← België

Decreet tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en heft een eerder decreet over handelsvestigingen op, met als doel de ruimtelijke ordening te rationaliseren en de effectbeoordeling op het leefmilieu te verbeteren.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
13 DECEMBER 2023. - Decreet tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie type decreet prom. 06/11/2008 pub. 20/11/2008 numac 2008204173 bron waalse overheidsdienst Decreet tot goedkeuring van de eenmalige vergunning afgegeven met het oog op de tenuitvoerlegging van de antenne van Gosselies van de lichte metro van Charleroi, overeenkomstig het decreet van 17 juli 2008 betreffende enkele vergunningen waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan type decreet prom. 06/11/2008 pub. 26/11/2008 numac 2008204254 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het plan voor maatschappelijke cohesie in de steden en gemeenten van Wallonië sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie en tot opheffing van het decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/2015 pub. 18/02/2015 numac 2015200758 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de handelsvestigingen type decreet prom. 05/02/2015 pub. 20/02/2015 numac 2015027025 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eindregeling van de begroting van het Waalse Gewest voor het jaar 2010 sluiten betreffende de handelsvestigingen (1) Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1.Dit decreet zet de volgende richtlijnen gedeeltelijk om: 1° Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de effecten van bepaalde plannen en programma's op het leefmilieu;2° Richtlijn 2011/92/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 december 2011 betreffende de beoordeling van de effecten van bepaalde plannen en programma's op het leefmilieu;3° Richtlijn (EU) 2012/18 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad. TITEL I. - Wijzigingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in Boek I van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 2.In artikel D.I.1, § 1, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden volgende wijzigingen ingevoerd: 1° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "met inachtneming van ruimteoptimalisatie";2° tussen de leden 2 en 3 wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt: "Ruimteoptimalisatie beoogt de maximale vrijwaring van de bodems en een efficiënt en samenhangend gebruik van de grond door de bebouwing. Ze omvat ook de strijd tegen stadsuitbreiding."; 3° in het voormalige derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "Deze ontwikkeling" vervangen door de woorden "De duuurzame en aantrekkelijke ontwikkeling van het erfgoed". Art. 3.In artikel D.I.2 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, lid 1, wordt er een punt 3° ingevoegd, luidend als volgt: "3° een monitoringsrapport dat de ontwikkeling beschrijft op het vlak van stadsuitbreiding, artificiëring en beschikbaarheden inzake grond, in het licht van de doelstellingen en richtlijnen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "en hun vertaling in de Duitse taal zijn een taak" vervangen door de woorden "is een taak". Art. 4.In artikel D.I.3 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "het Operationeel Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst, hierna "DGO4" vervangen door de woorden "de Administratie Stedenbouw en Ruimtelijke Ontwikkeling", hierna "administratie" genoemd". Art. 5.In artikel D.I.4, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 20 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom. 11/03/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt 4° opgeheven; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: "De Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" brengt advies uit binnen de vijfenveertig dagen na de zending van de aanvraag.". Art. 6.In artikel D.I.5 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, wordt de woorden "uit 24 gewone leden" vervangen door de woorden "uit 36 gewone leden";2° in het eerste lid, 1°, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "twaalf";3° in het derde lid, 1°, worden de woorden ""Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië)" vervangen door de woorden "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, sociale en milieuraad van Wallonië);4° in het eerste lid,2°, wordt het woord "zestien" vervangen door het woord "vierentwintig", worden de woorden "twee vertegenwoordigers van de lokale besturen" vervangen door de woorden "drie vertegenwoordigers van de lokale besturen", worden de woorden "twee vertegenwoordigers van de milieuorganisaties" vervangen door de woorden "drie vertegenwoordigers van de milieuorganisaties", worden de woorden "één vertegenwoordiger uit de stadsontwikkeling" vervangen door de woorden "twee vertegenwoordigers uit de stadsontwikkeling", worden de woorden "één vertegenwoordiger van de stedenbouwkundigenverenigingen, twee vertegenwoordigers van de architectenverenigingen" vervangen door de woorden "twee vertegenwoordigers van de stedenbouwkundigenverenigingen, drie vertegenwoordigers van de architectenverenigingen" en worden de woorden ", één vertegenwoordiger van de "Conférence permanente du développement territorial" (Permanente conferentie van de ruimtelijke ontwikkeling)" vervangen door de woorden ", twee vertegenwoordigers van de "Conférence permanente du développement territorial" (Permanente conferentie van de ruimtelijke ontwikkeling)"; 5° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", één vertegenwoordiger van de Federatie voor de handel en diensten, één vertegenwoordiger van een vereniging voor consumentenbescherming erkend overeenkomstig artikel XVII.39, 2°, van het Wetboek van economisch recht"."; 6° in het tweede lid wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie";7° het tweede lid wordt aangevuld met een 3° dat als volgt luidt: "3° de afdeling "Handelsontwikkeling." "; 8° in het derde lid worden de woorden "twee ondervoorzitters" vervangen door de woorden "drie ondervoorzitters"; 9° het artikel wordt aangevuld met volgend lid: "De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de vergaderingen van de Beleidsgroep "Ruimtelijke ordening" per videoconferentie kunnen worden gehouden.". Art. 7.In Boek 1, Enige titel, hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde wetboek wordt een onderafdeling 1 met als opschrift "Oprichting en opdrachten", die artikel D.I.6 bevat, ingevoegd. Art. 8.In artikel D.I.6 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° de bewoording " § 1" wordt opgeheven;2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven. Art. 9.In Boek 1, enige Titel, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek wordt afdeling 2 aangevuld met een onderafdeling 2 met als opschrift "Samenstelling en werking". Art. 10.