 juli 2024 ; Dat de aanvrager op 29 augustus 2024 beroep heeft aangetekend tegen deze weigering bij de Regering ; Dat dit beroep nog steeds hangende is ; Overwegende dat de ingedeelde inrichtingen met betrekking tot de bestaande activiteiten op de site worden gedekt door een milieuvergunning van klasse 2, verleend op 16 maart 2023 door Leefmilieu Brussel (IPE/2/2022/1841980) en bevestigd door het Milieucollege op 18 juli 2023 ; Dat een beroep bij de Regering is ingesteld tegen deze vergunning dat momenteel nog steeds hangende is ; Dat Leefmilieu Brussel op 2 augustus 2019 de milieuvergunning (nr. 584868) op eigen initiatief had gewijzigd door de voorwaarden van artikel 4, Punt C.4 § 3 "Monitoring van occasionele en tijdelijke evenementen" te vervangen; dat deze vergunning zoals ze werd gewijzigd 372 parkeerplaatsen toeliet, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit wijzigingsplan van het GBP betrekking heeft; Overwegende daarnaast dat voordien, op 6 december 2018 (16/PFU/584128), een eerste stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar; Dat bepaalde handelingen en werkzaamheden die deze vergunning toestaat, gepland waren in bosgebied, en meer bepaald de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parkings van 310 plaatsen, waarvan 240 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft, met het oog op een uitbreiding ervan tot 429 plaatsen; Dat de hoofdparking dus zowel in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten als in bosgebied gelegen is; Overwegende dat de Raad van State deze stedenbouwkundige vergunning in zijn arrest nr. 243.466 van 23 januari 2019 opschortte; dat volgens de Raad van State de aanleg van een autoparking die voor langere periodes bedoeld is of zelfs hoofdzakelijk bestemd is voor de bezoekers van het "vrijetijdspark" op het eerste gezicht niet verenigbaar is met de bestemming als bosgebied volgens het gewestelijk bestemmingsplan; Overwegende dat deze vergunning vervolgens door de Raad van State in zijn arrest nr. 245.641 van 4 oktober 2019 werd vernietigd omdat de inrichting en het gebruik van de door deze vergunning toegestane hoofdparking in strijd is met artikels 15 en 0.7 van het GBP, aangezien deze parking niet verenigbaar is met een bosgebied en ook niet kan worden gekwalificeerd als een gebruikelijke aanvulling van en een toebehoren bij een bosgebied; Overwegende dat op 18 oktober 2019 een tweede stedenbouwkundige vergunning (16/PFU/584128) werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar op basis van de gewijzigde plannen die voorzien in 372 plaatsen, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft (in plaats van de 240 bestaande parkeerplaatsen); Dat in de toelichting bij deze vergunning wordt vastgesteld dat de feitelijke toestand van de parking niet ter discussie kan worden gesteld en dus van rechtswege verworven is voor wat betreft zijn perimeter en gebruik vóór de inwerkingtreding van de organieke wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw van 1962; Dat in de motivering voor deze vergunning wordt vermeld dat, aangezien aangetoond is dat het terrein sinds 1922 tot nu doorgaans als parking ingericht was en gebruikt werd, de voortzetting van deze activiteit niet aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen is, onder voorbehoud van de grindverharding die na 1962 werd uitgevoerd; dat deze grindverharding door de vergunning geregulariseerd wordt; Dat de vergunning is afgegeven op basis van gewijzigde plannen die de aanvrager op 18 oktober 2019 heeft ingediend naar aanleiding van de voorwaarden die de gemachtigde ambtenaar op grond van artikel 191 van het BWRO heeft geformuleerd, waaronder de voorwaarde dat "de geplande toestand van de hoofdparking wat de perimeter betreft, wordt aangepast aan de rechtstoestand (feitelijke toestand vóór de inwerkingtreding van de organieke wet op de ruimtelijke ordening van 1962), zoals aangegeven op de kaart in de bijlage bij dit besluit en ontworpen door architect Paul Breydel rond 1940"; Dat de vergunningsplannen 372 plaatsen toestaan, waarvan 302 voor de hoofdparking waarvan sprake in dit ontwerp (terwijl de originele vergunningsaanvraag voorzag in 499 plaatsen, waarvan 429 voor de hoofdparking); Dat deze vergunning nietig werd verklaard door arrest nr. 253.484, uitgesproken door de Raad van State op 8 april 2022, met hetzelfde motief als het vernietigings arrest van 4 oktober 2019Relevante gevonden documenten type arrest prom. 04/10/2019 pub. 25/10/2019 numac 2019030919 bron federale overheidsdienst financien Besluit tot wijziging van het besluit van 15 juni 2018 van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten type arrest prom. 04/10/2019 pub. 25/10/2019 numac 2019215097 bron federale overheidsdienst financien Besluit tot wijziging van het besluit van 18 december 2014 van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Opmetingen en Waarderingen