Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 29 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de fede

In het kort

Dit Koninklijk Besluit, van 20 maart 2023, regelt de organisatie van de begrotings- en comptabiliteitsverrichtingen van de federale Staat. Het specificeert de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken actoren en de scheiding van functies.

Wat het reguleert

  • De organisatie en uitvoering van boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen.
  • De verschillende functies (beslissing, uitvoering, registratie, bewarende, toezicht) binnen deze verrichtingen.
  • De aanwijzing van actoren voor deze functies en minimale onverenigbaarheden.
  • De controle van vastleggingen.

Wie het betreft

  • Diensten van de federale Staat zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003.
  • Leidinggevende ambtenaren en medewerkers die betrokken zijn bij de begrotings- en boekhoudcyclus.

Kernpunten

  • Er zijn vijf kernfuncties: Beslissing, Uitvoering, Registratie, Bewarende en Toezicht.
  • Functiescheiding is een basisvereiste om belangenconflicten te voorkomen en risico's te beheersen.
  • Bepaalde functies zijn altijd onverenigbaar: Machtigings- of beslissingsfunctie, Registratie of boekhoudingsfunctie, Betaal- of financiële functie.
  • Elke leidinggevende ambtenaar is verantwoordelijk voor de begrotings- en boekhoudkundige procedures binnen zijn organisatie.
Wettekst
Wettekst

20 MAART 2023. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 29 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat wij de eer hebben Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, beoogt de precisering van de verschillende actoren die betrokken zijn bij de organisatie en de uitvoering van de boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen van de diensten bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende de organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat (De Wet), ter uitvoering van artikel 29 van voornoemde Wet. Het moet duidelijk zijn dat we met actoren de actoren bedoelen die betrokken zijn bij de begrotings- en boekhoudcyclus, en niet de rollen die zijn toegewezen binnen het systeem van de door de federale Staat gebruikte IT-toepassing voor de algemene boekhouding en de begrotingscomptabiliteit. In het ontwerpbesluit worden de verschillende functies genoemd waarmee rekening moet worden gehouden, de actoren die ze zullen uitoefenen, de wijze waarop zij zullen worden aangewezen en de minimale onverenigbaarheden. Artikel 29 van de Wet omvat 5 functies: - Beslissing - Uitvoering - Registratie - Bewarende - Toezicht 1. De beslissingsfunctie kan worden omschreven als de uitoefening van de beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de beslissingen die de Staat jegens derden verbindt of die de andere ambtenaren bindt bij de uitvoering van de taken die zij in het kader van de boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen verrichten.In het onderhavige besluit hebben deze beslissingen voornamelijk betrekking op de taken van het leidinggevende van de dienst of van de boekhoudkundige entiteit, de ordonnateur. 2. De uitvoerende functie is veeleer het uitoefenen van verantwoordelijkheid met betrekking tot de uitvoering van de beslissingen die worden genomen in het kader van boekhoudkundige, budgettaire en/of financiële verrichtingen.In dit verband moet worden opgemerkt dat verscheidene actoren een uitvoerende functie vervullen, met name de medewerker van de ordonnateur die initiatieven neemt, de persoon die de bestelbonnen uitwerkt na voorafgaand akkoord van de ordonnateur of de bevoegde personen die de geleverde prestaties in de boekhouding registreren en die, door de uitgevoerde werkzaamheden en de geleverde goederen of diensten te aanvaarden, het genomen besluit mede ten uitvoer brengen. Vervolgens brengt de boekhouder ook de beslissing ten uitvoer door de factuur of andere verantwoordingsstukken in het systeem in te brengen. 3. De registratiefunctie kan worden omschreven als de handeling waarbij een actor bevoegdheden uitoefent voor de activiteiten met betrekking tot het vastleggen, boeken en invoeren van identificerende kenmerken, gegevens of informatie in een bestendige vorm in het boekhoudsysteem.Het betreft zowel bepaalde handelingen van de ordonnateur of een van zijn medewerkers die de basisgegevens van het contractvoorstel invoert, als bepaalde handelingen van de ordonnateur zelf die de bestanddelen van zijn beslissing, dat wil zeggen het feit van het aangaan van een juridische verbintenis, vastlegt, bepaalde handelingen van de ontvanger van de dienst die de gegevens de geleverde prestaties inbrengt, bepaalde handelingen van de boekhouder die de verschillende boekhoudkundige stukken en handelingen inboekt, bepaalde handelingen van de verantwoordelijken voor de controle die de verrichte handelingen goedkeuren en bepaalde handelingen van de centraliserende rekenplichtige van de Schatkist of van de persoon die bevoegd is voor de gecentraliseerde betalingen en die de betaling uitvoert. De bovenstaande lijst van handelingen kan geenszins als een limitatieve lijst worden beschouwd. Elke handeling die registratie omvat, kan als een registratietaak worden beschouwd en valt derhalve onder de categorie van registratiefuncties. 4. Er is ook nog de toezicht houdende functie.Dit houdt in dat wordt verzekerd dat de door de medewerkers van de dienst verrichte handelingen worden gesteld overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving en volgens de procedures die een goed financieel beheer waarborgen, overeenkomstig de beginselen van doelmatigheid, doeltreffendheid en zuinigheid. Ook in dit geval moet worden vastgesteld dat verschillende actoren, elk op zijn gebied, een toezichthoudende functie uitoefenen op de door de andere actoren verrichte handelingen. In dit verband kunnen wij er nu reeds op wijzen dat de ordonnateur of zijn medewerker de nodige toezichthoudende en verifiërende werkzaamheden zullen verrichten met betrekking tot de aan hen voorgelegde aankoopaanvragen. Vervolgens zal de ordonnateur de nodige controles verrichten met betrekking tot het opgestelde contract ( aankooporder) en zijn beslissing nemen ( juridische verbintenis). Bij de aanvaarding wordt de geleverde prestatie eveneens onderworpen aan een controle door een of meer ter zake bevoegde personen, en dit zowel wat betreft de kwantiteit en de kwaliteit als wat betreft de voorwaarden die in de verbintenis zijn overeengekomen. De bovenstaande lijst van handelingen mag geenszins als een limitatieve lijst worden beschouwd. Elke handeling die toezicht inhoudt, kan worden beschouwd als een controlefunctie en valt dus onder de categorie toezicht houdende functies. 5. Tenslotte is er de bewarende functie.Dit kan worden omschreven als het uitoefenen van verantwoordelijkheden inzake het behoud, de bewaking en het beheer van activa en/of passiva, teneinde het patrimonium van de Staat in stand te houden en/of toe te wijzen overeenkomstig de vigerende wetten en voorschriften en de door de Staat aangegane verplichtingen. Anderzijds omvat zij ook de bewaring van alle bewijsstukken in het kader van financiële, boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen. Het principe bestaat erin het aantal actoren te beperken, met inachtneming van de hierboven genoemde functies. Het kan niet worden uitgesloten dat eenzelfde persoon verschillende functies uitoefent, uiteraard onder voorbehoud van de onverenigbaarheden. De gekozen benadering houdt in dat niet wordt gestreefd naar een gedetailleerde regeling van het geheel van de betrokken aangelegenheden, maar dat veeleer minimumvoorschriften worden aangegeven die voor de verschillende diensten van toepassing zijn, waarbij het aan hen wordt overgelaten hun interne werking te organiseren. Dit maakt dat elke leidinggevende ambtenaar verantwoordelijk is voor de begrotings- en boekhoudkundige procedures binnen zijn organisatie. Deze manier om de materie te reguleren is tevens in overeenstemming met het koninklijk besluit van 15 mei 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten2 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, en tot wijziging van de koninklijk besluiten van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst en van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de Federale Overheid, dat een reglementaire basis biedt voor een betere risicobeheersing binnen de departementen (Federale Overheidsdiensten en Programmatorische Overheidsdiensten, en het Ministerie van Landsverdediging) en andere administratieve diensten, maar eveneens voor een grotere verantwoordelijkheidsplicht van het management. Bovendien zal de FOD Beleid en Ondersteuning "best practices" en omzendbrieven over de procedures en processen kunnen verstrekken zonder afbreuk te doen aan het prerogatief van de diensten om hun eigen interne werkingsregels vast te stellen. Dit besluit benadrukt de organisatorische elementen, de functiescheiding en de doeltreffende taakverdeling als basisvereisten bij het beheer en de leiding van een dienst, in het bijzonder wat betreft de financiële, budgettaire en boekhoudkundige processen, met inbegrip van de risicobeheersing, dit om te vermijden dat meerdere kritieke taken door één persoon zouden worden uitgevoerd. Via de introductie van functiescheiding wenst men een brug te slaan tussen een flexibele dienst en een effectieve risicobeheersing. De functiescheiding en de doeltreffende taakverdeling vormen de basisvoorwaarden voor een adequaat beheer en voor een adequate aansturing van een dienst. Deze voorwaarden worden reeds in meer of mindere mate toegepast in de verschillende diensten. De functiescheiding is gebaseerd op het voorkomen van belangenconflicten en voorkomt dat één persoon verantwoordelijk zou zijn voor meerdere opeenvolgende kritische handelingen in eenzelfde proces, die ertoe zouden kunnen leiden dat onregelmatigheden niet op tijd en niet tijdig in het normale verloop van het proces ontdekt zullen worden. Men moet vermijden dat één enkele persoon ongecontroleerd transacties of verplichtingen kan aangaan, goedkeuren, verwerken en afronden en/of toegang heeft tot bepaalde gegevens. In dit opzicht dient te worden opgemerkt dat de verantwoordelijkheden van de ene actor eindigen daar waar die van de volgende actor beginnen. Dit is duidelijker als men kan werken op basis van een één-op-één relatie tussen de verschillende actoren/tussenkomende personen. Volgens de regels van de interne controle/organisatiebeheersing zijn de volgende functies altijd onverenigbaar: - Machtigings- of beslissingsfunctie; - Registratie of boekhoudingsfunctie; - Betaal- of financiële functie. Het Koninklijk Besluit bevat een onderdeel over de controle van de vastleggingen. Waar de huidige wettelijke basis voor de controle van de vastleggingen gelegen is in de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, die de artikelen 18 en van 48 tot en met 53 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit overneemt, moet het koninklijk besluit van 31 mei 1966 tot regeling van de controle van de vastleggingen in de algemene besturen van de Staat worden aangepast en geactualiseerd. De structuur van het voorliggende koninklijk besluit ziet er uit als volgt: Titel I. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1. - Terminologie Hoofdstuk 2. - Toepassingsgebied Hoofdstuk 3. - Algemeen Titel II. - De actoren Hoofdstuk 1. - De ordonnateur Afdeling 1. Algemene verrichtingen Afdeling 2. De vereffeningsverrichtingen en verrichtingen voor de betaalbaarstelling Hoofdstuk 2. - De leidinggevende van een dienst Hoofdstuk 3. - De financieel verantwoordelijke van de dienst Hoofdstuk 4. - De boekhouder De boekhoudkundige verrichtingen Hoofdstuk 5. - De controleur van de vastleggingen Hoofdstuk 6. - De aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtigen Afdeling 1. De rekenplichtige Afdeling 2. De centraliserende rekenplichtige of de bevoegde persoon voor de . gecentraliseerde betalingen Hoofdstuk 7. - De Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning Titel III. - De organisatie van de boekhoudkundige en begrotingsverrichtingen Hoofdstuk 1. - De organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen Hoofdstuk 2. - De organisatie van de begrotingsverrichtingen Afdeling 1. Ontvangstverrichtingen Afdeling 2. Uitgaveverrichtingen Hoofdstuk 3. - De functiescheiding Titel IV. - Overgangs- en slotbepalingen Artikelsgewijze commentaar Titel 1 - Algemene bepalingen In deze titel worden de definities opgenomen die het mogelijk moeten maken om op een juiste en eenduidige wijze de termen te verstaan die gebruikt worden in dit besluit. Het gaat veelal om termen die een specifieke betekenis hebben. Tevens wordt het toepassingsgebied van dit besluit omschreven. Hoofdstuk 1 - Terminologie Artikel 1 In artikel 1 wordt een aantal termen gedefinieerd om ze te verduidelijken. Ook worden de begrippen verantwoordelijke en verantwoordelijkheid verduidelijkt. 1° Om de tekst van dit koninklijk besluit leesbaarder te maken werd geopteerd de verwijzing naar de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat weer te geven met de term `de Wet'. 