Besluit tot wijziging van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende de geestelijke gezondheid en zijn diensten die actief zijn in
In het kort
Deze wet wijzigt het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en richt zich op de geestelijke gezondheid en de diensten die in Wallonië actief zijn. Het doel is om een strategisch plan voor geestelijke gezondheid op te stellen en te beheren.
Wat het reguleert
- De opstelling van een strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
- De procedure voor het indienen en goedkeuren van dit plan.
- De samenstelling en taken van werkgroepen die voorstellen doen voor het plan.
- De rol en samenstelling van een stuurcomité voor geestelijke gezondheid.
Wie het betreft
- De Waalse Regering en de Minister van Gezondheid.
- Diensten en instellingen die actief zijn in de geestelijke gezondheidszorg in Wallonië.
Kernpunten
- Twee jaar voor het verstrijken van een strategisch plan beslist de Minister over de oprichting van werkgroepen.
- Deze werkgroepen doen voorstellen voor doelstellingen en strategieën op het gebied van geestelijke gezondheid.
- Een jaar voor het verstrijken van het plan dient het stuurcomité een ontwerpplan in bij de Minister.
- Het strategisch plan wordt voor vijf jaar aangenomen en is progressief, wat betekent dat aanpassingen mogelijk zijn.
Wettekst
Wetboek van Sociale Actie
Gezondheid betreffende de geestelijke gezondheid
zijn diensten die actief zijn in Wallonië De Waalse Regering, Gelet op de Waalse Code van Sociale Actie
Gezondheid, de artikelen 47/21, tweede lid, 47/24, § 1er, tweede lid, 491/35, vijfde lid, 491/36, vierde lid, 491/37, §§ 1er
2, 491/39, tweede lid, 491/40, § 1er, tweede
derde lid, 491/43, tweede lid, 491/44, 491/46, tweede lid, 491/47, 491/48, derde lid, 491/49, zevende
achtste lid, 491/50, tweede lid, 538/3, achtste
negende lid, 538/9, tweede lid, 538/10, tweede lid, eerste lid, 538/11, 538/12, tweede
derde lid, 538/13, tweede lid, 538/14, alinea 2, 538/17, alinea 3, 538/18, alinea 4, 538/19, § 1er, alinea 3, § 2, 538/20, 538/21, alinea 3, 538/22, alinea's 2
3, 538/24, 538/30, § 2, 538/31, 538/33, alinea 1er, 538/34, alinea 3, 538/35, §§ 2
3, 538/38, lid 3, 538/39, lid 10, 538/40, §§ 2
3, 538/44, §§ 8
9, 538/50, leden 2
3, 538/51, § 2, lid 1er, 538/52, 538/53, leden 2
3, 538/54, 538/55, lid 2, 538/58, lid 2, 538/59, lid 4, 538/60, § 1er, tweede
tweede lid, 538/61, 538/62, derde lid, 538/63, derde
vierde lid, 538/65, § 1er, derde lid, 538/71, § 2, 538/72, 538/74, eerste lid, 538/75, derde lid, 538/76, tweede
derde lid, 538/79, derde lid, 538/80, tiende lid, 538/81, tweede
derde lid, 541, leden 8
9, 542, § 2, lid 3, 543, lid 5, 545, lid 5, 547, lid 3, 556, § 2, leden 2
3, 557, 558, § 2, lid 2, 560, § 1er, lid 4,
§ 3
, 561, § 3, 561/1, § 3, 562, 563, 564, 565, 566, §§ 2
3, 567, 568, § 3, 571, § 3, 581, § 1er, 585, § 2, § 3,
§ 3
, § 3, 590, 591, 598, 599, 600, § 1er, § 3, 603, § 2, 612, § 1er, § 3,
§ 2
, § 10, 615, 617/1, § 4, 617/2, tweede lid, 679/5, vierde lid, 679/7, § 2, derde
vierde lid, § 3, tweede lid,
§ 4
, 679/8, tweede
derde lid, 679/9, 679/10, derde lid, 679/11, § 2, tweede
derde lid, 679/13, tweede lid, 679/14, 679/15, derde lid, 679/16, achtste lid, 679/17, tweede
derde lid; Gelet op het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie
Gezondheid; Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen; Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen
diensten. Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten0 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de initiatieven van beschut wonen
op de samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen
diensten; Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten0 houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van initiatieven van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten. Gelet op het koninklijk besluit van 10 december 1990 houdende vaststelling van de regels voor het bepalen van de opnemingsprijs voor personen die worden opgenomen in psychiatrische verzorgingstehuizen; Gelet op het koninklijk besluit van 16 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten1 houdende vaststelling van het maximum aantal plaatsen van beschut wonen dat in gebruik mag worden genomen alsmede van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten2 houdende vaststelling van de regelen volgens dewelke het budget van financiële middelen, het quotum van verblijfdagen
de prijs per verblijfdag voor initiatieven van beschut wonen worden bepaald; Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten3 betreffende de vaststelling
de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen ; Gelet op het koninklijk besluit van 17 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten4 houdende vaststelling van de regelen volgens welke een gedeelte van de opnemingsprijs in psychiatrische verzorgingstehuizen ten laste van de Staat wordt gelegd ; Gelet op het koninklijk besluit van 23 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten5 houdende vaststelling van de regelen inzake de gelijkwaardige vermindering van een aantal ziekenhuisbedden zoals bedoeld in artikel 35 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 5 november 1987 tot bepaling van de nadere regels voor de erkenning
de sluiting alsook van de procedure inzake beroep voor de ziekenhuizen
de ziekenhuisdiensten, afdelingen, functies, initiatieven van beschut wonen
samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen
diensten Gelet op het ministerieel besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van het programmacijfer voor psychiatrische verzorgingstehuizen Gelet op het ministerieel besluit van 10 juli 1990 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de psychiatrische verzorgingstehuizen; Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 17 oktober 2023; Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 25 oktober 2023; Gelet op het rapport van 15 februari 2024 opgesteld overeenkomstig artikel 4, 2°, van het decreet van 3 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten2 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad
tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet; Gelet op het advies van de Waalse Adviesraad voor gehandicapte personen, gegeven op 14 november 2023; Gelet op het standaardadvies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 19 december 2023 ; Gelet op het verzoek om adviesverlening binnen een termijn van dertig dagen, gericht aan de Raad van State, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de adviesaanvraag is ingeschreven op 16 februari 2024 op de rol van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onder het nummer 75.662/4; Gelet op de beslissing van de afdeling Wetgeving van 19 februari 2024 om binnen de gevraagde termijn geen advies te verlenen, met toepassing van artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies van de "Conseil économique, social et
vironnemental de Wallonie" (Economische, Sociale
Milieuraad van Wallonië), gegeven op 18 december 2023; Overwegende dat het advies van de "Commission wallonne de la Santé" (Waalse Gezondheidscommissie) op 31 oktober 2023 werd gevraagd, dat de "Commission wallonne de la Santé" (Waalse Gezondheidscommissie) niet binnen de vereiste termijn op dit verzoek heeft geantwoord; Gelet op de beslissingen van 7 november 2023 van het inter-Franstalig Overlegorgaan
van het intra-Franstalig ministerieel comité voor overleg om geen advies uit te brengen; Op de voordracht van de Minister van Gezondheid; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSUTK I. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit besluit regelt krachtens artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet. HOOFDSTUK II - Gelet op het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie
Gezondheid; Afdeling 1. - Invoering van een specifieke Titel gewijd aan geestelijke gezondheid Art. 2.Het opschrift van Titel III van Boek VII van deel twee van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie
Gezondheid wordt vervangen door : "Titel III. Bijzondere stelsels inzake geestelijke gezondheidszorg". ". Afdeling
- - Wijzigingen van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid Art. 3.In titel III van boek VII van deel twee van het hetzelfde Wetboek wordt vóór hoofdstuk I, een inleidend hoofdstuk ingevoegd, met als opschrift: "Inleidend hoofdstuk strategisch plan voor geestelijke gezondheid ". Art. 4.In het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Opstellen van een strategisch plan voor geestelijke gezondheid. ". Art. 5.In afdeling 1 van het inleidende hoofdstuk van titel II van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/1.§
- Twee jaar voor het verstrijken van het plan beslist de Minister, na advies van het stuurcomité, over de oprichting van werkgroepen. De Minister bepaalt: 1° het aantal werkgroepen;2° het thema dat door elke werkgroep dient te worden behandeld;3° de vertegenwoordiging van de sectoren
doelgroepen in elke werkgroep met betrekking tot het in 2° bedoelde thema;4° de verslagleggingsfrequentie van elke werkgroep. De leden van elke werkgroep worden door het stuurcomité aangesteld. De overeenkomstig de bovenstaande leden opgerichte werkgroepen hebben tot opdracht het stuurcomité voorstellen te doen inzake doelstellingen
strategieën op het gebied van geestelijke gezondheid. § 2. Een jaar voor het verstrijken van het plan dient het stuurcomité, op grond van de voorstellen van de werkgroepen, een ontwerpplan in bij de Minister. ". Art. 6.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/2 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/2.De Minister legt het ontwerpplan voor advies voor aan het Comité "Gezondheid" bedoeld in artikel 11 van het decreetgevend deel van het Wetboek. Dit advies wordt uiterlijk twee maanden na de adviesaanvraag langs elektronische weg aan de Minister meegedeeld. De Minister legt het plan, samen met het advies van het Comité "Gezondheid", ter goedkeuring voor aan de Regering. Het plan is in overeenstemming met nationale
internationale verbintenissen
overeenkomsten. Het plan wordt voor vijf jaar aangenomen. Het plan is progressief. De Regering of haar afgevaardigde brengt de aanpassingen aan in het plan die noodzakelijk zijn geworden door de gevolgen van de in het plan voorziene maatregelen
door de ontwikkeling van de gezondheidssituatie, na het advies van het stuurcomité te hebben aangevraagd. Het stuurcomité brengt zijn advies uit binnen de maand van de adviesaanvraag. ". Art. 7.In het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/2, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift "Afdeling
- Sturingscomité ". Art. 8.In afdeling 2 van het inleidende hoofdstuk van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/3 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/3.§
- Het stuurcomité bestaat uit gewone leden
genodigden. Indien een beslissing genomen moet worden via een stemming, nemen
kel de gewone leden eraan deel. § 2. Het stuurcomité bestaat uit de volgende personen : 1° de Minister of diens afgevaardigde;2° twee leden van het Agentschap aangewezen op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "Gezondheid";3° een lid van het Agentschap aangewezen op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "Handicap";4° een vertegenwoordiger per overlegplatform inzake geestelijke gezondheid : 5° twee vertegenwoordigers van psychiatrische verzorgingstehuizen, aangewezen op voordracht van de federaties van psychiatrische verzorgingstehuizen;6° twee vertegenwoordigers van psychiatrische verzorgingstehuizen, aangewezen op voordracht van de federaties van initiatieven voor beschut wonen;7° twee vertegenwoordigers van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg, aangewezen op voordracht van de federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg;8° twee vertegenwoordigers van netwerken gespecialiseerd in verslaving;9° drie vertegenwoordigers van de Waalse verzekeringsinstellingen: 10° een lid voorgedragen door de verenigingen van begunstigden.11° één vertegenwoordiger per referentiecentrum voor geestelijke gezondheid;12° een vertegenwoordiger per specifiek referentiecentrum 13° een vertegenwoordiger van de eerstelijnszorg;14° een vertegenwoordiger van de personen met een handicap. De gewone leden van het stuurcomité worden aangewezen door de Minister voor een periode van vijf jaar, die kan verlengd worden. Een plaatsvervangend lid wordt voor elk gewoon lid aangesteld. Dit plaatsvervangend lid zetelt
kel als het desbetreffend gewoon lid afwezig is. Het gewone lid dat het comité verlaten heeft, wordt onmiddellijk vervangen voor de resterende duur van het mandaat van het vervangen gewone lid. § 3. Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften
de agenda, alle personen uit die erkend zijn om hun bijzondere deskundigheid inzake geestelijke gezondheid
wier aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden. Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften
de agenda, vertegenwoordigers uit van de regionale overheidsdiensten, de federale overheidsdiensten of van andere deelentiteiten waarvan de aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden. § 4. Bij zijn installatie stelt het stuurcomité een bureau aan