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel D.I.6/1 ingevoegd, luidend als volgt: "D.I.6/1. § 1. De Commissie is samengesteld uit: 1° een voorzitter die de Regering vertegenwoordigt; 2° twee personen voorgedragen door de Orde van de architecten; 3° twee personen onder de personen voorgedragen door lijst van twaalf personen, voorgedragen door de "Chambre des Urbanistes de Belgique";" 4° één vertegenwoordiger van de "Commission royale des Monuments, Sites et Fouilles de la Région wallonne" (Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen van het Waalse Gewest); 5° een vertegenwoordiger van een vereniging voor consumentenbescherming erkend overeenkomstig artikel XVII.39, 2°, van het Wetboek van economisch recht; 6° een lid van de Administratie Vervoer;7° een vertegenwoordiger van stadsontwikkeling; 8° twee vertegenwoordigers van de sociale onderhandelingspartners, zoals vertegenwoordigd in de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië). § 2. De voorzitter en de leden van de adviescommissie worden door de Regering benoemd. Het lid dat de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen van het Waalse Gewest vertegenwoordigt, zetelt enkel wanneer het beroep betrekking heeft op een goed bedoeld in artikel D.IV.17, eerste lid, 3°. De leden bedoeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, zetelen enkel wanneer het beroep betrekking heeft op een project bedoeld in artikel D.IV.4, eerste lid, 8°. § 3. Tenzij de aanwezigheid van de leden bedoeld in paragraaf 1, 5° tot 8°, is vereist, beraadslaagt de Commissie geldig indien de voorzitter en ten minste twee andere leden aanwezig zijn. Wanneer de aanwezigheid van de leden bedoeld in paragraaf 1, 5° tot 8°, is vereist, beraadslaagt de Commissie geldig indien de voorzitter en ten minste twee andere leden aanwezig zijn. § 4. Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door de administratie. De Regering bepaalt de modaliteiten van de samenstelling van de commissie en haar werkingswijze. Het bedrag van het presentiegeld waarop de voorzitter en de leden van de adviescommissie recht hebben, kan door de Regering vastgelegd worden.". Art. 11.In artikel D.I.10 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 worden de woorden "Op voorstel van de Gemeenteraad, kan de Regering" vervangen door de woorden "De Gemeenteraad kan";2° in paragraaf 4 wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de administratie"; 3° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: "De gemeentelijke commissies kunnen via videoconferentie vergaderen onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in hun huishoudelijk reglement, dat elk risico op digitale uitsluiting garandeert.". Art. 12.In artikel D.I.11 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vierde lid worden de woorden "en de gezamenlijke milieueffectenbeoordeling van de aanvraag bedoeld in artikel D.II.54" ingevoegd tussen de woorden "of de herziening van een gewestplan" en de woorden "wordt opgesteld"; 2° tussen de leden 4 en 5 wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt: "Voor de uitvoering van de gezamenlijke milieueffectbeoordeling van de aanvraag, bedoeld in artikel D.V.16, is de erkenning toegekend op grond van Boek I van het Milieuwetboek, vereist.". Art. 13.In artikel D.I.12 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 3°, wordt het woord "of" vervangen door het teken ",";2° het eerste lid, 3°, wordt aangevuld met de woorden "of een gemeentelijke handleiding voor stedenbouw"; 3° in het tweede lid, worden de woorden "D.IV.15, lid 1, 1° " vervangen door de woorden "D.IV.16, lid 1, 1°, a)". Art. 14.In artikel D.I.13 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "en" vervangen door de woorden "en/of";2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 15.In artikel D.I.16 van hetzelfde Wetboek worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en de mogelijkheid om opmerkingen te maken en suggesties te doen tijdens een voorafgaande informatievergadering overeenkomstig de artikelen D.VIII.5, D.VIII.5/7 en D.VIII.5/14" ingevoegd tussen de woorden "De bijzondere bekendmakingsmaatregelen" en de woorden "worden opgeschort tussen 16 juli en 15 augustus en tussen 24 december en 1 januari"; 2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "suggesties" ingevoegd tussen de woorden "de periode waarin bemerkingen," en de woorden "of bezwaren bij aankondiging van een project aan het gemeentecollege gericht kunnen worden";3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of voorafgaande informatievergadering" ingevoegd tussen de woorden "bij aankondiging van een project" en de woorden "aan het gemeentecollege gericht". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aangebracht in Boek II het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 16.Artikel D.II.2 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. D.II.2. § 1. Het ruimtelijk ontwikkelingsplan omschrijft op grond van een contextueel onderzoek de opties inzake ruimtelijk beleid voor Wallonië op gewestelijke schaal. In het contextueel onderzoek wordt ingegaan op: 1° de voornaamste ruimtelijke vraagstukken;2° de perspectieven en behoeften op sociaal vlak, met name inzake sociale cohesie, economie, demografie, energie, erfgoed, leefmilieu, met name ecologie, natuurbehoud en -herstel, mobiliteit, en verder nog op het potentieel van het grondgebied en de drukkende factoren waaraan het grondgebied blootgesteld is;3° de huidige toestand, de te verwachten ontwikkeling en de gevolgen van stadsuitbreiding en artificiëring. § 2. In de opties inzake ruimtelijk beleid van het ruimtelijke ontwikkelingsplan worden omschreven: 1° de gewestelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling en ordening en de wijze waarop deze ingebed zijn in de supraregionale context;2° de principes en modaliteiten voor de uitvoering van de doelstellingen, in het bijzonder die met betrekking tot ruimteoptimalisatie;3° de ruimtelijke structuur. § 3. De gewestelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling en ordening bedoeld in paragraaf 2, 1°, beogen: 1° de ruimteoptimalisatie;2° de sociaaleconomische ontwikkeling en regionale aantrekkelijkheid;3° het kwaliteitsbeheer van de leefomgeving;4° het beheer van de mobiliteit. § 4. De principes en modaliteiten voor de implementatie van ruimteoptimalisatie zijn: 1° de trajecten voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;2° de criteria voor het definiëren van de centrumgebieden;3° de centrumgebieden en maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumgebieden te sturen;4° alle andere bepalingen die bijdragen tot de doelstelling van optimaal gebruik van de grondgebieden en hulpbronnen. § 5. Met de in paragraaf 2, 3°, bedoelde ruimtelijke structuur worden in kaart gebracht: 1° de kernen: 2° de ontwikkelingsgebieden, met inbegrip van stroomgebieden waarbinnen trajecten kunnen worden aangepast volgens hun specifieke kenmerken en behoeften;3° de regio's betrokken bij de gewest- en grensoverschrijdende samenwerking;4° de verkeersnetten en de leidingen voor het vervoer van vloei- en energiestoffen. In de ruimtelijke structuur