2° Daar elke ongelijke behandeling van personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen moet worden vermeden, zal wanneer er geen specifieke wetgeving hun aansprakelijkheid bepaalt, de wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen moeten gehanteerd worden om na te gaan of de persoonlijke aansprakelijkheid al of niet in het gedrang komt. De wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten geldt niet voor het politiepersoneel omdat op hen de artikelen 47 en 48 van de wet op het politieambt van toepassing zijn, idem is er een specifieke wet voorzien voor de militairen. Deze uitzonderingen zijn mogelijk door het artikel 8 van de voornoemde wet. De wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten is van toepassing op personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, wier toestand statutair geregeld is. Al wie door een statuut verbonden is, valt onder toepassing van deze wet. Het begrip "ambtenaar" werd niet gebruikt. De wetgever heeft voor "personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen" gekozen precies omdat de term personeel slaat op het ondergeschikte karakter van de verhouding. Dat ondergeschikte karakter geldt ook voor de leidinggevende ambtenaren; zij staan onder het gezag van de politieke mandatarissen. Om alle twijfel uit te sluiten werd er ook nog "in dienst van" aan toegevoegd. Hiermee wordt enerzijds benadrukt dat het gaat om ondergeschikte medewerkers en anderzijds om de omstandigheden aan te geven waarin een schadegeval plaatsvindt. De aansprakelijkheid van het overheidspersoneel wordt geregeld zoals in artikel 18 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten, betreffende de arbeidsovereenkomsten. De wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten is niet van toepassing op het contractuele overheidspersoneel. Het is logisch dat de wet enkel geldt voor de statutaire personeelsleden, zelfs al kunnen bij een openbare dienst zowel statutairen als contractuelen tewerkgesteld zijn. Voor de contractuelen geldt immers reeds de bescherming van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten, betreffende de arbeidsovereenkomsten. Met opzet werd in de wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten gekozen voor de formulering van artikel 18 WAO. Men wenste immers de aansprakelijkheid van de statutaire ambtenaren op een identiek wijze te regelen als deze van de contractuele werknemers. 3° Onder dienst(

  1. en)wordt verstaan de diensten van de federale Staat zoals bedoeld in het artikel 2, eerste lid, 1° tot 4° van de Wet. Artikel 2 van voornoemde Wet bepaalt de term diensten als volgt: "Voor de toepassing van deze Wet wordt onder "diensten" verstaan de administraties, instellingen en ondernemingen van de federale Staat, behorende tot een van de volgende categorieën:". In dit besluit gebruiken we dan ook deze term. De diensten zijn niet beperkt tot de federale overheidsdiensten en/of de programmatorische federale overheidsdiensten. Ze dienen ruimer gezien te worden, namelijk alle diensten bedoeld in het artikel 2 van de voornoemde Wet zowel die vermeld onder 1°, 2°, 3° en de gelijkgestelden als onder 4°. Deze diensten vallen namelijk onder het toepassingsgebied zowel van voornoemde Wet als van dit besluit, waarvan het toepassingsgebied bepaald wordt in zijn artikel 2. 4° Onder het algemeen bestuur dient men te verstaan alle federale overheidsdiensten (FOD's), programmatorische overheidsdiensten (POD's), het ministerie van landsverdediging (Defensie), de federale politie en de verschillende beleidscellen van de betrokken bevoegde ministers. Hierin zijn niet begrepen de kamer van volksvertegenwoordigers, de senaat, het Grondwettelijk hof en de diensten waarvan de begroting wordt goedgekeurd door de Commissie voor de Comptabiliteit van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. 5° Voor dit besluit dient men onder de instellingen te verstaan, de diensten die in de Wet zijn opgenomen onder hat artikel 2, eerste lid, 2° tot en met 4°.Zij omvatten zodoende zowel de administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie (ADBA's), de administratieve openbare instellingen (AOI'
  2. s)zolang zij niet zijn uitgesloten conform de wet in het artikel 2, eerste lid 3°. Hierbij merken wij op dat zowel de AOI's die onder 3°,
  3. a)vallen zijnde instellingen met ministerieel beheer, als zij die onder 3°,
  4. b)vallen zijnde de instellingen met beheersautonomie, als de gelijkgestelde instellingen zijnde zij die op de lijst opgenomen in de begrotingswet zijn opgenomen en rechtspersoonlijkheid hebben en niet worden uitgesloten op grond van artikel 2, eerste lid, 3° van de Wet en die door het instituut voor de nationale rekeningen (INR) geclassificeerd worden onder de centrale overheid, zijnde code S1311. Tot slot zijn in de Wet ook de staatsbedrijven vermeld, dit om ons in te dekken indien in de toekomst eventueel toch een nieuw staatsbedrijf zou worden gecreëerd. 6° In dit besluit is er geopteerd voor de algemene term van `financieel verantwoordelijke van een dienst' daar deze term zowel van toepassing moet zijn op de diensten van het algemeen bestuur als op de diensten die onder de `instellingen' zijn opgenomen. Deze laatsten houden niet de naamgeving aan die bij de meeste diensten van het algemeen bestuur worden gebruikt. De term stafdirecteur Budget en Beheerscontrole werd hier niet gebruikt daar de officiële benaming, zoals vermeld in artikel 2, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/10/2002 pub. 09/10/2002 numac 2002002263 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten sluiten betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, luidt de functioneel directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole. Bepaalde diensten bedoeld in het artikel 2 van de Wet, beschikken niet, nog niet of niet meer over een functioneel directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole. Daarom wordt in de tekst een verwijzing gemaakt naar de financieel verantwoordelijke van de dienst. Het is deze persoon die verantwoordelijk is voor begrotings-, het financiële en het boekhoudkundige beheer. In Titel II, Hoofdstuk 3 De financieel verantwoordelijke van een dienst, in het bijzonder in artikel 23 en volgenden. De financiële verantwoordelijke van de dienst is het hoofd en de verantwoordelijke respectievelijk van de stafdienst begroting en beheerscontrole of de financiële dienst. Hij dient in dit kader duidelijke afspraken te maken met de (sub)gedelegeerde ordonnateurs (verantwoordelijken) van de dienst opdat de boekhoudkundige verwerkingen overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen zouden kunnen verlopen. Hij dient namelijk steeds op de hoogte te zijn van alle boekhoudkundige, budgettaire en financiële elementen die een invloed zouden kunnen hebben of hebben op de dienst. 7° Om elke betwisting te vermijden werd het nuttig geacht om duidelijk te vermelden wie men dient te aanzien als leidinggevende van een dienst. Het betreft de hoogste administratief verantwoordelijke binnen de betrokken dienst. Door de toevoeging van het woord `binnen' wenst men erop te wijzen dat men hier niet de verantwoordelijke Minister of Staatsecretaris mag aanduiden maar dat het voor de federale overheidsdiensten en de programmatorische overheidsdiensten de voorzitter van de directiecomité van deze dienst zal zijn. Dit komt nog meer tot zijn recht door het element `administratief' verantwoordelijke. De bevoegde Minister en Staatsecretaris zijn namelijk de `politiek' verantwoordelijken en kunnen bijgevolg in dit besluit niet aanzien worden als de leidinggevende van de dienst. Maar ook voor de andere diensten die vallen onder het toepassingsgebied van de Wet, dient men als leidinggevende te zien zij die de `uitvoerende' leiding hebben van de dienst zijnde de hoofdverantwoordelijken van het directie comité van een betrokken dienst. Ook in dit geval heeft men niet de Raad van bestuur voor ogen daar zij enkel een kader scheppen binnen dewelke de `uitvoerende' leidinggevenden van de betrokken diensten dienen te werken. 8° Vervolgens hebben wij het begrip prestatie hier opgenomen. Er werd geopteerd voor deze term omdat hij zowel de leveringen van goederen en diensten als de uitvoering van werken omvat. Hierbij wensen wij te melden dat alle wettelijke en reglementaire bepalingen voorzien in de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten en alle andere Europese of nationale bepalingen dienen nagekomen te worden, zonder evenwel de onderling gemaakte overeenkomst uit het oog te verliezen. De prestatie heeft dus uitdrukking aan de uitvoering, geheel of gedeeltelijk van een tussen de dienst en een derde gemaakte overeenkomst. 9° Voor de eenvoud en de duidelijkheid werd hier het begrip "Minister van Begroting" opgenomen, dit om niet de langere en meer correcte omschrijving te moeten opnemen in de tekst. Het is namelijk mogelijk dat de bevoegdheid van begroting wordt toegewezen aanvullend aan een bepaalde minister. 10° De term boekhouder wordt hier opgenomen omdat een algemene definitie wenselijk werd geacht. Zijn taken worden nader besproken in Titel II, Hoofdstuk 4 van dit besluit. Wij wensen op te merken dat de boekhouder zich op meerdere plaatsen binnen een dienst of instelling kan bevinden. Hierbij is het mogelijk dat de functioneel verantwoordelijke van de boekhouder verschillend is van de hiërarchische verantwoordelijke van de boekhouder. Een algemene term werd weerhouden daar de boekhouder afhankelijk van het geval en afhankelijk van de dienst verschillende taken kan toegewezen krijgen door de financieel verantwoordelijke van de dienst. 11° De term "inning" wordt in deze gebruikt voor gelden die de dienst of de instelling ontvangen van derden in uitvoering van een nog openstaand vastgesteld recht. Hierbij dient men wel op te merken dat men de term inning gebruikt zolang men niet is overgegaan tot het stellen van daden van invordering. Het zijn dus de volledig vrijwillige betalingen op basis van het voldoen van de voorwaarden met betrekking tot de verplichting tot betalen van het vastgesteld recht. Dit zal, in de meeste gevallen, zijn op basis van een factuur welke de betrokken derde van de dienst of instelling ontvangt, maar dit kan evengoed een betalingsuitnodiging zijn of op basis van het vastgesteld recht op zich, deze bestaat namelijk vanaf het ogenblik dat de voorwaarden van artikel 8 van de Wet vervuld zijn. De basis kan zich vinden in een wet of in een aangegane overeenkomst. 12° Ongeacht de aard van de schuldvordering, begint de invordering tegen de schuldenaar of een medeschuldenaar altijd met een fase van minnelijke invordering, die bestaat uit de verzending van een aanmaning tot betaling. Deze aanmaning tot betaling is een ingebrekestelling van de schuldenaar of de medeschuldenaar voor het aanwenden van middelen tot tenuitvoerlegging tegen hem. De invorderingshandelingen worden meestal verricht door rekenplichtigen aan de Staat die opdracht hebben gekregen van de ordonnateur om voor de nog openstaande vastgestelde rechten de nodige invorderingsverrichtingen te doen. Bij niet fiscale schulden zullen de eerste invorderingsverrichtingen worden gerealiseerd door actoren tewerkgesteld binnen de betrokken dienst/instelling zelf. Zo de eerste invorderingshandelingen niet hebben geleid tot de gewenste betalingen door de schuldenaar, zal, zo voldaan is aan de voorwaarden opgenomen in de afgesloten protocolovereenkomst met de algemene administratie van inning en invordering van de federale overheidsdienst Financiën (AAI&I) het dossier aan hen worden overgemaakt voor verdere invordering met betrekking tot het nog openstaande gedeelte van het vastgesteld recht. 13° De regelgeving met betrekking tot organisatiebeheersing werd opgenomen in het koninklijk besluit van 15 mei 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten2 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht. Dit besluit heeft het koninklijk besluit van 17 augustus 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 18/10/2007 numac 2007003450 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 18/10/2007 numac 2007003451 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit betreffende het intern controlesysteem binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht sluiten betreffende het interne controle systeem binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht opgegeven en vervangen. Het concept `beheersdomeinen' werd hierbij ingevoerd om tot een performante organisatiebeheersing te komen. Zij hebben betrekking op risicobeheer, procesbeheer en doelstellingenmanagement. In dit kader wensen wij wel opmerken dat het toepassingskader van het huidige besluit, ter uitvoering van het artikel 29 van de Wet, ruimer is dan deze van het voormelde koninklijke besluit van 15 mei 2022. 