kiest zijn voorzitter bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige gewone leden. Het secretariaat van het stuurcomité wordt door het Agentschap waargenomen. De notulen van de vergaderingen van het stuurcomité worden door het Agentschap bewaard. De notulen worden bewaard tot ten minste 31 december van het tiende jaar na de opstelling daarvan. § 5. Het stuurcomité neemt zijn huishoudelijk reglement aan. § 6. Het stuurcomité vergadert zo vaak als zijn opdrachten zulks vereisen,
ten minste eenmaal per jaar. Het stuurcomité vergadert op initiatief van zijn voorzitter, of wanneer een derde van zijn leden daarom verzoekt. ". Afdeling
- - Wijzigingen betreffende de referentiecentra inzake geestelijke gezondheid Art. 9.In titel III van boek VII van deel II van hetzelfde wetboek wordt na artikel 1609/3 een inleidend hoofdstuk bis ingevoegd, met als opschrift: "Inleidend hoofdstuk bis Referentiecentra inzake geestelijke gezondheid ". Art. 10.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Algemene bepalingen. ". Art. 11.In afdeling 1 van het inleidend hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde wetboek wordt een artikel 1609/4 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/4.De definities in artikel 491/33 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op dit hoofdstuk. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "inrichtende macht" verstaan: het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of het specifieke referentiecentrum. ". Art. 12.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/4, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Actieplan ". Art. 13.In afdeling 2 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/5 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/5.Om de gegevens te verzamelen die nodig of nuttig zijn voor het uitvoeren van de acties bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek, is het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid gemachtigd om verzoeken om informatie in te dienen bij alle overheidsinstanties
particuliere instellingen. De gegevens worden in geanonimiseerde vorm verzameld, in overeenstemming met de auteursrechtwetgeving. ". Art. 14.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/6 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/6.De Minister stelt het model van actieplan bedoeld in artikel 49136 van het decreetgevend deel van het Wetboek op. Het actieplan omvat : 1° alle acties die het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid onderneemt in het kader van zijn erkenning;2° in voorkomend geval, acties die worden uitgevoerd krachtens een erkenning als bedoeld in de artikelen 410/9, 410/16
410/25 van het decreetgevend deel van het Wetboek. De acties bedoeld in het tweede lid, 2°, komen niet in aanmerking voor de subsidie bedoeld in artikel 1609/
- ". Art. 15.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/7 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/7.§
- Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid stuurt het Agentschap elektronisch zijn actieplan als bijlage bij zijn erkenningsaanvraag. De toekenning van de erkenning impliceert stilzwijgende goedkeuring van het actieplan. §
- Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid stuurt aanpassingen aan de doelstellingen van zijn actieplan elektronisch naar het Agentschap binnen een maand na de aannemingen van deze wijzigingen. Het Agentschap bericht ontvangst van de aanpassingen van het actieplan binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de zending. Het Agentschap keurt de aanpassingen van het actieplan goed binnen de drie maanden te rekenen van hun ontvangst. Als het Agentschap niet binnen deze termijn reageert, betekent dit dat de aanpassingen van het actieplan stilzwijgend worden goedgekeurd. ". Art. 16.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/7, een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Erkenning. ". Art. 17.In afdeling 3 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/8 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/8.De deontologische regels bedoeld in artikel 491/36, lid 1, 8°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn in bijlage 144 vermeld. ". Art. 18.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/9 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/9.De erkenningsaanvraag wordt elektronisch door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid bij het Agentschap ingediend, na een oproep bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 491/37, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek. De termijn voor het indienen van de aanvraag wordt in de oproep vermeld. De aanvraag omvat : 1° een formulier, opgesteld door het Agentschap
ingevuld door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, met:
- a)het ondernemingsnummer,
- b)de identiteit van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, de hoedanigheid
het mandaat van zijn vertegenwoordiger;
- c)het adres van de hoofdvestiging;
- d)in voorkomend geval, de adressen van eventuele bijkantoren;
- e)contactgegevens, zoals adres, email, telefoonnummer.....; ;
- f)de verbintenis om de opdracht bedoeld in artikel 491/34 van het decreetgevend deel van het Wetboek uit te voeren;
- g)de verbintenis om de acties bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek uit te voeren;
- h)de verbintenis om het actieplan uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 491/36, lid 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
- i)de handtekening van de onder
- b)bedoelde vertegenwoordiger;2° een uittreksel uit de notulen van de vergadering van bestuursorgaan waarop de beslissing tot het aanvragen van de erkenning werd genomen;3° het bewijs van het mandaat van de vertegenwoordiger bedoeld in 1°, b), wanneer dit mandaat niet is bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;4° een verklaring op eer waaruit blijkt dat de kandidaat wordt begeleid door academische of wetenschappelijke adviseurs als bedoeld in artikel 491/36, eerste lid, 6°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;5° het actieplan bedoeld in artikel 491/36, lid 1, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;6° de voorlopige begroting bedoeld in artikel 491/36, eerste lid, 7°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;7° het organigram van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg;8° elk ander document dat het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid relevant acht om zijn aanvraag te ondersteunen.". Art. 19.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/10 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/10.§ 1. Het Agentschap bericht ontvangst van de erkenningsaanvraag langs elektronische weg binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het dossier. § 2. Wanneer het dossier onvolledig is, vraagt het Agentschap de ontbrekende of onvolledige documenten op binnen een termijn van één maand, die ingaat op de datum van ontvangst van het dossier. Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid beschikt over een termijn van een maand, te rekenen vanaf de in lid 1 bedoelde aanvraag, om haar dossier te vervolledigen. Indien dit niet het geval is, wordt zijn erkenningsaanvraag geacht niet-ontvankelijk te zijn. § 3. Het Agentschap maakt het volledige dossier, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van het volledige dossier over aan de Minister. § 4. De Minister beslist over de erkenningsaanvragen binnen twee maanden na toezending van het volledige dossier door het Agentschap. De Minister of zijn afgevaardigde maakt zijn beslissing aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid bekend. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap toegezonden. ". Art. 20.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/10, een afdeling 4 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 4. Begeleidingscomité ". Art. 21.In afdeling 4 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/11 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/11.Het begeleidingscomité bestaat uit: 1° drie personen die het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigen;2° één persoon die elk ander erkend referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;3° één persoon die elk erkend specifiek referentiecentrum vertegenwoordigt;4° twee personen, behorend tot verschillende categorieën van instellingen, die de sector van de geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen
erkend zijn door het Waals Gewest;5° een persoon die de hulp-
zorgverleners bedoeld in het decreetgevend deel van het Wetboek vertegenwoordigt;6° een persoon die de begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;7° een persoon die de gezinnen van begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;8° een persoon die de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;". Art. 22.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/12 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/12.§
- De kandidatuur voor het begeleidingscomité wordt door de kandidaat elektronisch ingediend bij het Agentschap, na bekendmaking van een oproep tot kandidatuur in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 491/40, § 1 van het decreetgevend deel van het Wetboek. De termijn voor het indienen van de kandidatuur wordt in de oproep vermeld. In de oproep tot het indienen van kandidaturen specificeert de Minister de inhoud van de kandidatuur voor het begeleidingscomité. §
- De Administratie bericht ontvangst van de kandidatuur voor het begeleidingscomité binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de kandidatuur. §
- Het Agentschap zendt de Minister het volledige dossier van de kandidaturen voor het begeleidingscomité, samen met zijn advies, op hetzelfde ogenblik als het dossier betreffende de erkenning van het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid. §
- De Minister beslist over de samenstelling van het begeleidingscomité onmiddellijk na het verlenen van de erkenning aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg. De Minister of zijn afgevaardigde maakt zijn beslissing aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid
aan de kandidaten voor het begeleidingsbekend. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap overgemaakt. § 5. Wanneer de ontvangen aanvragen voor het begeleidingscomité niet toelaten het begeleidingscomité volledig samen te stellen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1609/11, duidt de Minister de leden van het begeleidingscomité aan op basis van de ontvangen kandidaturen
maakt hij een nieuwe oproep tot kandidaturen bekend met het oog op het vervolledigen van de samenstelling van het begeleidingscomité. ". Art. 23.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/12, een afdeling 5 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 5. Specifieke referentiecentra ". Art. 24.In afdeling 5 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/13 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/13.De opdrachten van het in artikel 491, tweede lid, van het decreet bedoelde specifieke referentiecentrum worden in overleg met het erkende referentiecentrum voor geestelijke gezondheid uitgeoefend om de uitwisselingen
samenwerkingen te bevorderen. ". Art. 25.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/14 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/14.Het begeleidingscomité bestaat uit: 1° drie personen die het betrokken specifieke referentiecentrum vertegenwoordigen;2° één persoon die elk ander erkend referentiecentrum voor geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;3° één persoon die elk ander erkend specifiek referentiecentrum vertegenwoordigt dat zich met hetzelfde onderwerp bezighoudt;4° twee personen, behorend tot verschillende categorieën van instellingen, die de sector van de geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen
erkend zijn door het Waals Gewest;5° een persoon die de hulp-
zorgverleners bedoeld in het decreetgevend deel van het Wetboek vertegenwoordigt;6° een persoon die de begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;7° een persoon die de gezinnen van begunstigden van erkende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigt;8° een persoon die de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid vertegenwoordigt;". Art. 26.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/14, een afdeling 6 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Subsidiëring ". Art. 27.In afdeling 6 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/15 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/15.§
- Het erkende referentiecentrum voor geestelijke gezondheid krijgt een totale subsidie van 500.000,00 euro toegewezen. Het in lid 1 bedrag van 500.000,00 euro is gekoppeld aan de spilindex 123,14, in de basis 2013 =
- Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. §
- De artikelen 12/1
12/2 zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde subsidie. §
- De Minister bepaalt per omzendbrief de lijst van de in aanmerking komende kosten die ten laste komen van de subsidie bedoeld in paragraaf
