Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams regl

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt bestaande reglementen over milieuvergunningen en milieuhygiëne om deze aan te passen aan de nieuwste technische ontwikkelingen. Het actualiseert definities en voegt nieuwe begrippen toe met betrekking tot milieubescherming.

Wat het reguleert

  • De definitie van "huishoudelijk afvalwater" en wat daaronder valt.
  • Verwijzingen naar wetgeving over ruimtelijke ordening.
  • Nieuwe definities voor specifieke milieugerelateerde activiteiten en inrichtingen.
  • De voorwaarden voor het collectief begraven van krengen van gezelschapsdieren.

Wie het aanbelangt

  • Inrichtingen die huishoudelijk afvalwater produceren.
  • Eigenaars van gezelschapsdieren en uitbaters van dierenbegraafplaatsen.
  • Inrichtingen die vallen onder de Seveso-richtlijn (hogedrempel-Seveso-inrichtingen).

Kernpunten

  • "Huishoudelijk afvalwater" omvat nu ook afvalwater van wassalons waar toestellen uitsluitend door cliënteel worden bediend, en afvalwater van verzorgingsinstellingen onder bepaalde voorwaarden.
  • De wetgeving verwijst nu naar de "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009" in plaats van oudere decreten.
  • Nieuwe definities zijn toegevoegd voor "dierenbegraafplaats", "gezelschapsdieren", "collectief begraven van krengen van gezelschapsdieren", "hippotherapie", "hogedrempel-Seveso-inrichting" en "veiligheidsnota".
  • Een "veiligheidsnota" is een openbaar document dat aantoont dat een verandering aan een vergunde inrichting geen extra risico op zware ongevallen voor mens en milieu met zich meebrengt.
Wettekst
Wettekst

23 DECEMBER 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, wat betreft de actualisatie van voormelde besluiten aan de evolutie van de techniek De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, laatst gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op de wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1964 pub. 18/06/2010 numac 2010000336 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, artikel 1; Gelet op de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, artikel 3, laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 1998; Gelet op de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder, artikel 1, laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 1998; Gelet op het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, artikel 25, tweede lid, vervangen bij het decreet van 25 mei 2007; Gelet op het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010; Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, artikel 2bis, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, artikel 3, tweede lid, vervangen bij het decreet van 23 december 2010, artikel 4, § 2, tweede lid, artikel 11, § 1 en § 2, derde lid, artikel 12, § 1, eerste lid, artikel 13, § 1, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, en § 4, artikel 14, § 1, gewijzigd bij het decreet van 12 december 1990, artikel 16, § 4, artikel 18, gewijzigd bij de decreten van 11 mei 1999, 22 april 2005 en 11 juni 2010, artikel 19, 2°, vervangen bij het decreet van 22 april 2005, artikel 20, § 1, eerste lid, vervangen bij het decreet van 22 december 1993, artikel 21, § 3, artikel 22, § 3, artikel 22bis, § 1, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 16 januari 2004, artikel 24, § 2, eerste lid, artikel 26, § 4, artikel 27, § 3 en artikel 29, vervangen bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 sluiten; Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 3.3.1, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995 en laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, artikel 3.3.2, § 1, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995 en gewijzigd bij het decreet van 6 februari 2004, artikel 16.1.2, 1°, f), ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 sluiten en artikel 16.4.27, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 sluiten; Gelet op het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, artikel 51, § 1, vervangen bij het decreet van 16 juli 2010; Gelet op het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 sluiten tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI "Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen", artikelen 32 en 33; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten4 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten2 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 juni 2011; Gelet op advies 50.547/3 van de Raad van State, gegeven op 29 november 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van titel I van het VLAREM Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 10° wordt vervangen door wat volgt : « 10° "huishoudelijk afvalwater" : afvalwater dat alleen bestaat uit het water dat afkomstig is van :

  1. a)normale huishoudelijke activiteiten;
  2. b)sanitaire installaties;
  3. c)keukens;
  4. d)het reinigen van gebouwen, zoals woningen, kantoren, plaatsen waar groot- of kleinhandel wordt gedreven, zalen voor vertoningen, kazernen, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, zwembaden, hotels, restaurants, drankgelegenheden, kapsalons;
  5. e)wassalons, waar de toestellen uitsluitend door het cliënteel zelf worden bediend. Afvalwaterstromen van verzorgingsinstellingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 5.49.0.4 van titel II van het VLAREM, worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met huishoudelijk afvalwater; »; 2° in punt 23°, a), wordt de zinsnede « het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 » vervangen door de zinsnede « de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 »;3° in punt 23°,
  6. b)en c), wordt de zinsnede « het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening » vervangen door de zinsnede « de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 »;4° er worden een punt 56° tot en met 63° toegevoegd, die luiden als volgt : « 56° « dierenbegraafplaats » : een plaats waar collectief krengen van gezelschapsdieren worden begraven;57° « gezelschapsdieren » : alle dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoed en gehouden, maar die niet gegeten worden, en die niet voor veeteelt gehouden worden;58° « collectief begraven van krengen van gezelschapsdieren » : alle andere begravingen van krengen van gezelschapsdieren, dan de individuele begraving door de eigenaar van het kreng, in de eigen tuin;59° « hippotherapie » : het doelgericht therapeutisch (be)handelen met het paard als medium; 60° « hogedrempel-Seveso-inrichting » : een inrichting die is ingedeeld in subrubriek 17.2.2 van de indelingslijst; 61° « veiligheidsnota » : openbaar document waarin aangetoond wordt dat de verandering van een vergunde inrichting geen bijkomend risico van zware ongevallen voor mens en milieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand, zoals die beschreven is in een voor die inrichting goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport, en waarbij met betrekking tot die verandering wordt aangetoond welke maatregelen getroffen zijn of kunnen worden getroffen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken;62° « Verordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr.1069/2009 » : verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002; 63° « Verordening (EG) nr.142/2011 » : verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn. ». Art. 2.In artikel 4, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten, in artikel 42, § 5, 1°, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten en in artikel 51, § 1, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992 en 12 januari 1999 worden de woorden « bestendige deputatie van de provincie » vervangen door het woord « deputatie ». Art. 3.In artikel 6, § 1, 1°, inleidende zin, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten5, worden de woorden « bestendige deputatie van de provincie » en de woorden « bestendige deputaties van de provincies » respectievelijk vervangen door het woord « deputatie » en het woord « deputaties ». Art. 4.In artikel 6quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 september 2003, 12 mei 2006, 7 maart 2008 en 19 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 3, wordt de volgende zin toegevoegd : « Als de mededeling betrekking heeft op een verandering in een hogedrempel-Seveso-inrichting, ofwel van de hoeveelheid of de fysische vorm van de gevaarlijke stoffen, ofwel van de processen of de installaties waarbij gevaarlijke stoffen worden gebruikt, wordt daarenboven een exemplaar gestuurd naar de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportering.»; 2° in paragraaf 4 en 5 worden de woorden « bestendige deputatie van de provincie » vervangen door het woord « deputatie ». Art. 5.Aan artikel 18, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zinsnede toegevoegd : « of in minstens een dag- of weekblad met regionaal karakter en op een voor bekendmakingen geëigende en opvallende plaats op de website van de gemeente. ». Art. 6.In artikel 20 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin worden de woorden « bestendige deputatie van de provincie » vervangen door het woord « deputatie »; 2° in paragraaf 1, 2°,
  7. a)en c), wordt de zinsnede « door artikel 193, § 1, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening » vervangen door de zinsnede « door artikel 7.2.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 »; 3° in paragraaf 2, 2°, b), wordt de zinsnede « door artikel 193, § 1, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening » vervangen door de zinsnede « door artikel 7.2.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 ». Art. 7.Aan artikel 21 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten9, wordt een paragraaf 11 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11. Het advies van de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportering, bevat de volgende gegevens : een gemotiveerde beoordeling van de veiligheidsnota. ». Art. 8.In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, 7 maart 2008 en 19 september 2008 en 4 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « Bestendige Deputatie van de provincieraad » vervangen door het woord « deputatie »;2° in paragraaf 2, 1° en 2°, worden de woorden « Bestendige Deputatie van de provincieraad » vervangen door het woord « deputatie »; 3° in paragraaf 2, 3°, wordt de zinsnede « door artikel 193, § 1, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening » vervangen door de zinsnede « door artikel 7.2.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 »; 4° in paragraaf 2, 5°, worden de woorden « Bestendige Deputatie » vervangen door het woord « deputatie »;5° in paragraaf 2, 5°, wordt de zinsnede « , met dien verstande dat zij niet mogen behoren tot het college van deskundigen bedoeld in artikel 7, § 5 van het decreet » opgeheven. Art. 9.In artikel 23, § 4, eerste lid, in artikel 24, § 6, in artikel 44, § 2, 1°, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten0, in artikel 49, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, 23 april 2004 en 19 september 2008, in artikel 52, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992, 12 januari 1999, 7 maart 2008 en 19 september 2008, in artikel 54, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 april 2004, 19 september 2008 en 24 april 2009, in artikel 55, § 1, en in artikel 72, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten0, worden de woorden « Bestendige Deputatie van de provincieraad » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 10.In artikel 30, § 6, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten, wordt het artikelnummer « 36, 4°,
  8. b)» vervangen door het artikelnummer « 36, 5°,