worden de locaties opgenomen die erkend zijn krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, evenals de door de Regering aangenomen ecologische doorgangsgebieden, waarbij rekening wordt gehouden met hun biologische waarde en hun continuïteit met het oog op een samenhangende ecologische vermazing op schaal van het gewestelijk grondgebied. Het doel van de ecologische doorgangsgebieden die door de Regering zijn aangenomen, is te zorgen voor een samenhangende ecologische vermazing op schaal van het gewestelijk grondgebied. Ze worden gedefinieerd in termen van hun biologische waarde en continuïteit. § 6. Het ruimtelijk ontwikkelingsplan kan: 1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in paragraaf 2, 2° en 3° ;2° voorstellen tot herziening van gewestplannen verwoorden;3° ruimtelijke projecten verwoorden met betrekking tot de regio's betrokken bij de gewest- en grensoverschrijdende samenwerking en de ontwikkelingsgebieden; 4° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.". Art. 17.In artikel D.II.3 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "lid 1," opgeheven en worden de woorden "Sociaal-Economische Raad van Wallonië " vervangen door de woorden "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, sociale en milieuraad van Wallonië)";2° in paragraaf 2 worden de woorden "Sociaal-Economische Raad van Wallonië " vervangen door de woorden "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, sociale en milieuraad van Wallonië)". Art. 18.In artikel D.II.5 van hetzelfde Wetboek worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidend als volgt: "Onder de voorwaarden van artikel D.II.6/1 kan het meergemeentelijk plan thematisch zijn en focussen op ruimteoptimalisatie, groene infrastructuur of mobiliteit."; 2° in lid 2 worden de woorden "Een gemeentelijk grondgebied kan nooit" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel D.II.17, § 2, tweede lid, kan een gemeentelijk grondgebied nooit". Art. 19.Artikel D.II.6 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. D.II.6. § 1. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan omschrijft op grond van een contextueel onderzoek de opties inzake ruimtelijk beleid voor het dienovereenkomstig gebied op schaal van dat gebied. In het contextueel onderzoek wordt ingegaan op: 1° de voornaamste ruimtelijke vraagstukken; 2° de perspectieven en behoeften op sociaal vlak, met name inzake sociale cohesie, economie, demografie, energie, erfgoed, leefmilieu, met name ecologie, natuurbehoud en -herstel, mobiliteit, en verder nog op het potentieel van het grondgebied en de drukkende factoren waaraan het grondgebied blootgesteld is, meer bepaald de natuurlijke risico's bedoeld in artikel D.IV.57; 3° de huidige toestand, de te verwachten ontwikkeling en de gevolgen van stadsuitbreiding en artificiëring.4° de potentiële bijdrage van het betrokken gebied aan ruimteoptimalisatie. Wat de rechtstoestand betreft, omvat het de gebieden die erkend zijn krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en de ecologische doorgangsgebieden die door de Regering zijn vastgesteld. Het kan de resultaten bevatten van andere analyses die zijn uitgevoerd in toepassing van andere bepalingen van dit Wetboek of van andere wetgevingen. § 2. In de beleidsopties inzake het meergemeentelijk ontwikkelingsplan worden omschreven: 1° de meergemeentelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en ontwikkeling op bovengemeentelijke schaal, en de wijze waarop de gewestelijke doelstellingen inzake het ruimtelijk ontwikkelingsplan ingepast worden;2° de principes en modaliteiten voor de uitvoering van de doelstellingen, in het bijzonder die met betrekking tot ruimteoptimalisatie;3° de ruimtelijke structuur. § 3. De gewestelijke doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, 1°, hebben betrekking op het bestreken grondgebied en de voornaamste beleidskeuzes voor dat gebied liggen er in het verlengde van. De meergemeentelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling en ordening, omschreven in paragraaf 2, 1°, beogen: 1° de ruimteoptimalisatie;2° de sociaaleconomische ontwikkeling en regionale aantrekkelijkheid;3° het kwaliteitsbeheer van de leefomgeving;4° het beheer van de mobiliteit. § 4. De principes en modaliteiten voor de implementatie van ruimteoptimalisatie zijn: 1° het traject voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;2° de centrumgebieden die aanwezig zijn op het bestreken grondgebied;3° de maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumgebieden te sturen;4° de volgorde van prioriteit voor de uitvoering van de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, en hun bestemming;5° alle andere bepalingen die bijdragen tot ruimteoptimalisatie. § 5. Met de in paragraaf 2, 3°, bedoelde ruimtelijke structuur worden in kaart gebracht: 1° de centrumgebieden;2° de ontwikkelingsgebieden;3° landschapsstructuur; 4° de verkeersnetten en de leidingen voor het vervoer van vloei- en energiestoffen;5° de groene infrastructuur. § 6. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan kan 1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in de paragrafen 4 en 5;2° voorstellen verwoorden voor de herziening van het gewestplan, met name de gebieden van gemeentelijk belang en de lijst van (meer)gemeentelijke plannen en leidraden die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien dan wel opgeheven dienen te worden. 3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.". Art. 20.In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel D.II.6/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. D.II.6/1. § 1. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan kan thematisch zijn en focussen op ruimteoptimalisatie, groene infrastructuur of mobiliteit. Het wordt opgesteld op basis van een contextueel onderzoek als bedoeld in artikel D.II.6, § 1, leden 2 tot en met 4. § 2. Als het de ruimteoptimalisatie begoot, bevat het thematisch meergemeentelijk ontwikkelingsplan: 1° de meergemeentelijke doelstellingen en de wijze waarop de gewestelijke doelstellingen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan ingepast worden;2° de beginselen en modaliteiten voor de uitvoering van deze doelstellingen, namelijk: a) het traject voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;b) de centrumgebieden in het bestreken grondgebied;c) de maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumfuncties te sturen;d) de volgorde van prioriteit voor de uitvoering van de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, en hun bestemming;e) alle andere bepalingen die bijdragen tot ruimteoptimalisatie;3° de territoriale structuur met betrekking tot deze doelstellingen; 4° gehele of gedeeltelijke opheffingen van lokale beleidsontwikkelingsplannen in toepassing van artikel D.II.15, § 2. § 3. De Regering kan de verplichte inhoud van het thematisch meergemeentelijk ontwikkelingsplan voor groene infrastructuur of mobiliteit bepalen. § 4. Het thematisch meergemeentelijk ontwikkelingsplan kan: 1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in paragraaf 1, lid 2, 2° en 3° ;2° voorstellen verwoorden voor de herziening van het gewestplan, met name de gebieden van gemeentelijk belang en de lijst van (meer)gemeentelijke plannen en leidraden die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien dan wel opgeheven dienen te worden. 