📄 Wettekst
25 APRIL 2024. - Besluit tot wijziging van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de geestelijke gezondheid en zijn diensten die actief zijn in Wallonië
De Waalse Regering, Gelet op de Waalse Code van Sociale Actie en Gezondheid, de artikelen 47/21, tweede lid, 47/24, § 1er, tweede lid, 491/35, vijfde lid, 491/36, vierde lid, 491/37, §§ 1er en 2, 491/39, tweede lid, 491/40, § 1er, tweede en derde lid, 491/43, tweede lid, 491/44, 491/46, tweede lid, 491/47, 491/48, derde lid, 491/49, zevende en achtste lid, 491/50, tweede lid, 538/3, achtste en negende lid, 538/9, tweede lid, 538/10, tweede lid, eerste lid, 538/11, 538/12, tweede en derde lid, 538/13, tweede lid, 538/14, alinea 2, 538/17, alinea 3, 538/18, alinea 4, 538/19, § 1er, alinea 3, § 2, 538/20, 538/21, alinea 3, 538/22, alinea's 2 en 3, 538/24, 538/30, § 2, 538/31, 538/33, alinea 1er, 538/34, alinea 3, 538/35, §§ 2 en 3, 538/38, lid 3, 538/39, lid 10, 538/40, §§ 2 en 3, 538/44, §§ 8 en 9, 538/50, leden 2 en 3, 538/51, § 2, lid 1er, 538/52, 538/53, leden 2 en 3, 538/54, 538/55, lid 2, 538/58, lid 2, 538/59, lid 4, 538/60, § 1er, tweede en tweede lid, 538/61, 538/62, derde lid, 538/63, derde en vierde lid, 538/65, § 1er, derde lid, 538/71, § 2, 538/72, 538/74, eerste lid, 538/75, derde lid, 538/76, tweede en derde lid, 538/79, derde lid, 538/80, tiende lid, 538/81, tweede en derde lid, 541, leden 8 en 9, 542, § 2, lid 3, 543, lid 5, 545, lid 5, 547, lid 3, 556, § 2, leden 2 en 3, 557, 558, § 2, lid 2, 560, § 1er, lid 4, en § 3, 561, § 3, 561/1, § 3, 562, 563, 564, 565, 566, §§ 2 en 3, 567, 568, § 3, 571, § 3, 581, § 1er, 585, § 2, § 3, en § 3, § 3, 590, 591, 598, 599, 600, § 1er, § 3, 603, § 2, 612, § 1er, § 3, en § 2, § 10, 615, 617/1, § 4, 617/2, tweede lid, 679/5, vierde lid, 679/7, § 2, derde en vierde lid, § 3, tweede lid, en § 4, 679/8, tweede en derde lid, 679/9, 679/10, derde lid, 679/11, § 2, tweede en derde lid, 679/13, tweede lid, 679/14, 679/15, derde lid, 679/16, achtste lid, 679/17, tweede en derde lid;
Gelet op het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
Gelet op het
koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten.
Gelet op het
koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten0 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de initiatieven van beschut wonen en op de samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten;
Gelet op het
koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van initiatieven van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten.
Gelet op het koninklijk besluit van 10 december 1990 houdende vaststelling van de regels voor het bepalen van de opnemingsprijs voor personen die worden opgenomen in psychiatrische verzorgingstehuizen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 16 juni 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten1 houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.
Gelet op het
koninklijk besluit van 18 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten2 houdende vaststelling van de regelen volgens dewelke het budget van financiële middelen, het quotum van verblijfdagen en de prijs per verblijfdag voor initiatieven van beschut wonen worden bepaald;
Gelet op het
koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten3 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen ;
Gelet op het
koninklijk besluit van 17 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten4 houdende vaststelling van de regelen volgens welke een gedeelte van de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen ten laste van de Staat wordt gelegd ;
Gelet op het
koninklijk besluit van 23 juni 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/05/2002
pub.
31/07/2002
numac
2002022559
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie
sluiten5 houdende vaststelling van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 5 november 1987 tot bepaling van de nadere regels voor de erkenning en de sluiting alsook van de procedure inzake beroep voor de ziekenhuizen en de ziekenhuisdiensten, afdelingen, functies, initiatieven van beschut wonen en samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten Gelet op het ministerieel besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van het programmacijfer voor psychiatrische verzorgingstehuizen Gelet op het ministerieel besluit van 10 juli 1990 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de psychiatrische verzorgingstehuizen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 17 oktober 2023;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 25 oktober 2023;
Gelet op het rapport van 15 februari 2024 opgesteld overeenkomstig artikel 4, 2°, van het
decreet van 3 maart 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten2 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;
Gelet op het advies van de Waalse Adviesraad voor gehandicapte personen, gegeven op 14 november 2023;
Gelet op het standaardadvies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 19 december 2023 ;
Gelet op het verzoek om adviesverlening binnen een termijn van dertig dagen, gericht aan de Raad van State, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat de adviesaanvraag is ingeschreven op 16 februari 2024 op de rol van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onder het nummer 75.662/4;
Gelet op de beslissing van de afdeling Wetgeving van 19 februari 2024 om binnen de gevraagde termijn geen advies te verlenen, met toepassing van artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het advies van de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië), gegeven op 18 december 2023;
Overwegende dat het advies van de "Commission wallonne de la Santé" (Waalse Gezondheidscommissie) op 31 oktober 2023 werd gevraagd, dat de "Commission wallonne de la Santé" (Waalse Gezondheidscommissie) niet binnen de vereiste termijn op dit verzoek heeft geantwoord;
Gelet op de beslissingen van 7 november 2023 van het inter-Franstalig Overlegorgaan en van het intra-Franstalig ministerieel comité voor overleg om geen advies uit te brengen;
Op de voordracht van de Minister van Gezondheid;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSUTK I. - Inleidende bepaling
Artikel 1.Dit besluit regelt krachtens artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet.