- Deze omzendbrief wordt elektronisch aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid overgemaakt. Art. 28.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/16 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/16.Overeenkomstig artikel 491/47 van het decreetgevend deel van het Wetboek worden de balans
de resultatenrekening opgesteld op basis van het model opgenomen in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 29 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten1 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen
verenigingen. ". Art. 29.In het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1609/16, een afdeling 7 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 7. Evaluatie, controle
sancties ". Art. 30.In afdeling 7 van het inleidende hoofdstuk bis van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1609/17 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/17.§
- De evaluatie van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid is gebaseerd op: 1° de ingediende activiteitenverslagen;2° de vorige evaluatieverslagen. §
- De evaluatie heeft tot doel: 1° de positieve of negatieve verschillen tussen de doelstellingen van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid
de uitgevoerde acties vast te stellen
toe te lichten;2° een kwalitatieve evaluatie uit te voeren van de acties die door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid worden uitgevoerd;3° aanbevelingen op te stellen ter verbetering van de kwaliteit van de acties
praktijken van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid; 4° nieuwe doelstellingen uitwerken voor het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid.; §
- Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid voert ten minste om de drie jaar een zelfevaluatie uit. Het zelfevaluatieverslag wordt elektronisch aan het Agentschap toegezonden. Het Agentschap maakt, indien nodig, opmerkingen over het hem toegezonden zelfevaluatieverslag. §
- Een evaluatiegesprek vindt plaats op initiatief van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, dan wel op initiatief van het Agentschap, wanneer een van deze partijen een dergelijk gesprek nuttig acht. Het evaluatiegesprek omvat, voor zover mogelijk: 1° alle leden van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg;2° alle personeelsleden van het Agentschap die belast zijn met de evaluatie van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid i 3° eventueel andere personen die gezamenlijk door het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid
het Agentschap worden uitgenodigd. Aan het eind van het evaluatiegesprek stelt het Agentschap een evaluatieverslag op. Dit evaluatieverslag wordt binnen de maand na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid. Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid heeft vanaf de ontvangst van het evaluatieverslag één maand de tijd om zijn opmerkingen elektronisch bij het Agentschap in te dienen. Het Agentschap verwerkt de opmerkingen van het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid in het definitieve evaluatieverslag. § 5. Het in paragraaf 3 bedoelde zelfevaluatieverslag wordt, met de eventuele opmerkingen van het Agentschap, binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid aan het begeleidingscomité. Het in paragraaf 4 bedoelde definitieve evaluatieverslag wordt binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid
aan het begeleidingscomité. ". Art. 31.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/18 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/18.De conclusies van de in artikel 491/49 van het decreetgevend Wetboek bedoelde controle worden binnen een termijn van drie maanden toegezonden aan het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, dat over een termijn van een maand beschikt, te rekenen vanaf de ontvangst van de conclusies, om haar opmerkingen aan het Agentschap te doen toekomen. ". Art. 32.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1609/19 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1609/19.§ 1. Wanneer het Agentschap vaststelt dat een referentiecentrum voor geestelijke gezondheid niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, stelt het dit referentiecentrum voor geestelijke gezondheid in kennis van de vastgestelde tekortkomingen
van de termijn om hieraan te voldoen, die niet korter mag zijn dan een maand vanaf de kennisgeving van de tekortkomingen. § 2. Na afloop van de termijn om zich in overeenstemming te brengen, doet het Agentschap, indien de vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, een voorstel tot intrekking van de erkenning, waarvan het kennis geeft aan het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid Binnen een termijn van ten minste vijftien dagen vanaf de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt het betrokken referentiecentrum voor geestelijke gezondheid uitgenodigd voor een hoorzitting, teneinde zijn argumenten naar voren te brengen. Het kan zich laten bijstaan door de raadsheer van zijn keuze. Binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de hoorzitting wordt een proces-verbaal van verhoor waarbij elk nieuw element wordt gevoegd, opgesteld
overgemaakt aan het verhoord referentiecentrum voor geestelijke gezondheid dat over 15 dagen beschikt om zijn opmerkingen te laten gelden. Na afloop van die termijn wordt het volledige dossier voor beslissing aan de Minister overgemaakt. §
- De Minister beslist over het voorstel tot intrekking van de erkenning binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het volledige dossier. ". Afdeling
- - Afdeling
- Wijzigingen betreffende de psychiatrische verzorgingstehuizen. Art. 33.In titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768 een hoofdstuk I/1 ingevoegd, met als opschrift: "Hoofdstuk I/
- Psychiatrische verzorgingstehuizen ". Art. 34.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift. "Afdeling
- Algemene bepalingen. ". Art
- In afdeling 1 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/1 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg": het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid zoals bedoeld in artikel 491/35 van het decreetgevend deel van het Wetboek 2° "specifiek referentiecentrum": het specifiek referentiecentrum zoals bedoeld in artikel 491/42 van het decreetgevend deel van het Wetboek;3° "inrichtende macht": het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer van het psychiatrisch verzorgingstehuis. De definities in artikel 538/1 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op dit hoofdstuk. ". Art. 35.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/1, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Organisatie-
werkingsregels. ". Art. 36.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel II van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Onderafdeling
- Dienstverleningsproject " Art. 37.In onderafdeling 1 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van Boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/2 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/2.§
- De territoriale omgeving bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit de beschrijving van de ligging van elke vestiging van het psychiatrisch verzorgingstehuis in relatie tot onder meer de demografische kenmerken van de betrokken gemeente, de aanwezigheid van andere economische activiteiten, de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding
de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De institutionele omgeving bedoeld in artikel 538/3, lid 6, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit het aanduiden van de aanwezigheid van andere instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in de nabijheid van elk psychiatrisch verzorgingstehuis. § 2. De doelstellingen
het actieplan bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek worden bepaald in verhouding tot de doelstellingen, acties
strategieën voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid bedoeld in artikel 47/19, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, voor zover deze doelstellingen, acties
strategieën betrekking hebben op de opdracht van psychiatrische verzorgingstehuizen bedoeld in artikel 538/2 van het decreetgevend deel van het Wetboek. § 3. Het psychiatrisch verzorgingstehuis bepaalt de acties die betrokken zijn bij de zelfevaluatie bedoeld in artikel 538/3, zesde lid, 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek. Het psychiatrisch verzorgingstehuis bepaalt de indicatoren die gebruikt worden voor de zelfevaluatie
de frequentie van de zelfevaluatie, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke actie. ". Art. 38.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/3 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/3.Elk psychiatrisch verzorgingstehuis kan de hulp inroepen van een referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of een specifiek referentiecentrum om zijn dienstverleningsproject te ontwikkelen
zijn zelfevaluatie uit te voeren. De aanvraag voor individuele ondersteuning wordt elektronisch verstuurd naar het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of het specifieke referentiecentrum
ter informatie doorgestuurd naar de administratie. ". Art. 39.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/4 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/4.§
- Voordat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd, wordt het onderworpen aan het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/13 van het decreetgevend deel van het Wetboek; Het dienstverleningsproject wordt definitief goedgekeurd door de inrichtende macht na et in lid 1 bedoelde overleg. §
- Het dienstverleningsproject geeft aan welke periode het bestrijkt, die niet langer mag zijn dan vijf jaar. §
- Het psychiatrisch verzorgingstehuis dient zijn nieuw dienstverleningsproject langs elektronische weg bij het Agentschap in vóór het einde van de zesde maand vóór het verstrijken van zijn lopende dienstverleningsproject. Het Agentschap bericht ontvangst van het dienstverleningsproject binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de verzending. Het Agentschap keurt het dienstverleningsproject goed binnen de drie maanden te rekenen van zijn ontvangst. Als het Agentschap niet binnen deze termijn reageert, betekent dit dat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd. §
- In afwijking van paragraaf 1 wordt het eerste dienstverleningsproject door de inrichtende macht goedgekeurd zonder voorafgaand overleg. In afwijking van paragraaf 3 dient het psychiatrische verzorgingstehuis zijn eerste dienstverleningsproject elektronisch in bij het Agentschap als bijlage bij haar erkenningsaanvraag. ". Art. 40.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/4 een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling
- Personeel
omkadering. ". Art. 41.In onderafdeling 2 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/5 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/5.Het psychiatrisch verzorgingstehuis moet een geneesheer-psychiater in dienst hebben. De geneesheer-psychiater voert de volgende specifieke taken uit: 1° hij is verantwoordelijk voor het opname-
ontslagbeleid;2° hij legt contacten met het netwerk voor medische aangelegenheden;3° hij is verantwoordelijk voor interventiescenario's in geval van een crisis;4° hij is verantwoordelijk voor de supervisie van het multidisciplinaire team. Bij afwezigheid van een geneesheer-psychiater kunnen deze taken worden toevertrouwd aan een arts gespecialiseerd in neurologie of een arts gespecialiseerd in geriatrie. ". Art. 42.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/6 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/6.Om deel uit te maken van het verzorgend
paramedisch personeel moet je in het bezit zijn van : 1° een van de volgende masterdiploma's, bachelordiploma's of erkenning als zorgverlener:
- a)verpleegkundige;
- b)psycholoog;
- c)assistent in de psychologie;
- d)criminoloog ;
- e)maatschappelijk werker ;
- f)ergotherapeut ;
- g)master- of bachelordiploma sociologie ;
- h)een master- of bachelordiploma in menswetenschappen
sociale wetenschappen;
- i)opvoeder;
- j)orthopedagoog;
- k)fysiotherapeut;
- l)psycho-motricus;
- m)zorgkundige;