3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.". Art. 21.In artikel D.II.7 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "volgens de nadere regels die zij bepalen" vervangen door de woorden ", die op eigen initiatief naburige gemeenten die niet door het ontwikkelingsplan worden getroffen, op de hoogte brengen";2° in paragraaf 1, lid 2, worden de woorden "In die nadere regels wordt met name ingegaan op" vervangen door de woorden "De Regering bepaalt";3° paragraaf 1, derde lid, wordt opgeheven;4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de Administratie";5° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de Administratie";6° in paragraaf 5 wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de administratie" en worden de woorden "wegens overtreding van het Wetboek of wegens een duidelijke beoordelingsfout" vervangen door de woorden "omwille van de wettigheid"; 7° in paragraaf 6, tweede lid, wordt punt 1° vervangen als volgt: 1° de meergemeentelijke doelstellingen bedoeld in de artikelen D.II.6, § 2, 1°, en D.II.6/1, § 2, 1°, of bepaald door de Regering krachtens artikel D.II.6/1, § 2, niet bedreigd zijn.". Art. 22.In artikel D.II.8, paragraaf, 1, tweede lid, worden de woorden "bedoeld in artikel D.II.6, § 2, 1°, " vervangen door de woorden "bedoeld in de artikelen D.II.6, § 2, 1°, en D.II.6/1, § 2, 1°, of bepaald door de Regering krachtens artikel D.II.6/1, § 3". Art. 23.Artikel D.II.9 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt: "Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan kan thematisch zijn en de ruimteoptimalisatie beogen.". Art. 24.Artikel D.II.10 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. D.II.10. § 1. Het gemeentelijk ontwikkelingsplan omschrijft op grond van een contextueel onderzoek de opties inzake ruimtelijk beleid voor het geheel van het gemeentelijk grondgebied op schaal van het gemeentelijk grondgebied. Het contextueel onderzoek omvat : 1° de voornaamste ruimtelijke vraagstukken; 2° de perspectieven en behoeften op sociaal vlak, met name inzake sociale cohesie, economie, demografie, energie, erfgoed, leefmilieu, met name ecologie, natuurbehoud en -herstel, mobiliteit, en verder nog op het potentieel van het grondgebied en de drukkende factoren waaraan het grondgebied blootgesteld is, meer bepaald de natuurlijke risico's bedoeld in artikel D.IV.57; 3° de huidige staat van de stadsuitbreiding en artificiëring, hun voorzienbare evolutie en gevolgen;4° de potentiële bijdrage van het betrokken gebied aan ruimteoptimalisatie. Wat de rechtstoestand betreft, omvat het de gebieden die erkend zijn krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en de ecologische doorgangsgebieden die door de Regering zijn vastgesteld. Het kan de resultaten bevatten van andere analyses die zijn uitgevoerd in toepassing van andere bepalingen van dit Wetboek of van andere wetgevingen. § 2. De beleidsopties inzake het gemeentelijk ontwikkelingsplan worden bepalen: 1° de gemeentelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en ontwikkeling op gemeentelijke schaal, en de wijze waarop de gewestelijke doelstellingen inzake ruimtelijk ontwikkelingsplan of, in voorkomend geval, de meergemeentelijke doelstellingen van het meergemeentelijk ontwikkelingsplan ingepast worden;2° de principes en modaliteiten voor de uitvoering van de doelstellingen, in het bijzonder die met betrekking tot ruimteoptimalisatie;3° de ruimtelijke structuur. § 3. De gewestelijke of meergemeentelijke doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, 1°, hebben betrekking op het gemeentelijk grondgebied en liggen ten grondslag aan de voornaamste oriëntaties ervan. De gemeentelijke doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, 1°, beogen: 1° de ruimteoptimalisatie; 2° de sociaaleconomische ontwikkeling en regionale aantrekkelijkheid;3° het kwaliteitsbeheer van de leefomgeving;4° het beheer van de mobiliteit. § 4. De principes en modaliteiten voor de implementatie van ruimteoptimalisatie zijn: 1° het traject voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;2° de centrumgebieden die aanwezig zijn op het bestreken grondgebied; 3° de maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumgebieden te sturen;4° de volgorde van prioriteit voor de uitvoering van de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, en hun bestemming;5° alle andere bepalingen die bijdragen tot ruimteoptimalisatie. § 5. Met de in paragraaf 2, 3°, bedoelde ruimtelijke structuur worden in kaart gebracht: 1° de centrumgebieden en de bebouwde structuur;2° de landschapsstructuur; 3° de verkeersnetten en de leidingen voor het vervoer van vloei- en energiestoffen;4 ° de groene infrastructuur. § 6. Het gemeentelijk ontwikkelingsplan kan: 1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in paragraaf 2, 2° en 3° ;2° voorstellen verwoorden voor de herziening van het gewestplan, met name de gebieden van gemeentelijk belang en de lijst van (meer)gemeentelijke plannen voor wat betreft het betrokken gemeentelijk grondgebied en de plaatselijke beleidsontwikkelingsgebieden en gemeentelijke leidraad die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien of opgeheven moeten worden. 3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.". Art. 25.In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel D.II.10/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. D.II.10/1. § 1. Het thematisch gemeentelijk ontwikkelingsplan wordt opgesteld op basis van een contextueel onderzoek als bedoeld in artikel D.II.10, § 1, leden 2 tot en met 4. Het bevat: 1° de gemeentelijke doelstellingen en de wijze waarop de gewestelijke doelstellingen inzake ruimtelijk ontwikkelingsplan of, in voorkomend geval, de meergemeentelijke doelstellingen van het meergemeentelijk ontwikkelingsplan ingepast worden;2° de beginselen en modaliteiten voor de uitvoering van deze doelstellingen, namelijk: a) het traject voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;b) de centrumgebieden in het bestreken grondgebied;c) de maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumfuncties te sturen;d) de volgorde van prioriteit voor de uitvoering van de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, en hun bestemming;e) alle andere bepalingen die bijdragen tot ruimteoptimalisatie;3° de territoriale structuur met betrekking tot deze doelstellingen; 4° gehele of gedeeltelijke opheffingen van lokale beleidsontwikkelingsplannen in toepassing van artikel D.II.15, § 3. § 2. Het thematisch gemeentelijk ontwikkelingsplan kan: 1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 2° en 3° ;2° voorstellen verwoorden voor de herziening van het gewestplan, met name