  9. b)». Art. 11.In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992, 12 januari 1999, 29 september 2000, 7 maart 2008 en 19 september 2008, worden de woorden « Bestendige Deputatie » en de woorden « Bestendige Deputatie van de provincieraad » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 12.In artikel 38, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten, worden de woorden « bestendige deputatie van de provincieraad » en de woorden « bestendige deputatie van de provincie » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 13.In artikel 40, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering, van 12 januari 1999 en 30 april 2009, worden de woorden « bestendige deputatie van de provincie » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 14.In artikel 45, § 4, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999035162 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden waarvoor de verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport wordt opgelegd sluiten, worden de woorden « bestendige deputatie van de provincieraad » vervangen door het woord « deputatie ». Art. 15.In artikel 45, § 4bis, zesde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten3, wordt de zinsnede « , vermeld in § 4, 1°, c), » opgeheven. Art. 16.In artikel 50, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992, 12 januari 1999, 7 maart 2008 en 19 september 2008, worden de woorden « Bestendige Deputatie van de provincieraad », de woorden « bestendige Deputatie van de provincie » en de woorden « Bestendige Deputatie van de provincie » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 17.In artikel 53bis, § 2, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de woorden « bestendige deputatie van de provincieraad », de woorden « bestendige deputatie » en de woorden « Bestendige Deputatie van de provincie » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 18.In artikel 57quater, § 3, 4°, van hetzelfde besluit wordt het woord « bestendige » opgeheven. Art. 19.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk XIVter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk XIVter. - Gebruik van elektronische middelen voor gegevensuitwisseling Art. 57decies.§ 1. Op het grondgebied van gemeenten en provincies die dit toelaten, kunnen de volgende gegevensuitwisselingen geldig via elektronische middelen worden uitgevoerd : 1° de melding, vermeld in artikel 2, § 1, en artikel 3;2° het indienen van de milieuvergunningsaanvraag, vermeld in artikel 5, tenzij het een samengevoegde aanvraag is, vermeld in artikel 55bis;3° het meedelen van de kleine verandering, vermeld in artikel 6bis, § 2;4° het melden van een overname, vermeld in artikel 42, § 2. § 2. De elektronische gegevensuitwisselingen, vermeld in paragraaf 1, worden, op straffe van onontvankelijkheid, ingediend via het elektronische milieuvergunningenloket van de Vlaamse overheid, verder genoemd het « eMIL-milieuvergunningenloket ». Er is toegang tot het eMIL-milieuvergunningenloket via een webpagina van de Vlaamse overheid of via een webpagina van de gemeente of van de provincie; § 3. De elektronische gegevensuitwisselingen, vermeld in paragraaf 1, voldoen, op straffe van onontvankelijkheid, aan de volgende voorwaarden : 1° alle bestanden die verzonden worden :
  10. a)zijn virusvrij en kopieerbaar;
  11. b)kunnen worden geopend en gelezen;2° de minister kan de toegelaten formaten en de vereisten van de tekstdocumenten, bestanden en plannen bepalen. § 4. Indien de aanvraag onderdelen zou bevatten die niet voor openbaarheid in aanmerking komen, worden deze door de indiener in aparte bestanden ingediend. In de naamgeving van die bestanden wordt door de indiener de woorden "(niet openbaar)" opgenomen. § 5. De elektronische aangifte, op het eMIL-milieuvergunningenloket ter beschikking gesteld, die werd ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, wordt gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende papieren aangifte. § 6. Als de exploitant opteert voor de elektronische gegevensuitwisselingen, vermeld in paragraaf 1, is hij ontslagen van de verplichting om schriftelijke exemplaren in te dienen, vermeld in artikel 2, artikel 3, artikel 6, § 1 tot en met § 2 en artikel 6ter, § 2 en § 3. § 7. Als het gaat om een vergunningsaanvraag die via het in paragraaf 2, 1°, vermelde loket ingediend is, zorgt de burgemeester ervoor dat de aanvraag en de bijlagen onder de vorm van een schriftelijke afdruk van het digitale exemplaar tijdens het openbaar onderzoek ter inzage worden gegeven van het publiek dat daarom verzoekt. Daarnaast mag de aanvraag ook digitaal bij de diensten van de gemeente worden aangeboden. Art. 57undecies.Als overeenkomstig artikel 57decies de mededeling kleine verandering via elektronische middelen heeft plaatsgevonden, kan de bevoegde overheid of de door haar daartoe gemachtigde ambtenaar voldoen aan de verplichting tot het versturen van een exemplaar van het volledige mededelingsdossier, vermeld in artikel 6quater, § 3, via elektronische weg. Art. 57duodecies.Als de gegevensuitwisseling via elektronische middelen heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 57decies, kan de deputatie of de door haar daartoe gemachtigde provinciale ambtenaar voldoen aan de verplichting tot het versturen van exemplaren van het milieuvergunningsaanvraagdossier, vermeld in artikel 35, 3°,
  12. a)en b), en artikel 38, § 2, 1°, b), via elektronische weg. Art. 57tres decies. Als de gegevensuitwisseling via elektronische middelen heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 57decies, kan de burgemeester of de door haar daartoe gemachtigde ambtenaar voldoen aan de verplichting tot het versturen van exemplaren van het milieuvergunningsaanvraagdossier, vermeld in artikel 36, 3°,
  13. a)en b), via elektronische weg. Art.57quater decies. Als de gegevensuitwisseling via elektronische middelen heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 57decies, kan de secretaris van de provinciale milieuvergunningscommissie voldoen aan de verplichting tot het versturen van een exemplaar of afschrift, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, via elektronische weg. Art. 57quinquies decies. Het onderzoek naar de ontvankelijkheid en volledigheid van de elektronische gegevensuitwisselingen, vermeld in artikel 57decies, verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 6quater, § 2, 1°, artikel 35, 1°, a), artikel 36, 1°, a), en artikel 38, § 2, 1°, a), en 2°, a), en omvat bovendien de controle op het voldoen van het digitale exemplaar aan de voorwaarden, vermeld in artikel 57decies, § 3. Als vastgesteld wordt dat niet aan al die voorwaarden is voldaan, wordt de aanvraag onvolledig of onontvankelijk verklaard, volgens de procedure, vermeld in artikel 6quater, § 2, 2° en 3°, artikel 35, 1°,
  14. b)en c), artikel 36, 1°,
  15. b)en c), en artikel 38, § 2, 1°,
  16. a)en 2°, a). Art. 57sexies decies. In de gevallen, vermeld in artikel 57decies, kan de verdere kennisgeving van de aanvraag, de melding en de mededeling aan de adviesverlenende overheden en aan de gemeente voor het openbaar onderzoek geldig gebeuren door middel van elektronische middelen. Art. 57septies decies. De gemeenten en provincies die de elektronische gegevensuitwisseling, vermeld in artikel 57decies, willen toelaten, brengen minimaal 30 dagen voor het invoeren van de mogelijkheid tot elektronisch indienen de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen op de hoogte van die beslissing. ». Art. 20.Artikel 71 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 71.Overeenkomstig artikel 44 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, blijven vergunningen voor de exploitatie, de lozing van afvalwaters, de verwerking van afvalstoffen of voor de bescherming van grondwater, verleend vóór de inwerkingtreding van dit besluit, geldig voor de in het vergunningsbesluit bepaalde vergunningstermijn, tenzij deze vergunningstermijn verstrijkt na 1 september 2016. In dat laatste geval en bij onbeperkte vergunningstermijn vervallen deze vergunningen uiterlijk 1 september 2016. Vergunningen verleend met toepassing van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer blijven geldig voor de vastgestelde termijn tot ten hoogste twintig jaar te rekenen vanaf 1 januari 1999. Ongeacht de vergunningstermijn, bepaald in het vergunningsbesluit, is de vergunning voor de verandering van een inrichting, verleend krachtens artikel 16, 27 of 43 van het decreet, geldig voor dezelfde vergunningstermijn als de termijn van de vergunning, vermeld in het eerste lid. In afwijking hiervan behoudt de vergunning voor de verandering van de inrichting haar oorspronkelijke vergunningstermijn indien in het vergunningsbesluit werd bepaald dat die termijn eerder verstrijkt dan de vergunningstermijn die op dat ogenblik gold voor de inrichting waarvoor de verandering toegelaten is. Deze bepalingen laten het verval van de vergunning, vermeld in artikel 28 van het decreet, onverkort bestaan. ». HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de bijlagen van titel I van het VLAREM Art. 21.In bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2001 pub. 30/11/2001 numac 2001022848 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleiding wordt de zinsnede « A = inrichting van klasse 2 waarvoor de in artikel 20, § 1 van titel I van het VLAREM bedoelde overheidsorganen » vervangen door de zinsnede « A = inrichting van klasse 2 waarvoor de overheidsorganen, vermeld in artikel 20, § 1, 1° en 2°, van titel I van het VLAREM, »; 2° in rubriek 2.1.3 wordt in de kolom bemerkingen de letter « N » telkens opgeheven; 3° aan rubriek 2.2.2 wordt een punt
  17. h)toegevoegd, dat luidt als volgt :
  18. h)afvalstoffen afkomstig van één specifiek bouw- en sloopwerf of wegenwerk, waarbij minstens 50 % van de stoffen na behandeling nuttig worden aangewend op de plaats van ontstaan, waarbij de inrichting niet langer dan één jaar in exploitatie zal zijn en waarbij de inrichting zich op maximaal 1 000 m van het wegenwerk bevindt of ter plaatse (op het perceel zelf of op een aangrenzend perceel) van de bouw- en sloopwerf 3 4° in rubriek 2.2.3, b), 1°, worden in de kolom bemerkingen de letters « O,T » opgeheven; 5° in rubriek 2.2.3 wordt punt
  19. c)wordt vervangen door wat volgt :
  20. c)compostering van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen 1° opslag en/of composteerruimte van maximaal 25 m3 uitsluitend bedrijfseigen uitgangsmateriaal 3 O,T 2° opslag en/of composteerruimte, andere dan deze bedoeld onder 1°, van maximaal 2 000 m3 2 A,M,O,T N O 3° opslag en/of composteerruimte van meer dan 2 000 m3 1 G,M,O,T B E J O 6° in rubriek 2.3.6, met uitzondering van punt c), 4), wordt in de kolom bemerkingen de letter « N » telkens opgeheven; 7° in rubriek 2.3.8, D4 tot en met D6, D8 tot en met D11 en D13 tot en met D16 wordt in de kolom bemerkingen de letter « N » telkens opgeheven; 8° in rubriek 2.3.9 wordt in de kolom bemerkingen de letter « N » telkens opgeheven; 9° in rubriek 2.3.10 wordt in de kolom bemerkingen de letter « N » opgeheven; 10° aan rubriek 2.3 wordt een subrubriek 2.3.12 toegevoegd, die luidt als volgt : 2.3.12 Dierenbegraafplaatsen 2 O,W N 11° in rubriek 3, opmerkingen, 2, b), wordt de zinsnede « voor zover de biologische afbreekbare organische belasting van dit afvalwater niet meer bedraagt dan 20 inwonersequivalenten » vervangen door de zinsnede « voor zover die niet meer bedraagt dan 600 m3/jaar »;12° in rubriek 3, opmerkingen, 2, wordt punt
  21. g)opgeheven;13° in rubriek 3, opmerkingen, 3, wordt punt
  22. c)opgeheven; 14° in rubriek 3.2 wordt de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten » vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar »; 15° in rubriek 3.2 wordt punt 1° opgeheven; 16° in rubriek 3.6, 1, wordt de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten » vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar »; 17° in rubriek 3.6, 4, wordt punt 1° opgeheven; 18° rubriek 5.3 wordt vervangen door wat volgt : 5.3. Opslagplaatsen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubrieken 17 en 48, voor biociden van : 1°
  23. a)meer dan 0,5 ton tot en met 1 ton 3
  24. b)Meer dan 1 ton tot en met 2 ton 3 A 2° meer dan 2 ton 2 G,T A 19° in rubriek 9.2 wordt in de kolom bemerkingen de letter « G » telkens opgeheven; 20° in rubriek 9.2, 2, wordt punt
  25. e)vervangen door wat volgt :
  26. e)alle hierna (*) vermelde uitheemse zoogdieren : 1° vanaf 20 tot en met 100 dieren 3 2° van meer dan 100 dieren 2 N (*) ? Cynomys ludovicianus (zwartstaartprairiehond) ? Tamias sibiricus (Aziatische gestreepte grondeekhoorn) ? Tamias striatus (oostelijke wangzakeekhoorn) ? Cricetulus barbarensis (Chinese dwerghamster) ? Mesocricetus auratus (goudhamster) ? Phodopus campbelli (Campbell's dwerghamster) ? Phodopus roborovskii (Roborovskidwerghamster) ? Phodopus sungorus (Dzjoengaarse dwerghamster) ? Gerbillus spec.(echte renmuizen) ? Meriones spec. (woestijnmuizen) ? Acomys spec. (stekelmuizen) ? Mus minutoides (Afrikaanse dwergmuis) ? Chinchilla lanigera (chinchilla - kweekvormen) ? Cavia porcellus (cavia) ? Dolichotis patagonum (mara) ? Octodon degus (degoe) 21° in rubriek 9.8 en rubriek 9.9 wordt in de kolom bemerkingen de letter « G » telkens opgeheven; 22° in rubriek 12.1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt : 1°
  27. a)100 kW tot en met 300 kW, wanneer de inrichting behoort bij een noodgroep en volledig is gelegen in een industriegebied 3 O
  28. b)100 kW tot en met 300 kW voor de andere dan de sub
  29. a)bedoelde gevallen 2 T O 23° in rubriek 12.1 wordt punt 2° vervangen door wat volgt : 2° meer dan 300 kW tot en met 10.000 kW 2 T A 24° in rubriek 15.5, 2°, a), wordt de zinsnede «
  30. b)voor de definitie van het begrip « inwonersequivalent » verwezen naar het artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM onder de subtitel « Stedelijk Afvalwater ».