- n)een ander master- of bachelordiploma in de zorg.; 2° of een A2-opvoederdiploma.". Art. 43.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/7 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/7.De personeelsnorm is 13,5 voltijdequivalenten per dertig begunstigden, met de volgende limieten: 1° ten hoogste 5 voltijdse equivalenten voor het personeel bedoeld in artikel 1768/5 ;2° ten minste 8,5 voltijdse equivalenten voor het personeel bedoeld in artikel 1768/6, waarvan één voltijds equivalent voor de functie van hoofdverpleegkundige. De in lid 1 bedoelde norm wordt verhoogd met één halftijdse orthopedagoog of psycholoog per vijftien begunstigden met een verstandelijke handicap. De inrichtende mach benoemt één hoofdverpleegkundige per dertig begunstigden. Deze hoofdverpleegkundige is opgenomen in de norm bedoeld in lid 1. ". Art. 44.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/8 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/8.§ 1. De inrichtende macht kan een geneesheer psychiater, een arts gespecialiseerd in neurologie, een arts gespecialiseerd in geriatrie, een klinisch psycholoog of een zelfstandig fysiotherapeut aanwerven in het kader van een samenwerkingsovereenkomst. § 2. De inrichtende macht kan een onafhankelijke dienstverlener, anders dan bedoeld in paragraaf 1, in het kader van een samenwerkingsovereenkomst alleen in dienst nemen met toestemming van de Minister. Om de in lid 1 bedoelde vergunning te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. Dit verzoek gaat vergezeld van een gedetailleerd dossier waarin wordt aangetoond dat het moeilijk is om een statutaire werknemer of een werknemer in loondienst met een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. De Minister beslist over de aanvraag binnen de maand na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis. In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het tweede lid. De minister beslist over deze vergunningsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 45.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/9 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/9.Het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/13 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt minstens één keer per maand georganiseerd. Voorafgaand aan elke multidisciplinaire overlegvergadering wordt een agenda gestuurd naar elke persoon die deelneemt, in overeenstemming met de procedures die zijn vastgelegd in het dienstverleningsproject. Van elke multidisciplinaire overlegvergadering worden notulen opgesteld volgens de procedures die in het dienstverleningsproject staan. ". Art. 46.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/10 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/10.Er moet op elk moment van de dag ten minste één verpleegkundige per dertig begunstigden aanwezig zijn. Tijdens de nacht moet er op elk moment ten minste één verpleegkundige of een zorgkundige per dertig begunstigden aanwezig zijn. Als een zorgkundige 's nachts dienst heeft, kan hij een verpleegkundige oproepen als dat nodig is. ". Art. 47.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/10 een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 3. Bepalingen betreffende het gebouw ". Art. 48.In onderafdeling 3 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/11 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/11.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/17, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis. In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 49.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/12 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/12.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/18, lid 4, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis. In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 50.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/13 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/13.§
- In afwijking van artikel 538/19, § 1, lid 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek mag een kamer twee bedden hebben wanneer het totaal aantal kamers met twee bedden in het psychiatrisch verzorgingstehuis niet meer bedraagt dan de helft van het totaal aantal kamers in dit psychiatrisch verzorgingstehuis. §
- De minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/19, § 1, derde lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek, andere dan deze bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel. Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis. In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 51.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/14 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/14.§ 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis heeft de volgende gemeenschappelijke ruimtes: 1° een of meer eetzalen;2° een woonkamer, bij voorkeur een andere dan een eetkamer ;3° een ruimte voor gezamenlijke activiteiten
bezigheidstherapie;4° gebieden voor individuele hulp
ondersteuning. § 2. Het psychiatrisch verzorgingstehuis moet voldoende sanitaire voorzieningen hebben. Deze sanitaire voorzieningen omvatten : 1° minstens één wastafel per begunstigde ;2° een douche of bad voor maximaal zes begunstigden;3° een toilet voor maximaal zes gebruikers. Badkamer-
toiletdeuren moeten naar buiten opengaan
voorzien zijn van veiligheidssloten die geopend kunnen worden door het personeel. De sanitaire voorzieningen
slaapkamers zijn uitgerust met een oproepsysteem. ". Art. 52.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/15 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/15.Het psychiatrisch verzorgingstehuis voldoet aan de brandbeveiligingsnormen die gelden voor ziekenhuizen. ". Art. 53.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/16 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/16.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/21, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende psychiatrische verzorgingstehuis. In afwijking van het tweede lid voegt het psychiatrisch verzorgingstehuis dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 54.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/17 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/17.Het psychiatrisch verzorgingstehuis is toegankelijk
geschikt voor personen met beperkte mobiliteit. De lokalen waar het psychiatrisch verzorgingstehuis op 1 januari 2024 gevestigd is, moeten toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit uiterlijk: 1° na de uitvoering van de eerste verbouwingswerken in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw;2° na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe lokalen die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven stedenbouwkundige vergunning. Het psychiatrisch verzorgingstehuis dat beschikt over lokalen die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar lokalen die niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit. Wanneer de lokalen om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt het psychiatrisch verzorgingstehuis personen met beperkte mobiliteit of lijdend aan een sensoriële handicap alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. ". Art. 55.In afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/17 een onderafdeling 4 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 4. Bepalingen betreffende de leefomgeving ". Art. 56.In onderafdeling 4 van afdeling 2 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/18 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/18.Het psychiatrisch verzorgingstehuis bewaart medicijnen in een afgesloten kast. ". Art. 57.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/18, een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 3. Financiële bepalingen ". Art. 58.In afdeling 3 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/19 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/19.§ 1. De verblijfskosten voor begunstigden die zijn opgenomen in een psychiatrisch verzorgingstehuis bestaan uit de volgende onderdelen: 1° deel A dient om de kosten van investeringen
kortetermijnleningen te dekken;2° deel B1A is bedoeld om de werkingskosten te dekken;3° deel B1B is bedoeld om de werkingskosten te dekken;4° deel B2 dient ter dekking van de kosten van medisch
paramedisch personeel;5° deel C2A1 is bedoeld om de inhaalkosten te dekken;6° deel C2A2 is bedoeld om inhaalbetalingen op de attractiviteitspremie te dekken;7° deel C2B vertegenwoordigt de infrastructuurinhaalheffing. Delen A, B1B
C2B zijn voor rekening van de begunstigde. Delen A, C2A1
C2A2 zijn voor rekening van het Agentschap. §
- Deel A van de verblijfskosten is vastgesteld op één bedrag van 2,48 per dag. §
- Deel B1A van de verblijfskosten is vastgesteld op 3,40 per dag. §
- Deel B1B van de verblijfskosten is vastgesteld op 43,85 euro per dag. §
- Deel B2-van de verblijfskosten komt overeen met het verschil tussen het bedrag berekend volgens artikel 1768/20
het bedrag van deel C2A1van de verblijfskosten. § 6. Deel C2A1 van de verblijfskosten komt overeen met het verschil tussen
erzijds het bedrag van de nog niet in aanmerking genomen inhaalbedragen voor de psychiatrische verzorgingstehuizen gedeeld door het aantal dagen dat overeenstemt met het gemiddelde aantal bedden in de psychiatrische verzorgingstehuizen die voor 90% bezet zijn,
anderzijds deel C2B van de verblijfskosten. Voor de berekening van het gemiddelde aantal bedden als bedoeld in lid 1 worden de meest recente beschikbare gegevens in aanmerking genomen. Wanneer het in lid 1 bedoelde verschil negatief is, wordt deel C2B van de verblijfskosten voor de berekening van dit verschil tot nul herleid. § 7. Deel C2A2 van de verblijfskosten is een forfaitair bedrag per voltijdsequivalent per jaar, dat als volgt wordt vastgesteld: 1° voor de psychiatrische verzorgingstehuizen in de openbare sector : 960,77 euro;2° voor de psychiatrische verzorgingstehuizen in de private sector : 996,55 euro. De in lid 1 genoemde bedragen zijn inclusief werkgeversbijdragen
zijn bedoeld om de betaling te dekken van de attractiviteitspremie voor personeel dat boven de minimum omkaderingsnormen in dienst is. Voor de toepassing van dit lid komt het aantal voltijdse equivalenten dat in aanmerking wordt genomen overeen met het verschil tussen het aantal voltijdse equivalenten dat door de psychiatrische verzorgingstehuizen wordt aangegeven in het kadaster van de non-profit tewerkstelling, op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt toegekend,
het aantal voltijdse equivalenten dat voldoet aan de personeelsnorm bedoeld in artikel 1768/
- §
- Deel C2B van de verblijfskosten van de accommodatie komt overeen met het gemiddelde inhaalbedrag dat wordt verkregen door de nog niet in aanmerking genomen inhaalbedragen voor alle vestigingen op te tellen, gedeeld door het aantal dagen dat overeenkomt met het totale gemiddelde aantal bedden in de sector dat voor 90% bezet is, waarna dit gemiddelde inhaalbedrag wordt verminderd met een bedrag van 1,60 euro. Het bedrag is niet hoger dan 4,84 euro. §
- Voor de toepassing van de paragrafen 6, 7
8 is de nieuwe prijs van toepassing
wordt deze meegedeeld op 1 oktober van elk jaar. § 10. De respectieve bedragen van 3,40 euro bedoeld in lid 3, 43,85 euro bedoeld in paragraaf 4, 960,77
996,55 euro bedoeld in paragraaf 7, lid 1,
4,84 euro bedoeld in lid 8 zijn gekoppeld aan de spilindex 123,14 in de basis 2013 =
- Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. ". Art. 59.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/20 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/20.§
- De bijdrage die verzekeraars betalen voor diensten van psychiatrische verzorgingstehuizen voor mensen die lijden aan een langdurige gestabiliseerde psychische stoornis in een psychiatrisch verzorgingstehuis is vastgesteld op 97,19 euro per dag. §
- De bijdrage die verzekeraars betalen voor diensten van psychiatrische verzorgingstehuizen voor verstandelijk gehandicapten in een psychiatrisch verzorgingstehuis is vastgesteld op 105,23 euro per dag. §
- In de interventies bedoeld in paragraaf 1
paragraaf 2 is een bedrag van 2,48 per dag opgenomen ter dekking van de kosten van toezicht door een psychiatrisch specialist. § 4. De bedragen, bedoeld in paragraaf 1
n paragraaf 2, worden verminderd met 14,87 euro per dag indien krachtens een overeenkomst tussen de psychiatrische instellingen
de verzekeraars een bijdrage uit de ziekte-
invaliditeitsverzekering wordt verleend voor functionele heropvoeding nazorg tijdens het verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis. § 5. De bijdrage bedoeld in paragraaf 1 omvat een bedrag van 1,24 ter dekking van de attractiviteitspremie voor personeel dat aan minimale omkaderingsnormen voldoet. De bijdrage bedoeld in paragraaf 2 omvat een bedrag van 1,24 ter dekking van de attractiviteitspremie voor personeel dat aan minimale omkaderingsnormen voldoet. § 6 In de bijdrage bedoeld in paragraaf 1
paragraaf 2 wordt een bedrag van 0,87 euro opgenomen voor de financiering van de uren onregelmatige dienstverlening door verpleegkundigen, zorgkundigen of opvoeders tussen 19 uur
20 uur of die worden verstrekt tot na middernacht, ongeacht het tijdstip waarop de dienstverlening is aangevat. Voor de vergoeding van onregelmatige prestaties worden ten minste de volgende toeslagen toegekend aan het betrokken personeel: 1° voor de tussen 19u
20u gepresteerde uren, in verhouding tot de werkelijk gepresteerde dienst in dit tijdsbestek : a) voor het personeel dat betaald wordt volgens het zogenaamde regime " per prestatie " : 20 % van het barema-uurloon ongeacht de dag van de week waarbij de toeslag op zaterdag, zon-
feestdagen van toepassing is indien deze voordeliger is dan die 20 %; b) voor het personeel dat via het forfait van 11 % betaald wordt : de toeslag voor het nachtuurloon toegevoegd aan het basisbarema van 111 %, ongeacht de dag van de week, inclusief zaterdag
zon-
feestdagen.; 2° de uren gewerkt tussen 20 uur
6 uur 's morgens worden beschouwd als nachturen
worden als dusdanig beloond, volgens de voorwaarden die gelden op het ogenblik van de dienst, zowel tijdens de week als op zaterdag, zondag
feestdagen.Bovendien worden alle uren of delen van een uur van een prestatie die middernacht overschrijdt, beschouwd
