← België

Wet tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardighei

Kort samengevat

Deze wet hervormt de regels rond onbekwaamheid en introduceert een nieuwe beschermingsstatus die de menselijke waardigheid respecteert. Het doel is om de bescherming van kwetsbare personen te verbeteren en aan te passen aan moderne inzichten.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
17 MAART 2013. - Wet tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 2.In artikel 50 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/2001 pub. 31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom. 29/04/2001 pub. 03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, eerste lid, worden de woorden « , van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid, of van een onbekwaamverklaarde » opgeheven;2° in § 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van overlijden opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, ingeval de overledene een persoon beschermd krachtens artikel 492/1 of zijn bewindvoerder was.»; 3° in § 2, tweede lid, die § 2, derde lid, wordt, worden de woorden « het beschikkend gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft waarbij een onbekwaamverklaarde meerderjarige onder voogdij wordt geadopteerd of » opgeheven. Art. 3.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 145/1 ingevoegd, luidende : « Art. 145/1.De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 2°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een huwelijk aan te gaan, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter alsnog worden gemachtigd een huwelijk aan te gaan. De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. Een eensluidend verklaard afschrift van de beschikking wordt eveneens overgezonden aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand. ». Art. 4.In artikel 148 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 januari 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het vijfde lid worden de woorden « of wilsonbekwaam is » ingevoegd tussen de woorden « in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven » en « en de andere »;2° In het zesde lid worden de woorden « of wilsonbekwaam zijn » ingevoegd tussen de woorden « in de onmogelijkheid verkeren hun wil te kennen te geven » en « of ingeval ». Art. 5.Artikel 186 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 19 januari 1990, wordt hersteld als volgt : « Art. 186.De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 3°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om de nietigverklaring van het huwelijk te vorderen, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, alsnog worden gemachtigd de vordering tot nietigverklaring van het huwelijk in te stellen. De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ». Art. 6.In artikel 214 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Ingeval een der echtgenoten vermoedelijk afwezig is, of ingeval de vrederechter oordeelt dat een der echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is, dan wordt de echtelijke verblijfplaats vastgesteld door de andere echtgenoot. ». Art. 7.In artikel 220 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1967 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Ingeval een der echtgenoten vermoedelijk afwezig is, of ingeval de rechtbank oordeelt, op grond van feiten vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, dat een der echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is, dan kan de andere echtgenoot zich door de rechtbank van eerste aanleg laten machtigen om de in artikel 215, § 1, bedoelde handelingen alleen te verrichten. »; 2° In § 2 worden de woorden « of wilsonbekwaam is » ingevoegd tussen de woorden « in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven » en « , geen lasthebber heeft aangesteld ». Art. 8.Artikel 231 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten2, wordt hersteld als volgt : « Art. 231.De persoon die krachtens artikel 492/1 uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om de echtscheiding te vorderen, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, alsnog worden gemachtigd de vordering tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting als bedoeld in artikel 229 in te stellen of een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming als bedoeld in artikel 230 in te dienen. De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ». Art. 9.In artikel 311bis van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten2, wordt het cijfer « , 231 » ingevoegd na de woorden « De artikelen 229 ». Art. 10.Artikel 328 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 328.