  31. c)overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid onder « oppervlaktewaterlichaam » verstaan : « een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een wachtbekken, een spaarbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater.» opgeheven; 25° in rubriek 15.5, 2°, a), 1), wordt de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten : » vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar, »; 26° in rubriek 15.5, 2°, a), 1), wordt punt
  32. a)opgeheven; 27° in rubriek 15.5, 2°, a), 3), i), wordt de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten » vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar »; 28° in rubriek 15.5, 2°, s), worden de woorden « met organische oplosmiddelen » opgeheven; 29° in rubriek 15.5, 2°, s), worden tussen het woord « spoelbaden » en de zinsnede « van 10 liter » de woorden « of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden » ingevoegd; 30° in rubriek 16.3.1 wordt tussen de zinsnede « Koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren » en de woorden « en airconditioningsinstallaties » de zinsnede « , warmtepompen » ingevoegd; 31° in rubriek 17.2.1 en in rubriek 17.2.2 wordt telkens de zinsnede « (zie ook artikel 7 van titel I van het Vlarem) » opgeheven; 32° rubriek 17.3.4 wordt vervangen door wat volgt : 17.3.4 Opslagplaatsen voor zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van : 1°
  33. a)50 l tot en met 1 000 l, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 3
  34. b)50 l tot en met 500 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied 3 2°
  35. a)bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 1) meer dan 1 000 l tot en met 30 000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 2 A 2) meer dan 500 l tot en met 30 000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied 2 A 3) meer dan 30 000 l 1 B B
  36. b)bij uitsluitend bovengrondse opslag 1) meer dan 1 000 l tot en met 30 000 l wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 2 O 2) meer dan 500 l tot en met 30 000 l, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied 2 O 3) meer dan 30 000 l 1 B A 33° rubriek 17.3.5 wordt vervangen door wat volgt : 17.3.5 Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van : 1° 100 l tot en met 5 000 l 3 2°
  37. a)meer dan 5 000 l tot en met 100 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 2 A
  38. b)meer dan 5 000 l tot en met 100 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 2 O 3°
  39. a)meer dan 100 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 1 B B
  40. b)meer dan 100 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 1 B A 34° rubriek 17.3.6, wordt vervangen door wat volgt : 17.3.6 Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55° C, maar dat 100° C niet overtreft, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van : 1°
  41. a)5 000 l tot en met 20 000 l indien de inrichting behoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt 3
  42. b)100 l tot en met 20 000 l voor andere dan sub
  43. a)bedoelde inrichtingen 3 2°
  44. a)meer dan 20 000 l tot en met 500 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 2 A
  45. b)meer dan 20 000 l tot en met 500 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 2 O 3°
  46. a)meer dan 500 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 1 B B b)meer dan 500 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 1 B A 35° rubriek 17.3.7 wordt vervangen door wat volgt : 17.3.7 Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 100° C, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een totaal inhoudsvermogen van : 1° 200 l tot en met 50 000 l 3 2°
  47. a)meer dan 50 000 l tot en met 5 000 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 2 A
  48. b)meer dan 50 000 l tot en met 5 000 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 2 O 3°
  49. a)meer dan 5 000 000 l bij uitsluitend ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag 1 B B
  50. b)meer dan 5 000 000 l bij uitsluitend bovengrondse opslag 1 B A 36° in rubriek 17.3.9, 1°, wordt tussen de zinsnede « in rubriek 17.3.6 » en de woorden « bedoelde vloeistoffen » de zinsnede « of in rubriek 17.3.7 » ingevoegd; 37° in rubriek 17.3.9, 2°, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  51. a)de zinsnede « en/of in rubriek 17.3.6 » wordt vervangen door de zinsnede « , in rubriek 17.3.6 of in rubriek 17.3.7 »;
  52. b)in de achtste kolom wordt de letter « A » opgeheven;38° in rubriek 19 wordt tussen het opschrift van de rubriek « Hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten) » en de woorden « de in deze rubriek vermelde gebieden betreffen » het volgende lid ingevoegd : « Uitzondering : Het verwerken van hout, houtschors, riet, vlas, stro of soortgelijke producten, gekoppeld aan de uitvoering van eigenlijke bouw- of sloopwerken, is niet in deze rubriek ingedeeld.»; 39° in rubriek 19.6 wordt het woord « e.d. » vervangen door de woorden « (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten) »; 40° in rubriek 19.8, 2°, a), wordt de zinsnede « voor de definitie van het begrip « inwonersequivalent » verwezen naar het artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM onder de subtitel « Stedelijk Afvalwater ».overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid onder « oppervlaktewaterlichaam » verstaan : « een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een wachtbekken, een spaarbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater. » opgeheven; 41° in rubriek 19.8, 2°, a), 1), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  53. a)de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten : » wordt vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar, »;
  54. b)de zinsnede « wanneer het lozingspunt is gelegen in een gemeente waarvoor het gemeentelijk zoneringsplan nog niet definitief is vastgelegd » wordt opgeheven; 42° in rubriek 19.8, 2°, a), 3), i), wordt de zinsnede « met een biologisch afbreekbare organische belasting van meer dan 20 inwonersequivalenten » vervangen door de zinsnede « met een debiet van meer dan 600 m3/jaar »; 43° in rubriek 23.4 worden tussen het woord « oppervlaktebehandeling » en de woorden « van kunststoffen » de woorden « met inbegrip van ontvetting » ingevoegd; 44° rubriek 29.5.5 wordt vervangen door wat volgt : 29.5.5. Installaties voor oppervlaktebehandeling, met inbegrip van ontvetting van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procedé, als de gezamenlijke inhoud van de gebruikte behandelingsbaden en spoelbaden of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën, als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, uit de volgende volumes bestaat : Opmerkingen : De inrichtingen vallend onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8 zijn niet ingedeeld in deze rubriek. De gebieden, vermeld in deze rubriek, betreffen de gebieden zoals bepaald door de stedenbouwkundige voorschriften van een goedgekeurd plan van aanleg, een ruimtelijk uitvoeringsplan of een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkavelingsvergunning. 1°
  55. a)10 liter tot en met 1 000 liter, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; 3
  56. b)10 liter tot en met 300 liter, als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt; 3 2°
  57. a)meer dan 1 000 liter tot en met 5 000 liter als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; 2 A
  58. b)meer dan 300 liter tot en met 5 000 liter, als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt; 2 A 3° meer dan 5 000 liter, voor een andere installatie dan die vermeld in punt 4; 1 M B P J B 4° meer dan 30 000 liter inhoud van alleen de behandelingsbaden (exclusief spoelbaden). 1 M,X B P J,R B 45° in rubriek 29.5.7 wordt in de « Opmerkingen » tussen de zinsnede « rubriek 15.5 » en de zinsnede « , zijn niet ingedeeld » de zinsnede « en rubriek 19.8 » ingevoegd; 46° in rubriek 29.5.7,1°, wordt tussen het woord « spoelbaden » en het woord « van » de zinsnede « of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën als niet gebruik gemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, » ingevoegd; 47° in rubriek 29.5.7, 2°, wordt tussen het woord « spoelbaden » en het woord « van » de zinsnede « of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, » ingevoegd; 48° aan rubriek 29.5 wordt een subrubriek 29.5.10 toegevoegd, die luidt als volgt : 29.5.10 Thermisch reinigen van metalen voorwerpen met het oog op onderhoud of reiniging voor gebruik in de oorspronkelijke functie door middel van pyrolyseovens, wervelbed of gelijkaardige installaties voor het verwijderen van bedekkingsmiddelen en voedingsresten, met een totaal thermisch vermogen van : 1° tot en met 0,2 MW (vermogen zonder naverbrander of ontstoffing), waarbij : - geen verwijdering van halogeenhoudende stoffen, zoals vinyl, chloropreen, pvc, PVDC, gechloreerde polymeren, teflon, PVDF gebeurt, en; - geen rubbers of viscosehoudende producten verwijderd worden; - geen asbestcontaminanten verwijderd worden; 3 2° overige :
  59. a)tot en met 0,2 MW, waarbij wel een of meer van de hierboven vermelde verwijderingsactiviteiten plaatsvinden; 2 A
  60. b)meer dan 0,2 MW. 1 M B P J J 49° in rubriek 31.1 wordt tussen de zinsnede « Vast opgestelde motoren met een totaal nominaal vermogen van : » en het woord « Opmerkingen : » het lid « Uitzondering : motoren met inwendige verbranding opgesteld op een bouwplaats voor de uitvoering van eigenlijke bouw, sloop- of wegenwerken zijn niet (in deze rubriek) ingedeeld. » ingevoegd; 50° in rubriek 32.2 wordt in de kolom bemerkingen de letter « G » opgeheven; 51° rubriek 32.4 wordt vervangen door wat volgt : 32.4. Rijscholen, inrichtingen voor ruiter-, draf-, ren- en mensport, inrichtingen voor verhuur en africhting van paarden en andere zadeldieren Uitzondering : vallen niet onder deze indelingsrubriek : particulier gebruik; activiteiten met een maximale duur van drie opeenvolgende dagen die tweemaal per jaar op hetzelfde perceel of dezelfde percelen georganiseerd worden; activiteiten die georganiseerd worden ter gelegenheid van bijzondere gelegenheden, zoals kermissen, carnavals; hippotherapie met maximaal twee paarden. 2 T 52° rubriek 33.4 wordt vervangen door wat volgt : 33.4. Opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, met een capaciteit van : Uitzondering : bibliotheken en klassementen zijn niet in deze rubriek ingedeeld. De gebieden, vermeld in deze rubriek, betreffen de gebieden zoals bepaald door de stedenbouwkundige voorschriften van een goedgekeurd plan van aanleg, een ruimtelijk uitvoeringsplan of een behoorlijk vergunde, niet- vervallen verkavelingsvergunning. Als de bestemming is vastgelegd in een ruimtelijk uitvoeringsplan, wordt onder « industriegebied » de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » verstaan, met uitzondering van de volgende gebiedsaanduidingen die onder deze categorie vallen : - specifiek regionaal bedrijventerrein voor kantoren; - specifiek regionaal bedrijventerrein voor kleinhandel; - buffer voor bedrijventerreinen. 1°