HOOFDSTUK II - Gelet op het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid; Afdeling 1. - Invoering van een specifieke Titel gewijd aan
geestelijke gezondheid
Art. 2.Het opschrift van Titel III van Boek VII van deel twee van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt vervangen door : "Titel III. Bijzondere stelsels inzake geestelijke gezondheidszorg". ". Afdeling 2. - Wijzigingen van het strategisch plan voor geestelijke
gezondheid
Art. 3.In titel III van boek VII van deel twee van het hetzelfde Wetboek wordt vóór hoofdstuk I, een inleidend hoofdstuk ingevoegd, met als opschrift: "Inleidend hoofdstuk strategisch plan voor geestelijke gezondheid ".
Art. 4.In het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 1. Opstellen van een strategisch plan voor geestelijke gezondheid. ".
Art. 5.In afdeling 1 van het inleidende hoofdstuk van titel II van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/1.§ 1. Twee jaar voor het verstrijken van het plan beslist de Minister, na advies van het stuurcomité, over de oprichting van werkgroepen.
De Minister bepaalt: 1° het aantal werkgroepen;2° het thema dat door elke werkgroep dient te worden behandeld;3° de vertegenwoordiging van de sectoren en doelgroepen in elke werkgroep met betrekking tot het in 2° bedoelde thema;4° de verslagleggingsfrequentie van elke werkgroep. De leden van elke werkgroep worden door het stuurcomité aangesteld.
De overeenkomstig de bovenstaande leden opgerichte werkgroepen hebben tot opdracht het stuurcomité voorstellen te doen inzake doelstellingen en strategieën op het gebied van geestelijke gezondheid. § 2. Een jaar voor het verstrijken van het plan dient het stuurcomité, op grond van de voorstellen van de werkgroepen, een ontwerpplan in bij de Minister. ".
Art. 6.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/2 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/2.De Minister legt het ontwerpplan voor advies voor aan het Comité "Gezondheid" bedoeld in artikel 11 van het decreetgevend deel van het Wetboek. Dit advies wordt uiterlijk twee maanden na de adviesaanvraag langs elektronische weg aan de Minister meegedeeld.
De Minister legt het plan, samen met het advies van het Comité "Gezondheid", ter goedkeuring voor aan de Regering.
Het plan is in overeenstemming met nationale en internationale verbintenissen en overeenkomsten.
Het plan wordt voor vijf jaar aangenomen.
Het plan is progressief. De Regering of haar afgevaardigde brengt de aanpassingen aan in het plan die noodzakelijk zijn geworden door de gevolgen van de in het plan voorziene maatregelen en door de ontwikkeling van de gezondheidssituatie, na het advies van het stuurcomité te hebben aangevraagd. Het stuurcomité brengt zijn advies uit binnen de maand van de adviesaanvraag. ".
Art. 7.In het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/2, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling 2. Sturingscomité ".
Art. 8.In afdeling 2 van het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/3 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/3.§ 1. Het stuurcomité bestaat uit gewone leden en genodigden.
Indien een beslissing genomen moet worden via een stemming, nemen enkel de gewone leden eraan deel. § 2. Het stuurcomité bestaat uit de volgende personen : 1° de Minister of diens afgevaardigde;2° twee leden van het Agentschap aangewezen op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "Gezondheid";3° een lid van het Agentschap aangewezen op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "Handicap";4° een vertegenwoordiger per overlegplatform inzake geestelijke gezondheid : 5° twee vertegenwoordigers van psychiatrische verzorgingstehuizen, aangewezen op voordracht van de federaties van psychiatrische verzorgingstehuizen;6° twee vertegenwoordigers van psychiatrische verzorgingstehuizen, aangewezen op voordracht van de federaties van initiatieven voor beschut wonen;7° twee vertegenwoordigers van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg, aangewezen op voordracht van de federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg;8° twee vertegenwoordigers van netwerken gespecialiseerd in verslaving;9° drie vertegenwoordigers van de Waalse verzekeringsinstellingen: 10° een lid voorgedragen door de verenigingen van begunstigden.11° één vertegenwoordiger per referentiecentrum voor geestelijke gezondheid;12° een vertegenwoordiger per specifiek referentiecentrum 13° een vertegenwoordiger van de eerstelijnszorg;14° een vertegenwoordiger van de personen met een handicap. De gewone leden van het stuurcomité worden aangewezen door de Minister voor een periode van vijf jaar, die kan verlengd worden.
Een plaatsvervangend lid wordt voor elk gewoon lid aangesteld. Dit plaatsvervangend lid zetelt enkel als het desbetreffend gewoon lid afwezig is.