§ 1. De persoon die op grond van artikel 492/1, § 1, derde lid, 7°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een kind te erkennen, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter alsnog worden gemachtigd een kind te erkennen. De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. § 2. De erkenning kan geschieden ten gunste van een verwekt kind, dan wel van een overleden kind indien dit afstammelingen heeft nagelaten. Indien het kind overleden is zonder afstammelingen na te laten, kan de erkenning slechts geschieden binnen het jaar na zijn geboorte. ». Art. 11.In artikel 329bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende : « § 1/1.De toestemming van het meerderjarige kind is niet vereist indien de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat het kind niet wilsbekwaam is. Hetzelfde geldt ingeval het kind, bij beschikking van de vrederechter krachtens artikel 492/1, onbekwaam wordt verklaard om met zijn erkenning in te stemmen. Het kind dat zijn mening zelfstandig kan uiten, wordt rechtstreeks door de rechter gehoord. Ingeval het kind niet zelf zijn mening kan uiten, vertolkt de vertrouwenspersoon de mening van het kind. De rechter hecht passend belang aan deze mening. »; 2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « indien het kind onbekwaam is verklaard of zich in een staat van verlengde minderjarigheid bevindt, dan wel » opgeheven;3° in § 3, eerste lid, worden de woorden « dan wel in de onmogelijkheid zijn wil te kennen te geven » vervangen door de woorden « , vermoedelijk afwezig, in de onmogelijkheid zijn wil te kennen te geven dan wel wilsonbekwaam ». Art. 12.In artikel 331sexies van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de woorden « worden de niet-ontvoogde minderjarige, de onbekwaamverklaarde en de wilsonbekwame, in gedingen betreffende hun afstamming, als eiser of als verweerder vertegenwoordigd door hun wettelijke vertegenwoordiger en, indien er tegenstrijdigheid van belangen is, » vervangen door de woorden « wordt de niet-ontvoogde minderjarige, in gedingen betreffende zijn afstamming, als eiser of als verweerder vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger.Bij gebreke van wettelijke vertegenwoordiger, of indien er tegenstrijdigheid van belangen is, wordt hij vertegenwoordigd »; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : § 2.Onverminderd artikel 329bis, § 1/1, en artikel 332quinquies, § 1/1, kan de beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om in rechte op te treden als eiser in een geding betreffende zijn afstamming, alsnog op zijn verzoek door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter, ertoe worden gemachtigd in rechte op te treden als eiser in een dergelijk geding. De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ». Art. 13.In artikel 332quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende : « § 1/1.Er wordt geen rekening gehouden met het verzet van het meerderjarige kind indien de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat het kind niet wilsbekwaam is. Hetzelfde geldt ingeval het kind, bij beschikking van de vrederechter krachtens artikel 492/1, onbekwaam wordt verklaard zich te verzetten tegen een rechtsvordering tot onderzoek naar het moederschap of het vaderschap. Het kind dat zijn mening zelfstandig kan uiten, wordt rechtstreeks door de rechter gehoord. Ingeval het kind zijn mening niet zelf kan uiten, vertolkt de vertrouwenspersoon de mening van het kind. De rechter hecht passend belang aan die mening. »; 2° § 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt : « Er wordt geen rekening gehouden met het verzet van het minderjarige kind indien de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat het kind geen onderscheidingsvermogen heeft.». Art. 14.In artikel 348-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, wordt het tweede lid vervangen door twee leden, luidende : « In afwijking van het eerste lid is de toestemming niet vereist indien de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat de meerderjarige persoon wilsonbekwaam is. Hetzelfde geldt ingeval de meerderjarige persoon, bij beschikking van de vrederechter krachtens artikel 492/1, onbekwaam wordt verklaard om met zijn adoptie in te stemmen. De meerderjarige persoon die zijn mening zelfstandig kan uiten wordt rechtstreeks door de rechter gehoord. Ingeval de meerderjarige persoon zijn mening niet zelf kan uiten, vertolkt de vertrouwenspersoon de mening van die meerderjarige persoon. De rechter hecht passend belang aan deze mening. De toestemming is evenmin vereist als de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat de minderjarige geen onderscheidingsvermogen heeft. ». Art. 15.In artikel 348-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de woorden « behalve indien deze laatste zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of vermoedelijk afwezig is » vervangen door de woorden « behalve indien deze vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft of ingeval de rechtbank oordeelt, op grond van feiten vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, dat hij in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is ». Art. 16.In artikel 348-3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of vermoedelijk afwezig is » vervangen door de woorden « vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft, in de onmogelijkheid verkeert om zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is »;2° in het eerste en het tweede lid worden de woorden « , van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde » telkens opgeheven. Art. 17.In artikel 348-5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de woorden « of van een onbekwaamverklaarde » telkens opgeheven, en worden de woorden « zich in de onmogelijkheid bevinden hun wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats hebben of vermoedelijk afwezig zijn » vervangen door de woorden « vermoedelijk afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben of in de onmogelijkheid verkeren om hun wil te kennen te geven of wilsonbekwaam zijn ». Art. 18.In artikel 348-6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « , van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde die » vervangen door het woord « dat »;2° in het tweede lid worden de woorden « Indien een van die personen zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of vermoedelijk afwezig is » vervangen door de woorden « Indien een van die personen vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft of in de onmogelijkheid verkeert om zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is ». Art. 19.Artikel 348-7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 23/11/1998 pub. 11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 348-7. Voor de nieuwe adoptie van een kind dat voorheen ten volle is geadopteerd, is de toestemming van de vorige adoptant of adoptanten vereist, behalve indien zij vermoedelijk afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben, in de onmogelijkheid verkeren hun wil te kennen te geven, wilsonbekwaam zijn, of indien de vorige adoptie ten aanzien van hen is herzien. ». Art. 20.In artikel 353-8, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, worden de woorden « of zich in de onmogelijkheid bevindt het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde » vervangen door de woorden « , vermoedelijk afwezig is, in de onmogelijkheid verkeert het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde of wilsonbekwaam is ». Art. 21.In artikel 353-9, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, worden de woorden « of zich in de onmogelijkheid bevinden het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde » vervangen door de woorden « afwezig zijn, in de onmogelijkheid verkeren het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde of wilsonbekwaam zijn ». Art. 22.Artikel 353-11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, wordt opgeheven. Art. 23.Artikel 375, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wetten van 19 april 1995 en 9 mei 2007, wordt het vervangen door wat volgt : « Indien de afstamming niet is vastgesteld ten aanzien van een van de ouders of indien een van beiden overleden of vermoedelijk afwezig is dan wel in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is, oefent de andere dat gezag alleen uit. Tenzij deze onmogelijkheid voortvloeit uit een uitdrukkelijke beslissing genomen overeenkomstig artikel 492/1 of uit een vermoeden van afwezigheid, wordt ze vastgesteld door de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 1236bis van het Gerechtelijk Wetboek. ». Art. 24.Artikel 389 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/2001 pub. 31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom. 29/04/2001 pub. 03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 389.De voogdij over minderjarigen ontstaat indien beide ouders overleden zijn, wettelijk onbekend zijn, in de voortdurende onmogelijkheid zijn om het ouderlijk gezag uit te oefenen of wilsonbekwaam zijn. Tenzij deze onmogelijkheid voortvloeit uit een uitdrukkelijke beslissing genomen overeenkomstig artikel 492/1, uit een vermoeden van afwezigheid of uit een verklaring van afwezigheid, wordt ze vastgesteld door de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 1236bis van het Gerechtelijk Wetboek. ». Art. 25.In boek I, titel X, van hetzelfde Wetboek wordt hoofdstuk IV, dat de artikelen 487bis tot 487octies bevat en dat ingevoegd is bij de wet van 29 juni 1973, opgeheven. Art. 26.Het opschrift van boek 1, titel XI, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Titel XI. Meerderjarigheid en beschermde personen ». Art. 27.In boek I, titel XI, van hetzelfde Wetboek wordt hoofdstuk 1bis, dat de artikelen 488bis, A) tot 488bis, K) bevat, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten7, opgeheven. Art. 28.In boek I, titel XI, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt : « Hoofdstuk II. Beschermde personen ». Art. 29.In hoofdstuk II, vervangen bij artikel 28, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende « Toepassingsgebied ». Art. 30.