de gebieden van gemeentelijk belang en de lijst van (meer)gemeentelijke plannen voor wat betreft het betrokken gemeentelijk grondgebied en de plaatselijke beleidsontwikkelingsgebieden en gemeentelijke leidraad die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien of opgeheven moeten worden.3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen. § 3. De Regering kan aan een gemeente vragen om een thematisch gemeentelijk ontwikkelingsplan op te stellen of te herzien. De gemeenteraad zal binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van de Regering een standpunt innemen.". Art. 26.In artikel D.II.11 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : § 1.Op basis van een contextueel onderzoek bepaalt het lokaal beleidsontwikkelingsplan de doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw voor een deel van het gemeentelijk grondgebied. Het contextueel onderzoek omvat : 1° de voornaamste ruimtelijke vraagstukken; 2° de perspectieven en behoeften op sociaal vlak, met name inzake sociale cohesie, economie, demografie, energie, erfgoed, leefmilieu, met name ecologie, natuurbehoud en -herstel, mobiliteit, en verder nog op het potentieel van het grondgebied en de drukkende factoren waaraan het grondgebied blootgesteld is, meer bepaald de natuurrisico's bedoeld in artikel D.IV.57; 3° de huidige toestand, de te verwachten ontwikkeling en de gevolgen van stadsuitbreiding en artificiëring. 4° de potentiële bijdrage van het betrokken gebied aan ruimteoptimalisatie."; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.Het plan bevat: 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw voor het deel van het betrokken gebied;2° de beleidskaart, met: a) het wegennet;b) de technische infrastructuren en netten, met inbegrip van de infrastructuren voor het beheer van afval- en hemelwater;c) de openbare ruimten;d) de bestemmingen per gebieden;e) de dichtheden: (1) in bedrijfstuimtes, rekening houdend met de noodzaak om bedrijven in staat te stellen uit te breiden op hun locaties en met andere beperkingen op hun ontwikkeling;(2) in woongebieden en woongebieden met een plattelandskarakter en gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is wanneer het lokaal beleidsontwikkelingsplan bepaalt dat ze geheel of gedeeltelijk voor woondoeleinden moeten worden bestemd;f) de groene infrastructuur;g) de krachtlijnen van het landschap; h) wanneer overwogen wordt, artikel D.IV.3, lid 1, 6°, toe te passen, de grenzen van de op te richten kavels; i) de fasering van de ontsluiting van het ontwikkelingsplan; 3° wanneer overwogen wordt om artikel D.IV.3, lid 1, 6°, toe te passen, alle informatie met betrekking tot de vestiging en de hoogte van de constructies en bouwwerken, de wegen en de openbare ruimten, evenals met betrekking tot de integratie van de technische uitrustingen."; 3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een punt 3°, luidend als volgt: "3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.". Art. 27.In artikel D.II.12 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 2 februari 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2017 pub. 28/03/2017 numac 2017201598 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken type decreet prom. 02/02/2017 pub. 16/03/2017 numac 2017201454 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet, van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de beroepsopleiding gegeven in het kader van het doorstromingsprogramma en van het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 2013 betreffende de instapstages in het kader van de invoering van de regeling betreffende het inschakelingscontract sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "D.II.10/1, § 3" ingevoegd tussen het woord "artikelen" en de woorden "D.II.21, § 3, 4°, D.II.32 en " D.II.42"; 2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de laatste zin vervangen als volgt: "Bij gebrek aan beslissing binnen de termijn van zestig dagen, wordt het voorstel geacht verworpen te zijn."; 3° in paragraaf 3 wordt het derde lid vervangen als volgt: "De gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening", de Beleidsgroep Leefmilieu" worden geraadpleegd.Bij de opmaak van een meergemeentelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan, met inbegrip van een thematisch ontwikkelingsplan gericht op ruimteoptimalisatie, kan de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" geraadpleegd worden ondanks de raadpleging van de gemeentelijke commissie. De gemeenteraad raadpleegt ook de personen en instanties die hij geschikt acht. Alle adviezen wordt binnen vijfenveertig dagen na de zending van de aanvraag van het gemeentecollege overgemaakt. Zoniet worden de adviezen gunstig geacht."; 4° in paragraaf 4, tweede lid, wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de Administratie";5° in paragraaf 5, tweede lid, wordt het woord "DGO4" vervangen door de woorden "de Administratie"; 6° in paragraaf 5 wordt de zin "Het verwerpen van de goedkeuring wordt enkel uitgesproken wegens overtreding van het Wetboek of wegens een duidelijke beoordelingsfout." vervangen door de zin "Het verwerpen van de goedkeuring wordt uitsluitend op grond van de wettigheid uitgesproken.". Art. 28.In artikel D.II.15, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "bedoeld in artikel D.II.6, § 2, 1°, " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel D.II.6, § 2, 1°, en D.II.6/1, § 2, 1°, of bepaald door de Regering krachtens artikel D.II.6/1, § 3". Art. 29.Artikel D.II.16 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "D.II.16. § 1. Alle ontwikkelingsplannen hebben een indicatieve waarde. § 2. Het ruimtelijk ontwikkelingsplan is van toepassing: 1° in zijn geheel, met uitzondering van de informatie bedoeld in artikel D.II.2, § 4, 3°, op het gewestplan met inbegrip van het bodembestemmingsplan, de ontwikkelingsplannen en de leidraden; 2° in afwijking van paragraaf 6, voor wat betreft de ligging van de projecten met betrekking tot artikel D.II.2, § 2, 3°, met inachtneming van de doelstellingen bedoeld in artikel D.II.2, § 2, 1°, op de aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen en attesten nr. 2: a) met betrekking tot bouwwerken of nuts- of gemeenschapsvoorzieningen die bedoeld zijn in artikel D, IV.25, of die betrekking hebben op de lijninfrastructuur beoogd bij de territoriale structuur van het ruimtelijk ontwikkelingsplan, ofwel die opgenomen zijn in het ruimtelijk ontwikkelingsplan ten opzichte van zijn afstraling op schaal van een ontwikkelingsruimte; b) gericht op de bebouwing van de gronden van meer dan twee ha en met betrekking tot hetzij de bouw van woningen, hetzij de vestiging van één of meer handelszaken in de zin van artikel D.IV.4, eerste lid, 8°, hetzij de bouw van kantoren, hetzij een project dat twee of drie van deze bestemmingen combineert; 3° met betrekking tot de aanduidingen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan bedoeld in artikel D.II.2, § 4, 3°, op de lokale beleidsontwikkelingsplannen, stedenbouwkundige vergunningen en attesten nr. 2. Deze aanduidingen verliezen hun uitwerking wanneer na de aanneming van het gewestelijk ontwikkelingsplan een meergemeentelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan dat de aanduidingen bedoeld in de artikelen D.II.6/1, § 2 of D.II.10/1, § 1, bevat, wordt aangenomen of herzien. § 3. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan is van toepassing op het gemeentelijk ontwikkelingsplan, op het lokaal beleidsontwikkelingsplan, op de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw, op de stedenbouwkundige vergunning en het stedenbouwkundig attest nr. 2. § 4. Het gemeentelijk ontwikkelingsplan is van toepassing op het lokaal beleidsontwikkelingsplan, op de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw onverminderd artikel D.III.10, eerste lid, op de stedenbouwkundige vergunning en het stedenbouwkundig attest nr. 2. § 5. Het lokaal beleidsontwikkelingsplan is van toepassing op de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw, op de stedenbouwkundige vergunning en het stedenbouwkundig attest nr. 2. § 6. De instrumenten voor ruimtelijk beleid worden naar de schaal van het betrokken grondgebied ingezet.". Art. 30.In artikel D.II.17 van hetzelfde Wetboek worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: "Het lokale beleidsontwikkelingsplan kan afwijken van de aanduidingen van het gewestelijk ontwikkelingsplan bedoeld in artikel D.II.2, § 4, 3°, op voorwaarde dat gemotiveerd wordt aangetoond dat de afwijking: 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening, vervat in het ruimtelijk ontwikkelingsplan, niet bedreigt;2° gerechtvaardigd is door specifieke lokale omstandigheden; 3° bijdraagt tot de bescherming, het beheer of de inrichting van de bebouwde en onbebouwde landschappen."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "D.IV.15, lid 1, 1° " vervangen door de woorden "D.IV16, lid 1, 1°, a) en b)"; 3° paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin "Wanneer het meergemeentelijk ontwikkelingsplan thematisch is in de zin van D.II.6/1, § 1, blijft het gemeentelijk ontwikkelingsplan van toepassing op de rest van zijn aanduidingen.". Art. 31."In artikel D.II.21 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht:" 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een punt 6°, luidend als volgt: "6° ruimten buiten een centrumgebied."; 2° paragraaf 3, eerste lid, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt: "5° de ruimteoptimalisatie;". Art. 32.In hetzelfde Wetboek wordt artikel R25bis hernummerd als volgt: "25/1". Art. 33.In artikel D.II.37 van hetzelfde wetboek worden de woorden "of een project voor de toeristische valorisering van de bossen, ontwikkeld door de Duitstalige Gemeenschap" opgeheven. Art. 34."In artikel D.II.42 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht:" 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : § 1.Het gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, is besteld voor elke bestemming bepaald door een meergemeentelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan. Bij gebrek aan meergemeentelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan wordt zijn bestemming vastgesteld in functie van de ligging, de buurt, het effect van de overwogen bebouwing op de ruimteoptimalisatie, de nabijheid van bevoorrechte initiatiefgebieden bedoeld in artikel D.V.14, de nabijheid van stedelijke en landelijke kernen, de performantie van de communicatie- en distributienetwerken, de kosten die de bebouwing op korte, middellange en lange termijn met zich meebrengen, alsook de behoeften van de gemeente en de bestemming van het geheel of deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, en dat zich bevindt op het betrokken gemeentelijk grondgebied en op de aangrenzende gemeentelijke grondgebieden, indien bestaand."; 2° in paragraaf 2 wordt een nieuw lid tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd, luidend als volgt: "Het geheel of een deel van een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg, dat deel uitmaakt van een door een ontwikkelingsplan afgebakend centrumgebied, kan echter ook worden uitgevoerd door middel van een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken met een oppervlakte van twee hectare of meer, op voorwaarde dat een effectonderzoek wordt uitgevoerd en die betrekking heeft op het creëren van woningen en, in voorkomend geval, op activiteiten die verband houden met de gecreëerde woningen."; 3° lid 3 wordt vervangen door wat volgt : "Wanneer de ontsluiting van het gebied of een deel ervan uitsluitend betrekking heeft op één of meerdere bestemmingen die niet met bebouwing verband houden, of wanneer het uit te voeren gebied volledig gelegen is in een door een ontwikkelingsplan afgebakend centrumgebied, geniet het lokaal beleidsontwikkelingsgebied een vereenvoudigde inhoud bepaald door de Regering ". Art. 35.Artikel D.II.43 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden "of voor zover de schrapping vrijgesteld is van een effectbeoordeling". Art. 36.In artikel D.II.44 van hetzelfde Wetboek worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid 1 wordt tussen de punten 4° en 5° een punt 4/1° ingevoegd, luidend als volgt: "4/1° wanneer het ontwerp van herziening strekt tot de opneming van een gebied bestemd voor bebouwing in de zin van artikel D.II.23, tweede lid, een omtrek voor de bescherming van gebieden buiten het centrumgebied of een bijkomend voorschrift voor ruimteoptimalisatie, een analyse van het effect van de opneming op de ruimteoptimalisatie;"; 2° in het tweede lid, c), worden de woorden " en de groengebieden" opgeheven.3° in het tweede lid, d) worden de woorden "en, voor de woonbestemmingen, de vooropgestelde dichtheid voor de onbebouwde of te herstellen terreinen, of voor de bebouwde gehelen van meer dan twee hectare die geherstructureerd dienen te worden" opgeheven 4° na het tweede lid wordt een punt d/1) ingevoegd, luidend als volgt: "d/1) de dichtheden voor: (1) de economische bestemmingen, rekening houdend met de noodzaak om bedrijven in staat te stellen zich te ontwikkelen op hun vestigingsplaats en met andere beperkingen op de ontwikkeling van de ruimten waarin ze zich bevinden; (2) de woonbestemmingen;"; 5° in het tweede lid 2, e), worden de woorden "ecologische structuur" vervangen door de woorden "groene infrastructuur". Art. 37.In artikel D.II.45 van hetzelfde Wetboek worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.De opneming van een nieuw bebouwingsgebied, volgend op een niet-bebouwingsgebied, dat niet te verwaarlozen effecten op het leefmilieu zou kunnen hebben wordt, met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel, gecompenseerd voor ten minste vijfentachtig procent van de oppervlakte ervan door de wijziging van een bestaand bebouwingsgebied of een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg in een niet-bebouwingsgebied. Indien de in lid 1 bedoelde compensatie niet de volledige oppervlakte van het nieuwe bebouwingsgebied