14° Het beginsel van goed financieel beheer is een beginsel dat erover waakt dat er in overeenstemming met de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid wordt gewerkt en dat alle rechten, verplichtingen of handelingen die de boekhouding kunnen beïnvloeden in het boekhoudsysteem zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde worden opgenomen. Hierbij betekent zuinigheid dat de door de dienst voor haar activiteiten ingezette middelen tijdig, in passende hoeveelheid en kwaliteit en tegen de best mogelijke prijs beschikbaar worden gesteld. Onder efficiëntie dient men te verstaan dat de beste verhouding tussen de ingezette middelen en de verkregen resultaten wordt nagestreefd. Doeltreffend betekent dat de doelstellingen en de resultaten worden bereikt. Het beginsel van goed financieel beheer werd ook opgenomen in een Europese verordening nr. 1605/2002 van de Raad. Daarin wordt het financieel reglement beschreven dat van toepassing is op de algemene begroting en kan zodoende als een algemeen aanvaard beginsel gezien worden. Hoofdstuk 2 - Toepassingsgebied Artikel 2 bepaalt het toepassingsgebied van dit besluit. Het toepassingsgebied van dit besluit is voor de eenvoud gelijkgesteld met dat van de diensten bedoeld in het artikel 2 van de Wet daar de Wet ook op hen van toepassing is. Deze beschikking is van toepassing op - Algemeen bestuur ; - Administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie; - Administratieve openbare instellingen met ministerieel beheer en autonoom beheer; - Met administratieve openbare instellingen gelijkgestelde organisaties met autonoom beheer en; - De staatsbedrijven. Zodoende is dit uitvoeringsbesluit voor alle betrokken diensten van toepassing en verkrijgt men in alle diensten een gelijkaardige structuur met betrekking tot de organisatie van de begroting en de boekhouding van de betrokken dienst. Artikel 2 Het gaat in dit kader niet alleen om de diensten van het algemeen bestuur, maar over alle diensten die onder de toepassing van de Wet vallen. Dit houdt echter ook in dat de diensten die na de publicatie van dit besluit onder de toepassing van de Wet vallen op dat ogenblik ook uitvoering zullen moeten geven aan dit uitvoeringsbesluit in uitvoering van de Wet. In het tweede lid maakt men een verwijzing naar de diensten die onder het toezicht vallen van de controleur van de vastleggingen waarvan zijn taken nader beschreven zijn in de artikelen ondergebracht onder Titel II Hoofdstuk 5. Echter door in dit tweede lid dit te beperken tot de diensten die behoren tot het algemeen bestuur zijnde de diensten die in de Wet vallen onder het artikel 2, eerste lid, 1°, beperkt men ook de mogelijkheid dat andere diensten die onder het toepassingsgebied van de Wet vallen onder het toezicht zouden worden gebracht van een controleur van de vastleggingen. In dit kader dienen wij vast te stellen dat de diensten die heden geheel of gedeeltelijk onder het toezicht staan van een controleur van de vastleggingen, maar niet behoren tot het algemeen bestuur, dit vanaf de inwerkingtreding van dit besluit dit niet meer zullen zijn. En ook niet meer zullen zijn in de toekomst. Dit sluit echter niet uit dat er tussen een dienst en de Minister van Begroting in dit kader een overeenkomst kan worden gesloten om alsnog een bepaalde dienst of een deel van diensten onder het toezicht te brengen van een controleur van de vastleggingen. Hoofdstuk 3 - Algemeen Alle diensten zijn verplicht een boekhouding te voeren en hun transacties en hun vermogenstoestand in de boeken tot uitdrukking te brengen volgens de beginselen van een regelmatige boekhouding. De boekhouding dient van dien aard te zijn, dat zij een deskundige derde binnen een redelijke termijn een overzicht van de verrichte transacties en de positie van de boekhoudkundige entiteit, dienst, kan verschaffen. De registraties en de aanrekeningen, op de rekeningen en in de boeken, en de andere vereiste optekeningen, bedoeld om een juist en getrouw beeld te waarborgen, dienen zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde te worden verricht. Wij wensen hier ter verduidelijking aan toe te voegen dat waar men spreekt over een boekhouding, men steeds zowel de dubbele algemene boekhouding als de budgettaire comptabiliteit voor ogen dient te houden. Artikel 3 § 1 Om te komen tot een correcte boekhouding is het noodzakelijk en essentieel dat deze gevoerd wordt op basis van de beginselen van het goed financieel beheer. Dit punt is als eerste opgenomen bij de algemene elementen, daar iedereen die betrokken is bij de boekhouding het beginsel dient na te leven om een correcte boekhouding te kunnen verkrijgen. In dit kader zal men ook uitvoering dienen te geven aan het transparantiebeginsel, die zorgt voor de passende mate van openbaarheid, in het bijzonder met betrekking tot budgettaire en boekhoudkundige handelingen. In dit kader worden enerzijds de rekeningen afgelegd aan de toezichthouders, de politiek verantwoordelijken en/of de raad van bestuur/ of het leidend orgaan van de betrokken organisatie en anderzijds wordt aan hen ook verantwoording afgelegd en dit door de leidinggevenden van de dienst en de financieel verantwoordelijken van de dienst. § 2 De interne controle/organisatiebeheersing richt zich tot alle medewerkers van een dienst. Zij dient er toe bij te dragen, onregelmatigheden en/of onwettigheden in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen en te erkennen om vervolgens de meest geschikte acties te ondernemen om de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de boekhoudkundige handelingen te kunnen verzekeren. Hierbij komen onder andere de bepalingen opgenomen in de artikelen 12 en 23 van de Wet naar voor, echter zonder andere wettelijke- en/of reglementaire bepalingen, die op de betrokken (boekhoudkundige) handelingen van de diensten van toepassing zijn, uit te sluiten. Onregelmatigheden/onwettigheden in het kader van de boekhoudkundige en budgettaire processen dienen ter kennis te worden gebracht van de financieel verantwoordelijke van de dienst. Hij staat immers mee in voor het toezicht op de correcte uitvoering van de financiële, budgettaire en boekhoudkundige handelingen binnen zijn dienst. Hij, de financieel verantwoordelijke van de dienst, kan ook zoals verder in dit besluit omschreven de nodige acties ondernemen om de incorrecte handelingen in de boekhouding te laten rechtzetten en de nodige maatregelen te nemen opdat deze onregelmatigheden met betrekking tot de boekhoudkundige verwerking in de toekomst zich niet meer zouden voordoen. Daarnaast ondertekent de financieel verantwoordelijke van een dienst samen met de leidinggevende van de dienst de nodige verklaring, zoals opgenomen in het artikel 22 van dit besluit, waarin de getrouwe naleving van de boekhoudkundige en budgettaire regels wordt verzekerd met betrekking tot de betrokken boekhoudingen en de opgemaakte rekeningen van de betrokken dienst. Als de financieel verantwoordelijke van de dienst zelf betrokken zou zijn bij onregelmatigheden, zal de leidinggevende van de dienst hiervan geïnformeerd worden ten einde een juist en getrouw beeld van de boekhouding te verzekeren en indien ook deze laatste betrokken is de primaire ordonnateur. Wij wensen hierbij op te merken dat de wet- en regelgeving opgenomen in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, in het bijzonder artikel 7, alsook de bepalingen opgenomen in het Wetboek van strafvordering, in het bijzonder het artikel 29, alsook de bepalingen van de wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, hun volle kracht blijven behouden. Alsook alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen die in dit kader zouden bestaan of van kracht zouden worden. Dit artikel is hier opgenomen om de financieel verantwoordelijke van een dienst een zo optimaal mogelijke zekerheid te geven dat indien er zich op het boekhoudkundig vlak, en dit zowel met betrekking tot de algemene boekhouding als met betrekking tot de begrotingscomptabiliteit, zich problemen zouden stellen binnen een dienst/instelling hij hiervan onverwijld, zijnde zo rap als mogelijk, over geïnformeerd zou worden opdat hij vervolgens de nodige handelingen (zowel preventieve als correctieve) zou kunnen stellen om het waar en getrouw beeld van de boekhouding van zijn dienst/instelling te kunnen verzekeren. Over dit laatste legt hij trouwens samen met de leidinggevende van de dienst/instelling een verklaring af. Daarnaast wensen wij de aandacht er op te vestigen dat dit artikel zich richt tot de betrokken actoren vermeld in dit besluit en zodoende ook betrokken bij het boekhoudkundig en/of budgettair proces van de dienst/instelling, terwijl het toepassingsgebied van de andere hiervoor vermelde wettelijke- en reglementaire bepalingen een veel ruimer toepassingsgebied hebben. Tot slot spreekt het artikel van het `informeren' van de financieel verantwoordelijke van de dienst dienaangaande is het informeren het overbrengen van `informatie'. Hierbij dient men er zich van bewust te zijn dat gegevens, data, feiten pas informatie worden als ze, na verwerking, betekenis, praktisch nut of relevante waarde krijgen voor de ontvanger, hier de financieel verantwoordelijke van de dienst. § 3 Alle verantwoordingsstukken, die als basis hebben gediend voor een boekhoudkundige verrichting, dienen bewaard te worden met behoud van de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de toegankelijkheid en de leesbaarheid van de gegevens en dit voor een minimale duur die door de verschillende wettelijke bepalingen is vastgelegd. Er is geopteerd voor `een' boekhoudkundige verrichting om zodoende er zich van te behoeden dat geen enkele boekhoudkundige verrichting van deze verplichting zou worden uitgesloten en dat bijgevolg elke boekhoudkundige verrichting ook met de nodige stukken zal kunnen gestaafd worden. Het bewaren van deze verantwoordingsstukken gebeurt normaal gezien door de boekhouder maar rekening houdend dat vele stukken voor de goede werking van de dienst beter ter beschikking blijven van bepaalde personen, die bijvoorbeeld ook toezicht dienen te houden over de kwaliteit van de werken of leveringen, is de mogelijkheid voorzien dat bepaalde verantwoordingsstukken door andere personen dan de boekhouder worden bewaard. In die gevallen zullen die personen moeten instaan voor het behoud van de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de toegankelijkheid en de leesbaarheid van de gegevens van de desbetreffende stukken. Om een overzicht te behouden voor de verantwoordelijke van de boekhouders met betrekking tot de verantwoordingsstukken is er voorzien dat de financieel verantwoordelijke van de dienst of een door hen aangewezen persoon de schriftelijke toestemming kan geven dat bepaalde boekhoudkundige documenten door een andere persoon dan de boekhouder worden bewaard met behoud van de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de toegankelijkheid en de leesbaarheid van de gegevens. De bewaring moet gebeuren op een drager die zowel de onveranderlijkheid als de toegankelijkheid en leesbaarheid van de gegevens verzekert gedurende de volledige bewaartermijn en, in dit kader, ook de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud waarborgt. Artikel 4 Bij de verschillende diensten zijn ook personen aanwezig die in volledige onafhankelijkheid dienen te werken. Hierbij denken wij aan de auditors. Het gaat om de interne auditors die overeenkomstig het bestaande koninklijke besluiten, namelijk het K.B. van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interne auditdienst, het K.B. van 17 Augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de Federale Overheid (ACFO) en het K.B. van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, in overleg met het auditcomité van de federale overheid hun taken dienen te vervullen binnen de betrokken dienst(