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 29, wordt een artikel 488/1 ingevoegd, luidende : « Art. 488/1.De meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, kan onder bescherming worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist. Een minderjarige kan vanaf de volle leeftijd van zeventien jaar onder bescherming worden geplaatst, indien vaststaat dat hij bij zijn meerderjarigheid in de toestand zal verkeren als bedoeld in het eerste lid. ». Art. 31.In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 488/2 ingevoegd, luidende : « Art. 488/2.Een beschermingsmaatregel over de goederen kan worden bevolen voor meerderjarige personen die zich in staat van verkwisting bevinden, indien en voor zover de bescherming van hun belangen dit vereist. ». Art. 32.In hoofdstuk II, vervangen bij artikel 28, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende « Buitengerechtelijke bescherming ». Art. 33.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 32, wordt artikel 489, vervangen bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, vervangen door wat volgt : « Art. 489.De bepalingen van deze afdeling zijn uitsluitend van toepassing op daden van vertegenwoordiging die betrekking hebben op de goederen. ». Art. 34.In dezelfde afdeling 2 wordt artikel 490, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, hersteld als volgt : « Art. 490.De bijzondere of algemene lastgeving verleend door een wilsbekwame meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon waarvoor geen enkele beschermingsmaatregel werd getroffen als bedoeld in artikel 492/1, en die in het bijzonder tot doel heeft om voor hem een buitenrechterlijke bescherming te regelen, wordt geregistreerd in het centraal register dat wordt bijgehouden door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Het verzoek tot registratie gebeurt door de neerlegging van een voor eensluidend verklaard afschrift van de overeenkomst ter griffie van het vredegerecht van de verblijfplaats van de lastgever en subsidiair van zijn woonplaats, of door tussenkomst van de notaris die de lastgevingsovereenkomst heeft opgesteld. In deze overeenkomst kunnen een aantal beginselen worden opgenomen die de lasthebber bij de uitoefening van zijn opdracht in acht moet nemen. Binnen vijftien dagen na het verzoek tot registratie van de lastgevingsovereenkomst laat de griffier of de notaris deze opnemen in het centraal register dat wordt bijgehouden door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. De Koning bepaalt de nadere regels inzake oprichting, beheer en raadpleging van het centraal register. Hij bepaalt welke overheden gratis toegang hebben tot het centraal register en bepaalt het tarief van de kosten voor de registratie van de overeenkomsten. De lasthebber en de meerderjarige of ontvoogde minderjarige lastgever die wilsbekwaam is en voor wie geen beschermingsmaatregel werd getroffen als bedoeld in artikel 492/1 kunnen op ieder ogenblik hun beslissing om de overeenkomst te beëindigen schriftelijk ter kennis brengen van de in het tweede lid bedoelde griffie of notaris, met opgave van de redenen voor deze beslissing. De lastgever kan op dezelfde wijze ook de beginselen wijzigen die de lasthebber bij de uitoefening van zijn opdracht in acht moet nemen en die zijn opgenomen in die overeenkomst. De griffier of de notaris die in kennis is gesteld van de beslissing om de overeenkomst te beëindigen, brengt de griffier of notaris door wiens tussenkomst de overeenkomst werd geregistreerd hiervan op de hoogte. Deze laatste vermeldt de wijziging op de oorspronkelijke akte of op het afschrift. Er wordt voorts gehandeld overeenkomstig het vierde lid. ». Art. 35.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 490/1 ingevoegd, luidende : « Art. 490/1.§ 1. De in artikel 490 bedoelde bijzondere of algemene lastgeving eindigt niet van rechtswege wanneer de lastgever verkeert in de toestand als bedoeld in artikel 488/1 en 488/2. In afwijking van het eerste lid kunnen in dat geval niet als lasthebber optreden : 1° de personen op wie een in afdeling 3 bedoelde rechterlijke beschermingsmaatregel van toepassing is;2° de personen die krachtens artikel 496/6 geen bewindvoerder mogen zijn. § 2. De vrederechter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de lastgever, de lasthebber, iedere belanghebbende evenals de procureur des Konings, een beslissing treffen omtrent de uitvoering van de lastgeving. De artikelen 1241 en 1243 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. Ingeval de vrederechter vaststelt dat de lastgever zich bevindt in de toestand als bedoeld in artikel 488/1 of 488/2, dat de lastgeving beantwoordt aan het belang van de lastgever en dat de lasthebber zijn opdracht heeft aanvaard, beveelt hij dat de lastgeving geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 490/2. De