is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten sluiten ;Dat de parking sindsdien beperkt is tot de plaatsen langs de Renbaanlaan, zoals het Milieucollege heeft aangegeven in een beslissing van 29 september 2022. Dat, na deze vernietiging, de stedenbouwkundige vergunning 16/PFU/584128 opnieuw werd verleend op 14 april 2024 ; Overwegende dat, sinds de weigering van de milieuvergunning door het Milieucollege op 26 juli 2024, de grote parkeerplaats niet langer beschikt over een milieuvergunning; Dat sindsdien, het parkeren beperkt is tot de plaatsen gelegen op de openbare wegenis langs de Renbaanlaan (die als zodanig in het GBP opgenomen is ), zoals erkend door het Milieucollege in een beslissing van 29 september 2022; Dat het een feit is, zoals hieronder aangetoond, dat de 150 plaatsen langs deze laan niet voldoende zijn om tegelijkertijd wandelaars, gebruikers van de site (golfers, gebruikers van de gehuurde locaties, occasionele bezoekers van de verschillende activiteiten, permanent of tijdelijk, aangeboden door de concessiehouder of Leefmilieu Brussel, enz.) te ontvangen; Dat het ook duidelijk is dat buurtbewoners vrezen voor een verschuiving van parkeeroverlast naar de openbare weg, gezien de in het MER geïdentificeerde behoeften; en dat dit besluit rekening houdt met deze bezorgdheid. 2. Rechtvaardiging van de gedeeltelijke wijziging van het GBP Overwegende dat uit de bovenstaande ontwikkelingen blijkt dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals ook in het GPDO en in de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud wordt bevestigd, de hippodroom van Bosvoorde ten volle zijn rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud wil laten vervullen;dat deze ambitie, gelet op de bestaande mobiliteitsoplossingen, de aanwezigheid van een voldoende grote parking impliceert; Dat uit de opeenvolgende inventarissen van de parkings gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud, opgesteld in 2000, 2007 en 2017, in het kader van de structuurvisie en het beheerplan van het Zoniënwoud, dat het aantal parkings respectievelijk van 28 naar 18 en vervolgens naar 14 is gedaald (ongeacht of het gaat om parkings met enkele parkeerplaatsen of parkings met tientallen plaatsen); Dat de geleidelijke sluiting van deze parkings zich heeft voortgezet in 2017 met de sluiting van drie parkings (Hendrickxdreef, Bundersdreef en Sint-Hubertusdreef); dat deze geleidelijke sluiting van parkings tot doel heeft de parkeergelegenheid te concentreren aan de twee "toegangspoorten" gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud: de hippodroom van Bosvoorde en het Rood Klooster, gelegen aan de rand van het massief; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ongeacht het project dat mettertijd op de site zal worden ontwikkeld, zodat deze haar rol van pool voor het onthaal van het publiek maar ook van recreatieve en didactische pool aan de rand van het Zoniënwoud kan opnemen, meent dat de bestaande parking niet alleen behouden moet blijven, maar ook moet worden uitgebreid om toegankelijk te zijn voor zowel de gebruikers van het Zoniënwoud als die van de site van de hippodroom, en dit voor alle activiteiten (natuur, sport, ontspanning, cultuur, horeca enz.), opdat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud zou kunnen vervullen; dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meermaals de wens heeft geuit om een polyvalent gebruik van de parking mogelijk te maken: zowel toegang verlenen tot het Zoniënwoud als tot de site van de hippodroom, en voor deze laatste zelfs in de hoedanigheid van hoofdparking en voor langere periodes; Dat anders de toegang tot de site dermate beperkt zou worden dat de gewenste ontwikkeling ervan op het vlak van toegang tot het woud en het aanbod aan recreatieve en didactische activiteiten zou worden belemmerd en zou resulteren in een reeks ongewenste gevolgen (verschuiving naar het parkeren op de openbare weg en voor langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale zones van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het woud, indien de parking niet adequaat is gedimensioneerd, en dit onverminderd andere maatregelen om dit fenomeen te bestrijden, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos en het winningsgebied aangezien de voertuigen zich zullen parkeren op minder beschermde locaties dan de parking die heringericht zal worden, problematiek rond de opwaardering van het recent gerenoveerde patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten indien de mogelijkheden om er te komen en er te parkeren niet op een adequate wijze worden vergemakkelijkt enz.); dat de aanzienlijke investeringen en de sociale en economische voordelen onherroepelijk verloren zouden kunnen gaan; Overwegende dat uit de twee arresten van de Raad van State, respectievelijk nr. 245.641 van 4 oktober 2019 en nr. 253.484 van 8 april 2022, waarbij de op december 2018 en oktober 2019 