betreft, wordt de opneming van dit gebied ook op alternatieve wijze gecompenseerd uit operationeel, milieu-, energie- of mobiliteitsoogpunt, waarbij met name rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bebouwingsgebied voor de omgeving. De alternatieve compensatie beoogt het herstel van het evenwicht dat verloren gaat door de residuele impact van de opneming van een bebouwingsgebied volgend op een niet-bebouwingsgebied, na inoverwegingname van de preventie- en inrichtingsmaatregelen die getroffen worden ter beperking of voorkoming van de niet te verwaarlozen effecten waarop gewezen is in het milieueffectenverslag dat in het kader van de procedure opgesteld wordt. Planologische of alternatieve compensaties kunnen gefaseerd verlopen. Voor de alternatieve compensaties bepaalt de Regering hun aard, hun nadere uitvoeringsregels en bepaalt ze er het proportionaliteitsbeginsel van."; 2° paragraaf 4, tweede lid, wordt opgeheven;3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: " § 5.Het gebied van gemeentelijk belang ligt geheel of gedeeltelijk binnen een centrumgebied dat door een ontwikkelingsplan wordt afgebakend. Bij gebrek aan ontwikkelingsplan waarin de centrumgebieden worden afgebakend, ligt het gebied van gemeentelijk belang binnen een deel van het gebied dat bijdraagt tot de dynamisering van stedelijke en landelijke kernen waarvan het potentieel als centrumfunctie, met als kenmerken een concentratie van woningen en een vlotte toegang tot diensten en uitrustingen, versterkt moet worden door een geschikte verdichting, door de hernieuwing, door de functionele en sociale gemengdheid en door de verbetering van het leefkader.". Art. 38.In artikel D.II.47, § 1, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "een bijkomende beschermingsomtrek of een bijkomend voorschrift" ingevoegd tussen de woorden "Indien de herziening van het gewestplan een nieuwe zonering," en de woorden "beoogt die inspeelt op behoeften". Art. 39.In artikel D.II.49, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, hierna "DGO3" indien het geraadpleegd is" vervangen door de woorden "de administratie Leefmilieu indien ze geraadpleegd is". Art. 40.In Boek II, Titel II, hoofdstuk III, afdeling 4, van hetzelfde wetboek wordt de titel van onderafdeling 2 aangevuld met de woorden ", een niet-bebouwingsgebied, een omtrek voor de bescherming van ruimten gelegen buiten een centrumgebied of een bijkomend voorschrift met betrekking tot de ruimteoptimalisatie". Art. 41.In artikel D.II.52 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Op aanvraag van" vervangen door de woorden "Op initiatief of aanvraag van"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een 1/1° ingevoegd tussen 1° en 2° : "1/1° wanneer de herziening van het gewestplan enkel betrekking heeft op de opneming van een niet-bebouwingsgebied, omtrek voor de bescherming van ruimten gelegen buiten een centrumgebied of een bijkomend voorschrift met betrekking tot de ruimteoptimalisatie;"; 3° in paragraaf 1 worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt: "Wanneer de Regering de herziening van het gewestplan initieert, neemt ze het ontwerp ervan aan op grond van een dossier dat het volgende omvat : 1° het basisdossier, bedoeld in artikel D.II.44, lid 1, 1° tot 8°, 10° en 11°, en lid 2, of bedoeld in artikel D.II.44, lid 3; 2° het advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening";3° het advies van de gemeenteraad; 4° in voorkomend geval, de milieueffecten. Wanneer het gemeentebestuur of de persoon bedoeld in artikel D.V.2, § 1, 2°, in geval van herinrichting van een locatie in de zin van artikel D.V.1, 1°, de herziening van het gewestplan initieert, richt het zijn verzoek aan de Regering, die het ontwerp aanneemt op basis van een dossier dat het volgende omvat: 1° het basisdossier, bedoeld in artikel D.II.44, lid 1, 1° tot 8°, 10° en 11°, en lid 2, of bedoeld in artikel D.II.44, lid 3; 2° het advies van de gemeentelijke commissie, indien ze bestaat;3° de beraadslaging van de gemeenteraad; 4° de documenten bedoeld in artikel D.VIII.5, § 8; 5° in voorkomend geval, het milieueffectenverslag; 6° wanneer overwogen wordt een omtrek voor een herin te richten locatie vast te stellen overeenkomstig artikel D.V.2, § 8, het dossier bedoeld in artikel D.V.2, § 2; dat laatste dossier wordt opgemaakt door de persoon bedoeld in artikel D.V.2, § 1, 2°, en is vergezeld van de adviezen bedoeld in artikel D.V.2, § 3, 1° en 3°. ". Art. 42.In Hoofdstuk II, Titel II, hoofdstuk IV van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Toepassingsgebied". Art. 43.Artikel D.II.54 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Art. D.II.54. Een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of milieuvergunning, of een globale vergunning in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom. 11/03/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning, en een aanvraag tot herziening van het gewestplan kunnen het voorwerp uitmaken van een gezamenlijke aanvraag wanneer de wijziging van het gewestplan relevant is voor het geheel of gedeeltelijk verlenen van de betrokken vergunning: 1° voor een hoofdinfrastructuur in de zin van artikel D.II. 21, § 1; 2° voor een ontwerp van steengroeve gebonden aan de ontsluiting van een ontginningsgebied en aanhorigheden van een ontginningsgebied;3° voor elk ontwerp waarvan de omvang en de socio-economische impact belangrijk zijn en erkend worden door de Regering in het bericht van ontvangt van het verzoek;4° voor elk ontwerp met het oog op de uitbreiding van een economische activiteit bestemd voor ambachten, diensten, distributie, onderzoek, kleine industrie of toerisme die voor de inwerkingtreding van het gewestplan op de site aanwezig is en waarvan de activiteit niet overeenstemt met de zonering. De gezamenlijke aanvraag omvat een aanvraag tot herziening van het gewestplan en een vergunningsaanvraag. Ze wordt behandeld in overeenstemming met dit hoofdstuk.". Art. 44.In Boek II, Titel II, Hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Indiening van de gezamenlijke aanvraag". Art. 45.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Indiening van de aanvraag tot herziening van het gewestplan". Art. 46.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel D.II.54/1 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/1. Ten minste vijftien dagen voor de inleidende informatievergadering zendt de aanvrager het basisdossier, bedoeld in artikel D.II.44, eerste lid, naar de gemeentebesturen en, indien deze bestaan, naar de gemeentelijke commissies van de gemeenten op het grondgebied waarvan de herziening van het plan of het project zich uitstrekt. De Commissies en gemeenteraden maken hun advies naar de aanvrager binnen zestig dagen na de zending van de aanvraag over. Bij ontstentenis wordt het advies gunstig geacht.". Art. 47.