Het gewone lid dat het comité verlaten heeft, wordt onmiddellijk vervangen voor de resterende duur van het mandaat van het vervangen gewone lid. § 3. Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften en de agenda, alle personen uit die erkend zijn om hun bijzondere deskundigheid inzake geestelijke gezondheid en wier aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden.
Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften en de agenda, vertegenwoordigers uit van de regionale overheidsdiensten, de federale overheidsdiensten of van andere deelentiteiten waarvan de aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden. § 4. Bij zijn installatie stelt het stuurcomité een bureau aan en kiest zijn voorzitter bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige gewone leden.
Het secretariaat van het stuurcomité wordt door het Agentschap waargenomen. De notulen van de vergaderingen van het stuurcomité worden door het Agentschap bewaard. De notulen worden bewaard tot ten minste 31 december van het tiende jaar na de opstelling daarvan. § 5. Het stuurcomité neemt zijn huishoudelijk reglement aan. § 6. Het stuurcomité vergadert zo vaak als zijn opdrachten zulks vereisen, en ten minste eenmaal per jaar.
Het stuurcomité vergadert op initiatief van zijn voorzitter, of wanneer een derde van zijn leden daarom verzoekt. ". Afdeling 3. - Wijzigingen betreffende de referentiecentra inzake
geestelijke gezondheid
Art. 9.In titel III van boek VII van deel II van hetzelfde wetboek wordt na artikel 1609/3 een inleidend hoofdstuk bis ingevoegd, met als opschrift: "Inleidend hoofdstuk bis Referentiecentra inzake geestelijke gezondheid ".
Art. 10.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 1. Algemene bepalingen. ".
Art. 11.In afdeling 1 van het inleidend hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde wetboek wordt een artikel 1609/4 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/4.De definities in artikel 491/33 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "inrichtende macht" verstaan: het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of het specifieke referentiecentrum. ".
Art. 12.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/4, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 2. Actieplan ".
Art. 13.In afdeling 2 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/5 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/5.Om de gegevens te verzamelen die nodig of nuttig zijn voor het uitvoeren van de acties bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek, is het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid gemachtigd om verzoeken om informatie in te dienen bij alle overheidsinstanties en particuliere instellingen.
De gegevens worden in geanonimiseerde vorm verzameld, in overeenstemming met de auteursrechtwetgeving. ".
Art. 14.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/6 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/6.De Minister stelt het model van actieplan bedoeld in artikel 49136 van het decreetgevend deel van het Wetboek op.
Het actieplan omvat : 1° alle acties die het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid onderneemt in het kader van zijn erkenning;2° in voorkomend geval, acties die worden uitgevoerd krachtens een erkenning als bedoeld in de artikelen 410/9, 410/16 en 410/25 van het decreetgevend deel van het Wetboek. De acties bedoeld in het tweede lid, 2°, komen niet in aanmerking voor de subsidie bedoeld in artikel 1609/15. ".
Art. 15.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/7 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/7.§ 1. Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid stuurt het Agentschap elektronisch zijn actieplan als bijlage bij zijn erkenningsaanvraag.
De toekenning van de erkenning impliceert stilzwijgende goedkeuring van het actieplan. § 2. Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid stuurt aanpassingen aan de doelstellingen van zijn actieplan elektronisch naar het Agentschap binnen een maand na de aannemingen van deze wijzigingen.
Het Agentschap bericht ontvangst van de aanpassingen van het actieplan binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de zending.
Het Agentschap keurt de aanpassingen van het actieplan goed binnen de drie maanden te rekenen van hun ontvangst. Als het Agentschap niet binnen deze termijn reageert, betekent dit dat de aanpassingen van het actieplan stilzwijgend worden goedgekeurd. ".
Art. 16.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/7, een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 3. Erkenning. ".
Art. 17.In afdeling 3 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/8 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/8.De deontologische regels bedoeld in artikel 491/36, lid 1, 8°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn in bijlage 144 vermeld. ".
Art. 18.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/9 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/9.De erkenningsaanvraag wordt elektronisch door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid bij het Agentschap ingediend, na een oproep bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 491/37, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek. De termijn voor het indienen van de aanvraag wordt in de oproep vermeld.
De aanvraag omvat : 1° een formulier, opgesteld door het Agentschap en ingevuld door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, met: a) het ondernemingsnummer, b) de identiteit van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, de hoedanigheid en het mandaat van zijn vertegenwoordiger;c) het adres van de hoofdvestiging;d) in voorkomend geval, de adressen van eventuele bijkantoren; e) contactgegevens, zoals adres, email, telefoonnummer.....; ; f) de verbintenis om de opdracht bedoeld in artikel 491/34 van het decreetgevend deel van het Wetboek uit te voeren;g) de verbintenis om de acties bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek uit te voeren;h) de verbintenis om het actieplan uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 491/36, lid 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek;i) de handtekening van de onder b) bedoelde vertegenwoordiger;2° een uittreksel uit de notulen van de vergadering van bestuursorgaan waarop de beslissing tot het aanvragen van de erkenning werd genomen;3° het bewijs van het mandaat van de vertegenwoordiger bedoeld in 1°, b), wanneer dit mandaat niet is bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;4° een verklaring op eer waaruit blijkt dat de kandidaat wordt begeleid door academische of wetenschappelijke adviseurs als bedoeld in artikel 491/36, eerste lid, 6°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;5° het actieplan bedoeld in artikel 491/36, lid 1, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;6° de voorlopige begroting bedoeld in artikel 491/36, eerste lid, 7°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;7° het organigram van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg;8° elk ander document dat het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid relevant acht om zijn aanvraag te ondersteunen.".