afgegeven stedenbouwkundige vergunningen worden vernietigd, blijkt dat een gedeeltelijke wijziging van het GBP nodig is om de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parking mogelijk te maken; dat het wenselijk is het plan te wijzigen om te voorzien in een gebruik dat in overeenstemming is met de voornoemde gewestelijke doelstellingen teneinde deze infrastructuur te bestendigen en te voorzien van een aangepaste inrichting, die aanpasbaar is aan veranderende omstandigheden; Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP aldus de wijziging beoogt van de bestemming van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat na lid 8.4 van bijzonder voorschrift 8 van het GBP wordt toegevoegd als nieuw lid 8.5, en dat als volgt luidt: "8.5. Het deel van het gebied voor voorzieningen dat zich ten westen van de Renbaanlaan in Ukkel bevindt en aan de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde grenst, is bestemd voor het gebruik als openluchtparking voor de gebruikers van dit gebied en voor de gebruikers van het aanpalende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied, in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden"; Dat, ten gevolge van arrest nr. 261.217 van 25 oktober 2024, waarbij de Raad van State het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, de bijzondere bepaling 8.5 is aangevuld zoals aangegeven in het onderstaande punt "herstelling". Gezien dat het GPDO, het structuurplan voor het Zoniënwoud en het bijbehorende beheersplan voorzien in de mogelijkheid om de bestaande parking beperkt uit te breiden, zonder een status quo op te leggen met betrekking tot het parkeren bij de toegangspoorten van het Zoniënwoud ; Dat het beheersplan van het Zoniënwoud de inrichtingsprincipes voor de site van de renbaan als volgt definieert: « 4.1 Intergewestelijke Structuurvisie en onthaal van publiek 4.1.1 Onthaal van het publiek via de ingerichte onthaalpoorten Om de ecologische waarde van de centrale kern van het Zoniënwoud te versterken, wordt het beleid voor onthaal van het publiek in het bosgebied herzien. Het steunt op de ontwikkeling van een indeling in zones van de beboste ruimte (COLSON et al., 2012c) die bestaat uit onthaalpoorten (en secundaire ingangen), contactzones en verspreidingszones, alsook een gedifferentieerd wegennet. 4.1.1.1 Toegangspoorten De belangrijkste onthaalpoorten (6 voor het hele bosgebied - cf. kaart 1.20) aan de rand van het bosgebied ontvangen het grootste deel van de gebruikers. In het Brusselse gedeelte van het bosgebied zijn twee hoofdonthaalpoorten aangeduid: de sites van het Rood Klooster en de renbaan van Bosvoorde. Deze toegangen, werden gekozen omwille van hun makkelijke bereikbaarheid, zowel met het openbaar vervoer als via de weg. Elke poort heeft een eigen thema ("Bos en erfgoed" voor het Rood Klooster, "Natuur- en stadseducatie voor de renbaan van Bosvoorde). De thema's van deze poorten zijn complementair, zodat weinig compatibele recreatieactiviteiten voldoende van elkaar kunnen worden gescheiden. Om tegemoet te komen aan de uiteenlopende vragen van het publiek moeten de recreatiepoorten goed ontwikkeld worden (horeca, recreatie-infrastructuren en attracties die op hun plaats zijn in het bos ...). Deze compatibiliteit zal het voorwerp moeten uitmaken van een passende beoordeling in het kader van de vergunningsaanvraag.." (Boek II, pagina 84). « 1.6.1 Renbaan van Bosvoorde » De oude renbaan van Ukkel-Bosvoorde is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Brussel, en leeft voort in de herinneringen van de inwoners. Dit uitgestrekte terrein ligt op het raakvlak van het Zoniënwoud en de zuidelijke wijken van de hoofdstad. Gedurende meer dan een eeuw speelde het een belangrijke sociale en recreatieve rol voor liefhebbers van paardenrennen, wandelingen in het woud en andere culturele en sportieve vormen van ontspanning. Sinds hier niet langer aan paardensport wordt gedaan (1995) en het opmerkelijke erfgoed in verval raakte, is het prestige van de renbaan er geleidelijk op achteruitgegaan (DROH!ME INVEST, 2015). Voor de sanering van het terrein heeft het Gewest, via de Maatschappij voor Verwerving van Vastgoed (MVV) - erfpachter van de site en inmiddels omgedoopt tot Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) -, in 2013 beslist de restauratie "gesloten ruwbouw" van de drie meest prestigieuze gebouwen van de site op zich te nemen. De MVV (MSI) vertrouwde overigens de concessie van de site voor 15 jaar (met ingang in 2014) toe aan VO Group, met de opdracht hier een park voor actieve vrijetijdsbesteding te ontwikkelen, dat zich richt tot een breed publiek dat meerdere generaties omspant. De firma Drohme Invest, dochteronderneming van VO Group, ontwikkelt vandaag dit project, "Drohme Melting Park" genoemd (DROH!ME INVEST, 2015). De bosdienst van Leefmilieu Brussel beheert slechts een deel van de beboste oppervlakten (cf. kaart 2.3). Een