  5. en)conform aan het voormelde koninklijk besluit van 15 mei 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten2 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht. Maar even goed gaat het om de externe auditoren. In dit kader verwijzen wij ook naar het Rekenhof en ook naar de (commissaris-/bedrijfs-) revisoren, op wie specifieke wet- en regelgeving van toepassing is en dewelke zij dienen na te volgen. Aansluitend wensen wij ook de aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtigen te vermelden. Hun functie is specifiek en houdt een bijzonder toezicht in, alsook een persoonlijke aansprakelijkheid die de nodige onafhankelijkheid vereist. Aanvullend wensen wij hier ook te verwijzen naar de externe toezichthouders die optreden bij bepaalde instellingen (hierbij denken wij bijvoorbeeld aan de revisoren) ook zij behouden hun volledige onafhankelijkheid conform de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot hun functie. De regelgeving voor de hiervoor vermelde personen zal niet in dit besluit worden opgenomen maar in afzonderlijke besluiten nader worden toegelicht, zo dit niet reeds gebeurd is. Titel II - De actoren De actoren betrokken bij het boekhoudkundig, budgettair en financieel proces hebben elkeen hun verantwoordelijkheid voor de correcte uitvoering van de hen overeenkomstig dit besluit toegewezen taken. Bepaalde actoren binden de federale Staat. Enerzijds gaat de ordonnateur verbintenissen aan en bezwaart hij daarmee de juridische verplichtingen die dienen nagekomen te worden, dit vindt zijn terugslag in de aanrekening van de aan de dienst toegewezen vastleggingskredieten. Anderzijds legt de ordonnateur de schuld van de federale Staat vast bij het aanvaarden van het vastgesteld recht, na onderzoek van de overeenstemming tussen de verbintenis, de geleverde prestatie en het verantwoordingsstuk (de voorgelegde factuur/vorderingsdocument of enig ander verantwoordingsstuk). De vaststelling van het recht zorgt voor de nodige aanrekeningen van de aan de dienst toegewezen vereffeningskredieten, of beschikbare middelen. Elke actor dient wat zijn taken en verantwoordelijkheden betreft als een goede huisvader te handelen, overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen. De verantwoordelijkheden van de ene actor stoppen daar waar de verantwoordelijkheden van de andere actor beginnen. Deze laatste is hier opgenomen om te voorkomen dat er grijze zones zouden ontstaan binnen de verantwoordelijkheden en om zich er van te verzekeren dat steeds een van de hier vermelde actoren verantwoordelijk is en hierover verantwoording dient af te leggen. Hoofdstuk 1 - De ordonnateur De ordonnateur is een van de actoren die de Staat kan binden ten aanzien van derden door het aangaan van verbintenissen. Zij treden zodoende op als vertegenwoordiger van de federale Staat. Op hen rust een ruime verantwoordelijkheid. Dit neemt niet weg dat alle medewerkers van de ordonnateur steeds als een goede huisvader dienen te handelen, overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen. Artikel 5 § 1 Het artikel 5 is opgesplitst in twee paragrafen daar er fundamentele verschillen bestaan tussen enerzijds de diensten vermeld onder het artikel 2, eerste lid, 1°, 2° en 3°
  6. a)van de Wet, en anderzijds de diensten vermeld onder artikel 2, eerste lid, 3°
  7. b)en 4° van Wet. De diensten van het algemeen bestuur staan onder het hiërarchisch gezag van een Minister, die de primaire ordonnateur is, zijnde de ordonnateur met het hoogste gezag. Hij kan deze bevoegdheid gedeeltelijk delegeren. § 2 Vervolgens zijn er de andere diensten, deze vermeld onder artikel 2, eerste lid, 3°
  8. b)en 4° van de Wet. Hier zal overeenkomstig de besluiten, statuten of regelgeving de functie van primaire ordonnateur worden uitgeoefend door de persoon of het orgaan die een gelijkwaardige bevoegdheid heeft als de primaire ordonnateur vermeld in § 1 van dit artikel van dit besluit. Wij hebben hier duidelijk geopteerd voor de term gelijkwaardig. Het gaat immers om functies die voor de dienst niet alleen gelijkaardig zijn (taken) maar ook gelijkwaardig. Ze hebben met andere woorden een vergelijkbare waarde, namelijk verantwoordelijkheid - aansprakelijkheid, voor de dienst als deze die de primaire ordonnateur vertegenwoordigt bij de diensten van het algemeen bestuur. Artikel 6 Omdat de primaire ordonnateur de grootste en meest ruime verantwoordelijkheid heeft voor zijn dienst, is in de mogelijkheid voorzien dat hij delen van zijn verantwoordelijkheid kan delegeren of subdelegeren aan medewerkers die hij in staat acht deze taken te kunnen uitoefenen overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en de andere hiervoor beschreven beginselen. Voor elke vorm van delegatie zal hij een delegatiebesluit uitvaardigen en ondertekenen, overeenkomstig de hierna vermelde regelgeving. Het laatste lid van dit artikel werd onder andere toegevoegd op vraag van het ministerie van Defensie waar bepaalde gemachtigde personen kunnen ageren in naam of voor rekening van een derde die zich door de vertegenwoordiger van de Belgische federale Staat laten vertegenwoordigen in het kader van internationale overeenkomsten of verdragen. Deze derde kan zowel een andere Staat, een instelling opgericht door lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie of een Europese openbare Instantie zijn. Hetgeen Defensie in naam en voor rekening van de derde kan en mag doen, alsook de financieringsbepalingen en andere administratieve afspraken, worden bepaald in een specifieke overeenkomst of een specifiek verdrag dat voorafgaand tussen beide partijen wordt afgesloten. Artikel 7 § 1 Elk delegatie- of subdelegatiebesluit dient door middel van een ministerieel besluit of een kenbaar gemaakte beslissing van de bevoegde persoon of het bevoegde orgaan te gebeuren. Het delegatie- of subdelegatiebesluit dient minimaal de vermelde elementen vast te leggen, zijnde haar toepassingsgebied, haar aard, haar grenzen en haar verantwoordingsaflegging. Dit neemt echter niet weg dat ook bijkomende elementen mee in het (sub)delegatiebesluit kunnen worden opgenomen. Om een overzicht te behouden van aan wie welke delegatie werd verleent en zodoende wie welke bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft, is in dit artikel ook mee opgenomen dat elke wijziging van het toekennen of ontnemen van delegaties aan de FOD Beleid en Ondersteuning moet worden meegedeeld alsook aan de diensten van het Rekenhof. Dit is van toepassing op alle diensten die onder het toepassingsgebied van de Wet vallen. In het besluit heeft men geacht de term `onverwijld' mee op te nemen om zodoende te voorkomen dat de FOD BOSA en het Rekenhof pas veel later zouden ter kennis gesteld worden. Hierdoor zou de mogelijkheid om ook tijdig via het geautomatiseerd boekhoudsysteem de nodige controles in te voeren worden ontnomen. Maar het moet duidelijk zijn dat de "eind"verantwoordelijkheid van de gedelegeerde elementen blijft bij de ordonnateur die delegeert. § 2 Het mag duidelijk zijn dat geen enkel ordonnateur mag handelen buiten de grenzen van zijn delegatie- of subdelegatiebesluit. In dit kader is het belangrijk dat de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA) wordt ingelicht daar zij voor de diensten die gebruik maken van het boekhoudsysteem welke door de FOD BOSA ter beschikking wordt gesteld, zo nodig aanvullende geautomatiseerde maatregelen kan nemen conform de bestaande delegatiebesluiten. Artikel 8 De functioneel bevoegde Minister of Staatssecretaris heeft de mogelijkheid om een gedelegeerde ordonnateur aan te stellen uit de leden die werkzaam zijn in een beleidscel. Die delegatie kan dus gebeuren ook aan personen extern aan de betrokken administratie, ministerie of korps. Dit sluit verdere subdelegatie, aan personen werkzaam op de betrokken administratie, ministerie of korps, niet uit. Artikel 9 Bij het toekennen van de (sub)delegatiebesluiten zal men wel dienen rekening te houden met de noodzakelijkheid tot het instellen van de nodige functiescheiding, zoals deze in dit besluit nader wordt omschreven. Men wenst namelijk ten allen tijde te voorkomen dat teveel functies op eenzelfde ogenblik zouden toebehoren aan eenzelfde persoon, waardoor het gevaar op risico's zou toenemen en de mogelijkheid van controle zou afnemen. Men wenst ten allen tijde het getrouwe beeld van de boekhoudkundige handelingen zowel inzake de algemene boekhouding als inzake de budgettaire comptabiliteit te waarborgen. Artikel 10 Hier wordt beschreven hoe een secundaire, gedelegeerde of subgedelegeerde ordonnateur dient te handelen in de gevallen dat hij geconfronteerd wordt met niet uitvoerbare beslissingen die hem of zijn dienst worden opgelegd. Dit wil zeker niet zeggen dat hij elk hem toegewezen delegatiebeslissing kan weigeren indien hem de nodige middelen ter beschikking worden gesteld. Om deze redenen is in dit artikel mee opgenomen dat indien hij het uitvoeren van de delegatie onmogelijk acht wegens bijvoorbeeld bepaalde wettelijke of reglementaire bepalingen, hij dit ook dient mee te delen en zijn beslissing met de nodige redenen dient te motiveren. Afdeling 1 - Algemene verrichtingen Artikel 11 Daar de ordonnateur een zeer belangrijke plaats inneemt in de organisatie, en hij de Staat kan binden bij het aangaan van verbintenissen, werd geopteerd deze actor verantwoordelijk te stellen voor de door hem, in onderstaande paragrafen nader vermelde, uit te voeren taken. De ordonnateur of een van zijn medewerkers staat in voor de boekhoudkundige vastlegging die steeds het aangaan van een juridische verbintenis dient vooraf te gaan. Wetende dat de ordonnateur meerdere taken te vervullen heeft is het raadzaam dat de ordonnateur zelf instaat voor de nodige interne controle/organisatiebeheersing met betrekking tot de hem toegewezen taken en in dit kader ook de nodige functiescheiding te voorzien tussen bepaalde medewerkers en zichzelf; bijvoorbeeld met betrekking tot het opmaken en ingeven van de boekhoudkundige vastlegging. Hier zou de ordonnateur kunnen opteren om deze taak niet zelf uit te oefenen maar hem aan een medewerker toe te vertrouwen. De taken van de ordonnateur zijn in drie categorieën ingedeeld. De eerste groep betreffen algemene taken, de tweede groep heeft betrekking op de ontvangstverrichtingen en de laatste groep op de uitgavenverrichtingen. § 1 algemene taken Bij de eerste groep wensen wij er de aandacht op te vestigen dat het ontwikkelen van een adequate interne controle/organisatiebeheersing voor zijn diensten met inbegrip van de nodige functiescheidingen binnen zijn diensten een hoge prioriteit heeft. Dit is de reden waarom dit element als eerste wordt vermeld. 1° Hier wordt dus vermeld dat de betrokken ordonnateur alle nodige acties dient te nemen en in uitvoering te brengen binnen zijn dienst of de dienst/organisatie/entiteit die een bijdrage kunnen leveren tot het verzekeren van het goed financieel beheer en de continuïteit van de dienst. In dit kader wordt verwezen naar zijn verantwoordelijkheid voor de implementatie van een intern controlesysteem. Indien men over een beperkt aantal personen beschikt kan het soms nuttig zijn om na verloop van tijd een rotatiesysteem van taken in te voeren alsook een specifieke auditopdracht te vragen aan de interne auditor met betrekking tot de procedures, de risico's en de correcte uitvoering van de verschillende taken door de ordonnateur en zijn medewerkers. Hierbij wensen wij ook de aandacht erop te vestigen dat de implementatie van een interne controle/ organisatiebeheersing een eerste stap is die echter wel jaarlijks of bij de opmaak van het jaarverslag, of zeker op geregelde tijdstippen zal dienen van naderbij bekeken te worden op de risicofactoren en hoe men deze risico's enerzijds kan verminderen en de interne controle/organisatiebeheersing in het bijzonder met betrekking tot de boekhoudkundige en budgettaire bewerkingen anderzijds kan optimaliseren. Hierbij kan men rekening houden met elementen die derden of die de financiële verantwoordelijke van de dienst hebben gemeld. 2° Daar dit besluit de taken en de verantwoordelijkheden van de voornaamste actoren betrokken bij de boekhoudkundige en de budgettaire verwerking van de gegevens van de dienst of de boekhoudkundige entiteit vermeldt houdt dit ook een beperking in. Het aantal actoren opgenomen in dit besluit is zo beperkt mogelijk gehouden om de toepasselijkheid ook bij kleinere instellingen van dit besluit te kunnen verzekeren. Dit houdt echter wel in dat bepaalde actoren en hierbij denken wij onder andere aan de ordonnateurs binnen hun takenpakket ook de nodige interne controle/organisatiebeheersing en hier meer specifiek de nodige functiescheiding zal dienen te voorzien op basis van de beschikbare personeelsleden. De eindverantwoordelijkheid van de verschillende taken berust bij de ordonnateur zelf, zodoende is het ook in zijn voordeel om een adequate functiescheiding binnen zijn dienst te voorzien waarbij hijzelf steeds de beslissingsfuncties en bepaalde toezichtfuncties zal behouden. 3° Als hij bepaalde hem toegewezen verrichtingen delegeert, zal hij hierover het nodig toezicht uitoefenen en zal hij de nodige maatregelen nemen opdat de verrichtingen door de betrokken personen op een correcte zijnde juiste, volledige, chronologische en zonder uitstel worden uitgevoerd. Als de taken die hij aan anderen toewijst niet opgenomen zijn in een subdelegatiebesluit, blijft hij verantwoordelijk voor de correcte uitvoering ervan. Als hij tijdens het toezicht onregelmatigheden opmerkt zal hij de nodige maatregelen nemen, ofwel rechtstreeks voor de taken die onder zijn bevoegdheid vallen, ofwel onrechtstreeks door de betrokken verantwoordelijke hiervan op de hoogte te brengen. 4° Hij dient het correct overzicht te houden van de evolutie en de aanwending van de betrokken vastleggingskredieten rekening houdend met de beschikbare vereffeningskredieten, of anders gezegd het aangaan van verbintenissen met derden, teneinde de continuïteit van de werking van de dienst te kunnen verzekeren voor zowel het lopende als de toekomstige begrotingsjaren. Hierbij dient hij rekening te houden met de heersende wettelijke en reglementaire bepalingen en de beslissingen van de betrokken Minister(