Art. 19.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/10 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/10.§ 1. Het Agentschap bericht ontvangst van de erkenningsaanvraag langs elektronische weg binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het dossier. § 2. Wanneer het dossier onvolledig is, vraagt het Agentschap de ontbrekende of onvolledige documenten op binnen een termijn van één maand, die ingaat op de datum van ontvangst van het dossier.
Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid beschikt over een termijn van een maand, te rekenen vanaf de in lid 1 bedoelde aanvraag, om haar dossier te vervolledigen. Indien dit niet het geval is, wordt zijn erkenningsaanvraag geacht niet-ontvankelijk te zijn. § 3. Het Agentschap maakt het volledige dossier, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van het volledige dossier over aan de Minister. § 4. De Minister beslist over de erkenningsaanvragen binnen twee maanden na toezending van het volledige dossier door het Agentschap.
De Minister of zijn afgevaardigde maakt zijn beslissing aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid bekend. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap toegezonden. ".
Art. 20.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/10, een afdeling 4 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 4.
Begeleidingscomité ".
Art. 21.In afdeling 4 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/11 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/11.Het begeleidingscomité bestaat uit: 1° drie personen die het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigen;2° één persoon die elk ander erkend referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;3° één persoon die elk erkend specifiek referentiecentrum vertegenwoordigt;4° twee personen, behorend tot verschillende categorieën van instellingen, die de sector van de geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen en erkend zijn door het Waals Gewest;5° een persoon die de hulp- en zorgverleners bedoeld in het decreetgevend deel van het Wetboek vertegenwoordigt;6° een persoon die de begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;7° een persoon die de gezinnen van begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;8° een persoon die de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;".
Art. 22.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/12 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/12.§ 1. De kandidatuur voor het begeleidingscomité wordt door de kandidaat elektronisch ingediend bij het Agentschap, na bekendmaking van een oproep tot kandidatuur in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 491/40, § 1 van het decreetgevend deel van het Wetboek. De termijn voor het indienen van de kandidatuur wordt in de oproep vermeld.
In de oproep tot het indienen van kandidaturen specificeert de Minister de inhoud van de kandidatuur voor het begeleidingscomité. § 2. De Administratie bericht ontvangst van de kandidatuur voor het begeleidingscomité binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de kandidatuur. § 3. Het Agentschap zendt de Minister het volledige dossier van de kandidaturen voor het begeleidingscomité, samen met zijn advies, op hetzelfde ogenblik als het dossier betreffende de erkenning van het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid. § 4. De Minister beslist over de samenstelling van het begeleidingscomité onmiddellijk na het verlenen van de erkenning aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg.
De Minister of zijn afgevaardigde maakt zijn beslissing aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid en aan de kandidaten voor het begeleidingsbekend. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap overgemaakt. § 5. Wanneer de ontvangen aanvragen voor het begeleidingscomité niet toelaten het begeleidingscomité volledig samen te stellen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1609/11, duidt de Minister de leden van het begeleidingscomité aan op basis van de ontvangen kandidaturen en maakt hij een nieuwe oproep tot kandidaturen bekend met het oog op het vervolledigen van de samenstelling van het begeleidingscomité. ".
Art. 23.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/12, een afdeling 5 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 5. Specifieke referentiecentra ".
Art. 24.In afdeling 5 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/13 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/13.De opdrachten van het in artikel 491, tweede lid, van het decreet bedoelde specifieke referentiecentrum worden in overleg met het erkende referentiecentrum voor geestelijke gezondheid uitgeoefend om de uitwisselingen en samenwerkingen te bevorderen. ".
Art. 25.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/14 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/14.Het begeleidingscomité bestaat uit: 1° drie personen die het betrokken specifieke referentiecentrum vertegenwoordigen;2° één persoon die elk ander erkend referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;3° één persoon die elk ander erkend specifiek referentiecentrum vertegenwoordigt dat zich met hetzelfde onderwerp bezighoudt;4° twee personen, behorend tot verschillende categorieën van instellingen, die de sector van de geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen en erkend zijn door het Waals Gewest;5° een persoon die de hulp- en zorgverleners bedoeld in het decreetgevend deel van het Wetboek vertegenwoordigt;6° een persoon die de begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;7° een persoon die de gezinnen van begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;8° een persoon die de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;".
Art. 26.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/14, een afdeling 6 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 6. Subsidiëring ".
Art. 27.In afdeling 6 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/15 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/15.§ 1. Het erkende referentiecentrum voor geestelijke gezondheid krijgt een totale subsidie van 500.000,00 euro toegewezen.
Het in lid 1 bedrag van 500.000,00 euro is gekoppeld aan de spilindex 123,14, in de basis 2013 = 100. Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. § 2. De artikelen 12/1 en 12/2 zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde subsidie. § 3. De Minister bepaalt per omzendbrief de lijst van de in aanmerking komende kosten die ten laste komen van de subsidie bedoeld in paragraaf 1.