betaald als nachturen zelfs indien de prestatie start vóór 20 uur of eindigt na 6uur. Er blijven gunstiger overeenkomsten of praktijken gelden, ook voor andere personeelscategorieën. De betaling van toeslagen voor onregelmatige prestaties aan personeelsleden zoals gedefinieerd in deze paragraaf is een voorwaarde voor de financiering van de in dit artikel beschreven bijdragen. § 7. De bijdrage voorzien in paragraaf 1
paragraaf 2 omvat een bedrag van 0,21 voor reiskosten tussen huis
werkplek. § 8. De in de paragrafen 1
2 bedoelde bijdrage omvat een bedrag van 0,13 voor de herwaardering van het barema van de zorgkundigen. § 9. Er wordt een subsidie toegekend ter dekking van de bezoldigingskosten die gemaakt worden na de aanwerving van bijkomend personeel voor psychiatrische verzorgingstehuizen van de private sector. Het in het eerste lid bedoeld bijkomend personeel moet worden aangeworven voor een of meer van de volgende functies: 1° verpleegkundige;2° zorgkundige;3° opvoeder ;4° animator. De tewerkgestelde werknemer voert onder andere een of meer van de volgende opdrachten uit: 1° patiënten begeleiden, observeren
pedagogische
relationele zorg verlenen;2° informatie
psychosociale ondersteuning voor patiënten
hun naasten;3° het uitvoeren van zorgtaken;4° bijdragen aan de kwaliteit
continuïteit van de zorg;5° de uitvoering van administratieve taken met betrekking tot patiënten;6° het bezoek
de evaluatie van psychiatrische patiënten die in andere zorgeenheden worden behandeld;7° het delen van de expertise van verpleegkundigen gespecialiseerd in de psychiatrie met niet-gespecialiseerde verpleegkundigen;8° hulp bij het uitvoeren van huishoudelijke taken zoals het bereiden
serveren van maaltijden, het opmaken van bedden,
z. Het bedrag van de subsidie bedoeld in het eerste lid bedraagt 2,41 euro. De in de paragrafen 1
2 bedoelde bijdrage wordt verhoogd met dit bedrag van 2,41 euro per dag voor de financiering. In het kader van deze financiering worden de totale jaarlijkse kosten van een voltijdsequivalent geschat op 68.817,47 euro. Het aanwerven van bijkomend personeel gebeurt ofwel door een nieuwe werknemer aan te nemen, ofwel door de werktijd te verlengen van een werknemer die al door het psychiatrisch verzorgingshuis is aangenomen. De arbeidsovereenkomst of het aanhangsel ervan vermeldt uitdrukkelijk de verwijzing naar de maatregel voor de aanwerving van bijkomend personeel genomen in het kader van de driedelige intersectorale kaderovereenkomst voor de Waalse non-profitsector 2021-2024 van 27 mei 2021. Om in aanmerking te komen voor de financiering bedoeld in deze paragraaf, moet het psychiatrische verzorgingstehuis het Agentschap uiterlijk op 31 maart :het volgende bezorgen: 1° een afschrift van de arbeidsovereenkomst of het aanhangsel van de arbeidsovereenkomst van de werknemers die in de loop van het betrokken jaar zijn aangeworven;2° op een elektronische drager, volgens het model vastgelegd door het Agentschap, de inlichtingen met betrekking tot het betrokken personeelslid. Op basis van de voltijdse equivalenten die tijdens het jaar N in dienst waren
de theoretische schaal van 68 817,47 euro per voltijds equivalent berekent het Agentschap het bedrag van de subsidie die aan het einde van de periode gerechtvaardigd is. Deze berekening wordt tijdens het volgende jaar gemaakt
de aanpassing wordt opgenomen in C2A
- §
- Alle bedragen bedoeld in dit artikel worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 123,14 in de basis 2013=
- Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. ". Art. 60.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/21 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/21.§
- De eerste gewestelijke bijdrage in de verblijfskosten in psychiatrische verzorgingstehuizen ten laste van de patiënten is vastgesteld op 19,15 euro per dag: 1° voor begunstigden die personen ten laste hebben in het kader van de ziekteverzekering of die op grond van een gerechtelijk bevel of een notariële akte onderhoudsgeld moeten betalen;2° voor begunstigden die in de zorgverzekering zijn ingeschreven als personen ten laste van een verzekeringnemer. De gewestelijke bijdrage in de prijs van het verblijf in psychiatrische verzorgingstehuizen wordt vastgesteld op 11,50 euro per dag voor rechthebbenden op de verhoogde verzekeringsbijdrage, zoals bepaald in artikel 37, §§ 1
19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, alsook voor de begunstigden die recht hebben op deze verhoogde bijdrage krachtens artikel 32 van het koninklijk besluit van 29 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/12/1997 pub. 31/12/1997 numac 1997022987 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen
de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd sluiten houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen
de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd. De regionale bijdrage in de verblijfskosten in psychiatrische verzorgingstehuizen is vastgesteld op 5,75 per dag voor alle andere begunstigden. § 2. Voor begunstigden die op 1 januari 2003 in het psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven, wordt de in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke bijdrage vastgesteld overeenkomstig de in dit paragraaf bepaalde voorwaarden, voor zover deze voor hen gunstiger zijn. De in lid 1 bedoelde bijdrage is 9,91 euro per dag: 1° voor de begunstigden die recht hebben op een leefloon overeenkomstig de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie;2° voor de rechthebbenden die recht hebben op een gewaarborgd inkomen overeenkomstig de wet van 1 april 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden of die hun rechten op pensioenverhoging behouden in toepassing van artikel 21, § 2, van dezelfde wet;3° voor de begunstigden die krachtens de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap recht hebben op een tegemoetkoming die evenwel verminderd of niet toegekend wordt om één van de redenen bedoeld in artikel 12 van dezelfde wet;4° voor begunstigden die recht hebben op de verhoogde verzekeringsbijdrage
die ofwel personen ten laste hebben in het kader van de ziekteverzekering ofwel door een rechterlijke beslissing of een notariële akte verplicht zijn om onderhoudsgeld te betalen;5° voor begunstigden die in de zorgverzekering zijn ingeschreven als personen ten laste van de in de punten 1° tot 4° bedoeld verzekeringnemer. De in lid 1 bedoelde bijdrage is 7,44 euro per dag: 1° voor begunstigden die recht hebben op de verhoogde verzekeringsbijdrage
geen personen ten laste hebben in het kader van de ziekteverzekering;2° voor begunstigden die hetzij personen ten laste hebben in het kader van de ziekteverzekering, hetzij door een rechterlijke beslissing of een notariële akte verplicht zijn onderhoudsgeld te betalen, met uitzondering van de begunstigden bedoeld in het tweede lid, 1° tot
met 4° ;3° voor begunstigden die in de zorgverzekering zijn ingeschreven als personen ten laste van de in het eerste lid bedoelde verzekeringnemer. De bijdrage bedoeld in lid 1 bedraagt 4,96 euro per dag voor begunstigden die geen personen ten laste hebben in de zorgverzekering, met uitzondering van de begunstigden bedoeld in paragraaf 2, 1° tot 3°,
paragraaf 3, 1°. § 3. De tweede gewestelijke bijdrage in de verblijfskosten in psychiatrische verzorgingstehuizen ten laste van de patiënten is vastgesteld als volgt: 1° EUR 9,80 per verblijfdag voor Waalse begunstigden die
- a)personen ten laste hebben onder hun verzekering voor geneeskundige verzorging ;
- b)een verplichting hebben om onderhoudsgeld te betalen op grond van een gerechtelijk bevel of een notariële akte;
- c)ingeschreven zijn in de verzekering voor geneeskundige verzorging als personen ten laste van een verzekeringnemer 2° 18,00 EUR per verblijfdag voor Waalse rechthebbenden die niet onder 1° vallen
die anders recht hebben op de verhoogde uitkering, zoals bepaald in artikel 37, §§ 1
19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994,
: a) bovendien : - geen recht hebben op een integratietegemoetkoming zoals bepaald in de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap - of recht hebben recht op een integratietegemoetkoming van categorie 1;b)
voor het overige recht hebben op - een integratietegemoetkoming als illegale werknemer; - of sociale integratie (leefloon); - of een inkomensgarantie voor ouderen; 3° 14,13 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° vallen
anders recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming
: a) bovendien : - geen recht hebben op een integratietegemoetkoming; - of recht hebben recht op een integratietegemoetkoming van categorie 1; b)
bovendien : - geen recht hebben op een invaliditeitsuitkering; - of recht hebben op een invaliditeitsuitkering, anders dan voor onregelmatige werknemers; 4° 10,64 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° vallen
anders recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming
: - recht hebben op een integratietegemoetkoming van categorie 2 of 3;b)
voor het overige recht hebben op een invaliditeitsuitkering als onregelmatige werknemer;5° 7,42 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° vallen
anders recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming
: a) voor het overige recht hebben op een integratietegemoetkoming van categorie 2 of 3;b)
bovendien : - geen recht hebben op een invaliditeitsuitkering; - of recht hebben op een invaliditeitsuitkering, anders dan voor onregelmatige werknemers; 6° 7,42 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° vallen
anders recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming
: a) voor het overige recht hebben op een integratietegemoetkoming van categorie 4 of 5;b)
voor het overige recht hebben op een invaliditeitsuitkering als onregelmatige werknemer;7° 6,14 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° vallen
anders recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming
: a) voor het overige recht hebben op een integratietegemoetkoming van categorie 4 of 5;b)
bovendien, - geen recht hebben op een invaliditeitsuitkering; - of recht hebben op een invaliditeitsuitkering, anders dan voor onregelmatige werknemers; 8° 5,51 EUR per verblijfdag voor Waalse begunstigden die niet onder 1° tot
met 7° vallen. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 25/12/1997 numac 1997003680 bron ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dekking van de werkingskosten van de Commissie voor het Bank-
Financiewezen type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022909 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 18/02/1998 numac 1997022965 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 6 december 1994 houdende benoeming van de leden van de Commissie voor toezicht op
evaluatie van de statistische gegevens die verband houden met de medische activiteiten in de ziekenhuizen type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022918 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de bijdrage van de openbare instellingen van sociale zekerheid in de inkomsten van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid voor het jaar 1997 type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022907 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de grondslag voor de berekening van de verzekeringstegemoetkomingen voor sommige geneeskundige verstrekkingen van de geneesheren type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 31/12/1997 numac 1997022963 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 mei 1997 betreffende de jaarrekeningen van de verzekeringsondernemingen gemachtigd bij toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 sluiten tot vaststelling van de uitvoeringsregels van de indexering van de uitkeringen van de verplichte ziekteverzekering, wordt het in dit lid bedoelde bedrag op 1 januari van elk jaar aangepast aan de wijziging van de waarde van het gezondheidsindexcijfer bedoeld in artikel 1er van genoemd besluit. § 4. De in het eerste lid tot
met derde lid bedoelde bijstand wordt door de psychiatrische verzorgingstehuizen gelijktijdig met de in artikel 1768/20 bedoelde bijstand teruggevorderd van de betrokken verzekeraars. §
- Wanneer een verblijfsprijs aanleiding geeft tot een individuele bijdrage van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten gunste van een begunstigde van sociale bijstand, ontvangt het betreffende openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een subsidie die gelijk is aan 60% van deze individuele bijdrage. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 1768/20 blijft het resterende deel van de door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn toegekende steun voor zijn rekening. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn kunnen de in lid 1 bedoelde subsidie van het agentschap terugvorderen tegen overlegging van een document waarvan het model door het Agentschap wordt vastgesteld. §
- Het bedrag van de gewestelijke bijdrage bedoeld in dit artikel dat een psychiatrisch verzorgingstehuis ontvangt, mag niet ten laste worden gelegd van de betrokken begunstigde. §
- Elke bewoner moet maandelijks minimaal 229,95 aan zakgeld hebben, dat uitsluitend voor persoonlijke doeleinden mag worden gebruikt. Dit bedrag dient niet ter dekking van de kosten voor aanschaf, wassen, onderhoud