  9. s)dienaangaande. Ook voor de instellingen dient een ordonnateur overzicht te houden op de aangegane juridische verbintenissen en dit voor zowel deze die reeds uitwerking hebben gekregen in de balans als deze die zich momenteel nog buiten balans bevinden. (Klasse 0 aangegane rechten en verplichtingen buiten balans.) Dit gebeurd best ook in samenspraak met de financieel verantwoordelijke van de dienst, daar deze laatste als hoofd van de boekhouders een beter zicht zal hebben op de reeds aangewende vastleggings- en vereffeningskredieten of de beschikbare voorziene middelen van de volledige dienst of boekhoudkundige entiteit. 5° Hij zal er ook op toezien dat alle boekhoudkundige stukken en bescheiden aan de boekhouder worden overgemaakt opdat deze laatste de hem toegewezen taken zou kunnen uitoefenen. Het betreft zowel de interne verantwoordingsstukken als de externe verantwoordingsstukken. In dit kader dient men op te merken dat naast de boekhouder ook andere actoren registratiefuncties uitoefenen en zodoende hun steentje bijdragen opdat alle elementen, in het bijzonder alle rechten, verplichtingen, vorderingen of elementen die een invloed zouden kunnen hebben op de boekhouding of het verkrijgen van een juist en getrouw beeld, in het boekhoudsysteem worden ingebracht. Aan de boekhouder is de bijzondere taak toegewezen erover te waken dat alle boekhoudkundige stukken en bescheiden op een snelle en gestructureerde manier ter beschikking gesteld kunnen worden van derden, als zij daarom verzoeken en zij hiervoor gemachtigd zijn. 6° Tot slot rust ook bij de ordonnateur de globale verantwoordelijkheid in vermogensrechtelijke zaken. Hierbij is het vermogensrecht dat gedeelte van het objectieve recht, dat een regeling geeft van de subjectieve rechten. § 2 Ontvangstverrichtingen In dit tweede deel zullen dus de ontvangstverrichtingen nader omschreven worden. De ordonnateur heeft dienaangaande een cruciale rol te vervullen naast de rekenplichtige. Het is de ordonnateur namelijk die het recht vaststelt. Hierbij dient men ook de artikelen ondergebracht in Titel III, Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van dit besluit in ogenschouw te nemen. De ordonnateur of zijn medewerker staan in voor de opmaak van de vastgestelde rechten ten gunste van de federale Staat of met andere woorden voor de aanmaak van de vastgelegde rechten met betrekking tot de ontvangsten, zo deze niet rechtstreeks ontstaan uit een wet. Al de vastgestelde rechten dienen zonder uitstel, van zodra zij zijn vastgesteld (zijnde wanneer de vier voorwaarden van artikel 8 van de Wet vervuld zijn), in de algemene boekhouding te worden opgenomen, daar zij van betekenis kunnen zijn voor het verkrijgen van een juist en getrouw beeld van de algemene rekening van de boekhoudkundige entiteit. 1° De ordonnateur zal dus instaan voor de opmaak van alle schuldvorderingen, facturen ten gunste van de federale Staat. Wij wensen te specificeren dat hier ook alle creditnota's of debetnota's verbonden aan deze schuldvorderingen en facturen bedoeld worden. De juridische basis voor de opmaak van een schuldvordering, factuur of vastgesteld recht ten gunste van de federale Staat kan divers zijn, zoals uit een wet, uit een overeenkomst, uit een gerechtelijke beslissing, enzovoort. 2° De ordonnateur staat dus eerst en vooral in voor het vaststellen van de rechten inzake ontvangsten. Hierbij dient hij na te gaan, voor elk recht dat hij vaststelt, dat er wordt voldaan aan de vier voorwaarden opgenomen in het artikel 8 van de Wet. Voorts dient hij er over te waken dat alle vastgestelde rechten inzake ontvangsten juist en volledig zijn en in chronologische wijze, zonder uitstel en getrouw in het boekhoudsysteem worden ingegeven en in de boekhouding worden geregistreerd. Het mag duidelijk zijn dat het vaststellen van het recht volledig onafhankelijk is van het gegeven of dit recht al of niet in de toekomst zal betaald worden door een derde. De verplichting om te betalen staat los van het feit of er al of niet later een betaling zal volgen. Ook het element opeisbaarheid is niet in de voorwaarden van het artikel van de Wet opgenomen. 3° Als hij kennis krijgt van mogelijke rechten die nog niet in de boekhouding werden opgenomen maar voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vastgestelde rechten overeenkomstig artikel 8 van de Wet, zal hij onmiddellijk de nodige handelingen stellen om deze in de boekhouding in te geven. Dus elke data, gegevens, informatie die hem de nodige zekerheid geeft dat de voorwaarden om te spreken van een vastgesteld recht vervult zijn. Verplichten de ordonnateur om deze vastgestelde rechten in de boekhoudingen en in het bijzonder in de algemene boekhouding op te nemen. Dit alles om het getrouw beeld te vrijwaren. 4° Hier wordt bepaald dat de ordonnateur het beheer voert, zijnde onder andere de correcte opvolging en verwerking, inclusief de controle er op, van de ontvangsten, waarvan hij de vastgestelde rechten inzake ontvangsten heeft vastgesteld. Hij dient er over te waken dat alle vastgestelde rechten inzake ontvangsten die hij heeft vastgesteld worden ingegeven en correct geregistreerd in het boekhoudsysteem en de boekhouding, waarna hij deze inbaar en invorderbaar zal stellen versus de bevoegde rekenplichtige opdat deze in het kader van de inning en/of de invordering de nodige acties kan ondernemen, overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen. De ordonnateur zal in het kader van het beheer van de ontvangsten echter ook de nodige aandacht dienen te geven aan welk gevolg er wordt gegeven aan de door hem inbaar en invorderbaar gestelde vastgestelde rechten door de betrokken rekenplichtigen. In dit kader zal hij zo gewenst contact opnemen met de betrokken toezichthouders ten aanzien van de verantwoordelijke rekenplichtigen. In de gevallen waarin de rekenplichtige in de onmogelijkheid is de vastgestelde rechten te innen of in te vorderen of in het kader van mogelijke juridische problemen met betrekking tot de invordering, zal hij de gepaste maatregelen nemen met respect van de heersende wettelijke en reglementaire bepalingen. 5° De ordonnateur dient in te staan voor een adequate ex ante controle op de verschillende hem voorgelegde dossiers en gegevens opdat onvolkomenheden geen invloed zouden hebben op enerzijds het vaststellen van het recht inzake ontvangsten en anderzijds op de inning en/of invordering van de door hem vastgestelde rechten inzake ontvangsten. Hij dient er onder andere over te waken dat ten aanzien van de onvolkomenheden, vóór het vaststellen van het recht inzake ontvangsten en zeker vóór het inbaar en/of invorderbaar stellen, de nodige maatregelen worden genomen opdat het patrimonium van de Staat niet zou worden beïnvloed en dat de boekhoudkundige verwerking overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen verloopt. Alsook dat een waarheidsgetrouwe boekhouding behouden blijft. 6° De ordonnateur zal de nodige controles uitvoeren en er over waken dat alle vastgestelde rechten inzake ontvangsten gecontroleerd en gevalideerd worden op hun regelmatigheid, volledigheid en wettigheid overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen. Zo er vastgestelde rechten inzake ontvangsten bestaan zal hij deze vaststellen en deze vaststelling in de boekhouding registreren Hij dient er over te waken dat alle rechten inzake ontvangsten van bij het ontstaan van het recht in het boekhoudsysteem en in de boekhouding worden opgenomen. Hij waakt er over dat het patrimonium van de staat niet wordt aangetast en dat de boekhouding met betrekking tot alle vastgestelde rechten inzake ontvangsten in overeenstemming is met de werkelijkheid. Betreffende de vastgestelde en geregistreerde vastgestelde rechten inzake ontvangsten geeft hij aan de (bevoegde aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen) rekenplichtige opdracht deze vastgestelde rechten te innen en/of in te vorderen. Ook hier wensen wij op te merken dat deze taken over meerdere medewerkers van de ordonnateur verspreid kunnen zijn en dat ook ten aanzien van hen, door de betrokken ordonnateur een adequate interne controle/organisatiebeheersing dient ontwikkeld te worden. § 3 Uitgaveverrichtingen Hier wensen wij te vermelden dat ook boekhoudkundige commissies hebben aangeraden de verplichting op te leggen dat alle gegevens die een directe of indirecte invloed zouden kunnen hebben op het verkrijgen van een juist en getrouw beeld, in de boekhouding en in de jaarrekening moeten opgenomen worden. Dit is ook wenselijk voor de diensten die vallen in het toepassingsgebied van dit besluit om zodoende het Parlement de nodige inlichtingen ter beschikken te stellen teneinde het de mogelijkheid te geven om de rekeningen van de federale Staat op een zo correct mogelijke manier te kunnen lezen en te kunnen interpreteren. In dit kader is het noodzakelijk dat alle elementen ook in de algemene boekhouding worden opgenomen. Zo wordt bepaald dat alle elementen met betrekking tot een verbintenis in de algemene boekhouding dienen opgenomen te worden. Zij omvat zowel het sluiten van een opdracht, overeenkomst of verbintenis zelf, als de verrichtingen die in dit kader verder uitwerking geven aan de gesloten opdracht, overeenkomst of verbintenis. Men beoogt aldus kennis te krijgen van de aard en het doel van de rechten en verplichtingen buiten balans en van hun impact op de betrokken kredieten. Bij buiten de balans vallende rechten en verplichtingen kan het gaan om elke transactie of overeenkomst/verbintenis tussen de betrokken dienst en andere personen (zowel rechts- als natuurlijke personen met of zonder rechtspersoonlijkheid) die om welke reden ook niet of nog niet in de balans is opgenomen. De hiervoor beschreven gegevens/informatie dienen vermeld te worden indien de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de betrokken dienst of van de federale Staat. Een buiten de balans vallend recht of verplichting wordt geacht van enige betekenis te zijn indien de gebruiker van de jaarrekening zijn oordeel over deze jaarrekening zou wijzigen, indien hij weet had van deze regeling. 1° Vervolgens zal de bevoegde ordonnateur ook de juridische verbintenis met de betrokken derde aangaan en door deze handeling de federale Staat, of een derde voor dewelke hij gemachtigd is op te treden, binden. In uitzonderlijke gevallen wordt de federale Staat, of een vertegenwoordiger, gemachtigd om op te treden voor derden. Hierbij verwijzen wij naar bijvoorbeeld gebeurtenissen die zich voordoen bij het ministerie van landsverdediging waar bepaalde gemachtigde personen kunnen ageren in naam of voor rekening van een derde die zich door de vertegenwoordiger van de Belgische federale Staat laten vertegenwoordigen in het kader van internationale overeenkomsten of verdragen. 2° Hier wordt bepaald dat hij het beheer voert, zijnde onder andere de correcte opvolging en verwerking, inclusief de controle er op, van zowel de ontvangsten, waarvan de vastgestelde rechten inzake ontvangsten binnen zijn dienst ontstaan en worden vastgesteld (zie vorige paragraaf), als van de uitgaven die gedaan worden door zijn dienst. Zijn verantwoordelijkheid houdt ook in dat hij bij het aangaan van verbintenissen met derden in het kader van uitgaven de nodige wettelijke en reglementaire bepalingen, in het bijzonder deze met betrekking tot de overheidsopdrachten, alsook de administratieve en budgettaire bepalingen correct nakomt. In het kader van het goed financieel beheer is het overleg met de financieel verantwoordelijke van de dienst noodzakelijk daar deze laatste een globaal overzicht heeft van alle reeds door de dienst aangegane verbintenissen en reeds geïmpacteerde vastleggings- en vereffeningskredieten of aangewende middelen. 3° Daar hij de verbintenis met derden aangaat in naam van de Staat, dient hij de overeenkomsten ook op te volgen en na te gaan of zij werden uitgevoerd overeenkomstig de verschillende bepalingen van de betrokken overeenkomst. In dit kader zal hij mogelijks geraadpleegd worden door zijn medewerker die instaat voor de ontvangst van de prestatie. Daar deze prestatie op zijn kwantiteit alsook op zijn kwaliteit dient getoetst te worden door een daartoe bevoegd persoon, zal hij dienaangaande ook de goedkeuring van de werken en de leveringen van goederen en diensten dienen op te volgen. Dit alles overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake overheidsopdrachten. In dit kader zal hij ook de nodige aandacht hebben voor, indien mogelijk, het organiseren van de nodige functiescheiding tussen de betrokken medewerkers. 