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel D.II.54/2 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/2. De aanvrager stuurt de Regering zijn gezamenlijke aanvraag met de informatie bedoeld in artikel D.II.48, § 3. In voorkomend geval bevat de aanvraag ook een rechtvaardiging van de omvang en de sociaaleconomische impact van het project.". Art. 48.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel D.II.54/3 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/3. Wanneer wordt overwogen om een erkenningsomtrek te bepalen, wordt de informatie bedoeld in het decreet van 2 februari 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2017 pub. 28/03/2017 numac 2017201598 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken type decreet prom. 02/02/2017 pub. 16/03/2017 numac 2017201454 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet, van het decreet van 18 juli 1997 betreffende de beroepsopleiding gegeven in het kader van het doorstromingsprogramma en van het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 2013 betreffende de instapstages in het kader van de invoering van de regeling betreffende het inschakelingscontract sluiten betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken bij de aanvraag tot wijziging van het gewestplan gevoegd. De erkenningsomtrek kan verschillen van de omtrek die het voorwerp uitmaakt van de herziening van het gewestplan.". Art. 49.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel D.II.54/4 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/4. Binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag bericht de Regering ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel D.II.54/2 en beslist zij over de ontvankelijkheid en de volledigheid ervan. Als de aanvraag ontvankelijk en volledig is, wordt ze voor advies voorgelegd aan de gemachtigd ambtenaar en, in voorkomend geval, aan de technisch ambtenaar, de beleidsgroep "Ruimtelijke ordening", de beleidsgroep "Leefmilieu", de diensten die hij heeft aangewezen voor hun expertise en de personen of instanties die hij nuttig acht om te raadplegen. De adviezen worden binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Zoniet worden ze gunstig geacht.". Art. 50.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel D.II.54/5 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/5. Binnen honderdtwintig dagen na ontvangst van de aanvraag beslist de Regering over de herziening van het gewestplan, neemt ze er het ontwerp van aan, stelt ze de in artikel D.II.45, § 3, bedoelde compensaties voorlopig vast en beslist ze om de gezamenlijke aanvraag te onderwerpen aan de milieueffectenbeoordeling of beslist ze, bedoelde aanvraag ervan vrij te stellen. Mocht het regeringsbesluit niet aan de verzoeker worden overgemaakt, kan laatstgenoemde bij een zending de Regering daar in een rappelbrief op wijzen. Als de Regering bij verstrijken van een nieuwe termijn van zestig dagen, ingaand bij de ontvangst van het herinneringsschrijven, haar beslissing niet verstuurd heeft, wordt het verzoek geweigerd geacht.". Art. 51.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift "Gezamenlijke effectenbeoordeling". Art. 52.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 51, wordt een artikel D.II.54/6 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/6. De verplichting om een gezamenlijke effectenbeoordeling van de in artikel D.II.54 bedoelde aanvraag overeenkomstig de artikelen D.VIII.38 tot en met D.VIII.47 uit te voeren, ontstaat wanneer de wijziging van het gewestplan aan een effectenbeoordeling wordt onderworpen of het project aan een effectenonderzoek wordt onderworpen.". Art. 53.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift "Indiening van de vergunningsaanvraag". Art. 54.In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel D.II.54/7 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/7. § 1. Indien de Regering de aanvraag vrijstelt van een gezamenlijke milieueffectenbeoordeling, machtigt ze de aanvrager om de vergunningsaanvraag in te dienen, bepaalt ze de instanties die ze nuttig acht om te raadplegen over de aanvraag tot wijziging van het gewestplan en, in voorkomend geval, de gemeenten, naast deze geïdentificeerd in toepassing van artikel D.VIII.5/2, derde lid 3, die door de in artikel D.II.54 bedoelde aanvraag kunnen worden getroffen en op wier grondgebied een openbaar onderzoek wordt uitgevoerd. § 2. Als de aanvraag onderworpen is aan een effectenbeoordeling, stuurt de aanvrager de gezamenlijke effectenbeoordeling van de aanvraag naar de Regering. Binnen tien dagen na ontvangst van de beoordeling: 1° machtigt de Regering de aanvrager om de vergunningsaanvraag in te dienen; 2° bepaalt de Regering de instanties die ze nuttig acht om te raadplegen over de aanvraag tot wijziging van het gewestplan en, in voorkomend geval, de gemeenten, naast deze geïdentificeerd in toepassing van artikel D.VIII.5/2, derde lid 3, die door de in artikel D.II.54 bedoelde aanvraag kunnen worden getroffen en op wier grondgebied een openbaar onderzoek wordt uitgevoerd; 3° keurt de Regering een in overweging genomen redelijk alternatief als ontwerp-plan goed wanneer zij, op basis van het milieueffectenrapport en de adviezen, van oordeel is dat dit alternatief de nagestreefde doelstellingen beter kan bereiken dan het ontwerp-plan. § 3. Er wordt niet afgeweken van de regels betreffende de samenstelling van de vergunningsaanvragen.". Art. 55.In Boek III, Titel II, Hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift "Onderzoek van de gezamenlijke aanvraag". Art. 56.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 55, wordt een artikel D.II.54/8 ingevoegd, luidend als volgt: "D.II.54/8. Zodra de Regering de indiening van de aanvraag heeft toegestaan overeenkomstig artikel D.II.54/7, §§ 1 of 2, lid 2, wordt de vergunningsaanvraag ingediend binnen honderdtwintig dagen. Bij gebreke daarvan vervalt de in artikel D.II.54/2 bedoelde aanvraag, tenzij, in de gevallen bedoeld in artikel D.II.48, de aanvrager de Regering binnen dezelfde termijn in kennis stelt van zijn beslissing geen vergunningsaanvraag in te dienen. In dit geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen D.II.49, §§ 4, 5 en 7, en D.II.50. De gezamenlijke aanvraag wordt onderzocht overeenkomstig hetzij de bepalingen die van toepassing zijn op aanvragen voor een stedenbouwkundige vergunning bedoeld in artikel D.IV.25 indien de gevraagde vergunning een stedenbouwkundige vergunning is, hetzij de bepalingen die van toepassing zijn op aanvragen voor een milieuvergunning of een globale vergunning in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom. 11/03/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning indien de gevraagde vergunning een milieuvergunning of een globale vergunning is. De volgende bijzondere bepalingen zijn evenwel van toepassing: 1° de vergunning wordt verstrekt door de Regering; 2° de gezamenlijke aanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek overeenkomstig de modaliteiten die van toepassing zijn op een project van categorie B in de zin van artikel D.29-1 van boek I van het Milieuw …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.