beslissing wordt bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de verzoeker, de lastgever en de lasthebber. In het tegenovergestelde geval kan de vrederechter, bij een met bijzondere redenen omklede beschikking, met toepassing van artikel 492/1 een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen die de lastgeving geheel of gedeeltelijk beëindigt, of daarbovenop komt. De bepalingen van deel IV, boek IV, hoofdstuk X, afdeling I van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. § 3. De handelingen die de lasthebber in naam en voor rekening van de lastgever heeft verricht, kunnen, ingeval de lastgevingsovereenkomst niet voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 1, nietig worden verklaard in geval van benadeling, als de lasthebber wist of had moeten weten dat de lastgever zich op dat tijdstip kennelijk bevond in een toestand als bedoeld in artikel 488/1 of 488/2. De rechter beoordeelt de nietigheid van de handelingen, met inachtneming van de rechten van de derden die te goeder trouw zijn. De nietigheid doet geen afbreuk aan eventuele aansprakelijkheidsvorderingen die de lastgever tegen de lasthebber kan instellen. ». Art. 36.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 490/2 ingevoegd, luidende : « Art. 490/2.§ 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepaling is de in artikel 490 bedoelde lastgeving onderworpen aan de artikelen 1984 tot 2010. Bij de uitvoering van zijn opdracht neemt de lasthebber, voor zover mogelijk, de door de lastgever overeenkomstig artikel 490, derde lid, opgegeven beginselen in acht. De lasthebber pleegt bij de uitvoering van zijn opdracht op regelmatige tijdstippen overleg met de lastgever. Hij brengt de lastgever alsook, in voorkomend geval, de in de lastgevingsovereenkomst aangewezen derden op de hoogte van de handelingen die hij verricht. Wanneer de belangen van de lasthebber in strijd zijn met die van de lastgever, stelt de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de lastgever of iedere belanghebbende, een lasthebber ad hoc aan. De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure is van toepassing. De gelden en de goederen van de lastgever worden volledig en duidelijk afgescheiden van het persoonlijke vermogen van de lasthebber. De banktegoeden van de lastgever worden op zijn naam ingeschreven. Heeft de lastgever meerdere lasthebbers aangewezen, dan worden geschillen tussen hen door de vrederechter op verzoek beslecht in het belang van de lastgever. De in artikel 1252 bedoelde procedure van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing. § 2. De vrederechter kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk een einde maken aan de lastgeving, ingeval de uitvoering ervan van die aard is dat de belangen van de lastgever in gevaar worden gebracht of de lastgeving geheel of gedeeltelijk vervangen moet worden door een rechterlijke beschermingsmaatregel die de belangen van de lastgever beter dient. Hij kan tevens de uitvoering van de lastgeving onderwerpen aan dezelfde vormvereisten als die welke gelden bij een rechterlijke beschermingsmaatregel. De vrederechter kan zich hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van elke belanghebbende evenals de procureur des Konings, uitspreken over de voorwaarden en nadere regels tot uitvoering van de lastgeving. Op de niet-naleving van de opgelegde voorwaarden met betrekking tot de lastgeving staan dezelfde sancties als die welke gelden voor een rechterlijke beschermingsmaatregel. Artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing. § 3. De buitengerechtelijke beschermingsmaatregel neemt een einde : 1° ingeval de lastgever zich niet meer bevindt in de toestand als bedoeld in artikel 488/1 of 488/2;2° door de kennisgeving van de opzegging van de lastgeving door de lasthebber overeenkomstig artikel 490, vijfde lid;3° door de kennisgeving van de herroeping van de lastgeving door de lastgever overeenkomstig artikel 490, vijfde lid;4° door het overlijden van de lastgever of van de lasthebber of door diens plaatsing onder een rechterlijke beschermingsmaatregel, overeenkomstig artikel 492/1;5° door een beslissing van de vrederechter genomen overeenkomstig § 2 of artikel 490/1, § 2, derde lid.». Art. 37.In boek 1, titel XI, hoofdstuk II van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 28, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende « Rechterlijke bescherming ». Art. 38.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 37, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende « Definities ». Art. 39.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 38, wordt artikel 491, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, hersteld als volgt : « Art. 491.