4° Wetende dat de ordonnateur de juridische beslissing heeft genomen betreffende het aangaan van werken of levering van goederen of diensten komt het ook hem toe, wetende dat hij alle elementen van de verbintenis kent om ook de aanvaarding van deze aangegane verbintenissen (overeenkomsten en overheidsopdrachten) nader op te volgen. Hij weet welke mensen bevoegd zijn om de kwaliteit en de kwantiteit op een kwaliteitsvolle manier nader te toetsen aan de aangegane verbintenis en dit in al zijn onderdelen. Het komt bijgevolg ook aan hem toe op tijd de nodige opmerkingen of handelingen te stellen als de werken of de leveringen niet conform de verbintenis zijn, of worden, uitgevoerd. Wij gebruiken hier de termen `zijn' en `worden' om er op te wijzen dat de opmerkingen tijdig dienen te gebeuren en zodoende liever voor de controle van de correctheid van de verkregen factuur of schuldvordering van de leverancier. Aanvullend wensen wij op te merken dat ook leveringsbonnen als verantwoordingsstukken dienen aanzien te worden en zodoende kunnen bijdragen in het realiseren van de vier voorwaarden om te kunnen spreken van een vastgesteld recht, conform het artikel 8 van de Wet. 5° Hij dient in te staan voor een adequate ex ante controle op de verschillende hem voorgelegde dossiers opdat onvolkomenheden geen invloed zouden hebben op de definitieve vastlegging zowel wat de boekhoudkundige als wat de juridische vastlegging betreft. Hij dient er onder andere over te waken dat ten aanzien van de onvolkomenheden, vóór het aangaan van de juridische vastlegging met een derde, de nodige maatregelen worden genomen opdat het patrimonium van de Staat niet zou worden beïnvloed en dat de boekhoudkundige verwerking overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen verloopt. Alsook dat een waarheidsgetrouwe boekhouding behouden blijft. De eindverantwoordelijke voor al deze hiervoor omschreven taken blijft bij de ordonnateur ook al werden de verschillende taken door verschillende medewerkers van de ordonnateur uitgevoerd. Afdeling 2 - Vereffeningsverrichtingen en verrichtingen voor de betaalbaarstelling In de hiernavolgende artikelen gaat men nader in op de taken van de ordonnateur die belast is met de controle op en de aanvaarding van, de regelmatigheid en de werkelijkheid van de schuld in het kader van de vereffeningsverrichtingen. De ordonnateur is de actor die de Staat of de dienst zal binden op het vlak van het erkennen van de schuld en dus het bestaan van het vastgestelde recht. In dit kader krijgt hij, voor wat de diensten van het algemeen bestuur betreft, beschikking over de nodige vereffeningskredieten die door het Parlement aan de betrokken dienst werden toegekend voor de verschillende programma's opgenomen in de betrokken begroting. Voor de andere diensten zal hij rekening dienen te houden met de beslissingen van de raad van bestuur, de directieraad en de visie die de federale overheid voor ogen heeft inzake financieel en budgettair beheer. De ordonnateur zal in volledige onafhankelijkheid de taken waarvoor hij verantwoordelijk is dienen uit te oefenen. Dit ontslaat de medewerker van de ordonnateur evenwel niet van de informatieplicht naar zijn functioneel verantwoordelijke ordonnateur toe, zeker in de gevallen waarin de schuld niet duidelijk kan vast gesteld worden door omstandigheden of door de complexiteit van het dossier. Zijn onafhankelijkheid en zijn verantwoordelijkheid dienen de waarborg te vormen dat geen schulden in naam van de Staat zullen worden erkend/aanvaard als er geen verbintenis werd aangegaan en als de geleverde prestatie niet in overeenstemming is met de verbintenis en als de overgemaakte verantwoordingsstukken, leveringsbonnen, facturen, de kostennota's of schuldvorderingen niet in overeenstemming zijn met de verbintenis en de prestatie in kwestie. Hij waakt er ook over dat de hiervoor vermelde gegevens in de boekhouding van de dienst werden opgenomen en dat de bevoegde personen in de verschillende processen hun goedkeuring hebben gegeven. Artikel 12 De ordonnateur die belast is met de controle op de hem voorgelegde schuld, uit hoofde van de Staat en meer specifiek uit hoofde van de dienst waarbij hij is tewerkgesteld, doet de vereffeningsverrichtingen. Dienaangaande kan hij voor de controle/ aanvaarding van de hiervoor vermelde elementen, rekening houdend met de principes van single audit, steunen op de gegevens die door bevoegde aangestelde personen/medewerkers werden verkregen en op basis van dewelke deze laatste de Staat heeft gebonden (juridische verbintenis en de aanvaarding van de prestatie). Artikel 13 Op basis van de verschillende elementen opgenomen in de boekhouding alsook van alle elementen die hem via het manueel dossier of op andere wijze worden ter beschikking gesteld, zal hij, de ordonnateur, de onbetwiste omvang, zijnde het aanvaarde deel, van de schuld vaststellen. Deze kan al of niet in overeenstemming zijn met de hem voorgelegde en geregistreerde schuldvordering/factuur. Zo de vier voorwaarden van het artikel 8 van de Wet vervult zijn is er een vastgesteld recht en moet deze in de boekhoudingen worden opgenomen, onafhankelijk of er in de budgettaire comptabiliteit voldoende vereffeningskredieten beschikbaar zijn of niet. In dit kader wensen wij te verwijzen naar de memorie van toelichting bij de Wet die op meerdere plaatsen verklaart dat de algemene boekhouding prioritair is ten aanzien van de budgettaire comptabiliteit en in samenlezing van het artikel 12 van de Wet dient elk vastgesteld recht onmiddellijk, zonder uitstel in de boekhoudingen te worden opgenomen. Artikel 14 Als de aan de ordonnateur voorgelegde schuldvordering niet in overeenstemming is met de schuld die de Staat op basis van de verschillende elementen kan aanvaarden, zal hij, de ordonnateur, het onbetwistbaar verschuldigde gedeelte bepalen en dit mededelen aan de schuldeiser met inbegrip van de toelichting daarbij. Wij hebben het woord "aanvaarden" gebruikt daar in het artikel 20, 2° van het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst

(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie men ook bepaald dat de verplichting om te betalen slechts bestaat voor werken, leveringen en diensten op het moment waarop de opdracht is uitgevoerd en aanvaard. Indien de voorwaarden opgenomen in artikel 8 van de Wet of het artikel 19 van het voornoemd koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst
(1)type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten niet zijn vervuld zal de ordonnateur ook geen vereffeningsverrichtingen kunnen uitvoeren wegens het gebrek aan het bestaan van een vastgesteld recht. Artikel 15 Aansluitend moet de ordonnateur, elke schuld vereffenen waarvan de voorwaarden van het vastgesteld recht, zoals bepaald in artikel 8 van de Wet, vervuld zijn. Dit dient onmiddellijk te gebeuren na het vaststellen van het recht. Zodoende worden de boekhoudkundige bepalingen met betrekking tot de tijdigheid, de chronologische verwerking en de verwerking zonder uitstel van de gebeurtenissen met een boekhoudkundige implicatie nagekomen. Zo dit niet onmiddellijk zou gebeuren, zou dit een schending inhouden van de hiervoor vermelde elementen en het juiste en getrouwe beeld van de rekeningen in gevaar kunnen brengen. Dit is hier opgenomen om te voorkomen dat vastgestelde rechten inzake uitgaven waarvan de voorwaarden vervuld zijn niet zouden worden vereffend en zodoende de Staat in gebreke zou blijven. Dit zou ook de tijdige betaling van overheidsfacturen in gevaar kunnen brengen. Echter het feit dat de vereffeningsverrichtingen worden uitgevoerd wil nog niet zeggen dat er onmiddellijk wordt overgegaan tot een betaling. Artikel 16 Het vastgesteld recht in uitgave kan slechts betaalbaar worden gesteld indien de ordonnateur zich akkoord heeft verklaard met de vrijgave tot betaling. De ordonnateur beschikt namelijk over de mogelijkheid om betalingen niet vrij te geven bij gebrek aan middelen of om andere boekhoudkundige of juridische redenen. Het is de verantwoordelijkheid van de ordonnateur er op toe te zien dat de hem beschikbaar gestelde middelen, namelijk vereffeningskredieten, zo adequaat mogelijk worden aangewend. De ordonnateur zal, bij gebrek aan middelen voor bepaalde uitgaven, dit melden aan de financieel verantwoordelijke van de dienst, die dan de nodige maatregelen kan nemen, bijvoorbeeld herverdelingen of aanvullende kredieten aanvragen, om de niet betaalde schuldvorderingen tijdig te vereffenen. Artikel 17 Vervolgens zal hij de schuld betaalbaar stellen, dit is de toestemming geven aan de centraliserende rekenplichtige om de betalingen inzake de vrijgegeven schuldvordering uit te voeren en deze over te maken aan de rechthebbenden. Enerzijds kan hij dus een betaalopdracht geven aan de centraliserende rekenplichtige van de Staat om de vrijgegeven betaling uit te betalen aan de rechthebbende persoon, anderzijds kan hij, als hij niet in de mogelijkheid is om vrijgegeven rechten uit te betalen aan de rechthebbenden, wegens de aard van het dossier, de schuld en de ermee betrekking hebbende middelen overmaken aan de bevoegde rekenplichtige der geschillen om de betrokken betalingen te laten uitvoeren overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen. Het betaalbaar stellen is de laatste handeling van de ordonnateur. Ook de ordonnateur moet over een uitgebreide boekhoudkundige kennis beschikken om de vermelde taken overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen te kunnen uitvoeren. Het betreft taken die verder gaan dan een loutere registratie opdracht zij bevatten feitelijk ook een controlerende opdracht in zich over de voorheen uitgevoerde boekhoudkundige handelingen. Artikel 18 In dit kader kan de ordonnateur dus de betalingen van de erkende schulden blokkeren. Hij zal echter wel de nodige stappen ondernemen om deze geblokkeerde betalingen van de openstaande en erkende schuldvorderingen zo snel mogelijk te voldoen. Hijzelf zowel als het hoofd van de boekhouders (de financieel verantwoordelijke van de dienst) zullen hierop nauwgezet toezien en alle mogelijke maatregelen nemen om laattijdige betalingen te voorkomen. Met betrekking tot de `onduidelijkheid over aan wie te betalen' dient men onder andere in gedachten te houden dat bepaalde betalingen aan leveranciers, op basis van een wettelijke bepaling niet rechtstreeks aan deze laatste mogen betaald worden ingeval van schulden van die leverancier bij de sociale zekerheid en/of voor fiscale zaken. In dergelijke gevallen zal de betaling dienen te gebeuren aan de betrokken instellingen van de sociale zekerheid en van de FOD Financiën en zal de schuldeiser hiervan op de hoogte worden gesteld. Een ander geval zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de betalingen dienen te gebeuren aan een aangestelde curator. Dit zijn slechts enkele niet limitatieve voorbeelden, en zodoende wensen wij ook geen enkel ander geval uit te sluiten. Hoofdstuk 2 - De leidinggevende van de dienst De leidinggevende van de dienst of van de boekhoudkundige entiteit is de persoon met de hoogste hiërarchische verantwoordelijkheid, na de politieke verantwoordelijke, voor de betrokken dienst of boekhoudkundige entiteit. Hij heeft verschillende taken die hierna nader zullen besproken worden. Hij informeert op regelmatige basis de politieke verantwoordelijke en zorgt er op het vlak van de boekhoudkundige en begrotingsprocessen voor dat de verschillende personeelsleden binnen zijn dienst of boekhoudkundige entiteit de vooropgestelde wettelijke en reglementaire bepalingen correct en adequaat uitvoeren. Hij dient aanzien te worden als de secundaire ordonnateur die ook de leiding van de betrokken dienst zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet tot zijn bevoegdheid heeft en waarover hij verantwoording aflegt aan de politiek verantwoordelijke (de primaire ordonnateur). Hij coördineert de taken tussen de ordonnateurs enerzijds en tussen de financieel verantwoordelijke van de dienst met de ordonnateurs anderzijds. Hij zorgt dat zij allen een gezamenlijk doel voor ogen hebben en de nodige boekhoudkundige en budgettaire discipline aan de dag leggen om de vooropgestelde doelstellingen te behalen. Artikel 19 Hier wordt bepaald wie hij is en wat zijn taak is versus de ordonnateur(