Deze omzendbrief wordt elektronisch aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid overgemaakt.
Art. 28.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/16 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/16.Overeenkomstig artikel 491/47 van het decreetgevend deel van het Wetboek worden de balans en de resultatenrekening opgesteld op basis van het model opgenomen in bijlage 7 van het
koninklijk besluit van 29 april 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/08/2002
pub.
26/09/2002
numac
2002022737
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de rechten van de patiënt
sluiten1 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. ".
Art. 29.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/16, een afdeling 7 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 7. Evaluatie, controle en sancties ".
Art. 30.In afdeling 7 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/17 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/17.§ 1. De evaluatie van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid is gebaseerd op: 1° de ingediende activiteitenverslagen;2° de vorige evaluatieverslagen. § 2. De evaluatie heeft tot doel: 1° de positieve of negatieve verschillen tussen de doelstellingen van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid en de uitgevoerde acties vast te stellen en toe te lichten;2° een kwalitatieve evaluatie uit te voeren van de acties die door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid worden uitgevoerd;3° aanbevelingen op te stellen ter verbetering van de kwaliteit van de acties en praktijken van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid; 4° nieuwe doelstellingen uitwerken voor het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid.; § 3. Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid voert ten minste om de drie jaar een zelfevaluatie uit.
Het zelfevaluatieverslag wordt elektronisch aan het Agentschap toegezonden.
Het Agentschap maakt, indien nodig, opmerkingen over het hem toegezonden zelfevaluatieverslag. § 4. Een evaluatiegesprek vindt plaats op initiatief van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, dan wel op initiatief van het Agentschap, wanneer een van deze partijen een dergelijk gesprek nuttig acht.
Het evaluatiegesprek omvat, voor zover mogelijk: 1° alle leden van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg;2° alle personeelsleden van het Agentschap die belast zijn met de evaluatie van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid i 3° eventueel andere personen die gezamenlijk door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid en het Agentschap worden uitgenodigd. Aan het eind van het evaluatiegesprek stelt het Agentschap een evaluatieverslag op.
Dit evaluatieverslag wordt binnen de maand na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid.
Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid heeft vanaf de ontvangst van het evaluatieverslag één maand de tijd om zijn opmerkingen elektronisch bij het Agentschap in te dienen.
Het Agentschap verwerkt de opmerkingen van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid in het definitieve evaluatieverslag. § 5. Het in paragraaf 3 bedoelde zelfevaluatieverslag wordt, met de eventuele opmerkingen van het Agentschap, binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid aan het begeleidingscomité.
Het in paragraaf 4 bedoelde definitieve evaluatieverslag wordt binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid en aan het begeleidingscomité. ".
Art. 31.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/18 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/18.De conclusies van de in artikel 491/49 van het decreetgevend Wetboek bedoelde controle worden binnen een termijn van drie maanden toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, dat over een termijn van een maand beschikt, te rekenen vanaf de ontvangst van de conclusies, om haar opmerkingen aan het Agentschap te doen toekomen. ".
Art. 32.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/19 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/19.§ 1. Wanneer het Agentschap vaststelt dat een referentiecentrum voor geestelijke gezondheid niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, stelt het dit referentiecentrum voor geestelijke gezondheid in kennis van de vastgestelde tekortkomingen en van de termijn om hieraan te voldoen, die niet korter mag zijn dan een maand vanaf de kennisgeving van de tekortkomingen. § 2. Na afloop van de termijn om zich in overeenstemming te brengen, doet het Agentschap, indien de vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, een voorstel tot intrekking van de erkenning, waarvan het kennis geeft aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid Binnen een termijn van ten minste vijftien dagen vanaf de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid uitgenodigd voor een hoorzitting, teneinde zijn argumenten naar voren te brengen. Het kan zich laten bijstaan door de raadsheer van zijn keuze.
Binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de hoorzitting wordt een proces-verbaal van verhoor waarbij elk nieuw element wordt gevoegd, opgesteld en overgemaakt aan het verhoord referentiecentrum voor geestelijke gezondheid dat over 15 dagen beschikt om zijn opmerkingen te laten gelden.
Na afloop van die termijn wordt het volledige dossier voor beslissing aan de Minister overgemaakt. § 3. De Minister beslist over het voorstel tot intrekking van de erkenning binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het volledige dossier. ". Afdeling 4. - Afdeling 4. Wijzigingen betreffende de psychiatrische
verzorgingstehuizen.
Art. 33.In titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768 een hoofdstuk I/1 ingevoegd, met als opschrift: "Hoofdstuk I/1. Psychiatrische verzorgingstehuizen ".
Art. 34.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift. "Afdeling 1. Algemene bepalingen. ".
Art 35. In afdeling 1 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg": het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid zoals bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek 2° "specifiek referentiecentrum": het specifiek referentiecentrum zoals bedoeld in artikel 491/42 van het decreetgevend deel van het Wetboek;3° "inrichtende macht": het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer van het psychiatrisch verzorgingstehuis. De definities in artikel 538/1 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op dit hoofdstuk. ".
Art. 35.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/1, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 2. Organisatie- en werkingsregels. ".