  61. a)meer dan 20 ton tot en met 200 ton in een lokaal of meer dan 200 ton tot en met 800 ton in openlucht, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; 3
  62. b)meer dan 10 ton tot en met 20 ton in een lokaal of meer dan 100 ton tot en met 200 ton in openlucht, als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt; 3 2°
  63. a)meer dan 200 ton in een lokaal of meer dan 800 ton in openlucht, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; 2 T
  64. b)meer dan 20 ton in een lokaal of meer dan 200 ton in openlucht als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt. 2 T 53° in rubriek 35 wordt in de kolom bemerkingen de letter « G » opgeheven; 54° in rubriek 45.1, d), wordt de zinsnede « er kan overlapping zijn met
  65. a)en
  66. b)» vervangen door de zinsnede « er kan overlapping zijn met b),
  67. c)en
  68. e)»; 55° in rubriek 45.1, e), wordt de zinsnede « er kan overlapping zijn met a),
  69. b)of
  70. c)» vervangen door de zinsnede « er kan overlapping zijn met a), b),
  71. c)en
  72. d)»; 56° in rubriek 45.2 wordt in de kolom bemerkingen de letter « G » telkens opgeheven; 57° rubriek 48.3 wordt opgeheven; 58° rubriek 53.6 wordt vervangen door wat volgt : 53.6. Boren van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinningen die gebruikt worden voor thermische energieopslag in watervoerende lagen, met inbegrip van terugpompingen, met een opgepompt debiet van : 1° minder dan 30 000 m3/jaar 2 W N 2° ten minste 30 000 m3/jaar 1 W N 59° in rubriek 55.1 wordt de zin « Uitzondering : peilputten in het kader van bodem- en grondwateranalyses of ter naleving van de milieuvoorwaarden voor de exploitatie van inrichtingen vallen niet onder deze subrubriek. » vervangen door de zin « Uitzondering : peilputten in het kader van bodem- en grondwateranalyses of ter naleving van de milieuvoorwaarden voor de exploitatie van inrichtingen of boringen ter naleving van wettelijke verplichtingen vallen niet onder deze rubriek. »; 60° in rubriek 59 wordt tussen het opschrift van de rubriek « Activiteiten die gebruik maken van organische oplosmiddelen » en het opschrift van rubriek 59.1 « Drukken » de zin « De in deze rubriek vermelde activiteiten omvatten de reiniging van de procesapparatuur, maar niet de reiniging van de producten tenzij andersluidende vermeldingen zijn opgenomen. » ingevoegd. Art. 22.In bijlage 3.A van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten3, wordt aan deel F een punt F5 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Rubriek 17.2.2 van de VLAREM-indelingslijst (hogedrempel-Seveso-inrichtingen) F5 Als de mededeling betrekking heeft op een verandering in een hogedrempel-Seveso-inrichting, ofwel van de hoeveelheid of de fysische vorm van de gevaarlijke stoffen, ofwel van de processen of de installaties waarbij gevaarlijke stoffen worden gebruikt, die het voorwerp heeft uitgemaakt van een veiligheidsnota die door een erkende VR-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, e), van het VLAREL, en door de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportering, is goedgekeurd, voegt u de voormelde veiligheidsnota als bijlage F5 bij dit formulier. ».  F5 Art. 23.In bijlage 3.C van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten3, worden de punten C8 en E2 opgeheven. Art. 24.In bijlage 4.A van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het deel A wordt het punt A9 vervangen door wat volgt : A9 Voeg bij dit formulier als bijlage A9 een kopie van de documenten waaruit ondubbelzinnig blijkt op basis van welke gebruikstitel u als exploitant de beschikking hebt over (onderdelen van) de inrichting en over de percelen waarop de exploitatie plaatsvindt of gepland is en waarvan u geen eigenaar bent.Als deze aanvraag betrekking heeft op een of meer windturbines, voegt u aanvullend bij bijlage A9 de overeenkomst met de eigenaars van de percelen waarboven de wieken van de windturbines kunnen draaien. Als u over een ongeschreven gebruikstitel beschikt, voegt u als bijlage A9 bij dit formulier minstens een verklaring op erewoord, waarin staat dat u beschikt over een gebruiksrecht van de inrichting en de percelen in kwestie.  A9 2° in punt C2 wordt de zin « Ja maar de lopende vergunning loopt uiterlijk op 1 september 2011 af en de aanvraag wordt niet meer dan 48 maanden voor het verstrijken van de lopende vergunning aangevraagd.» vervangen door de zin « Ja, maar het betreft de vroegtijdige indiening van een milieuvergunningsaanvraag, conform artikel 45bis, § 1, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, die tot doel heeft een nieuwe vergunning te verkrijgen voor de exploitatie van een inrichting die geheel of gedeeltelijk wordt geregeld door een vergunning als vermeld in artikel 43 of 44, eerste lid, van het voormelde decreet. »; 3° aan het deel F wordt een punt F14 toegevoegd, dat luidt als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 4° in punt G1 worden de letters « D2 » vervangen door de letters « G2 »;5° in punt H6 worden onder het aankruisvak «  F13 » een aankruisvak «  F14 » toegevoegd. Art. 25.In bijlage 4.B van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten3 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt F8 wordt de zinsnede « hoofdstuk I en II van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 inzake energieplanning voor ingedeelde energie-intensieve inrichtingen » telkens vervangen door de zinsnede « artikel 6.5.1 tot en met 6.5.8 van het Energiebesluit »; 2° er wordt een punt F14 toegevoegd, dat luidt als volgt : F14 WINDTURBINES In de toelichtingsbijlage wordt verstaan onder :
  73. a)slagschaduw : schaduw die afkomstig is van een bewegende rotor van een windturbine als de intensiteit van het ingestraalde zonlicht hoger is dan 120 W/m2 op een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon;
  74. b)slagschaduwgevoelig object : een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken;
  75. c)verwachte slagschaduw : het aantal uren slagschaduw dat aan de hand van de hieronder vermelde aannames verwacht mag worden.1. een slagschaduwstudie, als er zich een slagschaduwgevoelig object bevindt binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar van een windturbine.De slagschaduwstudie bevat een berekening van de verwachte slagschaduw en minstens de volgende gegevens :
  76. a)de maximale rotordiameter en de maximale tiphoogte van de weerhouden windturbinetypes;
  77. b)de inplanting van de windturbines, weergegeven in lambertcoördinaten;
  78. c)de hoogtelijnen van de site;
  79. d)de representatieve slagschaduwgevoelige objecten, weergegeven in lambertcoördinaten, die binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar van de windturbine liggen;
  80. e)een weergave van de isocontouren voor verwachte slagschaduw van respectievelijk 4, 8, 16 en 32 uren per jaar op een topografische kaart en op een luchtfoto, conform de hieronder vermelde aannames;
  81. f)een slagschaduwkalender per windturbine op grafiek, waarin de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur voor de representatieve slagschaduwgevoelige objecten binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar wordt weergegeven;
  82. g)een slagschaduwkalender voor de representatieve slagschaduwgevoelige objecten binnen de contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar op grafiek, waarin de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur veroorzaakt door elke windturbine wordt weergegeven. De verwachte slagschaduw wordt berekend met de volgende aannames :
  83. a)slagschaduw wordt berekend vanaf het moment dat de zon hoger staat dan een hoek van 3° ten opzichte van de horizon (het maaiveld);
  84. b)er bevinden zich geen obstakels tussen de turbine en slagschaduwgevoelige objecten;
  85. c)als slagschaduwreceptor wordt een standaardraam op 1 m boven het maaiveld met een breedte van 5 m en een hoogte van 2 m genomen of de reële situatie ter plaatse;
  86. d)een woning wordt beschouwd als een object dat licht ontvangt uit alle richtingen;
  87. e)er wordt gerekend met de klimatologische maandnormalen van het gemiddeld aantal uren zonneschijn, de gemiddelde windsnelheid en de overheersende windrichting.2. een veiligheidsstudie, waarin de veiligheidsaspecten worden verduidelijkt, conform het door de Vlaamse overheid aanvaard beoordelingskader.Ook wordt een aanvullende veiligheidsstudie, uitgevoerd door een erkende VR-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, e), van het VLAREL, indien één van de volgende situaties zich voordoet :
  88. a)één of meerdere criteria uit bovenvermeld beoordelingskader worden niet gerespecteerd;
  89. b)er bevinden zich Seveso-plichtige inrichtingen of andere inrichtingen met installaties met Seveso-stoffen, die het externe risico significant kunnen verhogen binnen de effectafstand voor bladbreuk bij overtoeren.In dit geval wordt een gemotiveerde beoordeling opgesteld waarin de impact van de windturbine(
  90. s)op het externe risico van deze inrichtingen geëvalueerd wordt;
  91. c)er kan een gemiddelde aanwezigheid zijn van meer dan tien personen op 24-uursbasis binnen de effectafstand voor mastbreuk;
  92. d)er vindt wiekoverslag plaats boven een verharde, openbare weg, een spoorweg of een bevaarbare waterloop.3. een geluidsstudie.Deze bevat een immissieberekening volgens ISO 9613-2