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : a) beschermde persoon : een meerderjarige persoon die door een rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 492/1 onbekwaam werd verklaard om één of meer handelingen te stellen;b) handelingen : materiële handelingen, rechtshandelingen of proceshandelingen;c) rechtshandelingen : handelingen die voor vertegenwoordiging vatbaar zijn en gesteld worden met het oog op het genereren van rechtsgevolgen;d) proceshandelingen : alle handelingen die betrekking hebben op het optreden in rechte als eiser of verweerder;e) bekwaamheid : de bevoegdheid om rechten en plichten zelf en zelfstandig uit te oefenen;f) bijstand : wijze waarop de in hoofdstuk II/1, afdeling 4, onderafdeling 2, bedoelde onbekwaamheid wordt opgevangen waarbij de beschermde persoon zelf, maar niet zelfstandig een bepaalde handeling mag stellen;g) vertegenwoordiging : wijze waarop de in hoofdstuk II/1, afdeling 4, onderafdeling 3, bedoelde onbekwaamheid wordt opgevangen waarbij de beschermde persoon niet zelfstandig, noch zelf een bepaalde handeling mag stellen.». Art. 40.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 37, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende « De onbekwaamheid ». Art. 41.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 40, wordt artikel 492, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, hersteld als volgt : « Art. 492.De vrederechter kan ten aanzien van de persoon bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen wanneer en in de mate hij vaststelt dat dit noodzakelijk is en dat de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat. De buitengerechtelijke beschermingsmaatregel blijft van toepassing in de mate dat hij verenigbaar is met de rechterlijke beschermingsmaatregel. In voorkomend geval bepaalt de vrederechter de voorwaarden waaronder de lastgeving verder kan worden uitgevoerd. ». Art. 42.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 492/1 ingevoegd, luidende : « Art. 492/1.§ 1. De vrederechter die een rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de persoon beveelt, bepaalt de handelingen in verband met de persoon waarvoor de beschermde persoon onbekwaam is, met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden en zijn gezondheidstoestand. Hij somt deze handelingen uitdrukkelijk op in zijn beschikking. Bij gebreke van aanwijzingen in de in het eerste lid bedoelde beschikking blijft de beschermde persoon bekwaam voor alle handelingen in verband met zijn persoon. De vrederechter oordeelt in zijn beschikking in ieder geval uitdrukkelijk over de bekwaamheid van de beschermde persoon met betrekking tot : 1° de keuze van zijn verblijfplaats;2° het geven van de toestemming tot huwen bedoeld in artikel 75 en 146;3° het instellen van en zich verweren tegen een vordering tot nietigverklaring van het huwelijk, bedoeld in de artikelen 180, 184 en 192;4° het instellen van en zich verweren tegen een vordering tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, bedoeld in artikel 229;5° het indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming bedoeld in artikel 230;6° het instellen van en zich verweren tegen een vordering tot scheiding van tafel en bed bedoeld in artikel 311bis;7° het erkennen van een kind overeenkomstig artikel 327;8° het voeren van gedingen als eiser of als verweerder betreffende zijn afstamming bedoeld in boek I, titel VII;9° de uitoefening van het ouderlijk gezag over de persoon van de minderjarige, bedoeld in boek I, titel IX;10° de aflegging van een verklaring van wettelijke samenwoning bedoeld in artikel 1476, § 1, alsook de beëindiging van de wettelijke samenwoning, bedoeld in artikel 1476, § 2;11° in voorkomend geval, het afleggen van een verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, bedoeld in hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984;12° de uitoefening van de rechten bedoeld in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens;13° de uitoefening van het recht bedoeld in de wet van 23 juni 1961Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten3 betreffende het recht tot antwoord;14° het richten van een verzoek tot naams- of voornaamswijziging, bedoeld in artikel 2 van de wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 04/05/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten6 betreffende de namen en voornamen;15° de uitoefening van de rechten van de patiënt, bedoeld in de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05/1998 pub. 14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 19/05/1998 pub. 05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom. 19/05/1998 pub. 28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom. 19/05/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten0 betreffende de rechten van de patiënt;16° het verlenen van de toestemming om een experiment op de menselijke persoon uit te voeren overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/1998 pub. 07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom. 19/05 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.