Art. 36.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel II van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Onderafdeling 1. Dienstverleningsproject "
Art. 37.In onderafdeling 1 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van Boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/2 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/2.§ 1. De territoriale omgeving bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit de beschrijving van de ligging van elke vestiging van het psychiatrisch verzorgingstehuis in relatie tot onder meer de demografische kenmerken van de betrokken gemeente, de aanwezigheid van andere economische activiteiten, de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer.
De institutionele omgeving bedoeld in artikel 538/3, lid 6, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit het aanduiden van de aanwezigheid van andere instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in de nabijheid van elk psychiatrisch verzorgingstehuis. § 2. De doelstellingen en het actieplan bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek worden bepaald in verhouding tot de doelstellingen, acties en strategieën voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid bedoeld in artikel 47/19, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, voor zover deze doelstellingen, acties en strategieën betrekking hebben op de opdracht van psychiatrische verzorgingstehuizen bedoeld in artikel 538/2 van het decreetgevend deel van het Wetboek. § 3. Het psychiatrisch verzorgingstehuis bepaalt de acties die betrokken zijn bij de zelfevaluatie bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis bepaalt de indicatoren die gebruikt worden voor de zelfevaluatie en de frequentie van de zelfevaluatie, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke actie. ".
Art. 38.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/3 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/3.Elk psychiatrisch verzorgingstehuis kan de hulp inroepen van een referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of een specifiek referentiecentrum om zijn dienstverleningsproject te ontwikkelen en zijn zelfevaluatie uit te voeren.
De aanvraag voor individuele ondersteuning wordt elektronisch verstuurd naar het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of het specifieke referentiecentrum en ter informatie doorgestuurd naar de administratie. ".
Art. 39.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/4 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/4.§ 1. Voordat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd, wordt het onderworpen aan het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/13 van het decreetgevend deel van het Wetboek;
Het dienstverleningsproject wordt definitief goedgekeurd door de inrichtende macht na et in lid 1 bedoelde overleg. § 2. Het dienstverleningsproject geeft aan welke periode het bestrijkt, die niet langer mag zijn dan vijf jaar. § 3. Het psychiatrisch verzorgingstehuis dient zijn nieuw dienstverleningsproject langs elektronische weg bij het Agentschap in vóór het einde van de zesde maand vóór het verstrijken van zijn lopende dienstverleningsproject.
Het Agentschap bericht ontvangst van het dienstverleningsproject binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de verzending.
Het Agentschap keurt het dienstverleningsproject goed binnen de drie maanden te rekenen van zijn ontvangst. Als het Agentschap niet binnen deze termijn reageert, betekent dit dat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd. § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt het eerste dienstverleningsproject door de inrichtende macht goedgekeurd zonder voorafgaand overleg.
In afwijking van paragraaf 3 dient het psychiatrische verzorgingstehuis zijn eerste dienstverleningsproject elektronisch in bij het Agentschap als bijlage bij haar erkenningsaanvraag. ".
Art. 40.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/4 een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 2.
Personeel en omkadering. ".
Art. 41.In onderafdeling 2 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/5 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/5.Het psychiatrisch verzorgingstehuis moet een geneesheer-psychiater in dienst hebben.
De geneesheer-psychiater voert de volgende specifieke taken uit: 1° hij is verantwoordelijk voor het opname- en ontslagbeleid;2° hij legt contacten met het netwerk voor medische aangelegenheden;3° hij is verantwoordelijk voor interventiescenario's in geval van een crisis;4° hij is verantwoordelijk voor de supervisie van het multidisciplinaire team. Bij afwezigheid van een geneesheer-psychiater kunnen deze taken worden toevertrouwd aan een arts gespecialiseerd in neurologie of een arts gespecialiseerd in geriatrie. ".
Art. 42.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/6 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/6.Om deel uit te maken van het verzorgend en paramedisch personeel moet je in het bezit zijn van : 1° een van de volgende masterdiploma's, bachelordiploma's of erkenning als zorgverlener: a) verpleegkundige;b) psycholoog;c) assistent in de psychologie;d) criminoloog ;e) maatschappelijk werker ;f) ergotherapeut ;g) master- of bachelordiploma sociologie ;h) een master- of bachelordiploma in menswetenschappen en sociale wetenschappen;i) opvoeder;j) orthopedagoog;k) fysiotherapeut;l) psycho-motricus;m) zorgkundige;n) een ander master- of bachelordiploma in de zorg.; 2° of een A2-opvoederdiploma.".
Art. 43.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/7 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/7.De personeelsnorm is 13,5 voltijdequivalenten per dertig begunstigden, met de volgende limieten: 1° ten hoogste 5 voltijdse equivalenten voor het personeel bedoeld in artikel 1768/5 ;2° ten minste 8,5 voltijdse equivalenten voor het personeel bedoeld in artikel 1768/6, waarvan één voltijds equivalent voor de functie van hoofdverpleegkundige. De in lid 1 bedoelde norm wordt verhoogd met één halftijdse orthopedagoog of psycholoog per vijftien begunstigden met een verstandelijke handicap.
De inrichtende mach benoemt één hoofdverpleegkundige per dertig begunstigden. Deze hoofdverpleegkundige is opgenomen in de norm bedoeld in lid 1. ".