(1996), uitgevoerd door een erkende milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, vermeld in artikel 6, 1°, c), van het VLAREL. Het gebruik van internationaal gangbare softwarepakketten is toegestaan, voor zover ze een berekening uitvoeren conform de uitgebreide methode van ISO 9613-2 :1996. Voor de immissieberekening gelden de volgende randvoorwaarden :
  1. a)windturbines worden gemodelleerd als puntbronnen op masthoogte;
  2. b)het geluid wordt berekend in tertsbanden (of octaafbanden als die gegevens niet beschikbaar zijn) vanaf 50 Hz (of 63 Hz bij octaafbanden);
  3. c)de immissiehoogte van de ontvanger is 4 m, tenzij de specifieke situatie een andere hoogte vereist.In het laatste geval wordt een motivering toegevoegd;
  4. d)gevelreflectie wordt niet berekend, tenzij dat aangewezen is vanwege de lokale situatie;
  5. e)standaardaannames voor atmosferische omstandigheden zijn temperatuur 10° C, luchtvochtigheid 70 %.Voor elk immissiepunt wordt gerekend met de in de ISO ingebouwde lichte meewindvoorwaarden. Het gebruik van windrichtingsafhankelijke correctiefactoren is niet toegestaan;
  6. f)binnen de ISO-9613-2 :1996-norm wordt gekozen voor de frequentieafhankelijke formule voor de bodemterm;
  7. g)het gebruik vaneen meteocorrectieterm (Cmeteo) is niet toegestaan (Cmeteo = 0 volgens de formules);
  8. h)de gehanteerde waarden voor parameters van het ISO 9613-2
(1996)-model worden in het geluidsrapport vermeld;
  1. i)de bodemabsorptiefactor G = 1 geldt bij absolute absorptie, en de bodemabsorptiefactor G = 0 geldt bij absolute reflectie (omvangrijke wateroppervlakken in de buurt van het immissiepunt).In een agrarische omgeving wordt standaard gerekend met een bodemabsorptiefactor G = 0,8. In omgevingen waarin nabij het immissiepunt veel verharde oppervlakken zijn, wordt G = 0,2. De vegetatie (bomen, struiken, gewassen) wordt niet meegenomen in de bepaling van de absorptie omdat ze geen gegarandeerd blijvende en onveranderlijke elementen bevat. Andere waarden voor de grondabsorptie mogen worden aangewend als ze verantwoord worden;
  2. j)indien bij de berekening ter hoogte van een woning een immissieniveau bereikt wordt dat minder dan 3 dB(A) verschilt van de geluidsnorm, worden de detailgegevens expliciet vermeld.De waarden voor de bodemabsorptiefactoren worden expliciet berekend;
  3. k)de invloed van individuele woningen en andere gebouwen wordt niet meegerekend, tenzij er vermoed wordt dat ze een belangrijke invloed hebben.In dat geval wordt gerekend met reflecties van de eerste orde;
  4. l)de invloed van de aanwezigheid van bomen, struiken en andere gewassen wordt niet meegenomen;
  5. m)alleen als de hoogteverschillen relevant zijn ten opzichte van de bronhoogte, wordt dat aspect mee in rekening gebracht.Anders wordt er gerekend zonder diffractie op de hoogtelijnen;
  6. n)de eventuele tonaliteit wordt beschouwd conform dit besluit;
  7. o)In geval meerdere types windturbines worden aangevraagd, gebeurt de berekening minstens voor de worst-case situatie. Voor de bepaling van het brongeluid van windturbines, gemeten volgens de IEC-61400-11 norm, wordt een verslag van een geaccrediteerd bureau aanvaard. Dat verslag moet voorgelegd worden ten laatste op het moment dat de bouw van de windturbine start. Het brongeluid wordt bepaald bij 95% van het nominale vermogen van de windturbine. De technische fiche bevat ook de geluidsvermogens bij een lager productievermogen, alsook de gegevens in terts- en octaafbanden. Bij de opgave van het geluidsvermogen wordt een tolerantieband vermeld. Standaard is de tolerantieband +1 dB(A). Als de constructeur zelf een grotere tolerantieband of onzekerheidsfactor aangeeft, zal die bij het vermelde brongeluid (95% nominaal vermogen) worden bijgeteld, verminderd met de tolerantieband van 1 dB(A). Indien het specifiek geluid van de windturbine hoger ligt dan de richtwaarde vermeld in bijlage 5.20.6.1, bevat de geluidsstudie tevens een uitgebreide toelichting met betrekking tot de meetcampagne voor de bepaling van het LA95 van het oorspronkelijke omgevingsgeluid. De duurtijd van de meetcampagne kan bepaald worden in overleg met de vergunningverlenende overheid. ». Art. 26.In bijlage 8, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten3 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2010, in bijlage 8bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten3 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2010, in bijlage 10, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten3 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2010, en in bijlage 10bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten3 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 en 5 maart 2010, van hetzelfde besluit worden de woorden « bestendige deputatie van de provincieraad » telkens vervangen door het woord « deputatie ». Art. 27.Bijlage 11 tot en met 14 van hetzelfde besluit worden opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van titel II van het VLAREM Art. 28.In artikel 1.1.2 van titel II van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2001 pub. 30/11/2001 numac 2001022848 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan « Definities gassen » worden de volgende definities toegevoegd : « Aardgastankstations
  8. a)» aardgastankstations » : inrichtingen voor de bevoorrading van motorvoertuigen met samengeperst aardgas of tot aardgaskwaliteit opgewaardeerd biogas met een maximale capaciteit van 20 m3/u of meer;
  9. b)» aardgasopslag » : de vaste drukhouders die dienst doen als buffer voor de opslag van aardgas of tot aardgaskwaliteit opgewaardeerd biogas, alsook de vaste drukhouders die dienst doen als aflaatreservoirs voor het aardgasof tot aardgaskwaliteit opgewaardeerd biogas;»; 2° in « Definities ozonafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen » worden in de definitie « ozonafbrekende stoffen », de definitie « chloorfluorkoolstoffen (CFK'
  10. s)» en de definitie « halonen » de woorden « Verordening (EG) nr.2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 » vervangen door de woorden « verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 »; 3° in « Definities geluid » wordt in de definitie « beperkt akoestisch onderzoek » de zinsnede « bedoeld in artikel 62, § 4 van titel I van het VLAREM » vervangen door de zinsnede « vermeld in artikel 37 tot en met 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten2 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid »;4° in « Definities minerale producten », « Inrichtingen voor de fabricage van keramische producten » worden de definities « bestaande inrichting », « nieuwe inrichting » en « primaire grondstof » opgeheven; 5° in « Definities ontspanningsinrichtingen (hoofdstuk 5.32.) », « Zwembaden (afdeling 5.32.9.) » worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  11. a)in punt
  12. e)wordt het woord « baden » vervangen door het woord « circulatiebaden »;
  13. b)de volgende definitie wordt toegevoegd : « - « vers water » : water dat voldoet aan de volgende kwaliteitsvereisten : parameter parameterwaarde Escherichia coli 0/100 ml enterokokken 0/100 ml Pseudomonas aeruginosa 0/100 ml totaal kiemgetal bij 22° C = totaal kiemgetal bij 37° C = pathogene micro-organismen en parasieten afwezig In de milieuvergunning kunnen op advies van de milieuarts of milieugezondheidskundige van de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, andere kwaliteitseisen worden opgelegd.»; 6° in « Definities oppervlaktewater- en grondwaterbescherming », « Integraal Waterbeleid », « Algemeen », worden de definitie « specifiek referentievolume », de definitie « Zuiveringszone A » of « openbaar waterzuiveringssysteem », de definitie « Zuiveringszone B » en de definitie « Zuiveringszone C » opgeheven. 7° er wordt een subtitel « Definities windturbines » toegevoegd, die luidt als volgt : « Definities windturbines (afdeling 5.20.6) 1° « slagschaduw » : schaduw die afkomstig is van een bewegende rotor van een windturbine als de intensiteit van het ingestraalde zonlicht hoger is dan 120 W/m2 op een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon;2° « verwachte slagschaduw » : het aantal uren slagschaduw dat aan de hand van de aannames, vermeld in punt F14 van de toelichtingsbijlage bij de aanvraag van een milieuvergunning, vervat in bijlage 4B van titel I van het VLAREM, verwacht mag worden;3° « effectieve slagschaduw » : het aantal uur slagschaduw dat effectief ter hoogte van een relevant slagschaduwgevoelig object opgetreden is, bepaald op basis van metingen of bepaald uit het logboek van de turbines;4° « slagschaduwgevoelig object » : een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken;5° « slagschaduwkalender » : een overzicht waarin voor elke dag van een jaar de tijdsspanne met de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur weergegeven wordt.». Art. 29.Aan artikel 2.3.6.3, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999035162 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden waarvoor de verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport wordt opgelegd sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse minister kan op voorstel van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, vermeld in artikel 25 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het Integraal Waterbeleid, een Code van goede praktijk vaststellen voor het ontwerp en de aanleg van de openbare riolering. ». Art. 30.Aan artikel 3.1.1 van hetzelfde besluit, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5. Tenzij anders vermeld in de milieuvoorwaarden, zijn de inplantingsregels niet van toepassing op een nieuwe inrichting of op de toegelaten verandering eraan als die het recht tot exploitatie, verkregen uit een verleende vergunning of melding, verhinderen, en bij hernieuwing van die vergunning. De inplantingsregels waarvan de toepassing louter het gevolg is van een wijziging van de lijst van bijlage 1 van titel I van het VLAREM of van de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen, gelden evenmin voor elke nieuwe verandering van de vergunde of gemelde nieuwe inrichting die beperkt is tot maximaal 100 % van de exploitatie die op de datum van de inwerkingtreding van de wijzigende bepalingen was toegelaten. ». Art. 31.Artikel 3.2.1.