overeenkomst die het Gewest, de MSI, de concessiehouder en LB verbindt, zou de grenzen voor interventies van LB en van de concessiehouder op het vlak van het beheer van de boszone (in de zin van het PRAS) officieel moeten vastleggen." (Boek II, pagina 121) ; "3.2.2.1 Onthaalpoort "Renbaan van Ukkel-Bosvoorde" De site van de Renbaan van Ukkel-Bosvoorde is eigendom van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Gewest kende in 2013 een erfpacht voor deze site toe aan de Maatschappij voor de Verwerving van Vastgoed (MVV). In 2014 vertrouwde de MVV overigens de concessie van de site voor 15 jaar toe aan VO Group, met de opdracht hier een park voor actieve vrijetijdsbesteding te ontwikkelen, dat zich richt tot een breed publiek dat meerdere generaties omspant. De firma Drohme Invest, dochteronderneming van VO Group, ontwikkelt dit project, "Drohme Melting Park" genoemd (DROH!ME INVEST, 2015) (cf. Boek I - hoofdstuk 1). De site wordt vooral gekenmerkt door de volgende punten: O aanwezigheid van parkings; het maximum aantal parkeerplaatsen op de parkings van de toegangspoort tot het Zoniënwoud op de site van de Renbaan van Bosvoorde komt overeen met het aantal plaatsen die meestal voor tijdelijke evenementen via een milieuvergunning worden toegestaan.ze beschikt over een beschermde tribune (waardevol erfgoed) die werd gerenoveerd in 2016; Boek II - Beheerdoelstellingen en -maatregelen O gelegen in de nabijheid van het natuurreservaat van Verdronken Kinderen en de Hoefijzervijver; O gemakkelijk bereikbaar vanuit Brussel dankzij het GEN-station van Bosvoorde, tram 91 en buslijnen 41 en 366; O bestaande dynamiek voor reconversie naar een gemengde zone voor culturele, sportieve, recreatieve evenementen en horeca; O opgenomen in het ontwerp van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) dat in 2017 werd voorgelegd voor een openbaar onderzoek als een van de vijf "gewestelijke recreatiepolen". De Structuurvisie ziet voor deze poort de ontwikkeling van activiteiten rond het thema "Natuur- en stadseducatie", gebaseerd op de bruuske overgang tussen Brussel en het Zoniënwoud en gericht tot gezinnen, jongeren en scholieren." (Boek II, pagina's 187-188). Dat het beheersplan van het Zoniënwoud voorschrijft dat "de onthaalcapaciteit van elk van de vier Brusselse recreatiepoorten bestuderen, evenals de manier waarop deze kunnen worden verbeterd naar de geest van de Structuurvisie, rekening houdend met de volgende aspecten in het bijzonder bediening door het openbaar vervoer; onthaalinfrastructuren (parkeerzones, toegang voor personen met beperkte mobiliteit, horeca, bosmeubilair, wegsignalisatie, kwaliteit van de boswegen, andere); informatie van de bezoekers; diversiteit van de voorgestelde activiteiten die verband houden met het milieu en aanvullend bij de andere poorten; aansluiting op het recreatienetwerk" (Boek II, pagina 189). Dat, naast het vastgestelde programma voor de hoofdtoegangspoorten van het bos, waaronder de toegangspoort van de Renbaan, het beheersplan van het Zoniënwoud aanbeveelt om een globale reflectie te voeren over de parkeerruimtes, gebaseerd op de volgende doelstellingen : "- het aantal parkings en parkeerplaatsen mag niet worden verhoogd; - Het verminderen van het aantal ingerichte parkings langs de wegen die toegang geven tot het hart van het woud, maar er rekening mee houdend dat de globale capaciteit behouden blijft ; - de parkings aan de onthaalpoorten moeten er verzorgd bij liggen ; - de inrichting van de secundaire parkings die gelegen zijn dichtbij de zones met een hoge ecologische waarde, moet beperkt blijven ; - de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit moet verbeterd worden ; - de parkings moeten, wanneer dit zinvol is, worden uitgerust met "stormslagbomen" ; - De diefstallen uit auto's moeten vermeden worden ; - Wildparkeren moet bestreden worden" (Boek II, pagina 195). Dat het de volgende maatregelen aanbeveelt : - "status quo voor de parkeermogelijkheden (aantal plaatsen) in het bos met het sluiten van een aantal secundaire parkings in het achterhoofd - aanleg van parkings volgens de behoeften van personen met beperkte mobiliteit (parkeerplaatsen, kwaliteit van de oppervlakte, afmetingen van de doorgangen, ...) - de parkings uitrustingen met "stormslagbomen"; - het meubilair homogeen maken; - verzorgde presentatie van de onthaalborden; - regelmatige lediging van de vuilnisbakken en schoonmaak van de directe omgeving; - strijd tegen sluikstorten; - bewaking op de parkings; - anti-parkeerpaaltjes plaatsen wanneer wildparkeren wordt vastgesteld; - de staat van de parkeerpaaltjes opvolgen en ze vervangen indien nodig." (Boek II, pagina's 195-196). Overwegende dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen enerzijds de doelstellingen die zijn vastgesteld voor secundaire parkeerruimtes - zijnde de parkings langs wegen die toegang geven tot de kern van het bos en die bedoeld zijn om