Art. 44.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/8 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/8.§ 1. De inrichtende macht kan een geneesheer psychiater, een arts gespecialiseerd in neurologie, een arts gespecialiseerd in geriatrie, een klinisch psycholoog of een zelfstandig fysiotherapeut aanwerven in het kader van een samenwerkingsovereenkomst. § 2. De inrichtende macht kan een onafhankelijke dienstverlener, anders dan bedoeld in paragraaf 1, in het kader van een samenwerkingsovereenkomst alleen in dienst nemen met toestemming van de Minister.
Om de in lid 1 bedoelde vergunning te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. Dit verzoek gaat vergezeld van een gedetailleerd dossier waarin wordt aangetoond dat het moeilijk is om een statutaire werknemer of een werknemer in loondienst met een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. De Minister beslist over de aanvraag binnen de maand na ontvangst van het dossier.
De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis.
In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt en de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het tweede lid. De minister beslist over deze vergunningsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ".
Art. 45.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/9 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/9.Het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/13 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt minstens één keer per maand georganiseerd.
Voorafgaand aan elke multidisciplinaire overlegvergadering wordt een agenda gestuurd naar elke persoon die deelneemt, in overeenstemming met de procedures die zijn vastgelegd in het dienstverleningsproject.
Van elke multidisciplinaire overlegvergadering worden notulen opgesteld volgens de procedures die in het dienstverleningsproject staan. ".
Art. 46.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/10 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/10.Er moet op elk moment van de dag ten minste één verpleegkundige per dertig begunstigden aanwezig zijn.
Tijdens de nacht moet er op elk moment ten minste één verpleegkundige of een zorgkundige per dertig begunstigden aanwezig zijn. Als een zorgkundige 's nachts dienst heeft, kan hij een verpleegkundige oproepen als dat nodig is. ".
Art. 47.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/10 een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 3.
Bepalingen betreffende het gebouw ".
Art. 48.In onderafdeling 3 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/11 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/11.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/17, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis.
In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt en de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid.
De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ".
Art. 49.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/12 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/12.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/18, lid 4, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis.
In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt en de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid.
De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ".
Art. 50.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/13 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/13.§ 1. In afwijking van artikel 538/19, § 1, lid 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek mag een kamer twee bedden hebben wanneer het totaal aantal kamers met twee bedden in het psychiatrisch verzorgingstehuis niet meer bedraagt dan de helft van het totaal aantal kamers in dit psychiatrisch verzorgingstehuis. § 2. De minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/19, § 1, derde lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek, andere dan deze bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel.
Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis.
In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt en de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid.
De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ".
Art. 51.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/14 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/14.§ 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis heeft de volgende gemeenschappelijke ruimtes: 1° een of meer eetzalen;2° een woonkamer, bij voorkeur een andere dan een eetkamer ;3° een ruimte voor gezamenlijke activiteiten en bezigheidstherapie;4° gebieden voor individuele hulp en ondersteuning. § 2. Het psychiatrisch verzorgingstehuis moet voldoende sanitaire voorzieningen hebben. Deze sanitaire voorzieningen omvatten : 1° minstens één wastafel per begunstigde ;2° een douche of bad voor maximaal zes begunstigden;3° een toilet voor maximaal zes gebruikers. Badkamer- en toiletdeuren moeten naar buiten opengaan en voorzien zijn van veiligheidssloten die geopend kunnen worden door het personeel.
De sanitaire voorzieningen en slaapkamers zijn uitgerust met een oproepsysteem. ".
Art. 52.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/15 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/15.Het psychiatrisch verzorgingstehuis voldoet aan de brandbeveiligingsnormen die gelden voor ziekenhuizen. ".
Art. 53.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/16 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/16.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/21, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis.
In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt en de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid.
De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ".
Art. 54.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/17 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/17.Het psychiatrisch verzorgingstehuis is toegankelijk en geschikt voor personen met beperkte mobiliteit.
De lokalen waar het psychiatrisch verzorgingstehuis op 1 januari 2024 gevestigd is, moeten toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit uiterlijk: 1° na de uitvoering van de eerste verbouwingswerken in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw;2° na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe lokalen die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven stedenbouwkundige vergunning. Het psychiatrisch verzorgingstehuis dat beschikt over lokalen die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar lokalen die niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit.
Wanneer de lokalen om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt het psychiatrisch verzorgingstehuis personen met beperkte mobiliteit of lijdend aan een sensoriële handicap alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. ".
Art. 55.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/17 een onderafdeling 4 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 4.
Bepalingen betreffende de leefomgeving ".
Art. 56.In onderafdeling 4 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/18 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/18.Het psychiatrisch verzorgingstehuis bewaart medicijnen in een afgesloten kast. ".
Art. 57.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/18, een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 3. Financiële bepalingen ".
Art. 58.In afdeling 3 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/19 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/19.§ 1. De verblijfskosten voor begunstigden die zijn opgenomen in een psychiatrisch verzorgingstehuis bestaan uit de volgende onderdelen: 1° deel A dient om de kosten van investeringen en kortetermijnleningen te dekken;2° deel B1A is bedoeld om de werkingskosten te dekken;3° deel B1B is bedoeld om de werkingskosten te dekken;4° deel B2 dient ter dekking van de kosten van medisch en paramedisch personeel;5° deel C2A1 is bedoeld om de inhaalkosten te dekken;6° deel C2A2 is bedoeld om inhaalbetalingen op de attractiviteitspremie te dekken;7° deel C2B vertegenwoordigt de infrastructuurinhaalheffing. Delen A, B1B en C2B zijn voor rekening van de begunstigde.