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999035162 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden waarvoor de verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport wordt opgelegd sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 3.2.1.1. Tenzij anders vermeld in de milieuvoorwaarden, zijn de inplantingsregels niet van toepassing op een bestaande inrichting of op de toegelaten verandering eraan als die het recht tot exploitatie, verkregen uit een verleende vergunning of melding, verhinderen, en bij hernieuwing van die vergunning. ». Art. 32.Artikel 3.2.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en 19 september 2008, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 3.2.2.1. Met behoud van de afwijkende regeling inzake toepassing van de inplantingsregels, vermeld in artikel 3.2.1.1 en 3.2.2.2, gelden de overgangsbepalingen voor bestaande inrichtingen, vermeld in afdeling 3.2.1, niet voor onderdelen van een inrichting die na 1 januari 1993 bij een bestaande inrichting werden of worden gevoegd, ongeacht de grootte ervan. ». Art. 33.Artikel 3.2.2.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 3.2.2.2. De inplantingsregels zijn niet van toepassing op de verandering van een bestaande inrichting die beperkt is tot maximaal 100 % van de exploitatie die op 1 januari 1993 was toegelaten. In afwijking van het eerste lid gelden de inplantingsregels waarvan de toepassing louter het gevolg is van een wijziging van de lijst van bijlage 1 van titel I van het VLAREM of van de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen, evenmin voor de verandering van de bestaande inrichting die beperkt is tot maximaal 100 % van de exploitatie die op de datum van de inwerkingtreding van de wijzigende bepalingen was toegelaten. ». Art. 34.In artikel 4.1.9.1.3, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten9, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, voert de milieucoördinator ten minste eenmaal per trimester van een kalenderjaar zelf de controle, vermeld in het eerste lid, uit. Als de hierna vermelde inrichtingen beschikken over een milieuzorgsysteem en een onlinecontrolesysteem dat dezelfde garanties biedt als de voormelde trimestriële controles, wordt de frequentie herleid tot ten minste één controle per kalenderjaar voor : 1° onbemande installaties voor waterwinning;2° gasontspanningsstations;3° windturbines; 4° zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater van agglomeraties met minder dan 2.000 inwonersequivalenten. ». Art. 35.Artikel 4.1.9.2.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4.1.9.2.1. Voor de toepassing in het Vlaamse Gewest van verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, en rekening houdend met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 1995 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Verordening 1836/93/EEG van 29 juni 1993, inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en Milieu-auditsysteem, wordt voor het Vlaamse Gewest : 1° BELAC, opgericht bij het koninklijk besluit van 31 januari 2006 tot oprichting van het BELAC-accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling, belast met de erkenning en het toezicht op milieuverificateurs;2° het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie aangewezen als bevoegde instantie die belast is met de registratie van de organisaties, de weigering en de vernieuwing van de registraties, de inschrijving, schorsing of schrapping van de organisaties uit het register, alsook met de toepassing van de voorschriften betreffende het registratieproces, vermeld in artikel 12 van verordening (EG) nr. 1221/2009, en de uitvoering van alle overige opdrachten die ingevolge de verordening van de bevoegde instantie worden verwacht. ». Art. 36.Artikel 4.1.9.2.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4.1.9.2.2. Ter bevordering van de vrijwillige deelneming van organisaties aan het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem, zoals geregeld door verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, wordt geen bijdrage in de registratiekosten van een organisatie vastgesteld. ». Art. 37.Artikel 4.1.9.2.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999 en 7 maart 2008, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4.1.9.2.3. Voor de toepassing in het Vlaamse Gewest van de bepalingen van verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie wordt gebruikgemaakt van het samenwerkingsakkoord van 30 maart 1995 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van verordening (EG) nr. 1836/93 van 29 juni 1993 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en Milieu-auditsysteem. ». Art. 38.In artikel 4.2.1.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zinsnede « 3.1., » opgeheven; 2° in het eerste lid wordt de zinsnede « de rubrieken 3.2. en 3.3. » worden vervangen door de zinsnede « de rubriek 3.2. »; 3° in het tweede lid worden de woorden « waarvan de biologische afbreekbare organische belasting maximum 20 inwonersequivalenten bedraagt » vervangen door de woorden « waarvan het debiet maximaal 600 m3/jaar bedraagt ». Art. 39.In artikel 4.2.1.2 van hetzelfde besluit wordt het woord « gepondereerd » vervangen door het woord « bepaald ». Art. 40.In het opschrift van de subafdeling 4.2.2.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten1, worden de woorden « en/of gelegen in het individueel te optimaliseren buitengebied » opgeheven. Art. 41.In artikel 4.2.2.1.1, 5°, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt
  14. c)worden de woorden « apolaire koolwaterstoffen extraheerbaar met tetrachloorkoolstof » vervangen door de woorden « perchloorethyleenextraheerbare apolaire stoffen »;2° in punt
  15. d)worden de woorden « anionische, kationische en niet-ionische oppervlakte-actieve stoffen » vervangen door de woorden « som van anionische, niet-ionogene en kationische oppervlakteactieve stoffen ». Art. 42.In hetzelfde besluit wordt subafdeling 4.2.2.2, die bestaat uit artikel 4.2.2.2.1 en artikel 4.2.2.2.2, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten1, opgeheven. Art. 43.Het opschrift van subafdeling 4.2.2.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten1, wordt vervangen door wat volgt : « Subafdeling 4.2.2.3. Lozing van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat, in de openbare riolering ». Art. 44.In artikel 4.2.2.3.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten1, wordt de zinsnede « aan de voorwaarden van artikel 4.2.2.2.1. » vervangen door de volgende zinsnede « aan de volgende algemene voorwaarden : 1° de pH van het geloosde bedrijfsafvalwater ligt tussen 6 en 9,5;2° de temperatuur van het geloosde bedrijfsafvalwater bedraagt maximaal 45° C;3° de afmetingen van de zwevende stoffen die in het geloosde bedrijfsafvalwater aanwezig zijn, zijn maximaal 1 cm.Die stoffen hinderen de goede werking van de pomp- en zuiveringsstations niet door hun structuur; 4° het geloosde bedrijfsafvalwater bevat geen opgeloste, ontvlambare of ontplofbare gassen, noch producten die de afscheiding van dergelijke gassen kunnen teweegbrengen.Het geloosde bedrijfsafvalwater veroorzaakt geen verspreiding van uitwasemingen waardoor het milieu wordt bedorven; 5° in het geloosde bedrijfsafvalwater worden de volgende gehaltes niet overschreden :
  16. a)1 g/l zwevende stoffen;
  17. b)0,5 g/l stoffen, extraheerbaar met petroleumether;6° het geloosde bedrijfsafvalwater bevat zonder uitdrukkelijke vergunning geenstoffen die :
  18. a)een gevaar betekenen voor het onderhoudspersoneel van de riolering en de zuiveringsinstallaties;
  19. b)de leidingen kunnen beschadigen of verstoppen;
  20. c)een beletsel vormen voor de goede werking van de pomp- en zuiveringsinstallaties;
  21. d)een zware verontreiniging van het ontvangende oppervlaktewater kunnen veroorzaken of die het ontvangende oppervlaktewater waarin het water van de openbare riool wordt geloosd, zwaar kunnen verontreinigen;7° om de verwerkbaarheid van bedrijfsafvalwater op een rioolwaterzuiveringsinstallatie te beoordelen, gelden als regels de criteria, vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 houdende vaststelling van de regels inzake contractuele sanering van bedrijfsafvalwater op een openbare rioolwaterzuiveringsinstallatie.». Art. 45.Aan artikel 4.2.5.1.2 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Mits uitdrukkelijke vermelding in de milieuvergunning, kunnen de debietsmetingen voor inrichtingen die een hoeveelheid koelwater groter dan 1.000 m3 per uur lozen, vervangen worden door een berekeningsmethode die gebaseerd is op gemeten inname-gegevens water, goedgekeurd door een erkende MER-deskundige in de discipline water, deeldomein oppervlakte- en afvalwater, vermeld in artikel 6, 1°, d), van het VLAREL. ». Art. 46.In artikel 4.2.5.4.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten7, worden de woorden « de bepalingen van artikel 62 van titel I van het VLAREM dienen » vervangen door de woorden « artikel 37 tot en met 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten2 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden ». Art. 47.In artikel 4.2.6.1, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten9, worden de woorden « zoals bedoeld in artikel 62 van titel I van het VLAREM » vervangen door de woorden « , vermeld in artikel 37 tot en met 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten2 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ». Art. 48.In hetzelfde besluit wordt afdeling 4.2.7, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999, 28 november 2003, 9 mei 2008 en 21 mei 2010, die bestaat uit artikel 4.2.7.1.1 tot en met artikel 4.2.7.3.1, opgeheven. Art. 49.In artikel 4.2.8.1.1, § 1, 5°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten1 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten7, worden de woorden « in concentraties die hoger zijn dan 10 keer de milieukwaliteitsnormen van toepassing voor de uiteindelijk ontvangende waterloop » vervangen door de woorden « in concentraties die hoger zijn dan tien keer de indelingscriteria, vermeld in de kolom « indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen) » van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit ». Art. 50.In artikel 4.3.3.