reparatie van kleding, schoenen, brillen
prothesen, noch van de kosten in verband met het persoonlijke financiële aandeel van de bewoner in verzorging, behandeling
medicatie, noch van de kosten in verband met incontinentie-
andere hulpmiddelen, noch van de kosten in verband met het door de bewoner te betalen aandeel in de verblijfsprijs, noch van de kosten in verband met het eigen risico op de gezins-
wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, noch van de kosten in verband met de eventuele vergoeding van de voorlopige bewindvoerder op grond van artikel 488bis-H van het Burgerlijk Wetboek. § 8. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1
7 van dit artikel worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 123,14 in de basis 2013 = 100; Die bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, de aanpassing wordt toegepast vanaf de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. § 9. De volgende informatie moet uiterlijk 30 juni van het jaar volgend op het betreffende boekjaar naar het Agentschap worden gestuurd: 1° de balans
de resultatenrekeningen ;2° de balans van de algemene rekeningen;3° het verslag van de revisor;4° een toelichting met, per type investering
kostenplaats, de aard van de investeringen die tijdens het afgelopen jaar het voorwerp uitmaakten van initiële afschrijvingen;5° een kopie van de facturen voor investeringen gedaan tijdens het jaar voorafgaand aan het jaar in kwestie, met betrekking tot gebouwen
gebouwen met een bestemming, inrichting van gebouwen, groot onderhoud, initiële installatiekosten, medische apparatuur, niet-medische apparatuur
meubilair, met inbegrip van IT-apparatuur;6° een lijst van de subsidies die zijn ontvangen voor investeringen die zijn gedaan tijdens het jaar voorafgaand aan het jaar in kwestie;7° een kopie van de overeenkomsten
aflossingsschema's voor nieuwe leningen aangegaan tijdens het betrokken jaar
het voorgaande jaar, alsook het bewijs van betaling van de interesten op leningen tijdens het betrokken jaar;8° een nota met de verschillende data van ingebruikname van de gedane investeringen voor een lening die is aangegaan om verschillende investeringen te doen;9° een nota met vermelding van de kredietinstelling als de lening niet werd toegekend door een klassieke financieringsinstelling;10° een bewijs van betaling voor het jaar in kwestie van consolidatieleningen voor pre-exploitatiekosten;11° het aantal gewerkte dagen tijdens het betrokken boekjaar
een uitsplitsing van deze dagen per maand, per verzekeraar
per type persoon, namelijk personen met een chronische psychiatrische aandoening
personen met een handicap;12° details van afschrijvingen
subsidies ; 13 informatie met betrekking tot het personeel, waarvan het model door het Agentschap voor elk kalenderjaar wordt opgesteld; 14° alle andere noodzakelijke informatie die het Agentschap vraagt.". Art. 61.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/22 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/22.De balans
resultatenrekening worden opgesteld op basis van het model dat is opgenomen in bijlage 7 bij het koninklijk besluit van 29 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten1 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen
verenigingen. ". Art. 62.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/22, een afdeling 4 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 4. Programmering
erkenning". ". Art. 63.In afdeling 4 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/23 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/23.De Minister stelt een nieuw programma op in het jaar volgend op de aanneming van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid bedoeld in artikel 47/20 van het decreetgevend deel van het Wetboek. Bij de programmering wordt rekening gehouden met de doelstellingen, acties
strategieën in het strategisch plan voor geestelijke gezondheid. ". Art. 64.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/24 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/24.De deontologische regels bedoeld in artikel 538/34, lid 1, 19°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn in bijlage 144 vermeld. ". Art. 65.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/25 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/25.De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van het psychiatrisch verzorgingstehuis bij het Agentschap ingediend. De aanvraag omvat : 1° een formulier, opgesteld door het Agentschap
ingevuld door het psychiatrisch verzorgingstehuis met:
- a)het ondernemingsnummer,
- b)de identiteit van het psychiatrische verzorgingstehuis, de hoedanigheid
het mandaat van zijn vertegenwoordiger;
- c)het adres van de hoofdvestiging;
- d)in voorkomend geval, de adressen van eventuele bijkantoren;
- e)contactgegevens, zoals adres, email, telefoonnummer.....; ;
- f)de verbintenis om de opdracht bedoeld in artikel 538/2 van het decreetgevend deel van het Wetboek te vervullen;
- g)de verbintenis om overeenkomstig artikel 538/3 van het decreetgevend deel van het Wetboek om de vijf jaar een nieuw dienstverleningsproject op te stellen;
- h)de verbintenis om zijn dienstverleningsproject uit te voeren;
- i)in voorkomend geval, de verbintenis een of meer overeenkomsten als bedoeld in artikel 538/6 van het decreetgevend deel van het Wetboek te sluiten;
- j)de verbintenis om lid te zijn van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheid;
- k)de verbintenis om te beschikken over een multidisciplinair team dat voldoet aan de bepalingen van de artikelen 538/9 tot 538/12 van het decreetgevend deel van het Wetboek;
- l)de verbintenis om het multidisciplinaire overleg bedoeld in artikel 538/13 van het decreetgevend deel van het decreet te organiseren;
- m)de verbintenis om dag-
nachtbewaking te voorzien zoals bedoeld in artikel 538/14 van het decreetgevend deel van het Wetboek;n) de verbintenis te voldoen aan de eisen van de artikelen 538/23
538/24 van het decreetgevend deel van het Wetboek;
- o)de verbintenis om voor elke begunstigde het individuele dossier bedoeld in artikel 538/25 van het decreetgevend deel van het Wetboek bij te houden;
- p)de verbintenis om de rechten van de begunstigde, zoals bepaald in de artikelen 538/27 tot 538/29 van het decreetgevend deel van het Wetboek, na te leven;
- q)de verbintenis om geen hogere verblijfkosten aan te rekenen dan die welke overeenkomstig artikel 538/30 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn vastgesteld;
- r)de verbintenis om de socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 538/32 van het decreetgevend deel van het Wetboek te verzamelen
mee te delen;
- s)de verbintenis om de door de Regering vastgestelde deontologische regels, bedoeld in artikel 538/34, lid 1, 19°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, na te leven;
- t)de handtekening van de onder
- b)bedoelde vertegenwoordiger;2° een uittreksel uit de notulen van de vergadering van het bestuursorgaan tijdens welke de beslissing om de erkenning aan te vragen, is aangenomen;3° het bewijs van het mandaat van de vertegenwoordiger bedoeld in 1°, b), wanneer dit mandaat niet is bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;4° het eerste dienstverleningsproject;5° een beschrijving van het gebouw met de kenmerken bedoeld in de artikelen 538/17 tot 538/22 van het decreetgevend deel van het Wetboek;6° een door de inrichtende macht gedateerd
ondertekend attest waaruit blijkt dat binnen het aan het psychiatrisch verzorgingstehuis toegewezen gebouw voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van brand zijn genomen, of een door de bevoegde brandweerdienst afgegeven attest waaruit blijkt dat het gebouw voldoet aan de normen inzake brandbeveiliging;7° het protocol voor de bescherming van persoonsgegevens bedoeld in artikel 538/26, tweede lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek;8° in voorkomend geval, de vergunningsaanvraag bedoeld in artikel 1768/8, § 2, derde lid.9° in voorkomend geval, de verzoeken tot afwijking bedoeld in de artikelen 1768/11, derde lid, 1768/12, derde lid, 1768/13, § 2, derde lid,
1768/16, derde lid;10° elk ander document dat het psychiatrisch verzorgingstehuis relevant acht om zijn aanvraag te ondersteunen.". Art. 66.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/26 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/26.§
- Het Agentschap bericht ontvangst van de erkenningsaanvraag langs elektronische weg binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het dossier. §
- Wanneer het dossier onvolledig is, vraagt het Agentschap de ontbrekende of onvolledige documenten op binnen een termijn van één maand, die ingaat op de datum van ontvangst van het dossier. Het psychiatrisch verzorgingstehuis beschikt over een termijn van een maand, te rekenen vanaf de in lid 1 bedoelde aanvraag, om zijn dossier te vervolledigen. Indien dit niet het geval is, wordt zijn erkenningsaanvraag geacht niet-ontvankelijk te zijn. §
- Het Agentschap maakt het volledige dossier, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van het volledige dossier over aan de Minister. §
- De Minister beslist over de erkenningsaanvragen binnen twee maanden na toezending van het volledige dossier door het Agentschap. De Minister of zijn afgevaardigde geeft het betrokken psychiatrische verzorgingstehuis kennis van zijn beslissing. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap toegezonden. §
- In geval van een met redenen omkleed spoedeisend verzoek van het psychiatrisch verzorgingstehuis worden de in de leden 3
4 genoemde termijnen van twee maanden teruggebracht tot vijftien dagen. ". Art. 67.In hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/26, een afdeling 5 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling 5. Evaluatie, controle
sancties ". Art. 68.In afdeling 4 van hoofdstuk I/1 van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/27 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/27.De Minister stelt het model van activiteitenverslag, bedoeld in artikel 46 van het decreetgevend deel van het decreet, op. Dit model omvat: 1° de partijen bedoeld in artikel 12/3;2° de gegevens die nodig zijn om na te gaan of de erkenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 538/44 van het decreetgevend deel van het Wetboek worden nageleefd.3° het in artikel 12/2 bedoelde dossier ter rechtvaardiging van het gebruik van de subsidie;4° de gegevens die nodig zijn om na te gaan of de erkenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 538/34 van het decreetgevend deel van het Wetboek worden nageleefd. Het in artikel 46 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde verslag wordt overeenkomstig artikel 12/3 aan het Agentschap toegezonden. ". Art. 69.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/28 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/28.§ 1. De evaluatie van het psychiatrisch verzorgingstehuis is gebaseerd op : 1° het dienstverleningsproject: 2° de ingediende activiteitenverslagen;3° de vorige evaluatieverslagen. § 2. De evaluatie heeft tot doel: 1° om de positieve of negatieve verschillen tussen het gecoördineerde actieprogramma
de uitgevoerde acties vast te stellen
te verklaren;2° om aanbevelingen uit te werken ter verbetering van de acties
praktijken van het psychiatrisch verzorgingstehuis. §
- Het psychiatrisch verzorgingsthuis voert ten minste om de drie jaar een zelfevaluatie uit. Het zelfevaluatieverslag wordt elektronisch aan het Agentschap toegezonden. Het Agentschap maakt, indien nodig, opmerkingen over het hem toegezonden zelfevaluatieverslag. §
- Een evaluatiegesprek vindt plaats op initiatief van het psychiatrische verzorgingstehuis, dan wel op initiatief van het Agentschap, wanneer een van deze partijen een dergelijk gesprek nuttig acht. §
- Het in paragraaf 3 bedoelde zelfevaluatieverslag wordt, met de eventuele opmerkingen van het Agentschap, binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het psychiatrisch verzorgingstehuis. Het in paragraaf 4 bedoelde evaluatieverslag wordt binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het psychiatrisch verzorgingstehuis. ". Art. 70.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/29 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/29.De conclusies van de in artikel 538/39 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde controle worden binnen een termijn van drie maanden toegezonden aan het psychiatrisch verzorgingstehuis, dat over een termijn van een maand beschikt, te rekenen vanaf de ontvangst van de conclusies, om haar opmerkingen aan het Agentschap te doen toekomen. ". Art. 71.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/30 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/30.§
- Wanneer het Agentschap vaststelt dat een psychiatrisch verzorgingstehuis niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, stelt het dit psychiatrische verzorgingstehuis in kennis van de vastgestelde tekortkomingen