  1. s)en de financieel verantwoordelijke van de dienst. - Zo is hij de secundaire ordonnateur van de betrokken dienst of boekhoudkundige entiteit. Hij zorgt er voor dat de verschillende personeelsleden en in het bijzonder de verschillende actoren betrokken bij de boekhoudkundige en budgettaire processen op een adequate en efficiënte manier met elkaar samenwerken om de doelstellingen te bereiken. Hij staat in voor een goede coördinatie tussen de verschillende (sub)gedelegeerde ordonnateurs van de betrokken dienst opdat zij op een gecoördineerde en correcte wijze uitvoering geven aan de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de boekhoudkundige en budgettaire verwerking van de verschillende gegevens. Hij zal hierbij overleg voorzien tussen de betrokken (sub)gedelegeerde ordonnateurs zo hun belangen concurrerend zouden zijn. Dit alles om de doelstellingen van de dienst zo optimaal mogelijk te realiseren. In geval van onduidelijkheden betreffende boekhoudkundige of budgettaire aangelegenheden tussen (sub)gedelegeerde ordonnateurs zal de leidinggevende van de dienst of van de boekhoudkundige entiteit de door alle betrokkenen te volgen beslissing nemen. - Ook betreffende de samenwerking tussen de financieel verantwoordelijke van de dienst en de verschillende ordonnateurs van de dienst zal hij als leidinggevende van de dienst zorgen voor de nodige coördinatie. Zo er onduidelijkheid is over de uitvoering van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake boekhoudkundige en budgettaire elementen zal hij in overleg de, door alle betrokkenen, te volgen beslissing nemen. - Hij staat ook in voor het toezicht op en de uitbouw van een adequate interne controle/organisatiebeheersing binnen zijn dienst, waarbij de verschillende maatregelen die in het kader van de interne controle/ organisatiebeheersing worden genomen door de financieel verantwoordelijke van de dienst en de verschillende ordonnateurs van de dienst op elkaar afgestemd zijn en een keten vormen doorheen de boekhoudkundige, budgettaire en financiële processen. Artikel 20 In dit artikel gaat men nader in op een van de taken van de leidinggevende van een dienst van het algemeen bestuur. In het hierna volgend artikel 21 richt men zich tot de leidinggevende van diensten bedoeld in artikel 2, eerste lid 2° tot 4° van de Wet en de ermee gelijkgestelden. Deze opsplitsing is ingegeven daar de leidinggevenden van de diensten van het algemeen bestuur overeenkomstig het artikel 73 van de Wet zal dienen in te staan voor de opmaak van zijn gedeelte van de rekening van uitvoering van zijn begroting wat niet het geval is voor de andere diensten van artikel 2 van de Wet. Daarnaast zal de leidinggevende van elke dienst dienen in te staan voor de opmaak van een jaarverslag overeenkomstig artikel 18 van de Wet. Dit jaarverslag maakt een link tussen de boekhoudkundige gegevens en de activiteiten van de dienst of de boekhoudkundige entiteit. Het bevat zowel de evolutie van de belangrijkste kengetallen die moeten toelaten de nodige lessen te trekken uit de jaarrekening, evenals aanvullende informatie nuttig voor de opmaak van de begroting van de dienst. Dit stuk wordt opgesteld om te voldoen aan de nood van een eerstelijnsrapportering met betrekking tot de administratieve/statutaire opdracht van de dienst. Om dit alles te kunnen realiseren dient hij, de leidinggevende van de dienst, de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning te verzekeren dat alle boekhoudkundige verrichtingen en gegevens in de algemene boekhouding en in de budgettaire comptabiliteit zijn opgenomen zodoende dat de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning beschikt over alle nodige gegevens voor het opmaken van de rekeningen van het algemeen bestuur. De ingave/registratie van alle verrichtingen en gegevens is noodzakelijk om ook op dit niveau een juist en getrouw beeld van het geheel te kunnen verzekeren. Artikel 21 Hier betreft het dus de leidinggevenden van de diensten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2° tot 4° van de Wet en de gelijkgestelden. De leidinggevenden van deze instellingen zullen er voor moeten waken dat hun instelling de elementen die enerzijds door alle diensten moeten uitgevoerd worden, opgenomen onder de Titel II van de Wet en anderzijds de specifiek voor hun instelling voorziene bepalingen, opgenomen onder Titel III, Hoofdstuk II of III ook werkelijk en tijdig nakomen. Deze tijdige en conforme uitvoering zijn noodzakelijk voor het verkrijgen van een getrouw beeld van de boekhoudingen van de federale Staat. Dit alles los van de andere wettelijke en reglementaire bepalingen die de betrokken instelling eventueel conform deze andere bepalingen moet nakomen. Artikel 22 De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning zal voor het uitvoeren van zijn taken, zijnde deze die betrekking hebben op het uitvoeren van de nodige reconciliaties en consolidaties met betrekking tot de rekeningen van het algemeen bestuur en de rekeningen van de federale Staat moeten beschikken over alle nodige en noodzakelijke boekhoudkundige, financiële en budgettaire gegevens en informatie. Het is om die redenen dat elke leidinggevende van een dienst de nodige boekhoudkundige gegevens zal dienen aan te leveren aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. De rekeningen die de leidinggevende van de dienst overmaakt aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning moeten deze laatste ook een zekerheid geven dat zij conform de wettelijke en reglementaire bepalingen werden opgemaakt. Dienaangaande werd geopteerd om deze rekeningen te laten vergezellen door een verklaring van de leidinggevende van de dienst of van de betreffende instelling. Deze verklaring wordt gegeven door de leidinggevende van de dienst samen met de financieel verantwoordelijke van de betrokken dienst. De verklaring vormt een essentieel onderdeel van de gegevens en informatie die moet worden kenbaar gemaakt. Het overmaken van deze verklaring moet gebeuren samen met de overzending van de rekeningen. Zij heeft betrekking op alle rekeningen en de erbij horende verantwoordingsstukken die worden overgemaakt. Onder rekeningen dient men de algemene rekening met al zijn onderdelen te verstaan. Hierbij wensen wij op te merken dat voor de meeste diensten van het algemeen bestuur de gegevens van de algemene rekening, normaal gezien in het Fedcom systeem terug te vinden zijn en zodoende beschikbaar voor de FOD BOSA. Daarnaast heeft men ook nog het jaarverslag en het verslag in het kader van artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 mei 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten2 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, en tot wijziging van de koninklijk besluiten van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interne auditdienst en van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de Federale Overheid. Het opstellen van de jaarrekening is het ultieme ogenblik om de boekhouding op eventuele onvolkomenheden te controleren en haar van deze te ontdoen. De jaarrekening moet immers een juist en getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de dienst. De vaststelling van de juistheid, volledigheid, juridische en administratieve correctheid van een jaarrekening gebeurt door een externe auditor. Hierbij geeft hij zijn standpunt over het juist en getrouw beeld. Indien een jaarrekening een getrouw beeld geeft, betekent dat daarom niet dat ze volledig foutloos is. Het nazicht door de externe auditor heeft niet alleen betrekking op de boekhoudkundige regelmatigheid van de jaarrekening, maar ook op haar waarheidsgetrouwheid. Met waarheidsgetrouw wordt bedoeld dat de jaarrekening een weergave moet zijn van werkelijke toestanden en transacties. Daarnaast hebben wij de rekening van uitvoering van de begroting, voor zover een wettelijke bepaling de betrokken dienst niet vrijstelt van de opmaak ervan, deze dient natuurlijk ook in overeenstemming te zijn met de wettelijke en reglementaire bepalingen en te voldoen aan de in dit kader noodzakelijke juistheid, volledigheid en juridische en administratieve correctheid. Hierbij wensen wij geen afbreuk te doen aan de andere noodzakelijk op te maken rekeningen of boekhoudkundige stukken. Ook deze zijn onderworpen aan de noodzakelijke verklaring. De stukken dienen voor de in de Wet vastgestelde datum overgemaakt te worden aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, om deze laatste ook de tijd en de mogelijkheid te geven om de algemene rekening van het algemeen bestuur enerzijds en de geconsolideerde jaarrekening van de federale Staat anderzijds tijdig te kunnen opmaken voor de Minister van Begroting. Elk van de rekeningen moet ondertekend worden, gehandtekend worden (kan ook elektronisch), door en de leidinggevende van de dienst en de financieel verantwoordelijke van de dienst. Door beiden de verplichting van ondertekening op te leggen wenst men een zekerheid te geven aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning dat zowel op het vlak van organisatie van de boekhoudkundige en budgettaire opvolging als op het vlak van de boekhoudkundige verwerking in de algemene boekhouding en de budgettaire comptabiliteit de nodige waarborgen door de eindverantwoordelijken van de betrokken dienst kunnen gegeven worden. De vermelding die mee op de rekeningen wordt gezet luid als volgt " Wij, ondergetekende verklaren dat de boekhoudkundige en budgettaire rekeningen, correct, betrouwbaar, volledig en regelmatig zijn, dat de geldende administratieve, budgettaire en boekhoudkundige regels nageleefd werden en dat ze een getrouw beeld geven van mijn dienst/instelling." Dergelijke verklaringen vindt men ook terug bij ondernemingen in de privé sector en vormt ook daar een noodzakelijk stuk opdat de externe auditor met een redelijke zekerheid over de ter beschikking gestelde cijfers en stukken, zijn audit kan uitvoeren. Hoofdstuk 3 - De financieel verantwoordelijke van de dienst De financieel verantwoordelijke van een dienst is de persoon die ervoor zal instaan dat de boekhouding van de dienst overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen wordt gehouden. Zodoende kan hij op elk moment een juist en volledig beeld geven van de werkelijkheid en kan dit door de bevoegde personen ook worden gecontroleerd. Hij waakt er dus over dat niet alleen de algemene boekhouding maar ook de budgettaire comptabiliteit juist, volledig, getrouw, zonder uitstel en naar tijdsorde worden gehouden en dat ze de leidinggevenden en in het bijzonder de betrokken Minister(
  2. s)en de Minister van Begroting een juist en getrouw beeld geven. Hij zal de bevoegde leidinggevende(
  3. n)ook tijdig op de hoogte stellen en de nodige maatregelen voorstellen indien de continuïteit van de werking van de dienst in gevaar zou komen door financiële of budgettaire elementen. Opdat er een basis van zekerheid van een volledige, juiste, zonder uitstel, getrouwe en naar tijdsorde opgemaakte boekhouding zou kunnen verkregen worden, waarop de Minister van Begroting zich kan baseren om de in de Wet opgelegde stukken op te maken, wordt aan iedere financieel verantwoordelijke van een dienst gevraagd om jaarlijks samen met de rekening van uitvoering van de begroting van zijn dienst, een schriftelijke en door hem ondertekende verklaring af te leggen. Hierbij zal hij verklaren dat alle elementen die een weerslag hebben of kunnen hebben op een boekhouding, binnen de dienst(
  4. en)waarvoor hij bevoegd is, correct, betrouwbaar, volledig en regelmatig zijn, dat de geldende administratieve, budgettaire en boekhoudkundige regels nageleefd werden en dat ze een getrouw beeld geven van mijn dienst/boekhoudkundige entiteit. (confer het vorig artikel) Men mag bij deze stellen dat dit ook inhoud dat alle boekhoudkundige handelingen, zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde en overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen in de betreffende boekhoudingen werden opgenomen. Men kan dit zien als een `letter of intent' die ook in de privé sector door de financieel verantwoordelijke wordt opgemaakt en die een noodzakelijk stuk vormt voor de auditors. Deze verklaring van de financieel verantwoordelijke van de dienst en zie vorig artikel ook van de leidinggevende van de dienst mag er zich niet toe beperken de Minister van Begroting de zekerheid te geven dat de boekhouding en de boekhoudkundige verwerking van de dienst correct zijn uitgevoerd. Zij beoogt ook door beiden deze verklaring te laten ondertekenen dat deze zekerheid enkel kan verkregen worden indien er ook een adequate interne controle/organisatiebeheersing over de financiële, boekhoudkundige en budgettaire processen is voorzien die er voor zorgt dat de risiconiveaus met betrekking tot deze processen niet overschreden werden en er zodoende een redelijke zekerheid kan gegeven worden dat de verwerkingen op een georganiseerde, wettelijke en reglementaire wijze werden uitgevoerd. Het is natuurlijk wel de verantwoordelijkheid van de financieel verantwoordelijke van de dienst om de bestaande interne controle/organisatiebeheersing te optimaliseren rekening houdend met de verkregen opmerkingen en de onregelmatigheden die zich tijdens het jaar hebben voorgedaan. Zodoende kunnen ook de risiconiveaus betreffende de hiervoor vermelde processen scherper worden gesteld en zodoende ook op een progressieve manier een bijdrage leveren tot het optimaliseren van de interne controle/organisatiebeheersing binnen de dienst. Artikel 23 In dit artikel wordt vooral gewezen op het element dat de financiële verantwoordelijke van de dienst ook het hoofd is van de boekhouders. Hierbij wensen wij te verduidelijken dat hij geen hoofdboekhouder is, namelijk de persoon die de taken van de boekhouder uitoefent, maar wel het hoofd van de boekhouders, namelijk de persoon die toezicht en controle houdt op de werkzaamheden van de boekhouders, en daarbij er ook de verantwoordelijkheid voor draagt dat deze taken door hen op een correcte manier worden uitgevoerd. Het is een element van functiescheiding tussen enerzijds de uitvoerende functies en anderzijds de toezichthoudende functies zoals voorzien in de Wet. In dit kader wordt er aandacht geschonken aan het element verantwoordelijkheid die op de financieel verantwoordelijke van de dienst rust ten aanzien van de uitvoering van de taken van de boekhouders. Vervolgens wordt nadere aandacht geschonken aan zijn leidinggevende en controlerende elementen ten aanzien van de boekhouders om tot slot ook stil te staan bij zijn opdracht om een adequate interne controle/organisatiebeheersing te implementeren en te optimaliseren in het bijzonder met betrekking tot de financiële, boekhoudkundige en begrotingsprocessen. Daar waar de ordonnateur voor zijn dienst(
  5. en)de eindverantwoordelijkheid draagt, maar dit steeds in overleg met de financieel verantwoordelijke van de dienst, voor de taken in verband met de vastleggingen, wat de uitgaven betreft, en het vaststellen van de rechten, wat de ontvangsten betreft, draagt de financiële verantwoordelijke van de dienst de eindverantwoordelijkheid van de uitvoering van de taken die aan de boekhouder(