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin worden de woorden « normaal huisafvalwater » vervangen door de woorden « huishoudelijk afvalwater »; 2° in punt 5° wordt de zinsnede « afdeling 4.2.7 en » opgeheven. Art. 51.In artikel 4.5.3.1, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999035162 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden waarvoor de verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport wordt opgelegd sluiten, wordt de zinsnede « 1°, 4°, 6° of 7° van de bijlage » vervangen door de zinsnede « 1°, 4°, 5° bis, 6° of 7° van de bijlage ». Art. 52.In artikel 4.5.5.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 19/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999035162 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden waarvoor de verplichting tot opmaak van een kindeffectrapport wordt opgelegd sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten7, wordt paragraaf 5 opgeheven. Art. 53.Aan artikel 5.2.1.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en 19 september 2008, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. Deze afdeling is niet van toepassing op de inrichtingen, vermeld in rubriek 2.2.2, h), van de indelingslijst. ». Art. 54.In artikel 5.2.2.3.3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten9, wordt de zin « Elke opslag van GFT-afval buiten de eigenlijke composteerruimte is verboden. » opgeheven. Art. 55.Artikel 5.2.2.6.1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 56.Aan artikel 5.2.2.9.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten4, worden een paragraaf 8 en een paragraaf 9 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 8. Bij het reinigen van vaten wordt, zowel bij het spoelen van de vaten met behulp van een organisch oplosmiddel of een zuur, als bij het spoelen van de vaten die vluchtige organische producten, met een dampspanning van meer dan 13,3 kPa bij een temperatuur van 35° C bevat hebben, met behulp van warm of heet water of loog : 1° de lucht afgezogen en behandeld met een gaswasser, een actiefkoolfilter, een naverbrander, een biofilter of een ander gelijkwaardig behandelingssysteem;2° het zuiveringsslib afgedekt opgeslagen. § 9. Voor inrichtingen die voor 1 januari 2012 vergund zijn, gelden de verplichtingen, vermeld in paragraaf 8, vanaf 1 januari 2015. ». Art. 57.In artikel 5.2.2.10.2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten9, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt : « § 3. Huiden worden zo spoedig mogelijk na het vrijkomen gekoeld bewaard. ». Art. 58.In afdeling 5.2.2 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten4, wordt een subafdeling 5.2.2.4bis ingevoegd, die bestaat uit artikel 5.2.2.4bis.1 tot en met 5.2.2.4bis.10, die luidt als volgt : « Subafdeling 5.2.2.4bis. Inrichtingen voor het opslaan en behandelen van afvalstoffen, afkomstig van één specifiek bouw- en sloopwerf of wegenwerk, waarbij minstens 50 % van de stoffen na behandeling nuttig worden aangewend op de plaats van ontstaan, waarbij de inrichting niet langer dan één jaar in exploitatie zal zijn en waarbij de inrichting zich op maximaal 1 000 m van het wegenwerk bevindt of ter plaatse (op het perceel zelf of op een aangrenzend perceel) van de bouw- en sloopwerf Art. 5.2.2.4bis.1. Deze subafdeling is van toepassing op de inrichtingen, vermeld in rubriek 2.2.2, h), van de indelingslijst. Art. 5.2.2.4bis.2. In de inrichting worden alleen afvalstoffen aanvaard, opgeslagen en behandeld, afkomstig van de specifieke bouw- en sloopwerf of het specifieke wegenwerk dat expliciet in het meldingsdossier is vermeld en geïdentificeerd. De opgeslagen hoeveelheid afvalstoffen en gerecycleerde granulaten is beperkt tot de hoeveelheden, vermeld in het meldingsformulier. In de inrichting worden alleen de volgende soorten afvalstoffen opgeslagen en behandeld : 1° inerte afvalstoffen die bestaan uit de steenachtige fractie van bouw- en sloopafval, afkomstig van het bouwen en slopen van gebouwen, kunstwerken en constructies en van wegenwerken;2° niet-teerhoudend asfalt, afkomstig van het bouwen en slopen van gebouwen, kunstwerken en constructies en van wegenwerken. De volgende afvalstoffen mogen niet verwerkt worden in de inrichting : 1° teerhoudend asfalt;2° bouw- en sloopafval dat asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, bevat;3° bouw- en sloopafval dat vrije asbestvezels of asbeststof bevat;4° andere gevaarlijke afvalstoffen;5° andere niet-gevaarlijke afvalstoffen, niet vermeld in het tweede lid van dit artikel. Art. 5.2.2.4bis.3. De op de inrichting toegelaten handelingen zijn beperkt tot : 1° de opslag;2° het sorteren en voorbereidende mechanische behandeling, zoals crushen met het oog op het breken;3° het breken;4° het zeven. Art. 5.2.2.4bis.4. De inrichting ligt op een afstand van maximaal 1 000 m van het wegenwerk, gemeten vanaf de perceelsgrenzen of de afgebakende werfzone van het wegenwerk, of ter plaatse (op het perceel zelf of op een aangrenzend perceel) van de bouw- en sloopwerf. Art. 5.2.2.4bis.5. De opslag van te breken puin en gerecycleerde granulaten is beperkt tot maximaal één jaar na de datum van de melding. De verwerking van de afvalstoffen is beperkt tot maximaal zestig werkdagen binnen de periode van één jaar, vermeld in het eerste lid. De termijnen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen niet verlengd worden. Art. 5.2.2.4bis.6. De aanvoer en de verwerking van afvalstoffen, alsook de afvoer van gerecycleerde granulaten en restfracties, zijn verboden op weekdagen tussen 19 uur en 7 uur, en op zaterdagen, zondagen en feestdagen. Art. 5.2.2.4bis.7. De inrichting wordt gedurende de volledige periode van exploitatie voorzien van een vaste of tijdelijke afsluiting die de toegang voor rollend materieel onmogelijk maakt. Ook de toegangsweg wordt voorzien van een afsluitmogelijkheid. Art. 5.2.2.4bis.8. Aan de toegangsweg wordt op een vanaf de openbare weg goed zichtbare plaats een uithangbord geplaatst waarop duidelijk leesbaar de volgende vermeldingen zijn opgenomen : 1° « toegang verboden voor onbevoegden »;2° de aard van de inrichting;3° de naam, het adres en het telefoonnummer van de exploitant;4° de normale openingsuren;5° de datum van aanvang en beëindiging van de activiteiten;6° het adres en het telefoonnummer van de toezichthoudende overheid;7° bij brand of onheil : het telefoonnummer van de brandweer. Art. 5.2.2.4bis.9. Voor de inrichtingen bedoeld in deze subafdeling zijn de bepalingen van afdeling 4.5.5 van toepassing. Overdag wordt in afwijking van deze subafdeling het specifieke geluid in openlucht van de inrichting tijdens het mechanisch behandelen op de in artikel 1, § 3 en § 4, van bijlage 4.5.1 bij dit besluit bepaalde meetpunten zodanig beperkt dat de richtwaarde in bijlage 4.5.4 bij dit besluit, verhoogd met 20 dB(A), niet wordt overschreden. Deze bepaling is niet van toepassing ter hoogte van stiltebehoevende instellingen, waarvoor afdeling 4.5.5 blijft gelden. Art. 5.2.2.4bis.10. § 1. Voor de aanvang van de mechanische behandeling van de afvalstoffen bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de overheid waarbij de melding is ingediend, en aan de bevoegde toezichthoudende overheid : 1° de datum van aanvang en de duur van de periode dat de afvalstoffen mechanisch behandeld zullen worden;2° de afstand van de inrichting tot de specifieke bouw- en sloopwerf of het specifieke wegenwerk;3° de identificatiegegevens van de puinbreker, zoals vastgesteld in het kader van het Geografisch Informatiesysteem (GIS);4° een afschrift van het certificaat van de puinbreker die ingezet zal worden, afgeleverd door een geaccrediteerde keuringsinstelling in het kader van het VLAREA;5° een beschrijving van de bronsterkte (LW) van de puinbreker in dB(A);6° de afstand van de puinbreker tot de dichtstbijzijnde woning en stiltebehoevende instelling. § 2. Het register dat de exploitant met toepassing van de afvalstoffenregelgeving bijhoudt, bevat daarnaast de volgende gegevens : 1° op elk ogenblik : de geraamde hoeveelheid en de aard van de opgeslagen te behandelen afvalstoffen;2° op elk ogenblik : de geraamde hoeveelheid en de aard van de opgeslagen gerecycleerde granulaten;3° de tijdstippen (dagen en uren) waarop er afvalstoffen mechanisch worden behandeld. § 3. Inerte afvalstoffen en niet-teerhoudend asfalt worden opgeslagen en behandeld op een vlakke verharde bodem, zonder dat uitrusting met een vloeistofdichte verharding noodzakelijk is. De afvalstoffen en gerecycleerde granulaten worden gestapeld op een veilige manier, zonder risico voor de omgeving. § 4. De exploitant treft de nodige maatregelen zodat afvalstoffen die niet nuttig worden aangewend binnen de bouw- en sloopwerf of het wegenwerk waarbij de inrichting hoort, regelmatig worden afgevoerd. § 5. De inrichting beschikt over een geijkte weeginstallatie met automatische registratie. § 6. Tijdens de periodes van aan- en afvoer en tijdens de mechanische behandeling is altijd een verantwoordelijke persoon aanwezig met voldoende vakbekwaamheid en kennis van de na te leven voorwaarden en de te nemen maatregelen. De exploitant deelt de naam van die persoon schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid. § 7. De exploitant treft alle nodige maatregelen om stofhinder te voorkomen en te beperken. Er wordt zo nodig gebruik gemaakt van een sproei-installatie of sproeiwagen om de opgeslagen en te breken afvalstoffen en gerecycleerde granulaten, alsook de stofgevoelige delen van het terrein, vochtig te houden, zowel tijdens de opslagfase als tijdens het breken. Bij het transport van bouw- en sloopafval en van afval van wegenwerken naar de inrichting en bij afvoer van gerecycleerde granulaten worden de nodige voorzieningen, zoals afdekken of bevochtigen, getroffen om ladingverlies en stofverspreiding tegen te gaan. § 8. De machines worden zo opgesteld dat trillingen naar de omgeving worden voorkomen. § 9. De puinbreker is uitgerust met een webgebaseerd informatiesysteem dat gelinkt is aan een gps-systeem. Het informatiesysteem is operationeel telkens als de puinbreker in werking is. Het webgebaseerde informatiesysteem, vermeld in het eerste lid, laat de certificatie-instelling en de toezichthouder toe om de locatie van de productie-installatie te visualiseren, de operationaliteit te volgen en de productieperiode na te gaan. Die