te worden verminderd om de toegang tot de ecologisch meest gevoelige delen van het bos te beperken - en anderzijds de specifieke doelstellingen voor parkeren bij de toegangspoorten van het bos, waaronder de site van de renbaan van Ukkel-Bosvoorde; Dat met betrekking tot laatstgenoemde reeds is uiteengezet dat de site wordt gekenmerkt door een goede bereikbaarheid via de weg, en dat het plan aanbeveelt de opvangcapaciteit ervan te onderzoeken en manieren te vinden om deze te verbeteren in lijn met de structuurvisie, die de aanleg van een kwalitatieve parking met een voldoende capaciteit aanbeveelt; Dat met betrekking tot de andere secundaire parkings het plan met name aanbeveelt om de huidige situatie te handhaven wat betreft de mogelijkheden (aantal parkeerplaatsen) in het bos, terwijl bepaalde secundaire parkings worden gesloten; dat deze secundaire parkings door het plan worden opgesomd en weergegeven op kaart 7.12 (Boek I, pagina's 250-251); dat de vermelde "renbaan"-parking met 22 plaatsen zich bevindt aan de Lorrainedreef; dat dit dus niet de site van de renbaan betreft, noch de zone die door de huidige wijziging wordt bestreken, en dat deze niet onder het eerder genoemde doel van status quo vallen; Dat het plan verder herinnert dat "De parkings ter hoogte van de onthaalpoorten krijgen een belangrijkere rol toebedeeld dan de parkings verspreid langs de wegen in het bosgebied die geleidelijk zullen worden afgebouwd". (Boek II, pagina 195. Overwegende dat de hierboven aangehaalde uittreksels wijzen op een duidelijke intentie om op de site van de renbaan de feitelijke situatie te bevestigen, namelijk een kwalitatieve parking die zowel nodig is als toegangspoort tot het Zoniënwoud als om bezoekers van de aangrenzende site te ontvangen, met oog op de recreatieve, didactische en andere activiteiten die de site mogelijk maakt; Dat deze parking dus een dubbele rechtvaardiging heeft, bevestigd door zijn eeuwenoude feitelijke bestaan; Dat het daarom, planologisch en juridisch gezien, en gelet op de arresten van de Raad van State van 2018 en 2019, aangewezen is om deze feitelijke situatie "in orde" te brengen door de parking aan te wijzen als een zone voor uitrusting van collectief belang of openbare dienstverlening; Dat het structuurplan van het Zoniënwoud weliswaar het gebruik van openbaar vervoer naar de toegangspoorten van het woud aanmoedigt, maar niettemin het behoud van de bestaande parking noch een beperkte uitbreiding ervan uitsluit; Dat het beheersplan van het Zoniënwoud daarnaast een breed programma van activiteiten definieert dat op de site van de renbaan kan worden gerealiseerd als toegangsportaal van het Zoniënwoud, met een combinatie van educatieve, recreatieve, ontspannende en ludieke activiteiten gericht op de valorisatie van de natuur, waarbij wordt opgemerkt dat een concessie werd verleend aan een private actor om er een actief recreatiepark te ontwikkelen dat gericht is op een breed publiek. Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP eveneens de wijziging beoogt van het deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht, dat zich in een bosgebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde bevindt, om het te bestemmen als bosgebied; 2.1. Verantwoording van de wijziging van het bosgebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd voorschrift Overwegende dat de wijziging van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, die gekoppeld is aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift, gerechtvaardigd is om de herinrichting van de bestaande parking mogelijk te maken; Dat het inderdaad van openbaar nut is dat de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde een parking met voldoende capaciteit krijgt en dat deze kan worden aangelegd, zodat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat er eigenaar van is, de site voor een zo ruim mogelijk publiek kan openstellen en ervoor kan zorgen dat ze haar als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen; dat het namelijk de bedoeling is om de recreatieve activiteiten rond een van deze toegangspoorten te concentreren, zodat de kernen van grote biologische waarde in het hart van het bos intact blijven; Overwegende dat de hoofdparking van de site toegankelijk zal zijn voor het publiek, met name voor het publiek dat toegang wenst tot het Zoniënwoud en voor andere activiteiten in het nabijgelegen gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Dat de parking aldus de toegang tot het Zoniënwoud en de activiteiten van zijn nieuwe onthaalruimte zal vereenvoudigen; Overwegende dat de zone waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, werd aangelegd en doorgaans wordt gebruikt als openluchtparking; dat dit gebruik (minstens) teruggaat naar 1922; Overwegende dat dit gebied bij de inwerkingtreding van het GBP in 2001 als bosgebied werd ingekleurd, hoewel het grotendeels onbebost was en al decennialang werd