van de termijn om hieraan te voldoen § 2. Na afloop van de termijn voor het in overeenstemming brengen doet het Agentschap, indien de vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, een voorstel tot intrekking van de erkenning, waarvan het kennis geeft aan het betrokken psychiatrisch verzorgingstehuis. Binnen een termijn van ten minste vijftien dagen vanaf de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt het betrokken psychiatrische verzorgingstehuis uitgenodigd voor een hoorzitting, teneinde zijn argumenten naar voren te brengen. Het kan zich laten bijstaan door de raadsheer van zijn keuze. Binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de hoorzitting wordt een proces-verbaal van verhoor waarbij elk nieuw element wordt gevoegd, opgesteld
overgemaakt aan het verhoorde psychiatrisch verzorgingstehuis dat over vijftien dagen beschikt om haar opmerkingen te laten gelden. Na afloop van die termijn wordt het volledige dossier voor beslissing aan de Minister overgemaakt. §
- De Minister beslist over het voorstel tot intrekking van de erkenning binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het volledige dossier. §
- In het geval van intrekking van de erkenning, zal de Regering of haar afgevaardigde de nodige maatregelen nemen om de overdracht van de begunstigden naar een ander psychiatrisch verzorgingstehuis
de continuïteit van hun therapeutische zorg te garanderen. ". Art. 72.In het opschrift van hoofdstuk IV van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "van psychiatrische verzorgingstehuizen
" opgeheven. Art. 73.In artikel 1898 van hetzelfde Wetboek wordt punt 1° opgeheven. Art. 74.In artikel 1901, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt punt 1° opgeheven. Art. 75.In artikel 1904 van hetzelfde wetboek worden de woorden ", naar gelang van het geval, het aantal bedden of" opgeheven. Art. 76.In artikel 1906, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "1°
" geschrapt. Art. 77.In artikel 1907 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "1°
" geschrapt. Art. 78.In artikel 1908 van hetzelfde wetboek worden de woorden ", naar gelang van het geval, het aantal bedden of" opgeheven. Art. 79.In artikel 1910 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in lid 2 worden de woorden "1°
" geschrapt;2° in lid 3 worden de woorden "1°
" geschrapt; Art. 80.In artikel 1911 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten4, wordt lid 3 opgeheven. Art. 81.In artikel 1914, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid
leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten4, worden de woorden "nieuwe residenten of" opgeheven. Art. 82.In artikel 1920 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "nieuwe residenten of" worden opgeheven".2° de woorden "de instelling te ontruimen
" worden opgeheven. Art. 83.In artikel 1921 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de instelling te ontruimen
" opgeheven. Art. 84.In artikel 1922 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de residenten," opgeheven. Afdeling
- - Wijzigingen betreffende de initiatieven voor beschut wonen Art. 85.In titel III van boek VII van deel twee van hetzelfde wetboek wordt na artikel 1768/30 een hoofdstuk I/2 ingevoegd, met als opschrift : "Hoofdstuk I/
- Initiatieven voor beschut wonen ". Art. 86.In hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift. "Afdeling
- Algemene bepalingen. ". Art. 87.In afdeling 1 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/31 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/31.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "individuele plaats: een plaats zonder gemeenschappelijke ruimtes;2° "gemeenschappelijke plaats: een plaats met gemeenschappelijke ruimtes;3° "individuele opvolging": de extramurale opvolging van een begunstigde;4° "referentiecentrum voor geestelijke gezondheid" : Het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid, zoals omschreven in artikel 491/35, van het decreetgevend deel van het Wetboek;5° « specifiek referentiecentrum » : het specifieke referentiecentrum zoals omschreven in artikel 491/42, van het decreetgevend deel van het Wetboek ;6° "inrichtende macht": het orgaan dat verantwoordelijk is voor het beheer van het initiatief voor beschut wonen. De definities in artikel 538/42 van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op dit hoofdstuk. ". Art. 88.In hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/31, een afdeling 2 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Organisatie-
werkingsregels. ". Art. 89.In afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Onderafdeling
- Dienstverleningsproject ". Art. 90.In onderafdeling 1 van afdeling 2 van hoofdstuk I/2, van titel III, van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/32 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/32.§
- De territoriale omgeving bedoeld in artikel 538/44, zesde lid, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit de beschrijving van de ligging van elke vestiging van het psychiatrisch verzorgingstehuis in relatie tot onder meer de demografische kenmerken van de betrokken gemeente, de aanwezigheid van andere economische activiteiten, de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding
de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De institutionele omgeving bedoeld in artikel 538/44, lid 6, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bestaat uit het aanduiden van de aanwezigheid van andere instellingen voor geestelijke gezondheid in de nabijheid van elk initiatief voor beschut wonen. § 2. De organisatie van het initiatief voor beschut wonen bedoeld in artikel 538/44, lid 6, 3° van het decreetgevend deel van het Wetboek houdt rekening met de individuele opvolging van de begunstigden. Individuele opvolging houdt in dat de begunstigde die niet langer een individuele of gemeenschapsplek plaats bezet, kan blijven genieten van de steun van het multidisciplinaire team van het initiatief voor beschut wonen. Het doel van deze opvolging is om de onafhankelijkheid van de begunstigde te verbeteren. Waar nodig
aanvaard door de begunstigde, wordt bijzondere aandacht besteed aan de juiste steunpunten die door andere partners in het lokale netwerk moeten worden geleverd. Individuele opvolging mag niet langer duren dan zes maanden, eenmaal te verlengen op medisch advies. Tijdens de periode van individuele opvolging zorgt het initiatief voor beschut wonen ervoor dat de begunstigde, indien nodig, kan worden weer op te nemen in een zorgstructuur die is aangepast aan zijn behoeften. § 3. De doelstellingen
het actieplan bedoeld in artikel 538/44, zesde lid, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek worden bepaald in verhouding tot de doelstellingen, acties
strategieën voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid bedoeld in artikel 47/19, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, voor zover deze doelstellingen, acties
strategieën betrekking hebben op de opdracht van initiatieven voor beschut wonen bedoeld in artikel 538/43 van het decreetgevend deel van het Wetboek. § 4. Het initiatief voor beschut wonen bepaalt de acties die betrokken zijn bij de zelfevaluatie bedoeld in artikel 538/44, zesde lid, 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek. Het initiatief voor beschut wonen bepaalt de indicatoren die gebruikt worden voor de zelfevaluatie
de frequentie van de zelfevaluatie, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke actie. ". Art. 91.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/33 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/33.Het initiatief voor beschut wonen stelt het dienstverleningsproject op bedoeld in artikel 538/44 van het decreetgevend deel van het Wetboek op basis van het model bepaald door de minister. Elk initiatief voor beschut wonen kan de hulp inroepen van een referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of een specifiek referentiecentrum om zijn dienstverleningsproject te ontwikkelen
zijn zelfevaluatie uit te voeren. De aanvraag voor individuele ondersteuning wordt elektronisch verstuurd naar het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid of het specifieke referentiecentrum
ter informatie doorgestuurd naar het Agentschap. ". Art. 92.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/34 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/34.§
- Voordat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd, wordt het onderworpen aan het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/54 van het decreetgevend deel van het Wetboek Het dienstverleningsproject wordt definitief goedgekeurd door de inrichtende macht na et in lid 1 bedoelde overleg. §
- Het dienstverleningsproject geeft aan welke periode het bestrijkt, die niet langer mag zijn dan vijf jaar. §
- Het initiatief voor beschut wonen dient zijn nieuwe gecoördineerde actieprogramma langs elektronische weg bij het Agentschap in vóór het einde van de zesde maand vóór het verstrijken van zijn lopende gecoördineerde dienstverleningsproject. Het Agentschap bericht ontvangst van het dienstverleningsproject binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de verzending. Het Agentschap keurt het dienstverleningsproject goed binnen de drie maanden te rekenen van zijn ontvangst. Als het Agentschap niet binnen deze termijn reageert, betekent dit dat het dienstverleningsproject wordt goedgekeurd. §
- In afwijking van paragraaf 1 wordt het eerste dienstverleningsproject door de inrichtende macht goedgekeurd zonder voorafgaand overleg. In afwijking van paragraaf 3 dient het initiatief voor beschut wonen zijn eerste dienstverleningsproject elektronisch in bij het Agentschap als bijlage bij haar erkenningsaanvraag. ". Art. 93.In afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/34 een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling
- Personeel
omkadering. ". Art. 94.In onderafdeling 2 van afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/35 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/35.Het personeel van het initiatief voor beschut wonen voert de volgende functies uit: 1° een medische functie ;2° een begeleidingsfunctie ;3° een coördinatiefunctie.". Art. 95.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/36 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/36.De medische functie wordt uitgevoerd door een geneesheer-psychiater of kinderpsychiater. De geneesheer-psychiater of kinderpsychiater voert de volgende specifieke taken uit: 1° hij is verantwoordelijk voor het opname-
ontslagbeleid;2° het legt contact met de behandelende artsen
de betrokken dienst voor geestelijke gezondheid;3° hij is verantwoordelijk voor interventiescenario's in geval van een crisis;". Art. 96.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/37 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/37.De begeleidingsfunctie wordt uitgevoerd door één voltijds equivalent per acht begunstigden. Om begeleidingsmedewerker te worden, moet je in het bezit zijn van : 1° een van de volgende masterdiploma's, bachelordiploma's of erkenning als zorgverlener: a) verpleegkundige;b) psycholoog;c) assistent in de psychologie;d) criminoloog ;e) maatschappelijk werker ;f) ergotherapeut ;g) master- of bachelordiploma sociologie ;h) een master- of bachelordiploma in menswetenschappen
sociale wetenschappen;
- i)opvoeder;
- j)orthopedagoog;
- k)fysiotherapeut;
- l)psycho-motricus;
- n)een ander master- of bachelordiploma in de zorg.2° of een A2-opvoederdiploma.". Art. 97.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/38 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/38.Om de coördinatiefunctie te vervullen, moet u een persoon zijn zoals bedoeld in lid 2 van artikel 1768/37. ". Art. 98.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/39 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/39.§ 1. De inrichtende macht kan de medische functie toevertrouwen aan een onafhankelijke psychiater of kinderpsychiater in het kader van een samenwerkingsovereenkomst. § 2. De inrichtende macht kan de medische functie toevertrouwen aan een onafhankelijke psychiater of kinderpsychiater in het kader van een samenwerkingsovereenkomst. De inrichtende macht kan de begeleidingsfunctie alleen met toestemming van de minister in het kader van een samenwerkingsovereenkomst toevertrouwen aan een onafhankelijke dienstverlener, anders dan een klinisch psycholoog of orthopedagoog. Om de in lid 2 bedoelde vergunning te verkrijgen, zendt het psychiatrische verzorgingstehuis langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het Agentschap. Dit verzoek gaat vergezeld van een gedetailleerd dossier waarin wordt aangetoond dat het moeilijk is om een statutaire werknemer of een werknemer in loondienst met een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. De Minister beslist over de aanvraag binnen de maand na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende initiatief voor beschut wonen. In afwijking van het derde lid voegt het initiatief voor beschut wonen dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het derde lid. De minister beslist over deze vergunningsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 99.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/40 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/40.Het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 538/54 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt minstens één keer per maand georganiseerd. Voorafgaand aan elke multidisciplinaire overlegvergadering wordt een agenda gestuurd naar elke persoon die deelneemt, in overeenstemming met de procedures die zijn vastgelegd in het dienstverleningsproject. Van elke multidisciplinaire overlegvergadering worden notulen opgesteld volgens de procedures die in het dienstverleningsproject staan. ". Art. 100.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/41 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/41.Begunstigden kunnen altijd telefonisch contact opnemen met het personeelslid dat door de inrichtende macht is aangewezen om dienst te hebben. De Minister kan andere vormen van contact toestaan. Om deze vergunning te verkrijgen, moet het initiatief voor beschut wonen een met redenen omkleed verzoek elektronisch indienen bij het Agentschap. Dit verzoek gaat vergezeld van een gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde contactmethoden. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende initiatief voor beschut wonen. In afwijking van het derde lid voegt het initiatief voor beschut wonen dat een erkenning aanvraagt