gegevens worden bijgehouden en opgelijst in een centrale databank die online beschikbaar is voor de certificatie-instelling en de toezichthouder. § 10. Binnen dertig dagen na het beëindigen van de activiteiten en binnen de periode van één jaar exploitatie, vermeld in artikel 5.2.2.4bis.5, § 1, wordt het terrein volledig schoongemaakt. ». Art. 59.Aan afdeling 5.2.2 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen sluiten4, wordt een subafdeling 5.2.2.12, die bestaat uit artikel 5.2.2.12.1 en 5.2.2.12.2, toegevoegd, die luidt als volgt : « Subafdeling 5.2.2.12. - Thermische grondreinigingsinstallaties Art. 5.2.2.12.1. Deze subafdeling is van toepassing op die installaties, vermeld in rubriek 2.2.5 van de indelingslijst, die bestemd zijn voor het reinigen van uitgegraven bodem door middel van verhittingsprocessen. Voor inrichtingen die voor 1 januari 2012 vergund zijn, gelden de verplichtingen, vermeld in deze subafdeling, vanaf 1 januari 2015. Art. 5.2.2.12.2. In afwijking van de algemene emissiegrenswaarden van hoofdstuk 4.4 geldt voor de parameters in de volgende tabel de aangegeven emissiegrenswaarde : parameters emissiegrenswaarden bij een zuurstofgehalte van 11 % daggemiddelde in mg/Nm3 halfuurwaarde in mg/Nm3 CO 50 100 totaal stofdeeltjes 10 30 gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof 10 20 gasvormige anorganische chloriden, uitgedrukt in HCl 10 60 gasvormige anorganische fluoriden, uitgedrukt in HF 1 4 zwaveldioxide (SO2) 50 200 stikstofoxiden, uitgedrukt in NO2 200 400 kwik en kwikverbindingen, uitgedrukt als Hg 0,03 0,05 gemiddelde over minimaal 6 uur en maximaal 8 uur in ng TEQ/Nm3 dioxinen en furanen 0,1 Met behoud van de toepassing van de andere bepalingen van hoofdstuk 4.4, wordt de concentratie van de parameters, vermeld in het eerste lid, minstens met de onderstaande frequentie gemeten : meetfrequentie CO, zwaveldioxiden, stikstofoxiden continu dioxinen en furanen tweemaal per jaar de andere parameters om de drie maanden De metingen, vermeld in het tweede lid, worden uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline lucht, vermeld in artikel 6, 5°, b), van het VLAREL van 19 november 2010, of door de exploitant zelf met apparatuur en volgens een methode die zijn goedgekeurd door een erkend laboratorium in de discipline lucht, vermeld in artikel 6, 5°, b), van het VLAREL. ». Art. 60.Aan artikel 5.2.3bis.4.18, § 1, 1°, b), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten6, wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor installaties die in totaal maximum 90 dagen per jaar effectief worden gebruikt, volstaat één jaarlijkse meting. De exploitant registreert de dagen en uren waarop de voormelde installatie effectief wordt ingezet. ». Art. 61.In artikel 5.2.4.1.8, § 7, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan punt 5° wordt een punt
  22. c)toegevoegd, dat luidt als volgt : «
  23. c)voor iedere afvalstroom wordt bij de basiskarakterisering een bepaling van het DOC-gehalte opgenomen.De richtwaarde voor het DOC-gehalte bedraagt 800 mg/kg droge stof. Voor stromen die de richtwaarde overschrijden gaan de afvalproducenten in samenwerking met de stortplaatsexploitant na welke stoffen de gemeten DOC-waarden veroorzaken. De resultaten van de DOC-metingen en de bevindingen inzake de oorzaken van de verhoogde DOC-gehaltes worden opgenomen in het jaarrapport, vermeld in artikel 5.2.4.6.5. »; 2° in punt 7° worden aan de tabel vier rijen en een zin toegevoegd, die luiden als volgt : barium * molybdeen * antimoon * seleen * (*) De aanbevolen analysemethode wordt vermeld in artikel 5.2.4.1.1; ». Art. 62.In artikel 5.2.4.1.10, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten7, wordt de zinsnede « subrubriek 2.6,
  24. c)» vervangen door de zinsnede « subrubriek 2.3.6,
  25. c)». Art. 63.Aan afdeling 5.2.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten9, wordt een subafdeling 5.2.5.7, die bestaat uit artikel 5.2.5.7.1 en 5.2.5.7.2, toegevoegd, die luidt als volgt : « Subafdeling 5.2.5.7. - Financiële zekerheid Art. 5.2.5.7.1. § 1. Voor de aanvang van de stortactiviteiten worden door de exploitant van de stortplaats financiële zekerheden gesteld ten voordele van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. De financiële zekerheden waarborgen de volgende risico's : 1° de kosten voor de afdichtlaag en de eindafdek van de stortplaats;2° de kosten voor de nazorgactiviteiten. § 2. De financiële zekerheden kunnen de volgende vormen aannemen, afzonderlijk of in combinatie : 1° een verzekering;2° een garantie van een financiële instelling;3° een andere persoonlijke of zakelijke zekerheid. § 3. Het bedrag van de financiële zekerheden, vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald per risico, vermeld in paragraaf 1, op basis van een uitbatingsproject dat opgesteld is door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde deskundige. De kosten van de eindafwerking (afdichtlaag en eindafdek) worden berekend, rekening houdend met het volgende bedrag : 34,71 euro per m2 aan te brengen afdichtlaag en eindafdek voor een stortplaats. De kosten voor de nazorgactiviteiten worden berekend, rekening houdend met subafdeling 5.2.5.6. De financiële zekerheden worden geleidelijk opgebouwd naargelang de vordering van de stortactiviteiten. Het totale bedrag is op elk moment hoog genoeg om een correcte eindafwerking en vergoeding voor mogelijke schade aan het milieu en derden te garanderen. Het bedrag van de financiële zekerheden, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, met als basisindex het indexcijfer van de consumptieprijzen van maart 1995, namelijk 119,73. De indexering vindt elk jaar automatisch plaats, dus zonder voorafgaande verwittiging, op 1 april van elk jaar. § 4. Het voorstel van financiële zekerheden wordt naar de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij gestuurd of wordt afgegeven op de zetel van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij onderzoekt de voorgestelde financiële zekerheden. § 5. Als de financiële zekerheden beantwoorden aan de vereisten, vermeld in paragraaf 1, kent de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij binnen twee maanden nadat ze het voorstel heeft ontvangen, een conformiteitsattest toe. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij brengt het conformiteitsattest van financiële zekerheid per aangetekende brief met ontvangstbevestiging ter kennis van : 1° de exploitant;2° de verstrekker van de financiële zekerheden;3° de toezichthoudende overheid. De stortactiviteiten worden pas aangevat nadat de exploitant het conformiteitsattest heeft ontvangen. § 6. Als de financiële zekerheden niet beantwoorden aan de vereisten, vermeld in paragraaf 1, deelt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij dat binnen twee maanden nadat ze het voorstel heeft ontvangen, per aangetekende brief mee aan de exploitant en aan de verstrekker van de financiële zekerheden. § 7. Met betrekking tot afgewerkte gedeelten kan het bedrag van de financiële zekerheid die bestemd is voor de eindafwerking (afdichtlaag en eindafdek) worden vrijgegeven op basis van een voortgangsrapport, opgesteld door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde deskundige en een proces-verbaal van vaststelling van de toezichthoudende overheid. Het voortgangsrapport vermeldt onder meer de benuttingsgraad, de resterende kosten voor de afdichtlaag, de eindafdekking en de nazorg van de stortplaats, en een evaluatie van de naleving van de geldende wetgeving. § 8. Bij de beëindiging van de definitieve afwerking van de stortplaats en na het voorleggen van een goedgekeurd nazorgplan, beide vastgesteld bij proces-verbaal van de toezichthoudende overheid, wordt, na voorafgaande goedkeuring van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, binnen dertig dagen het overblijvende bedrag van de financiële zekerheid die bestemd is voor de eindafwerking (afdichtlaag en eindafdek), vrijgegeven. § 9. Bij de beëindiging van de in de milieuvergunning opgelegde periode van nazorg overeenkomstig de opgelegde uitbatingsvoorwaarden, al dan niet geheel of gedeeltelijk ambtshalve uitgevoerd door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vastgesteld bij proces-verbaal van de toezichthoudende overheid, wordt, na voorafgaande goedkeuring van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, binnen dertig dagen de financiële zekerheid volledig opgeheven. § 10. Het proces-verbaal, vermeld in paragrafen 7, 8 en 9, wordt door de toezichthoudende overheid opgesteld binnen negentig werkdagen nadat ze de vraag van de exploitant ontvangen heeft. Art. 5.2.5.7.2. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij kan op de wijze, vermeld in het tweede tot en met het vijfde lid, aanspraak maken op een gestelde financiële zekerheid. Op gemotiveerd verzoek van de toezichthoudende overheid houdende vaststelling van niet-naleving van de vergunningsvoorwaarden of op basis van eigen vaststellingen stelt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij per aangetekende brief de exploitant in gebreke. In de ingebrekestelling wordt vermeld welke maatregelen van de exploitant worden verwacht, alsook de termijn voor de uitvoering ervan. Een afschrift van de ingebrekestelling wordt aangetekend bezorgd aan de verstrekker van de financiële zekerheid. Als de exploitant binnen een termijn van één maand niet schriftelijk het engagement aangaat om de gevraagde maatregelen stipt uit te voeren, of als de exploitant zich niet aan die stipte uitvoering houdt, beslist de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij om de nodige maatregelen ambtshalve uit te voeren. De beslissing tot ambtshalve uitvoering wordt per aangetekende brief meegedeeld aan de exploitant van de stortplaats, alsook aan de verstrekker van de financiële zekerheid en aan de toezichthoudende overheid. Voor de aanvang van de uitvoering van de nodige maatregelen bezorgt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij het goedgekeurde bestek, met inbegrip van de prijsraming, inclusief de planning voor de uitvoering en de financiering van de werken, aan de verstrekker van de financiële zekerheid. De verstrekker van de financiële zeker

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.