gebruikt als openluchtparking; Dat de bijzondere voorschriften van het bosgebied enkel handelingen en werkzaamheden toestaan die noodzakelijk zijn voor de bestemming van dit gebied of een rechtstreekse aanvulling vormen voor zijn ecologische, economische en sociale functie; Dat deze voorschriften, onder voorbehoud van de toepassing van de algemene voorschriften 0.9 en 0.11 van het GBP, een daadwerkelijke herinrichting van de parking, aangepast aan de hierboven aangehaalde ecologische noden en uitdagingen, verhindert; Overwegende dat de wijziging van het bedoelde gebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat de bestemming van de zone nadrukkelijk toestaat "als openluchtparking voor gebruikers van het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied" het mogelijk maakt om de inrichting ervan te herzien om de verschillende uitdagingen die zich voordoen als gevolg van de bestaande situatie, aan te pakken en om, ter gelegenheid van de herinrichting, een parking met landschappelijke herinrichting optimaal in te passen in de omgeving en aldus een daadwerkelijk actief beheer van de parking en van het water op de parking of ervan afkomstig te garanderen, teneinde de waterwinningsgebieden te vrijwaren en hierbij, aan de rand van de parking, een hoogwaardige bosrand te creëren; Dat dit gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift eveneens de mogelijkheid uitsluit om andere voorzieningen te bouwen die doorgaans worden toegestaan op grond van specifieke voorschriften die van toepassing zijn in gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten; Dat deze algemene uitsluiting het in de praktijk onmogelijk maakt om te bouwen in dit gebied dat beperkt is tot het exclusieve gebruik als openluchtparking en waardoor het aangrenzende bosgebied aldus in de kijker kan worden gezet; Dat deze wijziging het mogelijk maakt om de parking op te nemen in de uitbreiding van het reeds bestaande gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gelegen ten oosten van de Renbaanlaan, waarin de voornaamste installaties van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zijn opgenomen; 3.2. Verantwoording van de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen in bosgebied Overwegende dat de wijziging van een deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, dat zich tussen de twee ringen bevindt ten westen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, in een bosgebied de ambitie als bos kan versterken en het non-aedificandigebied in het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht kan uitbreiden; Dat dit beboste gebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de onmiddellijke omgeving ervan daardoor beter beschermd zullen zijn door de voorschriften die van toepassing zijn op het bosgebied en op de gebieden langs de rand van bossen en wouden, door het gebied onder meer te vrijwaren van alle voornemens om het gebied in te richten zoals toegelaten was volgens de voorschriften van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten die tot dan van toepassing waren; Dat deze toevoeging aan het bosgebied in zekere mate de bestemmingswijziging van de parkeerzone die zich momenteel in het bosgebied bevindt, zal compenseren; Dat op deze manier ook de rechtstoestand en de feitelijke toestand van deze gebieden op elkaar worden afgestemd; 3. Milieueffectenrapport en passende effecten-beoordeling: onderzoek van de alternatieven en motivering van de keuze van het ontwerp Overwegende dat over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP een milieueffectenrapport (MER) overeenkomstig bijlage D van het BWRO en een passende beoordeling overeenkomstig artikel 57, § 1, tweede lid, van de Ordonnantie van 1 maart 2012 inzake natuurbehoud is opgesteld; Dat uit het MER blijkt dat een parking op deze locatie tegemoet komt aan een dwingende noodzaak; dat deze parking eerst en vooral een rol speelt als toegangspoort tot het bos (door de wandelaars door dit stuk bos te loodsen en zo alvast de drukte in de dieper gelegen bosgebieden te verminderen, maak ook het risico in te perken op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het woud intact te houden) en vervolgens ook toelaat het bestaande gebied voor voorzieningen en het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten voldoende bereikbaar te maken, met dien verstande dat de omliggende wegen een dergelijke hoeveelheid geparkeerde wagens niet aankunnen; Dat het MER evenwel aantoont dat het behoud van de parking in de huidige staat niet wenselijk is; Dat de parking in zijn huidige vorm geen echt beleid inzake parkeerbeheer mogelijk maakt dat aangepast is aan evenementen en waarbij de parking kan worden gebruikt overeenkomstig zijn bestemming; Dat zijn capaciteit van ongeveer 240 plaatsen (naast de bijkomende mogelijkheid tot 70 plaatsen op het aangrenzende gebied ) als onvoldoende worden beoordeeld om tegemoet te komen aan de functie