de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het derde lid. De minister beslist over deze vergunningsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 101.In afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/41 een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 3. Bepalingen betreffende het gebouw ". Art. 102.In onderafdeling 3 van afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/42 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/42.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/58, lid 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het initiatief voor beschut wonen langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het Agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende initiatief voor beschut wonen. In afwijking van het tweede lid voegt het initiatief voor beschut wonen dat een erkenning aanvraagt
de afwijking, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 103.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/43 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/43.De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/59, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek Om de in lid 1 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het initiatief voor beschut wonen langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het Agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende initiatief voor beschut wonen. In afwijking van het tweede lid voegt het initiatief voor beschut wonen dat een erkenning aanvraagt
de afwijking, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het tweede lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 104.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/44 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/44.§ 1. Individuele plaatsen moeten voor elke plaats ten minste het volgende omvatten: 1° een eenpersoonskamer ;2° individuele sanitaire voorzieningen met toilet, wastafel
douche of bad;3° een keukenhoek, indien nodig in de slaapkamer ;4° een leefruimte waar de maaltijden kunnen worden gebruikt, indien nodig in de slaapkamer. § 2. De plaatsen in de Gemeenschap omvatten een eenpersoonskamer per begunstigde. Deze kamer is uitgerust met een wastafel indien mogelijk. Gemeenschapsplaatsen omvatten de volgende gemeenschappelijke ruimtes: 1° een keuken ;2° individuele sanitaire voorzieningen met toilet, wastafel
douche of bad;3° een eetzaal;4° een woonkamer;5° eventuele andere gemeenschappelijke ruimtes Een plaats blijft een gemeenschappelijk plaats, zelfs als sommige van de ruimtes waarnaar in lid 2 wordt verwezen individueel zijn. Indien eenpersoonskamers niet zijn uitgerust met een wastafel, moet het sanitair, naast de in het tweede lid, 2°, genoemde voorzieningen, ten minste één wastafel per vier bewoners bevatten. ". Art. 105.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/45 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/45.Er wordt afgeweken van de eis van artikel 538/62, lid 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek als de beschutte woning uitsluitend uit individuele plaatsen bestaat. De Minister verleent de afwijkingen bedoeld in artikel 538/62, lid 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek, wanneer de beschutte woning gemeenschappelijke ruimtes omvat. Om de in lid 2 bedoelde afwijking te verkrijgen, zendt het initiatief voor beschut wonen langs elektronische weg een met redenen omklede aanvraag naar het Agentschap. De Minister beslist over de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van het dossier. De beslissing van de Minister wordt meegedeeld aan het aanvragende initiatief voor beschut wonen. In afwijking van het derde lid voegt het initiatief voor beschut wonen dat een erkenning aanvraagt
de afwijking, bedoeld in het tweede lid, wenst te verkrijgen, bij zijn aanvraag om een erkenning de aanvraag om een afwijking, bedoeld in het derde lid. De Minister beslist over deze afwijkingsaanvraag op hetzelfde moment dat hij beslist over de erkenningsaanvraag. ". Art. 106.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/46 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/46.De lokalen van elke zetel zijn toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit. Voor lokalen die op 1 januari 2024 worden bezet door beschutte woningen, moet de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit worden gewaarborgd uiterlijk : 1° na de uitvoering van de eerste verbouwingswerken in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw;2° na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe lokalen die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven stedenbouwkundige vergunning. De beschutte woning die beschikt over lokalen die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar lokalen die niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit. Wanneer de lokalen om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt het initiatief voor beschut wonen personen met beperkte mobiliteit alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. ". Art. 107.In afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt na artikel 1768/46 een onderafdeling 4 ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling 4. Bepalingen betreffende de leefomgeving ". 109. In onderafdeling 4 van afdeling 2 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1768/47 ingevoegd, luidend als volgt: "Art.1768/47. De verblijfsovereenkomst bedoeld in artikel 538/65, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek vereist de vastlegging van : 1° een omstandige plaatsbeschrijving bij aankomst van de begunstigde;2° een omstandige plaatsbeschrijving bij het vertrek van de begunstigde;3° een inventaris van het meubilair
de elektrische apparaten die de begunstigde heeft meegebracht.". Art. 108.In hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1768/47, een afdeling 3 ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling
- Financiële bepalingen ". Art. 109.In afdeling 3 van hoofdstuk I/2 van titel III van boek VII van Deel 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1768/48 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/48.De prijs per verblijfdag wordt berekend door het in artikel 1768/49 bedoelde budget voor financiële middelen te delen door het in artikel 1768/50 bedoelde quotum van verblijfsdagen. ". Art. 110.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 1768/49 ingevoegd, luidend als volgt: "Art. 1768/49.§
- Elk erkend initiatief voor beschut wonen krijgt een budget aan financiële middelen toegewezen. Dit budget dekt de werkingskosten op forfaitaire basis. De begroting voor de financiële middelen wordt op jaarbasis berekend
omvat de bedragen voor de volgende posten: 1° de eenmalige installatievergoeding;2° de tegemoetkoming voor personeelskosten;3° de tegemoetkoming om de minimale psychiatrische samenvatting te registreren;4° de tegemoetkoming voor e medische functie;5° de tegemoetkoming bij het helpen van bewoners bij het organiseren van hun dagelijkse activiteiten;6° de tegemoetkoming voor maatregelen aan het einde van de loopbaan ;7° de tegemoetkoming in de kosten van de attractiviteitspremie;8° de tegemoetkoming voor werkingskosten in verband met begeleiding;9° de tegemoetkoming voor het verlenen van psychiatrische zorg aan patiënten thuis;10° de tegemoetkoming in de kosten van de functionele aanvulling;11° de tegemoetkoming voor de valorisatie van oncomfortabele diensten;12° de tegemoetkoming voor het aanwerven van bijkomend personeel;13° de tegemoetkoming om de financiële tegemoetkoming van de werkgever in de vervoerskosten van de werknemers te dekken;14° de tegemoetkoming voor het inschakelen van de coördinatiefunctie. §
- De eenmalige installatievergoeding bedraagt 2.478,84 per plaats beschutte woning. §
- De tegemoetkoming in de personeelskosten per plaats beschutte woning wordt als volgt bepaald: 1° 10.129,19 euro voor twee derde van het aantal plaatsen ; 2° 13.505,61 euro voor één derde van het aantal plaatsen §
- De tegemoetkoming voor het opnemen van de minimale psychiatrische samenvatting bedragen 4.148,40 per initiatief voor beschut wonen, plus 82,95 per plaats voor beschut wonen. §
- Het bedrag voor de medische functie wordt berekend als volgt: 1° 11200,67 euro voor de initiatieven met maximum 20 plaatsen;2° 18667,79 euro voor de initiatieven van 21 tot 40 plaatsen 3° 22401,35 euro voor de initiatieven van 41 tot 60 plaatsen 4° 26134,95 euro voor de initiatieven van 61 tot 80 plaatsen 5° 29868,51 euro voor de initiatieven van 81 tot 100 plaatsen 6° 33602,06 euro voor de initiatieven met meer dan 100 plaatsen. §
- De tegemoetkoming voor het organiseren van de dagelijkse activiteiten van de bewoners wordt als volgt bepaald: 1° 33.419,60 euro voor initiatieven met maximaal 19 plaatsen voor de financiering van 0,5 voltijdse equivalenten ; 2° 50.129,41 euro voor initiatieven tussen 20
39 plaatsen voor de financiering van 0,75 voltijdse equivalenten ; 3° 83.548,99 euro voor initiatieven tussen 40
59 plaatsen voor de financiering van 1,25 voltijdse equivalenten ; 4° 100.258,81 euro voor initiatieven tussen 60
99 plaatsen voor de financiering van 1,5 voltijdse equivalenten ; 5° 133.678,41 euro voor initiatieven tussen 100
149 plaatsen voor de financiering van 2 voltijdse equivalenten ; 6° 200.517,62 euro voor initiatieven met meer dan 150 plaatsen voor de financiering van 3 voltijdse equivalenten ; De taken van het organiseren van dagelijkse activiteiten omvatten het toezicht houden op
begeleiden van begunstigden bij activiteiten gericht op opleiding, sociale
culturele activiteiten, beroepsactiviteiten of de sociaal-professionele re-integratie van begunstigden. De taken van het organiseren van dagelijkse activiteiten kunnen tegelijkertijd betrekking hebben op begunstigden die zijn ondergebracht in het initiatief voor beschut wonen
externe begunstigden met chronische, langdurige psychiatrische problemen. De taken voor het organiseren van dagelijkse activiteiten kunnen worden uitgevoerd in de lokalen van het initiatief voor beschut wonen of daarbuiten. De taken voor het organiseren van dagelijkse activiteiten kunnen ook worden uitgevoerd in samenwerking met andere initiatieven voor beschut wonen, als onderdeel van een bundeling van de middelen die voor elk van hen beschikbaar zijn om de opdracht uit te voeren. Het personeel dat belast is met de organisatie van de dagelijkse activiteiten
het overeenkomstige aantal voltijdse equivalenten worden vermeld in het activiteitenverslag waarnaar wordt verwezen in artikel 46 van het decreetgevend deel van het Wetboek. Indien voor een bepaald jaar het aantal voltijdsequivalenten niet wordt gehaald overeenkomstig lid 1, vindt de aanpassing plaats door een overeenkomstige verlaging van het in lid 1 bedoelde bedrag voor het volgende jaar. § 7. De tegemoetkoming voor maatregelen aan het einde van de loopbaan wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit paragraaf. Voor de toepassing van dit paragraaf wordt verstaan onder: 1° "eindeloopbaanmaatregelen": de maatregelen genomen in het akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005 gesloten tussen de federale regering
de organisaties die de private non-profit sector vertegenwoordigen
in het Protocol nr.148/2 van het Comité gemeen aan alle overheidsdiensten van 29 juni 2005, 5 juli 2005
18 juli 2005; 2° "periode van gerechtvaardigde afwezigheid": niet-gewerkte dagen of uren die gelijkgesteld worden met gewerkte dagen of uren voor zover ze aanleiding hebben gegeven tot de betaling van een vergoeding door de instelling.Hieronder vallen ook dagen waarop het personeelslid ter beschikking is wegens ziekte of een handicap. De initiatieven voor beschut wonen hebben recht op een jaarlijkse financiële tegemoetkoming ter compensatie van de maatregelen tot werkverlet in het kader van de eindeloopbaanproblematiek, zoals bepaald in het akkoord van 26 april 2005 betreffende de federale gezondheidssectoren gesloten tussen de federale Regering
de representatieve organisaties van de private non-profitsector
in het protocol nr. 148/2 van het Comité gemeen aan alle overheidsdiensten van 29 juni 2005, 5 juli