Delen A, C2A1 en C2A2 zijn voor rekening van het Agentschap. § 2. Deel A van de verblijfskosten is vastgesteld op één bedrag van 2,48 per dag. § 3. Deel B1A van de verblijfskosten is vastgesteld op 3,40 per dag. § 4. Deel B1B van de verblijfskosten is vastgesteld op 43,85 euro per dag. § 5. Deel B2-van de verblijfskosten komt overeen met het verschil tussen het bedrag berekend volgens artikel 1768/20 en het bedrag van deel C2A1van de verblijfskosten. § 6. Deel C2A1 van de verblijfskosten komt overeen met het verschil tussen enerzijds het bedrag van de nog niet in aanmerking genomen inhaalbedragen voor de psychiatrische verzorgingstehuizen gedeeld door het aantal dagen dat overeenstemt met het gemiddelde aantal bedden in de psychiatrische verzorgingstehuizen die voor 90% bezet zijn, en anderzijds deel C2B van de verblijfskosten.
Voor de berekening van het gemiddelde aantal bedden als bedoeld in lid 1 worden de meest recente beschikbare gegevens in aanmerking genomen.
Wanneer het in lid 1 bedoelde verschil negatief is, wordt deel C2B van de verblijfskosten voor de berekening van dit verschil tot nul herleid. § 7. Deel C2A2 van de verblijfskosten is een forfaitair bedrag per voltijdsequivalent per jaar, dat als volgt wordt vastgesteld: 1° voor de psychiatrische verzorgingstehuizen in de openbare sector : 960,77 euro;2° voor de psychiatrische verzorgingstehuizen in de private sector : 996,55 euro. De in lid 1 genoemde bedragen zijn inclusief werkgeversbijdragen en zijn bedoeld om de betaling te dekken van de attractiviteitspremie voor personeel dat boven de minimum omkaderingsnormen in dienst is.
Voor de toepassing van dit lid komt het aantal voltijdse equivalenten dat in aanmerking wordt genomen overeen met het verschil tussen het aantal voltijdse equivalenten dat door de psychiatrische verzorgingstehuizen wordt aangegeven in het kadaster van de non-profit tewerkstelling, op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt toegekend, en het aantal voltijdse equivalenten dat voldoet aan de personeelsnorm bedoeld in artikel 1768/7. § 8. Deel C2B van de verblijfskosten van de accommodatie komt overeen met het gemiddelde inhaalbedrag dat wordt verkregen door de nog niet in aanmerking genomen inhaalbedragen voor alle vestigingen op te tellen, gedeeld door het aantal dagen dat overeenkomt met het totale gemiddelde aantal bedden in de sector dat voor 90% bezet is, waarna dit gemiddelde inhaalbedrag wordt verminderd met een bedrag van 1,60 euro. Het bedrag is niet hoger dan 4,84 euro. § 9. Voor de toepassing van de paragrafen 6, 7 en 8 is de nieuwe prijs van toepassing en wordt deze meegedeeld op 1 oktober van elk jaar. § 10. De respectieve bedragen van 3,40 euro bedoeld in lid 3, 43,85 euro bedoeld in paragraaf 4, 960,77 en 996,55 euro bedoeld in paragraaf 7, lid 1, en 4,84 euro bedoeld in lid 8 zijn gekoppeld aan de spilindex 123,14 in de basis 2013 = 100. Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. ".
Art. 59.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/20 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/20.§ 1. De bijdrage die verzekeraars betalen voor diensten van psychiatrische verzorgingstehuizen voor mensen die lijden aan een langdurige gestabiliseerde psychische stoornis in een psychiatrisch verzorgingstehuis is vastgesteld op 97,19 euro per dag. § 2. De bijdrage die verzekeraars betalen voor diensten van psychiatrische verzorgingstehuizen voor verstandelijk gehandicapten in een psychiatrisch verzorgingstehuis is vastgesteld op 105,23 euro per dag. § 3. In de interventies bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 is een bedrag van 2,48 per dag opgenomen ter dekking van de kosten van toezicht door een psychiatrisch specialist. § 4. De bedragen, bedoeld in paragraaf 1 en n paragraaf 2, worden verminderd met 14,87 euro per dag indien krachtens een overeenkomst tussen de psychiatrische instellingen en de verzekeraars een bijdrage uit de ziekte- en invaliditeitsverzekering wordt verleend voor functionele heropvoeding nazorg tijdens het verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis. § 5. De bijdrage bedoeld in paragraaf 1 omvat een bedrag van 1,24 ter dekking van de attractiviteitspremie voor personeel dat aan minimale omkaderingsnormen voldoet.
De bijdrage bedoeld in paragraaf 2 omvat een bedrag van 1,24 ter dekking van de attractiviteitspremie voor personeel dat aan minimale omkaderingsnormen voldoet. § 6 In de bijdrage bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 wordt een bedrag van 0,87 euro opgenomen voor de financiering van de uren onregelmatige dienstverlening door ve …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.