van toegangspoort tot het Zoniënwoud en de nieuwe onthaalruimte met de bijhorende negatieve effecten (toename van het parkeren op de openbare weg en voor een langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale gebieden van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het bos, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het woud en het winningsgebied, problematiek rond de opwaardering van het patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten enz.); Dat uit het MER en de passende beoordeling blijkt dat het aanvankelijke project tot uitbreiding van de parkeeroppervlakte om het aantal plaatsen op de hoofdparking op te trekken van 428 naar 535 in het beboste massief zou toelaten tegemoet te komen aan de vraag naar parkeerplaatsen tijdens periodes van gemiddelde drukte in het Zoniënwoud en tijdens grote drukte bij normale bedrijvigheid in de voormalige hippodroom. De site zou zo de rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud en haar functie van toegangsruimte zoals de structuurvisie van het Zoniënwoud vooropstelt, kunnen vervullen; Dat deze oppervlakte-uitbreiding op zich geen afbreuk doet aan de historische, esthetische en wetenschappelijke waarde van de site, gelet op de beperkte waarde van het gebied en rekening houdend met het bestaan van de voormalige parking en de doelstelling om wandelaars op afstand te houden van het hart van het bos; Dat de impact van het kappen van bomen waartoe deze uitbreiding zou leiden in het bebost gebied ten westen van de bestaande parking, die van geringe omvang is op schaal van het bos, evenwel de oppervlakte van het bosmassief verkleint (met ongeveer 3.800 m2 ten opzichte van de 4.400 ha van het massief), terwijl het bebost gebied in kwestie, ook al is het van beperkte waarde, ten goede kan worden ingericht als een hoogwaardige rand die een betere overgang naar de parking mogelijk maakt; Overwegende dat het onderzochte alternatief (alternatief 1) om de grondinname van de bestaande hoofdparking aan de rand aan te passen, meer bepaald ter hoogte van de ingang van de parking en aan het andere uiteinde, de herinrichting van de parking zou mogelijk maken met een theoretische capaciteit van 288 tot 360 parkeerplaatsen; Dat het voordeel van dit alternatief is dat het minder gevolgen heeft voor het landschap, omdat er geen extra bomen dienen te worden geveld; Dat dit alternatief kan worden gerealiseerd met aanplantingen die beter opgaan in het geheel van de beschermde site en de heropbouw van een echte bosrand met de verwachte voordelen op het vlak van fauna en flora bewerkstelligt; Dat deze variant meer parkeerplaatsen zou opleveren dan de bestaande situatie (240 plaatsen); dat deze variant weliswaar minder parkeerruimte biedt dan het aanvankelijk beoogde aantal (428 tot 535 plaatsen, die een theoretisch maximum uitmaken), maar met de 70 extra plaatsen op buurtparkings op afdoende manier kan voldoen aan de parkeerbehoefte die voortvloeit uit de bestemming van de site als toegangspoort en onthaalruimte van het Zoniënwoud; Dat deze variant uiteindelijk een sterkere modal shift naar andere alternatieve transportmiddelen zal bevorderen dan het oorspronkelijke project, wat dan weer strookt met de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan; Dat het risico op een toename van geparkeerde auto's op de openbare weg moet worden afgewogen in het licht van de mobiliteitsdoelstellingen die het gebruik van de auto op korte en/of lange termijn systematisch willen inperken, wat ook via een beperking van het parkeeraanbod verloopt; Dat deze risico's bovendien zullen worden onderworpen aan beheersmaatregelen (zie hieronder) ; Overwegende dat de Regering voornemens is de aanbevelingen van de effectenbeoordeling om de hierboven uiteengezette redenen op te volgen door te kiezen voor het onderzochte alternatief 1 en door de doelstellingen die met deze aanbevelingen worden nagestreefd op een regelmatige wijze vast te leggen.; Dat deze wijziging de herontwikkeling, met enkele aanpassingen, mogelijk maakt van de bestaande feitelijke situatie, die vóór de inwerkingtreding van de richtlijn is verworven en waarvan de handhaving en herontwikkeling gerechtvaardigd zijn gelet op de nieuwe behoeften van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en van de goede inrichting van deze toegangspoort tot het Zoniënwoud; dat met bepaalde aanpassingen aan de grondinname, zonder noemenswaardige bijkomende gevolgen voor de bosrand, het plan in overeenstemming wordt gebracht met de hierboven ontwikkelde doelstellingen van algemeen belang; 4. Beperkingen die van toepassing zijn op de gewijzigde bestemmingszones Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied onderworpen zijn aan verscheidene beperkingen op het vlak van bescherming waarmee rekening werd gehouden in de gedeeltelijke wijziging van het GBP; 4.1. Beschermingsbesluit van het gebied Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied zich binnen de perimeter bevinden van het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Dat deze gebieden onderworpen zijn aan de algemene verbodsbepalingen van artikel 232 van het BWRO aangaande de gevolgen van de bescherming; dat de verbodsbepalingen die vasthangen aan de bescherming op grond van artikel 232 van het BWRO ook van toepassing zijn op een besluit tot wijziging van het GBP, zoals de Raad van State in zijn arrest nr. 188.117 van 20 november 2008 vermeldt; Dat dient te worden opgemerkt dat het bestaan van een beschermingsbesluit voor een site op zichzelf niet van dien aard is dat het binnen het beschermde gebied verbiedt handelingen te verrichten en werken uit te voeren waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is; dat artikel 232 van het BWRO handelingen en werken verbiedt die tot gevolg hebben dat de site de waarde verliest die de bescherming ervan rechtvaardigde of die geen rekening houden met zijn bijzondere behoudsvoorwaarden; Dat op basis van de analyse van artikel 6 van de wet van 7 augustus 1931 en de omzetting ervan in het Brussels recht, voormelde beperkingen in het beschermingsbesluit geen bijzondere behoudsvoorwaarden vormen in de zin van de artikelen 211, § 2, 214 en 232, 3° van het BWRO, maar een opsomming van de handelingen en werken die enkel toegestaan zijn met de vergunning waarnaar diezelfde bepaling verwijst, d.w.z. een stedenbouwkundige vergunning volgens de huidige wetgeving; Dat hieruit volgt dat het beschermingsbesluit niet leidt tot een principieel verbod op het optrekken van nieuwe bouwwerken of de wijziging van bestaande bouwwerken en installaties, zoals de aanleg van de bestaande parking; Overwegende dat het gedifferentieerde stedenbouwkundige voorschrift en de wijzigingen in gebiedsindeling die voortvloeien uit het ontwerp tot wijziging van het GBP in dit geval niet onverenigbaar zijn met artikel 232 van het BWRO, aangezien zij in het geval van het beschermde landschap van het Zoniënwoud geen afbreuk doen aan een van de belangen die de bescherming van dit landschap rechtvaardigen; Dat het koninklijk besluit van 2 december 1959 het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos beschermt als landschap om zijn wetenschappelijke, esthetische en historische waarde, maar niet nader bepaalt welke belangen qua erfgoed de bescherming van het gebied rechtvaardigen; Dat het voorstel tot bescherming dat uitgaat van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 25 maart 1955 vermeldt dat de bescherming bedoeld is om "het Zoniënwoud als nationaal opmerkelijk natuurgebied te beschermen tegen alle ingrepen die zijn uitzicht, fraaie indeling of omvang zouden kunnen aantasten"; Dat het gebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, reeds - volledig of gedeeltelijk - als dusdanig wordt gebruikt sinds 1922 en in 1959 werd beschermd; Dat dit gebied ongetwijfeld uiteenlopende veranderingen heeft ondergaan in de loop van de jaren, zoals onder meer het verdwijnen van bepaalde bomen en de bijhorende uitbreiding van de parkeermogelijkheden; Dat het ontwerpplan ook bepaalde grenzen van de bestaande parking aanpast om onder meer een klein gedeelte aan zijkant van de hippodroom niet in aanmerking te nemen en om aan de overzijde, ter hoogte van de ingang, de parking uit te breiden in een gebied van geringe waarde (invasieve soort - Japanse duizendknoop); Dat deze ontwikkelingen die in de gedeeltelijke wijziging van het plan worden bekrachtigd, door hun beperkte omvang op schaal van het Zoniënwoud en hun inplanting langs historische infrastructuren die zich binnen de beschermde perimeter (hippodroom) bevinden, als dusdanig geen afbreuk doen aan het wetenschappelijk, esthetisch en historisch belang van het beschermde landschap van het Zoniënwoud; Dat de voorgestelde wijziging bovendien geen gevolgen heeft voor het behoud van de aanwezige, opmerkelijke bomen en dus de aanbevelingen van het MER volgt; Dat een heringerichte parking binnen de perimeter van de bestaande parking, met aanpassingen aan de rand ervan, ook voordelen heeft voor het in stand houden van de belangen die gevrijwaard zijn door de bescherming; Dat de wandelaars over een hoogwaardige parking kunnen beschikken aan de toegangspoort van het beschermde gebied zal er tevens toe bijdragen dat de wandelaars vlotter door dit stuk bos kunnen worden geloodst, dat de drukte in de dieper gelegen bosgebieden wordt verlicht en dat het risico op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het bosmassief intact te houden, wordt ingeperkt; dat dit een volwaardige landschappelijke inplanting van de parking zal mogelijk maken door de aanplanting van bomen die voor een betere inpassing van de parking in het beschermde landschap zorgen, en dat het MER en de passende beoordeling aanbevelen om bij de herinrichting daadwerkelijk een aangepaste bosrand uit te …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.