  6. s)zijn toegewezen wat betreft de boekhoudverrichtingen. Met dit laatste bedoelen wij alle taken die zijn opgesomd in Titel II, Hoofdstuk 4, De boekhouder met de boekhoudkundige verrichtingen. In het tweede lid, van het eerste gedachtestreepje, wordt er anderzijds op gewezen dat de boekhouders ook niet al hun verantwoordelijkheden kunnen afschuiven op de financieel verantwoordelijke van de dienst. Iedere boekhouder dient de aan hem toegewezen taken naar behoren en met respect voor de regels van het dubbelboekhouden, het principe van het goed financieel beheer en de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen uit te voeren. De wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in de wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen blijven zodoende ook op hen van toepassing. In het volgende gedachtestreepje wordt vermeld dat de financieel verantwoordelijke van de dienst alle nodige acties dient te nemen en in uitvoering te brengen binnen zijn dienst die een bijdrage kunnen leveren tot het verzekeren van het goed financieel beheer en de continuïteit van zijn dienst. In dit kader wordt verwezen naar zijn verantwoordelijkheid voor de implementatie en optimalisatie van een intern controlesysteem voor zijn dienst en voor de financiële, boekhoudkundige en budgettaire processen binnen de dienst. Hij zal deze interne controle/organisatiebeheersing ook op regelmatige tijdstippen dienen te optimaliseren om enerzijds de risico's te verminderen en anderzijds om het juist en getrouw beeld te verzekeren. Artikel 24 § 1 De financieel verantwoordelijke van de dienst maakt ook in overleg met de leidinggevende en de ordonnateurs van de dienst een voorstel van begroting op voor zijn dienst. Dit overeenkomstig de richtlijnen van de Minister van Begroting. De opmaak van het voorstel van begroting voor zijn dienst is een belangrijke taak daar hij er ook dient over te waken dat de verschillende doelstellingen van de dienst kunnen gerealiseerd worden binnen de budgettaire grenzen en rekening houdend met de reeds aangegane verbintenissen. Dit in overleg met de verschillende ordonnateurs en met akkoord van de leidinggevende van de dienst. Zo de financieel verantwoordelijke van de dienst deze functie waarneemt voor meerdere diensten zal hij voor elk van deze diensten een afzonderlijk ontwerp van begroting dienen op te maken in overleg met de in elk van deze diensten aangestelde ordonnateurs en de leidinggevende van de betrokken dienst. Niet alleen de opmaak van een begroting is belangrijk ook de opvolging van de uitvoering. In dit kader zal de financieel verantwoordelijke de leidinggevende en/of zo nodig ook het beheersorgaan op regelmatige wijze rapporteren over de uitvoering van de begroting enerzijds en de evolutie van de stand van de rekeningen anderzijds. Ook al is hierbij niet vermeld welke minimale frequentie van rapportering er dient weerhouden te worden mag het duidelijk zijn dat de betrokkenen, zijnde de leidinggevende van de dienst en het beheersorgaan steeds een juist beeld moeten dienen te behouden van de toestand van de betrokken dienst of boekhoudkundige entiteit. Zodoende zal afhankelijk van de grote van de dienst of van de hoeveelheid van de verschillende handelingen of van de evolutie van bepaalde rekeningen er meer/regelmatiger worden gerapporteerd dan in de gevallen wanneer er maar een zeer beperkt aantal handelingen werden verricht binnen de betrokken dienst. § 2 De financieel verantwoordelijke van de dienst is ook de persoon die instaat voor de betrouwbaarheid van de verslaggeving, zowel intern als extern. Hier wordt vermeld dat de betrokken financieel verantwoordelijke van de dienst alle nodige acties dient te nemen en in uitvoering te brengen binnen zijn dienst die een bijdrage kunnen leveren tot het verzekeren van de betrouwbaarheid van de financiële, boekhoudkundige en budgettaire verslaggeving. Ook al wordt hierbij geen specifieke elementen naar voor gebracht welke hiertoe kunnen bijdragen, dient men toch onder andere voor ogen te hebben de implementatie van een goed werkend intern controlesysteem. Stel dat men over een beperkt aantal personen beschikt kan het soms nuttig zijn om na verloop van tijd een rotatiesysteem van taken in te voeren alsook een specifieke auditopdracht te vragen aan bijvoorbeeld de interne auditor of een derde met betrekking tot de procedures, de risico's en de correcte uitvoering van de verschillende taken door de financieel verantwoordelijke van de dienst en zijn medewerkers (boekhouders en anderen). De financieel verantwoordelijke van de dienst dient naast de algemene en bijzondere aandacht voor de financiële, boekhoudkundige en budgettaire processen ook bijzondere aandacht te hebben voor de financiële stromen die zich binnen zijn dienst voordoen. Rekening houdend dat hij optreedt als de persoon die de leidinggevende van de dienst dient in te lichten over de financiële toestand van de dienst moet hij steeds ook een juist zicht hebben op de financiële stromen die binnen de dienst plaatsvinden, zodoende zal hij deze dan ook op een regelmatige wijze dienen op te volgen. Het element regelmatig is afhankelijk van de frequentie van financiële stromen die plaatsvinden alsook van de grote van het geheel van financiële stromen die plaatsvindt, als van de hoeveelheid betrokken personen bij de behandeling van de financiële stromen of andere specifieke factoren in dit kader. Het is echter aan te raden om een nadere opvolging of controle toch zeker eens per trimester te voorzien om zo nodig nog tijdig te kunnen ingrijpen en correctieve maatregelen te nemen. Om de correctheid van de boekhoudingen te verzekeren wordt hem ook de opdracht gegeven de nodige procedures uit te werken die door zijn diensten of binnen de dienst, dienen nageleefd te worden in het bijzonder met betrekking tot het regelmatig uitvoeren van reconciliaties van de financiële, boekhoudkundige en budgettaire transacties. In dit kader wensen wij ook te verwijzen naar de toelichting bij het artikel 46, § 1 van dit besluit waar er een idee wordt gegeven van de mogelijke uit te voeren reconciliaties. Toch wensen wij hier ook te vermelden dat het opmaken van de nodige procedures niet voldoende is. Ook de opvolging van de uitvoering ervan is een essentieel punt. Het is op die momenten dat de financieel verantwoordelijke van de dienst ook kan ingrijpen door de nodige correctieve maatregelen onmiddellijk te laten uitvoeren en de nodige maatregelen te voorzien om onregelmatigheden in de toekomst te vermijden. Voorts zal hij ook rapporteren aan het directiecomité of de Raad van Bestuur of het bevoegde beheersorgaan van zijn dienst, over de maatregelen die hij genomen heeft om tegemoet te komen aan de toelichtingen en/of bevindingen die in de vermelde verslagen werden gegeven. Tot slot zal hij de door de boekhouder opgemaakte rekeningen nauwkeurig nazien op eventuele anomalieën en deze vervolgens ook verbeteren. Aansluitend zal hij ze met alle nodige elementen en toelichting ter kennis brengen van het directiecomité, de Raad van Bestuur of het bevoegd beheersorgaan van de dienst opdat zij bij de beoordeling van de rekeningen over alle elementen zouden beschikken om beslissingen te nemen en de rekeningen te kunnen ondertekenen met de daarvoor voorziene verklaringen. Zo er zich anomalieën hebben voorgedaan zal hij ook de nodige handelingen en procedures voorzien opdat deze zich in de toekomst niet meer zouden voordoen. Het is een van de elementen om garant te staan dat op elk ogenblik en in het bijzonder bij het afsluiten van de rekeningen een juist en getrouw beeld van de dienst en haar rekeningen kan gegeven worden. Artikel 25 § 1 De financieel verantwoordelijke van de dienst heeft als primordiale opdracht er voor te zorgen dat de boekhouding van zijn dienst(
  7. en)wordt gevoerd overeenkomstig de heersende wettelijke en reglementaire bepalingen, en dat die boekhouding een juist en getrouw beeld geeft van de toestand van zijn dienst. Hiervoor dient hij er over te waken dat binnen de dienst alle maatregelen door de verschillende actoren worden genomen opdat de financiële, boekhoudkundige en begrotingsverrichtingen zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde worden verwerkt. In dit kader kan hij, rekening houdend met de specificiteiten van zijn dienst, ook de maatregelen nemen die hij noodzakelijk acht om een verwerking zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde, in overeenstemming met de beginselen van een goed financieel beheer, van de verschillende boekhoudkundige handelingen te realiseren. Hierbij wordt hem de mogelijkheid geboden om alle mogelijke controles uit te oefenen of te laten uitoefenen op de financiële en budgettaire transacties, dit evenwel zonder afbreuk te doen aan de artikelen met betrekking tot de onverenigbaarheden van dit besluit. § 2 In deze tweede paragraaf staat vermeld hoe hij dient te handelen als hij kennis krijgt van onregelmatige handelingen binnen zijn dienst of bij de verrichtingen door de personen die tot zijn dienst behoren met inbegrip van de door hem aangestelde boekhouders. Dit zijn handelingen die afwijken van deze vermeld in § 1 van dit artikel. Voor deze tweede paragraaf dient men onder `zijn dienst' de financiële/boekhoudkundige dienst voor ogen te hebben, zijnde de dienst waar de boekhouders de boekhoudkundige handelingen verrichten. In deze financiële dienst kan de financieel verantwoordelijke, als hoofd van deze dienst, zonder de tussenkomst van een van de voormelde actoren, rechtstreeks en onmiddellijk de nodige instructies geven aan zijn medewerkers, zijnde de boekhouders en andere administratieve personen, werkzaam op de financiële/boekhoudkundige dienst. In paragraaf drie wordt dan onder "dienst" bedoeld de "andere diensten" van de dienst zoals omschreven in het artikel 2 van de Wet, dus alle andere diensten van de organisatie. In het kader van de conformiteit werd de term van de wetgever, zie artikel 2 van de Wet, weerhouden in dit uitvoeringsbesluit. In dit artikel proberen wij met de termen `de financiële/boekhoudkundige dienst' voor de § 2 en de `andere diensten' voor de § 3 een onderscheid te maken met de algemene term `dienst' zoals bedoeld in het artikel 2 van de Wet. In dit kader dient hij onmiddellijk de nodige correctieve maatregelen te nemen, zijnde maatregelen die de fouten in de betrokken boekhoudingen rechtzetten met inbegrip van de eventuele toevoegingen van de nog niet in het boekhoudsysteem en de boekhouding opgenomen gegevens of andere boekhoudkundige elementen zonder welke de volledigheid, de tijdigheid, de juistheid en de getrouwheid van de verwerking en zodoende ook het juist en getrouw beeld zou worden aangetast of zou kunnen aantasten. Dit geldt zowel voor de ontvangsten en de inkomsten als voor de uitgaven en de kosten. § 3 In de derde paragraaf van dit artikel worden de diensten bedoeld die wel deel uitmaken van de dienst(
  8. en)waarvoor hij als financieel verantwoordelijke is aangesteld maar die geen deel uitmaken van de dienst bedoeld in § 2, zijnde de financiële/boekhoudkundige dienst. Normaal gezien is er voor de in deze paragraaf bedoelde dienst(en), een ordonnateur aangesteld. Zodoende zal de financieel verantwoordelijke zich tot hem, de ordonnateur, richten en hem verzoeken, onverwijld de begane onregelmatigheden, van zijn dienst of van de personen die op zijn dienst zijn tewerkgesteld, in de betreffende boekhouding(
  9. en)te corrigeren en maatregelen te nemen om deze in de toekomst te vermijden. In dit kader wordt hij onverwijld geïnformeerd door de ordonnateur van de door deze laatste genomen maatregelen. Hij kan de ordonnateur ook verzoeken bepaalde rapporten periodiek over te maken. Het staat de financieel verantwoordelijke natuurlijk vrij om in het kader van de onregelmatigheden bijkomende controles uit te voeren die hem dienen te verzekeren dat deze onregelmatigheden zich in de toekomst niet meer zullen voordoen. Zo er volgens de financiële verantwoordelijke van de dienst geen of onvoldoende maatregelen genomen worden kan hij dit ter kennis brengen van de leidinggevende van de dienst die eventueel bijkomende maatregelen kan uitvaardigen. Zo de financieel verantwoordelijke van de dienst niet wordt geïnformeerd van de gerealiseerde of niet gerealiseerde correctieboekingen zal de financieel verantwoordelijke zich kunnen wenden tot de leidinggevende van de dienst om alsnog de nodige (correctie)boekingen uit te voeren of te laten uitvoeren en dit onder toezicht van de leidinggevende van de dienst. § 4 In de vierde paragraaf wordt omschreven hoe hij dient te handelen als hij van externen aan zijn dienst, in het bijzonder van de verantwoordelijken van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning kennis zou kunnen nemen van onregelmatigheden die werden opgemerkt in de boekhoudkundige verwerking van handelingen die zich hebben voorgedaan binnen zijn dien

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.